Filtrar por gênero
Evenwicht, je leven

Evenwicht, je leven
De podcast over het zintuig evenwicht.
Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht.
De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.
In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod.
Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.
'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'.
https://evenwichtinuitvoering.nl/
- 232 - 12 Visuals
Visuals zijn afbeeldingen die informatie, gegevens of een idee zichtbaar maken. We begrijpen beelden veel sneller dan lange teksten. Ik heb visuals, afbeeldingen, gebruikt om 100 dagen, elke dag, even te schrijven.
(afb eigen foto van het schrift waar ik 100 verhalen in heb geschreven).
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van 3 verschillende boeken. En in die boeken heb ik gebruik gemaakt van allerlei afbeeldingen. Deze aflevering gaat over afbeeldingen. Dit is seizoen 12, aflevering 12: Visuals
Visuals, dat is een Engels woord voor beelden. Een visual is een grafische weergave of een afbeelding die informatie, gegevens of en idee zichtbaar maakt, want het menselijk brein begrijpt beelden veel sneller dan lange teksten. Beeld blijft vaak veel langer hangen. En dat is wel gek om dit te gaan vertellen in deze podcast, waar geen beeld bij is. Ja, behalve het plaatje wat bij deze podcast staat, maar verder is er geen beeld. Ik ga het proberen om het zo goed mogelijk uit te leggen, zodat je het toch voor je kan zien. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik ga het proberen.
Bij een coachingstraject worden visuals gebruikt voor zelfinzicht, voor een andere mindset, voor ..ehm.. verandering van leefstijl en zo. En in mijn re-integratietraject in 2008, kwam er zo'n doosje met kaarten op tafel, visuals. Volgens mij heette het ook zo. En daar mocht ik uit kiezen. Al die plaatjes werden neergelegd. Eén grote brij aan plaatjes en ik moest daar eentje uit kiezen, die stond voor 'vroeger'. Dan één plaatje voor 'in het nú staan' en één plaatje kiezen voor ‘de toekomst’. En ik vond dat een hele leuke opdracht om te doen. Ik heb die plaatjes gekozen en daar heb ik ook een verhaal bij gemaakt, bij die drie plaatjes.
Vanaf dat moment ben ik begonnen met verzamelen van plaatjes om zelf visuals te maken. Plaatjes die ik had uitgekozen die plakte ik op een papier. Die knipte ik netjes uit. En die ging ik dan lamineren en zo heb ik allerlei verschillende groottes aan visuals in verschillende doosjes. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt om dat te maken, want ik heb er genoeg. Maar ik ben niet gestopt met het verzamelen van al die afbeeldingen! Plaatjes ..ehm.. foto's uit tijdschriften. En dan met name aansprekende kleurrijke afbeeldingen. Ook heel veel natuurfoto's, want in de natuur vind je heel veel metaforen.
Ja, en wat doe ik dan met al die plaatjes? Ja, ik knip ze dus uit. En dan orden ik ze in hele kleine plaatjes en dan iets groter en nog groter. Tot A4 formaat, want dat is ongeveer de grootste afbeelding die prettig is om mee te werken. En die bewaar ik allemaal. Ik heb hier verschillende dozen staan. Een soort laatjes zijn dat waar allemaal verschillende plaatjes in zitten. En ik heb hier nog een hele bak waar een heleboel in ligt die ik nog moet ordenen.
Met die plaatjes heb ik al heel wat collages gemaakt, op hele grote vellen papier. En hier in de praktijkruimte staan een paar kasten, een paar kledingkasten en daar zitten ja, totaal zo’n acht langwerpige collages op. Met allemaal een bepaald thema die ik daarvoor gekozen heb. Dat vond ik zó leuk om te maken.
En ik heb hier ook één hele grote hangen met allerlei insecten en spinnen. Zo'n grote plaat heb ik ook gemaakt voor beide zoons, want die houden heel erg van het determineren van insecten en spinnen. Ook zo'n grote collage hebben ze van mij gekregen en die hangen in hun huis.
Ik heb al heel veel plaatjes dus nu. Heel veel afbeeldingen die gebruikt kunnen worden als visuals of die je kunt gebruiken dus voor die collages maken. En ik heb er al heel veel en toch kan ik niet stoppen met dat verzamelen van die plaatjes! Want elke foto in een tijdschrift die iets vertelt of waar een boodschap in zit of waar een metafoor aan te hangen is, ja, die ik juist ook mooi vind of juist heel lelijk of misschien zelfs eng, ja, die vind ik de moeite waard om te bewaren. En dat bewaren doe ik dus al héél lang.
In 2014 heb ik er op een andere manier gebruik van gemaakt. Ik ben namelijk toen begonnen met 100 dagen schrijven. Elke dag een stukje schrijven. Dat heb ik gedaan in een, in een schrift, ik heb eerst een schrift gekozen waarin ik dat wilde doen. Een A5-schrift met een vilten omslag, hele kleurrijke omslag. En dat schrift komt dan weer van een viltkunstenares uit Vlissingen. Die heb ik gekocht toen in de vakantie - 2014 hebben we het over. En mijn bedoeling was om elke dag daar een stukje in te schrijven. Het bijzondere is dat het hele schrift precies 100 dagen, heb ik daarin kunnen schrijven! Het zijn dus precies 100 bladzijden. Maar dat heb ik gedaan steeds naar aanleiding van plaatjes.
Ik koos elke dag een plaatje, want toen had ik al een hele verzameling. En die plakte ik dan in aan de linkerkant en dan ging ik aan de rechterkant schrijven. Eén bladzijde lang. Niet langer. Als die bladzijde vol was dan stopte ik. En die afbeelding was dan de ingang waar ik over ging schrijven. En de ene keer was dat precies waar de tekst over ging. Dus de ene keer schreef ik over precies dat plaatje. En de andere keer ging mijn pen een hele andere kant op. En dat maakte niet uit, want het ging over het ja, het vrij schrijven. Creatief schrijven. Daar was ik dus toen al mee bezig. Als ik begon met kleine letters, dan kon ik heel veel tekst erop kwijt, op die bladzijde. Maar begon ik met grote letters, dan werd het een kortere tekst.
En een paar van die dagen, die wil ik nu met je delen in deze podcast. Omdat het elke keer naar aanleiding van zo'n visual was. Nou, de schrijfgong…
Dan begin ik met dag 2. Dit is geschreven in juli 2014. Ik had gekozen voor een afbeelding, dat zijn allemaal ..ehm.. knoesten in hout. En dat is helemaal blauw geschilderd of de fotograaf heeft het zo bewerkt dat het blauw werd, dat weet ik niet. Maar het zijn hele mooie vormen. Het zijn vormen zonder dat je direct ziet wat het is. En dat was de aanleiding waar ik dan over ging schrijven:
Als kind van een jaar af 12 wilde ik alleen boeken lezen met dingen erin die echt kunnen gebeuren. De realiteit. De werkelijkheid. En tekenen deed ik nauwelijks, want dat leek dan nergens op, want ik kon de werkelijkheid niet op papier zetten. Pas veel later ging ik fantasy lezen. Hoewel, 'Kruistocht in spijkerbroek' was natuurlijk wel fantasy, maar waarschijnlijk vond ik dat verhaal realistisch genoeg om het te lezen. Ik heb het al een keer eerder verteld; 'Kruistocht in spijkerbroek' was één van mijn eerste boeken die ik kreeg die ik serieus ging lezen. Misschien is het gekomen door het lezen van fantasy dat ik nu ook durf te tekenen! Tekenen van vormen. Abstract, grillig. En eigenlijk stelt het niets voor en is het wel steeds één geheel. En vooral felle kleuren, vol op! Van tevoren weet ik wat het gaat worden. En steeds weer ben ik dan zelf verrast (ha) van het resultaat. Het gaat dan ook niet om esthetische vormen, om schoonheid, het gaat niet om werkelijkheid. Hoewel elke vorm en elke kleur al bestaat. En ook elke combinatie bestaat al. Dus hoe werkelijk wil je het hebben? En ik zou de hele dag wel willen tekenen, plakken, kleuren, kneden, vormen en af en toe schrijven. Net als een kunstenaar. Het is jammer dat ik tussendoor moet werken.
En dan: dag 7. De afbeelding daarvan is een hele kast met allemaal kleine laatjes erin waar van alles in kan. En dan begin ik de tekst met: het schrijven zelf is al heerlijk. Vooral in een mooi, leeg schrift dat langzaam gevuld wordt én met een fijne pen. Schrijven is eigenlijk slow denken. Net zoals je nu slow cooking hebt en slow food. Als je de dingen wilt opschrijven, moet je denken niet te snel gaan, anders ben je het kwijt wat je wilde schrijven. Praten is veel sneller. Je kunt ook makkelijker iets opnieuw zeggen. Herhalen, verbeteren of toevoegen of ontkennen. Bij schrijven staan de woorden ineens zwart op wit op papier. Ja op wit, afhankelijk of je wit papier hebt of crème papier of gekleurd papier. Dat maakt natuurlijk niet uit. En ook, het kan zijn dat ik een hele andere kleur pen gebruik. Het staat er op dat papier en dat blijft er staan. Ja, behalve als je dan het uitscheurt en weggooit of als je het schrift weggooit.
Dag 10. De afbeelding is een distel. Een hele mooie blauwe distel die je in de duinen tegenkomt. Wat is er mooier dan een uitgebloeide distel in de blauwe lucht? Ik zou het niet zo weten, want een bloeiende distel in de blauwe lucht valt nauwelijks op. Het is de stekeligheid en tegelijkertijd de breekbaarheid, als stro. De vergane glorie van een trotse bloem. Een stoere zee/duin bloem die bestand is tegen het zilte water en de harde zeewind. En ja, ik heb iets met uitgebloeide bloemen. De vergankelijkheid van het leven. De eindigheid. En de oneindigheid. Want in die uitgebloeide bloem, zie je de zaadknoppen al zitten. Klaar voor een hele rits nieuwe bloemen. Nu nog stevig ingepakt om een hele winter te kunnen overbruggen. Elk jaar weer opnieuw. Het is gewoon en tegelijk wonderschoon en wonderbaarlijk voor wie er oog voor heeft.
En dan dag 12. De afbeelding is een plaatje met hele oude boeken op een ook heel verweerde oude tafel. En wat ik toen schreef: welke schrijfstijl spreekt mij aan, vind ik prettig in een boek? Bij een zelfhulpboek vind ik het fijn als ik als lezer rechtstreeks aangesproken wordt door de schrijver. Dat die als het ware met je meedenkt en voor mij denkt. Zodat ik het niet zelf hoef te bedenken. Bij een roman, een fictieboek, vind ik het fijn dat er beschreven wordt wat er gebeurt. Zonder al te veel zware beelden. Ik wil me niet volledig voor kunnen stellen hoe een situatie is. Want zonder dat beeld en die geluiden en de geuren kan ik afstand houden en toch helemaal op gaan in het verhaal. Kan ik wel helemaal meegenomen worden. Dat wil zeggen, dat ik kan meevoelen zonder de emotie zélf te ervar...
Wed, 30 Sep 2026 - 18min - 231 - 11 Wie wil ik zijn?
Een filosofische vraag waar ik het antwoord op probeer te vinden.
(afbeelding in de studio gemaakt, door Han Koopman)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 12, aflevering 11: Wie wil ik zijn?
Je zult het wel horen aan mijn stem; ik ben zwaar verkouden. En dat vind ik helemaal niet leuk! Het rare is sinds ik in 2006 uit gevallen ben, ben ik heel lang niet verkouden geweest. Ik werkte ook niet in het onderwijs, want in het onderwijs word je continu besmet door kinderen, dat je verkouden wordt. Dus dat had ik regelmatig. Maar toen dus járen niet! Tot 2021, kreeg ik corona, echte corona dus, de variant die er op dat moment was. En vanaf die tijd ben ik regelmatig weer verkouden. Alsof m'n hele weerstand weer anders is geworden. En dat je dan dus steeds vatbaarder bent. Erg balen, want dan kan ik gewoon een paar dagen heel weinig doen. Terwijl ik zo veel wil doen. Er zit nog zo veel in mijn hoofd en er zijn zoveel dingen waarvan ik vind dat ik die moet doen! Nou ja, 'moeten' zit niet echt in mijn vocabulaire. Die ik wíl doen, maar die ik op dit moment dus écht niet kan uitvoeren.
Maar even terug weer naar de titel van deze aflevering. 'Wie wil ik zijn?' Dat komt naar aanleiding van de tekst, een korte regel: 'ik ben geworden wie ik wil zijn'.
'Ik ben geworden wie ik wil zijn', deze titel heb ik al weken in mijn hoofd. En daar wilde ik ook al eerder over vertellen, maar had dat nog niet gedaan. Dat doe ik dus bij deze. En dat komt ook naar aanleiding van de tekst die ik heb gelezen van Bert Sloots. Van Even Epibreren. En die wil ik even voorlezen.
In retraite.
Terug naar waar je vandaan komt
terug naar je kern
steeds rustiger in de stilte
naar wie je écht bent.
Terug in je binnenste.
bij het buitenste vandaan
kijk je in de spiegel
wie daar nu eigenlijk staat.
Even los van het bekende
kom je jezelf tegemoet
en ga je met wie je hebt gevonden
weer ergens naartoe.
Ja, en dan die titel, die ik net al noemde, ben ik geworden wie ik wil zijn? Het is zo'n filosofische vraag die niet zomaar is te beantwoorden. En ik vraag me af of ik er eerder wel eens over nagedacht heb, wie ik wil zijn. Ik kan daar niet eens direct antwoord op geven. Voor 2006 stond ik er sowieso nooit bij stil en na 2006 was ik wel zoekend, maar ik had helemaal geen doel voor ogen op dat moment. Hoe en wat ik wilde zijn.
Bij mijn afscheid op school, dat was in de zomer 2008, gaf ik aan -naar aanleiding van een lied van Bløf- ik ben bijna waar ik zijn moet. En dan geen 'moeten', maar 'willen'! Ik ben bijna waar ik zijn wil. Alleen, ook toen wist ik niet precies waar dat was! En dat grote schilderij van de Vuurvogel, de man die op het vliegend tapijt ergens naartoe gaat en nog niet eens weet waar die gaat landen, hij is op weg. Ben ik dan nog steeds op weg!? Als je nieuwsgierig bent naar dat verhaal over dat schilderij, ik heb daar eerder over gesproken in deze podcast. Dat is seizoen 2, aflevering 2: ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’ Daar ga ik uitgebreid in op dat schilderij en wat dat allemaal met me heeft gedaan.
Maar die man op dat tapijt is op weg. En ben ik dan nog steeds op weg? Ben ik nog niet geland? Ben ik nog niet degene die ik wil zijn? Want steeds weer komt dat natuurlijk weer naar boven hè! Wie ik wil zijn.
Wat voor mens wil ik zijn? Leven met andere mensen in gelijkwaardigheid. Dat is een utopie. Want ik leef in een omgeving vol van luxe en mogelijkheden. Mijn levensstandaard is hoog. Zelfs als ik op de camping ben in zo'n hele kleine caravan. Ook dan blijft die levensstandaard hoog. En toch komt steeds de vraag naar boven of ik in gelijkwaardigheid leef met mijn medemensen. Maar even terug naar de kern dan: wie zie ik als ik in de spiegel kijk? Nou, dan zie ik een vrouw met kort haar, een bril, een kleine neus, hier en daar een rimpel, blauwe ogen. Maar dat is uiterlijk. Wat zie ik als ik mijzelf in de ogen kijk? Écht kijk! Nou ja, op dit moment als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een gezicht met een beetje waterige ogen en zo, door die verkoudheid. Maar meestal, als ik mezelf écht in de ogen kijk, dan zie ik iemand die tevreden is. Dan ben ik tevreden met wie ik ben.
En is dat het doel van het leven?! Tevreden zijn met alles wat er op dit moment is? Omdat er geen pijn is. Weinig zorgen. En ook dat er geen zorgen zijn waar ik me op dit moment zorgen over zou moeten maken. Hoewel, er zijn meerdere mensen in mijn omgeving die ziek zijn. Zelfs een paar die ernstig ziek zijn. Daar kan ik me wel af en toe zorgen om maken. Maar deze mensen hebben allemaal ook hun eigen proces, net zoals ik mijn eigen proces ga.
En wie ben ik? Wie wil ik zijn? Want dat is de titel van deze aflevering. Als ik niet meer op weg ben naar wie ik wil zijn, welke doelen kan ik dan stellen? En zijn er dan nog doelen nodig? Of zijn die doelen er alleen om de tijd te vullen? ..Ehm.. een zinvolle tijdsbesteding? Wat wordt er van mij verwacht? En dat is een beetje een verkeerde vraag, want ik ben op zoek naar wie ik ben en niet op zoek naar wat anderen van mij willen.
Hoe wil ik mijn tijd besteden in relatie tot wie ik wil zijn. Misschien is dat wel de vraag. Wil ik van betekenis zijn voor andere mensen? Zonder ego? Als dat mogelijk is? Tot hoever wil ik iets voor anderen betekenen? Of mag ik volledig voor mezelf kiezen? En van daaruit, vanzelf naar boven laten komen wat dat voor anderen zou kunnen betekenen. Is dat wat het zo moeilijk voor mij maakt om groots te gaan creëren? Om ..ehm.. kunstwerken te gaan maken. Met papier en verf en kleur en lijm, naald en draad. Zonder verder doel dan alleen de creatie vanzelf te laten gebeuren. Durf ik dat niet te doen, omdat het voor niemand in mijn omgeving nodig is dat ik dat ga doen? Waarom durf ik dat dan nu wel hier uit te spreken? Ik heb het er wel vaker over gehad. En waarom ga ik het niet uitvoeren? Wat houdt me tegen? Ja, dan heb ik altijd nog weer de redenen van: eerst nog dit en nog dat... Zoals boeken verkopen. En dat is de opgave die Roel, die mijn man, mij steeds weer aan mij oplegt. En dat weet ik zelf ook wel, maar marketing is minder aan mij besteed. Terwijl ik weet dat het wel nodig is. En toch hoef ik er niet steeds op gewezen te worden. Maar kan het niet gewoon tegelijkertijd? En creëren én zorgen voor die PR?
Afgelopen dagen heb ik door die zware verkoudheid best veel gelezen. Is dat lezen dan wel een zinvolle tijdsbesteding? De laatste jaren lees ik voornamelijk alleen in de zomervakantie. Terwijl ik vroeger altijd aan het lezen was. 's Morgens vroeg en 's avonds laat in bed. En ik stond zelfs wel eens vroeger op om lang te kunnen lezen! Ik weet nog als klein kind, dat vond ik geweldig! Heel vroeg opstaan of eigenlijk wel in bed blijven, maar wakker zijn, en dan meteen lezen en dan al een uur of zo helemaal in zo'n verhaal zitten en dan pas opstaan. Ook gewoon als ik naar school moest daarna. Maar waarom blijf ik niet lezen als ik dan thuis ben? Waarom is dat nu alleen maar voorbehouden aan vakantie? Tegenwoordig, 's avonds na het eten, dan ben ik aan het tekenen. Of aan het kleuren. En dan heb ik zelf een eigen tekening gemaakt, die ben ik dan weer zelf aan het inkleuren. Of ik ben aan het haken. Aan het puzzelen. Maar ik kan dat natuurlijk ook afwisselen met af en toe lezen. Wat gek dat ik dat dan helemaal niet doe! Of moet ik dan gewoon even een interessant boek hebben wat ik elke keer wil terugpakken. Dat zou het kunnen zijn ook.
Maar ja, zo ben ik dus heel veel woorden weer verder en vind nog geen antwoord op de vraag of ik ben geworden wie ik wil zijn. Ik zou er zelfs wel een heel boek over kunnen schrijven (ha!). Dat wil ik dan ook wel gaan doen, maar hoe dan!? 'Eerst de andere boeken verkopen', zegt Roel. En dat trek ik me dan toch weer aan. Ga ik mijn eigen weg volgen? Wil ik blijven schrijven? Wil ik blijven creëren en dat met woorden doen? Omdat het schrijven zélf al zo zinvol is voor mij. Ook al geef ik nog steeds geen antwoord op mijn zelf gestelde vraag. Dat merk je wel (ha!).
Is het een vraag die vraagt naar de essentie van het bestaan? De zin van het leven. Volgens mij heb ik daar wel eens eerder ook over verteld. Maar moet er een ‘zin van het leven’ zijn om zinvol en voluit te leven? En leef ik voluit? Of leef ik met de handrem erop? Daar lijkt het namelijk op, op dit moment. Wat beperkt mij dan? Wat houdt mij tegen om wat te doen?! De vraag of ik geworden ben wie ik wilde zijn, is bij deze dus nog steeds (ha) niet beantwoord, omdat ik nog helemaal niet precies weet wie ik wil zijn!
En zolang ik daar de woorden niet voor heb gevonden, weet ik geen antwoord of ik het ook ben geworden! Ja, en dan zie ik dat schilderij weer voor me, van die man op dat vliegende tapijt en ik ben nog steeds op reis. Ik ben nog steeds op weg! En zal ik dan blijven reizen, omdat ik nog niet precies weet waar ik wil landen?! Ja, misschien is het dat wel.
Ik denk dat ik hier nog uren over na kan denken, over wie ik wil zijn, maar misschien heb ik over een paar uur ook nog geen antwoord. Dus ik laat het bij deze. Dat is niet zo'n hele lange aflevering geworden. En als jij wél precies al weet wie jij bent, laat je het mij dan weten? Want dan kan ik daar misschien iets mee. Daar kan ik dan weer inspiratie uit halen van: oh ja, zo kun je dat ook zien.
Dit was seizoen 12, aflevering 11: 'Wie wil ik zijn?' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne - ietwat met een verkouden stem en ik hoop dat dat volgende week gewoon weer helemaal over is. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 23 Sep 2026 - 11min - 230 - 10 Even niet meedoen
Soms is het goed om te besluiten dat ik niet mee ga doen.
(eigen afbeelding)
Volledig transcript volgt nog:
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik krijg wel eens de vraag: hoe kom je aan al die onderwerpen voor je podcast? Ja..., ik heb een hele tijd geleden al een lijst gemaakt met allerlei onderwerpen. En de meeste onderwerpen staan er nog op, want meestal maak ik een aflevering met een thema dat op dat moment voor mij heel actueel is of recent is gebeurd. En zo ook deze aflevering. Dit is vorige week gebeurd, het is nu dat ik deze aflevering maak, 15 september en vorige week liep ik hier tegenaan. Dit is seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen.
Ja, beschadigde evenwichtsorganen, je kunt er écht wel last van hebben. Ik had last van een koortslip en een paar nachten had ik ook niet goed geslapen. Ik had ook veel hitte-buien. En die kwamen om de haverklap en de tinnitus, die was loeihard. Dat had ik in eerste instantie niet eens in de gaten. Maar in een van die doorwaakte en doorweekte nachten, viel het me op! De tinnitus, hield die mij weer uit de slaap? Want ik lag niet te malen of te piekeren. Dus dat kon het helemaal niet zijn! Zou het dan toch veel te luide geluid zijn dat mij zelf uit de slaap houdt?
Op woensdagochtend had ik mijn sporttas ingepakt en de les begint dan, de sportles waar ik aan meedoe, begint om kwart over 10. Meestal ga ik dan om half 10 of zo naar de sportschool. En nu was het iets later. Want ik was ja, druk aan het opruimen in mijn praktijkruimte, dus ik was de hele ochtend al in touw. En ik vergat een beetje de tijd. En om kwart voor 10 ging ik pas weg en onderweg voelde ik al dat ik niet zo stevig liep. Het voelt dan alsof ik een beetje zweef. En de avond ervoor had ik al een ja, iets van een korte draaiduizeligheid gehad, gelukkig zat ik wel in de stoel dus er gebeurde verder niets, maar dat voelde ik wel heel even. Maar dat was kort dus ik heb er verder niet bij stil gestaan. Maar afijn, tijdens dat lopen ging het moeizaam. En ik moest goed opletten dat ik recht liep en dat ik niet tegen de lantaarnpaal op liep.
Op de sportschool ben ik zoals gewoonlijk op de cross-trainer gaan staan. Daar begin ik altijd eerst mee, voordat de les begint. En toch voelde ik al dat het heel anders is dan andere dagen, anders was. Het was natuurlijk vorige week. Ik ben naar de trainer gegaan en hij keek me al ietwat bezorgd aan. En toen ik zei dat ik me niet helemaal prettig voelde, zei hij al: 'ja, dat zie ik aan je ogen.' En ik gaf aan dat ik wel mee ging doen met de les, maar dat ik misschien halverwege toch zou stoppen als het niet zou gaan.
Terwijl we stonden te wachten, voordat de les begon, met de hele groep samen, vroeg een medesportgenoot aan mij: 'hoe gaat het met je?' En ik zei al: 'ja ..ehm.. niet zo goed.' 'Ja, ik zie het aan je ogen,' zei ze toen terug. En ik vertelde ook een beetje over de instabiliteit en toen vroeg zij van: 'kan dat dan door de verandering van de luchtdruk komen?' En dat zou wel eens kunnen kloppen. Sinds ik Ménière heb, ben ik extra gevoelig voor al die weersveranderingen. Vooral die weersveranderingen die ja, grote veranderingen. En waarom bedenk ik dat dan niet zelf?!
Zo stonden we nog een tijdje te praten en toen zei ze ook: 'nou luister goed naar je lichaam'. En toen besloot ik: ik ga naar huis. Ik ga níet meedoen met de les. Dat heb ik tegen te trainer gezegd. En ik ben naar huis gegaan. Ik ben mij eerst gaan aankleden. Rustig de trap af. Ik kwam beneden en ze stonden al verbaasd bij de receptie dat ik al naar huis ging. Van 'hè, je hebt nu toch nog de les?' Dus ik vertelde dat ik me niet zo lekker voelde en dat ik dus naar huis ging. Toen wilden ze me niet zomaar laten gaan. Moest er niet iemand even meelopen? Of was het niet een idee om even te vragen of iemand mij naar huis kon brengen met de auto? Ja, misschien was dat toch wel een slim idee. Toen heb ik gevraagd... ik kan mijn man even bellen, maar ik heb nooit de mobiele telefoon mee, dus ik kreeg de telefoon van hun en ik heb gevraagd aan hem van: 'wil je mij tegemoet komen lopen?' Dan kom ik gewoon wel lopend naar huis en dan kon hij naar mij toe komen lopen. En eenmaal buiten in de koele lucht, toen voelde ik me gelukkig wel weer wat prettiger. En halverwege was mijn man dan bij me en zijn we hand in hand verder naar huis gelopen.
Na een tijdje rustig zitten, ik heb even geen koffiegedronken, ik kon nog niet lezen, dat lukte niet echt. Maar na een tijdje rustig zitten, ben ik gaan douchen. Heel rustig aan. En na de lunch ben ik op de bank gaan liggen en vervolgens heb ik de héle middag liggen slapen. Na het avondeten ben ik niet zo laat naar bed gegaan en heb ik weer de hele nacht geslapen! En dat was dus hard nodig! Waarschijnlijk was ik zó vermoeid dat ik dat niet eens in de gaten had dat het moeheid was. En dat het slapen mij ontzettend geholpen heeft. Want de volgende dagen die gingen weer goed. Ik kon weer fietsen. Ik ben op vrijdagochtend naar de yogales geweest. Daar zijn allerlei balansoefeningen bij en zelfs dat ging goed! Want dat heb ik ook als ik zo'n wiebeldag heb gehad, dat dan even daarna, de dagen daarna, al die balansoefeningen best moeilijk zijn. En dat was in dit geval niet zo.
Is zo'n wiebeldag, zo'n even-niet-dag, is dat nou het gevolg van de Ménière? En heeft dus dan toch echt die luchtdrukverandering daar invloed op? Of is er iets heel anders in mijn lijf aan de hand, wat ik helemaal niet weet? Maar in ieder geval is een van de functies van de evenwichtsorganen en van het hele evenwicht, dat is autonome beïnvloeding. Het reguleert de hartslagfrequentie. Het reguleert de bloeddruk en de ademhaling. In 'Evenwicht in uitvoering', in dat boek daar heb ik een heel hoofdstuk over geschreven, over die autonome beïnvloeding.
Hoeveel invloed hebben de evenwichtsorganen hierop? Op die regulatie? De regulatie van die hartslag en bloeddruk en ademhaling? En welke gevolgen zijn er als die evenwichtsorganen dan niet meer helemaal goed werken? Wordt de hartslag en de bloeddruk en de ademhaling dan toch echt anders? Gaat dat niet meer helemaal zoals het bij gezonde evenwichtsorganen gaat? En zorgt dat ook voor die klachten van die hitte-buien? Dus de temperatuur in mijn lichaam, dat dat toch niet helemaal goed gereguleerd wordt. En zorgt dat dus ook voor die instabiliteit? Ik heb daar geen antwoord op gevonden. Toen niet en nu nog steeds niet! Volgens mij is er ook nauwelijks onderzoek naar gedaan, naar wat de gevolgen zijn als die evenwichtsorganen dus niet meer goed werken. Vooralsnog is het goed luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft, het serieus nemen heel belangrijk en dan ook af en toe de keuze maken: ik doe even niet mee!
Dit was weer een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit was seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 16 Sep 2026 - 08min - 229 - 9 Praten, zeggen, vertellen
Er zijn verschillende woorden voor praten. Ook in gebaren. Hoe zit dat met luisteren?
(afb handvorm voor praten- website Nederlands Gebarencentrum)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen.
Vroeger had ik nooit gedacht dat ik spreker zou worden. Ik wist niet eens dat het woord spreker bestond en dat het een soort beroep zou kunnen zijn. Daar ben ik pas veel later achter gekomen. Deze aflevering gaat over dat ik aan het spreken ben, maar meer over de woorden die allemaal te vinden zijn rondom het woord 'praten'. En hoe ben ik daar dan aan gekomen om daar een hele aflevering over te maken?
Tijdens de gebarenoefengroep was het thema: werkwoorden. Zo zocht ik de gebaren op voor praten, zeggen en spreken. En sindsdien is het online gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum gratis en daar staan de gebaren dan met een filmpje. Dan zie je hoe het gebaar en ook de beweging gemaakt moet worden. En onder dat filmpje staat de handvorm, de vorm van hoe je je hand moet houden. En daaronder vind je gebaren die een link hebben met het woord dat je hebt opgezocht. Bijvoorbeeld het woord praten. Het gebaar voor praten, dat is met de handvorm 'open snavel'. Nou, je kunt met je hand een open snavel maken en in het filmpje zie je dat de snavel een paar keer open en dicht gaat. En dat je dat doet ter hoogte ongeveer van je mond.
Onder dat filmpje staan er gebaren voor: door elkaar praten, niet over willen praten en spreken. En dan kun je ook daar weer de filmpjes van vinden. En bij spreken staan de woorden erbij van: bespreken en overleggen. Daar zijn aparte gebaren voor.
Als je dan verder gaat zoeken, dan zijn er ook gebaren voor: roepen, zeggen, schreeuwen en gillen, waarschuwen, vragen, antwoorden en zelfs de woorden uitleggen, verklaren, motiveren, vertellen, beargumenteren. Die hebben allemaal een eigen gebaar. En de meeste gebaren die worden dan vanaf mondhoogte gemaakt. Zo ook het gebaar voor toespraak, dat doe je ook vanaf je mond.
Vergaderen is een gebaar op borsthoogte. Dat is wel weer een beetje gek, want vergaderen doe je toch vaak met gesproken woorden. Dus dan wordt juist heel veel gepraat. Tenzij natuurlijk alle deelnemers doof zijn en Nederlandse gebarentaal de voertaal is. Maar meestal is vergaderen toch met gesproken woorden!
En opvallend is dat voor babbelen, kletsen en fluisteren, dat daar ook gebaren voor zijn. Maar er zijn zelfs twee gebaren voor! Ééntje voor als je babbelt in gebarentaal en hoe je babbelt in gesproken taal, daar is ook een gebaar voor. En zo is het ook voor kletsen en fluisteren. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, dat fluisteren dus ook echt twee verschillende gebaren heeft. Als je dat in gebarentaal doet is het een ander gebaar dan wanneer je met gesproken woorden aan het fluisteren bent en daar een gebaar over maakt.
En verder is er een gebaar voor communiceren en communicatie. Dat is hetzelfde gebaar. En dat wordt ook vaak gebruikt. Communiceren is natuurlijk veel breder dan alleen praten, want communiceren is natuurlijk ook mailen, dat is bellen, dat is WhatsAppen, op allerlei manieren. Terwijl het gebaar van communiceren toch weer ook vanuit de mond gebeurt. Het is een grote open C-hand, 2 C-handen en daarmee beweeg je heen en weer. Dat is het gebaar voor communiceren.
Maar in de Nederlandse taal hebben we nog meer woorden voor een manier van praten. Zoals ..ehm.. kwebbelen, ratelen, kakelen, klessebessen, murmelen. En daar zijn geen speciale gebaren voor. Laat maar praten, dan weer wel. En ook roddelen en liegen. Dat kun je in gebaren laten zien.
En dat zijn allemaal woorden die ik net genoemd heb, die we kunnen uitspreken. En dat doen we met onze mond en met onze stem! En wat ik dan vreemd vind is dat er zo veel praat-woorden ook in gebaren zijn. En dat die gebaren dan ook zelfs vanuit de mond of ter hoogte van de mond worden uitgevoerd. Terwijl de gebaren er oorspronkelijk zijn voor mensen die doof zijn en voor wie de spraak niet logisch is. Zij horen zichzelf niet praten. Ze horen ook anderen niet praten. En ze weten niet eens hoe gesproken woorden klinken. En dan heb ik het over mensen die dan ook echt nou bijna volledig doof zijn. Die gebruiken de Nederlandse gebarentaal, NGT.
In de periode dat kinderen doof geboren werden, en wél moesten leren praten, maar geen gebaren mochten maken, kregen ze heel veel logopedie. Zo leerden ze zich verstaanbaar maken. Zonder dat ze het zelf konden horen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave om dat te kunnen. En toch ken ik mensen die dat hebben geleerd en die ik goed kan verstaan. Andersom verstaan ze mij niet en zijn ze dus volledig aangewezen op spraakafzien. Dus ik moet ze altijd aankijken als ik iets zeg. Ik kan nooit iets tegen ze zeggen terwijl ze met hun rug naar me toe staan, want daar horen ze niks van. En gelukkig kan ik tegenwoordig mijn spraak ondersteunen met gebaren.
Maar, kan het zijn dat die veelheid aan gebaren rondom dat woord 'praten' uit de tijd komt dat er wel weer gebaren gemaakt mochten worden, maar het doven-onderwijs nog erg onder invloed stond van het alleen leren praten met stem. Het is sowieso vreemd dat er een hele periode is geweest dat mensen die doof geboren waren, dat ze geen gebaren mochten maken en toch allemaal moesten leren praten. Dus dat praten was toch altijd nog heel belangrijk! Ook al konden ze er zelf niets van horen.
En dan iets anders. Een tegenstelling eigenlijk van praten. Voor het luisteren zijn er weinig andere woorden in onze taal. Er zijn wel verschillende manieren van luisteren. Je kunt selectief luisteren, professioneel luisteren, begrijpend, technisch of actief luisteren, empathisch luisteren. Er zijn zelfs 3 niveaus van luisteren: Intern, gericht en globaal luisteren.
En andere woorden voor luisteren zijn: horen, aanhoren, opletten, beluisteren of doen alsof je luistert. Doen alsof je luistert, dat is Oost-Indisch doof. Dat is echt wel een andere term, maar dat is eigenlijk een soort uitdrukking. En Oost-Indisch doof, dan doe je alsof je iemand niet hoort, omdat je geen zin hebt om te luisteren. Maar dat is een beetje een ouderwetse uitdrukking en die stamt vanuit het begin van de 19e eeuw. Dat is de tijd van Nederlands- Indië, volgens het Genootschap Onze Taal.
Het zijn allemaal vormen van luisteren zonder dat er andere aparte woorden voor zijn gemaakt. Dat is toch gek! En in gebarentaal worden gebaren voor horen en luisteren vanaf het oor gedaan, ook wel heel logisch dan. En zo zijn er ook gebaren voor: niet-luisteren en het ene oor in en het andere uit. Maar meer heb ik niet kunnen vinden. Of ja, nog eentje dan. Erbij horen. Maar ja, dat heeft weer helemaal niets met horen met je oren te maken.
En dat er weinig gebaren voor luisteren zijn, dat vind ik dan weer niet zo raar. Mensen die doof zijn kunnen niet horen, dus waarom zou je er verschillende gebaren voor moeten hebben?! Maar dat er dan in de Nederlandse taal ook weinig andere woorden zijn in plaats van luisteren en allerlei vormen van luisteren, ja, dat valt mij op! Alsof het luisteren veel minder belangrijk is dan praten! Voor praten zijn er héél veel andere woorden, heb ik net allemaal verteld. En voor luisteren is dat er helemaal niet! Tenminste, ik heb ze niet gevonden. Als jij ze wel weet? Laat het me dan weten.
En dan podcast, ja dat is hét medium waar gepraat wordt. Waar iets gezegd wordt of verteld. Ik spreek, ik vraag iets aan je, ik roep iets, ik leg uit, ik verklaar, ik motiveer. En soms waarschuw ik voor iets. ..ehm.. ik ratel en kwebbel en klets erop los! En jij, jij hoort mij! En als het even kan, luister je ook en begrijp je wat ik zeg. Maar meer is er niet. Is toch opmerkelijk, vind je niet?! Dit was seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen.
Een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer.
Wed, 09 Sep 2026 - 09min - 228 - 8 Opruimen
Tijdens het opruimen van flink wat spullen, kwam ik erachter dat er verschillende manieren van opruimen zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om spullen weg te doen?
(foto eigen afbeelding van spullen die ondertussen beter zijn opgeruimd)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De ene keer vertel ik over ons fysieke evenwicht en over hoe dat werkt, ons evenwicht. En de andere keer is het iets met het psychisch evenwicht waar ik zelf mee te maken heb. En de andere keer is het weer iets wat mij bezighoudt, waar ik mee bezig ben, wat ik doe. Waar ik iets bijzonders over te vertellen heb, of wat me is opgevallen. En dit is weer zo'n aflevering dat uiteindelijk zorgt het dat het mij wel weer in evenwicht brengt. Dit is seizoen 12, aflevering 8: Opruimen.
We zijn aan het opruimen, hier in huis. En met name in de garage. De garage bij ons bestaat uit twee delen. Het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. En het achterste deel dat is ja, onze opbergruimte. Ik kan het eigenlijk niet anders noemen. Daar staan een heleboel spullen in, gereedschap. Daar staat de koelkast, een extra koelkast met ook allerlei voorraden die we hebben aan eten. En zo ook een heleboel andere spullen die ik wil bewaren. Maar we krijgen daar nu een thuisbatterij. Dus die hele ruimte die moest sowieso leeg.
En toen hebben we bedacht, als we hem even helemaal leeg maken, dan kunnen we er een nieuwe vloer in leggen en ook behang. We hebben het plafond ook helemaal gewit. En alles is eruit! En ondertussen staan er nieuwe kasten in. Kasten met allemaal deurtjes, want we hadden allemaal planken staan, waar allemaal kratten op staan. Dat zie je dus de hele tijd. Dan zie je wel wat er is, want er staat op die kratten wat erin zit. Alleen, bij elkaar wordt het toch wel een rommeltje. Nou mag dat ook wel, want het is die garage. En toch wilden we dat opgeruimd hebben. Daar zijn we dus flink mee bezig. Een heleboel staat buiten bij ons onder de koof, dus het staat droog. Het is ook niet erg als het regent. En ondertussen staan de nieuwe kasten in dat deel van de garage.
We wachten nog op de thuisbatterij. Als die eenmaal geplaatst is, dan kunnen we ook alles in de kasten weer netjes opruimen. Er moeten ook nog wat extra planken in de kasten. Daar wachten we nog op, op de plankdragers, die zijn nog nodig. Zodat we al die spullen die daar stonden op een losse manier, dat bij elkaar goed verzameld zijn en zo. En dat het netjes allemaal achter deuren zit. Dan zie je dat verder niet meer. Dat vinden we eigenlijk wel netjes. Het mag wel een keer!
En ik heb ook hierboven in mijn praktijkruimte, waar ik nú bezig ben, waar ik nu deze podcast opneem, daar stonden een héleboel spulletjes die ik had gekregen van een vriendin van mij, knutselspullen en zo. Want ze weet dat ik van allerlei dingen wil gaan maken en dat heeft zij voor mij verzameld. Maar dat heeft hier allemaal gestaan. En ik had wel een deel opgeruimd, maar een heel deel nog niet. Dus ook dat opruimen was ook nodig! Dus ik ben ook hier flink aan de gang gegaan. In de ruimte waar ik nu sta. En nu is er weer allemaal ruimte naast mij. Ik kan nu ook weer normaal bij het raam komen. Kan het raam opendoen, zonder dat ik over tassen en zo heen hoef te hangen.
En met dat opruimen, dacht ik ineens van: je hebt verschillende vormen van opruimen. Opruimen, bedacht ik zelf, dat is ook het ordenen. Het ordenen van dingen, voorwerpen. Bijvoorbeeld de puzzels, die wil ik dan netjes bij elkaar allemaal hebben. Ik wil de boeken netjes bij elkaar hebben. Tijdschriften, daar ligt een tijdschrift en daar en daar en dat dat weer bij elkaar komt. En dat dan ook de tijdschriften, dat ze bij elkaar horen. Dát is alles over het horen. Dát gaat ..ehm.. over een heel ander onderwerp. Dát gaat weer over een heel ander onderwerp. En daar dus, ja, nette stapeltjes van maken. Dan heb ik het ook weer goed geordend.
Een andere vorm is het verplaatsen van die spullen. Dat doe je bij ordenen natuurlijk ook al, maar als ik bedenk dat sommige dingen die ergens liggen, dat het niet zo'n handige plek is, dan verplaats ik dat naar een andere plek. Ja, is dat dan opruimen? Er ligt bijvoorbeeld iets op tafel, nou een puzzel. Er ligt een puzzel op tafel, niet gemaakt, gewoon in een doos. En die ligt daar dan in de weg, want ik wil daar andere dingetjes neerzetten. Ik wil daar mijn kopje thee kunnen neerzetten. Dan is het handig dat ik die puzzel op een andere plek ga neerleggen! Dus dan ga ik verplaatsen.
Dan nóg een andere vorm is het netjes leggen. Het kan wel eens zijn dat ik een stapel boeken heb, en dat gaat een beetje schots en scheef. Dat dat een nette stapel is. Dus het netjes leggen is ook een vorm van opruimen. Als ik bedenk wat ik dan nog meer heb... Het kan ook zijn, spullen in de kast. Dan zie ik dat allemaal dat het een beetje schots en scheef staat, dan ga ik dat toch weer netjes achter elkaar zetten. Bijvoorbeeld in de koelkast. In de koelkast heb ik verschillende potjes staan. Dat zoet bij zoet staat en dan mooi achter elkaar. En dan als het gaat om bijvoorbeeld de augurken en de uitjes dat die ook achter elkaar staan. En zo maak je het weer netjes!
Een andere vorm weer van opruimen, is dat je het ergens gaat opbergen. Dus je hebt iets, bijvoorbeeld die puzzels weer, en die puzzels die liggen dan in de weg. Die ga ik ook niet op dat moment verplaatsen naar een ander plekje in dezelfde kamer. Maar ga ik ergens anders opbergen. In een kast of in een la. En soms doe ik spullen in een doos. En dan doe ik meerdere dingen in een doos, zodat het allemaal wel bij elkaar ligt. Het kan ook af en toe in een krat. Totdat ik dat weer nodig heb of dat ik het weer ergens anders naartoe kan brengen.
We kunnen ook opbergen hier in huis, sowieso natuurlijk in de kasten. Maar ook achter schotten. We hebben verschillende schotten hier. Een beetje onder het schuine dak zit dat dan. We hebben hier een schot, daar zit al het speelgoed van de kinderen nog achter. En bij ons op de slaapkamer hebben we een schot, onder het schuine dak, en daar liggen alle kampeerspullen achter. En boven op zolder, daar hebben we een héle grote ruimte, achter het schot. Daar staan alle kerstspullen. Daar staan oude foto's die we nog willen bewaren. Daar liggen de kussens ook die we nodig hebben voor de... voor de meubels buiten, als we in de zomer lekker buiten willen zitten, die zitten allemaal daarachter het schot.
En dan is die andere vorm ook van opruimen, spullen naar een andere ruimte brengen. Er zijn dus spullen in die garage, die we heel graag daar weer willen hebben of die ík daar graag weer wil hebben. Maar ik heb daar ook spullen uitgehaald die ik weer naar een andere plek hebt gebracht. Die óf naar zolder zijn gegaan óf hier naar mijn praktijkruimte, dus dan kan je ze ook naar een andere ruimte brengen, op die manier kan je ook opruimen.
Nóg een hele andere manier van opruimen is het wegdoen van spullen. En dat wegdoen dat kan zijn dat er spullen zijn die we aan de kinderen geven. Of aan familie. Dat we aan familie vragen 'heeft iemand hier nog wat aan?' Er zijn ook spullen die kunnen naar de kringloopwinkel. En er zijn spullen die we naar de stort doen. Gewoon omdat het ouderwets is. We denken dat niemand daar iets meer aan heeft, dingen die stuk zijn. Dingen die al zo verkleurd zijn, daar kan een ander ook niet zo veel aan hebben. Dus dan gaan we dat weggooien.
En dat wegdoen van spullen uit het huis, dat vind ik het allermoeilijkst. En ik heb me toen afgevraagd: waarom vind ik dat nou zo moeilijk? Mijn man zegt het ook altijd van 'de meeste spullen hier in huis die zijn van jou.' Hij is veel makkelijker in het wegdoen van spullen. Maar waarom vind ik dat dan zo moeilijk!? Voor een deel komt dat, van de spullen die emotionele waarde hebben. Waar ik herinneringen aan heb, zodat ik nog kan terugdenken. Of teruglezen. ..ehm.. brieven die ik bewaard heb. Spullen van de scouting, toen ik zelf als klein meisje kabouter was. Die spullen wil ik eigenlijk niet wegdoen! Dat zijn herinneringen, daar wil ik naar terug kunnen kijken. Zo zijn er ook nog allerlei spullen van de kinderen hier in huis, wat herinneringen zijn. Waarvan ik denk dat het ook emotionele waarde kan hebben voor de kinderen. Allebei de jongens wonen nog niet in een compleet huis. Als zij allebei in een eigen woning zitten met meer ruimte, dan gaan al die spullen ook naar hun toe. Hun eigen spullen die wij hier nog verzameld hebben. Geldt ook voor dat speelgoed wat hier nog in huis ligt, wat eigenlijk van hun is. Maar daarom vind ik 't wel moeilijk om spullen weg te doen, wegens die emotionele waarde!
En ander aspect daarvan, waarom ik het zo moeilijk vind, is dat, ik ben ook spullen aan het verzamelen. En die verzameling wil ik dan uitbreiden. Ik ga het wel eens een keer hebben over een verzameling die ik hier in huis heb, die zich heel langzaam uitbreidt en soms in.... met een heleboel dingen tegelijk. Heb ik volgens mij nog nooit eerder over gehad. Maar het is leuk, als je iets hebt, dat dat meer wordt. Bijvoorbeeld wel die puzzels ook die ik heb, af en toe wil ik ook een nieuwe puzzel kunnen maken. Niet een puzzel die ik al 2 of 3 keer heb gemaakt, dan vind ik het leuk om een nieuwe puzzel te maken. Maar daardoor breid ik natuurlijk de hele set met puzzels... dat wordt steeds meer. Eigenlijk een verzameling geworden.
Er zijn ook spullen waarbij ik dan heb van hè, die heb ik heel vaak gebruikt! Nu niet, maar ik ga het zéker nog wel weer een keer gebruiken. Dus wil ik het niet wegdoen, want het is zo bruikbaar nog. En het is nog goed. Dus waarom zou je het wegdoen? We hebben er de ruimte voor. Het ligt niet in de weg. Nou, dat kan ik gewoon nu nog bewaren, gaan we niet weggooien. Handig om nog een keer te gebruiken.
Wed, 02 Sep 2026 - 15min - 227 - 7 Lichtschijnsel
Licht in de nacht, daar schrok ik van als klein meisje. Ik kwam erachter wat het was en daarna werd het een veilig licht.
(afb van de vuurtoren Burgh Haamstede-Pexels-DiePhotoPotato)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 7: Lichtschijnsel.
En dan begin ik met een verhaal uit het boek: 'De 7 eigenschappen van effectief leiderschap' van Stephen Covey. In dat boek staat een verhaal wat is geschreven door Frank Koch:
‘Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde een wacht 'licht aan stuurboord.' 'Recht of niet', riep de kapitein? 'Recht kapitein', antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring. De kapitein riep tegen de seiner: 'Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden.' Er werd terug geseind: advies aan u, verander uw koers 20 graden. De kapitein zei: 'Sein: ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden'. 'Ik ben stuurman 2e klas', was het antwoord, 'verander uw koers 20 graden'. De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: 'Sein: dit is een oorlogsschip, verander uw koers 20 graden'. En daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren’. En wij veranderden van koers.’
Dit verhaal is een paradigmawisseling. Een paradigma is een soort referentiekader wat je hebt, een soort model, en dat verandert compleet! Op het moment dat je denkt nog steeds dat het een schip is -in dit geval bij deze kapitein- dan denk je dat die ander ook heen en weer kan gaan. Maar op het moment dat hij wist 'het is een vuurtoren', moest hij wel zelf veranderen. Dus hij had elke keer in z'n hoofd dat het een schip was! Door die omkeer, ja een vuurtoren, dan moet jij wel aan de kant.
Nou, dit verhaal gaat over vuurtorens. Gaat niet over paradigmawisselingen, maar over vuurtorens. Ik heb namelijk iets met vuurtorens. En dan niet om te beklimmen of te fotograferen. Nee, het gaat om het licht van de vuurtoren. En dat roept een beetje bijzondere gevoelens bij mij op. Dat komt, als klein meisje, ik denk dat ik een jaar of 3, 4 jaar was, gingen wij naar Renesse. In een klein vakantiehuisje. Vakantiehuisje, Renesse ligt in Zeeland, een beetje in de buurt van de zee. We gingen ook vaak naar de zee. En in dat huisje sliep ik boven in een stapelbed en dan keek ik uit door een klein raampje.
Toen we daar nog maar net waren, werd ik 's nachts wakker, en ik zag steeds licht in mijn kamer. Een beetje regelmatige lichtflitsen. Nou was ik als meisje vaak wel bang voor allerlei dingen, allerlei nieuwe dingen ook. Dingen die ik niet begreep. En ik begreep al wel dat die lichtflitsen waren niet van onweer. Maar wat dan wel? Ik vond dat raar! En ik vond het ook zo spannend dat ik toch mijn ouders wel riep. En mijn vader die kwam bij me en die vertelde dat dat het licht van de vuurtoren was. Vuurtoren... Wat was een vuurtoren?! Ik had geen enkel idee! Vuur is brand. En dat is eng.
De volgende dag zijn we naar de vuurtoren gegaan. Mijn vader wilde dat graag aan mij laten zien, want hij vond het ook helemaal niet fijn dat het mij bang maakte natuurlijk. En eenmaal dichtbij, keek ik op naar die reusachtige toren met het licht bovenin. Het was dan overdag, dus het licht kon ik niet zien. Maar mijn vader vertelde waarom dat nodig was. Het ging over ja, het was iets met schepen, scheepsroutes. En het voorkomen van het stranden van een schip. Ik begreep dat ook niet helemaal, maar ik snapte wel het belang van het licht. Die vuurtoren die liet niet voor niks zijn licht schijnen. Daarna keek ik er dus met andere ogen naar, naar dat schijnsel van dat vuurtorenlicht. Ja, we bleven daar een paar weken in dat huisje en dat werd een beetje een vertrouwd licht. Het was helemaal niets om bang voor te zijn.
En later, ik denk dat ik een jaar of 11, 12 was, gingen we naar een huisje op Terschelling. Vlakbij de Brandaris. De hele grote vuurtoren daar op dat eiland. En ook daar zag ik het licht steeds in mijn slaapkamer. Toen wist ik wat het was, dus het was helemaal niets om eng te vinden. Het voelde juist wel veilig! Het licht schijnt er om de schepen veilig te laten varen en de juiste route te laten volgen.
En een paar jaar geleden gingen we naar een huisje in Egmond aan Zee. Vanuit de slaapkamer van dat huisje, keken we naar de vuurtoren. Alweer! En ik vond het wel bijzonder, dat we alweer op een vuurtoren uit keken. Later, toen we naar Texel gingen en vaker naar Texel gingen, ook daar hebben we regelmatig de vuurtoren gezien. We gaan er ook heel vaak naartoe. Vlakbij de vuurtoren, gaan we rondom heen wandelen, gaan we naar het strand. En die vuurtoren zie je zelfs van kilometers afstand boven de duinen uit, kun je die zien. Ik denk dat ik ook meerdere keren wel het licht van de vuurtoren op Texel ook heb gezien, als we 's avonds laat nog door de duinen aan het wandelen waren.
Op de camping in Zeeland, daar kwamen we een aantal jaren geleden, kwamen we daar weer, daar zijn we vroeger ook wel geweest, maar toen is het me eigenlijk niet opgevallen. Maar toen we dus een paar jaar geleden op die camping weer kwamen, ging ik 's nachts naar het toilet en de hemel was helder en het was koel buiten. Je kon veel sterren zien. En ik zag daar steeds licht langs komen, net zo over de struiken heen. Beetje een regelmatig licht dat steeds weer te zien was. En op dat moment besefte ik: hé, dat is de vuurtoren van Westkapelle.
Elke nacht keek ik er naar uit. Dan hoopte ik ook dat het een heldere nacht zou zijn. Want dat licht, dat is dus kilometers ver te zien! En elke keer als ik dan 's nachts dat licht zag, dan doet me dat denken aan die allereerste kennismaking als klein meisje in dat stapelbed in Renesse in dat vakantiehuisje, door dat kleine raampje heen kijkend.
En dan valt me op, in mijn hele leven ben ik best vaak vuurtorens tegengekomen. En ik heb het even opgezocht. Als je dan weet dat al die vuurtorens op een andere manier licht maken. Je hebt daar die van West Schouwen. Dat is de vuurtoren in Haamstede, de allereerste die ook ooit gezien heb - die heeft 3 schitteringen per 15 seconden. En de Brandaris op Terschelling die heeft een schitterlicht om de 5 seconden. En die van Egmond aan Zee, dat is een ..ehm.. ja, heeft op een andere manier... heeft steeds 10 seconden licht en dan weer even niet, denk ik. Op een hele andere manier dan schitteringen.
Dan heb je die van Texel, Eierland. Dat is bij de Cocksdorp helemaal, maar ze noemen hem Eierland, die heeft 2 schitteringen per 10 seconden. En die bij Westkapelle, heet het Hoge Licht, die heeft een schitterlicht om de 3 seconden. En die van het Hoge Licht dat is het licht wat wij zien, want je hebt ook daar in Westkapelle het Lage Licht. Het Noorderhoofd is dat, maar die kunnen wij niet zien vanaf de camping, waar we dan steeds zitten.
En die schitteringen, ik dacht altijd dan dat die lamp dus zo draaide dat er allerlei schitteringen inzitten, maar het is andersom. Het is gewoon een vaste lamp en daarom heen zit een soort optiek. En de optiek is een soort in groepen verdeeld, die heeft een soort openingen en geen openingen en die draait er omheen! Die optiek die draait om de lamp heen en daardoor heb je steeds dat er dus een deel is waar een versterkt licht doorheen komt en bij een ander dat het dan tegengehouden wordt en dat veroorzaakt die schittering.
Dat wist ik eerst niet, als klein meisje. Ik dacht gewoon, het is één lamp. En ik denk dat het heel vroeger ook zo was. Dat het alleen maar één lamp was die altijd brandde. Maar op een gegeven moment zijn ze dan met die optieken gaan werken en dat heeft natuurlijk te maken om dan te herkennen welke vuurtoren het is. Als je langs de kust vaart en ze hebben allemaal hetzelfde licht dan weet je nog niet precies waar je bent. En aan die verschillende schitterlichten kun je dus bepalen welke vuurtoren, of eigenlijk bij welke plaats je in de buurt bent. Dus dat is wel heel handig bedacht.
Dat doet me ook denken aan het verhaal van Lampje. Lampje, dat is een boek van Annet Schaap, een kinderboek geschreven in 2017. En in 2018 kreeg dat de Woutertje Pieterse Prijs. Dat is ook bekroond met de Zilveren Griffel in 2018. Het is ook een muziekvoorstelling geweest. En in 2023 is er een vierdelige televisieserie van gemaakt, dus toen kon je de beelden er ook allemaal bij zien. En ik weet ook nog dat we die gezien hebben. Maar een klein stukje van het begin van het boek gaat dan ook speciaal over die vuurtoren. Het verhaal dus van Lampje en dat begint zo:
‘Een eiland dat nog een beetje vast zit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren. Een hoge, grijze die 's nachts zijn licht rond laat gaan over de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt. En dat grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd.
In het huis naast de toren woont de vuurtorenwachter Augustus met zijn dochter. En als het schemert, moet het licht van de vuurtoren al branden. En het meisje steekt het altijd aan. Iedere avond klimt ze de 61 treden op, maakt een roestig deurtje in de lenskap open, ontsteekt de pit, draait het mechaniek op dat de lens in het rond laat draaien, doet het deurtje dicht en klaar. Het was zwaar werk toen ze nog kleiner was. Maar nu zijn haar armen sterk geworden en haar benen klimmen makkelijk de trappen op en af, twee keer per dag. Drie...
Wed, 26 Aug 2026 - 12min - 226 - 6 Spreken en luisteren
In een groep ben ik te traag om goed mee te doen met plannen maken, oplossingen zoeken of snelle antwoorden geven. Nu pas weet ik waarom dat zo is.
(Afb Roszie-Pixabay)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht in uitvoering' en 'hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren.
Spreken dat is praten, iets zeggen. En dat doe je met je mond. Hoewel, Nederlandse gebarentaal dat is praten, spreken, met je handen! Daar gebruik je je mimiek ook bij en je lichaamshouding. Dus het is niet alleen je handen, maar er is heel veel meer bij nodig om een goed gesprek te kunnen voeren in Nederlandse gebarentaal. Maar de meeste mensen spreken, doen ze dan met hun mond.
Luisteren dat is naar iets of iemand luisteren. Dan richt je je aandacht op iets of iemand om dát of díe persoon te horen. En dat doe je dan met je oren. Hoewel, ik luister ook met mijn ogen. Jaren geleden heb ik een keer een tien-seconden-pitch moeten maken. Dat was dan naar aanleiding, omdat je als coach je kunt laten zien en ja, wat is voor jou dan bijzonder wat bij anderen anders is? Dus wat is jouw kenmerk, waar sta jij voor? En mijn tien-seconden-pitch ging dan ook: ik luister met mijn ogen, gevoel en intuïtie. En stel dan de vragen die je nodig hebt.
Ja, en dan spreken en luisteren. Dat doe je dan toch met al je zintuigen. Ik heb al die zintuigen nodig om een goed gesprek te kunnen volgen. Maar hoe kom ik er nou bij om deze podcast te maken? Het idee voor een podcast te maken over spreken en luisteren komt naar aanleiding van een artikel wat ik gelezen heb van Judith Veen met de titel: Niemand traint ze in luisteren.
En ik lees even voor wat er... een klein stukje van dat artikel: ‘We trainen mensen in spreken, in presenteren, in vergadertechnieken, in assertief communiceren. Niemand traint ze in luisteren. Luisteren is actieve verwerking. Je brein filtert achtergrondgeluid waardoor je een gesprek kunt volgen. En je brein onderdrukt afleiding en onthoudt wat je moet onthouden. Maar daardoor word je moe van dat actief luisteren. En dat komt niet door al die taken die uitgevoerd zijn, maar het voortdurend filteren. Het schakelen. Het verstaan in een ruimte vol geluid er omheen. Luisteren we eigenlijk wel?’
Nou, die vraag 'Luisteren we eigenlijk wel?' van Judith Veen, dat triggerde mij natuurlijk. Dus ik heb ook gelezen wat de reacties waren van de mensen. Eén iemand die gaf als reactie, ene Patrice, die reageerde met: 'Als slechthorende luister ik heel bewust en soms ben ik vaak zozeer bezig met luisteren, dat ik zelfs geen tijd heb om te bedenken wat ik wil zeggen. En goede of slechte akoestiek en vergaderdisciplines spelen daar ook een rol bij.' En toen ik dat las, besefte ik ineens waarom ik het altijd zo moeilijk vind om in gezelschap, samen ideeën uit te werken. En dat heb ik mijn hele leven al gehad.
Vroeger, voordat ik hoortoestellen droeg, voor 2018, maakte ik vaak gebruik van spraakafzien. Nou zeg ik dit wel, maar ik ben mijn hele leven nog aan het spraakafzien. Maar toen was het écht noodzakelijk. Het was nodig namelijk om de ander te verstaan. Dat had ik toen, helemaal in het begin, jaren geleden toen ik nog jong was, had ik dat helemaal niet zelf in de gaten. Mijn man die had het wél in de gaten. Wij leerden elkaar kennen op de pedagogische academie, en hij vond dat ik altijd zo goed op de docenten lette. Alle lessen die wij samen hadden -hij zat wel in een andere klas, maar sommige lessen waren we dan samen- en dan viel hem altijd op dat ik zó geconcentreerd oplette. En pas toen ik wist dat ik gehoorverlies had, genetisch gehoorverlies, dus mijn hele leven dat ook al heb gehad- of al heb, dat ik dan het nodig heb om spraak af te zien. Dus ik was continu bezig bij de docenten om te volgen wat het hele gezicht, wat die mond, wat zij zeiden!
En helemaal later, toen ik zelf in het onderwijs werkte -met nog meer gehoorverlies, wat ik toen ook nog niet wist- was dat spraakafzien nog harder nodig. En ik weet dan nog, als we in een werkgroep bezig waren of tijdens een vergadering, dan deed ik bijna nooit mijn mond open, omdat ik niet goed wist wat ik wilde vertellen. Tenzij ik dat natuurlijk had voorbereid op papier. Dan had ik dat voor me liggen en dan kon ik dat gebruiken om te zeggen wat ik wilde zeggen. Maar nu snap ik eindelijk, dat doordat intensieve luisteren naar de anderen, ik geen ruimte had om zelf na te denken wat ik er nu van vond. Laat staan dan ook actief meedenken om ideeën aan te brengen of oplossingen te opperen. En pas na zo'n bijeenkomst of na een vergadering, dan wist ik wat ik had kunnen zeggen. En dan kwamen er allerlei ideeën naar boven, want dat lukte pas als ik in stilte was. Omdat ik dan ruimte had om zelf erover na te denken.
En nu pas besef ik dan ook hoeveel energie het kostte om een dag voor de klas les te geven. Waarbij ik continu moest inspelen op allerlei situaties die op dat moment gebeurden. Ja, dan was het ook geen wonder dat ik altijd héél moe was na een dag lesgeven! Totdat ik dat wist, dacht ik altijd dat ik te traag was. Omdat ik niet snel kon reageren. Omdat ik niet snel een juist antwoord kon geven. En ik had ook dan steeds weer bewondering, vooral als we in groepen bezig waren, had ik steeds weer bewondering voor anderen die zomaar, en dan pijlsnel, een idee naar voren brachten. Of een gevat antwoord gaven. Of ..ehm.. dan meteen de juiste actie uitvoerden. Ik weet nu; ik was ook traag. En dat kwam dus doordat ik keihard aan het werk was om te luisteren! Waardoor mijn eigen denken stil stond! Of dus heel langzaam werkte.
En ik heb ook al ontdekt, zelfs nu met hoortoestellen, lukt het me nog steeds niet om in snelheid mee te denken als ik in een groep ben. En helemaal als we dan met die groep samen iets moeten bedenken. Als we tot een oplossing moeten komen of zo. En vooral als we dan veel heen en weer gesproken wordt.
Heel anders is dat bij een-op-een gesprekken. Want dan hoef ik me maar op één persoon te richten. Ik besef me ook heel goed, dat deze podcast luisteren, ik spreek en jij luistert, en als je dan veel gehoorverlies hebt, dan is het moeilijk om een podcast te volgen. Want er is geen beeld bij. Je kunt niet spraakafzien. En daarom heb ik ook bij elke aflevering een volledig transcript staan, zodat je kunt luisteren en meelezen tegelijk. Dat is wat ik zelf ook elke dag doe als ik televisie kijk, naar een Nederlandse film waarbij niet standaard ondertiteling is dan heb ik de ondertiteling toch nodig, om mee te kunnen luisteren, mee te kunnen lezen wat er wordt gezegd. Als ik naar een Nederlandse film zit te kijken, dan duurt het ook even voordat ik doorheb dat de ondertiteling niet aan staat. Dan heb ik ook een gegeven moment van: Hè!? Ik heb een heleboel gemist, ik weet niet wat er nou gezegd is en dan pas, oh ja ik moet de ondertiteling aanzetten!
Spreken en luisteren. Het zijn twee totaal verschillende dingen en ze hebben natuurlijk wel alles met elkaar te maken. En ik leer dan al spreken met mijn handen. Ik ben ook gewend om mijn handen te gebruiken als ik aan het praten ben. En daar komen dan automatisch dan ook al gebaren uit de Nederlandse gebarentaal bij, vooral bij mensen die ik voor het eerst ontmoet. Maar het luisteren in een groep dat blijft nog steeds moeilijk. En ik weet nu ook dus dat dat komt omdat ik echt te traag ben om snel te reageren als er een gesprek gaande is met heleboel verschillende mensen, dan ben ik ja, stil. Dan ben ik wel aanwezig, zonder actief mee te praten omdat dat nog steeds heel lastig voor mij is.
Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En de podcast heet 'Evenwicht, je leven'. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 19 Aug 2026 - 09min - 225 - 5 Slippers
Over blote voeten, slippers, sandalen en wandelschoenen. Ik heb goed schoeisel nodig, om stevig te lopen en niet uit te glijden. Toch loop ik het liefste op blote voeten.
(eigen foto)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over het evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over allerlei andere dingen die daar zijdelings toch mee te maken hebben. En dat is weer zo'n aflevering. Dit is seizoen 12, aflevering 5: Slippers.
Ik wil vertellen zo over slippers, maar dan begin ik even over het lopen op blote voeten. Ik loop heel graag op blote voeten. Het liefst de hele dag door. En dat is in de zomer heel erg aangenaam, in de winter is dat een beetje koud en dan doe ik liever toch sloffen aan. Maar dat is meer voor de kou in plaats van dat ik op blote voeten zou willen lopen. Dat zou ik liever ook de hele dag, het hele jaar door, in ieder geval in huis, willen doen.
En blote voeten buiten? Ik zou dat wel willen, maar ik vind het niet echt prettig. En dat komt ook omdat de stoep en de straat is helemaal niet gemaakt om op blote voeten te kunnen lopen. Als ik denk over het lopen in het gras, is het ook niet fijn. Want daar zijn, tegenwoordig heel veel teken en de teken dragen de ziekte van Lyme bij zich of eigenlijk een bacterie, die zorgt voor de ziekte van Lyme. Vind ik niet fijn. En ik ben ook al een keer in een hommel getrapt, toen ik op blote voeten liep. Die had ik niet gezien, zo'n klein hommeltje en ik ging daar bovenop staan en dat doet hartstikke veel pijn! Want die heeft me dus gestoken en aan de onderkant van je voet, dat wil je niet!
Dus als ik buiten loop in het gras, onder andere op de camping of hier in de tuin, dan doe ik dus mijn slippers aan of ik doe klompen aan. Ik heb van die echte houten klompen en dat vind ik ook prettig om mee te lopen. Maar dan wel rondom het huis of op de camping. Ik ga daar niet mee naar buiten verder, naar de winkel toe of zo, want dan vind ik klompen niet echt handig. Dan doe ik toch weer liever mijn gewone schoenen aan. Want ik moet zeggen: ik loop ook niet op slippers naar de winkel. Ik heb het liefst gewoon goede, dichte schoenen die goed aan mijn voeten zitten. En een slipper, ja die gaat zo van je voeten af, dus dat is niet echt handig.
Verder even over die blote voeten; Ik heb een keer verbrande voeten gehad. We waren in Egmond aan Zee en ik had beetje eenvoudige sandalen aan. Met het lopen kreeg ik blaren achterop mijn hiel en dat werd zo pijnlijk, dat was helemaal niet fijn! Toen dacht ik: nou dan doe ik mijn schoenen uit en dan ga ik wel op blote voeten lopen. En we liepen aan de kant waar de zon ook scheen, op de straat, op de stoep. En het was in de meivakantie volgens mij, dus nog niet eens hoogzomer. En ik kwam thuis of eigenlijk in de 'bed and breakfast' waar we waren en ik deed daar mijn schoenen uit en ik had last van mijn voeten! Maar ik wist niet precies wat. En pas 's avonds kwam ik erachter dat mijn hele voetzolen, dat die verbrand waren! Die waren verbrand door het lopen op die hete tegels! Nu snap ik ook dat je eigenlijk honden niet moet laten lopen op hete tegels, want ik kan me voorstellen dat honden daar toch niet heel goed tegen kunnen, dat dat ook op een gegeven moment pijnlijk kan worden. In ieder geval ik ga niet meer lopen op blote voeten op de tegels, op straat, op beton, want dan kun je écht je voetzolen verbranden. En dat is pijnlijk! Probeer dat maar te voorkomen, door gewoon goede schoenen aan te doen.
Maar ja, deze aflevering heet 'Slippers' dus ik wil het verder gaan hebben over die slippers. En dan denk je misschien aan teenslippers, maar teenslippers vroeger al had ik daar een hekel aan! Teenslippers die dan zo'n klein plastic stukje tussen je tenen hebt en dat vind ik zó onaangenaam! Ik kan niet lopen op teenslippers! Ja, ik kan het wel, maar dan loop ik er heel even op en het liefst wil ik ze zo snel mogelijk dan weer uit doen. Dus ik heb ze tegenwoordig al helemaal niet meer. En dat is best gek, want ik vind het heel lekker als iemand aan mijn voeten kriebelt. Een voetmassage. Graag zelfs! Dat vind ik heel fijn! Maar dat is dan tussen mijn tenen in, vooral tussen mijn grote en mijn tweede teentje, wil ik dat dan niet! Dat is een plekje, dat voelt onaangenaam! En dan moet ik zeggen: bij het masseren heb ik daar helemaal niet zo veel last van. Maar met het lopen in een, met een teenslipper, vind ik dat dus een heel onaangenaam gevoel.
'k Draag wel vaak slippers, en dat is zo'n slipper dan, gewoon met zo'n band over je wreef heen en dan kan je daar toch aardig op lopen. En ik heb al nu een stel slippers, nou die heb ik al jaren, want het, het is gewoon onverwoestbaar dat spul. En die slippers gebruik ik heel vaak dus op de camping en hier thuis. Ik heb ook slippers, altijd in mijn sporttas zitten. Na het sporten op de sportschool, dan ga ik altijd douchen en dan doe ik ook mijn slippers aan. En dat zijn dus andere slippers, dat zijn slippers die ik alleen maar gebruik op de sportschool. Dat is natuurlijk heel hygiënisch, maar voor mij is het een andere reden waarom ik dat doe. En dat is dat de kans op uitglijden dan veel kleiner is. Ik kan mijzelf moeilijk staande houden als ik uitglij. En in de douche, dat kan heel glad zijn, en hier op de sportschool is dat ook heel erg glad. Dan is de kans op uitglijden gewoon heel groot. Dus met die slippers wordt dat dus een heel stuk kleiner.
En zo doe ik dat ook op de camping. Als we op de camping zijn en het is ook een grote douchecabine, dan vind ik ook die slippers heel fijn om aan te hebben. Sowieso dus voor de hygiëne, maar ook om niet uit te kunnen glijden.
En ook sandalen, sandalen, een vergevorderde slipper, een slipper waar dus een heleboel aanzit, met meer bandjes en zo en dat ziet er ook wat leuker uit. Maar sandalen wil ik altijd met een dichte neus. Die open tenen vind ik niet zo fijn. Dan glijd ik steeds naar voren toe in zo'n sandaal. Dus ik heb het liefst een sandaal met een dichte voorkant. Zodat mijn tenen daarin zitten.
Alleen, vind die maar eens! Ik ben nu al twee jaar op zoek naar nette sandalen, maar ook sportief met een dichte voorkant. Ik heb ze heel lang gehad, met een dichte neus en een soort elastiekje aan de bovenkant. En die zaten heel prettig. Daar kon ik wel heel lang op lopen. Daar kon ik wel een heel stuk mee wandelen ook. Alleen die waren op een gegeven moment zó versleten aan de onderkant, dat brokkelde af! Dus die heb ik weggedaan! En zo'n soort sandaal heb ik niet meer kunnen vinden. Ik ga geregeld nu kijken, vooral in de zomer dus, in allerlei schoenenzaken. En ik vind niet die sandaal die ik voor ogen heb. Die prettig zit, die er wat sportief uitziet. Raar toch, dat ze dat helemaal niet maken!
Sowieso vind ik het prettig om goed schoeisel te dragen. Helemaal als het evenwicht niet zo goed werkt, dan wil je ook goede schoenen hebben. Die niet zomaar van je voeten gaan. Ze moeten stevig zitten. Dus het liefst ook dat ik ze wel kan verstellen en dat ik de veter dicht kan doen of met een gesp dat ik hem dicht kan doen. En dan is goed schoeisel belangrijk om goed te kunnen lopen.
Daarom vind ik blote voeten veel fijner, omdat ik veel beter voel wat er allemaal op de grond is. Met schoenen is dat wat minder. En toch draag ik natuurlijk heel vaak schoenen als ik naar buiten ga. En dan wil ik dat die schoenen goed aan m'n voeten zitten. En zo heb ik verschillende schoenen in verschillende kleuren, omdat ik dat ook een beetje vind passen bij wat je draagt.
En zo heb ik ook goeie wandelschoenen. Die heb ik pasgeleden weer aangedaan, want we gingen een excursie doen hier door de Stille Kern van Zeewolde. Een heel groot bosgebied. We zouden daar gaan struinen, maar we gingen daar toch via het pad helemaal lopen. Want de excursieleider die erbij was, die zei zelf al: ‘ja, je kunt hier door het hele gebied struinen, maar ik verdwaal dan altijd. En dat wil ik niet als er een hele groep bij is, want dat vind ik veel te spannend, dus we gaan via de route, via het pad helemaal lopen.’ Nou kennen wij het pad in de Stille Kern wel, dus we hebben meer geluisterd naar zijn verhalen en naar de vogels die hij aanwees, die wij niet meteen zagen. Er was alleen heel weinig te zien en dat is in de zomer ook wel een beetje logisch met vogels kijken.
Maar in ieder geval we hebben daar gelopen, gewandeld dus. En ik had mijn wandelschoenen aan. En op een gegeven moment kwamen we op een pad waar allerlei grove stenen lagen. Een soort, soort grind, maar meer een soort puin. Beetje wat ook heel stoffig is. En dat lopen op die stenen, dat was heel onaangenaam. Dus daarom was ik blij dat ik die wandelschoenen aan had. Het leek net een beetje alsof je door het zand loopt, dat is zwaar lopen en dat was hier ook bij. Echt, ik vond het vermoeiend! En we hadden al een heel eind gelopen over een redelijk goed pad. En het laatste stuk ging dan over dat hele grove pad, nou dat, echt, we waren moe! Dat merkten we al.
Het was ’s avonds, die excursie, het was al na een hele dag dat we bezig waren geweest hier in huis. En dan lopen over dat, dat grind, dat puin? Nee! Ik vond het niet fijn. Ik moest ook heel erg mijn aandacht richten op het lopen. Ik kon ook daardoor niet met de andere mensen die ook meeliepen met die excursie, om even een praatje te maken, want ik was continu gefocust op de route waar ik liep. Hoe ik liep, waar ik liep en dan zocht ik een beetje de plekken op waar het grind, dat puin, dat het een beetje erin geklonken was al, maar ja, alles wat zo losligt, dat is gewoon ongemakkelijk lopen!
En dat had met slippers dus al helemaal niet gekund! We hebben wel eens excursies meegemaakt dat er mensen meegaan en die lopen dan op slippers! Op teenslippers! En dan gaan ze daar dus twee uur mee lopen! Ik vind het heel knap dat er mensen zijn...
Wed, 12 Aug 2026 - 11min - 224 - 4 Dichtbij
Wat ik later worden, is de vraag die ik mij zelf heb gesteld. Via allerlei wegen ben ik bijna waar ik zijn wil. Maar klopt dat wel?
(afb Danielle Postma)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 12, aflevering 4: Dichtbij.
Het is nu midden in de zomer. In de zomerschoolvakantie zelfs. En we zijn thuis. Dat is best vreemd, want we hebben ons hele leven vakantie gehouden in de zomerschoolvakantie. En dat komt omdat mijn man ook heel lang nog in het onderwijs heeft gewerkt, dus we waren afhankelijk van die zomerschoolvakantie. Hoewel, in corona-tijd zijn we natuurlijk twee jaar thuisgebleven, 2020, 2021, toen waren we ook niet weg. Maar al die andere vakanties waren we altijd, net als heel veel andere gezinnen, op vakantie en gingen we dus naar de camping in de zomer.
En nu zijn we thuis, want we zijn al op vakantie geweest. De lange vakantie is al geweest. En de hele omgeving, ja die mensen zijn allemaal nu op vakantie. Het is ook rustig in het dorp. Aan de andere kant weer niet, want er zijn ook weer heel veel toeristen die door het dorp lopen, dus er is nog genoeg te beleven. Maar voor mijn gevoel is het echt ..ehm.. heel anders deze weken.
We zijn wel begonnen met de garage opruimen. Het is mooi weer, dus heel veel spullen kunnen naar buiten. Die garage willen we namelijk opnieuw inrichten. We willen een andere vloer. Die vloer ligt er al vanaf begin af aan in. Het is een paar keer nat geworden daar. Het is goed dat daar een keer een andere vloer komt. We willen behang, in plaats van schilderen. En we willen kasten, in plaats van planken. We hadden altijd planken en daar stonden allerlei kratten weer op, vol met spullen. Het zag er altijd een beetje slordig uit. Dat mag natuurlijk ook in een garage, maar we willen het opruimen. We willen daar kasten neerzetten, zodat we alles dicht kunnen doen, waar deuren allemaal zitten. Zodat het allemaal wat overzichtelijker wordt. Wat makkelijker dat we erbij kunnen.
En het gaat dan om het achterste deel van de garage, want het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. Daar ontvang ik de cliënten die bij mij thuis willen komen. Waarmee ik geen online contact heb, maar dus die fysiek bij mij willen komen. Ja, en die ruimte die is nog prima. Daar wil ik wel een ander behang, dat zou leuk zijn, maar het is niet nodig. Dus we houden ons alleen maar aan het achterste deel, dat zijn we dus aan het veranderen. Dan maak ik vandaag geen lange aflevering, want dan kan ik straks weer gaan helpen beneden. Want er is dus genoeg te doen!
Waar ik het over ga hebben, is ja, 't thema is dichtbij. Is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. Je kent wel, die posters en er zijn ook scheurkalenders van en agenda's kun je ervan kopen met uitspraken van Loesje. En dit is zo'n uitspraak: 'Wat ik later worden wil? Wat ik nu ben en een beetje meer.' Dat is dan zo'n uitspraak waarbij ik me meteen afvraag: wat wilde ik als klein meisje worden?
Wat wilde ik als klein meisje als ik dan groot was, wat ging ik dan doen?! En ik weet nog dat ik als kleuter zei dat ik schaapherder wilde worden in Australië en anders kleuterjuf. Australië komt, omdat mijn oma die had zussen, die zijn geëmigreerd naar Australië en daar hoorde ik dus verhalen over. En ik was nieuwsgierig naar wat is dat voor een land? En dan blijkt het geen land te zijn, maar een heel werelddeel. Maar ik ben al als klein meisje gaan lezen over Australië. Nou is het ondertussen met die schapen helemaal niets geworden.
Ik ben ook nooit in Australië geweest. En dan het gekke is, dat er vriendinnen zijn en andere mensen in mijn directe omgeving, die wél in Australië zijn geweest. Een vriendin van mij heeft er gewoond, een heel jaar lang zelfs. En een andere vriendin die is daar meerdere keren naartoe geweest en dan was ze ook weken weg. En dan kreeg ik daar ook steeds berichtjes over waar ze allemaal naartoe ging en hoe het was daar. En zelfs mijn eerste vriendje, eh, toen was ik een jaar of 15, ja, ik was 15 jaar, toen kreeg ik verkering en die jongen die ging voor 6 weken meteen naar Australië. We kenden elkaar nog maar net 2 of 3 weken en toen ging hij daarnaartoe. Naar dat land waar ik mijn hele leven al naartoe wilde.
Onze zoon Kasper, die is ook voor een half haar in Australië geweest. Hij heeft er zelfs gewerkt en hij heeft daar rondgereisd en zo. En twee goede vrienden van hem, ook die zijn een hele periode in Australië geweest. En dan weet ik ook dat er ook nog verre familie van mijn oma, dat daar kleinkinderen, achterkleinkinderen, dat die daar ook nog steeds wonen. Ik ken ze niet, maar ik zou ze kunnen opzoeken. Die zullen daar zeker nog ergens aan de westkust van Australië nog wonen. Ik ben nooit in Australië geweest. Op dit moment heb ik ook de behoefte niet meer om helemaal daar naartoe te gaan.
Kleuterjuf? Dat ben ik wel geweest. Eerst ben ik in groep 3 begonnen - na de pedagogische academie. En daarna ging ik invallen bij de kleuterklas. En toen we in Zeewolde hier kwamen wonen, kreeg ik een eigen kleuterklas. Wel altijd in een parttimebaan, met iemand anders samen, een duobaan. Ik heb zelfs op de peuterspeelzaal gewerkt. Dat was ook in de tijd dat we hier net in Zeewolde kwamen wonen. Hebben ze me gevraagd of ik een paar keer wilde invallen op de peuterspeelzaal.
Maar met jonge kinderen werken, vond ik dus iets heel vanzelfsprekends. En dat begon al als leidster bij de Kabouters. En ik ging ook training geven aan jonge kinderen bij de reddingsbrigade. En daar heb ik dus heel veel ervaringen op gedaan met het werken met jonge kinderen. En ik vond het helemaal niet moeilijk, ik vond het wel logisch om dat te doen. Ik vond het ook helemaal niet moeilijk om steeds iets nieuws te bedenken voor zowel de ..ehm.. bij de scouting niet, als bij de reddingsbrigade niet. Elke keer bedacht ik wel andere oefeningen. En hoe ik erop kwam? Geen idee! Misschien dat ik daar toch ook wel literatuur voor had of zo, boekjes. En ook het omgaan met de kinderen, dat was zoiets gewoons.
Ik heb het één jaar wel heel moeilijk gevonden en dat was toen ik werkte in Stenia, Zonnehuis Stenia. Ik was klaar met de pedagogische academie. Het was toen heel moeilijk in het onderwijs om aan banen te komen, in het onderwijs. Kort daarna veranderde dat, want toen ging het van lagere school naar basisschool en toen kwamen er ineens allerlei banen bij. Maar in dat jaar nog niet. Toen ben ik gaan werken in het Zonnehuis. Dat was in Zeist. En daar ging ik werken met kinderen met een beperking.
En het Zonnehuis, dat is een antroposofisch huis en daar hoefde ik zelf niet antroposoof voor te worden. Ik had daar al tijdens de vakantie al twee jaar gewerkt. Een deel van mijn zomervakantie gebruikte ik dus om aan het werk te zijn. En dat heb ik daar gedaan. Dus ik wist al wel waar ik terechtkwam. Toen ik ging werken op Stenia wilde ik daar graag met de jonge kinderen werken. Maar ik werd ingedeeld bij de oudere jongeren. Jongeren van 10 tot 21 jaar, de pubers. En daar heb ik écht ervaring opgedaan met consequent zijn. Het gekke was, ik was zelf nauwelijks ouder dan de oudste in de groep. Dat was een meisje van 21 jaar. En ik was zelf ook net 21, 22 jaar.
En ook de namen uit die groep, waar ik dan een jaar mee gewerkt heb, ook die namen weet ik allemaal nog. Die ben ik nooit vergeten! Dan vraag ik me wel eens af, wat zou er van hen allemaal terecht zijn gekomen? Leven ze nog? Waar wonen ze dan nu? En ik kan me dat nauwelijks voorstellen, want in mijn gedachten blijven ze altijd diezelfde leeftijd houden. Ze hebben wel enorme indruk achter gelaten. Het was een heel intens jaar. En dat zit ook nog wel vers in mijn geheugen, want ik kan het allemaal zo naar boven halen als ik daarover nadenk, dat is zo bijzonder!
Later in het onderwijs, heb ik best enkele leerlingen onthouden. Er zijn meerdere leerlingen, die namen, die vergeet je nooit meer. Ja, het gezicht, hoe ze bewogen, al die dingen weet ik dan nog van enkele kinderen, maar niet hele klassen. Maar ik ben dus wel die kleuterjuf geworden die ik vroeger al aangaf: dat wil ik worden. En niet alleen kleuterjuf, maar wel juf ook voor meerdere leeftijden.
Alleen, al heel lang ben ik geen juf meer. Vanaf 2008 werk ik niet meer als juf. Voor die tijd had ik nooit gedacht dat ik een eigen bedrijf zou hebben. Dat ik zelfstandig ondernemer zou worden. Ja, zelfstandig ondernemer, tot bepaalde hoogte ben ik dat geweest. Maar ik ben nooit een ondernemer geweest die flinke winst maakte of die aan het groeien was en dan personeel ging aannemen. Maar dat is nooit mijn ambitie geweest. Het starten van het eigen bedrijf was ook ja, min of meer een gedwongen iets, omdat ik niet meer in het onderwijs kon werken en heel graag wel als coach wilde werken. Maar dat kon alleen maar als ik zelf een eigen bedrijf startte, want via dat eigen bedrijf kon ik dus dan opdrachten aannemen.
Maar ja, dat gaat dan allemaal over werk. Over van wie ik ben geworden. Coach, workshop-gever, ik ben presentator en spreker. Ik begeleid de NmG-groep, waar ik me altijd weer even een beetje juf voel. Ik ben auteur geworden, boeken geschreven. Maar dat heeft allemaal met werk te maken.
Maar hoe zit het als persoon? Ben ik de persoon geworden die ik wilde zijn?! En dat weet ik niet! Ik weet niet of ik tijdens al dat werk voor 2006, bezig was met wat voor persoon ik zou willen zijn! Of dat ik bezig was met 'dat ben ik al!' In ieder geval is er vanaf 2006 van alles in gang gezet. Eerst even een tijd niet. Een soort winterslaap heb ik gehouden. Een heleboel kon ik niet en deed ik ook niet. Maar toen ik langzaam opkrabbelde en weer van alles oppakte, was ik bezig met wie ben ik dan?! Daardoor ben ik ook wel steeds meer gaan begrijpen wie ik ben. Los van al dat werk. Ook van hoe het leven in elkaar steekt en hoe...
Wed, 05 Aug 2026 - 12min - 223 - 3 De was
Hoe een eenvoudige huishoudelijke klus ineens niet zo makkelijk gaat met evenwichtsverlies.
(afb Pixabay Manfred Richter)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 3: De was.
Deze aflevering gaat over een klein deel van het huishouden wat wel heel essentieel is, namelijk de was doen. Toen ik in 2006 door de ziekte van Ménière niet meer werkte en dus alle dagen thuis was, omdat ik tussen de aanvallen van draaiduizeligheid heel onstabiel bleef, was het niet eenvoudig om zelf het huishouden volledig te doen. Ik kon niet bukken of op een trapje staan. Ik kon niet eens een emmer met water tillen of iets anders zwaars tillen en ermee lopen. Dat ging allemaal niet! Pas toen de aanvallen wat minder werden en ook de instabiliteit verminderde, toen ging ik weer dingen oppakken in het huishouden.
Behalve het stofzuigen, dat deed ik liever niet. Want het was veel en veel te veel lawaai! Het geluid van die stofzuiger dat deed gewoon pijn in mijn oren. Net als ook het geluid van de waterkoker pijnlijk was en als ik de wc doortrok. Want in die begintijd van de Ménière, zal ik ook iets van hyperacusis hebben gehad. Echt overgevoeligheid voor geluid! En in dit geval dan niet speciaal kleine geluidjes, maar juist de luide geluiden.
Maar ik deed dus in die begintijd niet zelf het huishouden, het lukte dus niet. En gelukkig konden de andere leden in het gezin dat wel oppakken voor zover ze dat dan ook konden. Kreeg ik geregeld dat ze even bij me kwamen van 'hoe moet ik dat doen of hoe moet ik dat doen?' Dus ik heb ze daarbij wel kunnen ondersteunen.
En wat op een gegeven moment wel lukte -toen ik dus weer dingen kon oppakken- dat was de was doen. Het was niet de wasmand naar boven tillen, de wasmachine staat bij ons op zolder en de wasmand die staat in de badkamer op de eerste verdieping, dus die moet dan altijd naar boven gebracht worden. En dat deed ik dan nog niet. Niet omdat ik niet genoeg kracht had, maar meer omdat als je iets groots in je handen hebt en je moet een trap oplopen, dat is nogal wat. Helemaal als je dan toch nog wat instabiel bent. Dus dat deed ik dan niet, dat deed dan één van de jongens. En zo was het ook andersom. Als ik de was op zolder opgevouwen had, nadat het helemaal gedroogd was, dan bracht één van hen de wasmand weer naar beneden.
Maar ik kon natuurlijk wel de was sorteren en in de wasmachine doen. En dan ging ik op mijn knieën zitten, zodat ik niet kon omvallen. En dan deed ik dus op die manier de was in de machine. Stond de wasmand naast me en dan kon ik het er makkelijk indoen. En als de was klaar was, dan zette ik de wasmand voor de opening en ook dan ging ik op mijn knieën weer zitten en haalde ik dat allemaal één voor één eruit! Want dat bukken dat bleef toch nog wel heel lang moeilijk. En als de was daarna in de droger ging, dan deed ik dat in hele kleine stukjes. Een deel uit de machine deed ik dan in de wasmand. Dan zette ik de wasmand wat op hoogte, er zat dan niet zo veel in, was ook niet zo zwaar. En dan deed ik de spullen in de droger en dat herhaalde ik een paar keer totdat alles in de droger zat.
Maar de droger gebruikten we -en gebruiken we nu nog steeds- niet zo heel veel. De meeste was die hang ik gewoon op. We hebben daar op zolder twee wasrekken. Wat ik toen deed, was de was die ik ging ophangen, die haalde ik dan één voor één uit de wasmand en dan hield ik me altijd met één hand vast, aan de kast of aan het wasrek. En ging ik de was ophangen met knijpers. Ik merkte dat ik dat zó fijn vond om te doen. Helemaal omdat ik na maanden helemaal dat niet heb kunnen doen, was het heel fijn dat ik ineens dat soort dingen wél kon oppakken. En vanaf die tijd koester ik dat ik zélf de was kan ophangen. Aan de waslijn. Nou hebben we wel een waslijn ..ehm.. een droogrek eigenlijk, het is geen lijn, een droogrek op heuphoogte. Het zijn er twee. Dus ik hoefde niet heel hoog te reiken. Vroeger hadden we wel een waslijn in huis, toen we net gingen samenwonen. En dan moest je daar heel erg voor reiken. Maar dat hoeft dan nu niet. En waarschijnlijk had ik toen niet eens dat kunnen doen, dat omhoog en dan met die knijpers ophangen. Niet omdat ik niet kon reiken, maar omdat je dan toch wat instabieler wordt.
Maar ik vind het dus heerlijk om de was te kunnen doen. Zo ook als je was eenmaal gedroogd is dan één voor één die kledingstukken eraf halen en dan opvouwen. Dat doe ik eigenlijk op het droogrek en dat doe ik dan in de wasmand. En op een gegeven moment lukte het toen om zelf de wasmand te tillen en via de trap naar de zolder te brengen en andersom, naar beneden toe brengen. Dan houd ik de wasmand met twee handen vast en dat is een hele uitdaging, want ik kan me dan niet vasthouden aan de leuning. Maar dan loop ik met mijn zij, met mijn heup tegen de leuning aan, zodat ik wel steun heb en ik loop altijd dan met aandacht. Ik ben dan ook alleen bezig met lopen op de trap met de wasmand in mijn handen. Of het nou naar boven is of naar beneden. Nou is het wel zo dat de droge was zit in een bredere wasmand en dan kan ik die wasmand nog wel eens op mijn heup neerzetten en dan hou ik 'm met één hand vast, zodat ik met mijn andere hand wel de leuning kan vasthouden.
En dat is meestal als ik naar beneden loop. Naar beneden lopen is altijd lastiger op een trap, omdat je die diepte in gaat en dan is het toch prettiger om de leuning te kunnen vasthouden. We hebben dan wel een hele rechte trap in huis, naar de zolder. Daar zit geen draaiing in. En volgens mij vind ik naar beneden lopen bij een ronde trap, die zo halfrond is, vind ik makkelijker. Omdat je niet direct de diepte inkijkt. Maar zo'n rechte trap, dan kijk je echt best een heel eind zo de diepte in. Dat vind ik lastiger lopen dan wanneer er een bocht inzit. Maar oké, dat lukt nu dus wel.
Heel langzaamaan is dat toen gebeurd, dat ik eenmaal de was weer ging doen. Op een gegeven moment ging ik toch zelf de wasmand dragen en merkte ik dat het wél lukte. En dat ben ik daarna altijd gewoon blijven doen. En zo is een huishoudelijke klus die ik vroeger, voor 2006 zonder nadenken altijd deed, ineens een taak geworden die ik heel graag doe! Nadat ik natuurlijk wel eerst had geleerd om het zelf weer te kunnen, vanuit een instabiele situatie. Dus ja, elke keer nu de was ophangen, waar ik dat ook doe, dat doe ik met aandacht. En dat vind ik helemaal niet erg.
Ik merk dat ik wel gevoeliger ben geworden voor geuren. Dat is gebeurd nadat ik corona heb gekregen. Toen heb ik een jaar lang niets kunnen ruiken en proeven. En heel langzaamaan is die geur weer teruggekomen, die reuk moet ik zeggen. De reuk is teruggekomen. Tegelijkertijd ben ik ook gevoeliger geworden voor allerlei geuren. Dus bepaalde wasmiddelen vind ik helemaal niet fijn! Dus ik moet écht goed zoeken naar wat vind ik dan wel fijn? En gelukkig op dit moment heb ik dan zo'n wasmiddel. Ik gebruik nooit wasverzachter. Dus wat blijft hangen in de was is gewoon van het wasmiddel zelf. En in de loop der jaren was ik wel veel minder, omdat de jongens uit huis zijn. Dus we zijn met zijn tweeën in huis, dan hoef ik ook minder vaak de trap naar zolder op- en af te lopen met een volle wasmand.
En op vakantie, dan is de was doen altijd een klus waar ik ook de tijd voor neem. Ik bedoel dan een lange vakantie. Want tijdens een weekje vakantie doe ik niet de was. Dan neem ik dat gewoon mee naar huis en dan doe ik dat allemaal thuis. Maar op de camping waar we weken staan, dan is er vaak maar één wasmachine en een droger. We staan vaak op kleine campings, dus dan is eentje ook genoeg. En de handdoeken en lakens gaan na de was dan in de droger. Maar alle kleding die hang ik dan op. Dus dan moet het sowieso een droge dag zijn op het moment dat ik de was doe. Moet ik altijd rekening mee houden op de camping. Anders kan het droogrek niet buiten in de zon en in de wind gezet worden. Dus het is wel even plannen, van doen we het vandaag of nou, misschien beter morgen?
En dan heb je ook te maken met dat de wasmachine, dat het best lang duurt. En de droger daarna nog een keer. Het kost zo een halve dag. Dus als we de hele dag weg willen, kan ik niet de was doen. Helemaal niet omdat ook andere mensen natuurlijk ook willen wassen. Dus je moet het ook niet lang in de machine laten zitten. Je moet zo snel mogelijk het er weer uit halen, zodat andere mensen ook kunnen wassen. En meestal kiezen we dan ook een dag dat we sowieso op de camping willen blijven. Dat is ook belangrijk, want als eenmaal de was buiten staat en het gaat per ongeluk toch regenen, dan kun je ook weer op tijd het droogrek binnen zetten. Anders kan je weer van voren of aan beginnen als alles natuurlijk drijfnat wordt.
En zo zijn er ook andere campinggasten die het liefst 's ochtends al met de was willen beginnen. Ook om het dan op te kunnen hangen. En dan probeer ik altijd -op zo'n dag- heel vroeg op te staan, zo'n 7 uur. Op vakantie is dat vroeg. Dan slapen de meeste vakantiegangers nog. Dan doe ik de was al dus in de machine voordat we gaan ontbijten. En dan is het altijd wel heel gek hoor, om heel vroeg op zo'n hele stille camping te lopen met een volle mand vol was.
En toch vind ik het heel fijn dat je het gewoon op de camping zelf kan doen. Want dan hoef je ook minder handdoeken en kleding mee te nemen, omdat je tussendoor gewoon kan wassen. Dat is in Nederland nog wel eens lastig, want in Nederland heb je allerlei verschillende soorten weer. Het kan heel warm zijn. Of ..ehm.. best wel koud. En regenachtig. Dus je moet wel kleding meenemen die voor alle weersomstandigheden mogelijk zijn. En het kan nog wel eens zijn dat ik een heleboel kleding heb meegenomen en de helft dus niet gedragen is, ja omdat we gewoon bepaald weer hebben gehad. En dan is de andere kleding niet nodig. En dat is wel het voor...
Wed, 29 Jul 2026 - 11min - 222 - 2 De zee in mijn hoofd
De zee in mijn hoofd is een metafoor die ik al 20 jaar met mee meedraag.
(eigen foto op het strand bij de Noordzee, bij Domburg)
Volledig transcript:
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 2: De zee in mijn hoofd.
'De zee in mijn hoofd' dat is de metafoor die ik nu al zo'n 20 jaar met me meedraag. Ja, 'meedragen' dat is wel een gek woord in deze context. Maar welk woord is dan passender? Deze metafoor die past al zo lang bij me en past bij verschillende dingen. 'Dingen' ook al zo'n gek woord dat niet passend is. Want tinnitus en Ménière dat zijn helemaal geen 'dingen'! Dus raar dat ik 'dingen' zeg! Dan zal je misschien wel hebben van: hé, die heb ik wel eens eerder gehoord: 'De zee in mijn hoofd.' En dat klopt, want in seizoen 4 -heel veel seizoenen geleden- aflevering 19 heb ik ook al verteld over deze metafoor. En toch wil ik 'm nog een keer naar voren halen, want misschien heb je die helemaal niet gehoord. En ik merk ook dat ik bepaalde dingen ga herhalen. Juist omdat alles wat met het evenwicht te maken heeft toch wel vaker voorkomt dan één keer. In ieder geval deze aflevering 'De zee in mijn hoofd'.
En het kan eigenlijk helemaal niet, de zee, niet letterlijk tenminste. Want die zee die is ..ehm.. vol water en zout en, en, en, en is ook heel veel! Dat kan natuurlijk nooit in mijn hoofd zitten! Maar dan zit er in mijn hoofd natuurlijk wel water. Soort hersenvloeistof en we bestaan uit voor zoveel procent uit water. En dat water in dat hoofd, in die vloeistof, dat is misschien ook wel wat zoutig. Dat zou ik wel kunnen uitzoeken, want volgens mij is dat wel bekend, waar het precies uit bestaat.
Het is dus een metafoor. Het is dus niet letterlijk bedoeld. Die zee is voor mij ook het altijd aanwezige geluid van de tinnitus. Dat wissende van volume. En ook wisselend van geluid, van het soort geluid. En nu helemaal met hoortoestellen, want zonder hoortoestellen hoor ik echt heel veel minder! Ik hoor bijvoorbeeld de vogels nauwelijks. We zijn nu op vakantie. En Roel die zegt dan, zei vanmorgen tegen mij van, 'de beide hanen die kukelen' en ik hoor ze echt niet. Roel zegt dat de buurman de voortent aan het stofzuigen is. En ik zie het, maar ik hoor het geluid helemaal niet. En dan zegt hij van: 'je moet wat zachter praten, want anders hoort iedereen dat op de camping wat je zegt', maar ik hoor mezelf amper. Ik hoor écht niet wat te hard is. Ook m'n eigen stem is dus veel minder hoorbaar geworden. Daarentegen is het volume van de tinnitus, die is juist heel luid! Die is alom aanwezig. En dan prijs ik mezelf steeds weer gelukkig dat ik me er niet meer aan stoor. Het is een gegeven. Én ik weet dat ik er wel iets aan kan doen, namelijk mijn hoortoestellen in doen.
Wauw! Met hoortoestellen in dan hoor ik de vogels kwetteren! Ik hoor het vliegtuig over komen. Er zijn allerlei camping-geluiden. Ik hoor het briesende paard hier achter de heg. Weer een vliegtuig. Pratende mensen, verderop. Ik versta het dan niet, maar ik hoor wel dat het mensen zijn die met elkaar in gesprek zijn. Ik hoor het kraken van de stoel. Als ik aan het schrijven ben, hoor ik het krassen van de pen. Hé, en ik hoor ineens fietsen hier op het grind achter ons. Er zijn zo veel geluiden om me heen op deze stille camping. Het omslaan van de bladzijde van het boek dat Roel aan het lezen is. Ja, met hoortoestellen in, is de tinnitus veel milder, heel fijn!
Maar tinnitus is dus dan de zee in mijn hoofd. En zo waren dat ook de aanvallen van draaiduizeligheid. Die chaos in mijn hoofd, die voelde alsof er een woeste zee woedde door mijn hersenen. Maar nu zijn die heftige aanvallen er allang niet meer, dat is lang geleden dat ik de laatste heftige aanval heb gehad. Maar die draaiduizeligheid die is er nog wel af en toe, bij vlagen, maar dan niet meer zo onstuimig, het is er maar een klein beetje. Meer wat kabbelend. Wel altijd ruisend. En dat zijn dan wiebeldagen, want zo heb ik ze genoemd, die dagen dat ik niet helemaal stevig meer loop. Waarbij ik wat instabieler ben. En dat is wel grillig, want ik weet niet van tevoren dat ik een wiebeldag ga krijgen. En Ménière is dus dan ook nog steeds de zee in mijn hoofd.
Maar past daar dan ook het gehoorverlies bij? Heb ik eigenlijk nog nooit zo gezien. En nu ik dus dit zo zeg, die vraag aan mezelf stel, dat gehoorverlies is ook fluctuerend. Dat komt door de Ménière. Het is dus niet standvastig. Het is niet altijd hetzelfde verlies. En het gehoor wordt sowieso steeds minder. Het verlies wordt steeds meer. Ook door het genetisch defect hè, door die DFNA13. En het verschil tussen wel en niet de hoortoestellen in doen, dat verschil wordt steeds groter. Is dat dan ook de zee in mijn hoofd?
Wat heel duidelijk figuurlijk bedoeld wordt van deze metafoor is, voor iets wat ‘veel’ is. Een zee van woorden. Een zee van gedachten. En dat gebeurt ook allemaal in mijn hoofd natuurlijk. Ik ben altijd vól van iets in mijn hoofd. Iets ..ehm.. woorden, ..ehm.. beelden ..ehm.. ideeën en plannen, voorstellingen maken in mijn hoofd. Steeds weer! Ook als ik een boek lees en dan hoef ik de woorden niet te bedenken. Dan zijn er wel continu beelden die ik in mijn hoofd maak. Ik zie dan voor me wat ik lees. En ik moet zeggen dat is niet fijn als het gaat om gruwelijke martelingen. Die wil ik helemaal niet zien! Maar als ik erover lees dan komen die beelden vanzelf. Dan kan ik er soms ook over dromen en dan word ik wakker met schrik en benauwd en zwetend. Die beelden die hoef ik niet! Maar ja, dat heb je af en toe, als je zo'n boek leest, weet je niet van tevoren dat het over dat soort martelingen gaat.
Gelukkig geldt dat ook andersom. Alle mooie beelden, die ik tijdens het lezen voor me zie en ook die beelden van alles wat ik heb meegemaakt. Gewoon overdag tijdens het fietsen, het wandelen, de weggetjes die me dan heel lang bijblijven. Het landschap. De bomen. Het strand en de zee. En al die leuke dorpjes hier op Walcheren. Allemaal beelden die in mijn hoofd zitten en die dan ook in mijn hoofd blijven zitten. Een zee van beelden in mijn hoofd.
Zo waren we bij een restaurant, we gingen even één keer een beetje chic uit eten. En in dat restaurant daar hing een foto in de hal. En dat was een moderne foto van een Zeeuws meisje, of in ieder geval van een meisje met Zeeuwse klederdracht aan, maar dan op een moderne manier gemaakt. En dat beeld dat blijft dan bij me! Na het eten fietsten we naar huis, naar de tent toe, naar de caravan. Dat is op dat moment ons huis. En ik heb dat beeld dus gezien en het raakte me. En dan onthoud ik dat! En ik heb ook daar nog gevraagd in het restaurant waar de foto vandaan komt en wie de fotograaf is. Dus dat heb ik, toen ik thuiskwam, weer opgezocht. En het blijkt dat dat te koop is. Die foto die wordt ook gemaakt op het moment dat je dat bestelt. En ik kan die verleiding nauwelijks weerstaan om het níet te kopen, want ik weet er zelfs al een plek voor in huis, waar ik er dan elke dag naar kan kijken en dat idee maakt me al zo blij. Het beeld zit al in mijn hoofd, naast al die andere beelden. Want er is nog plaats genoeg!
En zo zijn er genoeg dingen die ik vergeet. Namen van mensen bijvoorbeeld. En dat is helemaal niet erg. Want er is wel een grens aan die zee in m'n hoofd. Het geheugen is een zee aan herinneringen, maar ik onthoud niet meer alles. Er zijn herinneringen die vervagen of die veranderen en die verdwijnen. Ja en ook dat is niet erg. Want de zee is niet oneindig. Ook al lijkt dat wel als je op het strand staat en de Noordzee voor je ziet. En je héél ver weg kunt kijken als het heel helder is. Dan lijkt ie zó ver te reiken. En dan voel ik me heel klein en nietig. Op zo'n grote zee zou ik een stipje zijn. Nauwelijks waarneembaar voor iemand die erop let. En helemaal niet waarneembaar voor de mens die niet kijkt. Dan ben ik helemaal niets!
Hmmm... er loopt een spinnetje hier voorbij. Een klein spinnetje. Die omgeving van deze spin die is oneindig groot, alleen is de spin zich daar niet van bewust. En dat is een groot verschil met mij als mens. Die zich wél bewust is van de omgeving, van de grootsheid, van de waanzin! Van de schoonheid en het verval en... De opmerkelijkheid, de mogelijkheden en onmogelijkheden. Van de grenzen. En ook de ongelofelijke kracht van de elementen. En zo de woorden die ik erover kan schrijven en ook nu hardop kan zeggen. De zee doet me ook denken aan nou ja, aan Zeeland, dat is ons vakantieland. Maar ook aan de zeearend. Zeekraal. Zeeraket. De zee-eend. De Noordzee. Maar ook Zeewolde, waar we nu al heel lang wonen. Vanaf 1992 wonen we al in Zeewolde.
Dus ook dat woord 'zee' kom ik heel vaak tegen in mijn dagelijks leven. En die zee in m’n hoofd, dat is dus een hele krachtige metafoor. Die voor mij een zee aan mogelijkheden biedt. Voor de mens die het wil zien hè! Voor wie het wil beleven, die het wil herinneren, opschrijven en erover wil vertellen. En als ik nog eens een vierde boek ga schrijven, dan zou die titel zijn: 'De zee in mijn hoofd'.
Dit was seizoen 12, aflevering 2, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!
Wed, 22 Jul 2026 - 11min - 221 - 1 Vrijheid
Wat vind ik vrijheid? In ieder geval niet dat ik altijd op vakantie kan.
(eigen foto, van een vakantie lang geleden)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat is ook de aanleiding van het maken van deze podcast. Want er valt nog zó veel meer te vertellen over ons fysieke evenwicht. Over ons zintuig evenwicht. Maar gaandeweg met het maken van die podcast-afleveringen, kwam ik erachter dat er nog zo veel meer valt te vertellen, over het evenwicht. En dan gaat het ook wel over het psychisch evenwicht en over al die dingen waar ik mee te maken heb die ervoor zorgen dat mijn leven, ja, prettig verloopt. Waar ik juist van uit evenwicht raak. En dat ik ook die dingen graag wil vertellen in deze podcast.
En dat doe ik dan ook. Ik heb al 220 afleveringen gemaakt. Want ik heb mezelf als doel gesteld om elke week een aflevering te maken. En daar heb ik zelf de keuze in. En omdat ik zelf die keuze kan maken, heet deze eerste aflevering van seizoen 12: Vrijheid.
Ja en dat is niet vanzelfsprekend. We hebben tijdens het schrijfcafé in mei 2026 als thema ook gehad: vrijheid. Elk schrijfcafé is er een thema, vaak naar aanleiding van een boek en dat thema van dat boek wordt dan gebruikt. En in dit geval ging het over het boek: Het bittere kruid van Margo Minco. Dat is al een boek van heel lang geleden. En Marga Minco is een schrijfster die in 2023 is overleden. Maar die is 103 jaar oud geworden! En in dat boek gaat het ook over oorlog en over nou ja, dan ook de vrijheid. En het thema van het schrijfcafé daar kun je allerlei oefeningen rondom heen doen.
We begonnen met een opdracht met allemaal wolkjes en in die wolkjes stonden korte opmerkingen over wat vrijheid zou zijn. Bedoeling was om daar een keuze uit te maken en daar dan verder over te gaan schrijven. En ik zal een paar van die wolkjes, een paar van die teksten even delen met je. Eerste wolkje is: vrijheid is het recht op geheimen, zonder geheimen is er geen bewegingsruimte meer. Vrijheid is zelf bepalen hoe je je leven inricht. Vrijheid is het tegenovergestelde van oorlog. Vrijheid is een andere mening mogen hebben. Je bent vrij als je je eigen waarde, dromen en talenten als kompas gebruikt. Vrijheid is op vakantie kunnen. Vrijheid is een illusie. Vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander.
Maak daar maar eens een keuze uit. Ik denk dat je zelfs vanuit elke tekst, van elke regel tekst die ik net noemde, daar kun je weer ook een heel stuk over schrijven. Ook dat vrijheid is een illusie, zou je een heel verhaal over kunnen schrijven. Maar ik heb gekozen voor dat laatste wat ik zei: vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander.
En wat ik schreef: mezelf zijn. Zoals ik dat wil. Wat ik wil doen. Dat wil niet zeggen dat ik niet overleg. En vooral niet als ik iets wil doen dat consequenties heeft voor de ander. Want ook het overleggen past bij het mezelf zijn, want dat kan tegelijkertijd. Het betekent namelijk niet dat ik gewoon mijn gang ga. Ik houd rekening met de grenzen die er zijn. Dat is financieel. De gedeelde tijd. Het gebruik van spullen. De afspraken die de ander heeft. En dan geef ik steeds weer mezelf toestemming en dan deel ik ook met liefde. Ik geef mezelf ook toestemming. Ook als ik nee tegen mezelf zeg. Als ik mijn grenzen bewaak.
Maar wanneer ben ik dan volledig mezelf? Want er zijn genoeg dingen die ik niet uitspreek. Waar ik niet mijn mening over deel. Dat doe ik ook niet hier in de podcast. Ik deel niet alles, wat ik vind, wat ik opmerk. En toch hoort ook dat allemaal bij mezelf zijn. Om het dus niet te delen. Want ik vind het een groot goed dat ik de keuzes zelf mag maken. Op allerlei vlakken en op allerlei niveaus.
En ook is het fijn als je toestemming van de ander krijgt. Om ja, dat leuke idee uit te werken. ..ehm.. om die vakantie te plannen. Om de boel te kunnen veranderen. Om in mijn eentje ergens naartoe te gaan. Maar dan steeds weer van mezelf uit. Ik kies ervoor om toestemming te vragen, om te overleggen, want ik leef niet in mijn eentje. En al die afspraken en dat overleggen dat doe ik dan ook met mijn man, die ook hier in dit huis woont. Want afspraken maken blijft nodig om samen te leven. Want ook hiervoor geldt, ik heb de afspraken in mijn eigen hand. Ik vul mijn eigen agenda. En dan is het prachtig als de ander af en toe op mijn pad meeloopt, want andersom gaat het ook op. De ander mag zichzelf zijn zonder toestemming van mij! Vrijheid is dus niet alleen maar doen waar 'ik' zin in heb. Ik vind vrijheid, dat is in liefde samenleven.
Dat mocht ik delen en op het moment dat je dat voorleest, die tekst, aan een groep mensen die ook allemaal hun eigen vrijheid hebben beschreven, dan kom je er ook achter dat een heleboel dingen overeenkomen. Maar dat je dat ook op verschillende manieren kan zien, die vrijheid. Dat vind ik mooi! Ik vind het mooi dat iedereen daar op zijn eigen manier ook weer mee om mag gaan. Dat gebeurt dus vaak bij het schrijfcafé, dat je dingen heel erg herkent van de ander, maar niet nodig vindt om daar zelf over te schrijven. Dus iedereen maakt zijn eigen keuze daarin. Het is zelfs zo, als de opdracht een bepaalde bedoeling heeft, en jouw pen, als je aan het schrijven bent, gaat totaal iets anders doen, dan kan dat gewoon. Want ook dat doen we, het creatieve schrijven is eigenlijk ook een vorm van vrijheid. In vrijheid schrijven. Hoe mooi is dat? Je schrijft datgene wat jij wilt delen.
Een andere opdracht die we kregen, was een mindmap maken. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. Ik maak vaak mindmaps. Ook altijd aan het begin van als ik een boek ga schrijven. En in dit geval was de mindmap rondom dat woord: vrijheid. En dan moest je dan vier woorden rondom heen zetten. En elk woord of elk zinnetje kon je ook weer onderverdelen. En die wil ik ook even met je delen:
Vrijheid dat is ..ehm.. zelf grenzen bepalen, of grenzen stellen. En van daaruit bedacht ik al dan, als ik zelf grenzen bepaal dan ben ik ook aan het luisteren naar de intuïtie, ga ik iets wel of niet doen? En aan de andere kant is het energiemanagement heel belangrijk: hoe verdeel ik mijn energie over de hele dag?
Vrijheid vind ik ook: vrije wil. Dat is de onafhankelijkheid of juist je afhankelijkheid. En de ene kant daarvan is dan zelfbeschikking. Zelfzorg. Goed voor mezelf zorgen. En dan de andere kant die zelfstandigheid, die eigen agenda bepalen. Heb ik het net ook wel over gehad in mijn vorige stukje.
Vrijheid is ook de keuzes maken. Keuzes maken en van daaruit kun je verschillende mogelijkheden bekijken. Er zijn allerlei verschillende mogelijkheden mogelijk. Aan de andere kant moet je ook knopen doorhakken. Moet je kunnen beslissen. Als je een keuze maakt, beslis je ook iets.
En dan als vrijheid het woord: zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn is aan de ene kant voor mij door ervaringen leren. En vooral blijven leren. En de andere kant weten wat wel of niet goed voor mij zelf is!
Uit al die woorden mocht je ook weer één stukje gebruiken, één woord gebruiken. En daar weer over gaan schrijven. En ik koos voor zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn. Ik ben me bewust van alles wat ik doe en niet doe. Hoewel, alles? Niet alles! Want er zijn genoeg dingen die ik onbewust doe, maar omdat ik dat niet bewust weet, kan ik dat ook niet benoemen. Bewustzijn. Ze zeggen dat mensen met ernstig gehoorverlies een grote kans hebben om dementie te krijgen. En toen ik dat voor de eerste keer hoorde, schrok ik daarvan. Ik begreep dat niet goed. Dus omdat ik minder goed hoor, zou het niet goed kunnen gaan in mijn brein. En dan gaat het over die witte stof, die myeline in de hersenen, die wordt dan steeds minder.
En dat vertelde Erik Scherder hè. Ik heb het in de vorige podcast gehad over dat we die ontmoet hebben. En die vertelde over die witte stof, als die dan minder wordt ga je ook minder goed functioneren. Maar gelukkig heb ik mijn moeder als voorbeeld. Die was bijna doof. En toch kon zij zich nog genoeg herinneren en ook afspraken die gemaakt waren. Ook zelfs de dingen die de dag ervoor waren gebeurd, en dan af en toe was het wel een beetje twijfelachtig. Maar als je er dan goed naar vroeg, dan wist ze het weer. En zij deed overdag bijna niets! Zij kwam nauwelijks de deur uit. En ze had eigenlijk ook helemaal geen hobby’s meer, dan alleen maar wat lezen en op de tablet kijken. En bij haar was er dus geen sprake van dementie en toch was ze dus bijna doof.
En aan de andere kant begrijp ik dat wel, want er is onderzoek naar gedaan, dus het zal ook zeker zo zijn. Als je in plaats van luisteren, luisteren naar andere mensen, en dat je als je dan geen andere manieren meer hebt om je brein te gebruiken, en als je ook veel minder mensen tegenkomt waarmee je gesprekken aangaat, dan kan ik me voorstellen dat je wereld heel klein wordt. Want het is belangrijk om te blijven bewegen. Te blijven leren zoals Scherder zei, maar hij noemde het dan anders. Het gaat niet alleen maar om bewegen, het gaat ook niet alleen maar om leren, het gaat om ‘moeite doen’. En dat is nu ons motto ook, hier thuis. Moeite doen, dat is helemaal niet erg.
Door zo in beweging te blijven op allerlei manieren, ben ik mezelf bewust, ik ben aanwezig en voel ik mij ook wel verantwoordelijk voor de dingen die ik zelf doe. Voor de keuzes die ik maak. Dus ja, wat moet ik me aantrekken van het feit dat als je minder gaat horen, dat de kans op dementie groter is? Ik wil me niet laten beïnvloeden door de angst, maar ik denk dat ik uitga van al de dingen die ik nog wel kan blijven doen. Als ik daar maar met veel plezier mee bezig blijf, dan hoop ik ook dat die dementie op afstand blijft. Alleen weten we dat nooit zeker. In ieder geval zolang ik nog erover kan vertellen, zolang ik dingen nog kan uitlegge...
Wed, 15 Jul 2026 - 12min - 220 - 20 Wij zijn vreemden
Wij zijn vreemden totdat wij elkaar ontmoeten. Ik kon het niet laten om over deze uitspraak te schrijven en te vertellen. Bij deze.
(afbeelding Pixabay Vincent Grenon)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de laatste aflevering van seizoen 11. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een groot deel daarvan gaat over ons fysieke evenwicht. Maar alle andere onderwerpen zoals ik steeds in de inleiding zeg: evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 11, aflevering 20: We zijn vreemden.
We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Dat is een uitspraak die ik hoorde in een Netflix-serie, ja wij kijken af en toe naar Netflix, omdat er geen andere leuke programma's op de gewone televisie zijn. En deze uitspraak die hoorden we aan het begin van de serie. ‘We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.’ En ik weet niet of deze toebehoort aan een belangrijke historische figuur of filosoof, het zou namelijk zo maar kunnen. Ik vind het namelijk best een bijzondere uitspraak. Eigenlijk wel geweldig! Maar waarom vind ik dat? We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.
We ontmoeten zo veel mensen. En toch voelen ze dan als vreemden. Bijvoorbeeld als ik in de bus of trein zit met andere mensen die ik nooit eerder heb gezien. En ook al is er oogcontact of maken we een opmerking naar elkaar, het blijven vreemden. Ik weet niets van ze. Behalve dat wat ik zie. Ik kan het uiterlijk zien. Ik weet of het een man of een vrouw is. Iemand van een bepaalde leeftijd of juist heel jong. Kleding. Wat ze bij zich hebben. Dat ze op de mobiel kijken of rustig naar buiten aan het staren zijn. Er is soms een geur die mij bereikt. En die is prettig of onprettig. En ze zitten in dezelfde bus of trein waar ik in zit.
Ja, als ik dit zo zeg, dan lijkt het alsof ik dan wel heel wat weet van die ander. En soms hoor ik dan ook de naam. Als ze gebeld worden en ze nemen op en ze noemen dan hun naam. En dan hoor ik ook de stem. De stem zegt ook iets over die persoon. En toch zijn het vreemden. Het zijn wel medereizigers op weg naar, nou ja, in ieder geval dezelfde kant op waar ik ook naartoe ga.
En wanneer verandert dan een vreemde in een persoon die niet meer vreemd voor mij is? Is daar een omslagpunt? Is dat wanneer we in gesprek raken en het een en ander uitwisselen? Dat we naar elkaar luisteren of een vraag stellen. Ja als dat eenmalig gebeurd, is die persoon dan nog steeds een vreemde? En het is logisch als ik iemand vaker zie en spreek, dat diegene dan geen vreemde meer is. Zelfs als ik de naam niet weet, voelt diegene niet meer als een vreemde. Bijvoorbeeld ook als je naar een winkel gaat en daar de verkoper spreekt, dan weet ik vaak helemaal geen naam en toch spreek ik die vaker en dan is het dus geen vreemde meer.
Maar dan gaat het ook eigenlijk om het woord 'ontmoeten' in die uitspraak. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Want wanneer ontmoet je iemand? Zou zelfs alleen een enkele blik -oogcontact- al genoeg zijn om te spreken over een ontmoeting? Want hoe vaak heb ik oogcontact met wildvreemde mensen? Is het dan wel eens dat het helemaal niet meer vreemd voelt? En soms heb ik dan de neiging om iets te zeggen. En helemaal als dat nodig is, dan kan ik ook heel makkelijk iets zeggen tegen die persoon. Of is het oogcontact in gradaties te meten? Heb je vluchtig contact zonder dat je de ander echt ziet! Of elkaar aankijken, zonder dat er verder iets gebeurt? Of een blik van kort contact, een soort ..ehm.. blik van verstandhouding? Er is ook oogcontact waarbij je elkaar écht even ziet. Dan kan het zijn dat.. dat je echt bij iemand naar binnen kijkt. Dat je de ziel van de ander ontmoet. Zoals zo mooi gezegd kan worden.
Ja, ik denk dat er echt gradaties zijn dus in dit soort ontmoetingen. Dat dan zo'n ja, een beetje een diepe, intense blik dat die zelfs veel meer teweeg kan brengen dan wanneer je iets tegen elkaar had gezegd. Want vaak zijn er wel van die kleine gesprekjes over koetjes en kalfjes en ook al duurt zo'n gesprek een tijdje, het kan dan voelen als heel oppervlakkig. En dan is er wel sprake van een ontmoeting en toch voelt dat niet helemaal echt. Je zegt elkaar gedag en je ziet elkaar nooit meer. En dan vergeet je dat gesprek. En ook de persoon zelf blijft dan heel vaag. Dan weet ik eigenlijk helemaal niet meer wat die persoon aan had, wat voor kleur haar, wat diegene bij zich had. Of ie zich wel of niet op z'n gemak voelde. Daar heb ik helemaal geen idee meer van. Dat onthoud ik dan niet. Maar af en toe met zo'n hele intense blik, zonder woorden, dan kan ik dat wel onthouden.
En af en toe is er zo'n ontmoeting die heel lang blijft hangen. En dat doet me denken aan de ontmoeting met een jonge vrouw. Het bleek dat ze studente was. En die reisde van Groningen naar Nijmegen. Het was een vrouw met een hele grote bos krullen. En zij kwam naast me zitten in de trein, want we waren in de trein. En ze zei even gedag. En toen pakte ze een boek en dat boek was: De zeven eigenschappen van Stephen Covey. En daar heb ik een vraag over gesteld. Zij vertelde hoe ze aan het boek was gekomen en ze liet het briefje zien wat ze erbij had gekregen. En daar stond haar naam op. Paula, was haar naam. En wat geweldig dat ze dit boek nu al op jonge leeftijd las! Want ik was veel ouder toen ik dat boek in handen kreeg en dat boek heeft mijn kijk op de wereld veranderd. En ik wenste haar dat ook toe. Zo ontstond er een heel bijzonder gesprek, totdat we bij het station waren waar zij eruit moest. En we hebben elkaar in dankbaarheid gedag gezegd. En volgens mij zwaaide ze nog toen ze buiten langs de trein liep en ik wenste haar in gedachte alle goeds.
Dit was járen geleden. Misschien wel meer dan 15 jaar geleden, denk ik. En toch weet ik dit nog precies. En zou zij zich dat nog herinneren? Voor mij maakt het niet zo heel veel uit. Want zo'n bijzondere ontmoeting met een vreemde die in korte tijd even heel dichtbij was, is op dat moment geen vreemde meer.
En is dat wat er meer zou moeten gebeuren?! Mensen écht ontmoeten. Elkaar zien en horen. Dus kijken en luisteren. En dan het liefst zonder oordeel of verwachting. Met wederzijds respect. Als gelijkwaardig mens. Gelijkwaardig, ja daar zeg ik dus iets; gelijkwaardig. Dat zou de basis moeten zijn en daar gaat het heel vaak mis. Als je niet op gelijkwaardig niveau de ander kunt zien, is er een disconnectie. Dan gaat het over meer- en minderwaardigheid. En dan is die ontmoeting scheef. Zoals helaas bij alle machthebbers zo is en ook bij vele leiders. Ik zou wel eens die leider willen ontmoeten die op gelijkwaardigheid met andere mensen omgaat. En zolang we dat niet kunnen, en uitgaan van meer- en minderwaardigheid, zullen we volgens mij, vreemden blijven.
Maar dan lees ik over alle problemen die er zijn op dit moment, ook rondom de asielzoekers. En als je vindt dat deze mensen geen recht hebben om te leven in dit land, wat zegt dat dan over jezelf?! Dan gedraag jij je als meerderwaardig ten opzichte van de vreemde mensen. Die zie je als minderwaardig. Maar eigenlijk voel je je zelf minder waard. Want je gaat uit van tekorten. En van schaarste. En dat leidt tot angst, angst voor de toekomst. En dat is dan je reactie door dan boos te worden, omdat je daar bang voor bent. Zonder dat je beseft dat deze vreemde mensen juist gevlucht zijn uit een omgeving waar zij bang zijn voor hun toekomst! En wat heel terecht is, want ze leven dan in een land van oorlog. En met niets zijn ze in een vreemd land aangekomen, en dan worden ze gehaat door de mensen omdat ze niets meer hebben, omdat ze gevlucht zijn! En voor deze mensen is de angst voor de toekomst juist heel terecht. En ook de onzekerheid wat het ze met zich meebrengt. Ze komen in een vreemd land en alles is onzeker. Maar waar wij in een democratie leven, is onze toekomst toch iets zekerder. Het is toch wat meer geregeld hier allemaal, zolang hier dan geen oorlog is.
En daar schrik ik af en toe van, dat bekende mensen, hoe zij dan kijken naar die vreemden. En ook de uitspraken die zij doen met zo'n negatief beeld en ook denigrerende opmerkingen. Dat had ik dan niet achter ze gezocht en daar schrik ik dus echt van! En als er wel een oorlog komt, kan het zijn dat die bekenden, die nu naast je staan, dat ze ineens vreemden worden. Maar ik denk zolang we elkaar écht blijven ontmoeten, in gelijkwaardigheid, dan ontdekken we dat we allemaal mensen zijn. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.
Dit was seizoen 11, aflevering 20: 'We zijn vreemden' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer!
Wed, 08 Jul 2026 - 10min - 219 - 19 Het geluid gaat nooit weg
Dit is een interview dat is gepubliceerd op de site van Kwiekleven in een nieuwsbrief naar de klanten. Ze zochten een expert rondom tinnitus. Google gaf toen mijn boek 'hoor jij wat ik hoor? aan. Artikel is gemaakt door Kawtar.
(afbeelding komt uit het boek hoor jij wat ik hoor. Gemaakt door Daniela Postma)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En ook het thema 'horen' is voor mij ook horen in de breedste zin van het woord. En dit is weer een aflevering die te maken heeft met dat horen. Dit is seizoen 11, aflevering 19: Het geluid gaat nooit weg.
Een tijd geleden heb ik een mail ontvangen. En daarin stond de vraag of ik mee wilde doen aan een interview. Ze hebben gezocht naar een expert rondom tinnitus. En degene die daarnaar op zoek was, die heeft dat opgezocht en Google gaf toen mijn boek aan! Het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. En de vraag was: heb jij interesse in een geschreven interview rondom tinnitus? Dit interview komt dan in een nieuwsbrief en die wordt naar zo'n 15 duizend mensen gestuurd.
In die nieuwsbrief daar komen allerlei uiteenlopende onderwerpen rond gezondheid aan bod en het thema tinnitus past hier perfect bij. Deze vraag kwam van een webshop waar voedings ..ehm.. supplementen, vitamines, mineralen en superfoods worden aangeboden van allerlei verschillende merken. En ik heb aangegeven van: kan ik daar wel aan mee doen? Ik ben geen klant van jullie, dus kan ik dan wel meedoen aan zo'n artikel? Dat was geen probleem. De vragen zou ik schriftelijk krijgen. En die interviewer heeft zich ook behoorlijk goed ingelezen. Die had best mooie vragen opgesteld. En dat interview wil ik hier met jou gaan delen.
De titel van het artikel is geworden: Het geluid gaat nooit weg. Maar je kunt leren ermee te leven. Een gesprek met Paula Hijne. En dan begint het eerst met een soort inleiding en dat is bijna een soort samenvatting van het interview wat daarna komt. En de samenvatting die ze hebben gegeven gaat als volgt:
Interview met Paula Hijne. Ze heeft ze zee altijd bij zich. Niet als vakantieherinnering, maar als permanent geluid in haar hoofd. Paula Hijne leeft al haar hele leven met gehoorverlies en kreeg later daar tinnitus en Ménière bij. En toch werd ze coach, podcastmaker en radio-maker. En schreef ze een boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Een eerlijk en hoopvol boek over omgaan met het altijd aanwezige geluid. In dit interview vertelt Paula hoe ze leerde luisteren naar haar tinnitus. Wat dat haar over communicatie en coaching heeft geleerd. En welke stap jij al vandaag kunt zetten. Want wat als het geluid dat je het meest soort ook de sleutel blijkt ze zijn naar meer zelfkennis? Nou, wat je uit dit artikel meeneemt:
Tinnitus gaat zelden weg, maar de manier waarop je ermee omgaat, kan wel veranderen.
Het accepteren dat het geluid blijft is paradoxaal genoeg het begin van meer rust. En Paula Hijne luistert als coach met haar ogen, haar gevoel en haar intuïtie. Een unieke kijk op communicatie. Tinnitus is vaak verbonden met gehoorverlies, vermoeidheid en concentratieproblemen, die zelden goed worden uitgelegd. Simpel maar krachtig naar buiten gaan en bewust luisteren naar de natuur helpt bij het vinden van rust. Het zintuig 'evenwicht' verdient veel meer aandacht, al vanaf de basisschool, aldus Paula.
Ja en dan begint het interview, steeds met een soort korte inleiding van wat de interviewer zelf aangeef en dan komt ook de vraag. En in dit geval is van ..ehm.. de inleiding:
Paula schreef haar derde boek vanuit een heel persoonlijk vertrekpunt. Ze wou het boek maken dat er voor haar zelf niet was. Hoe dat besluit ontstond vertelt ze hier.
De vraag ik die daarover gekregen heb is: Je derde boek 'Hoor jij wat ik hoor?', gaat over tinnitus, waarom was dit voor jou het juiste moment om juist over dit onderwerp te schrijven? En ik heb als antwoord gegeven:
In 2020 vlak na de uitgave van 'Evenwicht, in uitvoering', kreeg ik meerdere keren de vraag: wanneer komt je volgende boek uit? Ja! Ga ik dan nog een boek schrijven? En het begon wel te kriebelen. Is het nu tijd voor het boek over tinnitus? Maar er is al zo veel over geschreven! Wat kan ik dan anders doen? In ieder geval moet het een boek worden met herkenbare ervaringen. En uitleg over wat tinnitus is. Een boek dat vlot leesbaar is. En een boek waarin het proces beschreven staat hoe je om kunt leren gaan met het altijd aanwezige geluid in je hoofd. En dan niet vanuit de zwaarte, maar juist met een positieve insteek. Dat boek dat ik zelf had willen lezen, toen de tinnitus mij enorm frustreerde! Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat de vorm duidelijk was. Het was ook spannend! Durf ik mijn ervaringen en opgedane inzichten met de wereld te delen?
En het volgende stukje is de inleiding weer, van de interviewer: Paula ontdekte pas op volwassen leeftijd dat ze haar hele leven al compenseerde voor haar gehoorverlies. En die ontdekking veranderde alles. Ook haar beroepskeuze. En de vraag is dan: Je leeft al vanaf je geboorte met gehoorverlies en kreeg daar later tinnitus en Ménière bij. Hoe heeft die persoonlijke ervaring jou kijk of luisteren veranderd? En mijn antwoord:
In de jaren 90 kwam ik erachter dat ik genetisch gehoorverlies heb. Ik besefte dat ik mijn hele leven al spraakafzie, het gezicht- en mondbeeld is belangrijk om te kunnen spraakverstaan. En dat had ik ook hard nodig in het werk in het onderwijs. Door de combinatie met tinnitus en Ménière, kon ik niet meer in het onderwijs werken. En tijdens een re-integratietraject werd duidelijk wat ik nog wél kon: met mensen in gesprek gaan. In een-op-een situaties. Ik ben altijd al nieuwsgierig geweest naar de drijfveer van andere mensen en zo kwam het coachvak op mijn pad. Het oogcontact tijdens een gesprek is mijn kracht. Ik luister met mijn ogen, mijn gevoel en mijn intuïtie en stel dan de vragen die nodig zijn.
En de volgende vraag was weer de inleiding van de interviewer: Hoe voelt het om dagelijks te leven met een geluid dat nooit stopt? Paula beschrijft het met een beeld dat meteen raak is! De vraag die ik daarover kreeg: Je omschrijft tinnitus als de zee in mijn hoofd. Wat zegt dat beeld over hoe tinnitus voor jou voelt in het dagelijks leven?
En mijn antwoord: de zee is altijd in beweging. Van kalm tot stormachtig. Er is altijd geluid te horen aan zee. En zo ervaar ik ook het geluid van de tinnitus. Dynamisch! Het volume en soort geluid fluctueert voortdurend. Het is nooit stil. En ik heb er een klein gedichtje bij geschreven. Dat komt uit het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'.
Mijn
blik gericht
op rollende golven,
woest geluid in mijn
hoofd
Het volgende stukje is weer de inleiding van de interviewer: Voor Paula is het harde geluid van haar tinnitus meer dan overlast. Het is intussen een betrouwbaar lichaamssignaal geworden. En de vraag die ik dus had gekregen: Je schrijft dat tinnitus voor jou soms een signaal kan zijn van spanning, ziekte of een aanval van draaiduizeligheid. Hoe heb je geleerd om dat signaal beter te herkennen? En ik heb geantwoord:
Dat heb ik pas geleerd toen ik de aanvallen van draaiduizeligheid kreeg als gevolg van de Ménière. Vlak voor en tijdens een aanval is de tinnitus zeer luid. Toen ik dat doorkreeg, merkte ik op dat het luider worden een signaalfunctie heeft. Ik kan ernaar luisteren. En een stap terugzetten. Of het negeren, met alle gevolgen van dien. En elke keer kan ik de keuze maken, wat te doen als de tinnitus weer overal bovenuit komt!?
En dan de interviewer weer: In haar coachingspraktijk werkt Paula met mensen die middenin het leven staan en worstelen met de gevolgen van tinnitus. Wat staat er centraal in die begeleiding? En de precieze vraag die ik kreeg: In je werk wil je mensen in beweging brengen, activeren en versterken. Hoe vertaal je dat naar de begeleiding van mensen met tinnitus? Wat ik aan heb gegeven:
De meeste mensen die tinnitus hebben en bij mij komen voor begeleiding, staan volop in het leven en hebben een intensieve baan. In hun omgeving is er weinig begrip voor de last die ze ervaren door de tinnitus. In de coaching gaat het over energie-management, het leren omgaan met emoties en grenzen aangeven. Het gaat ook over de communicatie. Hoe leg ik het uit? Wat heb ik nodig van de ander? Wat kan ik zelf anders aanpakken? Als er sprake is van gehoorverlies, dan gaat het over het inzetten van de juiste hulpmiddelen en luisterstrategieën.
En dan weer interviewer: Het grootste verlangen van iemand met tinnitus is dat het geluid stopt, maar wat als dat nu eenmaal niet gebeurt. Paula legt uit wat er dan wél mogelijk is.
Nou, de vraag die ik kreeg: Veel mensen met tinnitus willen vooral dat het geluid stopt, wat verandert er wanneer iemand leert om er op een andere manier mee om te gaan? En ik heb als antwoord gegeven:
Als de persoon met tinnitus eenmaal beseft en zich erbij neerlegt dat het geluid niet weggaat, dan komt er ruimte om te ontdekken wat er anders kan. Dat gaat niet vanzelf! Het is een proces dat aandacht vraagt en tijd! Je gaat op zoek naar informatie om beter te begrijpen wat tinnitus is. En hoe je er anders mee om kunt leren gaan. Er komt een omslag in het denken ten aanzien van dat voortdurende geluid in de hoofd.
En dan de interviewer weer: In haar boek combineert Paula haar persoonlijke verhalen met toegankelijke uitleg over hoe het oor werkt. En dat is geen toeval. De vraag die ik daarover kreeg: Je boek combineert persoonlijke ervaringen met uitleg over tinnitus en hoe het oor werkt. Waarom vond je die combinatie belangrijk? En mijn antwoord:
De meeste mensen met tinnitus hebben ook een vorm van gehoorverlies. Maar het is nooit goed uitgelegd hoe dat werkt en wat voor soort gehoorverlies het is. En die kennis is nodig om te begrijpen waar de ve...
Wed, 01 Jul 2026 - 20min - 218 - 18 Deinen
Deinen op de golven van het leven... fragment van een tekst van Bert Sloots. Heel gek dat ik dan over de zwaartekracht ga hebben en (alweer) over traplopen. Maar uiteindelijk gaat het toch over het deinen op de golven van het leven.
(foto van een tijdje geleden bij de zee in Zeeland, gemaakt door Roel Hijne)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 18: Deinen.
'Deinen op de golven van het leven. Langs de trillingen van de tijd. Elke dag opnieuw ervaren door welke kracht je wordt geleid.'
Dit is een fragment van een tekst van Bert Sloots van 'Even Epibreren' en die had de titel: Bewustzijn. Die heb ik opgeschreven vorig jaar, die tekst. En ook nog een andere tekst: 'Pas als je ophoudt het leven te beheersen, begint het je te verrassen.' Dat is een opmerking van Alan Watts.
En deze teksten die las ik vorig jaar in de zomer, in augustus, toen we op de camping waren, in Zeeland. En die teksten die passen wel een beetje bij elkaar. En als je ophoudt het leven te beheersen, ja, als ik namelijk niet mijn leven meer beheers, dan kan ik deinen op de golven. En alleen ervaren, in plaats van hard werken om aan alles te voldoen aan wat anderen zouden willen en wat ik mezelf opleg, natuurlijk.
In dat fragment van Bert Sloots gaat het over de kracht, door welke kracht je wordt geleid. Door welke kracht word ik geleid? En dan komt direct in mij op: de zwaartekracht. Deze speciale kracht -waarvan ik niet eens precies weet hoe die werkt- die zorgt ervoor dat ik aan of met de aarde verbonden blijf. En waardoor ik kan lopen en fietsen en bewegen. En tegen de zwaartekracht ingaan dan is dat zwaar en dat ervaar ik elke keer weer als ik de trap op ga.
Ja, een trap, het maakt eigenlijk niet uit wat voor een trap dat is. Kom ik weer hè, met mijn trap, traplopen, blijf dat zo lang mogelijk doen. Maar de lengte en de steilte van de trap die doet er wel toe. En of er een leuning is. Ook hoe groot de treden zijn. Oh ja, dan maakt het dus wel uit wat voor een trap het is. Is ie van steen? Of van hout? Of van aarde met kleine boomstammetjes? Is ie van staal? En ook waar de trap is, dat maakt ook uit. Binnen, in huis of een gebouw. Of buiten. Dan speelt ook altijd de weerkaatsing van de voetstappen, die spelen mee. Zoals in een gesloten trappenhuis. En dan vind ik mijn eigen stappen horen, vind ik best fijn. Maar andere voetstappen tegelijk horen, die ook die trap af gaan in zo'n gesloten trappenhuis en die dan in een ander ritme lopen, dat kan dan heel hinderlijk zijn. Dan, dan klopt dat niet, dat geluid, met mijn eigen bewegingen. En dan kan ik met moeite verder lopen. Dan moet ik zó geconcentreerd op mijn eigen stappen letten en goed blijven kijken waar ik mijn voeten neerzet. Maar ook zo'n hoge, metalen trap. Zo één die helemaal open is, waarvan de treden helemaal open zijn. Dat vind ik ook heel moeilijk. Want je kunt dan steeds de grond zien. En je ziet dan ook de hoogte waar je bent.
En buiten, op een stenen trap met pittige zijwind, dat is ook heel lastig. Die trap die ken ik wel, want in Zoutelande heb je die vanaf de boulevard, heb je een hele trap omhoog om aan de andere kant dan bij het strand te komen van de Westerschelde. En als het daar dan heel hard waait, dan is dat een hele lastige trap om op te lopen. En helemaal als dus die zijwind dus zó hard is, vooral de zijwind, dan ben ik met verschillende dingen tegelijk bezig. Ik ben met mijn eigen stappen bezig, hoe zet ik mijn voeten neer? En waar? En ik ben me dan ook aan het overeind houden, in plaats van opzij geblazen ze worden. En ook ..ehm.. de wind die door mijn haren gaat en die dan voor mijn ogen geblazen worden, dan kan ik het weer even niet zo goed zien en natuurlijk mijn ademhaling reguleren. En ook al die mensen die ook op die trap lopen, waar je rekening mee moet houden. Die dan ineens stoppen halverwege de trap terwijl jij door wil lopen. Dus als het druk is op die trap, moet je ook altijd beter opletten.
En om die trap op te lopen, heb je natuurlijk echt die conditie nodig. Af lopen is dan veel meer rekening houden met je evenwicht. Is best een moeilijke evenwichtsoefening. En ik sta best verbaasd hoe veel mensen hier in Zeeland, bij Zoutelande, verderop heb je van die hele hoge, houten trappen, vanaf de duin waar je dan omhoog moet om dan aan de andere kant naar beneden te gaan naar het strand. Hoeveel mensen die trappen ook nemen! En eigenlijk vind ik dat ook wel fijn om te weten, dat er nog zo veel mensen zijn die die trappen gewoon gebruiken!
Ja en al deze woorden, kom ik toch weer uit op die trap. Naar aanleiding van dat woord kracht. Wat doet denken bij mij aan de zwaartekracht. Maar ik vertelde aan het begin van deze aflevering: deinen op de golven van het leven. En dat is natuurlijk een metafoor. Dat beleef ik niet in het echt, want al jaren, komen we in de vakantie op het strand, zonder dat ik ga zwemmen in de zee. Vroeger deed ik dat wel, toen de kinderen ook nog klein waren. Maar tegenwoordig ga ik dat niet meer zo gauw doen. En dat deinen op die golven, ik weet hoe het voelt. Maar dat zijn dan wel ervaringen van lang geleden, want nu zou mijn lijf dat helemaal niet meer kunnen handlen. Als ik nou op een luchtbedje ga of op een ..ehm.. strandbal en dat ik daarop ga drijven, in die golven blijven maar heen en weer gaan. Ik geloof niet dat ik dat op dat moment wel heel fijn vind, maar niet als ik dan uit het water kom en weer ja, rechtop moet gaan lopen. Ik ben bang dat ik dan heel draaierig ga worden.
Maar als metafoor kan ik dat natuurlijk wel gebruiken. Deinen op de golven, is ook meebewegen met de stroom van het leven. Steeds weer. Maar ja, dan gebeurt er toch weer iets vreemds in mijn hoofd. Als ik meebeweeg met de stroom van het leven, zoals nu op de vakantie, niets ligt vast, dan kan dat zo weer anders zijn! In plaats van de zon blijft het regenen. De riolering hier die stuk is en waarbij niet duidelijk is wanneer hij gemaakt is. Ja daar moet ik wat mee, vind ik dat erg of niet? Onze zoon die toch nog een paar dagen komt kamperen. Dan voelt het toch allemaal alsof ik het leven in mijn hand houd, dat ik het leven juist wél beheers. Alleen is dat wel vanuit een ontspannenheid en niet in een krampachtig vasthouden. En zo wil ik mijn hele leven altijd wel beheersen. Want juist dan kan ik me ook laten verrassen door iets wat om me heen gebeurt. Dan is er wel een voorwaarde nodig, dat is om in beweging te zijn en te blijven. Om mee heen te kijken. Om te luisteren. Zoals van de week, hoorden we en zagen we de wulpen en de regenwulpen.
Ja, wat ik wel een fijn geluid vind, is de regen op de tent. En die kan ik alleen horen met mijn hoortoestellen in, want anders hoor wel iets, maar dan weet ik niet precies wat ik hoor. Dan herken ik het niet als regen. Maar de regen die is ook fijn, want die maakt mijn huid nat, tijdens het fietsen. Dan krijg ik natte handen, natte armen, natte benen. En als ik dan echt goed voel, dan is het eigenlijk heerlijk! Helemaal in de zomer dan hè! In de winter vind ik dat niet fijn. En het enige wat ik lastig vond, toen het zo ongelofelijk hard een keer regende, was eigenlijk de zorg om mijn hoortoestellen. Want die mogen niet kletsnat worden. Maar vaker is het in de zomer, dat ik de zon op mijn gezicht voel. Dat is natuurlijk veel lekkerder! En nu zijn we ook weer op vakantie. En op vakantie is het dan heerlijk om zelf te bepalen wat ik ga doen. Dan ga ik even schrijven. Of lezen. Of haken. Of tekenen. En ook, ik bepaal zelf wat ik schrijf, en wat ik lees en wat ik ga maken. En dat doe ik allemaal in eigen tempo. En af en toe doen we een spelletje samen. Een gezelschapsspelletje. En we gaan er ook vaak erop uit! Ja, en waarnaartoe?
Ja, dan fietsen we naar Oostkapelle of naar Zoutelande of naar Middelburg. En dan via welke route, dat weten we niet altijd van tevoren, want er zijn zoveel weggetjes naar al die plaatsen. En dan gaan we niet alleen de knooppuntroutes volgen, want er zijn zo veel weggetjes die je nog niet eerder bewust hebben gefietst. Elke keer weer. En zo leuk om die te ontdekken. En ik denk dat we ook straks naar Middelburg gaan. Dat is nu het plan. Maar het kan ook nog helemaal anders worden.
Ja en dan is het ook goed, want ja, dat is natuurlijk dat mee stromen. Of te wel het deinen op de golven. Ik ga verder genieten van mijn vakantie. Dit was seizoen 11, aflevering 18: Deinen, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer!
Wed, 24 Jun 2026 - 09min - 217 - 17 Campinggevoel
Mijn hele leven heb ik gekampeerd, eerst in een tent, tegenwoordig in de caravan. Op de camping is er tijd om me over te geven aan al die langs dwarrelende gedachten.
(eigen foto van de caravan, met tent, op de camping)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 17: Campinggevoel.
Bestaat er zoiets als een campinggevoel? En wat is dat dan? Voor mij is dat in ieder geval een vorm van genieten op een klein plekje. Vroeger was dat een piepkleine tent. En met het gezin hadden we een 6-persoons tent, met alle ruimte voor de tassen met kleding en spullen en voor het eten koken. En we namen dan wel een aanhangwagen mee, want zonder zou het allemaal niet mee kunnen.
Toen de jongens niet meer meegingen, hebben we volgens mij nog één keer met die tent gekampeerd, met die grote tent. En daarna hebben we een nieuwe gekocht. Een 4-persoons tent, iets kleiner. Maar wel met voldoende ruimte. En met een diepe, vaste luifel. En ook daarmee was het precies goed. Groot genoeg ook. Ook als het regende.
Tegenwoordig hebben we een caravan. Wat dat betreft hebben we nu de meeste ruimte tijdens het kamperen. Veel meer dan wat we vroeger dus hadden in die tenten. Een caravan met alle kookspullen, al het eten en de kleding en de handdoeken, alles kan dan in de kasten in de caravan. Zit niet meer in bakken, het zit niet meer in de koffer. Zelfs alle boeken en mijn knutselspullen hebben dan een plekje in die caravan. Daarnaast hebben we ook een hele grote tent, een voortent. En die is 3 meter diep en ook daar hebben we heel veel leefruimte.
En in de zomer zitten we dan ook helemaal niet in de caravan, want we zitten eigenlijk altijd in de voortent of gewoon natuurlijk lekker buiten. Eigenlijk gebruiken we de caravan alleen maar om alle spullen op te bergen en om daar te slapen. We hebben een vast bed met een goed matras. En verder zijn we dus weinig in die caravan. En dan heel soms, dan werk ik wel eventjes op de computer, dan ga ik wel binnen zitten, aan tafel, op de bank. We hebben ook nieuwe kussens, nieuwe kleur van de stof van de kussens.
En verder hebben we ook nog een petluifel en een diepe ja, luxe luifel noemen ze dat. We hebben ongelooflijk veel leefruimte op dit moment op camping. En samen is dat met de caravan wel meer dan 8 meter diep, bij elkaar. Het is natuurlijk groot zat met z'n tweetjes. Ik noem het ook wel eens dat we nu luxe kamperen.
En we hebben ook dan een hele ruime plek nodig. Hoewel de caravan zelf helemaal niet zo groot is. We hebben een kleine caravan. Maar de ruimte die we er verder bij hebben door de voortent, maakt dat we toch een ruime plek nodig hebben. Dus we zoeken ook altijd een camping waar dat ook is. Wel een camping waar we niet de auto bij de caravan mogen neerzetten. Want ik vind het heel fijn dat er geen auto vlakbij staat.
En de plek waar we nu zitten, kijken we over het hele veld heen. En naast de tent en caravan hebben we nog een heel stuk voor een klein tentje, voor als onze zoon komt logeren. Maar ook waar we zelf in de schaduw kunnen zitten van de boom bij warm weer.
Ja, en de temperatuur is wel heel aangenaam. Zo rond je 20 graden. Vind ik wel heel fijn. Er is wel veel wind geweest de afgelopen dagen. Maar onder de luifel zittend merk je daar eigenlijk heel weinig van. Dan is die luifel ook wel een windvanger. Zoals je vroeger zo'n windscherm neerzette.
Maar wat is nu het campinggevoel, behalve de spullen waarmee we kamperen? Ik weet nog op de derde dag dat we op vakantie waren, dat ik even dacht, hoe moet ik al deze weken door komen op deze plek!? Dat was dus wel even wennen. Maar ja, nu vind ik het weer heerlijk. Komt ook door het prettige weer. Ja, door de leuke omgeving, mooie omgeving. Ja, gewoon, nee niet gewoon, de tijd nemen om ook lekker te lezen en te tekenen. En verder heel veel fietsen. Steeds even boodschappen doen. En af en toe ondernemen we nog wat andere dingen. Zoals naar een markt of naar een museum of iets dergelijks. Of we maken een hele lange fietstocht. Dat we met de fietsknopen-route een hele route uitzetten en dan gaan we dat heerlijk fietsen. En af en toe een beetje wandelen door het dorpje hier in de omgeving. Of we fietsen ergens naartoe, waar we daar een wandeling gaan maken. Natuurlijk ook naar de grote stad. Daar kunnen we ook heerlijk wandelen.
En niets moet! Ik zit ook nauwelijks ook op de telefoon, vind ik ook heel fijn. En dan doe ik eigenlijk geen werk. Eigenlijk ook helemaal geen PR-acties. En dat vind ik wel lekker zo! Wat ik dus doe is wel lezen. En wat las ik nou? Een quote van Erik Zuydam: 'Het denken maakt onophoudelijk lawaai. Hoe zou het de stilte kunnen begrijpen?'
Vanochtend vroeg mijn man -we lagen nog in bed en hij merkte al dat ik wakker was- en hij vroeg: waar lig je allemaal aan te denken? Dus ik dacht terug aan wat heb ik nou net allemaal had ,gedacht? Nou, dat was ..ehm.. wat doe ik strakjes aan? Doe ik de jurk van gisteren aan of doe ik een andere jurk aan of iets heel anders? Een broek met een shirt of zal ik me overdag nog een keer omkleden als het te warm wordt? En ook, ik ga straks even de tent voor een groot deel open doen, want dan kan de wind er doorheen. Maar dan moet ik wel een krukje pakken voor de rits want die rits zit zó hoog. Maar dan moet ik het krukje wel goed uitklappen zodat ik er veilig op kan staan. En ik dacht: voor het ontbijt kan ik het beste eerst het theewater opzetten en daarna pas de spullen klaarzetten voor het eten. Maar ja, enzovoort. Al die gedachten die gingen over de komende momenten in de caravan en de tent. Dus hele actuele, praktische gedachten, ja die gewoon uit te voeren zijn!
En dan zeggen ze in die quote: 'het denken maakt onophoudelijk lawaai'. Nou, ik was dus de hele tijd aan het denken, maar is dat dan lawaai!? Had ik er last van? Of wilde ik liever nog slapen? Nou volgens mij allemaal niet. Het denken is er inderdaad altijd. Het staat nooit stil. Ik associeer het alleen niet met lawaai. Net zoals ik het harde tinnitus-geluid geen herrie of lawaai meer noem.
En dan het 2e deel van die quote: 'hoe zou het de stilte kunnen begrijpen?' Dus hoe zou het denken dan de stilte kunnen begrijpen? Nou dat ligt er dan aan wat of welke stilte er wordt bedoeld. Afwezigheid van geluid is het niet, in deze quote. De gedachten die er niet zijn, dat zal wel bedoeld worden.
Maar ik gaf net al aan, gedachten zijn er altijd. Alleen ben ik er niet altijd van bewust dat ik aan het denken ben! Ook wel een gekke gedachte. De gedachten die vallen gewoon binnen en die gaan dan met me op de loop. Of ze dwarrelen even langs. Even zo, een zijdelingse gedachte. En dan ga ik terug naar waar ik nu mee bezig ben. En die gedachten, ja die zijn er nu natuurlijk wel in het hier en nu. Zo van; ik ben nu aan het vertellen en ik voel nu de warmte. Ik voel de wind, die een beetje koud is. Ik voel het schapenvel op de stoel als ik zit op de stoel. Ik voel dat mijn ogen weer druppeltjes nodig hebben, want mijn ogen worden veel te droog. En mijn zoon die belde net. Ja, heerlijk om daar even mee te praten. Dan hoor ik de bomen ruisen. En daardoor weet ik dat er best veel wind is. Dat hoor je aan het geluid van de bomen. En vlak voor me staat een hazelaar. En dan komt er weer een gedachte: de hazelaar thuis in de tuin die wordt we heel groot. Laten we die nou staan of moet deze uit de tuin?
Ja, en zo zijn er dus voortdurend van die buitelende gedachten. En dat gebeurt heel vaak in stilte. Ja, en dan heb ik daar even een gedichtje van gemaakt. We zijn op vakantie aan zee. Niet direct aan zee, we moeten daar wel naartoe fietsen, maar hoe dat dan aan zee gaat, daar heb ik de volgende tekst voor:
Zee
Schuimende golven
spoelen mijn gedachten schoon
en de wind neemt ze mee.
Dit was seizoen 11, aflevering 17: Campinggevoel! Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!
Wed, 17 Jun 2026 - 08min - 216 - 16 Bewegen is noodzaak
Hoe belangrijk het is voor mij om te blijven bewegen, om mijn evenwicht 'sterk' te houden, leg ik uit in deze aflevering. Maar eigenlijk is het voor iedereen van belang, volgens Erik Scherder.
(eigen foto genomen op het strand, lopen door het zand is zwaar).
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak dit naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat boek over ons fysieke evenwicht. Over hoe ons evenwicht werkt en ik deel daar graag nog extra informatie over. Ook de ervaringen die ik ermee heb en waarom ik bepaalde dingen doe zoals ik ze nu doe. En dit is weer zo'n aflevering over het evenwicht. Dit is seizoen 11, aflevering 16: Bewegen is noodzaak.
Op 6 mei dit jaar was er een ondernemersevent georganiseerd door Zakelijk Zeewolde. (Zeewolde Zakelijk red.) En daar kwam Erik Scherder spreken. Erik Scherder, de man die bekend is over dat ie alles weet over dat brein. En ook het enthousiasme waarmee hij dat dan brengt, hij deelt dat graag. Dat is duidelijk. En dat heeft hij ook tijdens die presentatie gedaan op 6 mei.
Er waren zo'n 100 ondernemers uit Zeewolde die daarvoor hadden aangemeld. Het was een volle zaal. En ik kwam daarbinnen en ik zag die, nou best wel ruime zaal. Toen heb ik meteen gevraagd aan de organisatie: mag ik vooraan zitten, een beetje vooraan, want ik dan ik hem heel goed volgen, want ik heb gehoorverlies en ik wil hem wel heel graag kunnen horen.
Ik had geen schrijftolk meegenomen. Achteraf maar goed ook, want Erik Scherder wil nog wel eens heel snel praten (ha), dat zou best wel ingewikkeld zijn voor een schrijftolk om dat precies te volgen. Ik mocht daar vooraan gaan zitten. Dat heb ik dan ook gedaan. En op een gegeven moment kwam Erik daar ook binnen, meneer Scherder. Ik zei ‘u’ tegen hem. Maar ik mocht gewoon Erik zeggen en ik heb hem een hand gegeven. Ik heb even mij voorgesteld, omdat ik vlakbij hem was. Hij stond er al bij het podium en dat was de plek waar ik ook zat. Want ik had het boek meegenomen: 'Evenwicht, in uitvoering', en dat boek wilde ik heel graag aan hem geven. Omdat hij weinig heeft over het evenwicht, vond ik dat wel interessant, zo van: dit boek heb ik daarover geschreven ..ehm.. misschien kunt u er iets mee (ha).
Het leuke was, er waren eerst nog even een paar andere sprekers en naast mij bleef een plekje leeg en hij kwam daar toen zitten! Dus hij kwam naast mij zitten! En heb ik even nog uitgebreid met hem gesproken met hem over het boek. Ik heb het boek laten zien, ik zeg: 'dat wil ik u straks aanbieden'. Ik bleef ‘u’ zeggen dus. (ha!) Dus het was heel leuk dat hij naast mij zat terwijl we luisterden ook naar die andere mensen. En toen kwam hij, en hij ging zijn presentatie houden. Onder andere over de stof myeline die in de hersenen zit. Maar voordat ik het daarover ga hebben, wil ik even vertellen over de delen van de hersenen, zodat je snapt waar dan die myeline zit. Die hersenen van ons, de grote hersenen die bestaan uit twee helften. Je hebt een linker- en een rechterhelft. En dat is ook het grootste deel van de hersenen. En hier worden alle zenuwimpulsen getransformeerd tot beelden en symbolen, en woorden, getallen en ideeën. Het is ook het centrum van de bewuste denkprocessen en waarnemingen en ook voor het bewegen heel erg belangrijk. En dat bestaat uit twee lagen, die helften. Je hebt de hersenschors, de cortex en dit is de buitenste grijze massa en die wordt omgeven door drie hersenvliezen. En de hersenschors bestaat uit zenuwcellen. Dat zijn cellichamen die zorgen voor bewuste acties, zoals nadenken, bewegen, spreken en voelen. Maar in die hersenschors bevindt zich helemaal geen speciaal deeltje voor het evenwicht.
En dat binnenste deel, dat is de witte massa en deze bestaat uit vezels. Of nog specifieker: axonen. En die witte massa die zorgt voor de verbinding tussen de twee hersenhelften, tussen bepaalde delen van de hersenschors binnen één hersenhelft én tussen de hersenschors en andere delen van het lichaam.
En die grote hersenen de zijn verdeeld in vier kwabben en één van die kwabben, dat is de wandbeen-kwab. Het zit een beetje achter bovenaan, 'n beetje aan de zijkant zo. En hierin bevinden zich de gebieden voor de lichamelijke sensaties. En dat is waar Erik Scherder zich oprichtte, op die wandbeen-kwab, wat daar dan ook allemaal gebeurt met die lichamelijke sensaties. Die myeline, dat is een witte vettige stof en die zit rondom de uitlopers van die zenuwcellen, zit eigenlijk om die axonen heen. En daardoor, door die witte stof worden de zenuwsignalen sneller doorgestuurd. Bij beschadiging, dus als er minder myeline komt, dan wordt dat proces van overbrengen, dat wordt vertraagd. En door ouderdom zullen er automatisch wel beschadigingen komen. Maar om dit proces te vertragen, dat die myeline minder wordt, is bewegen één van die onderdelen die heel belangrijk is. En dat geldt dan niet alleen voor het ouder worden, want je hele leven lang is dat noodzakelijk. Ook bij kinderen en hiervoor pleit Erik Scherder ook, die geeft ook aan: kinderen moet veel meer bewegen.
Vroeger was dat veel makkelijker. Gebeurde dat ook wel, maar tegenwoordig wordt er veel meer gezeten, mensen blijven veel meer zitten. Kinderen worden afgeleid door schermen. Zitten heel lang achter de computer, spelletjes te spelen. Allemaal dingen die niet fijn zijn om die myeline op die axonen om dat goed te blijven houden. En hij pleit er ook voor, dat als dat niet alleen thuis kan gebeuren, laat dan ook op school dat als onderdeel in het hele lesprogramma heel normaal worden. En daar is hij al jaren mee bezig om dat normaal te laten worden op school, dat er veel meer bewogen wordt. En ik vind dat wel weer gek, want ik weet zelf toen ik groep 3 had, en lesgaf, waarbij kinderen toch wat meer gingen zitten dan bij een kleuterklas, dat ik heel vaak liedjes tussendoor had, waarbij we ook altijd met bewegingen bezig waren. En dat was niet per se staan, het was ook wel zittend, maar dan wel met je handen en met je armen bewegen.
Maar ik had ook genoeg ja, daar hield ik ook van, van bewegingsliedjes en dan gingen we allerlei liedjes doen en heen en weer lopen. En omhoog en omlaag. En draaien. Ik vond het zelf heel gewoon om wel die beweging in de les in te voeren. Maar het kan best zijn dat ik het nog veel te weinig heb gedaan. Dat ik dat zelfs nog meer had kunnen doen. En die Erik Scherder die pleit ervoor dat je per half uur dat je sowieso drie minuten even gaat bewegen. En dat kan op allerlei manieren.
En ik geef steeds weer aan, voor mij is bewegen noodzaak. En dat komt, omdat mijn evenwicht niet helemaal goed meer werkt. Is het des te belangrijker om wel mijn spieren sterk te houden, om goed te blijven voelen wat je nou precies doet. Omdat de informatie die via de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Dus ik moet het van andere onderdelen, van andere zintuigen hebben. En gelukkig is dat bewegen iets wat ik zelf ook leuk vind om te doen! En er zijn wel eens dagen dat ik het iets te weinig doe. Maar ik ga sowieso een paar keer naar de sportschool. Ik ga op de fiets overal naartoe in het dorp. Als ik op een station ben, neem ik daar altijd te trap. Als ik een keer met de roltrap ga, dan is het omdat ik een zware koffer bij me heb die ik net een beetje te onhandig vind om de trap op te zeulen. Het ligt er een beetje aan hoe lang de trap is. Korte trappen zijn geen probleem. Dat doe je dan gewoon.
Maar dan denk je ook bij bewegen heel vaak aan sporten. Ja, want het grappige is wel dat iedereen bij het woord bewegen automatisch dan aan sporten denkt. Maar er is natuurlijk veel meer! Ook het hele huishouden doen is een vorm van bewegen. Als ik ga stofzuigen of de ramen wassen, de was ophangen, het is allemaal een vorm van bewegen. Het is niet stil zitten! En dan is het ook van op welke manier je het doet. Je kunt dat heel snel doen, je kunt het heel rustig aan doen. Maar toch is elke vorm van het huishouden doen, als ik aan het koken ben, heen en weer lopen om spullen op te ruimen, dat hoort allemaal bij bewegen.
En ik noemde het net al ook, dat openbaar vervoer, dat ..ehm.. ik ga altijd lopend naar de bushalte toe. Nou is die ook vlakbij, dus het kan ook heel goed. En dat ik de trappen op en af loop. Waarbij weer dat traplopen, is een beetje mijn stokpaardje. ..ehm.. omhoog lopen dat is heel goed voor je conditie. En om je hart even harder te laten slaan. En naar beneden lopen is goed voor dat evenwichtsgevoel en voor die spieren ook natuurlijk. Trouwens bij omhoog lopen heb je net zo goed te maken met je spieren, want dat kan behoorlijk vermoeiend zijn.
En dan in huis, gelukkig, als ik de was doe en ik ben helemaal beneden, moet ik twee trappen omhoog. En als ik dat achter elkaar doe, dan merk ik ook het verschil als ik het een tijd niet heb gedaan, dan is twee trappen oplopen al behoorlijk vermoeiend. Maar heb ik dat alweer vaker gedaan, dan wordt het steeds makkelijker. Dus het is ook hoe vaker je het doet, hoe makkelijker je dat kan doen. En dan is het de kunst op een gegeven moment om weer wat sneller te lopen. En daar zit ik wel tot een bepaalde grens. Want bepaalde dingen kan ik nog heel goed doen. Maar bepaalde dingen lukken ook niet. Als ik de trap op loop heb ik heel vaak nog wel de leuning nodig. En er zijn genoeg mensen die zonder leuning de trap op kunnen. En doe dat vooral! En doe dat met stevige stappen en doorstappen! Maar heb je last van je evenwicht, gebruik dan de trapleuning. Want daar is ie voor.
Ja, wandelen is ook een vorm van bewegen. Maar als je dat heel saai vindt, dan kun je ook als je een hele middag gaat winkelen, dat is ook een vorm van bewegen. Als je dan steeds heen en weer loopt van winkel in en winkel uit. In de winkel zelf heen en weer lopen. Dat is ook allemaal een vorm van bewegen.
Wed, 10 Jun 2026 - 16min - 215 - 15 Avontuur
Wat is avontuur voor mij? Kan dat ook in het klein? Hoe kan ik op avontuur in mijn eigen huis?
De quote die ik deel is van Denise Jarvie.
(Foto gemaakt op Texel)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik vertel graag over het fysieke evenwicht en ook over de beperkingen waar ik mee te maken heb. En af en toe komen er van die filosofische gedachten ook langs. En ook dat vind ik leuk om te delen in deze podcast. Dit is er ook weer zo één. Dit is seizoen 11, aflevering 15: Avontuur.
En ik begin wel vaker met een tekst die ik heb gevonden, die ik ergens gelezen heb, die schrijf ik dan ook over. En daar ga ik dan over nadenken. En dit is die tekst:
Het wiel van het leven draait voortdurend.
Omarm verandering.
En laat je leuke, speelse zelf het avontuur van het leven ontdekken.
Wat mij hierin triggerde was die laatste zin. Het avontuur van het leven ontdekken! Dan stel ik meteen zelf de vraag: is het leven een avontuur? Of anders gesteld: hoe leef ik als ik het leven als een avontuur zie? Hoe zou ik dan leven?
Want ik weet niet of ik het als een avontuur beleef. Als dat zo zou zijn, dan is elke dag wakker worden een dag vol verwachting! Wat ga ik vandaag meemaken? Wat ga ik leren? Wie ga ontmoeten? ..Ehm.. waar kan ik aan beginnen of afronden? En dan vol verwachting met open armen zien en doen wat ik ga doen!
En als er dan een afspraak is, ook dan kan ik dat in verwachting aangaan. En als ik iets heb voorbereid, iets voor de oefengroep of een interview voor de radio of een presentatie, dan kan ik mij wel een voorstelling maken, alleen kan het dan totáál anders gaan. En dan is het een kwestie van meebewegen. Zien wat er gebeurt. Dat ik dan ga luisteren, dat ik ga helpen. En vooral aanwezig zijn.
Maar kan dat allemaal onder avontuur vallen. Is avontuur niet iets wat groots en meeslepend zou moeten zijn? Nieuwe dingen ontdekken. Andere culturen ontmoeten. Kan avontuur er dagelijks zijn? In mijn eigen omgeving? Met steeds weer dezelfde mensen?
Maar zo zou ik het wel graag willen zien! Als ik elke dag met verwachting en met een fijne, leuke, blije energie opsta, en dan uitkijk naar wat mij vandaag gaat verrassen? In de overtuiging dat er elke dag verrassende dingen gebeuren. Ongeacht de afspraak. Of de vaste gewoonte. Uitkijken naar wat de dag zal brengen. Wat zou dat een fijn gevoel zijn!
En wat als je het avontuur van het leven hebt ontdekt? Is dan het leven klaar? Of houdt de ontdekking nooit op? Is er geen eindpunt? Misschien is zelfs de dood helemaal geen eindpunt.
Deze tekst heb ik een paar jaar geleden geschreven. Toen ik het interview ging doen met Reina Janssen. Ik heb Reina Janssen in die tijd, 2023, geïnterviewd omdat ze toen gehoord had dat ze niet meer zo lang had te leven. Door een aandoening in haar lijf, ja, die ervoor zorgde dat haar leven een stuk korter zou worden. Ze wist dat ze dood zou gaan. En dat zou een paar maanden duren. En gelukkig heeft dat nog een hele tijd geduurd. Ze heeft gekozen om geen behandeling te doen. En als je daar meer over wilt weten? Ik heb toen in 2023 daar een heel interview met haar gehouden, dat staat ook in deze podcast: De sprong naar het einde. En uiteindelijk is ze in 2025 overleden. En af en toe denk ik daaraan terug. Aan hoe dat voor haar moet zijn geweest. Deze tekst heb ik geschreven 'Het avontuur van het leven ontdekken', vlak voordat ik dat interview met haar ging doen.
En recent heb ik een tekst geschreven, naar aanleiding van een uitspraak van Socrates: 'De reis naar wijsheid begint met het kennen van jezelf'. En de vraag die daarbij stond, bij de tekst, bij deze tekst: welk advies zou je aan jezelf geven als je jezelf als buitenstaander zou observeren? Nou, dat heb ik opgeschreven: welk advies zou ik mezelf geven, dus de tekst die ik ga voorlezen is de tekst die ik aan mezelf geef, maar dan als buitenstaander, dus als iemand die dat tegen mij dan zegt:
‘En ik kwam tot de conclusie dat het elke keer op hetzelfde komt van: blijf jezelf! Blijf jezelf! Dat doe je al goed. Als iemand kritiek heeft, zie dat als mogelijkheid om van te leren. En zelfs als die kritiek niet klopt -want het kan ook bij de ander liggen- neem dan regel 6 voor ogen. En regel 6 gaat als volgt: neem jezelf niet zo serieus! Die regel kan helpen in tijden dat je je toch onzeker voelt. Als die kritische noot je raakt. En bekijk het dan eens met andere ogen. Ga omdenken! Hoe kan je het anders aanvliegen?
Blijf jezelf! Juist op dat soort momenten. En als je elk moment met aandacht voelt en doet, horen daar ook de gevoelens bij die onrust veroorzaken. En dat is helemaal niet erg! Slaap er een nachtje over. En dan is het al makkelijker om terug te kijken. Leer ervan! Dan groeit ook je mensenkennis!
Blijf jezelf. Elk moment! Adem in. Adem uit. Wees mild. Wees integer. En er gaat al zo veel goed. En geniet daarvan! Ga je op andere manieren uiten. Ga tekenen. Ga iets maken met je handen. Ga beelden maken. En ruim de knutselspullen op, zodat je er mee aan het werk kunt. Nogmaals, werk met je handen!’
Ja deze tekst heb ik pas geleden dan ook gemaakt. En ook dat, ja, de reis naar wijsheid begint met het kennen van jezelf. Dat kan ook al een heel avontuur zijn. En als laatste geef ik mezelf die opdracht om veel meer te gaan creëren. Dit is alweer maanden geleden dat ik dit geschreven heb, en nóg ben ik er niet mee bezig. Ben wel aan het haken. Ben wel aan het puzzelen en een beetje aan het tekenen. Maar écht groots creëren? Dat heb ik nog steeds niet gedaan.
En ik wil het zo graag en ik weet niet goed wat mij tegenhoudt. Durf ik dat avontuur niet aan te gaan? En als ik dan elk kunstwerk als een soort avontuur zie, dan kan ik gewoon hier in mijn eigen kleine ruimte elke keer dat avontuur aangaan. Dan is het niet een groot avontuur met naar buiten gaan, naar het buitenland, andere mensen ontmoeten, andere culturen leren kennen. Dan kan ik dat gewoon hier op een paar vierkante meter voor mekaar krijgen. Hoe leuk zou dat zijn!
Dan is het avontuur eigenlijk overal toch te vinden!? En hier hou ik het bij. Een korte aflevering. Ja, het is ook vlak voordat we op vakantie gaan. Dus het is fijn om dit nu even te delen. Onze vakantie gaan we niet groots en meeslepend doen met een groot avontuur. We gaan in Nederland kamperen, op een camping waar we vaker zijn geweest. En wie weet, vind ik daar toch ook elke dag wel een stukje avontuur. En voelt het avontuurlijk, omdat we toch weer een andere weg fietsen, dat we andere mensen ontmoeten. Maar dan, ja, wat in het klein. Voor mij is avontuur niet per se iets heel groots dus.
Dit was seizoen 11, aflevering 15: Avontuur. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Ik ben benieuwd wat jij gaat doen als je op avontuur gaat. Dank je wel voor het luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En tot de volgende keer!
Wed, 03 Jun 2026 - 08min - 214 - 14 Richtingsgevoel
Een goed richtingsgevoel heb ik geërfd van mijn vader. Ik ben daar heel blij mee. Zo kan ik overal komen en de weg terug herinneren. Voor een goed richtingsgevoel heb je dan ook je geheugen nodig.
(eigen foto van papieren plattegronden)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dit is seizoen 11, aflevering 14: Richtingsgevoel.
In het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik het over functie 2, ruimtelijke oriëntatie. Want om goed te kunnen bewegen in je omgeving, is een goede ruimtelijke oriëntatie nodig. En wat is dan ruimtelijke oriëntatie?
Dat is het vermogen je plaats te bepalen ten opzichte van de aarde en andere objecten op de aarde. En de evenwichtsorganen, die verdeeld zijn in de statoliet-organen en de halfcirkelvormige kanalen, die zorgen daar samen voor. Maar die evenwichtsorganen doen dit niet alleen. Er zijn meerdere factoren belangrijk voor een goede, ruimtelijke oriëntatie. Dat zijn de ogen, de oren en ook het geheugen. En één specifiek onderdeel van die ruimtelijke oriëntatie is het richtingsgevoel. En daar wil ik het deze podcast met je over hebben. Míjn richtingsgevoel.
Bij richtingsgevoel gaat het om, ja eigenlijk het ordenen van visuele informatie. En dat kun je op twee manieren doen. Dat kun je doen door herkenningspunten, dat je die onthoudt. Dus daar is het geheugen echt heel belangrijk bij. Of de afstanden of die richting onthouden. Ook dan is het geheugen dus heel belangrijk. En dan gaat het over bijvoorbeeld dat je nog weet: 2e weg rechts. Of aan het einde van het pad moet ik linksaf.
En ik denk dat ik een combinatie van die twee heb. Dat ik zowel herkenningspunten gebruik als dat ik de richting onthoud. Het zijn bij mij vaak ook de beelden van de omgeving die bij me blijven. Ik denk dat ik dat richtingsgevoel geërfd heb van mijn vader. Als ik namelijk ergens een keer ben geweest, dan onthoud ik hoe ik daar kan komen. Mijn vader had dat ook. Mijn vader die moest echt alles vanaf een plattegrond lezen om de weg te vinden. Je had toen nog geen navigatiesysteem, zoals we dat zo mooi nu hebben.
En hij reed heel Nederland door. Voor zijn werk moest hij overal naartoe. Dus hij had dan altijd een kaart bij zich van, ja de hele plattegrond van Nederland en ook waarschijnlijk de plattegronden van al die verschillende plaatsen. Dan had je nog niet van die wegenboeken waar alle plaatsen in staan. Maar het voordeel voor hem was, als hij één keer ergens was geweest, dan wist ie de volgende keer precies hoe hij moest rijden. Sowieso wist ie alle grote wegen, hoe ie moest komen bij al die steden, die wist hij allemaal al uit zijn hoofd. En dan ook binnen de stad waar hij dan moest zijn, dat onthield hij ook als hij daar één keer was geweest. Hij verdwaalde ook nooit.
Nou heb ik nog wel eens, dat ik kan verdwalen, maar dan heeft het met andere omstandigheden te maken. Maar ik heb wel dat richtingsgevoel. Ik weet ook nog bijvoorbeeld precies hoe ons huis in Vlaardingen er uit zag. We woonden daar in een flat. En ik weet nog precies hoe die flat eruitzag. Ik kan hem eigenlijk nog helemaal zo tekenen, van wat waar was. En ik weet ook nog de weg hoe ik dan vanuit huis naar school liep. En dan moet je bedenken, ik was een jaar of 4, nou dan zal ik met mijn moeder nog naar school zijn gegaan, dat zij me altijd bracht. Maar ik denk dat ik met een jaar of 6 al alleen naar school liep en ik weet nog de weg hoe ik moest lopen! Via de stoep langs de sporthal, langs het sportveld en ook daar de bocht om en dan kwam ik langs eerst een andere school en dan de tweede school, daar moest ik dan zijn.
Ik weet zelfs nog waar mijn vriendinnen woonden! Oh ja, dan moet je daar door lopen en dan kom je op een gegeven moment daar bij die en die flat. Die beelden, die heb ik nog steeds ja, op mijn netvlies! Die kan ik terug halen. En zo weet ik ook nog dat wij vroeger gekampeerd hebben in Brielle op de camping. We hadden daar met de caravan en de tent een plek in de hoek van een veld. En ik weet nog precies hoe ik dan naar het toiletgebouw moest lopen. We hadden toen ook nog geen toilet in de caravan, dus je moest ook echt 's nachts eruit! We zullen ook wel eens een emmer hebben gebruikt, maar ik ben toch wel heel vaak daar naar dat toiletgebouw gelopen en ik weet nog precies waar dat dan was! En ook hoe we vanaf die campingplaats daar naar het water gingen. Waar we heel veel gezwommen hebben.
En ik denk dat ik ook zelfs nog heel veel plekken weet waar wij later gekampeerd hebben. Ook toen ik zelf al volwassen was. Hoe dat dan eruitzag, waar we dan stonden ten opzichte ook van de ingang en ten opzichte van het toiletgebouw. Erg belangrijk als je aan het kamperen bent en je hebt zelf geen wc bij je, dan ga je toch vaak naar dat toiletgebouw.
En zo weet ik nog heel veel wegen en weggetjes. Zo zijn er ook allerlei tussendoor weggetjes. Niet alleen op de camping, maar op allerlei plekken waar ik gewoond heb. Waar ik vaak ben geweest. Er zijn natuurlijk wel heel wat weggetjes gesneuveld in de loop der jaren en daar is nu een snelweg of er is een woonwijk. En toch kan ik nog wel aanwijzen, waar dat weggetje dan liep. Of waar die straat dan liep. Ik weet ook de straat waar ik geboren ben. Daar zijn wij, toen ik ouder was, toen woonden we niet meer in die plaats, ik ben in Almelo geboren. En ik weet dat ik daar geboren ben in een straat vlakbij de spoorwegovergang en die straat bestaat allang niet meer. Het is een hele grote brede weg geworden. Maar ik kan nog steeds aanwijzen in Almelo waar dat is geweest.
Dat is dus niet altijd zo. Dat richtingsgevoel is niet altijd helemaal heel goed. We waren in februari in de Efteling en daar was ik in het begin heel erg zoekend. Want daar is zó veel veranderd! En ook wat nieuw voor me was! En aan het eind van de dag, toen we daar meerdere keren al heen en weer waren gelopen, toen wist ik wel een beetje hoe ik moest lopen. Van de ene naar de andere attractie en zo. En van daaruit wist ik dan ook wel, oh dan moeten we die kant op voor de uitgang. Want ik zag waar we eerder langs waren gelopen. Dus dan zijn het ook echt allemaal herkenningspunten die ik dan onthouden had. Toch heb ik een goede plattegrond gemist, want het liefst bekijk ik het dan van papier. Zoals mijn vader dat vroeger deed, op papier kijken. Dan heb ik dat op een gegeven moment wel in mijn hoofd zitten. En als ik op mijn telefoon kijk en dan GPS aanzet en dan dus ga kijken hoe ik dan zou moeten lopen, vind ik dat toch alweer lastiger. Dus ja, ik heb het liefst dat in mijn handen. Plat zo.
Maar als ik eenmaal de weg weet, dan vergeet ik hem heel lang niet meer. Onze oudste zoon die heeft hetzelfde. Die heeft ook dat goede richtingsgevoel. En onze jongste zoon heeft dat richtingsgevoel niet. Tenminste, hij heeft het alleen als hij echt met aandacht om zich heen kijkt, dus heel bewust kijkt van hé, waar loop ik nu? En waar moet ik naartoe? Dan kan ie het een beetje onthouden. Beetje herkenbaar, dat heeft mijn man ook wel. Die vond het ook in de Efteling één grote chaos. Maar ook hij kan, net als allebei mijn zoons, heel goed op een plattegrond kijken en kunnen ze met een goede plattegrond ook overal komen. Gelukkig maar.
Ergens vind ik dat wel gek, want een plattegrond, dat je alles van bovenaf bekijkt. Terwijl ik zelf de wereld nog nooit van bovenaf heb gezien! Ik heb nooit in een vliegtuig gezeten, nooit in een luchtballon of een helikopter. Alleen als ik hoog in een huis sta, op een flat of zo, dan heb ik nog wel eens dingen van bovenaf gezien. Maar dan is het ook toch wel weer vertekend. Maar geef mij maar die plattegrond om goed te kunnen kijken.
Ja, wat kan ik nog meer zeggen over dat richtingsgevoel? Soms, als ik niet in slaap kom, dan bedenk ik het weggetje van de camping in Oostkapelle naar het strand toe. Dat was een klein tussendoor weggetje, een fietspad. En vlakbij de kerk daar kon je het fietspad op. En dat is een heel slingerweggetje, beetje langs de bebouwing, langs huizen heen. Als ik niet in slaap kan vallen, dan denk ik hoe die route ook alweer was. En we waren ook al een paar jaar niet in Zeeland op vakantie geweest, dus dan moet ik daar heel goed over nadenken hoe dat paadje ook alweer liep.
Maar sinds twee jaar komen we wel weer in Zeeland en gaan we ook weer naar Walcheren, Oostkapelle, ligt op Walcheren. En dan fietsen we overal naartoe. Dus we hebben ook dat weggetje weer opgezocht daar in Oostkapelle. Dat kleine fietspaadje tussendoor naar het strand. En nou is de omgeving wel wat veranderd. Maar dat fietspad, dat is nog precies hetzelfde. Dat was toen al zo en dan praat ik over, ik denk wel 20 jaar geleden, en dat is nu nog steeds zo. En deze weg, ook dat fietspaadje, hebben we heel vaak gelopen. Want in de zomervakantie, als we dan naar Oostkapelle gingen, toen de kinderen nog klein waren, dan gingen we lopend naar het strand. Met een gehuurde bolderkar vol met strandspullen en de jongste die ging dan in de bolderkar en dan liepen we met de oudste zoon en wij met zijn tweeën liepen we de hele weg naar het strand. En dan kom je ook op een gegeven moment aan het eind van het fietspad, ga je weer een andere grote weg op en dan weer een stukje bos. En dan kom je bij de duinen. En de duinen ga je omhoog en omlaag. Meer dan een uur duurde dat dan, voordat je bij het strand was.
En ook andersom, natuurlijk weer als je naar huis ging. Was altijd een hele tocht. Dus we hebben hem wel heel vaak gedaan. Dan is dat geheugen van dat weggetje, ja, dat is helemaal ingeprent. En het grappige is dat die weg dus nog precies hetzelfde is. En als we dan op de terugweg waren naar Oostkapelle, dan gingen we even langs de supermarkt boodschappen doen en zo liepen we dan door naar de camping. Zijn ook we...
Wed, 27 May 2026 - 14min - 213 - 13 Gesprek
In gesprek met mezelf, heb ik dat weleens gedaan? Gesprek met de jonge Paula. En over lesgeven, presenteren en interactie.
(eigen foto)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dan gaat het over ons fysieke evenwicht, maar ook heel vaak over mijn psychisch evenwicht. Wat houdt mij in evenwicht? Of wat brengt mij uit evenwicht? Daar deel ik ook graag over hier in deze podcast. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 13: Gesprek.
Ik kreeg een vraag en die vraag was: Welk gesprek zou je graag willen voeren, maar stel je steeds uit? En die vraag heb ik een tijdje op me in laten werken. Omdat ik er geen antwoord op heb. Ik denk ook dat niet alles besproken hoeft te worden. En dat is wel nodig als ik iets niet begrijp en toch graag wil begrijpen. Of als ik zelf geen oplossing heb en er wel een oplossing nodig is. Of iets dat blijft knagen en waar een ander bij kan helpen om het te verhelderen.
Als ik een gesprek zou moeten voeren en het uitstel, dan is het ook maar de vraag of het een echte noodzaak is. Als ik iets gezegd wil hebben en verwacht dat het niet veel zal uithalen, ja, dan heb ik er gewoon geen zin in om er dan energie in te steken. Dus dan is het wachten op de nodige energie of erin berusten dat ik niet mijn mening geef aan de ander. Of zou ik zo'n gesprek in vragen kunnen doen? Zodat de ander zich verantwoord in plaats van dat ik zeg wat ik van die ander vind.
Ja, misschien is het moeilijkste gesprek wel met mezelf! Ja, en dan kom ik op een uitspraak die ik gelezen heb: 'Wanneer je echt luistert, hoor je niet alleen woorden, maar voel je ook emoties'. Ja dat is dan de kunst van het luisteren. Tussen de woorden door luisteren. Wat wordt er niet gezegd en is er wel te zien? En zou dat ook kunnen als ik een gesprek met mezelf houd? En dat voor de spiegel doe? Zodat ik mezelf in de ogen kijk? Zou ik dan alles durven zeggen en als het niet zo is, herken ik dat dan bij mezelf? Ik heb dat nog nooit gedaan! Tenminste niet bewust. Meestal als ik naar mezelf kijk in de spiegel, dan kijk ik wel liefdevol. Ik ben er zoals ik ben. En ik zie er zo uit en dat is oké. En vaak ook zonder oordeel.
En de meeste keren in de spiegel kijken is ook om te kijken of mijn haar goed zit en of mijn kleding goed zit. Dus dan kijk ik niet echt in mijn ogen. Dan zie ik wel het hele plaatje en daar kan ik een oordeel over hebben dat iets niet goed zit. Dat ik mijn haar nog even moet doen. Toch andere kleding aan. Maar dat bedoel ik dan niet. Met als ik zou praten tegen mezelf in de spiegel, hoe zou ik dat dan doen?
Hier op mijn werktafel waar ik hier de podcast opneem, aan de statafel. Als je me al langer volgt, dan heb je dat ook wel eens eerder gehoord. Ik sta graag. Want dan ben ik actief bezig. Ben ik veel actiever, dat doe ik ook tijdens de radio-opname. Dan sta ik, dan ben ik veel meer aanwezig. Bij de radio-opname, in dat geval met de ander. Omdat ik aan het luisteren ben naar de ander. Maar als ik hier nu sta, dan vind ik het staan ook prettiger.
En op mijn werktafel hier heb ik een paar foto's staan van mezelf. Dan ben ik zo rond de 20, 25 jaar en dat is een jonge Paula. En ook daar kijk ik dan steeds met warme gevoelens naar. Ook, ook zij mocht er zijn! En die foto's die zijn gemaakt op momenten dat ik me goed voelde. En ik heb wel eens de neiging om met die jonge Paula een gesprek aan te gaan. Welke dromen had zij? Hoe stond ze toen in het leven? Ja, ietwat naïef? Onwetend. Niet van plan om de hele wereld te ontdekken, maar een beetje dicht in de buurt te blijven. Liefst een bekende omgeving. En vandaar uit nieuwe dingen ondernemen. Ze wilde gaan werken. Ze wilde mensen ontmoeten. En vooral kinderen. Want in die periode was het onderwijs ingaan, dat was mijn doel. Lesgeven. Ik wilde kennis delen. Ik wilde nieuwe dingen leren aan kinderen die nog heel veel te leren hadden.
Ja, dat lesgeven, jaren heb ik dat mogen doen. Waarbij elk kind een uniek kind was. Waarbij elk kind op eigen wijze mocht leren. En het liefst in eigen tempo. Dat lukte niet altijd, omdat er natuurlijk allerlei methodes, schoolmethodes gevolgd moesten worden, en er moesten resultaten behaald worden. Maar dat unieke in die kinderen, ben ik altijd wel blijven zien. Nu doe ik dat al jaren niet meer! Ben al jaren niet meer in het onderwijs.
Wat dat betreft is de manier waarop ik nu met mensen werk, een hele andere manier dan dat ik toen lesgaf. Ik was heel veel aan het zenden tijdens dat lesgeven. En natuurlijk kreeg ik heel veel terug. Want dat doe je met kinderen. Het is steeds wel een reflectie van heen en weer gaan, van hoe ze het doen. Hoe ze het op een andere manier kunnen oppakken.
Maar het lijkt erop alsof ik nu met veel meer interactie dingen wil overbrengen. Bij een presentatie is dat soms wel eens minder. Maar ja, dan weet ik ook wel dat die mensen juist komen om te luisteren naar wat ik vertel!
Bij de gebarenoefengroep, die begeleid ik en tegelijkertijd doen we het helemaal samen. Iedereen doet mee en als ik iets niet weet, dan zoekt iemand anders het gebaar op en die leert het dan aan de groep. En dat vind ik zó leuk om op die manier te begeleiden. Ik bedenk wel de vorm, het spelletje. Beetje op een didactische manier, wat er zo inzit dat ik dat niet eens bewust meer doe. Dat gaat vanzelf. Maar dat we dat samendoen, dat maakt wel dat het een hele andere manier van leren is. En met name ook de herhaling is heel belangrijk. Daarom is het ook zo leuk dat we dat elke week doen.
En zo zou elke vorm van leren moeten gaan. Dat het niet alleen zenden is, oh ja maar nu denk ik, als ik een presentatie geef, dan kijk ik de luisteraars wel altijd aan. Dan heb ik oogcontact, dan zie ik hun reacties. Daar reageer ik ook op. En dat is met of zonder woorden. Dus er is wél interactie! Ook dan! Grappig is dat. Ik heb het zelfs online als ik de mensen kan zien, dat ik ook daarop kan reageren. Dat ik zie wat er gebeurt bij die ogen. Ik zie wanneer ze afdwalen. Ik zie wanneer ze juist heel erg betrokken zijn. Dus ook dan is er wél interactie.
Maar tijdens een podcast, dan ben ik wel alleen aan het zenden. Wat ik nu doe hier. En toch ik zie jou, als luisteraar voor me. Ik vertel dit aan jou. Ik deel dit met jou. En ik weet niet eens of je het oppakt, of je begrijpt wat ik vertel of het iets met jou doet! Ja, wat dat betreft is een podcast maken wel vreemd! Ik ben voortdurend met mezelf in gesprek en deel dat ook nog eens met jou!
Maar durf ik dan alles te zeggen? Of is er heel wat tussen die woorden door heen te horen? Wat ik niet zeg? Nou dat is aan jou om te bepalen. Ik denk dat ik heel veel wel deel. Maar er zijn zeker onderwerpen waar ik ver weg van blijf. Ik weet wel één onderwerp, daar heb ik over geschreven waarbij ik nog steeds twijfel, ga ik dat vertellen hier, in de podcast? Ik vind dat namelijk best spannend. En wie weet durf ik het op een gegeven moment. Maar zeker weten dat ik níet alles vertel hier aan jou. Gewoon ook omdat het niet nodig is.
Maar dat gesprek met mezelf in de spiegel, dat is nog wel iets... Ja, wie weet, ga ik dat nog een keer doen. Dit was seizoen 11, aflevering 13: Gesprek. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer.
Wed, 20 May 2026 - 08min - 212 - 12 Wees stil
Er is veel te vertellen over stilte. Stil zijn, hoort dat ook bij in-het-nu zijn?
(eigen foto)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De vorige aflevering had de titel: Oorverdovend. In die aflevering heb ik het ook gehad over oorverdovende stilte. En nu wil ik even verder gaan over die stilte. Wat is daar nog meer mee dan alleen oorverdovende stilte? Er zijn heel veel vormen van stilte. Dit is seizoen 11, aflevering 12: Wees stil.
Dan begin ik even met een Chinees spreekwoord: 'Wees niet bang om langzaam te gaan.
Wees alleen bang om stil te staan.'
Dat blijkt dus een Chinees spreekwoord te zijn en dan heb ik echt zoiets van: klopt dat wel? 'Wees niet bang om langzaam te gaan.' Dat mag dus. Maar wat is dan stil staan? Nou, daarin wil ik je een beetje meenemen in deze aflevering.
Ik ben niet zo snel. Vroeger niet. En nu al helemaal niet. Ik doe de dingen bedachtzaam, met aandacht. En dat kost tijd. En dat is helemaal niet erg. Zo lang ik me niet gehaast voel, want door haast er is minder aandacht en kan ik juist misstappen. Fouten maken. Dingen over het hoofd zien. En met aandacht dan ben ik veel meer in het 'nu'. Dat is ook prettiger. Dan is er meer controle in mijn handelen. En af en toe sta ik wél stil. En als ik stil sta dan, ja ben ik daar niet bang voor. Het is dus voor mij zonder bang te zijn. Want ook al lijkt het stil, in mijn gedachten -en volgens mij gebeurt het ook heel erg onbewust en ook heel ver weg- dan gaat het steeds weer door. En dan ligt dat ergens te sudderen en ineens komt het dan tevoorschijn. Ja, het kan dan van alles zijn. Dat kan een idee zijn of een voorbeeld wat ik wil noemen of wat ik graag wil gaan doen. En dat komt meestal op de meest onverwachte plekken en tijden! Hoewel, juist als ik er niet bewust mee bezig ben -en ik heb dus toch wel een oplossing nodig of een idee nodig, en als ik het dan even laat liggen, en dat is dan voor mij ook een vorm van stil staan- dan komt het juist tevoorschijn! Ha, dan lijkt het wel alsof ik er toch op heb gewacht.
Want ik weet dat het zo werkt. Stil staan is voor mij dus helemaal niet erg. Ik heb dan tijd om rustig om me heen te kijken. En soms zelfs met verwondering. In ieder geval met aandacht. Dan is eigenlijk dat ook in het 'nu' zijn, dat lijkt wel alsof dat een vorm is van stil staan. Zou dat kloppen?
Ja en dan heb ik het niet direct over het letterlijke stil staan, want als ik aan het bewegen ben, aan het wandelen ben of aan het sporten ben, dan ben ik ook heel vaak in het 'nu' aanwezig. Dan ben ik precies daar, wat ik aan het doen ben, is precies hetzelfde als wat ik voel en als wat ik zie. Dan is 'nu' niet direct een synoniem voor stil staan. Maar oké. Ik heb hier wel eerder een keer over geschreven. En dat was naar aanleiding van een uitspraak van Lao Tse. Ik had deze tekst gelezen bij 'Dagelijkse Gedachte', dat krijg ik elke dag, krijg ik dat binnen en dan lees ik dat. En soms zijn er van die uitspraken, die vind ik mooi en die schrijf ik op. En daar doe ik dan wat mee. Dit is ook zo'n uitspraak:
'Wees stil. De wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren. Wees stil.'
Stil is dan een niet-praten, geen geluiden maken. Of is deze stilte van 'wees stil' in deze uitspraak, is deze stilte de uitnodiging om niets te doen? Om niet in beweging te komen? Of juist stil zijn in gedachten? En dan ook 'De wereld onthult zichzelf'. Als ik dat dan lees, dan heb ik zo van hè, is er dan iets wat verborgen is? Ligt daar iets verborgen? Wat wordt er dan verborgen? Is dat iets geheims? Of is dat iets wat er altijd is, zichtbaar voor ieder, maar wat we niet zien, omdat we er niet op letten!? Omdat we geleefd worden door de mensen, door andere mensen, door het werk, door de verwachtingen waaraan we willen voldoen? Omdat we op de automatische piloot leven. En geen tijd nemen om stil te vallen. En gek vind ik het dat zo’n uitspraak: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'. Zo'n uitspraak is voor mij in eerste instantie heel helder. Maar als ik het goed lees, en nog een keer lees, wat daar nou precies staat, dan roept het alleen maar vragen op! De wereld onthult zich. Dan gaat het over beeld. Over wat er te zien is. Wat nu niet wordt gezien, omdat we niet stil zijn. En daar zie ik dan een discrepantie. Een discrepantie, want stil zijn heeft met gehoor te maken. Met geluid. Met luisteren. En onthullen, dat is tevoorschijn komen, dat is beeld. Dat is wat er te zien is! En gehoor en zicht zijn twee verschillende zintuigen. Als het gehoor niet werkt, als je doof wordt of doof bent, dan ben je afhankelijk van het zicht. En het gevoel. Als het zicht niet werkt, dan wordt er aanspraak gedaan op het gehoor. Dan ga je intenser luisteren. En ook daar gebruik je je gevoel wel bij.
Maar wat als beide zintuigen, gehoor en zicht, niet werken!? Dan kan de ander niet ingezet worden om te compenseren. En dan kun je alleen maar afgaan op het gevoel. En gelukkig is er dan heel wat te voelen. Met handen en voeten. De temperatuur. Droog, nat. Ruiken. Proeven. Je kunt de wind voelen. De zon. De regen. Je kunt materialen voelen. De vormen ervan. Hard en zacht.
En misschien wordt er wel bedoeld met 'wees stil', zet je gehoor en zicht uit en voel om je heen, de wereld! De wereld in al zijn vormen, met al je andere zintuigen. Dan is luisteren eigenlijk een metafoor voor voelen. Want als luisteren bedoeld wordt met je oren opvangen en interpreteren, dan gaat het dus wél over geluid en dan betekent 'wees stil' afwezigheid van spraak en geluiden maken. Ja, als ik dit dan allemaal zo vertel... het gaat ook niet vanzelf; stil zijn!
En helemaal als je dat nooit eerder hebt gedaan. Daar bedoel ik mee dan, dat je zonder gehoor en zonder zicht, stil bent. En dat is wel te oefenen. En dat kan ook heel spannend zijn, want als je niks ziet en niks hoort, dan ben je afhankelijk van alleen die andere zintuigen. Er zijn mensen die hebben het syndroom van Usher. Die mensen die raken heel langzaamaan hun zicht en gehoor kwijt. En die gaan de wereld dus op een gegeven moment op een hele andere manier beleven. En dan wordt leven wel een hele opgave. Maar als je dan op een andere manier leert voelen, dan kun je daar wel heel wat mee doen!
Maar zou dat de bedoeling zijn, van die uitspraak? De uitspraak van: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'? Ik stel me even zo voor dat je dus niets kan zien en niet kan horen, is dat dan stilte?
Ik ben er ook nog niet helemaal over uit. Volgens mij heb ik wel vaker dat ik een aflevering met een vraag afsluit, omdat ik het antwoord ook niet weet. Af en toe raak ik zelf ook een beetje in de war hè! Dan gaat het alle kanten op.
Dat heeft ook te maken met dat 'nu'. En dat doet me weer denken aan een vraag die ik pasgeleden gelezen heb en waar ik zelf ook weer antwoord op heb gegeven. En die vraag was: ‘Welk moment van vandaag zou je anders kunnen ervaren als je er je volledige aandacht aan zou geven?’ En dan ga ik al meteen, dan heb ik dat woord 'een moment, een moment in volledige aandacht' een moment dat is een tel. Dat is een seconde. En dat is wel erg kort. En dan is het raar om momenten te noemen. Fijner vind ik het dan als het een hele tijd lukt om met volledige aandacht iets te doen. Om dan aanwezig te zijn. Als ik volledig erbij ben door niets te denken, dan komen er juist allerlei ideeën binnen waar ik vervolgens verder over nadenk. Dat nadenken en dat uitwerken, daar verder op ingaan, gebeurt steeds weer in het 'nu'. Dus het is best een rare gedachte 'leven in het 'nu'' als je beseft dat dat ook kan betekenen dat je met volledige aandacht iets opschrijft of iets vertelt, zoals ik nu ook dit aan jou vertel. Dat dat ook leven in het 'nu' is. En dan is ook die hele uitspraak: 'leven in het 'nu'', is ook een uitspraak door iemand uitgedacht.
En ik begrijp wat er bedoeld wordt met leven in het 'nu' en als ik dit nu weer zo opschrijf dan heb ik zo van: alles wat we doen, doen we in het 'nu'. Ik ga hier nog een keer weer verder op in. Ik denk dat die uitspraak: 'Wees stil' ook wel even nu heel goed past.
Wees stil.
Ik ben hierna even weer helemaal stil...
Dank je wel voor het luisteren naar de podcast 'Evenwicht, je leven'. Seizoen 11, aflevering 12: Wees stil. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En tot de volgende keer!
Wed, 13 May 2026 - 10min - 211 - 11 Oorverdovend
Je hoort het wel vaker, het woord 'oorverdovend', maar wat betekent het eigenlijk? Wanneer is iets oorverdovend?
(foto: Pixabay- AsoyID)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Dit keer begin ik weer helemaal zelf in plaats van dat het het radioprogramma is, want de vorige twee afleveringen dan hoorde je meteen al dat het de intro was van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' Maar dit keer weer een solo-aflevering. Dit is seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend.
Oorverdovend. Ja. Wat is dat een gek woord! Of is het eigenlijk wel een logisch woord? En dat ben ik eens gaan uitzoeken. Je zou kunnen denken bij het woord oorverdovend dat het gaat om een stofje dat het oor doof maakt. Zoals ook door narcose kan gebeuren.
Gentamicine is zelfs een vloeistof die het oor en de evenwichtsorganen helemaal uitschakelt. En dan het oor ook blijvend doof maakt. Maar dat wordt niet bedoeld met het woord oorverdovend. Oorverdovend is een bijvoeglijk naamwoord. Het hoort voor een zelfstandig naamwoord te staan en dan zegt het iets over dat zelfstandige naamwoord. Bijvoorbeeld zoals de ‘blauwe’ auto of het ‘grote’ huis. Maar welk woord past er dan voor oorverdovend? Hoe kan het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden? Is dat dan ..ehm.. oorverdovend applaus? Of oorverdovende herrie?
Dat vind ik trouwens een beetje dubbelop. Ik heb dat voorbeeld wel gevonden, oorverdovende herrie. Maar herrie wil al zeggen dat het een heel luid geluid is. En dat geldt ook namelijk voor het woord oorverdovend. Dat woord hoort bij lawaai. Het geluid is extreem luid. Het is keihard. Het is hels. Het is zó hard dat het bijna doof maakt. Of, hoe het ook uitgelegd wordt: het oor kan niets anders meer waarnemen dan het geluid zelf en geen andere geluiden meer.
Het woord oorverdovend is in de taal een stijlfiguur. Het is een contradictie. En contradictie betekent een tegenstelling. Een tegenspraak of tegenstrijdigheid. En dat wil zeggen: een situatie waarbij twee beweringen of waarnemingen die elkaar uitsluiten, tegelijkertijd waar moeten zijn. Ze noemen het ook wel contradictio in terminis. En voorbeelden daarvan zijn: een humane oorlog. En dat is raar want een oorlog is nooit humaan! Of bindend studie-advies. Ook zo'n raar woord, terwijl het vaak gebruikt wordt. Maar advies is juist iets wat níet bindend is. Want daarom is het een advies. Vloeibaar ijs. Ook zo raar! Want het is pas ijs als het in een vaste toestand komt. Een plastic glas. Dat is ook een hele vreemde. Het is óf plastic óf het is glas! Het kan niet tegelijkertijd! Terwijl we wel weten wat er bedoeld wordt, want het is namelijk zo'n bekertje van plastic. Dat had je natuurlijk allang begrepen! Wat ook een contradictie is, is eerlijke politicus. Jammer ook dat dat helemaal niet bestaat, toch?
Met deze voorbeelden die ik net gaf, begrijp ik het woord oorverdovend nog niet helemaal. Het oor is een lichaamsdeel. En het bestaat uit een oorschelp en een buitenoor, middenoor, binnenoor. En verdovend wil zeggen dat het niet meer goed werkt. Dat iets verdoofd is, zodat het geen pijn meer doet! Zoals dan bij narcose ook gebeurt. En zowel het oor als de oorschelp dat kan allemaal verdoofd worden. Maar dat betekent dat woord oorverdovend dus weer niet hè! Het gaat om geluid van buitenaf dat zó luid is dat het binnenoor niet meer goed kan werken. En ook het doorgeven van de geluidsprikkels, door de gehoorbeentjes die in het middenoor zitten, die werken dan niet goed meer. Eén van de gehoorbeentjes is er zelfs voor gemaakt om te luid geluid te dempen, voordat het doorgegeven wordt aan het binnenoor. En als dat dus niet meer goed werkt, als dat niet gedempt meer kan worden, dan kan er echt schade ontstaan in het binnenoor. En dat ontstaat weer in het slakkenhuis, want in het slakkenhuis daar zit ons eigenlijke gehoororgaan. En geluid kan dus oorverdovend zijn.
Maar wat als je tinnitus oorverdovend is? Want zo voelt het wel, af en toe bij mij. Het geluid wat ik binnenin mijn hoofd hoor, dat is dan zó ontzettend luid! Het lijkt dan wel of er een soort scherm zit. En geluid van buitenaf moet dan eerst door dat scherm heen, en dat betekent ook dat spraakverstaan steeds moeilijker voor mij wordt. Juist als mijn eigen tinnitus heel luid is, wordt het moeilijker om geluid van buitenaf goed te ontvangen. Goed op te vangen.
Dan gaan we weer even terug naar het geluid van buitenaf. Dan kun je het hebben over oorverdovende muziek. En gelukkig kun je bij oorverdovende muziek, veel te luide muziek, kun je gehoorschade voorkomen door het dragen van goede gehoorbescherming. Nog beter zou het zijn om het volume bij concerten, feesten en partijen om dat veel zachter te zetten.
En in het vakblad Hoordetail stond een artikel over OORMERK. En dan OORMERK met hoofdletters geschreven. Dat is een nieuw live muziek-concept met een herkenbaar keurmerk. Een soort van label dat garandeert dat je naar een concert kunt gaan zonder oordoppen en zonder risico op gehoorschade. Waarom accepteren mensen dat een avondje uit risico's met zich meebrengt voor hun gehoor?! Het is zelfs zo, dat bij hoge volumes, dus bij veel te luid geluid, de details en de dynamiek in de muziek verdwijnt. Het geluid wordt ook veel platter, het wordt minder gelaagd. En dit heeft Mike Manders gezegd die het initiatief OORMERK helemaal omarmt. Mike Manders is een geluidstechnicus. OORMERK zelf is een initiatief van Chris van Kreij en Mike Hendrixen. Wat zij zeggen: als je goed mixt, de muziek goed mixt, op een lager niveau, op een lager volume bedoelen ze dan, dan hoor je meer nuance. Je hoort meer ruimte en meer emotie. En dan kun je veel meer genieten van de muziek. Muziek die je raakt. En die je morgen ook nog goed kunt horen! Want er is geen gehoorschade. En dan hebben zij als slogan: ‘je geniet harder als de muziek zachter staat’. Als dat nou echt overal in Nederland 'gewoon goed' wordt, en dat dat keurmerk OORMERK bij elk concert standaard wordt, dan hebben we geen last meer van oorverdovende muziek. En dan is het een bijvoeglijk naamwoord hè!
Wat is dan oorverdovende stilte? Hier gaat het ook over een stijlfiguur. Het is een oxymoron. Een oxymoron dat zijn tegenstrijdige woorden die tegengestelde betekenissen met elkaar combineert. Een voorbeeld is dan bijvoorbeeld ‘oud nieuws’. Of ‘georganiseerde chaos’. Een ‘publiek geheim’. ‘Per ongeluk expres’. En dus ook oorverdovende stilte. Dat klinkt best gek hè? Dat is écht een tegenstelling. Want oorverdovend is dat hele veel geluid en stilte is juist dat er helemaal geen geluid is. En het betekent dan ook ‘oorverdovende stilte’, dan gaat het om de stilte die enorm en veelzeggend is. Dat is dat als er iets gezegd wordt en niemand reageert daarop, dan kan dat voelen als een oorverdovende stilte. Of het kan ook betekenen dat het aangeeft hoe zwaar de afwezigheid van geluid is. Dat er juist helemaal geen geluid te horen is. En dan lijkt het wel alsof je doof bent! Dat bedoelen ze dan met oorverdovende stilte.
En ja met al die mogelijkheden rondom oorverdovend, ja, ik blijf het nog steeds een heel gek woord vinden. Ik weet niet wat jij ervan vindt? Ik heb het uitgezocht, ik denk dat ik het nog steeds een raar woord blijf vinden. Oorverdovend.
Dit was seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 06 May 2026 - 09min - 210 - 10 Zonder beeld 2
Dit is het interview met Chris van Wijk, 2e uur. Van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor? Zonder de muziek. Deze aflevering is 38 minuten.
Volledig transcript
Ja, welkom terug bij het tweede uur ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En ik ben in gesprek met Chris van Wijk. Chris, die ziet de wereld op een hele andere manier. En daar hebben we het ook over, daar ben ik ook heel erg nieuwsgierig naar. En hij heeft al in het eerste uur daar heel veel over verteld. We gaan daar nu even mee verder.
Want Chris, er zijn heel veel woorden die pas betekenis krijgen als je ze kunt zien. Bijvoorbeeld kleuren. We hebben het net al even gehad over kleuren, even, tijdens de muziek werd dat even zo besproken. Maar kleuren, die heb jij niet hoeven leren op school. Ooit.
- Nee, (ha) maar ik wil eigenlijk beginnen met zeggen, kleuren zijn voor mij eigenlijk, heel gek misschien dat ik het zeg, maar kleuren hebben voor mij geen betekenis.
Nee, daarom. Maar zo zijn er, denk ik, heel veel dingen die andere kinderen op de basisschool allemaal leren, die jij nooit hebt hoeven leren, omdat je het niet kan zien.
- Hoeven leren, kunnen leren. Ja, inderdaad, maar klopt. Ja, er zijn wel dingen die ik natuurlijk anders heb. Maar net zoals we het eerder al hadden. Braille leren. Ik bedoel, een ziend kind hoeft geen braille te leren. Dat heb ik natuurlijk wel moeten doen, dus.. Ja, dat wel. Er zijn wel dingen anders dan regulier onderwijs.
Ja, maar bijvoorbeeld ..ehm.. afstanden. Jij kunt wél iets invoelen wat een afstand is. Als het gaat over dat je weet dat je van Weesp naar Zeewolde gaat. Dan weet je dat daar een bepaalde afstand tussen zit.
- Dat weet ik puur omdat ik dat heb opgezocht op Google. Ik weet dat het ongeveer 35 kilometer zou moeten zijn.
Ja, maar heb je dat ook dan op school geleerd? Kilometers, meters, centimeters. Kwam dat ook aan bod?
- Geleerd als in?
Nou ja, bij rekenen bijvoorbeeld. Het is een onderdeel bij rekenen. En dan moest je het omrekenen. Hoeveel meter is een kilometer.
- Oh, zo. Oh ja man, dat is heel ver terug.
Het hele metriekstelsel.
- Nou, niet zo gedetailleerd in elk geval.
Nee, kijk. En als we het hebben over haardracht. Over hoe mensen hun haar dragen. Zegt dat iets voor jou?
- Nou, mij persoonlijk niet. …Ehm… ik weet natuurlijk wel dat er heel veel mogelijk is. Ja, nee, maar voor mij heeft dat verder niet veel toegevoegde waarde. (ha) Nee, nee.
Iemand kan heel lang haar hebben. Of juist heel kort haar. Het kan stekelig zijn. Of heel krullerig.
- Dat klopt. Zeker. Dat zijn details. Maar ja, goed, ik heb ja, zolang ik dat haar niet voel heb ik daar verder… ja, betekent dat voor mij niet zoveel.
En als we het hebben over kleding, je noemde het zelf al. Uiterlijk zegt jou niet zoveel. Maar kleding is wel wat je aandoet. Wat een bepaald gevoel heeft. Hoe dat op je lichaam is en zo.
- Ha, ik moet even terugdenken aan alle keren dat ik met mijn moeder kleding ben gaan kopen. En dat ze mij dan iets aandeed, waarvan ze zei: ‘Het ziet er goed uit’. En ik zei: ‘Mam, dit zit niet goed. Ik ga het niet dragen. Dus koop het vooral ook niet.
Nee, dus het moet wel goed zitten, qua gevoel. Qua, hoe het op je armen zit. Op je huid zit. Op je nou ja, op je billen zit.
- Ja, dat is leidend. Zeker.
Ja, daarom, het gaat meer om het gevoel, wat het dan geeft.
- Het gaat voor mij meer om het gevoel. De ziende wereld om je heen, wil nog wel dat je er goed of netjes uitziet. Maar dat is voor mij, ja bijzaak wat dat betreft. Want het moet vooral lekker zitten.
Wat wel bij jou ook helpt als informatie is ook de geur. Dat is wel voor jou een informatiebron, hè? Hoe iemand ruikt. Hoe een omgeving ruikt.
- Geur kan voor mij heel veel duidelijk maken. Ja.
Ja, dat kan ik me voorstellen. Dat dat dan leidend kan zijn in waar je bent. En ook of je je daar prettig voelt. Of niet.
- Ja zeker.
Ja, nou zijn er heel veel woorden. Voor het woord ‘zien’. We kunnen kijken. We kunnen turen. Loeren. Focussen. Staren. Dat zijn allemaal woorden die we gebruiken voor ‘zien’.
Toen ik dat opschreef, dacht ik van hoe zit het eigenlijk bij horen? Ken jij andere woorden, die op die manier passen bij horen?
- Ehm… nee.
Ik heb het ook niet gevonden.
- Tenminste, niet dat ik weet.
Gek is dat toch!! Dat we dus bij zien, ongelófelijk veel andere woorden hebben. En dat we bij horen, dan heb je het over geluid… heb je allerlei soorten tonen. De vorm van het geluid.
- Ja, het waarnemen van geluid. Maar nee horen. Verder dan horen kom ik ook niet echt eigenlijk.
Nee gek is dat hè? Die vond ik heel gek. Nou, heb ik zelf ook weer ontdekt. Maar het klopt ook dat jij daar geen andere woorden voor hebt. Jij weet wel, denk ik, of een stem voor jou prettig klinkt. Of niet.
- Ik heb ooit in een tv-uitzending gezegd -dat geldt overigens nog steeds- en dat is zo'n 14 jaar terug (langer zelfs) ehm… maar dat, ja voor mij is ook stem leidend of hoe ik me bij iemand voel. Vrienden of zo. Kies ik ook voor een heel groot deel uit om de stem. Als iemand een lelijke stem heeft, ja dan… dat trekt mij niet. Dan denk ook bij mezelf van nou ja… dan ga ik er toch zo min mogelijk een gesprek mee aan, want, ja, dat bevalt niet, zeg maar. Het klopt niet in mijn ogen. Dan kun je er ook niet zoveel mee.
Nee, dat kan ik me voorstellen. Dat juist… jouw gehoor is dus ook veel beter ontwikkeld.
- Fijn dat je dat ook al gelijk goed benoemd. (ha). Ja maar de meeste mensen -en ik snap dat ook wel weer- die zeggen dan ‘Ja, maar je bent blind toch. Dan kun je het ook veel beter horen?’ Wie zegt dat? Ik denk dat ik me inderdaad veel beter concentreer op mijn gehoor. Omdat ik ervan afhankelijk ben. Maar of ik het ook daadwerkelijk beter hoor? Dat betwijfel ik.
Nou, dat zijn nuances, jij hoort andere nuances in geluid dan wat wij horen. Gebruik jij ook echolocatie?
-Echo-localisatie? Jazeker. Niet extreem vaak. Er zijn mensen die er veel gedrevener in zijn dan ik. Maar echo-localisatie kan voor mij wel inderdaad van pas komen.
Jij hoort als jij een muur nadert?
- Als ik me daarop focus, dat moet ik er wel bij zeggen, ja dat kun je horen, ja.
Oké, ja. Dan is voor jou ook gehoorbescherming in situaties waar heel veel geluid is, voor jou nog essentiëler om te gebruiken.
- Ik ga nergens heen zonder gehoorbescherming, als het om festivals of concerten gaat.
Ik kan me goed voorstellen. Dat is zeker belangrijk dan. En Chris, jij bent zelf DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde. Er zijn dus waarschijnlijk luisteraars die jouw programma wel eens hebben gehoord. Of tenminste op het moment dat jij ook de muziek hebt ingestuurd, en zo. Wat voor muziek draai jij in het programma wat jij dan deelt?
- Ik moet het even breder trekken; ik ben inderdaad DJ in vrije tijd. Dat klopt. Ik draai over het algemeen Psytrance. En ehm.. ja, ik lever inderdaad eens in de vier weken een mix aan voor de Lokale Omroep Zeewolde. Verder draai ik wel eens op feestjes, bruiloften van mensen. Vorig jaar ook wel op het Beachfestival hier gedraaid, in Zeewolde. Dat gaat dit jaar waarschijnlijk weer gebeuren.
Dus er zijn mensen die jou waarschijnlijk wel gehoord hebben toen? Of gezien hebben op het podium?
-Die kans bestaat, ja.
Ja, oké, dus dan is het Chris van Wijk die dan bij het Beachfestival de muziek heeft geregeld.
- Ik als DJ Cbeats heb dat gedaan.
Ja, Sea beats?
- Gewoon C. De C van mijn naam en dan Beats.
Oké. Oké. En de muziek die jij uitkiest, luister jij dan ook eerst naar de teksten, die daar dan in voorkomen?
- ehm… nou Punt 1 Psytrance is over het algemeen niet heel erg tekstueel. Maar voor mij is over het algemeen, ook in muziek, toch hoe… qua… hoe muziek in elkaar zit leidender dan de tekst.
Ja. Oké. De combinatie van instrumenten? Van melodie?
- Tekst, tuurlijk tekst kan [niet verstaan] breken, maar… nee, als ik een nummer hoor dan let ik eerst op hoe klinkt het? Als het dan interessant klinkt, dan denk ik oké. Dan ga ik me focussen op tekst. Maar nee, voor mij echt inderdaad hoe het klinkt is leidend. Ja.
Melodielijnen en zo? Ja, en welke instrumenten er gebruikt worden, want dat is een groot verschil. Dat is een groot verschil.
- Of je een tune hoort; ja of nee. Dat is ook een afgang. Ja!
Nou, tegenwoordig is er heel veel AI-muziek natuurlijk. Hoor jij verschil? Of het AI is?
- Ik wil zeggen ‘ja’.
Ik weet dat er mensen zijn die dat namelijk kunnen horen. Er zijn geluidtechnici die dat verschil heel duidelijk kunnen horen.
- Zeker. Als je goed luistert kun je dat horen. Waaraan hoor je dat? Toch wat instrumenten met AI. Ik weet niet, het klinkt gewoon kunstmatig. Je hoort gewoon… Je hoort aan iets dat het niet ingespeeld is door een keyboard of wat dan ook.
Ja, dat vind ik dan knap. Want voor mij, ik hoor die nuances niet meer in de muziek. Dat is voor mij allemaal weg. Ik hoor soms ook hele bepaalde instrumenten niet.
- Dat is jammer.
En bij nieuwe muziek is dat ook lastig, hè? Want bij nieuwe muziek kan mijn brein niks invullen. Dus dan is het af en toe, nieuwe muziek is gewoon chaos. Dan heb ik echt van wat hoor ik nou toch?!
- Oh jeetje. Ja, kan me dat niet heel goed voorstellen, maar ik kan me wel voorstellen dat dat voor jou... dat het anders is.
Ja. Ja. We gaan even luisteren weer naar Ben Platt, want we hebben toch ook muziek in dit programma. Andere muziek dan wat jij draait dan tijdens jouw DJ, als jij als DJ werkt. Ben Platt is een zanger.
- Ken ik ook.
Ja, ken je hem wel?
- Ja zeker.
Wed, 29 Apr 2026 - 37min - 209 - 9 Zonder beeld 1
Dit is het volledige interview met Chris van Wijk. Radio opname Hoor jij wat ik hoor? 1e uur. Zonder de muziek. Deze aflevering is 36 minuten.
(beeld is zwart, Chris ziet geen beelden)
Volledig transcript
'Hoor jij wat ik hoor?' met Paula Hijne.
Welkom bij 'Hoor jij wat ik hoor?'. Zoals gezegd een programma van Paula Hijne. Ik ben Paula Hijne, ik ben vrouw, ik ben ongeveer 1.64 lang. Ik draag een bril. En ik draag hoortoestellen. En dat is even om aan te geven, voor mijn gast, dat die een bepaald beeld van mij kan hebben. (ha) En ik ga mijn gast van alles vragen over hoe hij de wereld ziet. Mijn gast is namelijk Chris van Wijk. Welkom Chris.
- Dank je wel.
Ik heb altijd een eerste vraag in mijn programma. En daar wil ik mee beginnen. Ik weet niet of je mijn programma wel eens gehoord hebt, maar mijn eerste vraag is altijd: 'Hoor jij wat ik hoor?'
- Dat is voor mij heel letterlijk. Ik denk het wel. Omdat voor mij namelijk mijn gehoor vanwege mijn gezichtsbeperking, ja eigenlijk gewoon essentieel is. En ik me daar heel erg op focus.
Kun jij ook jezelf even voorstellen, Chris aan de luisteraars die jou nog helemaal niet kennen?
- Ja, zeker. Ik ben Chris van Wijk. Ik ben 33. Ik ben volledig blind en ik ben woonachtig in Weesp. En verder ja, ..ehm... veel bezig met muziek, DJ'en in mijn vrije tijd. En ..ehm.. ja, wat kan ik verder over mezelf vertellen? Heel veel, maar dat komt aan de hand van de vragen wel, denk ik.
Ja, zeker, ik heb heel veel vragen aan jou. Want ik hoorde dit van jouw moeder en jouw moeder vertelde ook wel dat jij heel graag daar over wil vertellen, over het feit dat jij de wereld anders ziet. Omdat de blind bent. Je noemde het net even heel snel. (ha)
- Ja, voor mij is het natuurlijk. Ja, ik zie het zelf als je normaalste zaak van de wereld. Ik weet niet beter. Maar ik snap inderdaad dat het voor heel veel mensen iets gecompliceerder ligt ja.
Het is iets anders ja en in zoverre ken ik het dat een beperking je in bepaalde dingen de wereld anders laat zien. Bij mij is het letterlijk de wereld horen, omdat ik juist niet goed hoor.
- Exact ja.
En dan, ik weet ook dat ik doof kan worden, dus dan dat ik ook strakjes een heleboel dingen niet meer kan horen. Onder andere ook muziek niet meer. Dat weet ik nu al, dat er een moment komt dat dat voor mij helemaal weg is. Maar jij hebt nog nooit kunnen kijken. Je hebt nooit kunnen zien. Klopt dat?
- Nou, ja ik was, op zich het klopt, alleen ik ben wel ziend geboren, maar ik ben blind geworden na een half jaar. Vanwege mijn vroeggeboorte.
Ja?
- Door een netvliesloslating.
En daarom ook dat jij, nou ja,.... Jij weet niet meer bewust dat jij iets gezien hebt dan?
- Nee zeker niet, nee!
Dan was je dus heel klein in. ..ehm.. wanneer wist jij zelf dat jij iets had wat andere mensen niet hadden?
- Oh dat vind ik een hele goede vraag. ..ehm.. dat weet ik echt niet meer. Ik denk, ja, dat is gewoon natuurlijk vrij snel dat het je duidelijk wordt. Omdat je ja, je ouders laten dingen doorschemeren, je merkt gewoon dat je bepaalde signalementen mist die anderen wel meemaken. Ja, ja.... Het is een heel natuurlijk proces gewoon, denk ik, voor mij geweest.
Heel natuurlijk, omdat ook jouw ouders daar dan op een natuurlijke manier mee omgingen?
- Ja. Ja, die mazzel heb ik wel gehad ja. Ik heb inderdaad geluk gehad, altijd wel ..ehm.. ouders gehad die mij nou ja... Ja die mij daarin meenamen maar ook wel gewoon..... Ja, daar gelukkig normaal mee omgingen. Maar mij ook probeerden te betrekken bij het ja, bij alle normale dingen zeg maar.
Bij alle dingen die in het gezin zo gebeurde dan? Hoe groot was jullie gezin?
- ..Ehm.. 3 kinderen. En 2 ouders.
Dus je hebt 2 broers, zussen?
- Ik heb 2 zusjes, ja.
2 zussen. Zusjes?
- Ja, ik ben zelf de oudste.
Jij bent de oudste, kijk oké! Je hebt dus eigenlijk wel een andere jeugd gehad dan kinderen die kunnen zien? Hoe is jouw jeugd verlopen waarvan jij weet dat het anders is geweest?
- Oeh dat vind ik een hele goede vraag. Maar ook gelijk een serieuze vraag, want ja, je hebt het over mijn jeugd. ..ehm.. laat ik het zo zeggen, ik was een jaar of 11, 12 toen ik me eigenlijk heel erg begon te beseffen dat ik heel veel dingen niet kon die zienden wel konden.
Kijk ja....
- Dat kon dan gaan van op de computer spelen, tot buiten spelen, tot kleuren, tot ..ehm..... nou ja noem het allemaal maar op. Dus ik merkte heel snel dat ik daar wel.. ja hoe zeg je dat? Dat ik het anders moest gaan vormgeven. Dat dat ook best wel eventjes ..ehm.. nou, de nodige, ja, irritaties en frustraties heeft veroorzaakt ja. Ja, dat is dus toch wel gebeurd. Het is niet zo dat het allemaal vanzelf is gegaan?
- Integendeel, nee.
Oké. Naar wat voor een school ben jij gegaan dan?
- Ik heb al mijn onderwijs meegemaakt op speciaal onderwijs. Ik ben naar Bartiméus in Zeist geweest. Je hebt zo maar globaal gezien 2 organisaties in Nederland voor blinden en slechtzienden. Je hebt Bartiméus in Zeist en nog een locatie in Lochem en weet ik allemaal. En je hebt Visio en dat is tussen... Meer in de omgeving Amsterdam. En ja ik heb de middelbare school en basisschool me gemaakt in Bartiméus. Dat is in Zeist eigenlijk.
In Zeist? Oké. In Zeist aan de Utrechtseweg, ik weet niet of je dat weet? Dat adres?
- Dat zijn inderdaad belangrijke details, maar dat klopt ja.
Ja, want naast Bartiméus, zit ..ehm.. het Zonnehuis Stenia.
- Ik weet niet of het nog zo is, maar toen was het wel zo.
Toen was het wel zo. Nou daar heb ik namelijk gewerkt toen ik veel jonger was. (ha)
- Oh dat meen je niet, zie je de wereld is klein...
Ja, ja en wij kwamen ook heel veel mensen tegen daar die met blindengeleidenstokken liepen of met honden die dan van Bartiméus kwamen en die langs ons huis ook kwamen.
- Daar kon ik er zo één van geweest zijn.
HAHA! HAHA!
Ja, nou, nee dat is wel... Jij bent 33, nee het is voor mij langer geleden dat ik daar gewerkt heb. Maar het zal nog steeds zo zijn dat daar ook heel veel mensen lopen die daar wel over de stoep, de weg, die zichtbaar zijn binnen Zeist!
- Ja.
Zeist is daar denk ik ook wel goed op ingesteld.
- ..Ehm.. ja Zeist is daar onder andere goed op ingesteld. Maar ik heb ook zelf ..ehm.. een goede 10 jaar in Ermelo gewoond ..ehm.. daar was het ook goed.... qua voorzieningen eigenlijk.
En waar zat je in Ermelo?
- Ik ..ehm.. qua opleiding bedoel je?
Ja, want daar heb je ook gewoond in Ermelo?
- Ik heb gewoond in Ermelo. Ja, in het centrum.
In het centrum?
- Ja.
Want daar is ook een instantie wat voor mensen is, die doof zijn en mensen die slechtziend zijn, blind zijn zelfs, daar is ook een locatie voor.
- Ja.
Maar daar zat je niet?
- Nou, je hebt zeg maar inderdaad Sonneheerdt, ik denk dat je daarop doelt?
Ja.
- Dat is inderdaad met een groot terrein en appartementen en ..ehm.. hoe heet dat een opleidingslocatie. Dat had je. Maar je hebt ook nog inderdaad in een woonwijk ..ehm.. een 2 ja... een woning, die ze van 2 woningen 1 woning hebben gemaakt, dat heette de Wittenborgh en daar heb ik zelf zo'n 10 jaar gewoond. Dat was meer in het centrum maar wel met andere visie op beperkten.
Oké. En in wat voor een huis woonde je dan? Woonde je echt helemaal op jezelf of was je daar met een groep mensen samen?
- Nou, om een lang verhaal kort te maken, eigenlijk, je had je eigen kamer en sanitair en zo. Dat werd gedeeld. Je had gewoon 2 huiskamers, dus dat was een groepsding en je had een kamertje voor jezelf. Daar kwam het eigenlijk op neer, ja.
Oké, en er was ook begeleiding bij in dat huis?
- Ja, daar was in principe continu begeleiding aanwezig ja.
En wat voor een opleiding heb jij gedaan, Chris?
- Mijn laatste opleiding was een mbo secretarieel opleiding.
Oké. En dat heb je dan ook in Ermelo gedaan?
- Dat heb ik toen in Ermelo gedaan, ja.
Ja. Je noemde net helemaal in het begin dat je in Weesp woont. Hoe ben je dan in Weesp terecht gekomen?
- Gelukkig via een goede vriendin van mij. Ik woonde daar dus in Ermelo in die groepswoning en ik was daar wel een beetje klaar mee. Als in: ik woonde daar al 10 jaar en ik ja, ik wou gewoon privacy. Ik begon me te irriteren aan dingen. Regeltjes ga de dan natuurlijk overtreden op een gegeven moment. En daar word je dan op aangekeken. Dus ik wou gewoon een plekje voor mezelf en toen via een vriendin van mij die zei op een gegeven moment: 'In Weesp hebben ze... -nou nu komen we bij Visio, dat is die andere organisatie- hebben ze een woontrain-traject. Zeg maar om zelfstandig te leren wonen met 2-3 keer per week ambulante begeleiding en verder mag je het zelf uitzoeken. Je hebt je eigen appartement'. Ik zeg: 'Nou dat is perfect. Geef me maar een email-adres dan kan ik even een mailtje sturen'.
Ja.
- Nou, dat gedaan en ..ehm..... ja, toen 2 weken later op intakegesprek gekomen en toen ben ik daar 3 maanden later ongeveer naar toe verhuisd.
Oké, toen was je welkom daar. (ha)
- Daar was gelukkig een appartement vrij. Ja.
Ja, oké. Daar moest je natuurlijk wel op wachten. En hoelang woon jij nu al in Weesp?
- We zitten nu op de 4 jaar. Ruim.
4 jaar?
- Maar ik moet er wel bij zeggen, wel in een 2e appartement binnen Weesp, want bij dat woontrain-traject hoorde dus een appartement, maar dus ook de regel erbij: als je dat traject hebt af gemaakt, ja dan moet je ook dus voor jezelf woonruimte al dan niet hebben. Dus ik was, toen ik daar woonde eigenlijk vrij snel op zoek naar woonruimte. Dus dan ga je gewoon via de reguliere wegen zoeken...
Wed, 22 Apr 2026 - 35min - 208 - 8 IJdelheid of veiligheid
Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. Dit jaar is het op 15 april De Dag van de Fietshelm. Streven is dat binnen 10 jaar een kwart van de Nederlanders een helm dragen tijdens het fietsen. Wat mij betreft mogen dat er veel meer zijn.
(eigen foto van mijn rode helm)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 8: IJdelheid of veiligheid?
Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. En het is een knalrode! Dus die valt wel op! En die kleur die matcht niet altijd met mijn jas en kleding, maar daar hou ik dan ook helemaal geen rekening mee. En als ik een keer weg fiets, zonder helm, dan mis ik iets. Net zoals de autogordel. Als ik die niet om heb, dan voel ik dat direct als we gaan rijden. Dan mis ik dat. En dat heb ik dus met fietsen ook.
Mijn helm is dus standaard geworden. En dat was niet eens zo eenvoudig om een goed passende helm te vinden. Ik heb namelijk een klein hoofd, eigenlijk maat kinderhelm. Maar een kinderhelm past niet, want die bolling van dat hoofd is dan veel te klein. Niet elk merk heeft kleine maten. En na vele helmen gepast te hebben, lukte dat bij een gespecialiseerde fietsenwinkel. Dat was een winkel gespecialiseerd in fietskleding en allerlei accessoires en zo, waaronder dan ook helmen.
En het is geworden een Lazerhelm. Lazer met l a z e r. In omvang is die tussen de 54 en 61 centimeter. Hij is 270 gram en hij is van februari 2023. Dat staat nog steeds op een klein stickertje achterin de helm. En met een soort wieltje, in dat binnenframe van die helm, dan kan ik 'm zo draaien dat hij op de kleinste stand staat en dan past ie dus op mijn hoofd. En de bandjes om mijn nek, die moet ik wel steeds goed aantrekken, want die gaan tijdens gebruik, tijdens het fietsen en zo, raakt het toch wel steeds losser. Of als ik hem weer afdoe. En die moet ik elke keer voordat ik de helm opdoe, moet ik die bandjes wel weer even goed doen. En de helm heeft ook een kleine zonneklep en daardoor hoef ik niet per se mijn zonnebril op te zetten, in de zomer. Vooral in de zomer als de zon hoog staat, dan valt er net genoeg schaduw zo voor mijn ogen, over mijn ogen heen en dat is fijn, dan hoef ik niet altijd een zonnebril op. Dus kortom, met helm op fietsen is al heel gewoon geworden.
En was dat maar voor iedereen zo. Dit jaar is het op 15 april, de Dag van de Fietshelm. Je hebt overal dagen voor, dus ook de Dag van de Fietshelm. En de campagne hiervoor heet: Zet 'm op! Het streven is om binnen 10 jaar een kwart van de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. Dat is dus 25 %. In 2024 was dat zo'n 5 %. Dat is informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En bij fietsers die ouder dan 75 waren, was dat 20 %. Het streven is dus 25 % van alle Nederlanders, dat die een helm dragen. Dat is één op de vier! Ik vind dat heel erg weinig. Het streven zou moeten zijn ..ehm.. 80 % of misschien wel 100 %, dat iedereen met een helm op fietst. Want wielrenners, MTB'ers, cross-fietsers, skiërs, ..ehm.. schaatsers - schaatsers weet ik niet helemaal precies- maar al die andere sporters die dragen een helm! Zonder helm is hun sport zelfs helemaal onverantwoordelijk, toch? Voor deze groep sporters hoort de helm dus bij de standaarduitrusting. Dus waarom niet voor elke fietser in Nederland?!
Toen ik een dame van boven de 80 ernaar vroeg, dat is een dame die met mij meedoet aan de sportles, op de sportschool, zij zei dat ze het niet nodig vond voor al die korte stukjes die ze fietst. Alleen als ze een lange fietstocht gaat maken, dan doet ze de helm op. Dus ze heeft wel een helm. En dan lijkt het alsof er op korte ritjes niets kan gebeuren. Maar je bent op de weg, je hebt maken met medeweggebruikers, je moet ergens oversteken, je kunt niet overal op een fietspad rijden. Dus ook op korte ritjes lijkt mij, dat je net zo’n groot risico loopt als op een lange fietstocht, toch?
En dan een dame van boven de 80 die rijdt op een schitterende elektrische driewielfiets, en daarmee vloog ze uit de bocht. Ze is toen helemaal omgevallen en met haar hoofd echt op de grond gekomen. Lelijk verwond. Uiteindelijk is het goed afgelopen. Ze heeft een tijd in het ziekenhuis gelegen en gerevalideerd. En zij droeg ook geen helm. Ook voor mensen met een driewielfiets geef ik aan, ook dan is het goed om een helm te dragen. Dat ongeluk wat zij had, zij vloog echt uit de bocht, had ook helemaal niet te maken met medeweggebruikers. En de weg zelf was verder prima. Ze ging met een te grote snelheid de bocht door, waardoor ze de bocht niet goed kon nemen.
Er zijn ook vrouwen die zeggen dat hun haar in de war komt. Ja, en ik moet natuurlijk altijd wel even mijn haar fatsoeneren als ik mijn helm afdoe, maar tijdens het fietsen heb ik daardoor nooit de haren meer in mijn gezicht. Dat had ik vroeger wel en nu nauwelijks. Nou heb ik ook korter haar, maar dan nog, ik heb altijd nog wel een pony, en die zou dan altijd nog in je gezicht kunnen waaien. Maar met een helm op gebeurt dat niet! En ook mijn haar wordt nauwelijks nat door de regen. Er zitten wel wat gaten in maar ja, toch, ik merk als ik in de regen fiets, dat mijn haar toch minder nat is geworden.
Enige waar ik wel echt rekening mee moet houden is tijdens het op- en afzetten, dat is mijn bril en mijn hoortoestellen, want ja, die moeten wel goed blijven zitten. Moet ik altijd even goed controleren. Sowieso mijn bril merk ik meteen, maar mijn hoortoestellen moet ik altijd even checken, zitten ze nog goed in mijn oren.
En ik hoorde ook van een man dat hij niet zo goed weet waar hij de helm moet laten als hij de fiets ergens parkeert. Nou ja, dat is iets om over na te denken. Dat weet ik nog wel, dat dat bij mij ook een van die dingen was wat ik me afvroeg toen ik een helm ging dragen, van wat doe ik ermee? Waar laat ik hem? Nou, ik doe hem tegenwoordig altijd in mijn fietstas. Ik heb gewoon standaard fietstassen op mijn fiets zitten. En ik doe hem daar altijd in de tas. Op dezelfde plek. En dat doe ik ook als ik thuis ben, als de fiets thuis staat. Ook dan gaat die in de fietstas. Dan kan ik hem dus nooit vergeten. Of als ik hem vergeet op te doen, heb ik hem altijd bij me. Kan ik hem zo weer wél op doen.
Is me trouwens nog maar één keer gebeurd in het afgelopen jaar, dat ik hem even vergeten was. En 'm dus ook direct miste toen ik even aan het fietsen was, hè, wat ben ik vergeten en ineens: hé mijn helm. Maar omdat hij in mijn tas zat, kon ik hem zo weer op doen. En mijn man die doet ook de helm op en als hij de fiets parkeert, dan zet ie de helm vast aan de ketting waarmee hij ook de fiets vastzet aan een hek of aan een stang of een paal. En heel soms neem ik mijn helm mee, als ik een ..ehm.. tas heb die groot genoeg is om 'm in te doen, want ja, hij is maar 270 gram dus hij weegt helemaal niets. Hij is alleen best wel groot. Dus je moet wel een beetje een ruime tas hebben. En dat doe ik vooral als ik weet dat daar, waar ik de fiets parkeer, dat daar heel veel mensen langs lopen en zo, en dat vind ik nog wel eens ongemakkelijk worden. Dan doe ik de helm wel even in mijn eigen tas, dat vind ik dan net even wat makkelijker.
Maar zo zijn er dus heel wat redenen om geen helm op te zetten. En het blijkt dat veel Nederlanders het ook gênant vinden. Dat las ik nu in de Kampioen, het magazine van de ANWB. Toen ik dat las dacht ik ook echt: zijn wij dan zo ijdel, dat we zelfs voor onze veiligheid geen helm willen dragen. Ik zeg dan 'we' maar daar bedoel ik dus de Nederlanders in algemene zin, want ik heb wél zelf altijd mijn helm op. En soms is het zelfs zo, als ik aan het wandelen ben, en er is even heel veel verkeer en ik moet daar oversteken, dat ik dan even aan mijn hoofd voel, ik heb mijn helm toch wel op?! Maar ja, die heb ik dus nooit op tijdens het wandelen, en dat mis ik dan!
Er zijn ook getallen: Fietsers met helm hebben bij een botsing 60 % minder kans op ernstig en 70 % minder kans op dodelijk hoofd- en hersenletsel dan fietsers zonder helm. En dat is nogal een verschil! Fietshelmen kunnen dus een ernstige afloop voorkomen. Maar ja, ze voorkomen natuurlijk geen ongeluk hè! Want een ongeluk kan verschillende oorzaken hebben.
En natuurlijk geldt dan ook het eigen fietsgedrag. Maar ook hoe het wegdek is. Of dat wel goed loopt of daar geen kuilen zitten of gaten, obstakels waar je tegenaan of overheen moet fietsen waardoor je kan vallen. Je hebt ook te maken met medeweggebruikers. Het zicht, staan er bomen in de weg of struiken, zodat je niet goed de hoek om kunt kijken. Met de weersomstandigheden. Slecht zicht bij... als het mistig is. Welke verlichting is er? Als dat donker is. Is er wel goede verlichting? En anders kun jij met je eigen fietslampen de weg vóór je verlichten.
Stel dat er overal fietspaden zouden zijn? En dat overal waar geen fietspaden zijn, de weg zó is ingericht dat je heel veilig kunt fietsen, dan is het nog aan jezelf om dat veilig te doen! Ja, en dan pleit ik ervoor om maximaal 18 tot 20 kilometer per uur te rijden. Dat vind ik zelf een prettige snelheid. Dan kan ik namelijk alles nog wel goed overzien zonder dat ik te snel ga.
En fietsspiegels gebruiken. Heb ik het wel eens vaker over gehad. Ik heb er twee op de fiets. Aan allebei de kanten, dus ik kan altijd achter me en schuin naast me zien, in één blik, als ik er even in kijk. Ik hoef er ook niet lang in te kijken. Want ik kijk voornamelijk naar voren, dat is het meest belangrijke als ik fiets.
Er zijn tegenwoordig zelfs richtingaanwijzers voor op de fiets. Echt, ik heb het pasgeleden in een advertentie gezien. Ik ga nog even uitzoeken hoe dat is en hoe dat werkt en of dat ook op mijn fiets kan. Want dan hoef je niet per se je hand meer helemaal uit te steken. En in som...
Wed, 15 Apr 2026 - 15min - 207 - 7 Evenwicht in beweging
Tijdens de presentatie bij BeweegInn in Zeewolde ging het over ons zintuig evenwicht. Het was bijzonder om dit te mogen vertellen in dit unieke beweegcentrum.
(foto is uitspraak die staat op de website van BeweegInn)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. En daar vertel ik ook graag over. Dit is seizoen 11, aflevering 7: Evenwicht in beweging.
Pas geleden heb ik een presentatie gehouden over het evenwicht. Het was alweer even een tijdje geleden. Het is zo fijn dat ik weer mocht vertellen over dat fascinerende zintuig. Dat heb ik gedaan in een beweegcentrum hier in Zeewolde. Het is geen sportschool. Want dat zou je bijna denken. Maar een sportschool, daar hebben mensen bepaalde associaties bij en dit beweegcentrum heeft als doel om mensen weer te laten bewegen, die niet bekend zijn met een sportschool of waarvoor dat een veel te hoge drempel is, om dat te gaan doen. Het zijn ook mensen die misschien nooit gesport hebben of juist een bepaalde beperking hebben, waardoor ze weer heel langzaamaan weer moeten gaan bewegen.
In dit beweegcentrum hebben ze zo'n 12 toestellen staan, in één grote ruimte. En die hebben allemaal een soort motor, die zijn motor-ondersteunend. En als je dat gaat doen, dan is er een soort circuit-training. Je gaat zo al die apparaten langs. Het lijkt wel op andere beweegcentra, sportscholen die er zijn, waar ook zo'n circuit is waar je de apparaten achter elkaar zo gaat doen. Maar het verschil hierbij is, dat die motorondersteuning er is. Dat je dan als je daar op gaat zitten, dat het apparaat jou beweegt. En dan ben je wel in beweging, ook al doet het apparaat het. Het mooie is dat dat heel zacht kan zijn en heel erg ondersteunend. Maar dat je, als je meer kracht hebt of in bepaalde spiergroepen meer kracht hebt en op dat apparaat gaat zitten, dan kan je juist de kracht gebruiken, dan kan je er tegenin gaan. En dan wordt het actief en uitdagend.
De bedoeling is dat de mensen die daar komen, op een gegeven moment weer meer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam. Dat ze zich sterker voelen. Dat ze zich soepeler voelen. En de klachten die ze hebben, dat die dan verminderen. Kortom, het gaat over plezier in bewegen. Om opnieuw weer plezier te krijgen in bewegen. Of misschien, als je dat nooit hebt meegemaakt, dat je daar dus plezier in krijgt.
En dat zijn ook de zes pijlers die zij hebben in het beweegcentrum. Dat is: samen zijn en plezier. Een andere pijler is spierkracht. Flexibiliteit. Evenwicht. Energie en uithoudingsvermogen. En de zesde pijler is het mentale en sociale welzijn. Het is namelijk niet alleen maar in beweging zijn. Het is ook het samen komen met andere mensen, die ook daar in het centrum komen, waar je gezellig een praatje mee kan maken. Er is koffie en thee. Er is een gezellige tafel waar je kunt zitten. En toch houd je ook steeds contact met die ruimte waar al die mensen ook in beweging zijn.
In die ruimte daar mocht ik die presentatie houden. Het is heel mooi, want die apparaten staan allemaal langs de wand en daardoor heb je een hele grote middenruimte vrij. En daar hebben ze gezellig wat planten staan en een tafeltje. Maar dat hebben we weggehaald en daar konden de stoelen allemaal neergezet worden en zodoende konden de mensen gaan luisteren naar mijn verhaal. Best een grote ruimte. Want zo hadden we wel ruimte voor 40 mensen! En zo veel mensen kwamen er dan ook luisteren naar dat verhaal over het evenwicht.
En ik wil dat verhaal, wat ik verteld heb, wil ik hier nu delen en dan zal je waarschijnlijk, als je mij al heel lang volgt, er dingen weer in herkennen. Want tuurlijk herhaal ik een heleboel dingen over het evenwicht. Want dat is precies wat ik wil meegeven! Wat ik zo graag wil uitdragen.
Ik begon met het welkom. En ik vertelde dat een vriendin aan wie ik vertelde dat ik bezig was met het boek over het evenwicht, en toen zei zij ineens: ik wist niet dat het evenwicht een zintuig is. En met dat zij dat zei, besefte ik ineens wat voor een belangrijk iets ik had om steeds te gebruiken. Juist de benadrukken dat het evenwicht een zintuig is! Wat voor mij al zo logisch was, is dus helemaal niet logisch! Ik heb toen heel kort even verteld over wie ik ben. En dat er ook weinig bekend is over het evenwicht. Dat mensen daar niet zo veel over weten. En toen zei ik: Laten we even stilstaan bij het evenwicht.
Toen zei ik het nog een keer: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. En toen hadden ze het nog niet door. Dus toen heb ik gevraagd: willen jullie allemaal komen staan. En we gaan even allemaal stilstaan. Dan zie ik de mensen al denken: hè, wat gaan we nu dan doen?
En ..ehm.. dacht dat we kwamen luisteren, moeten we ook nog iets doen. (ha) En tijdens dat stilstaan, heb ik gevraagd of ze wilden voelen wat er gebeurde in hun lichaam. En dat was best moeilijk. En ik zie het gebeuren, maar ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Wat ik zag namelijk was dat ze heel langzaam aan het bewegen waren. Niet iedereen. Maar de meeste mensen waren heel langzaam, heel zachtjes een beetje aan het wiebelen, naar voren en naar achteren. En dat was wat ik wilde horen ook, dat ze het zelf zouden voelen. En gelukkig was het er toen iemand die ook zei: Ik ga een beetje heen en weer. En dat werd beaamd door een heleboel andere mensen die ineens hadden van: Oh ja, dat heb ik ook.
Toen heb ik ze wel weer laten zitten, want deze doelgroep mensen die er waren, waren mensen wel op leeftijd.
En dan is het wel mooi om te zien dat er zo veel mensen die al ouder zijn, dat die toch geïnteresseerd zijn in dat evenwicht. Waarschijnlijk ook omdat de eigenaar van dit beweegcentrum aangeeft hoe belangrijk het is om dat steeds te blijven trainen. En ik heb toen ook verteld: Ons evenwicht staat altijd aan! Want de vraag was dan ook: hoe komt het dat we steeds zo'n klein beetje bewegen? Ja, dan zeggen ze van dat evenwicht is steeds aan het werk. Dat is steeds voor ons aan het zorgen dat je rechtop blijft staan. Ja, dat evenwicht doet dat, maar waardoor komt het dat je dan tóch nog een beetje beweegt? En dat is altijd een hele moeilijke vraag. En ik ga 'm nu hier dus in de podcast vertellen. Dus kom je een keer bij mij bij een presentatie en ik doe deze oefening, dan weet je al (ha) wat daar het antwoord op is: ‘We zijn namelijk altijd aan het ademen. En tijdens dat ademen, is er een kleine beweging in ons lichaam. En door die kleine beweging, is je evenwicht steeds aan het werk om dat de corrigeren. Ons evenwicht staat dus altijd aan. Het werkt altijd! Omdat we altijd aan het ademen zijn.
En verder is het super gevoelig!’ Dat heb ik ook laten zien. Als ik met mijn ogen knipper, heeft het evenwicht dat allang gevoeld. Als ik mijn vinger strek dan is er al heel snel, supersnel een reactie gegaan naar die evenwichtsorganen die daar iets mee kunnen doen. Als ik m'n, ook al heb ik mijn schoenen aan, mijn grote teen omhoog doe, dan gaat er een heel snelle kettingreactie, zó snel, die evenwichtsorganen hebben het allang gevoeld dat dat gebeurde. Het is dan ook ons snelst werkende zintuig wat we hebben. Zo super gevoelig is het.
En het derde principe, het derde inzicht wat ik in ieder geval wilde delen: Functie 1 en dat is perceptie. En perceptie is het voelen van het bewegen. Het voelen dat je bewogen wordt of zelf in beweging bent. Dat je vooruitgaat of achteruit. Opzij gaat. Of omhooggaat. Of ronddraait. Dat gevoel, dat je weet, ik ben aan het bewegen en ik ben aan het vooruit gaan of achteruitgaan. Een tweede kenmerk daarvan, van die perceptie, is het voelen: waar is de aarde? En dat voelen, waar is die aarde, dat is een hele belangrijke behoefte die we hebben. Het is zelfs een belangrijkere behoefte dan de behoefte aan eten. En als je dat beseft, dan krijg je door hoe belangrijk ons evenwicht voor ons hele lichaam is. Maar die behoefte weten we vaak niet. Dat weet je pas op het moment dat je het niet meer kunt voelen. En waarom vind ik hem dan heel belangrijk? Omdat ik weet hoe het voelt als je de aarde niet kunt voelen. En dat is, wanneer ik zo'n heftige aanval van draaiduizeligheid hebt. Heb ik natuurlijk al heel vaak over gehad. Ga ik nu verder niet op in. Maar het vertellen over die aanval van draaiduizeligheid en wat er dan met mij gebeurt, dat heb ik gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om die aarde te voelen.
Toen heb ik de vraag gesteld: waar zit het evenwicht? Of eigenlijk, de evenwichtsorganen. En het grappige was, normaal krijg ik van die nietszeggende blikken zo van: nee, geen idee, weet ik eigenlijk niet. Nu waren er meerdere mensen die zeiden: het zit in je oor. Dan denk ik, nou volgens mij is daar gewoon over gesproken. Nou weet ik ook dat mijn boek af en toe daar op tafel ligt. Waar de mensen allemaal koffiedrinken met elkaar. En ik denk dat het daardoor ook wel eens besproken is. De evenwichtsorganen zitten in ons binnenoor. En toen heb ik dat even uitgelegd aan de hand van een hele grote plaat waar het oor op staat. In dat oor zitten dus twee zintuigen. Daar zit het gehoororgaan. En daar zitten de evenwichtsorganen.
Ik heb ook verteld dat het evenwicht voor verschillende sensaties zorgt. Want het kan ook heel fijn zijn om in een draaimolen te zitten of een zweefmolen of als je aan het balanceren bent en je bent over een randje aan het lopen, hoe leuk is het als dat lukt!? Al die sensaties met het evenwicht kan ook heel prettig zijn.
Daarna heb ik verteld over de samenwerking. De samenwerking tussen linker en rechter evenwichtsorganen, die samenwerking is heel essentieel. Dat heb ik laten zien door het voor- en achteroverbuigen. Met links en rechts dat die samenwerken. En met het 'nee' schudden van het hoofd. De samenwerking is zó dat we alle bewegingen in de ruimte...
Wed, 08 Apr 2026 - 18min - 206 - 6 Wat is er te zien?
Door het minder horen luister ik met mijn ogen. Maar hoe zit dat als je niets kunt zien? Ik heb een man geïnterviewd in mijn radioprogramma. Hij is blind. Ik mocht hem van alles erover vragen. Hoe beleeft hij de wereld om zich heen?
(Het radioprogramma is in april 2026 elke zondagavond te beluisteren, van 20.00 tot 21.00 uur).
(Foto is een afbeelding gemaakt door Daniela Postma)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Den podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel ook over zien en horen, 2 zintuigen die ik ook heel veel gebruik. En die ik ook nodig heb, naast mijn fysieke zintuig evenwicht en daar vertel ik ook graag over. Maar dit keer gaat het over zien en horen. Seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien?
Dat doet me denken aan het spelletje van vroeger wat wij wel deden. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En dat was altijd een spelletje wat we konden doen in elke omgeving waar we waren. Je had er ook verder niets voor nodig, dan alleen je ogen en dat je dus kon rondkijken. En dit spelletje doe ik ook af en toe in de gebarengroep en dan doen we het in gebaren. En dan gaat iedereen mee rondkijken. En wat ze dan bedoelen? Zo van: dan zeg ik ..ehm.. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is blauw. Dan gaan ze om zich heen kijken, waar vinden we iets wat blauw is. En dat kunnen ze aanwijzen, maar anders moeten ze het uitbeelden. Van wat ze dan precies bedoelen. Helemaal als ze er niet bij kunnen. Dus zo veel mogelijk in gebaren doen we dat dan.
En ik luister dan ook met mijn ogen. Ik heb het mondbeeld nodig om iemand goed te kunnen verstaan en dat komt natuurlijk omdat ik zelf veel minder goed kan horen. Nou, wat als je blind bent? Hoe ervaar je dan je omgeving? En hoe belangrijk is horen dan?
In het boek 'Evenwicht, in uitvoering' staat daar een heel verhaal over. En misschien heb ik het ooit eerder wel een keer voorgelezen, maar ik ga het nu nog een keer doen, want dit is een mooie inleiding om daarna ook nog een ander verhaal over dat blind-zijn te kunnen vertellen. Dit is een verhaal van Marco en het staat in de ik-vorm. Dus overal waar ik 'ik' zeg dat is dan Marco die dat vertelt:
Kijken met mijn oren. Ik heb een visuele beperking of eigenlijk ben ik blind. En tijdens mijn geboorte had ik een zicht van 25 %. En langzaamaan werd het zicht minder. Vanaf mijn 25e jaar is mijn zicht nog maar 5 %. Ik kan nét licht en donker onderscheiden. En heel soms zie ik wat contrast. Als het donker is, zie ik helemaal niets. Het lopen in een vertrouwde omgeving, zoals in mijn huis en tuin, dat gaat goed. Ik heb dan geen stok nodig. Daarbuiten gebruik altijd een stok. En sinds mijn zicht 5 % is heb ik een hulphond. Hij behoedt mij voor obstakels op de weg en ook voor obstakels die uitsteken, zoals uithangborden. De hond kijkt tot zo'n twee meter hoog. En bij onveilige situatie blokkeert hij mij de weg door voor me te gaan staan. Of hij begeleidt mij ergens omheen. Hij zoekt altijd de meest veilige weg. De hond fungeert als mijn ogen. De stok is een hulpmiddel om ook zelf de obstakels te voelen of te ondergrond.
En ik maak de hele dag gebruik van mijn oren. Door mijn hoofd te bewegen, richting het geluid, weet ik waar het vandaan komt. En hoor ik ook of het geluid dichtbij of veraf is. En veel geluiden worden weerkaatst door de omgeving. Een muur klinkt anders dan een houden schutting of metalen deur. Ik voel het ook als ik dichtbij een muur kom. De temperatuur is dan anders. Als ik in een onbekende ruimte kom, is het moeilijker om een beeld te vormen van de omgeving. Ik moet dan veel heen en weer bewegen met mijn hoofd om het goed te kunnen horen. Daar word ik wel eens duizelig van. Ik denk ook dat dit komt doordat ik geen horizon kan zien. Toen ik vroeger nog wel wat zicht had, maakte ik gebruik van de horizon. En nu kan ik mij niet meer ergens op richten. Ik heb geen houvast. Ik doe niet meer aan bewegingssport. Want ik vind het moeilijk namelijk om te rennen, want ik ben bang om te vallen en te botsen. Dus ik heb een andere sport gevonden: luchtbuks-schieten met een geweer. Dat is geweldig om te doen!
Dit verhaal heb ik zelf van deze Marco (het is een andere naam, ik weet zijn naam niet meer, ik heb hem Marco genoemd) van Marco zélf gehoord. En die vertelde ook over dat luchtbuks-schieten, waarbij ik dat dan ook gek vind, je ziet niet waar je naartoe schiet. Hoe doe je dat dan? En dan blijkt ook dat alles op gehoor gaat en dat dan iemand anders moet melden of het wel of niet ..ehm.. gelukt is.
Voor mijn radioprogramma wilde ik ook écht een keer iemand interviewen die blind is. En zo kwam ik in contact met een man die vlak na de geboorte blind is geworden. Deze man is ook DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde, dus eigenlijk is het een soort collega van mij. Maar we kenden elkaar nog helemaal niet. Via de mail had ik contact met hem. En hij schreef toen ook naar mij terug: en leuk, ik kijk ernaar uit! Dat vind ik al bijzonder, dat iemand die blind is, toch de woorden gebruikt van zien en kijken. En dat waren natuurlijk voor mij ook allemaal vragen die naar boven kwamen; hoe zit dat dan? Ik mocht ook alles vragen! Dat heb ik ook gedaan. En in het begin toen ik net begon met het interview, of eigenlijk voordat we het interview begonnen, wilde ik gaan uitleggen hoe de studio eruitzag. Hij zei toen al: je hoeft het niet uit te leggen, hoe de studio er helemaal uitziet, want ik heb er toch geen beeld van. Ik kan er ook geen beeld van maken!
Maar toen kwam dus het interview en heb ik alles mogen vragen wat ik wilde vragen. En ik heb ook gevraagd hoe het was in zijn jeugd. Hoe hij is opgegroeid en naar welke school hij is geweest. Nou dat is in Bartiméus, onder andere, geweest in Zeist. Daar zit een groot instituut waar kinderen naar school gaan en waar ze dan ook van alles leren wat nodig is om in de maatschappij te kunnen functioneren. En ook de gewone dingen die je op school moet leren.
Ik heb ook gevraagd van: we hebben communicatie via de mail. Hoe gaat dat dan? Hoe lees jij de mail? En dan blijkt dat alles gaat met voorlezen. Een mechanische stem die dan voorleest wat er is geschreven. Dat gebeurt met WhatsApp en dat gebeurt dan ook met de mail. Dat is een bepaalde instelling die je kunt gebruiken. Hij gebruikt verder ook geen beeldscherm. Maar hij heeft dus wel een computer om dus wel op die manier contact te maken. Ik heb gevraagd naar braille. En hij heeft braille wel leren lezen, maar dat gaat best langzaam. En tegenwoordig is geluid en geluidsopnames en het laten ..ehm.. voorlezen dat is zo ver gevorderd, dat als je het allemaal zou moeten voelen, via braille, via lezen, dat dat veel langer duurt dan wanneer je er even naar luistert. Dat gaat veel sneller. Dus dat vindt hij veel prettiger om te gebruiken.
Ik heb ook gevraagd wat hij doet als ie in een onbekende omgeving komt. En waar let ie dan op? En hoe die buiten loopt. Dat is onder andere met een blindegeleidestok. En toen heeft hij ook uitgelegd hoe hij daar dan precies mee loopt en dat die daarmee ook kan horen op wat voor een ondergrond hij loopt. Obstakels kan hij daarmee voelen. En hij gaat ook niet zonder blindegeleidestok naar buiten. Dat is iets wat heel belangrijk is. En voor hem is het een bewuste keuze om geen hulphond te nemen.
Ik heb ook gevraagd naar het verkeer, hoe hij zichzelf verplaatst. Wat hij daar speciaal over vertelde is dat hij bij het station vaak vraagt om reisassistentie. Dat moet je allemaal van tevoren aanvragen. Maar dan is er op het station iemand die jou begeleidt naar de trein of uit de trein naar waar je verder mee laat vervoeren. Dat kan een regiotaxi zijn. Daar maakt hij ook vaak gebruik van. En dan staat de regiotaxi klaar, maar dan is er iemand die vanaf het station hem daarnaar toe brengt.
Dat is wel wat ie steeds weer aangeeft, je moet het zelf allemaal organiseren. Je moet het regelen van tevoren. Dus op het moment dat je ergens naartoe wilt, moet je goed nadenken: wat is mijn reis, hoe ga ik reizen en wat heb ik daarvoor nodig? En wie heb ik daarvoor nodig? Hij maakt dan ook graag gebruik -ik heb het idee dankbaar gebruik- van mensen die hem komen ophalen en hem weer thuisbrengen.
Ik heb ook gevraagd naar kermisattracties. Of hij daar wel eens in heeft gezeten. En hij vindt het geweldig! Dat gevoel wat het geeft om in een kermisattractie te zitten, of eigenlijk zo'n pretpark attractie. In zo'n grote boot, die Vliegende Hollander, in de Efteling. Of in een achtbaan. Hij vindt dat écht heel fijn om te voelen. En dat is natuurlijk ook wat extra ontwikkeld is, dat je, als je blind bent, en je kunt het niet zien, dat je alles ook op gevoel doet. Niet alleen op het gehoor, maar dus ook heel erg op het gevoel.
We hebben het ook gehad over het feit dat als je blind bent, hoef je bepaalde dingen helemaal niet te leren. Wat je vroeger op de basisschool leerde, al heel vroeger, dat zijn de kleuren. Je leert op een gegeven moment afstanden; kilometers, centimeters. Kleuren heeft hij helemaal natuurlijk nooit geleerd. Dat kan ook helemaal niet. Hij weet dat het bestaat, maar hij heeft er geen enkel beeld van. Maar ook afstanden, kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Dan weet hij wel dat als hij ergens naartoe gaat, dat het een tijdje duurt voordat je er bent, maar hij heeft niet echt ideeën van wat een afstand dan precies is, omdat hij dat nooit gezien heeft.
En toen gaf ik ook aan van: als ik nadenk over woorden voor zien, dan hebben we het over zien en kijken. We hebben het over turen en loeren, focussen en staren. En toen heb ik gevraagd aan hem, maar hoe zit het dan eigenlijk bij horen? Hebben we bij horen wel andere woorden? En we kwamen daar eigenlijk niet op! We konden niet bedenken wat voor andere woorden er voor ‘horen’ zijn die vergelijkbaar zijn met dat staren en dat loeren, wat bij he...
Wed, 01 Apr 2026 - 15min - 205 - 5 Hoor de muziek
Tijdens het dansweekend bij het Dansklooster besefte ik ineens dat er een tijd komt dat ik de muziek niet meer kan horen. Dat kwam even heftig binnen.
(eigen foto van het huisje (kota) bij het Helios Centrum in Heerde)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 5: Hoor de muziek.
Ik ben een heel weekend gaan dansen. Georganiseerd door het Dansklooster. En als je al lang deze podcast luistert, dan weet je misschien nog wel dat ik eerder heb verteld over het dansen. Dat was seizoen 4, aflevering 18: deze dans is voor mij. Het is al een hele tijd geleden maar je kunt hem nog steeds terugluisteren.
Dansen is voor mij iets magisch! Als ik mijn eigen bewegingen mag maken, dan heb ik nauwelijks last van mijn verminderde evenwichtsgevoel. Mijn naamgebaar is een lemniscaat, het oneindigheidssymbool. En ik vind dat zo'n sierlijke beweging, als ik met mijn hand die 8-vorm maak en dat past dan ook wel bij mijn stijl van dansen. Dat sierlijke.
En Dansklooster had een lente-retraite georganiseerd in Heerde, in het Helios Centrum. En dan vrijdag kwamen we daar aan. En ik zeg 'we' want ik kon meerijden met iemand die in Nijkerk woont. Heel prettig, want ik hoef dan niet met het openbaar vervoer. En kon ik toch mijn eigen dekbedje meenemen. En wat een héérlijke ontmoeting was dat met het team van het Dansklooster. Ik ben een heleboel jaren niet geweest, bij het Dansklooster. Ik heb daar vroeger meerdere keren mee gedanst met weekenden, met dansdagen. Maar de laatste jaren niet. Dus dit was weer de vervolg-kennismaking, zeg maar. Maar het voelde zó vertrouwd toen ik het team weer zag! Vooral degenen die 15 jaar geleden het Dansklooster hebben opgericht. Mathilda en Michael. En het voelde dus heel vertrouwd, terwijl de locatie voor mij helemaal nieuw was. Voor Dansklooster trouwens ook, het was de eerste keer dat zij daar dan waren. En ook alle andere deelnemers kende ik niet, op ééntje na. En dat was een man die heb ik eerder ontmoet in het Samayaklooster, waar ik ook eerder met een dansweekend mee heb gedaan.
En op het terrein van het Helios Centrum daar staan verschillende kleine huisjes en er is zelfs een boomhut bij! En ik sliep met de dame waar ik was meegereden, in een heel schattig klein ja, hutje. Een kleine kota, een houten blokhutje. Daar waren twee slaapkamers in gemaakt. En zo had je gewoon een heel eigen klein plekje. Het was wel een heel klein kamertje, maar het was net groot genoeg om daar heerlijk te kunnen slapen, om daar overdag gewoon even heerlijk te kunnen zijn! Het dansen dat werd gedaan in een grote Finse kota, een groot houten gebouw met een soort puntdak, want dat heeft zo'n kota dan. En daar zit dus heel veel hoogte in. Als je daar dan binnen bent, dan kijk je echt de lucht in, in zo'n punt. En ja die hoogte maakt wel dat het een hele fijne ruimte is. Juist omdat het heel luchtig daardoor voelt of zo. Ik weet niet hoe ik dat precies moet uitleggen. Eigenlijk moet je dat zelf even ervaren als je daar bent.
Het was ook heel sfeervol ingericht. Er waren ook klapdeuren die open konden, dus je kon ook zelfs naar buiten. En het had ook een hele prettige houten dansvloer. Heel prettig om op te lopen. Het was niet te koud of zo. Je kon gewoon met je blote voeten daar lopen. En je kon dan door die deuren die open konden, kon je kijken naar een grote vijver. En alle andere ramen waren ook dat je uitkeek op de natuur. Op de tuin die er rondom heen was. En sowieso, dat hele terrein dat was eigenlijk één grote tuin met ook allerlei hoogtes daarin. En een ..ehm.. groot grasveld. Er was zelfs een heel besloten plekje, daar lag allemaal grint, maar dat was een soort vuurplek waar je dan -waarschijnlijk met elkaar- kunt zitten en daar vuur kunt maken. En daar heel besloten zo, zo binnenin kon zitten.
Er waren allemaal van die kleine verrassingsplekjes daar. En kleine geintjes die ze daar ook hadden in die tuin. Een klein beeldje wat op een schommel zit. Een klein draakje op een schommel en die hing dan aan een boom en die kon je dan heen en weer bewegen. En het grappige was, dat dat draakje, dat had een glimlach en op het moment dat je hem heen en weer ging bewegen dan zag je die glimlach steeds tevoorschijn komen. Ik heb daar zelf zó staan lachen toen ik dat deed, toen ik dat zo zat aan te kijken! Meteen een goed ideetje dat we hier thuis ook wel zoiets kunnen maken, we hebben genoeg bomen dus, wie weet komt er wel ergens een schommel te hangen met een of ander leuk beestje erin.
Maar die tuin daar bij het Helios Centrum, die bomen, die heggen, overal lentebloemen die tevoorschijn komen, die al voorzichtig uit de bol zo omhoogkomen. Het paste allemaal bij die lente-retraite. En ook het weer was heel wisselend. Toen we aankwamen was het nog best aangenaam. Kon je ook nog buiten zitten en zo. Maar de zaterdag was het koud en mistig! En op zondag was er ineens een hele blauwe lucht en was er volop zon, maar was er wel een beetje een koele wind. Dus we hebben van alles meegemaakt.
En op vrijdagavond, na het eten -het hele weekend was er trouwens heel lekker eten, er werd voor ons gekookt. We hebben wel ouderwets corvee gehad. We moesten helpen met het eten brengen en de borden heen en weer sjouwen, opruimen, afwassen. En dat was ook wel heel leuk om dat samen te kunnen doen. Maar na het eten, op die vrijdagavond, werd het weekend officieel geopend, in de ruimte waar we het hele weekend zouden gaan dansen. En eerst was er een deelcirkel. In een deelcirkel mocht je iets delen, met een talking stick in je hand. Op het moment dat je die stick in je handen hebt, dan ben jij aan het praten. En de andere mensen niet. Dan mocht je iets delen over jezelf en je mocht ook vertellen met welke lentevraag je dit weekend in bent gegaan. Was van tevoren al in die mail genoemd, van denk daar eens over na. En zo waren er mensen die hadden het over dat ze iets wilden loslaten. Of dat ze wilden gaan ervaren of de keuze die zij gemaakt hebben of dat wel helemaal oké is. Of ..ehm.. mensen die zichzelf écht weer in hun lijf wilden voelen. Omdat ze veel te veel in hun hoofd bezig zijn, wilden ze juist met het dansen weer terug naar dat gevoel! En het kon ook zijn dat je zonder vraag of intentie natuurlijk dat weekend in kwam. Dat je dan juist kwam om jezelf te verrassen!
En ik ben begonnen met het vertellen in gebaren ook, dus ik praatte en ik maakte er gebaren bij en ik vertelde: ik ben schrijver en spreker én ik weet dat ik op een gegeven moment doof word. En dit weekend wil ik zonder woorden de dans ingaan. Om dan te ervaren hoe het is om helemaal geen woorden te horen, om geen woorden te gebruiken. En dan kan ik wel in gebaren praten, maar dan verder dus zonder het gesproken woord.
En zo gingen we de hele avond vrij dansen. En voor dat vrij dansen heb ik ook helemaal geen woorden nodig. Dat bleek al gauw! Woordenloos zijn en dan zonder gedachten. Zonder aannames. Zonder oordelen of verwachtingen. Zonder verhalen. En dan alleen maar op die muziek dansen! Mijn eigen dans. En als ik dan een ander ontmoette in die dans, dan was dat met mijn ogen. En met de bewegingen, met onze handen. Dat is zó heerlijk!
En het is ook zo'n tijd geleden dat ik zo gedanst heb op prachtige muziek! En 's avonds na de dans ben ik heerlijk gaan slapen op dat eigen plekje in die kleine houten kota. Het enige was dat ik 's nachts nog wel even naar buiten moest lopen om naar het toilet te gaan. Die was dan gelukkig vlakbij, maar ik moest wel even naar buiten. En weer terug. En dan weer gelukkig m'n warme bedje in.
De volgende dag was er 's ochtends een speciale danssessie. Het was namelijk een Biodanza workshop. En bij Biodanza, dan worden er opdrachten gegeven. Opdrachten op allerlei verschillende manieren. Waar je ook bij samen danst of waarbij op een bepaald thema gedanst werd. Waar je elkaar steeds ontmoet in de dans, maar ook juist de ruimte krijgt om ook je eigen dans te doen, maar dan met een bepaalde opdracht. En deze ochtend, tijdens die lente-retraite, ging het ook over de vrouwelijke en mannelijke energie. In de bewegingen. In de dans die je deed. En de muziek was daar ook echt heel zorgvuldig voor uitgekozen. Dat je zelf ook voelde of het een mannelijke energie had of een vrouwelijke energie en dat dan ook in beweging kon laten zien.
En toen kwam er een opdracht, dat de groep in tweeën werd gedeeld. Ik vormde met een paar mensen een soort buitenkring. En de andere helft van de groep die danste dan in het midden. Op de muziek. En dat was de muziek van... het nummer Music van John Miles. Dat begint met: 'Music was my first love'. Dat is rockmuziek uit 1976, het is eigenlijk een heel oud nummer. En ik stond te kijken en te luisteren en de dansers in die binnenkring liefdevol aan te moedigen. En dan komt ineens in die tekst de zin: 'music of the future and music of the past.' En dat herhaalt zich een paar keer. Dat interpreteerde ik als de muziek in de toekomst, wordt voor mij muziek uit het verleden. Want ik besefte ineens dat er een moment komt, dat ik de muziek niet meer zal kunnen horen. Ik weet dat ik doof word. En dat er dus een moment komt dat ook de muziek wegvalt. En toen ik dat hoorde, voelde ik de tranen bij mezelf opkomen. En ik vocht er eerst even tegen, zo van: dat wil ik niet laten zien ..ehm..... maar ze waren helemaal niet tegen te houden!
Toen het lied eenmaal voorbij was, werden de rollen omgedraaid. De buitenkring, die mensen mochten naar binnen en mochten dan zelf gaan dansen. En de andere groep ging als een buitencirkel, een veilige buitencirkel om ons heen staan. En ik had natuurlijk de keus kunnen maken om eruit te kunnen stappen, maar ik besloot toch om dit aan te gaan, om daar middenin, tussen al die andere mensen te gaan staan. En te gaan voelen, wat...
Wed, 25 Mar 2026 - 15min - 204 - 4 Verbaasd
Ik ben vaak verbaasd over dingen die ik hoor, zie of zelf bedenk. Zelfs over de onderwerpen waar ik al heel wat over weet, zoals het evenwicht en gehoorverlies. Of ben ik eerder verbijsterd of verwonderd?
(Foto: pixabay- honest_graphic)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Dit is ook de enige podcast die gaat over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en daarnaast vertel ik ook graag over gehoorverlies, over tinnitus, over beperkingen waar ik zelf mee te maken heb. Waar ik zelf mee moet leren leven. En ook allerlei hersenspinsels, allerlei dingen die mij opvallen, die deel ik ook heel graag in deze podcast met jou! Dit is seizoen 11, aflevering 4: Verbaasd.
Af en toe kan ik helemaal verbaasd zijn. Door iets wat ik zie, wat ik hoor, wat ik merk. En ook wat ineens zomaar even opplopt in mijn hoofd. En dat is in dit geval ook zo. Ik was erover aan het nadenken over het rechtop lopen van de mens. En in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik daar een stukje over geschreven. En dat ga ik nu eerst even voorlezen:
Wij mensen kunnen iets bijzonders. Wij kunnen rechtop staan en lopen. Wij zijn de enige wezens die rechtop, op twee benen lopen. Ergens in de evolutie tussen de 4 miljoen en 2 miljoen jaar geleden, zijn er voorouders van de mens geweest die rechtop zijn gaan staan en op twee benen zijn gaan lopen. Tegen de zwaartekracht in! En dat is moedig geweest. Of was het een noodzaak? Is het met vallen en opstaan gegaan? Zoals een baby leert staan en lopen? En dat zal zeker meer energie en aandacht gekost hebben. En toch had het voordelen, want anders hadden onze voorouders het rechtop lopen niet vol gehouden.
Nou, en dat zat ik een keer even zo, ja, ik denk 's morgens vroeg te bedenken over dat rechtop lopen dat het best wel bijzonder is. En ook dat we dat doen op twee voeten. Twee kleine oppervlakten die we gebruiken om dan rechtop te lopen. En dat is in verhouding met dat hele lichaam, dat grote lange lichaam wat naar boven steekt, is dat best bijzonder dat we dat dan kunnen. En dan besef je ook wel dat die voeten heel erg belangrijk zijn en dat je die ook goed moet verzorgen. En dat je helemaal in onze wereld, dat je goed schoeisel moet hebben om je niet te bezeren.
En toch was ik ineens heel verbaasd, kwam ineens zo naar boven ploppen, in mijn hoofd, dat wij de enige wezens zijn die rechtop lopen. Je zou denken dat als er zo veel voordelen aan zijn, dat er dan veel meer dieren ook rechtop zouden zijn gaan lopen. Dus hoe is het mogelijk dat alleen de mens het enige wezen is?! Dat is toch best raar!? En dan zijn er wel dieren die af en toe even omhoog kunnen komen. Maar dan nog hebben die nooit, als ze rechtop staan, en misschien een enkel dier wel, maar dan is het maar tijdelijk, dat dan alle gewrichten van boven naar beneden vanaf het hoofd helemaal naar beneden toe, dat die allemaal onder elkaar zitten. Verticaal dus.
En als dat bij de mens komt door de herseninhoud, door dat we dat zo gevormd hebben in de evolutie. De hersenen is ook een beetje, die hebben een hele ingenieuze werking. En dat is toch eigenlijk prachtig hè, hoe dat dan werkt? Er zitten zo ontzettend veel verbindingen in ons brein. En het is ook nog eens neuroplastisch. Als er een fout ontstaat, waardoor je dus klachten krijgt, of een beperking dan, op den duur komen er weer nieuwe verbindingen, andere verbindingen en dan herstelt het weer een beetje, of verbetert het weer een beetje. Zoals ook mijn eigen evenwichtsgevoel, alle input die normaal door de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Maar dan door veel te trainen lukt het toch redelijk om dat evenwicht sterk te houden. En dat doe ik dan met goed kijken. Door mijn spieren goed te blijven gebruiken. Door de tast, met het voelen en zo. En daar dus ook bewust van te zijn. En met name ook met aandacht dus bewegen. Dan kom ik een heel eind. En blijft het evenwicht best sterk.
En dan ben ik toch wel heel verbaasd, als het zo allemaal werkt. En dat evenwicht zo belangrijk is, dat er dan zo weinig over bekend is! En onbekend blijft. Over dat zintuig 'evenwicht'. En ik heb gemerkt dat zelfs fysiotherapeuten, die gespecialiseerd zijn in vestibulaire revalidatie, dat die zelfs de basisprincipes van het evenwicht niet eens kunnen uitleggen! Er zullen zeker fysiotherapeuten zijn die dat goed kunnen, maar ik heb ook mensen ontmoet die dat dus niet kunnen uitleggen. En eigenlijk zou je als fysiotherapeut of welke therapeut ook die werkt met mensen met evenwichtsklachten, dat je ook geïnteresseerd bent in de complete werking van het evenwicht. En dan gaat het niet alleen om de problemen te snappen die je ermee krijgt, maar juist wat daarvoor nodig is. Dat je dus het hele evenwichtssysteem begrijpt, zodat je dan ook de uitval van de evenwichtsorganen, dat je dat beter kunt uitleggen.
En ook om dan te beseffen wat er dan wel of niet mogelijk is voor herstel! Want dat is tot een bepaalde hoogte mogelijk. Dat is handig om dat te weten. Om te beseffen dat je een klant die bij jou komt met evenwichtsklachten, dat daar een bepaalde grens aanzit wat je die nog allemaal kunt meegeven. Want je kunt niet meer alles volledig doen zoals je eerst deed, als er eenmaal evenwichtsverlies is. En ja, en dan wil ik dat heel graag veranderen. Ik wil dat die kennis wél veel meer gedeeld wordt. Maar het gaat nog steeds in hele kleine stapjes.
En dan even terug naar die verbazing. Ik verbaas me namelijk om nog heel veel meer dingen. Het is bekend dat er steeds meer mensen zijn die te maken krijgen met gehoorverlies. En het komt omdat we ouder worden, maar ook omdat er overal geluid om ons heen is. Er is voortdurend geluid. Er zijn nauwelijks stille plekken te vinden in Nederland. Mensen zijn er ook al helemaal aan gewend om altijd geluid te horen, via de oortjes. Altijd luisteren naar muziek, gesprekken, naar de tv, naar de radio, films, games. Het lijkt wel of we verslaafd zijn aan geluid. En als gehoorverlies zó veel grote problemen gaat opleveren, met name ook bij uitval van het werk en zo, en er steeds grotere zorgkosten komen, en dat ook de vergoeding van hoortoestellen en de hoorzorg omhoog zou moeten (maar dat dat steeds minder wordt), krijg je steeds meer mensen die te maken krijgen met gehoorverlies, die dan ook niet helemaal op te lossen is.
Dan verbaas ik me er weer over dat de handhaving van het aantal decibellen in de horeca en bij concerten, ja, die handhaving, weet ik niet of ze er écht op letten, maar dat er geen wettelijke limiet nog is voor het aantal decibel wat aan geluid te horen mag zijn. Ik heb het even opgezocht. Als je in een restaurant komt, dan mag de achtergrondmuziek tot zo'n 70 decibel zijn. En als er stevige achtergrondmuziek is dan mag het tot 90 decibel. Live-muziek bij bruiloften en partijen mag dan tot 100 decibel. Maar concerten die mogen tot wel 105 decibel. Nou, als je weet dat boven de 85 decibel er al kans is op gehoorschade! En bij 103 decibel dat dat dan binnen een paar minuten al tot gehoorschade kan leiden, dan is het vreemd dat er nog steeds zo'n hard geluid gedraaid mag worden.
In 2023, toen hebben ze er weer over nagedacht, maar toen is aangegeven dat het niet verplicht is om de muziek zachter te zetten dan 100 decibel. Ze wilden namelijk van 103 naar 100 decibel. En als je weet dat dat een verdubbeling is; van 100 naar 103, dan is het veel en veel luider. En we willen het juist naar beneden hebben. Maar het is niet verplicht om het zachter te zetten dan 100 decibel. Dus bij concerten heb je best kans dat het misschien -zelfs bij professionele concerten- dat het wel tot 110 decibel kan gaan. Nou onbegrijpelijk dat dat kan. Dan verbaas ik me erover dat dat dus nog steeds mag! En ik hoop zó dat er weer meer aandacht komt voor een nieuwe wet. Want strenge regelgeving dat werkt echt wel. Alleen het moet dan wel natuurlijk gehandhaafd worden. Dat is wel een voorwaarde.
Ja, verbazing! Ik noem het dan verbazing, maar misschien is het eerder ook verbijstering of bevreemding. Als ik nou over dat, dat ik dan ineens naar boven krijg van goh, wij zijn het enige wezen wat rechtop loopt. Dan is het meer een soort bevreemding. Maar verbazing kan ook verwondering zijn. Ja, en hoe reageer ik eigenlijk als ik ontdek dat er iets vreemds is? Of anders is? Of raar? Dan denk ik dat het wel aan mijn gezicht te zien is. Mijn wenkbrauwen gaan dan omhoog en mijn ogen doe ik weer meer open. Ga ik ze meer opensperren. Ik ga meer rechtop staan! Af en toe valt mijn mond dan zelfs open. En ik heb het even opgezocht wat mensen zeggen als er verbazing is. Het kan zijn dat ze dan zeggen: asjemenou! Of jeminee. Of oooh of aaah! Sapperloot. Sapperdekriek! Er zijn dus echt een heleboel woorden die mensen uitspreken als er iets is wat ze verbaast. En ik zeg dan ook wel vaak: wauw! En dat is grappig, want dan zie ik een hele mooie foto van de vogel die de wouw is. En daar heb ik ook een verhaal over geschreven in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want die verbazing die heb ik altijd met mij meegedragen en dat verhaal ga ik ook even voorlezen:
Duikelende roofvogels. Zo'n 20 jaar geleden zag ik in een weiland in Zeeland twee grote roofvogels die om elkaar heen buitelden in de lucht. Een schitterend gezicht, om twee van die grote vogels zo sierlijk, snel en soepel te zien bewegen. Roodbruin van kleur. Lange spitse staartveren. En ik had geen idee welke vogel het was. Pasgeleden, onderweg naar Zwitserland, zag ik hetzelfde duikelen van roodbruine roofvogels, heel behendig. En nu had ik het vogelboekje erbij. Dus op zoek naar de naam. Het was een rode wouw. Die stond al heel lang op mijn vogelwensenlijstje. En die had ik nog nooit in het écht gezien. Dacht ik. Wel dus! Twintig jaar geleden. Dat waren rode wouwen. De manier van vliegen en buitelen heeft toen zo vee...
Wed, 18 Mar 2026 - 13min - 203 - 3 Net iets teveel
Er zijn van die dagen dat het net iets teveel is. Dit keer was er teveel geluid op mijn oren. Hierdoor werd ik instabiel. En zo zijn er nog meer factoren die dan net iets teveel voor mij zijn.
(foto: Pixabay)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 11, aflevering 3: Net iets te veel.
Op 3 maart is het elk jaar de World Hearing Day. De dag van het gehoor. En dat is een internationale bewustwordingsdag waarop de wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, aandacht vraagt voor gehoor, gehoorverlies en professionele gehoorzorg. En het thema dit jaar was: Blijf erbij horen.
En op deze dag hebben PlanPlan adviesbureau en WERKelijk Horen een mini-symposium gehouden. Er waren drie verschillende lezingen. Eentje ging over een gezonde geluidsomgeving op de werkvloer. En de tweede lezing over gehoorverlies op de werkvloer met inzichten en de rol van de bedrijfsarts en de derde lezing ging over ‘Meten is weten’: de technische verschillen tussen enkelvoudige en meerkanaalssolo-apparatuur.
En ik ben daarbij aanwezig geweest. Ik wilde dat ook goed kunnen volgen. Ik heb ook gevraagd: zijn er schrijftolken bij aanwezig? Nou, was allemaal prima geregeld. Maar wat daar verder ook bij was, we konden Auracast uit gaan proberen. De mensen die dat in Nederland willen uitzetten, die waren daar ook bij aanwezig. En Auracast dat is een ja, een nieuwe Bluetooth technologie. Dat is een audio-zender die dan geluid draadloos kan uitzenden naar een onbeperkt aantal ontvangers. En dat kunnen mensen zijn met een koptelefoon of met oortjes in, of die hoortoestellen dragen. Dus het is niet alleen voor de mensen met gehoorverlies. En dan kan het gaan om omroepberichten op de stations of in de treinen. ..ehm.. bij een theatervoorstelling of bij een lezing of een audiotour door een museum. In allerlei openbare gelegenheden waar gesproken wordt en waar verschillende mensen de tekst moeten horen, daar kan Auracast echt een verschil zijn! En dat systeem van Auracast dat werkt zelfs veel eenvoudiger dan de traditionele luistersystemen. En dan heb je het over de ringleiding-systemen die nu nog in de kerken en in theaters aanwezig zijn. Nou, waarschijnlijk wordt dat allemaal vervangen door Auracast.
Die audio-kwaliteit is daar ook best goed van, want Auracast die transporteert het geluid ja, met nauwelijks vertraging. En dat is heel prettig, want als jij zelf tv kijkt en je doet dat via Auracast en je kijkt naar iemand, dan wil je dat wat je hoort, dat je dat ook direct ziet of andersom; wat je ziet wil je ook horen. En dat kan ook in een vergadering zijn. Of als je luistert en kijkt naar een spreker op een podium. Dat is natuurlijk veel fijner als dat naadloos in elkaar over gaat.
En wij mochten dus die Auracast uitproberen. Maar niet alle hoortoestellen zijn al geschikt voor Auracast. Mijn hoortoestellen ook niet. En toch heb ik het uitgeprobeerd. Met een eigen ringleiding-lus en een kleine ontvanger, die kreeg ik mee. En zo kon ik, dan moest ik wel ook mijn hoortoestel nog wel weer op de ringleiding-stand zetten, en dan kon ik dus alles heel goed horen. Dicht op mijn oren. Eigenlijk in mijn oren. Want via het hoortoestel, dat zit dichtbij het trommelvlies, krijg ik dat dus direct binnen.
Ik had ook goed zicht op de spreker. Ik ben zo gaan zitten dat ik het goed kon zien. Ik kon ook de tekst van de schrijftolk steeds goed zien. Maar het was niet eens noodzakelijk om de hele tijd naar de spreker te kijken! Want juist omdat het geluid goed binnenkwam, kon ik het toch nou, redelijk goed volgen, door niet de hele tijd de spreker aan te kijken. En dat is ook wel eens fijn. Dan hoef ik niet de hele tijd spraak af te zien. En dat heb ik dus gedaan.
Er waren twee lezingen achter elkaar, best lang. En daarna was het even pauze. En toen werd het eigenlijk al vrij snel duidelijk, dat geluid, dat ik net iets te veel op mijn systeem hoorde, op mijn geluidssysteem, op mijn eigen hoorsysteem, dat merkte ik tijdens het lopen. Ik ging namelijk lopen en ik merkte dat ik nou, nogal, in stabiel was. Ik had dus moeite om mezelf in evenwicht te houden. Of kwam het omdat die Auracast, dat geluid veel te hard was. Dat kan ook. Dat ik het eigenlijk wat zachter had moeten zetten.
En op het moment dat die Auracast, dat ik dat ook uitzette, dan hoor je dus ook niets meer van wat er daar door de microfoon en zo gezegd wordt. Dat voelde alsof ik dan even doof was. Dus het was een heel groot verschil tussen het geluid aan via Auracast en daarna weer gewoon het met mijn eigen hoortoestellen doen. Lijkt of het ineens veel minder geluid is.
Of kwam dat dat instabiele gevoel, kwam dat omdat er heel veel mensen waren in die ruimte? En het pad tussen de stoelen, we wilden even naar buiten toe, het was heel mooi weer, het pad tussen die stoelen was heel smal. En om niet te botsen tegen andere mensen, moest ik dus extra opletten en ook af en toe even houvast zoeken bij de stoelen. En na de pauze hadden we dus nog een keer een lezing, de laatste lezing over dat meten is weten. Allemaal heel interessant wat we hebben gehoord.
Maar na afloop was er nog even tijd voor een borreltje, kon je nog even wat andere mensen spreken. Ook toen voelde ik dat mijn instabiliteit echt groter was. Ik moet altijd met aandacht lopen, maar toen moest ik het echt héél erg! Echt opletten, waar loop ik? Wie loopt hier vlakbij mij? Hoe kan ik die, nou, zo langslopen dat ik niet ga botsen. En ook de trappen af, ben ik toch maar weer helemaal aan de leuning gaan lopen, zodat ik me vast kon houden. Zelfs de stoep op en af merkte ik, dat ik dat met meer aandacht moest doen.
En ik heb de hele week, heb ik me wiebeliger gevoeld. Ik merkte dat écht met dat ik af en toe mist stapte, dat ik echt nog een stap extra moest doen, een voet opzijzetten, om me in evenwicht te houden.
En wat ook een trigger is, heb ik gemerkt, helemaal als ik dan al wat instabieler ben, is ook die stralende zon. Het was heel mooi weer en als ik dan buiten ben, dan is het dus zó ontzettend licht, ook daar moet ik denk ik weer helemaal aan wennen, ..ehm.. te veel licht tijdens het wandelen en tijdens het fietsen. Ook zelfs in de bus en in de auto. Dan heb je door dat felle licht ook heel veel last van alle schaduwen. De schaduwen van de bomen. We hebben een vaandel hier aan de vlaggenmast en die wappert dan en die schaduw die komt dan steeds langs. En ik merk dat dat licht, schaduw, licht, schaduw, die verschillen, dat dat ook iets doet met mijn evenwicht. En dat weet ik wel, alleen, dat was dus nu even veel heviger. Er was te veel afwisseling en dat zorgt écht voor desoriëntatie.
Of komt die wiebeligheid door te veel staan? Vorige week dan, dit was vorige week, na dat mini-symposium, heb ik ook veel gestaan aan de statafel. En aan de statafel ben je ook wel steeds aan het corrigeren om goed rechtop te blijven staan en dat kost dan best veel energie. Doe ik dat dan te lang? Sta ik dan te lang aan die statafel? Of komt dat juist omdat ik me eerst wiebelig voel en dat ik dan, als ik dan aan die statafel sta, dat het dan moeilijker gaat? Ik merkte dat namelijk tijdens de online-bijeenkomst van het ROCOVF. Dat was een hele lange middag online. Gelukkig was ik dan wel thuis, ik hoefde niet ergens naar toe. En dat was twee dagen na het mini-symposium. Mini-symposium was op een dinsdag en dat ROCOVF donderdagmiddag.
Ik had geen schrijftolken geregeld, want het grootste deel zou helemaal niet voor mij bestemd zijn, want het ging helemaal niet over Flevoland. Dus ik hoefde ook niet alles te kunnen volgen. De agenda vond ik heel onduidelijk dus, ik had echt zo van: wanneer is Flevoland aan de beurt? En dan zitten we heel lang te wachten met de schrijftolken: wat is dan belangrijk om te tolken? Dan nee, ik doe het zonder tolken. Heb ik wel de koptelefoon op gehad, zodat het geluid weer dichterbij me komt, dan kan ik het beter verstaan. Maar het was ook nog eens een keer zonder spraakafzien. Want de sprekers die zaten allemaal bij elkaar in een grote zaal en ik was met nog een paar andere mensen online. Maar dan zie je die sprekers heel klein in beeld en dan zie je niet echt het mondbeeld. Dus ik heb heel veel geluisterd op die middag. En met mijn hoortoestellen in is dat wel heel prettig. En een koptelefoon erbij, kan ik het nét even allemaal goed volgen. Maar ik denk dat dat geluid allemaal nét te veel was. Op dat moment, was het teveel.
In aflevering 1 heb ik het gehad over van de hak op de tak. Al die verschillende taken. Al die taken die ik mezelf opleg. En dat voortdurende schakelen. Misschien was dat vorige week ook nét iets te veel. En dan per taak valt het helemaal niet zo op. Tijdens de overgang van die taken, dat ik merk dat ik meer wiebelig ben. En dat komt omdat ik me waarschijnlijk heel erg focus op die ene taak, waar ik mee bezig ben. En dan moet ik daarna weer even lopen en dat ik dan pas merk, oh ja hmmm, ik moet een beetje opletten. Ik moet met aandacht lopen. Wat dan niet meehelpt, is dan dat ik, ja, niet helemaal goed slaap. Dat ik niet diep genoeg slaap, denk ik. En dat zorgt ervoor dat mijn energieniveau 's ochtends vroeg eigenlijk al een beetje te laag is om de hele dag in volle actie te functioneren. Ja, en dan komt natuurlijk weer het energie-management om de hoek kijken. Nou, ik neem denk ik te weinig rustmomenten om dan te herstellen. En dan met name overdag, want 's nachts heb ik dat niet helemaal in de hand of ik wel of niet goed slaap. Maar overdag kan ik die rustmomenten natuurlijk wel pakken! Ik leg mezelf eigenlijk veel te veel taken op! Die ik aan het eind van de dag uitgevoerd wil hebben. Dat zie ik ook in mijn agenda wel staan. Dus ik denk dat het goed is dat ik mijn eigen energie-management weer wat meer aandacht ga geven. Dat ik wat meer ga letten op...
Wed, 11 Mar 2026 - 13min - 202 - 2 Drempels
In ons dorp liggen verschillende soorten verkeersdrempels of verkeersheuvels. Twee soorten zijn heel onaangenaam om met de fiets erover of eromheen te gaan. Ook met een scootmobiel of elektrische rolstoel is dat niet te doen. Dit past niet in de inclusieve maatschappij.
(eigen foto van een van de verkeersheuvels)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur, hoorcoach, presentator en ik zet mij in voor het creëren van een inclusieve samenleving. Dit is seizoen 11, aflevering 2: Drempels.
Ja, in het kader van inclusie, hoort elke gemeente een Lokale Inclusie Agenda te hebben. En dan gaat het over toegankelijkheid. Toegankelijkheid op allerlei vormen, niveaus, zodat iedereen overal aan mee kan doen. En hier in het dorp doen we nu de vierde poging om de lokale inclusie-agenda handen en voeten te geven. Het is al driemaal eerder geprobeerd, niet gelukt. Niet goed van de grond gekomen. En dit keer de vierde poging, en ik hoop dat het nu wél van de grond komt. Dat we nu ook inderdaad drempels kunnen weghalen. En dan bedoel ik drempels in de breedste zin van het woord, want het gaat ook over, wat ik net zei over toegankelijkheid, het gaat over op allerlei niveaus, voor iedereen, dat iedereen mee kan doen! En de een heeft iets anders nodig dan de ander. Dus het gaat niet over gelijke behandeling. Het gaat wel over gelijkwaardigheid; dat we willen dat iedereen mee kan doen, ongeacht de handicap, de beperking die die dan heeft.
Maar deze aflevering gaat het specifiek over de fysieke drempels. De verkeersdrempels. Deze podcast heet niet voor niks: drempels. Het doel van een verkeersdrempel is om het verkeer te vertragen. En dan hebben we het over gemotoriseerd verkeer. Een andere naam ervoor zijn verkeersremmers of snelheidsdrempels of verkeersheuvel. En die drempels die worden met name neergelegd in gebieden waar een lagere snelheid gewenst is. Om dan dus de verkeersveiligheid te verhogen. Dat is in woonwijken of bij scholen, waar heel veel voetgangersverkeer is. Ook bij openbare parkeerplaatsen, want daar wordt van alles geparkeerd, maar ook dus heel veel mensen die daar lopen. En daar worden dus allemaal van die drempels neergelegd. En de chauffeurs, de bestuurders van dat gemotoriseerde verkeer, die moeten dan hun snelheid matigen. En als je een lagere snelheid hebt, dan is er ook een kortere remweg en als er een kortere remweg is dan is de kans op verkeersongevallen veel kleiner. Dus je vermindert de kans op verkeersongevallen.
Maar er is natuurlijk wel een effect van een verkeersdrempel. Dat is met name voor de bestuurder zelf, maar ook voor de omwonenden en voor andere gebruikers. Toen ik dat las dacht ik wel even van, wat zijn dan andere gebruikers? Nou, dan moet je denken aan fietsers, scootmobielen en elektrische rolstoelen. Want door het aanleggen van een verkeersdrempel op een verkeerde plek, dan verhoog je juist de kans op een verkeersongeval. En daar wil ik het in deze aflevering dus over hebben.
Want de gemeente, die is verantwoordelijk voor die verkeersdrempels. En dan geven ze ook aan: bij een verkeersdrempel, kun je ook een verkeersbord neerzetten om te waarschuwen dat er een drempel aan komt. Dit is niet verplicht, het is wel aanbevolen. En vooral bij minder goed zicht, waar de verlichting minder is en ook als het vlak na een bocht komt. Nou is het wel weer het advies dat je een drempel niet moet plaatsen binnen 10 meter vanaf een bocht. Want anders krijg je hele gevaarlijke situaties. Het is ook om te voorkomen dat er schade is aan het voertuig.
Zo zijn er ook normen en eisen gesteld aan verkeersdrempels. En dan staat erbij: onder andere niet te dichtbij huizen. En meestal worden er geen drempels aangelegd op busroutes. Als dat wel nodig is, dan zijn er busvriendelijke drempels. En een verkeersdrempel kan voor de veiligheid ook nog wel discutabel zijn, als het gaat over het snel kunnen rijden van een ambulance, brandweer en politie, want dan zijn die drempels ontzettend hinderlijk. Dus je moet goed nadenken, waar leg je de drempels neer, zodat ook dat vervoer, wat echt op snelheid moet rijden, dat die ook veilig kunnen rijden.
Het heeft effect op het milieu, want bij het optrekken na de drempel, dan gebruik je meer brandstof. En als je gaat remmen is er meer fijnstof en als er veel drempels zijn, heb je ook bij drukte meer kans dat er file ontstaat en als er meer auto's achter elkaar staan, heb je sowieso weer een hogere uitstoot. Dat is natuurlijk anders alweer bij elektrische auto's. Dan is die uitstoot er niet. Maar nog niet iedereen rijdt elektrisch. Dus er zal nog steeds CO₂ uitstoot zijn dus ja, voor het milieu is het maar de vraag of het handig is.
Als je het hebt over geluidsoverlast, dan, als er drempels liggen, dat het lawaai van snelrijdende voertuigen wordt dan wel minder. Alleen, je krijgt dan wel weer lawaai als gevolg van het remmen en het optrekken. En als je daar dus vlakbij bent, vlakbij woont, dan hoor je dus steeds dat remmen en optrekken. Misschien is het fijner om een geluid te horen wat gewoon op één toon is. Dat is anders dan dat optrekken en afremmen.
Als er zwaar verkeer over die drempels heen gaat, dan heb je juist een heleboel extra geluiden die daarbij komen. Als er zwaar verkeer is met een aanhanger erbij waar allerlei dingen op liggen, dan rammelt dat natuurlijk aan alle kanten. Er zijn allerlei trillingen ook naast al die geluiden. Door die drempels, is ook de reistijd van de auto en van de bus, is ook weer wat langer. En dit kan allemaal toch ook wel weer voor frustratie zorgen bij bestuurders.
Ja, en dan wil ik het hebben over de drempels die hier in het dorp zijn geplaatst. En dan hebben we het níet over de bestuurders. Ja, in eerste instantie wel, want ik ga het even over de buschauffeur hebben. Maar daarna, over juist al die andere gebruikers van de weg. En met name waar dan die drempels liggen.
We hebben midden in het dorp, in het centrum, daar is de hele weg opnieuw ingericht. Heleboel is daar op de schop gegaan. Allemaal opgeruimd. Ze hebben allemaal nieuwe bestrating aangelegd, onder andere met drempels erbij. En dit zijn hele vervelende drempels voor de buschauffeur en ook voor de reizigers in de bus. Het is echt onaangenaam om over die drempels te gaan. Wat dit betreft is er dus een hele verkeerde keuze gemaakt van soorten drempels. Want er zijn ook busvriendelijke drempels. Waarom is dat daar niet aangelegd? Het is zelfs zo dat er beschadigingen komen aan de bus, door juist die verkeerde drempels die daar zijn neergelegd.
En als ik kijk naar de drempels hier, in onze eigen straat, die vind ik helemaal niet zo heel vervelend. Die liggen in de hele breedte van de weg, van stoep tot stoep. En dat is dus een verhoging in de weg, gaat een beetje glooiend omhoog. En dan is het even plat en daarna gaat het weer glooiend omlaag. Het is eigenlijk een soort hoge hobbel. En die vind ik helemaal niet erg om daar met de fiets overheen te gaan.
Maar dan... we hebben hier in het dorp twee nieuwe soorten drempels. Eéntje dat is een soort ronde verkeersheuvel. Ik noem het echt een verkeersheuvel, want het is niet zozeer een drempel, hij is helemaal rond. Je komt dan het fietspad af, rij je de straat in en dan kom je recht op die verkeersheuvel af. Als je daar recht overheen wil rijden, wat gewoon mag, want het is geen rotonde, dan is het echt kedeng! Het is een beetje een hoge rand, anders dan een hele glooiende rand. En dat is echt, dat is vervelend. Ik knal er gewoon tegenaan dan met de fiets. Helemaal niet goed voor mijn band ook.
En ik schrok ook, de eerste keer dat ik daar kwam, schrok ik omdat ik het niet eens in de gaten had. Er zit wel een witte rand omheen en toch valt ie niet zo op. Nu ik dat weet, vermijd ik deze straten of als ik er dan toch doorheen moet omdat ik in die straat moet zijn, dan kan ik er wel óm heen. Zoals je ook normaal dat bij een rotonde doet. Alleen, er omheen... er is nauwelijks ruimte tussen dus die cirkel van de verkeersheuvel en de stoep; daar zit nog geen meter, misschien net één meter 30 of zo, dus dat is een hele kleine ruimte. En dan moet je heel erg oppassen dat je niet tegen de stoep rijdt en ook niet tegen die scherpe rand van die verkeersheuvel. En je moet je een hele scherpe bocht maken omdat het helemaal een cirkel is. Dus je moet er echt, ja, je kunt er niet eens ruim omheen, omdat die ruimte te kort is tussen die stoep en die rand.
En bij sneeuw is die hele rotonde niet eens zichtbaar! Nou dan is het helemaal gevaarlijk, want dan kun je er echt tegenaan knallen. En je ziet het randje niet, dus je kunt er ook zo vanaf glijden. En dan ga je natuurlijk zo onderuit. Écht, ik begrijp niet dat ze deze grote cirkels zó hebben kunnen maken op een plek wat totaal niet handig is. Ik snap dat je het verkeer wil afremmen. Maar als je de bocht om wil, moet je altijd afremmen. Dus waarom zou je daar zo'n grote cirkel neerleggen die heel onhandig is om er goed omheen te rijden?! En ook niet prettig is om erop te rijden en weer af te rijden. Echt kedeng! Je rijdt er helemaal overheen en kedeng er weer af.
En dan die andere drempel. Pas nieuw! Want de hele wijk die is gesaneerd. Ze hebben alle straten opengebroken, omdat de hele riolering vervangen moest worden. Ook daar moest de straat weer helemaal opnieuw bestraat worden en toen hebben ze gedacht: oh we kunnen daar ook wel drempels neerleggen! Nou, daar liggen dus een paar drempels en die zijn ovaalvormig. Ook wel weer met een witte rand er omheen, dus je kunt het wel zien. Maar, dan rij ik op het fietspad en ik ga de bocht om en vrij snel na de bocht ligt daar die drempel! Die verkeersheuvel. Ook weer zo'n rand van drie centimeter, niet meteen heel glooiend, maar echt dat je er tegenaan rijdt. Naast die verkeersheuvel da...
Wed, 04 Mar 2026 - 16min - 201 - 1 Van de hak op de tak
Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. Ik heb nog heel veel ideeën voor nieuwe afleveringen, want ik heb zoveel gedachten die langs dwarrelen. Gedachten die van de hak op de tak gaan.
(Afbeelding Pixabay TheOtherKev)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 11, aflevering 1: Van de hak op de tak.
Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. En ik ben nog vol ideeën voor nog wel een heel seizoen. En misschien wel nóg wel een heel seizoen er achteraan, want er is nog zó veel te vertellen. Dat kan gaan over ons fysieke evenwicht. Over ons psychische evenwicht. Over gehoorverlies. Tinnitus. En dat kan allemaal zowel informatief zijn als uit eigen ervaringen. En ook steeds weer ook over mijn gedachten die alle kanten op gaan.
Ik ben net opnieuw begonnen met het boek 'De kracht van het nu' van Eckhart Tolle. Dat boek heb ik jaren geleden gelezen. En ik zie al bepaalde dingen die ik daar nu in het begin lees, dan denk ik: hé, dat heb ik omarmd, want dat gebruik ik ook vaker in mijn coach-gesprekken en zo. Dat is dan wel heel grappig! Maar het eerste hoofdstuk daarvan is: Je bent niet je denken. En dan citeer ik even een stukje uit dat boek:
'Je verstand is een instrument. Een hulpmiddel. Je kunt het voor een taak gebruiken en daarna berg je het weer op. En hier gaat het dan om gedachten die zich steeds herhalen. Dat is niet functioneel denken, dus eigenlijk piekeren. En dat is nutteloos en maakt dat er veel levensenergie verloren gaat.' Nou ja, tot zover Eckhart Tolle. Misschien dat ik er nog een keer in een andere aflevering verder op in ga, wat ik nog meer voor wijsheden uit het boek van hem heb gehaald en wat ik daar dan mee doe.
En toch vraag ik me af of al die gedachten die bij mij langs dwarrelen of die dan ook nutteloos zijn. En dan bedoel ik niet die herhalende piekergedachten, want inderdaad die brengen mij nergens. Pas als ik de herhaling, als ik in de gaten heb dat ik steeds aan het herhalen ben, dan pas kan ik mezelf terughalen en er andere gedachten van maken. Of soms zelfs een beetje stilzetten. En als ik boos of verdrietig ben, dan is dat moeilijker dan wanneer ik me goed voel. Als ik blij ben. Of opgewekt.
Ik had dat gisteren ook nog wel. Ik was aan het tekenen en ondertussen bij dat tekenen, zat ik te bedenken, oh ik moet diegene nog eens een keer een antwoord geven. Terwijl ik er maanden geleden bewust voor heb gekozen om geen antwoord te geven. Was ik er nu mee bezig dat ik wel antwoord zou willen geven. En ik merkte dat ik dat antwoord, ik was elke keer aan het herhalen. Het kwam elke keer weer op hetzelfde neer. Tot ik op een gegeven moment zo veel last ervan kreeg dat ik dacht: nee ik ben nu aan het tekenen. Het is helemaal niet nodig om nu daarmee bezig te zijn. Want ik weet niet eens of ik dat wil gaan doen. Dan kan ik het beter nu gewoon laten. En op een gegeven moment kwam ik weer in de cadans van het tekenen en (hèè, zucht) gelukkig, eindelijk was dat piekeren, dat was weg. En het bleef ook weg, gelukkig!
Afijn, deze aflevering heb ik genoemd van de hak op de tak. Ik doe dat wel vaker in deze podcast: van de hak op de tak. Dat hebben mensen ook wel aangegeven die vaker naar mij luisteren. En ik heb even opgezocht wat het nou precies betekent ‘van de hak op de tak’. Het staat in het Groot Spreekwoordenboek. Van de hak op de tak dat betekent: een hak, dat is eigenlijk een haak, dat is een gebogen tak. En iemand die van de hak op de tak springt zoals vogels dat letterlijk doen, stapt steeds over van het ene onderwerp op het andere.
Ja, als ik dat dan nu zo uitleg dan zal je herkennen dat ik dat wel vaker doe! Een andere uitdrukking wat ook met bomen te maken heeft is: omkeren als een blad aan een boom. En dat is omdat de voorkant van een blad er vaak totaal anders uitziet dan de achterkant, dan laat, wie omkeert als een blad aan de boom, zich ineens van een hele andere kant zien. En dat kan ook, mensen die mij in een bepaalde situatie kennen bijvoorbeeld alleen van het sporten en die mij dan later een keer iets zien presenteren, die zien ineens een andere kant van mij. Dan is het dus niet negatief bedoeld. Vaak wordt dit spreekwoord gebruikt een beetje in de negatieve context. Dat iemand omdraait; gedachten zo omdraait, het juist negatief bedoeld is. Maar je kunt hem natuurlijk ook positief zien.
En ook een andere en die kende ik eigenlijk niet, dat spreekwoord: Aan een boom groeien verschillende vruchten. En de uitleg daarbij is: eenzelfde boom kan uiteenlopende vruchten van hetzelfde soort voortbrengen, zoals ook kinderen van dezelfde ouders onderling sterk kunnen verschillen. En werk van één hand niet iedere keer gelijk hoeft te zijn. Ja, en die vind ik ook wel weer heel grappig. Dat klopt ook wel, ik heb niet één manier van vertellen en ik heb niet één manier van schrijven. Ik kan op verschillende manieren schrijven. En als ik aan het tekenen ben, ja, er zitten wel bepaalde dingen in die hetzelfde lijken, maar ik kan ook heel anders tekenen. Dus dat klopt ook wel! En zeker als ik kijk naar hoe mijn zusjes zijn en ook hoe zij over vroeger denken, en hoe ik over vroeger denk, dat kunnen totaal verschillende verhalen zijn. Terwijl we het over hetzelfde hebben. Over hetzelfde feest of dezelfde activiteit waar we het over hebben. We hebben allemaal daar toch andere herinneringen aan. Het is eigenlijk een heel logisch spreekwoord dus.
Weer terug van ‘de hak op de tak’, want daar hebben we het over. Afgelopen zaterdag gingen wij fietsen, want ik was heel benieuwd naar de ja, de activiteit die in de Schaapskooi gedaan wordt in Ermelo. Dat is een bezoekerscentrum. Eén keer in de maand komt daar een groep vrouwen bij elkaar en die gaan samen wol spinnen. En die wol komt van de schapen die daar bij die schaapskudde zijn, in die schaapskooi. En dat is mooi dat ze de eigen wol gebruiken en daar gaan ze mee spinnen. Daar maken ze draden van en dan kunnen ze daar ook allerlei dingetjes van maken. En ik was wel benieuwd naar hoe dat eruit zou zien. Dus we zijn daarnaar toe gefietst. Het was ook goed weer en zo. Het was heel leuk om daarbinnen te komen. En op die zolder van het bezoekerscentrum daar zaten inderdaad, een heel groepje, vrouwen naast elkaar en die waren allemaal aan het spinnen. Allemaal verschillende spinnenwielen. Jaa, ik vind dat fascinerend om naar te kijken.
Op een gegeven moment kom ik dan ook in gesprek met die dames. En die vertellen dan over hoe verslavend het is. Als je dat eenmaal leuk vindt en je hebt het écht in de vingers (je moet het ook met je vingers doen) dan is het zó leuk om te doen! Het blijkt ook dat het een groep vrijwilligers is daar van het hele bezoekerscentrum, dat zij samen zo veel voor elkaar krijgen en dat het gezellig is en dat het dus meer is dan alleen maar het werk wat je doet, maar ook de ontmoeting met alle mensen daar. Ontmoeting met de andere vrijwilligers, maar ook alle bezoekers die daar komen. Het is ook echt een leuk bezoekerscentrum, ook gewoon om wat informatie op te doen. Ze hebben nu op zolder ook informatie over de wolf. Leuk om een keer te gaan kijken. Kan ik je aanraden.
Maar wat mij dan ook grijpt is dan dus die spinnenwielen. En dan heb ik zo van, oh ik zou dat ook zo willen gaan doen. Maar ik ben bang dat als je daarmee begint dat het dan ook inderdaad verslavend is. En dat je dat steeds vaker en steeds meer wil doen. En ik gun me daar helemaal niet te tijd voor. Ik heb zo veel andere dingen om handen. Denk: nee, dat moet ik even helemaal niet willen. Ik vond het heel leuk om te zien, maar dat was prima.
We zijn buiten bij het bezoekerscentrum... zijn we even een broodje gaan eten en zouden we op de fiets weer teruggaan naar huis. En we hadden een beetje een route uitgestippeld. Alleen, het werd wel een beetje donker. Zó donker dat ik echt zo had van: nou het zou zo maar kunnen gaan regenen. Inderdaad het begon dus te regenen. We zijn toch gaan fietsen en we zijn de route gaan doen zoals we die van tevoren bedacht hadden. Ik denk toch een wat langere route als we anders waren gereden. En het begon zó te regenen onderweg. En ik baalde zo enorm! Ik vond het écht niet leuk. Het was koud en mijn broek werd helemaal nat en op een gegeven moment dacht ik: oh, ik heb nog wel een regenbroek in mijn fietstas zitten. Dus ik die regenbroek aangedaan. Toch nog door fietsen, maar dan... de kou zit dan toch op je huid. Gelukkig had ik wel handschoenen nog mee. Mijn jas was verder gewoon goed water- en winddicht, dus dat was wel lekker. Maar ik was ook bang dat mijn hoortoestellen nat zouden worden. Nou zitten mijn hoortoestellen wel net onder mijn helm. Maar ja, als het zo gaat regenen, dan heb je kans dat het toch ergens nat gaat worden. Vond ik echt wel even vervelend. Wat moet ik ermee? Moet ik dan toch stoppen, in de regen? En dan mijn hoortoestellen uit gaan doen? Dan moet ik mijn tas pakken en moet ik daar in dat speciale opberg-etuitje doen. En dat in de regen! Het was ook onderweg ergens bij allemaal weilanden, dus we hadden ook nergens een plekje waar we konden schuilen, waar je droog kon staan. We moesten toch door fietsen. Gelukkig is het goed gegaan.
En toevallig hoorde ik vandaag een verhaal op de sportschool van een, van een andere dame, die was met haar hoortoestellen onder de douche gegaan. Die was ze dus helemaal vergeten uit te doen. Die ging dus onder de douche, haren gewassen en al en die komt de douche uit en die ging helemaal afdrogen en die wilde toen haar hoortoestellen weer in doen. En toen had ze van hè, m'n hoortoestellen zitten helemaal niet in mijn bakje. Het zijn oplaadbare hoortoestellen en ze had echt zo van waar zijn m'n hoortoestellen?! En toen bleek dat ze ze gewoon in had gehouden en dat ze dat helemaal niet in de gaten heeft gehad tijdens het douchen. Toe...
Wed, 25 Feb 2026 - 16min - 200 - 20 Tweehonderd
Dit is de 200e aflevering van deze podcast. Een mijlpaal. Maar hoe zit dat met getallen en cijfers? Wat heb ik zelf met getallen? Er is ook heel wat te vertellen over het getal 13. Weet je dat je elk getal in gebaren kunt laten zien met één hand?
(eigen foto van spel met getallen)
Deze aflevering duurt 13 minuten.
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En in deze podcast vertel ik sowieso over het fysieke evenwicht, over het psychische evenwicht en ook over allerlei dingen waar ik me, ja, af en toe mee bezig hou, waar ik over nadenk. Als ik iets geleerd heb, dan wil ik dat ook graag met je delen. En zo komt er altijd van alles langs. Dit is seizoen 10, aflevering 20: Tweehonderd.
Dit is de 200e aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Ik heb 10 seizoenen gemaakt. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen. Heb ik gewoon zelf bedacht, vond ik een mooi aantal. En ondertussen, in 5 jaar tijd, heb ik dan 200 afleveringen gemaakt.
Het zijn allemaal hele verschillende afleveringen. Het kan gaan over het fysieke evenwicht en dan heb je titels als: De eerste stapjes. Traplopen. Vallen en opstaan. Chaos in mijn hoofd. Ik ben duizelig. Omhoog en omlaag. Verschil. Wiebelen. Tegenwind. Heeft allemaal iets te maken met het fysieke evenwicht en míjn eigen evenwicht, hoe het dan anders werkt dan wanneer het helemaal goed zou zijn.
Het gaat ook over horen. Horen is ook een heel belangrijk aspect in mijn podcast. En dan gaat het over bijvoorbeeld: het geluid van de stem. Fluisteren. Durven luisteren. Erbij horen.
En al die afleveringen die ik gemaakt hebt over tinnitus. En dan ook, wat ik net al vertelde aan het begin, het gaat ook wel over dingen die mij bezighouden. En zo is er een aflevering met de titel: Verwondering. Optimist. Alles op zijn tijd. Roerloos. Lanterfanten. Omdenken. Ja, allerlei soorten titels die langskomen en waar ik dus al iets over verteld heb aan jou. En soms komen er dingen een tweede of een derde keer langs. Onder andere het traplopen. Heb ik het al heel vaak over gehad. Maar, ik heb het nog nooit gehad over getallen. En deze aflevering, aflevering 200, gaat over getallen. Dat vind ik mooi om even op in te gaan. Tenminste, niet per se het getal 200. Ik heb namelijk pasgeleden iets geleerd, wat ik nog niet eerder wist. En dat is het verschil tussen cijfers en getallen. We zeggen heel vaak cijfers, maar dan gaat het om getallen. En het verschil daartussen is dat een getal, en misschien weet jij het allang -want er zijn genoeg mensen dit wél weten, alleen ik wist het nog niet- een getal is een hoeveelheid die uit één of meer cijfers bestaat. En een cijfer is enkel een symbool. En die symbolen die zijn van 0 tot en met 9 en dat zijn dan samen 10 cijfers. Want de 0 is ook dan een cijfer. En die cijfers zijn dus eigenlijk de bouwsteunen voor de getallen. Als je dat in de taal zou noemen, dan zijn cijfers als de letters. En de getallen zijn als de woorden. Bijvoorbeeld het getal 28, dat wordt geschreven met twee cijfers. De 2 en de 8.
En er is nog iets opmerkelijks. Want kleine getallen van één tot en met tien, dus eigenlijk die cijfers, die worden vaak voluit geschreven. Als je een tekst maakt, dan worden die met letters geschreven. En boven de tien, dan worden de getallen in cijfers geschreven. Dat ga je dan niet meer in letters doen, maar in cijfers. Dus als ik in mijn podcast iets zeg over ..ehm.. één of twee of vier of vijf. Dan kan ik dat in letters gaan opschrijven in het transcript. Soms doe ik dat niet, maar dat hoort eigenlijk dus wel! Als je je houdt aan de regels van hoe je dan de taal weer gebruikt.
De titel van deze podcast is 'Tweehonderd' in letters geschreven. En dat klopt dus helemaal niet, want eigenlijk zouden dat dus cijfers moeten zijn. Het getal 200 wordt geschreven met de cijfers 2-0-0 en dat zou dan de titel moeten zijn. Ik heb het niet helemaal goed gedaan. Maar dat maakt het juist zo leuk in deze podcast, dat het allemaal kan!
Verwarrend is dan ook de reclame van één of ander boekhoudprogramma. Daar wordt dan gezegd: '...en de cijfers die kloppen'. Dat is dus niet juist! De getallen, die kloppen. En het vreemde is dat dit een reclame is, notabene over een boekhoudprogramma en dan gaat het alleen maar over getallen! Dus dat is raar gekozen, dat ze juist in de reclame, die iedereen hoort, het hebben over ‘de cijfers die kloppen’!
En toen ontdekte ik in mijn eigen boek 'Hoor jij wat ik hoor?', dat daar in de inhoudsopgave ook staat: cijfers over tinnitus. Dus eigenlijk klopt dat ook niet, want dan gaat het ook over de getallen. En toen wist ik het verschil nog niet, want anders had ik dat zeker aangepast. Dan had ik dat veranderd. Verderop in de tekst in het boek, als ik dan ga vertellen over die verschillende aantallen allemaal, over de hoeveelheid mensen die tinnitus hebben, dan heb ik het ineens wél over getallen. Dus ja, in mijn eigen boek klopt het dus ook niet helemaal!
En toen ik er even mee bezig was, over getallen van wat daar nou mee is, toen kwam ik dat getal 13 tegen. En 13 dat is ook wel een speciaal getal. Waarschijnlijk kun je over elk getal wel iets speciaals noemen. Maar ik heb 13 er even uitgepakt, want over het getal 13 is wel wat te vertellen. 13 is namelijk een natuurlijk getal. En als je weet dat er in een kwartaal zitten altijd 13 weken. En er zijn ook 13 maanrondes om de aarde in één zonnejaar. En er zijn ook 13 hoofdgewrichten in het menselijk lichaam. Dus er zijn 13 hele belangrijke gewrichten in elk menselijk lichaam. Ja, tenzij je een been of een arm mist, dan mis je wat gewrichten. Maar een lichaam dat intact is, heeft dus 13 hoofdgewrichten.
En dan is ook 13 een getal voor creatiekracht. Het is ook goddelijke, vrouwelijke energie. En het staat ook voor vruchtbaarheid en het leven. En het is zelfs een engelengetal. Je engelen willen dat je je dromen volgt. Dus het heeft allerlei positieve associaties. Ja, die 13 is ook een soort getal voor transformatie.
Nou heb ik zelf niet meteen iets met het getal 13, maar ik vond dit wel heel interessant. Want 13 wordt juist ook heel vaak gezien als een ongeluksgetal! Dat is bijgeloof. Zo kan je het tenminste zien. En het grappige is, ongeluksgetal zijn precies 13 letters. Het woord ongeluksgetal heeft 13 letters. En vrijdag de 13e is zelfs in heel veel landen een ongelukkige dag. En dat komt denk ik uit de geschiedenis, vanuit het christendom, dat Jezus met zijn 12 discipelen bij elkaar is en dan zijn ze met zijn 13-en samen. En Judas was de 13e persoon aan tafel en die heeft Jezus verraden. En Jezus is ook op een vrijdag gekruisigd. Dus vandaar komt dat waarschijnlijk dat ongeluksgetal vandaan.
Er is zelfs een speciale naam voor de angst voor het getal 13. Daar had ik ook echt nooit eerder over gehoord. En dan ga ik kijken of ik het goed uit kan spreken: triskaidekafobie. Triskaidekafobie. En dat wil ook zeggen dat in een vliegtuig dan wordt de rij 13 en de zitplaats 13 wordt overgeslagen. En ook in hotels heb je geen etage 13. Ook die wordt overgeslagen. Heeft allemaal te maken met dat 13 een ongeluksgetal zou zijn.
Maar nou is er ook een uitdrukking: 13 in een dozijn. En dat betekent gewoon als van iets is heel gewoon! Maakt niet of het er nou 12 of 13 zijn. En als je dan naar de wiskunde gaat kijken, dan is 13 is priemgetal. Het is ook een getal van Fibonacci. Getallen van Fibonacci die oneven zijn, zijn Markov-getallen. En het getal 13 is dus ook een Markov-getal. Dat kan ik niet gaan uitleggen, want dat vind ik een heel ingewikkeld gebeuren. Kan je zelf wel even opzoeken.
Maar verder is 13 dan ook een gelukkig getal. Dat is toch apart, dat zowel 13 een gelukkig getal kan zijn, een natuurlijk getal en tegelijkertijd ook dus een ongeluksgetal kan betekenen. Het ligt er dus maar aan wie je er over spreek, wie het aan je uitlegt. En ja, ik ken ook mensen die wel gewoon op nummer 13 wonen en dat er ook helemaal niets aan de hand is. Dat het gewoon allemaal prima gaat. Dus wat klopt er van dat ongeluksgetal? Aan de andere kant, wat klopt er van het idee dat 13 een creatiekracht-getal is?
Ja, wat heb ik dan verder met getallen? Ik ben niet echt een zakenvrouw. En dan gaat het over het verdienen en over hoeveel geld je verdient. Daar ben ik ook echt wel minder mee bezig. Dus, ja wat heb ik nou met getallen? Nou, wat ik wel weet is dat wij altijd, met de gebarenoefengroep, met getallen bezig zijn. En het leuke is, met de gebarentaal; je kunt alle getallen met één hand maken. Zelfs de allergrootste getallen, kun je met één hand doen. Door de vorm, door de handvorm, door het gebruik van je vingers, door de stand van je hand, kun je dus alle getallen noemen. We beginnen ook altijd de gebarenoefengroep, als eerste vraag heb ik dan: welke datum is het vandaag? En dan gaat iedereen even nadenken van welke dag is het vandaag. En dan gaan ze ook bedenken: oh ja het is de 15e ..ehm.. hoe moest je ook alweer het getal 15 doen met je handen? En dan laat ik ze even daarmee stoeien. En dan komt ook weer dat ze het jaartal altijd even noemen. En dat is dit jaar 2026. En dan doen we ook dat getal met onze hand. En dat zijn we elke keer, elke week aan het herhalen.
En dan vind ik het ook weer bijzonder, als je zegt 2026, er zijn ook mensen die zeggen 20-26. Daar moet ik altijd even over nadenken als ze dat zeggen. Dan denk ik oh ja ze noemen het jaartal. En zo vind ik het altijd wel gek hoor, want ja, ik moet het nu wel zeggen, in woorden. Want ik kan het getal niet laten zien in de podcast, bijvoorbeeld het getal 2135. Nou, daar heb je waarschijnlijk een bepaald beeld bij. Maar dat kun je ook uitspreken als tweeduizend honderdvijfendertig. En dan is het ook altijd, als we dus de gebaren aan het oefenen zijn en we hebben die hele grote getallen, hoe ga je dat dan gebaren? Doe je dan...
Wed, 18 Feb 2026 - 13min - 199 - 19 Dat was me het dagje wel
Dagje in de Efteling. Wat doet dat met me? Nostalgische herinneringen en aandacht voor mijn evenwicht. Dan ben ik niet eens in de achtbanen geweest.
(Foto van de sprekende boom in het sprookjesbos)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En deze aflevering ga ik het hebben over mijn evenwicht. Wat ik daarin ervaren heb maar ook een stukje geschiedenis wat ik deel. En ja, nou ja, je hoort het van zelf wel. Dit is seizoen 10, aflevering 19: Dat was me het dagje wel.
Dat was me het dagje wel. Dat is een typisch Nederlandse uitdrukking en dat betekent zoveel als een dag vol bijzondere ervaringen. En dat het ook vermoeiend zijn kan, intensief is. En dat het druk is geweest. Dat is het wel geweest.
We zijn namelijk naar de Efteling geweest. En ik zeg wel dagje. Maar het was een volle dag. We gingen om 8 uur de deur uit en om 8 uur 's avonds waren we weer thuis. Het was dus behoorlijk intensief. Ook omdat er heel veel mensen in de Efteling waren. En toen we in de Efteling aan het lunchen waren, pannenkoeken eten in het pannenkoekenhuis in de Efteling, toen vragen we ons af hoe de Efteling ontstaan is en wanneer het is ontstaan. En toen hebben we even een stukje geschiedenis opgezocht.
Het is begonnen in 1935 als sportpark. En bij dat sportpark kwam al gauw een speeltuin. En voor de mensen daar in de omgeving was dat ja, ideaal, daar konden ze heerlijk naartoe. En in 1950 werd het Stichting Natuurpark de Efteling. Toen kwam dus de naam de Efteling al tevoorschijn. En het was eigenlijk bedoeld in eerste instantie voor alle mensen in de omgeving, maar het was zo aantrekkelijk dat er ook mensen uit de verre omgeving naar de Efteling kwamen. Er kwam een vijver bij en een theehuis en er kwamen nieuwe speeltoestellen bij. En twee jaar later, in 1952, kwam het sprookjesbos. En dat sprookjesbos, de manier waarop dat gemaakt is, dat is gedaan met behulp van de tekeningen van Anton Pieck. Anton Pieck was een tekenaar die ja, heel romantisch ..ehm.. als je een tekening van Anton Pieck ziet, dan herken je meteen dat het van hem is. En het leuke is, als je Anton Pieck kent, dan herken je dat ook in het sprookjesbos hoe ze daar de attracties gemaakt hebben. Dat is echt heel gaaf!
Dat sprookjesbos was sowieso voor mij ook een hele goede herinnering. Ik ben daar vroeger al geweest. Nou ja, 1952 was het sprookjesbos er al. En ik denk dat ik ergens in de jaren ‘60 daar voor de eerste keer ben geweest met mijn ouders. Mijn vader werkte in die tijd bij Unilever. Specifiek bij Iglo/Ola en de Efteling was een hele grote klant van hem. Want hij was vertegenwoordiger voor het zuiden van het land voor Iglo/Ola en daar valt de Efteling onder. Dus ik kwam al heel vroeg bij de Efteling.
En dat sprookjesbos daarvan zijn nu nog steeds bepaalde attracties gebleven. Ze zijn wel opgeknapt natuurlijk in de loop der jaren, er zijn wat veranderingen aangedaan, maar als je daar loopt dan, ja, beetje nostalgisch gevoel, dan komt het weer terug van die verbazing die er toen al was. Zoals die Langnek. En dat was toen ook heel groot in mijn beleving. En dat klopt ook wel, ik was zelf natuurlijk een klein meisje. En zo zijn er nog veel meer dingen die me altijd heel lang zijn bijgebleven die ik nu ook weer herkende. Zo ook Roodkapje, het Kabouterbos sowieso, dat vond ik altijd geweldig. Zo waren er nog veel meer dingen.
Het is echt een pretpark geworden, er is ook van alles bijgebouwd. En ik wil je even meenemen in de dingen waar wij in zijn geweest, maar dat gaat dus niet over de Baron, en de Python en Joris en de Draak en de Vliegende Hollander, Villa Volta, Vogel Rok, Halve Maen. Daar ben ik allemaal níet in geweest. Dat zijn allemaal achtbanen, snel rijdende dingetjes. De Halve Maen is zo'n schip wat heen en weer schommelt. Vroeger vond ik dat geweldig! En ik weet nog, de allereerste keer in de Python dat ik daar vol verwachting ook stond en dat ik dat helemaal geweldig vond toen ik daar eenmaal inzat! Ik vond het heerlijk, dat gevoel!
Achtbanen vind ik dus heel erg leuk! Alleen, sinds 2006 moet ik daar niet meer in willen! Dat gaat geheid verkeerd. Dat is niet meer goed voor mijn lijf. Dan zegt mijn evenwicht ’..ehm.. nu niet meer!’ Dus dat doe ik ook niet. Ik ben dus niet in al die snelle dingen geweest. Maar dan is er nog genoeg te beleven in de Efteling. Gelukkig zijn er nog zo veel andere dingen ook bij gekomen. Ja, echt, ik vind dat mooi!
Toen wij binnenkwamen, zijn we als eerste naar Fata Morgana gegaan. Fata Morgana bestaat al sinds 1986 en ik weet ook dat het pas geopend was. En ik denk dat ik daar met mijn man ook al naartoe ben gegaan, toen was het nog maar net nieuw. Dat vond ik, jaaa, ook zo mooi gemaakt! Een beetje in een andere wereld kom je dan terecht. Maar dan gaat het even om hoe je daarin moet stappen. Fata Morgana, dat zijn bootjes waar je mee ja, door die hele attractie gaat. En we hoefden niet lang in de wachtrij te staan; we konden daar eigenlijk meteen doorlopen. Maar dan kom je daar de trap af en dan is het een grote schijf, een soort draaischijf die draait dus rond, dat beweegt, daar moet je voorzichtig op stappen. En dan moet je een beetje meestappen naar het bootje waar je dan instapt. De boot die lag dan tegen de draaischijf aan en dan kun je dus rustig instappen.
Maar dat opstappen op die draaischijf, dat moet je zó bewust doen. En helemaal als je evenwicht helemaal niet zo goed werkt. Ik vond het wel even heel spannend. En ik heb het wel gedaan, met behulp van mijn zoon. Die heeft me ook wel even in de gaten gehouden en zo kon ik dan het bootje goed instappen. En we mochten vooraan zitten. Vond ik ook heel grappig. En we konden dus alles mooi zien. Maar het is een beetje een schommelend bootje. Het viel nog mee, maar het beweegt natuurlijk wel een beetje. En dan is het ook, als je weer uitstapt, dan kom je weer bij diezelfde draaischijf uit. En dan het uitstappen zelf gaat heel goed. En dan stap je op die draaischijf en dan word je gewoon meegenomen. Maar dan moet je lopen weer naar de vaste grond waar het stilstaat. En dat afstappen weer op die houten planken, eigenlijk waar je dan stilstaat, dat is dan ook weer rustig ernaartoe lopen, bewuste stap zetten en dan goed gaan stilstaan op gewoon de vloer weer. Met aandacht lukt dat.
We zijn het hele park doorgewandeld. En toen kwamen we uit bij Symbolica. Symbolica is ook een attractie, uit 2017, dus het is er al een tijdje. Maar vanaf 2017 zijn wij helemaal niet meer in de Efteling geweest, dus het was voor mij helemaal nieuw. En daar was een hele lange wachtrij. En dat wachten? Ja, dan sta je stil op je benen, je loopt in lange rijen met een heleboel mensen voor je en achter je. Dan moet je ook goed in de gaten houden waar je steeds loopt. De grond was ook niet altijd helemaal recht, een beetje bobbelig ook. Dus mensen die slecht ter been zijn, dan is het best nog lastig voor om daar dan in die rij dan heen en weer te lopen. Maar oké, dat hebben we wel gedaan. En het is gelukt. Ik kon me natuurlijk ook gewoon, omdat je daar een soort gangetjes hebt, met allemaal van die stangen, kun je je ook wel vasthouden. Dus dat ging verder goed. En we kwamen uiteindelijk aan waar we naar binnen gingen. En dat zijn een soort wagentjes, ja ik weet bij Symbolica ook, je komt van boven af en dan moet je eerst nog weer een stuk lopen en dan trappen af en dan kom je helemaal beneden en daar pas ga je de wagentjes in.
Zo'n trap, als daar heel veel mensen op staan, is ook altijd met aandacht blijven kijken waar je staat en hoe je je voeten neerzet. Niet zomaar stappen. Op het moment dat je dan toch weer door kunt lopen, moet ik echt goed kijken naar de volgende trede. En dan was het ook nog af en toe een beetje donker. Dus ook dat weer met aandacht, heb ik me daar bewogen. En dan kwamen we uiteindelijk daarbeneden aan. En daar heb je ook dat je weer vanaf een vaste vloer stapt op een loopband. Elke keer die eerste stap zetten is lastig. En als je daar eenmaal opstaat, dan valt het mee en dan kun je meelopen. En dan loop je naar het wagentje waar je in gaat zitten. En dat hebben we gedaan. En het was hartstikke leuk!
Er zitten geen rails in. Het lijkt over de vloer te gaan alsof het vanzelf gaat en het glijdt ook echt. Dat vond ik heel fijn, dat het zo glijdend was. Heel soepel eigenlijk. En dan heb je allerlei soorten muziek. Je komt van alles tegen in je omgeving. Het is heel mooi afgewerkt allemaal. Er is aandacht voor allerlei details. Vooral in het begin, het eerste waar je binnen komt is een soort observatorium met een soort hele bibliotheek helemaal in het rond en doet een beetje denken aan Harry Potter en zo. Écht, ..ehm.. die fantasiewereld is daar geschapen. Ik vond wel dat we daar heel kort waren. Wat mij betreft mochten we daar best wat langer daar ronddolen en zo met dat wagentje. Want ik had daar gewoon alles wel willen zien.
We zijn ook aan het eind van de dag Symbolica weer ingegaan. En door een technische storing bleven we daar op een gegeven moment een hele tijd stilstaan en dan helaas net op een plekje wat een beetje saai was. En daar merkte je ook de muziek op en dan dat de muziek ook wel erg luid was. Als je daar gewoon door heen gaat, dan merk je de luide muziek niet eens op, maar als je daar langer blijft zitten, zonder dat je dus dan door glijdt, ja dan is die muziek opeens heel luid. Dat was een beetje onaangenaam. En we moesten ook wachten en er werd ook omgeroepen: technische storing. Het bleek ook net het karretje naast ons, daar was wat mee aan de hand. Daar zaten ook geen mensen in, maar dat was nog wel even lastig.
En ook daar weer, het uitstappen op het moment dat je weer op het eind bent, dan stap je uit, dan loop je op die loopband en dan moet je voorzichtig lopen naar de hekjes en daar stap je dan weer op...
Wed, 11 Feb 2026 - 18min - 198 - 18 Door het geluid heen luisteren
Door het geluid heen luisteren. Dat is een uitspraak van Yvonne Koopman. Zij was mijn gast in mijn radioprogramma. Deze zin heb ik ook gebruikt tijdens de presentaties die ik heb gehouden bij de AudiologieMarathon georganiseerd door Optitrade. Dit event werd gehouden op 2 februari 2026. Mijn presentatie ging over tinnitus, want deze eerste week van februari is altijd de 'Week van het Oorsuizen.' Ik heb uitleg en tips gegeven aan de audiciens.
(Eigen foto van de werpbox)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast ‘Evenwicht je leven’. Je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast vertel ik over alle aspecten van het evenwicht, over het gehoorverlies, over tinnitus. En ook over allerlei andere dingen die bij mij langskomen, allerlei gedachten. Ja, af en toe filosofische gedachten. Het is eigenlijk evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 10, aflevering 18: Door het geluid heen luisteren.
Begin oktober 2025 heb ik voor de eerste keer contact opgenomen met de organisatie van de Audiologie Marathon, die gehouden zou worden in februari 2026. De organisatie is Optritrade. En ik heb aangegeven ‘ik wil graag een workshop geven’. Een workshop over tinnitus. Want mijn boek is eind 2025 uitgekomen en ik wil graag vertellen over wat tinnitus is. Maar in dit geval ook, omdat het een Audiologie Marathon is, kan ik vertellen aan de audiciens wat tinnitus is en wat voor tips zij kunnen gaan geven aan hun klanten die komen met tinnitus. Hebben we over en weer contact gehad, het was al meteen duidelijk, ik mocht die workshop gaan geven.
En als ik zoiets ga doen, schrijf ik altijd meteen een paar dingen op, van oh dat wil ik graag kwijt, dat wil ik graag vertellen. Dus die aantekeningen heb ik op een gegeven moment tevoorschijn gehaald, dat was zo’n twee weken van tevoren voordat ik de presentatie geef. Ga ik het nog een keer doornemen. En dan ga ik ‘m aanscherpen. Dat wil ik erin. Dat hoeft er niet in. Dit wil ik wel uitgebreid vertellen, dat kan wat korter. Dan heb ik uiteindelijk een heel verhaal op papier. Dan ga ik de tijd opnemen, ga ik klokken. En toen bleek, heel mooi, dat het zo’n 25 minuten duurde. Toen dacht ik ‘nou dat is mooi, want ik mag 25 minuten vertellen’. Nou kan het ook wel iets korter, dan is er ook nog gelegenheid voor vragen stellen en zo. Maar ik dacht ‘dit is een mooi verhaal, want dit kan daar precies in’.
En ik heb twee jaar geleden bij Optitrade een presentatie gehouden en dat mocht ik dan drie keer doen. Drie keer een workshop waar mensen kwamen, audiciens, om te luisteren naar mijn verhaal. Nou, dat is goed te doen. Maar vier dagen van tevoren, voor die Audiologie Marathon, kreeg ik een mailtje met daarin dat ik de workshop 6x mocht gaan geven! Maar dan 6x achter elkaar, zonder pauze tussendoor. Ja, elke keer 5 minuten voor het wisselen van dat de mensen heen en weer konden lopen naar een andere workshop. En dat is veel. Dat is intensief. En ik heb het wel gedaan. En na de zesde had ik echt zo van ‘hè, was dit de zesde al?’ Op een gegeven moment raak je gewoon de tel kwijt (ha). Maar het is gelukt.
En dat verhaal wat ik gedeeld heb daar, wil ik nu ook delen in de podcast. Er komen een paar dingen langs en ook de tips die ik heb gegeven aan de audiciens kan ik dan vertellen. Dan moet ik zeggen, toen we daar aankwamen, werd ik meegenomen naar de zaal waar ik mocht gaan vertellen. En ik kwam daarbinnen en het is een zaal met heel veel glazen wanden. Een mooie plek, het is een mooie zaal. Je kunt ook dan naar beneden kijken op het plein, het leveranciersplein, waar allerlei leveranciers stonden. Maar ik merkte al gauw dat de akoestiek niet prettig was. Ik had ook twee schrijftolken meegenomen. En toen die ook eenmaal binnen waren, in die ruimte, hadden die ook van ‘hé, maar dit is toch niet prettig en helemaal niet als je dat 6x moet vertellen!’ Als je het 1x moet vertellen, zou het nog kunnen, maar 6x, de hele middag in deze ruimte! Toen ben ik naar de organisatie gegaan en heb ik gevraagd ‘is er een andere ruimte?’ Want twee jaar geleden heb ik in een andere zaal gezeten, en die was prima qua akoestiek. En qua lichtval ook. En daar... dat vond ik heel prettig, dus, kan dat niet ook nu weer? Dat is toen geregeld, ik mocht naar die andere ruimte. En dat was heel erg prettig.
De presentatie begonnen we, als ik zei van ‘we gaan beginnen’ dan klonk er een piep. Een soort luide toon, waarbij mensen echt zo hadden van ‘hè, oeoeh’ die vonden dat vervelend. En heel af en toe was er iemand die toen had van ‘ja, oké maar dit is een workshop over tinnitus’, dus die hadden dat wel een beetje door. Maar een heleboel mensen hadden dat niet eens door, die vonden het alleen heel storend en verder niet. Dan had ik echt zo van ‘hè, jullie horen een piep? Is er dan iets met de techniek hier? En, nou uiteindelijk ging die piep weer over, want dat duurt ongeveer zo’n 30 seconden, en dan is het weer stil.
Maar toen kon ik echt beginnen. En ik vertelde dat ik twee jaar geleden op diezelfde plek heb gestaan. En ik had toen verteld over mijn radioprogramma ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En hoe je een radioprogramma kunt maken als je gehoorverlies hebt. En deze week, van 2 tot en met 8 februari, is de week van het oorsuizen. Het is vandaag de eerste dag van die week, het was 2 februari, toen was de Audiologie Marathon. En hoe mooi is het dan, dat ik hier iets kan komen vertellen over tinnitus!? En vorige week heb ik het interview in mijn radioprogramma gedaan met iemand die zelf tinnitus heeft. En we hadden het toen over de stilte en zij vertelde, wat haar hielp is: door het geluid heen luisteren. En dat vond ik een mooie zin. Door het geluid heen luisteren. Dat was Yvonne Koopman, ik mocht haar interviewen. En zij heeft vrijuit verteld over haar tinnitus. En die zin van haar ‘door het geluid heen luisteren’ heb ik meegenomen naar die workshop dus. Maar is ook de titel van deze podcast.
Nou, daarna heb ik mij voorgesteld en ik heb verteld wat ik zoal doe. Ik heb verteld dat ik twee schrijftolken had meegenomen. Zij typen wat er gezegd wordt. En ik had twee tablets, aan weerskanten van mij. Zo kan ik zien wat er gezegd wordt. Dan hoef ik niet alles op gehoor te doen.
Nou, dat was eigenlijk de inleiding van mijn stukje en toen begon ik met het volgende: Klant komt bij de audicien en zegt: ‘ik hoor een ruis’. De audicien zegt: ‘Mwah, dat is tinnitus, daar kom je niet meer vanaf, leer er maar mee leven’. En ik kijk de zaal zo rond: ‘Zouden jullie dat dan zeggen?’ En dan zie je een beetje knikken en een beetje, twijfelen. Tegen mij werd dat gezegd door de audioloog in het audiologisch centrum, 26 jaar geleden. Hij kon mij niet helpen. Ik moest het zelf uitzoeken. Maar hoe doe je dat? Het was het jaar 2000, er waren nog geen boeken, er was geen internet, er bestonden nog geen behandelingen.
Maar wat kunnen jullie nu als audicien wél doen? Mijn eerste tip is dan: stel vragen: Wanneer hoor je dat? Sinds wanneer hoor je dat? Hoor je het af en toe? Door die vragen te stellen, voelt de klant voelt zich gehoord en gezien. Dus die vragen zijn wel belangrijk.
En wie van jullie heeft tinnitus? (in elke groep gingen er wel een paar vingers zo omhoog, een paar handen.) En dan gaf ik ook aan, dan herkennen jullie een beetje waar ik het over heb. Maar hoeveel mensen hebben tinnitus? In Nederland? Weten jullie dat? Opvallend was dat er weinig antwoorden kwamen, het leek wel alsof het niet bekend is bij deze aanwezige audiciens hoeveel of hoe vaak tinnitus voorkomt. Dus ik gaf het zelf aan. Ze zeggen dan, het is 1 miljoen, 2 miljoen of 3 miljoen. Maar is het dan 10% of 30% van de bevolking, of 30% van de volwassenen? Alle getallen zijn anders. Ik denk dat het er héél veel meer zijn! Mensen bij wie het geluid niet zo opvalt. Die er helemaal geen last van hebben. Die komen ook nooit bij een arts, audioloog of audicien. Dus zij worden helemaal niet meegerekend. En de kinderen dan, die van jongs af aan tinnitus hebben, worden die meegeteld?
Wat je kan doen als audicien, als de klant komt met tinnitus. Dan kun je doorverwijzen naar de KNO-arts en die kan dan kijken of er een onderliggend probleem is. Als je dat vermoeden hebt, ook als audicien? Doe dat dan. Verwijs door! Tinnitus zelf is een symptoom. Het is geen ziekte. Er is een knopje op ‘aan’ gezet, maar het ‘uit’-knopje is niet nog gevonden. Dat doe ik altijd met mijn handen, hè. Dan doe ik dat op mijn hoofd. Dan zet ik aan een hand, zet ik dan het knopje ‘aan’ en met mijn andere hand ben ik een beetje aan het zoeken, het knopje ‘uit’ is nog niet gevonden en dan heb ik mijn hand zo op mijn hoofd. We weten niet hoe tinnitus werkt in de hersenen en we kunnen het geluid dus niet uitzetten. We kunnen dus niets veranderen aan het geluid zelf. En dat maakt het zo moeilijk, dus de 2e tip die ik geef als je de klant serieus neemt dan kun je dus eerst doorverwijzen.
Maar wat is de oorzaak? Dat heb ik ook gevraagd aan de aanwezige audiciens. En dan gaven ze dat wel een beetje aan. Lawaai en trauma en vaak ook stress en opvallend is dat normaal gehoorverlies helemaal niet genoemd wordt. Er zijn wel 200 tot 400 verschillende oorzaken. Je mag wel van geluk spreken als je het helemaal niet krijgt!
Een aantal van die oorzaken is wel gerelateerd aan het oor en stress wordt ook vaak genoemd. Maar er zijn zo veel mensen die stress krijgen, dus heel veel mensen kunnen zomaar tinnitus krijgen! En tinnitus houdt ook geen rekening met waar je geboren bent, hoe je eruitziet, wat je karakter is of je talenten, of je rijk of arm bent, of je hoog of laag opgeleid bent, iedereen kan het zomaar krijgen.
Maar wat kun je doen als audicien? Tip 3: Als de oorzaak lawaaibeschadiging is, bijvoorbeeld na te veel geluid tijdens een concert, dan kun je het belang van goede gehoorbescherming uitleggen. Je kunt oordoppen op maat aanmeten met speciale filters erin. Er is dus heel veel mogelijk o...
Wed, 04 Feb 2026 - 20min - 197 - 17 Paula Hijne-Muller deel 2
Dit is het tweede uur van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor, waarin ik zelf geïnterviewd wordt door Robert Weij. Onderwerpen zijn: het auteurschap, de drie boeken, de taal van de handen (NmG), 10 jaar op de radio en Equi Libre (evenwichtskunst). De techniek is gedaan door Han Koopman.
(eigen foto, in de studio met de drie boeken)
Volledig transcript
Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne.R: En dat programma wordt mooi gecontroleerd, ge-high-checkt door mij. - Door Robert Weij - wel even je naam noemen hè! (door elkaar).....
R: Dank je wel Paula. Welkom terug en wij zitten gezellig in onze tweede uur. In het eerste uur hoorden we hoe je van basisschool-klas en theater naar een heftige diagnose kwam. En uiteindelijk naar een eigen coachingspraktijk. Maar je deed meer dan praten, je begon ook te schrijven. We gaan het hebben over je boeken Paula. -Haha leuk! Haha! ha
R: Je schreef 'Ménière in balans' en 'Evenwicht, in uitvoering'. Waarom was het voor jou zo belangrijk de ingewikkelde wetenschap achter ons evenwicht begrijpelijk te maken voor iedereen? - Omdat ik zelf, nadat ik het boek 'Ménière in balans' had geschreven, daar gaat een stukje over dat evenwicht, want dat is een belangrijk onderdeel binnen die ziekte, dat daar ook de stoornis kan zitten. En ik had het opgeschreven en ik dacht: het klopt wel wat er staat, maar ik snap het nog niet. Hoe zit het nou precies? En ik ben het toen gaan navragen bij een kno-arts in het MUMC in Maastricht. De evenwichtsexpert van Nederland. En ik heb hem bepaalde vragen gesteld en ik kwam erachter hoe ingewikkeld dat zit, maar ook hoe duidelijk hij dat kon uitleggen.
Alleen, ik kon daar nog niet de juiste informatie over vinden in een boekvorm ..ehm.. op internet, het was niet te vinden. En toen heb ik gezegd: 'dan ga ik zelf dat boek schrijven, waarin ik uitleg hoe dat evenwicht en het evenwichtssysteem in ons lichaam helemaal werkt.' En ik heb hem -diezelfde kno-arts- gevraagd van 'wil jij mij daarbij helpen?' En toen zei hij al: 'Ja, ik wil heel graag dat boek zelf schrijven, maar ik heb daar geen tijd voor. Dus heel goed dat jij dat gaat doen!' Dus hij heeft me op die manier geholpen. En dat was nodig. Samen met een collega van hem om dus alles wat ik schreef, om dat ..ehm.. te checken of dat wel klopte op de manier waarop ik het had geschreven. Want ik wilde dat in een hele begrijpelijke taal. Geen Jip en Janneke, maar ik noem het dan huis-tuin-en-keuken-taal, zodat het voor heel veel mensen begrijpelijk is.
R: En ook voor de slimme leerlingen in de klas met verdiepte teksten er in die wat complexer zijn. - Dat sowieso.
R: De techniek, toch ook in de kadertjes? - Ja, er wordt heel veel uitgelegd, ook tot celniveau hoe dat in dat evenwicht, in het evenwichtssysteem zit. Dus je wordt aan de hand meegenomen. Het is niet meteen een heel medisch verhaal, het wordt in kleine stukjes opgebouwd. En jij weet dat, want jij hebt mij meegeholpen met het maken van de podcast over (haha) van dit boek.
R: Ja hè? Daar komen we straks ook nog over. Dat is duidelijk. Want dat is iets wat ons meer samen ..ehm.. ja bindt om het zo maar te zeggen. Maar het fascinerende vind ik dat je, dat je zeg maar die vorm hebt gekozen om te zeggen: oké, dat is er niet, maar ik vind het belangrijk dat het er komt. Dat je die constatering hebt gemaakt. - Ja.
R: En dat je de noodzaak voelde. - Dat sowieso ja en dat ik dat aangedurfd heb, geen idee. Ik weet wel, het eerste boek is toen door een uitgever uitgebracht. En die heeft toen, dat ik met dit idee kwam, want ik ben eerst bij die uitgever, ben ik bij hem, kwam ik en ik zei van: ‘dit wil ik gaan doen.’ Hij zegt: 'is goed, ga het maar doen.' Achteraf had hij op een gegeven moment, toen waren we samen in Maastricht geweest bij die kno-arts, want hij wilde ook wel eens weten van, met wie hebben we dan te maken en zo. Maar toen zei hij: 'ja, maar ..ehm.. een heel dik boek gaat het niet worden. Je mag wel een dun boekje maken en dan kun je daarna op internet allerlei extra informatie doen.' En toen dacht ik: nee, maar dat wil ik niet. Dus toen heb ik hem later daar weer over aangesproken, van 'nou ik wil toch een uitgebreid boek maken'. Dat heb dan gedaan, zonder dan dat hij dat als uitgever ging uitbrengen. Toen is hij nog wel bij mij geweest toen het boek klaar was. En hij ziet het boek en hij gaat het bekijken, hij zegt: 'Ben ik blij dat je eigenwijs bent geweest (haha) dat heb je mooi gedaan.' Hij heeft meteen een stapel boeken meegenomen om ze zelf weer te kunnen verkopen. Echt geweldig! Dus ik heb het wel goed gedaan dus.
R: Ja. Ja. Duidelijk ja, dat was een mooie blijk van herkenning van hem? - Ja.
R: Wat was de gedachte: ik ga een boek maken? Wat gebeurt in je hoofd, speelde dat al langer of heeft iemand in het verleden wellicht een keer tegen je een suggestie gedaan van: jij zou het eens op moeten schrijven? - Ik heb wel als kind altijd wel bedacht dat ik ooit een boek zou schrijven. En binnen het onderwijs ook wel, alleen wist ik nooit precies waarover. Er waren toen al zoveel kinderboeken. Op een gegeven moment was Harry Potter ook al geschreven (haha) dus...
R: Gemiste kans! Haha! ha. - Op een gegeven moment had ik zo van: nee, er zit geen auteur in mij. Maar toen ik thuis kwam te zitten, in het hele proces van zelf weer opkrabbelen en ook dat hele coachingsgebeuren ging doen, mensen begeleiden, kwam ik tot bepaalde inzichten en toen hadden mensen, cliënten ook van: hoe jij dat uitlegt, schrijf dat eens op!! En daar is toen op een gegeven moment een zaadje geplant, doordat mensen dat tegen me zeiden van: hé, maar kan ik daar dan een boek over schrijven? En toen heb ik die uitgever gevraagd, via de Stichting Hoormij was dat toen, van: er is eerder een boek verschenen bij die uitgever, via de Stichting Hoormij en die man die sprak mij en hij zei echt: 'wat een goed idee, over Ménière, daar hebben we niks over en zo.' De ziekte van Ménière hè, 'Ménière in balans' dat boek. En hij zegt: 'Ga maar schrijven, toe maar, ga maar gewoon schrijven. En dan zien we wel wat ervan komt.’ Maar ja, ik ben dan wel juf, dus het gaat wel natuurlijk in gestructureerde... (haha) en het moest ook meteen goed qua spelling en zo. Dat blijft dan toch in je zitten. En ik ben wel gaan schrijven, maar wel meteen met een soort bepaalde structuur en met een model. En ja, dat is uiteindelijk dat boek geworden. Met al die inzichten die ik zelf had opgedaan in al die jaren.
R: Zat er al een stip op de horizon toen je begon of heeft die zich gevormd? - Die heeft zich gevormd. Ik wist zelf echt niet waar ik uit zou komen. En dat is ook weer dat je dan wel zo'n uitgever hebt die zegt 'begin maar gewoon en wie zien wel waar we uitkomen'. En hij had voorbeelden van andere mensen waar hij járen mee bezig was, om de structuur helder te krijgen en wat dan ook. Die tijd wilde hij mij ook wel geven, dus prima. Maar dat was helemaal niet nodig, want uiteindelijk, toen ik zelf op dreef was (ha) ging dat vanzelf op de een of andere manier. En toen is dat wel via hem bij een redacteur terecht gekomen. En toen was het heel spannend, van: klopt het nu dan wel? En die redacteur die gaf het terug en er is één klein hoofdstuk gesneuveld. Want ze zegt: 'dat staat daar en daar allemaal al.' En de rest is gewoon gebleven zoals het was. Nou oké, ik heb een boek geschreven wat gewoon klopt.
R: Je eerste boek was een echte ontdekkingsreis, ook het schrijven van het boek. Als je je coachingspet opzet en zegt van ..ehm.. 'wat zou ik willen meegeven aan mensen die met die urge lopen om een boek te schrijven, ..ehm.. om ze te helpen of om ze, ..ehm.. ja te helpen om tot het punt te komen en hoe je dat dan structureert? - Wat ik dan zelf als tool zou aangeven is: begin met een soort mindmap. Dat is met elk boek, trouwens met elk project waar ik mee begin. Je zet dat woord, dat doel wat je hebt, zet je middenin neer en dan ga je al die aspecten die daarvoor nodig zijn, zet je daaromheen. En alles wat je erom heen zet ga je weer verder uitwerken. En dan heb je een soort overzicht van waar je allemaal mee bezig kunt zijn. En dat kan zijn inhoud van het boek, maar het kan ook zijn dat het gaat over van oké, ik wil een boek schrijven, waar heb ik allemaal mee te maken. Dan zijn het weer allerlei andere punten. Zo kun je verschillende mindmappen maken. En ik vind dat heel fijn werken. Er zijn andere mensen die alleen maar lijstjes achter elkaar willen maken. Dan is dat prima. Maar begin met het noteren van wat je belangrijk vindt wat er allemaal in kan komen.
R: Ja, zo'n mindmap dat kun je googlen, wat dat is en hoe je dat kan doen. Maar die geeft meer dimensies als een sequentieel lijstje? - Ja. Sowieso. Dat vind ik zelf heel fijn. Je haalt daar de hoofdstukken uit eigenlijk al, die belangrijk zijn.
R: Ja, duidelijk. Heeft het, hoe voelt het eigenlijk dat je jouw mensen of jouw woorden door andere mensen gelezen worden? En ..ehm.. dat mensen helpt om een balans terug te vinden? - Nou, het mooiste is dat toen het eerste boek uitkwam, dat mensen dat lazen en die zeiden van: ik hoor het je gewoon zeggen. Toen dacht ik: dan klopt het gewoon, dan is het precies datgene wat ik wil overbrengen, komt bij de ander zó aan, dat ze mijn stem al daarin herkennen, hoe het is geschreven.
R: Ja, je zegt: ik hoor het je zeggen, maar dat geldt natuurlijk voor de mensen die jou kenden? - Ja dat klopt. Dat is natuurlijk wel de mensen die weten op welke manier ik vertel, hoe ik dingen uitleg, dat klopt. Er zijn wel heel veel andere mensen waarbij het ook heel aansprekend is, het boek. Want het wordt niet voor niks gekocht. Het is ook het enige boek ook, 'Ménière in balans', is het enige boek dat daarover gaat. Over de ziekte van Ménière. En hoe ga je daar dan ..ehm.. mee om? Er is geen enkel boek die daarop lijkt! Dus dat maakt het ook wel, het is een uniek boek en zodoende dat...
Wed, 28 Jan 2026 - 37min - 196 - 16 Hier in het nu
De muziek die ik heb gekozen voor het interview, ter ere van het tienjarig bestaan van het programma Hoor jij wat ik hoor, kan ik niet laten horen in de podcast. Ik kan er wel over vertellen. Deze muziekkeuze zegt veel over mij.
Ik ben een titel vergeten te noemen. Dat is het derde nummer, van Stef Bos: Opeens staat alles til.
(foto Robinotof)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 10, aflevering 16: Hier in het nu.
De vorige aflevering ben je misschien wel geschrokken dat je de jingle hoorde van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Ik ben namelijk geïnterviewd in mijn eigen radioprogramma, omdat 'Hoor jij wat ik hoor?' al 10 jaar bestaat. Ik maak al 10 jaar dit radioprogramma. En het was voor mijzelf ook een hele vreemde gewaarwording dat ík werd geïnterviewd en dat al die vragen aan mij gesteld werden, die ik anders altijd aan de ander vraag. En in die aflevering die ik hier in de podcast hebt neergezet, dat is het eerste deel, het eerste uur van 'Hoor jij wat ik hoor?'. Maar dat is zonder de muziek, want die muziek die mag ik niet gebruiken in de podcast. Het heeft te maken met Buma stemrechten en zo.
Ik mocht nu dit keer zelf de muziek uitkiezen. En dat doe ik bij elke opname. En de muziek die ik kies, dat is muziek die past bij de gast die ik heb uitgenodigd. Bij het thema waar het over gaat. De omstandigheden van de gast. Het seizoen waar we inzitten. En ik kies meestal voor rustige muziek, want dat radioprogramma wordt 's avonds uitgezonden en dan is het fijner dat het rustig is. Helemaal, het is van 8 tot 10. Als je om 10 uur nog een heel druk nummer zou horen, lijkt me niet fijn. Én ik kies ook graag Nederlandstalige muziek, want dat begrijp ik zelf veel beter.
En zo zijn er in mijn radioprogramma ook vaak hele andere liedjes te horen dan je gebruikelijk op de radio hoort. Het eerste lied dat moet altijd een gezongen lied zijn. En het laatste nummer dat moet een instrumentaal nummer zijn, omdat als het uur al om is, dan is er een overgang naar de reclame en het nieuws en dan willen ze niet dat dat binnen de tekst afgebroken wordt, dan kun je instrumentaal eerder afbreken.
Ja, en ik kan die muziek dus niet laten horen hier in de podcast. Maar ik kan er natuurlijk wel over vertellen! En dat doe ik dan in deze aflevering. Want de muziekkeuze, die ik gemaakt heb voor mijn eigen radioprogramma, ja dat zegt wel heel veel over mij. En de titel van deze aflevering heet dan: Hier in het nu. Dat is een regel uit de tekst van een van die liedjes die in het 2e uur gedraaid gaat worden. Maar ik begin natuurlijk bij het eerste uur en bij het eerste nummer. Ik kan er ook meteen een beetje omheen vertellen, wat ik daar over gevonden heb. En als je het leuk vindt, kun je natuurlijk die muziek zelf gaan opzoeken en dat ook eens gaan beluisteren.
Het eerste nummer wat ik gekozen heb, is: Heb het leven lief. En wat blijkt nou? Dit lied dat is niet een nieuw lied in het Nederlands, dat komt uit het Frans. Het is gezongen ooit door de Franse zanger Florent Pagny, in 1997. En toen is het zelfs een nummer 1 hit geweest in Frankrijk. Han Kooreneef die heeft dit lied bewerkt voor Liesbeth List. En in 1999 heeft Liesbeth List dit gezongen, Heb het leven lief. Het was ook het levensmotto van haar. En in 2017 zong Elske DeWall dit lied in de Passion en dat is een geweldige uitvoering! Toen hoorde ik dat lied voor het eerst. En dat heeft me zo gegrepen, ook de manier waarop zij dat zong en ook de beelden die daar dan bij zijn, als je dat nog kan vinden; de Passion 2017.
Vanaf dat moment is het ook mijn levensmotto geworden. Heb het leven lief. Ja, en ik vind dat dus een geweldige zin. Die zin heb ik volledig omarmd. In die tekst zingt zij dan ook: ‘Als de stormwind gromt en als de lente komt, en verberg je niet.' Dat wil natuurlijk zeggen van alles wat je overkomt, verberg je niet, het overkomt je, ga daarmee om. En dan ook: ‘Je kunt uit je as herrijzen. Het geluk van het moment, zet een streep door het verleden. En wees niet bang.’ En dat 'uit je as herrijzen', dat komt later in het programma nog weer terug, omdat ik daar dan zelf ook over vertel. Het was heel mooi dat de interviewer, Robert Weij, ook die vragen heeft gesteld over dat kantelpunt in mijn leven.
Maar het begon over mijn jeugd, dat heb je gehoord als je aflevering 15 geluisterd hebt. En het tweede nummer wat ik gekozen heb, is van Laïs Lenski. Laïs Lenski is een combinatie van de naam Laïs, dat is een groep dames die samen zingen en Lenski. Lenski is de naam van Simon Lenski, en dat is een cellist, hij speelt cello op de cd, waarbij de titel dan is: Laïs Lenski. En deze cd, die hebben wij hier in huis. In 2009 hadden we die al. En die heb ik heel vaak geluisterd, omdat het een beetje mysterieus is en ja, gewoon mooi! En het nummer wat ik gekozen heb is: Hymne. Hymne dat is een woord voor een plechtig lied, een lofzang. En die 3 dames die zingen dat. En het begint dan met die cello. En het zijn maar 4 regels die in dat liedje zitten en dat doet me denken aan het mantra zingen. Ik doe dat graag, mantra zingen, doe ik geregeld. En wat mij dan aanspreekt in Hymne, is dat ze zo door elkaar heen zingen. En dat doe ik ook heel graag als we mantra zingen, dan ga ik ook een beetje buiten de lijntjes zingen en zo en dat mag ook en dat vind ik heerlijk om te doen.
Dit nummer Hymne, is ook eigenlijk een cover, net als bij het lied ‘Heb het leven lief’ wat uit Frankrijk kwam. Dit is een nummer ..ehm.. experimentele folkmuziek, was dat. Het is een cover van Noises. En dat duurde maar 1 minuut 48, een heel kort nummer. Maar zij hebben dat veel uitgebreider dan gemaakt. En de tekst in het Nederlands is: 'Wie verandert, wie komt, wie neemt je hand, wie houdt van mij, wie zaait en wie verkoopt de zaden?' En dat dan ook door elkaar heen. Als je het leuk vindt, luister dat nummer eens.
Het volgende nummer wat ik gekozen heb, is een nummer van Stef Bos. Ja Stef Bos maakt geweldige teksten. En ik gebruik heel vaak liederen van hem in het programma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Er is altijd wel een tekst namelijk die past bij de persoon of bij het seizoen of waar het dan over gaat bij het onderwerp. En ook dit keer vond ik een tekst die helemaal volledig bij mij past. Het is een nummer uit 2025, dus een heel nieuw nummer. En dit lied heb ik gekozen naar aanleiding van dat kantelpunt. Waar ik het net ook even over had. En Bos, Stef Bos, heeft de woorden zo gekozen, dat ze naadloos passen bij hoe dat is gegaan! Wat hij dan ook zingt is dan: 'Je ziet jezelf in de spiegel. Gedachten vliegen uit de bocht. Je komt niet uit je woorden, en elke zin die schiet te kort. Want alles wat je lief is, hangt aan een zijden draad.' En een stukje verder: 'Je raapt jezelf weer bij elkaar, staat op en gaat weer door. Niet bang om te vallen. Ook al dans je op een koord.'
Dat dansen op een koord heeft natuurlijk met evenwicht weer te maken. En dat is ook naar aanleiding van dat schilderij, daar heb ik het wel eens eerder over gehad. Dat schilderij, daar heb ik het, even kijken hoor, seizoen 2, aflevering 2 'Ik zie ik zie, wat jij niet ziet' praat ik uitgebreid over de vuurvogel. Het schilderij wat ik gezien heb in het Gronings museum en daar heb ik ook over verteld, dus in deze radio-uitzending. En dat past ook bij dit nummer van Stef Bos.
En het volgende nummer, is ook trouwens een heel nieuw nummer, uit 2025, is van HAEVN. HAEVN schrijf je met hoofdletters: H A E V N. Het is een Engelstalig nummer ‘Get up’ en als het een buitenlandse tekst is dan lees ik dat altijd heel goed door. En zo nodig vertaal ik dan ook de teksten om beter te begrijpen wat er dan gezongen wordt. Dat heb ik ook bij dit nummer gedaan. En HAEVN is van oorsprong een Nederlands muziek-duo. Daar ben ik pasgeleden achter gekomen, dat wist ik niet eens! Marijn van der Meer die zingt dat. Hij heeft een warme, beetje rustige stem en het is ook heel prettig om naar te luisteren. Samen met Jorrit Kleijnen. Samen zijn zij HAEVN. Ze maken gebruik ook van een heleboel andere instrumenten, van een heleboel andere muzikanten om zich heen en soms met een heel orkest. En dat maakt dat ze echt hele mooie muziek ook hebben gemaakt. Ook van HAEVN draai ik geregeld iets in mijn radioprogramma.
Maar dit liedje, 'Get up', heeft een paar teksten die ook passen -toen ik vertelde over, na dat kantelpunt dat ik weer aan het opkrabbelen was- want wat er dan gezongen wordt: 'Soms moet je breken om weer helemaal op te staan' en ook: 'Sta op het is in orde. Sta op het is veilig. We zijn op reis waar niets hetzelfde blijft. Bij elke stap die je zet, blijf ik bij je.' Zó mooi! En dan: 'Blijf ik bij je, bij elke stap die je zet', dat doet me dan heel erg denken aan mijn man die toen bij me was. En bij de jongens die toen bij wij in huis waren. Dat die ook voor mij zorgden. Bij wat ik deed, zij zijn bij mij gebleven.
En het laatste nummer van het eerste uur, daar ben ik mee begonnen met een lied. Dat was een heel kort nummer, dus als er nog tijd over was, dan kon daarna een instrumentaal nummer nog komen. En ik heb toen gekozen voor een nummer van Justin Samgar. Spoken word. Toen ik spoken word voor de eerste keer hoorde, van een artiest die dat dan op die manier deed, daar moest ik enorm aan wennen. Ik had zoiets nog nooit eerder gehoord. Spoken word, gesproken woord. Dat is een soort, ja een zingzeggen, beetje declameren. En dat van poëzie, van mooie teksten. En dit nummer van Justin Samgar is een heel kort nummer: In beweging. Op YouTube vind je dan de tekst ervan. Justin Samgar dat is een dichter, een woordkunstenaar. En hij is ook spreker, hij vertelt ook heel graag. Hij heeft heel veel meegemaakt in zijn leven. Ook hoe zijn leven begonnen is en zo. Alles is helemaal anders dan wat ik heb meegemaakt....
Wed, 21 Jan 2026 - 18min - 195 - 15 Paula Hijne-Muller deel 1
Tien jaar
Deze aflevering is het eerste uur van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' uitgezonden door de Lokale Omroep Zeewolde. Dit programma maak ik met veel plezier vanaf januari 2016. Deze maand was het een speciale uitzending. Ik ben geïnterviewd door Robert Weij, in mijn eigen programma.
Ik stelde dit keer niet de vragen. Ik hoefde geen muziek aan te kondigen en de tijd in de gaten houden. Heel vreemd en heel leuk.
Ik vertel over mijn jeugd, het onderwijs, creativiteit en theater, het kantelpunt in mijn leven, over sleutelmomenten en de nieuwe keuzes die ik heb gemaakt.
In deze podcast staat niet de muziek. In aflevering 16 vertel ik over mijn muziekkeuze.
(Eigen foto, in de studio van de LOZ, van het schilderij waar ik over spreek in het interview)
Volledig transcript:
(Jingle) Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne. Maar vandaag doen we het even helemaal anders. Normaal gesproken is zij degene die de vragen stelt. Maar in januari ‘26 viert ze een opmerkelijke mijlpaal: 10 jaar 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik zit hier met Paula Hijne-Muller, geboren in de herfst van 62. Een vrouw van het theater, van het onderwijs. Een vrouw die letterlijk uit het evenwicht... uit evenwicht werd gebracht, om daarna een nieuw fundament te vinden. Wij kennen elkaar nu 5 jaar. En werkten samen aan je eerste luisterboek. Hé Paula vandaag hoor ik jou. Welkom in je eigen studio.
- Ja ja, dank je wel Robert. Het is ook heel raar dat jij mij nu aankondigt terwijl in mijn programma begin ik altijd na de jingle. Haha!
R: Mooi hè. - Ja het is even wennen.
R: Laat het maar even lekker onwennig voelen, zeg ik dan maar. - Ja, oké.
R: Je bent een kind van de herfst van 62. Als buurmeisje gaf je al leiding aan Scouting en reddingsbrigade. ..ehm.. zat dat zorgen voor en leiden van, zat het er eigenlijk altijd al in?
- Ik ben wel oudste in het gezin. Maar ik weet niet of ik echt voor mijn zusjes gezorgd heb. Ik heb 2 zusjes onder mij, een tweeling. Daar heb ik nooit echt zo voor gezorgd. Maar wat ik wel van jongs af aan gedaan heb, is, als er een verjaardag was en er moest iets georganiseerd worden, dan was ik degene die het organiseerde. Ik zorgde ervoor dat er spelletjes waren. Dat alles klaarlag. Dat ik van tevoren al had bedacht: we gaan dat doen en we gaan dat doen en dat is leuk! En dan ook zorgen dat dat mogelijk was. Want dan heb je ook al die spullen nodig. En dat regelde ik allemaal. Dat heb ik van jongs af aan gedaan. Dat was ik zelf vergeten, totdat een vriendin dat onlangs tegen mij zei van: ‘maar weet jij dat jij vroeger dat deed?’ En ja, jij weet dat nog omdat dat heel bijzonder was en ik vond het heel gewoon om dat te doen of zo. Dus ik heb dat dus altijd wel gedaan.
R: Dus het zit eigenlijk al in je? - Ja.
R: En geldt dat ook voor de Scouting? - Bij Scouting was het zo dat ik zelf ..ehm.. eerst kabouter ben geweest in een... Met diezelfde vriendin dat ik meeging naar toen... padvinderij was het nog.
R: Leeftijd? - Dat was toen.... we kwamen in Vianen wonen toen ik 9 jaar was, dus ik denk dat ik met 9 of 10 jaar meeging naar de padvinderij. En dat vond ik al heel leuk om te doen. En ik weet dat ik daar ook al binnen mijn eigen clubje, want dan heb je van die kleine groepjes binnen die kabouter-groep, grote groep - dat ik daar ook al altijd dingen aan het regelen was. En liedjes maken. Haha!
R: Je lacht erbij. Ja... Komt er een liedje naar boven? Haha! - Nou, ik heb pasgeleden het boekje weer gezien van de kabouters hoe het ging en ik geloof dat ik ..ehm.. de elfjes was of zo, bij de elfjes hoorde. In ieder geval op een gegeven moment.
R: Dat is dan een groepsnaam? - Ja een groepsnaam binnen die kaboutergroep. Later is dat anders geworden, want toen was het Bambilië, een soort land, fantasieland. Maar op een gegeven moment ging ik mee op Scoutingkamp met de kabouters, omdat ik zelf toen net eentje hoger was. ..ehm.... de verkenners, maar dat heette anders bij de meisjes. (Padvindsters-red). Maar dat deed ik en toen hebben ze gevraagd: ‘wil jij leidinggeven aan een kaboutergroep?’ Toen was ik nog 15 jaar of zo. En toen ben ik al met een kaboutergroep begonnen. Toen mocht ik die al begeleiden.
R: De hele groep? - De hele groep op zaterdagmorgen. En ik ging dus al met een groep van 30 kinderen op kamp toen ik 15 jaar was en was ik de hoofdleiding. Ik snap nu nog steeds niet hoe ik dat toen ooit heb kunnen doen, maar dat was wel het geval (ha). Dus zo ben ik die hele Scouting ingerold en heb ik daar dus ook heel lang leidinggegeven.
R: Zit er ook een Pipi Langkous in je wat dat betreft? Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het wel. Of kon je het eigenlijk al wel? Zat die eigenschap er wel in?
- Ja, die zal erin gezeten hebben. Dat heb ik verworven door al die dingen steeds te doen. Het is toch steeds heel veel herhalen, door elke keer die dingen te organiseren. En ik denk dat ik het altijd voor mezelf altijd wel goed georganiseerd had. Ook in mijn eigen kamer, met alle dingen die ik daar wilde regelen. Ik dacht er ook over na, als ik iets anders wilde doen: hoe ga ik dat dan doen? Ik ben nooit zomaar in het diepe gesprongen. Ik heb wel altijd van tevoren bedacht: hoe ga ik dit aanpakken? Lijstjes maken, over nadenken. Dus het is nooit zo maar... En bij de Scouting was dan weer één van de andere leidsters die toen zei van ..ehm..: ‘eigenlijk zou je naar de pedagogische academie moeten gaan’. Ik zei: ‘hoe zo?’ ‘Ja, je zou heel goed op school kunnen lesgeven.’ ‘Oh’. En toen was mijn eigen keuze natuurlijk op een gegeven moment, middelbare school, ja, even na de middelbare school, logische stap was dan toch pedagogische academie, ja.
R: Maar wel gestart dus, het vonkje, het zaadje was geplant door iemand die dat in jou zag? - Iemand die dat al noemde ja. Want ik wilde eigenlijk de technische kant op, omdat ik toen een vriendje had die heel veel in die technische kant zat. Maar toen had ik zelf al op een gegeven moment door, toen zij dat zei van 'je zou dat heel goed kunnen' dat ik wel zoiets had van ja...
R: Dat klopt. - Ja, daar heb je wel gelijk in. Ik ga dat doen.
R: Mooi. En ..ehm.. heb je ook, wat dat betreft nog iets van waarvan je zegt: hmmm, dit komt bij één van mijn ouders vandaan? - Dat heb ik me altijd afgevraagd, maar er is niemand verder in mijn familie die het onderwijs in is gegaan. Ook niet ..ehm.. het leidinggeven en zo. Nou weet ik wel, mijn vader heeft altijd wel een verantwoordelijke baan gehad, dat ie andere mensen wel moest aansturen. Maar dat heb ik nooit zo meegemaakt. Nooit bewust meegemaakt, dus ik weet het eigenlijk niet. Dus ik denk dat ik het toch zelf verworven heb en dat het wel ergens erin heeft gezeten. Maar het kan ook best zijn, mijn moeder was wel goed in het organiseren, als het gaat om het koken bijvoorbeeld, dat ze heel precies wist hoe ze dat moest doen. ..ehm.. Ze kon kleding heel goed naaien, wist ze ook precies hoe ze dat moest doen. Dus er zit wel iets van dat goed kunnen organiseren, zit er wel in. Maar ik denk dat mijn moeder te weinig mogelijkheden heeft gekregen om dat verder uit te bouwen.
R: Dat zit in die generatie ook wat meer erin hè denk ik? - Klopt, ja zij moest toch meer thuisblijven en voor de kinderen zorgen, in plaats van zelf aan het werk gaan en zo. Ja.
R: En jij hebt denk ik het geluk gehad dat de generatie waar jij uit voortkomt, dat je al in het onderwijs mocht gaan en dat als je daarna een relatie kreeg dat je niet ontslag moest nemen? - Neeeeee, gelukkig niet! Haha!
R: Want dat was 10 jaar daarvoor nog het geval hè? - Klopt ja. Ik mocht wel ..ehm.. gewoon gaan werken en samenwonen en zelfs op een katholieke school, dat kon ook allemaal, was heel gewoon. Ik heb nog wel meegemaakt, toen ik zwanger was, wilden ze niet dat ik terugkwam in een deeltijdbaan en daar heb ik nog heel veel voor gevochten, wat niet gelukt is. Dus ik kon daar ook niet blijven werken. Dat is wel een heel issue nog geweest. Echt lastig. En ik had het zelf helemaal voor elkaar. Ik had een deeltijd... iemand die dat parttime met mij wilde doen, hadden we allemaal gesprekken al over gehad, dus het was al geregeld. Maar de leiding die wilde dat toen niet en ik heb het niet voor elkaar gekregen. Dus toen... En daarom zijn we ook wel weggegaan waar we toen woonden, Maarssenbroek, dat we in Zeewolde zijn komen wonen.
R: Ja, toen al. Ja, en dat is gelukkig wel allemaal veranderd hè? - Ja ja ja.
R: Je hebt lesgegeven aan groep 1 tot en met 4, veel? - Ja, sowieso ..ehm.. ik ben begonnen in groep 3 ooit. En in groep 3, dan op een gegeven moment krijg je groep 3-4, die combinatie. Af en toe was het uitstapje naar groep 7, omdat ik daar bepaalde lessen mocht geven, ook met gym en muziek en zo, in groep 7-8. Want toen was het net groep 1 tot en met 8 geworden hè, toen ik net ging werken.
R: Daarvoor was het eerste tot en met zesde klas hè? - Ja. En had je kleuters nog. En toen kwam het net allemaal bij elkaar. En hier in Zeewolde ben ik gaan werken, in eerste instantie ook invallen groep 3 en zo, wat ik gedaan heb. En daarna heb ik een paar jaar kleuters gedaan, groep 1-2. Wat ik ook heel leuk vond! Ja.
R: Dus met kinderen werken. In die tijd ..ehm.. zijn er ook kinderen van 6 geweest die jou iets moois geleerd hebben? - Oh ongetwijfeld! Sowieso heb ik van heel veel kinderen dingen geleerd. Ik heb ze zelf natuurlijk heel veel dingen uitgelegd. Maar ik denk dat ik elke dag wel iets leerde van wat er gebeurde in zo'n klas. En dat had dan te maken, nou, wat me nu dan te binnen schiet, ik heb een meisje in de klas gehad. We zaten met z'n allen in de kring en dat meisje vond het moeilijk om gewoon stil te zitten op haar stoel. Die hing gewoon af en toe onder de stoel, die lag onder de stoel en toen dacht ik: als ik er geen aandacht aangeef, is het gewoon prima dat zij dat doet, wa...
Wed, 14 Jan 2026 - 38min - 194 - 14 Knerpen
Deze aflevering maak ik in de eerste week van januari 2026. Het heeft flink gesneeuwd. Hoe is het om door de sneeuw te lopen? Welke tips kan ik gebruiken om niet uit te glijden? Ik heb ze op een rijtje gezet.
(foto door Roel Hijne. Schoenen met sneeuwkettingen in de sneeuw)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en dit is seizoen 10, aflevering 14: Knerpen.
Ik maak deze opname op 5 januari 2026. En vanochtend vroeg heb ik door de sneeuw gelopen. Er is ineens sneeuw gevallen! Oh, het is een hele witte wereld. En als je door een berg sneeuw loopt, dan knerpt de sneeuw. Zelfs zonder hoortoestellen in hoor ik dat. Want ik liep vanochtend naar de sportschool en dan heb ik mijn hoortoestellen nooit in. En ik voel dat ook met mijn voeten. Je zet dan je voeten op de sneeuw of met de schoenen aan natuurlijk, want dat doe ik niet op blote voeten. Je schoenen zet je neer en dan ga je zachtjes door die sneeuw heen. Dan voel je ook dat je een beetje door zo'n laagje heengaat. Totdat je op de sneeuw daaronder komt, dat je de sneeuw een beetje platdrukt. En dat moment dan gaat het knerpen.
Eerder in een aflevering, eens kijken… seizoen 9, aflevering 16, heb ik het gehad over knisperen en toen noemde ik ook dat lopen over de sneeuw knisperen is. En toen zei ik al, knisperen is meer een droog geluid, dat is bij de sneeuw ook wel. Want de sneeuw is ook een droog geluid, maar niet zo knapperig. En dan vind ik het meer knerpen. Ik kon toen niet op dat woord komen en dat woord heb ik nu wel gevonden.
Als je door de sneeuw loopt, dan.. dan is dat een geluid van knerpen en vooral al die verse sneeuw, als die net gevallen is, dat is heerlijk om doorheen te stappen en ook om dat te voelen dan. Dat is zo anders dan als je met je schoenen op asfalt loopt of op de stoep loopt. Zelfs als je door het gras loopt is het heel anders.
Dat lopen door de sneeuw is wel iets heel bijzonders, omdat we dat natuurlijk hier in Nederland heel weinig doen! Er is ook een heel pak sneeuw gevallen, de afgelopen dagen. We hebben gisteren ook voor het raam gestaan en toen hebben we gekeken naar die dwarrelende vlokken zo. Het waren hele grote vlokken ook en die komen dan ook echt helemaal naar je toe en die zie je dan helemaal zo dwarrelen naar beneden. Je kunt ze helemaal volgen met je ogen. En op een gegeven moment was het ook dat het allemaal kleine vlokken waren! En heel veel kleine vlokken en dan is dat weer heel anders dan die hele grote dwarrelende vlokken. Op het moment dat je daarnaar kijkt, dan kan het zelfs zijn dat je zelf helemaal duizelig wordt, heel draaierig wordt door, nou ja, al die vlokken die dan zo naar beneden dwarrelen. Moet je dus ook niet te lang doen!
Het grappige is ook wel dat de sneeuw nooit op dezelfde manier helemaal valt. Heeft ook de maken met de wind, waar de wind vandaan komt. Of de sneeuw meegenomen wordt of dat ie echt recht zo naar beneden dwarrelt. Het is gewoon heel mooi om naar te kijken en ook om die verschillen dan te zien! En we hebben gisteren ook ja, verschillende vormen van sneeuw dus zien vallen!
Het gebaar voor sneeuwen. Het gebaar uit de Nederlandse gebarentaal is dan ook dat je je handen rechtop houdt met de palmen naar voren en je handen horizontaal (moet verticaal zijn. red) en dan begin je een beetje hoog en dan ga je een beetje ..ehm.. heen en weer bewegen met die handen. En het leuke is als ik dat gebaar voor sneeuw doe, dan kan ik dat niet alleen maar met mijn handen doen, maar mijn hele lijf gaat meebewegen alsof het dwarrelende sneeuwvlokken zijn. Dat is het gebaar dus voor sneeuwen. Voor het vallen van de sneeuwvlokken.
Heb je het over de sneeuw zelf dan is dat een sneeuwbal maken in de handen. Dat is het gebaar voor sneeuw. En het gebaar voor sneeuwen is dan dus met je hele handen open en dan zo heen en weer bewegen.
En vandaag ben ik gaan lopen naar de sportschool. En dan was het dus een hele witte wereld, overal om me heen. En toen ik terugliep van de sportschool naar huis, toen viel er sneeuw. En er was zo veel sneeuw dat je de huizen verderop niet eens meer kon zien, die waren helemaal niet zichtbaar. Net als het mistig is, dan zie je ook dat het allemaal niet helemaal zichtbaar is. En toch vind ik het heel anders bij de sneeuw. Het voelt ook heel anders! Sowieso omdat het natuurlijk veel kouder is dan. Je voelt je ook een beetje verloren als je dan, dat heb ik in de mist ook wel, als het heel erg mistig is en je ziet heel weinig voor je, dan voel ik me een beetje verloren. Een beetje alleen op de wereld lijkt dan wel. Het is ook wel een beetje een stille wereld als alles wit is. En er is zoveel sneeuw gevallen, dat er nauwelijks auto's rijden. En de hele ochtend hebben er geen bussen gereden. En mensen die op de fiets zijn, die zie ik heel vaak dan gaan lopen, met de fiets aan de hand. En alle mensen die hun kinderen op gaan halen of weg gaan brengen naar school, die doen dat dan met een slee. Dat is grappig dat ineens al die sleeën overal vandaan komen. En dan worden dus de sleeën getrokken, komen ze op die morgen naar school in plaats van met de auto of op de fiets. Eigenlijk heel slim!
En vanochtend liep ik daar dan, met mijn sjaal om. Ik had een muts op. Ik had hele natte haren, want het was na het douchen. Ik had handschoenen aan. En tijdens het lopen hoor ik dus continu het knerpen van de sneeuw onder mijn voeten. En toen bedacht ik al: wat doe ik eraan om niet uit te glijden? Want dat is wel een mogelijkheid als er sneeuw ligt. Dan wordt het toch al wel anders lopen dan als er helemaal geen sneeuw ligt. Dan moet je dus toch beter gaan opletten. En ik heb het even opgezocht wat voor een tips zijn er dan om niet uit te glijden.
Als eerste tip wordt vaak gegeven: loop als een pinguïn. Gekke gedachte! Maar dat betekent dat je iets naar voren leunt met je gewicht op je voorste been en dan dat je ook kleine stappen zet. En dan hou je je voeten ook laag, zodat je eigenlijk wel steeds contact houdt met de grond. En dat is een beetje waggelend. Het voelt ook een beetje waggelend. Het ziet er ook een beetje raar uit, maar het is dan veel stabieler als je door die sneeuw loopt.
Wat ook belangrijk is om je looptempo dan aan de passen. Dat je niet het normale tempo hebt, tenzij het natuurlijk een stuk is waar je prima kunt lopen, maar als dat niet zo is, pas je looptempo aan en dan ook de volgende tip: kijk goed voor je op de weg! Kijk goed vooruit. En waar de sneeuw dan is platgedrukt, omdat daar al heel veel mensen overheen zijn gelopen, of dat er ..ehm.. fietsers overheen zijn gegaan of heel veel auto's die gereden hebben. Op die plekken kan het best heel glad zijn. En dan weet je, als je dat van tevoren al ziet, dat je daar voorzichtiger moet lopen. Of ga erom heen lopen. Zoek dan de plekken waar de sneeuw nog ligt. Waar de sneeuw wat hoger ligt, waar wat bobbeltjes zijn van de sneeuw. Houd ook rekening met de stoep. Want de sneeuw ligt zó hoog dat je bijna het verschil tussen de stoep en de straat niet ziet. Houd daar ook rekening mee, dat je weet oh hier is ongeveer de stoep, dat je weet dat je weer naar beneden moet stappen of juist omhoog moet stappen. Want anders kan je nog alsnog vallen.
Als de sneeuw helemaal bevroren is, dan wordt de sneeuw helemaal stijf. En dan wordt ie ook glad. Dan is het veel moeilijker om daarop te gaan staan. Daar kan je vanaf glijden. En ook bij hele diepe bandensporen dan. Auto's die daar gereden hebben, waar diepe bandensporen zijn, als dat weer helemaal hard is geworden, stijf bevroren, dan moet je ook voorzichtig zijn. Dan kan je beter zo in de sporen lopen dat je dus niet op die randen gaat staan, want dan kun je ook weer wegglijden.
En een volgende tip is dan: kies voor de juiste schoenen. Stevige wandelschoenen kunnen helpen, maar zijn vaak net een beetje te glad. Ik heb het zelf ook gemerkt. Ik heb mijn wandelschoenen vandaag niet aangedaan. Ik heb andere schoenen aangedaan met een beetje ..ehm.. stevige zool met een veel grover profiel dan mijn wandelschoenen. En zorg ook dit die schoenen waterdicht zijn. Dat is natuurlijk ook wel fijn. Want in de sneeuw, als die sneeuw allemaal op de schoen komt, dan wordt het op een gegeven moment nat en dan krijg je koude voeten, natte sokken en zo. Dat is helemaal niet fijn.
En zorg voor antislip-zolen. En die is wel heel leuk, want vanmorgen, ik heb al gezegd: ik heb andere schoenen aangedaan, maar ik had ook een antislip-zool onder mijn schoenen. Dat zijn een soort ijzertjes. Een... ze noemen het al wel eigenlijk een sneeuwketting. En dat is van Yaktrax Walker. En die heb ik al járen en die heb al veel vaker gebruikt in de sneeuw dn daar ben ik zó blij mee dat ik die heb! Ik denk dat ik die gekocht heb, nadat ik Ménière kreeg en dus veel meer last had van het evenwicht. Ben ik op zoek gegaan naar iets in die tijd, dat het ook glad was, het zal wel ergens in 2008 of zo zijn geweest, en toen heb ik deze al gekocht. En daar ben ik nog zó blij mee. Dus ook die had ik vanochtend om mijn schoenen heen gedaan. Een soort sneeuwketting om de schoenen. Ideaal dan! Want vooral op de sneeuw, ik hoor het nog steeds knerpen, maar er is veel meer houvast.
En vanochtend op de sportschool kreeg ik nog een tip van iemand. Toen ik vertelde zo over de sneeuwketting die ik heb, klinkt heel wat, sneeuwketting. Het is natuurlijk heel klein, want het is zo groot als de zool van je schoen (ha) dus zo groot is het niet. Maar zij zei: ‘Je kunt ook sokken over je schoenen heen doen. Dan moet je gewoon een grote heren-sok of zo en die erom heen doen.’ En dat zou ook helpen. Ik heb dat niet uitgeprobeerd, dus ik weet niet of het ook echt helpt. Maar het zou kunnen zijn dat je daardoor toch... dat het stugger wordt aan de onderkant en dat het uitglijden dus minder snel gebeurt.
Wed, 07 Jan 2026 - 14min - 193 - 13 Omarmen
Een aflevering over emoties en het leven omarmen. Met als mantra: Heb het leven lief. Mooi begin voor 2026.
(afbeelding komt uit het boek Hoor jij wat ik hoor?)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel heel graag over dat evenwicht. Zowel ons fysieke als ons psychische evenwicht. En de ene keer is dat heel praktisch en de andere keer is het heel filosofisch en soms zit het er helemaal tussenin. En af en toe ga ik ook van de hak op de tak. Dit is seizoen 10, aflevering 13: Omarmen.
En dan begin ik met een citaat, dat doe ik wel vaker, want naar aanleiding van een citaat komt er een heleboel naar boven waar ik dan over kan vertellen. En dit is een citaat van Jack Komfield: 'De wijze waarop wij omgaan met emoties, ketent ons vast of bevrijdt ons.'
Ja, dus de wijze waarop wij omgaan met emoties. Omgaan dat geeft inzicht dat je een keuze hebt hoe je om kunt gaan dus met die emoties. En zo had ik een coach-gesprek met een man die gehoorverlies heeft. En toen hadden we het over emoties. Als er een emotie komt, daar kun je dus op een verschillende manier mee omgaan. En één van die manieren is dan om die emotie te gaan voelen. Gaan voelen zonder oordelen. Zonder verhaal en ook zonder om er maar iets aan te willen veranderen. Alleen door te voelen en er niets mee doen.
En als je merkt dat je lijf wel iets wil doen, dus die emotie is er en je lijf die wil ..ehm.. schudden of die wil juist gaan liggen of je wil gaan trappelen of ja, wat er ook gebeurt dan, doe dat ook! Laat dat lijf dan datgene doen wat ie wil doen! En ook dan daar niets van vinden! Dat je daar geen oordeel op legt. En als er een stemmetje is, en het stemmetjes zegt toch iets tegen je dat het heel raar is dan, kijk dan of je dat kunt aanhoren zonder tot actie over te gaan. En daar bedoel ik mee zonder het te gaan beredeneren of uit te leggen.
En terwijl ik dat vertelde aan die man, tijdens de coach-sessie, kwam dat stemmetje bij mij naar boven; 'Maar hoe doe ik dat dan zelf?' En toen vertelde ik ook: ‘Ja, ik besef dat ik zelf ook nog dagelijks aan het leren ben. En dat betekent niet, het is zeker niet de bedoeling, dat er geen emoties meer zijn. Want emoties ploppen vanzelf naar boven! Die komen vanzelf en die komen ook heel snel! Dat kun je bijna niet tegenhouden. Dus ze mogen komen, en vervolgens mogen ze er zijn! Ik geef dan toestemming aan mijn hele wezen dat het gevoel er mag zijn. En als het lukt om er geen woorden van te maken, geen negatieve en geen positieve. En als het lukt om er geen oordeel op te leggen, geen verhaal, geen uitleg, alleen voelen. Dan vloeit die emotie vanzelf weg. Ja, gebeurt waarschijnlijk via m'n vingers, via m'n tenen. Via m'n hoofd. En even later besef ik dan van 'hè! Ik was toch boos? Of ik voelde me toch teleurgesteld?' En als die emotie dan weg is, is het bijna niet mogelijk om het weer terug te roepen. Dat die emotie er mag zijn, dat is zo essentieel, want daarmee geef ik toestemming aan mijzelf dat ik er mag zijn.’
Toen ik er later over nadacht, vroeg ik me dan ook af van: maar hoe vaak word ik overvallen door een emotie? En wat doe ik er dan mee? Ja, en dan als ik dat zo naga... ehm.. gisteren kwam er dus, nadat ik iets gelezen had, plopte dat ook ineens weer omhoog. En dan merkte ik dat ik toch fel word, dat ik dat meteen wil beredeneren, terwijl daar die emotie achter zit die ik eigenlijk helemaal niet de ruimte gaf. Het was eigenlijk helemaal niet zo handig. Ik had dat beter anders kunnen aanpakken. En als ik nu hier zo sta, dan ja, dan kan ik het als ik weer terugdenk aan gisteren, kan het wel weer naar boven komen. Maar ik kan er niets mee, ik kan het niet veranderen. Dus waarom zou ik me daar dan druk over maken?
En zoals nu, als ik gewoon op dit moment hier sta en dit vertel aan jou, is die emotie van gisteren, die is heel ver weg, dus dan is er verder eigenlijk geen emotie, denk ik. Ik heb wel een beetje last van mijn schouder. Die pijn is er en daar doe ik verder eigenlijk niets mee. Ik merk het alleen op. Ja, alleen nu ik dat natuurlijk vertel (ha) dan komt je gedachte op van ja 'het zou er niet moeten zijn'. Maar die gedachte: 'het zou er niet moeten zijn' is niet automatisch. Dat komt omdat ik me even bezig hou met die pijn. En is pijn dan ook een emotie? Of is dat het pas als ik iets van die pijn vind? Dat het anders zou moeten zijn? Of dat die pijn er niet zou moeten zijn. En dat ik me dan weer afvraag: waarom?
En al die acties die ik op een dag doe, begint dat dan met een emotie? En hebben we dan continu, de hele dag door, een emotie? En remt die ons juist af of zet die ons juist tot actie aan? Eigenlijk wel een hele interessante gedachte. Heb ik nooit zo over nagedacht. Want dan komt ook natuurlijk de vraag naar boven: wat is dan een emotie?
Als je heel prettige, fijne emoties hebt, zijn dat dan ook wel emoties? Of noem je dat dan anders? En dat doet me dan weer denken aan een uitspraak van Wayne Dyer, die zegt: ‘Als je vredige gedachten hebt, ervaar je vredige emoties. En die neem je mee in elke levenssituatie.’ Vredige gedachten, dat doet me ook denken aan weer een hele andere uitspraak, van Kate Perry: ‘Mijn beste ideeën ontstaan niet uit denken, maar door te rusten. Als ik in evenwicht ben, komen ze spontaan op.’ Ja dan snap je al, hier zit natuurlijk het woord ‘evenwicht’ weer in. En dan zoek ik ook van: wat is dan precies in evenwicht?
Dat is wanneer ik dus die vredige gedachten heb en dan tegelijkertijd is dat ook wel, dat naast die vredige gedachten, dat daar ook iets van onrust bij mag zitten. Want tussen die vredigheid en ook de onrust, de dingen willen doen, ..ehm.. ..ehm.. in actie komen, daar zit een soort ruimte tussen. En die ruimte die heb ik dan ook nodig. Het gaat eigenlijk om die ruimte. Wordt ook gezegd: mijn beste ideeën ontstaan niet uit denken, maar door te rusten. Juist in die rust, dan komen er wel weer nieuwe ideeën op. En dan is het niet alleen rust. Het is meer een soort ..ehm.. traagheid. Een soort geduldig zijn. En als mij dat lukt om traag te zijn en geduld te hebben dan, dat alles wat zich aandient, dat ik dat kan omarmen. Dan is er ineens die ruimte en vanuit die traagheid komt er ineens van alles naar boven, dat er ook heel veel mogelijkheden zijn. Dat er ook dingen helemaal anders kunnen.
En eigenlijk gebeurt dat steeds weer in mijn leven. Dan begin ik iets en dan komt er een moment dat ik vastloop, en pas als ik dat herken, en erken, dan kan ik dat als rustmoment zien. En als ik dan geduld ga opbrengen of nee, het is eigenlijk... dat geduld is er dan vanzelf, en vanuit die rust, vanuit die traagheid, -soms is het zelfs stilstand- dan kan ik weer om me heen kijken. Dan kan ik weer de ruimte zien en dan ineens zie ik welke stappen ik kan zetten! Dus ik heb geduld nodig! In vertrouwen wachten op wat komen gaat. En dan niet lijdzaam wachten dus, maar juist vanuit die nieuwsgierigheid. En dan is het ook heel vaak, dan ligt het op het puntje van mijn tong en volgens mij heb ik het er wel eens eerder over gehad in deze podcast, dan ligt het op het puntje van mijn tong en en... dan.. weet ik waar ik naartoe wil, maar niet precies hoe... En als ik dan ondertussen tijdens dat wachten gewoon bezig ben met ..ehm.. sporten, schoonmaken, lezen, puzzelen, schrijven ..ehm.. mensen ontmoeten, dan maakt dat het wachten op dat nieuwe idee, dat maakt dan de moeite waard! Dus die ruimte, die ruimte is dan weer om heel langzaam te vullen en dan ben ik weer op weg naar een nieuwe ruimte.
En dat doet me weer denken aan dat liedje van ..ehm.. Bløf. Bløf die zingt het liedje van: 'Omarm me, omarm me.' Als ik in die ruimte mezelf omarm en mijzelf liefheb, kan ik ook andere mensen liefhebben. Ja, heb het leven lief. Het is al heel vaak mijn mantra geweest. Eigenlijk is dat een mantra voor mijn hele leven! Elke keer kan ik weer terugkomen naar: 'heb het leven lief'. Waarbij ik mezelf omarm. En juist ook als het even minder lekker gaat, als het nét even anders gaat, dan ik had bedacht. En (ha) de laatste tijd is dat wel wat vaker gebeurd (ha) dat het even anders gaat en dan word ik er wel steeds beter in om er mee om te gaan. En soms begint het wel al een beetje te wennen. Dan gebeurt er iets, dan is het ..ehm.. floep het gebeurt, er komt een reactie en de emotie en als die emotie er mag zijn, dan kan ik ineens die gedachten omkeren en dan als het zo niet gaat, dan kan ik het misschien zo doen? Dan heb ik eindelijk de tijd om dat te gaan doen! Ja, en dan hou ik dus van plannen maken, afspraken maken, ook die met mezelf. Maar ik kan ook wel makkelijker meebewegen als het net even weer anders gaat dan wat ik gepland heb.
In aflevering 11 had ik het over hoop. Dan had ik mezelf de vraag gesteld: waar hoop ik op? En waar hoop ik op in 2026? En daar had ik niet direct dat antwoord op. Ik heb eerst die ruimte nodig en de rust nodig om goed na te denken wat ik dan precies wil. Ik heb nu wel een beetje een antwoord gevonden. En dat is toch weer dat: heb het leven lief! En ik heb mezelf dus dan die opdracht nu gegeven: ‘heb het leven lief.’ Niet alleen nu, maar een leven lang. Ik omarm het leven en ik hoop dat ik dat nog heel lang mag blijven doen. Ik omarm het leven en ik hoop dat heel lang nog te blijven doen!
Deze podcast begon ik over emoties, en ook die omarmen. En is nog steeds ook voor mij, dagelijks waar ik van leer. En ook dat mag ik allemaal omarmen.
Dit was seizoen 10, aflevering 13: Omarmen. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer!
Wed, 31 Dec 2025 - 11min - 192 - 12 Vormgeving
Hoe is het gegaan tijdens de vormgeving van de drie boeken? Waar let ik op, wat vind ik belangrijk?
(afbeelding is eigen foto van de drie boeken)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht, in uitvoering' en 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 10, aflevering 12: Vormgeving.
Ja, ik noemde net al die drie boeken. Maar als je mijn vorige aflevering hoorde, dat was een beetje een filosofisch verhaal over hoop. En over de essentie van het leven. Dan zou je bijna denken, als ik zeg vormgeving, dat ik het zou gaan hebben over 'ik geef mijn leven zelf vorm'. Nou en dat is dus niet zo. Het gaat over de praktische vormgeving van de drie boeken die zijn uitgekomen. En daar wil ik het even met je over gaan hebben. Wil ik gewoon even doornemen. Want in het derde boek is het een beetje samengekomen. En hoe is dat dan gegaan?
Bij het eerste boek 'Ménière in balans', dat is door de uitgever gedaan. Die uitgever die heeft alles verder geregeld. De redactie en de vormgeving. Daar had ik zelf niet zo veel invloed op. Ik had wel het hele model helemaal precies getekend zoals ik het wilde hebben. En dat is heel mooi grafisch vormgegeven. Maar alle andere afbeeldingen die in het boek staan, daar heb ik helemaal geen invloed op gehad. Ook niet op de keuze van lettertypes en zo. Ik heb alleen het manuscript terug gezien toen de redacteur er doorheen was gegaan. En heb ik een paar dingen gezien die toen gewijzigd zijn, maar daarna heb ik het pas gezien op het moment dat ik het helemaal binnenkreeg. Dat het boek al gedrukt was.
Ik kreeg wel meteen in het begin al commentaar dat het een klein lettertype was. Mensen vonden het boek zelf wel heel handzaam, maar door het kleine lettertype nog wat moeilijker te lezen. Dus toen ik zelf voor de 2e druk ging zorgen, want dat had de uitgever gezegd: ‘Ik ga geen 2e druk regelen, hier heb je alles. Je mag het zelf verder gaan regelen’. En dat vond ik alleen maar heel fijn, want toen heb ik ervoor gekozen om dat boek groter uit te brengen. Dus het is een grotere uitgave geworden, waardoor de letters dus wat groter zijn. En makkelijker leesbaar. En verder is het helemaal hetzelfde gebleven. De cover is precies hetzelfde gebleven. De flappen die erin zitten. Helemaal mooi. Want ik vond dat het wel heel goed was vormgegeven.
Het tweede boek, daarbij had ik alles zelf in de hand! Van begin af aan. Als het gaat over die vormgeving, dan heb ik het dus niet over de redactie, dat was allemaal al gedaan. Maar dan ging het over de keuze van de lettertypes. En de vormgeefster, Daniëla Postma, die heeft dat voor mij gedaan. Die heeft toen wel eerst gekeken ook, de letters die gebruikt zijn in 'Ménière in balans'. En daar heeft ze een beetje meegekeken van wat kan ik dan nu anders doen? En wat kan ik behouden?
Zo zijn er dingen die terugkomen die ook in 'Ménière in balans' staan, die ook in het tweede boek weer gebruikt zijn. De vorm van de lettertypes. Want ik ben heel gevoelig voor hoe een letter eruitziet. Er zijn bepaalde lettertypes, echt dat vind ik heel vervelend lezen! Dat heb ik ook besproken met Daniëla in het begin, toen ik net helemaal in het begin van 'Evenwicht, in uitvoering' met die vormgeving bezig was, dat de keuze van letters, hoe die eruitzien, de vorm daarvan, ja, ik wil dat graag van tevoren zien. Ze moet niet meteen een heleboel gaan maken, laat mij eerst de letters maar zien en dan geef ik aan of ik dat een prettig lettertype vind. En zo is dat in het begin ook over en weer gegaan, dat zij een keus had gemaakt, liet ze het eerst zien en daarna heeft ze dat dan verder verwerkt.
Wat ik in dat tweede boek ook heb gedaan, is dat ik stukjes van liedjes gebruikt heb. Liedjes die iets met evenwicht te maken hebben. En daar kleine stukjes van die teksten heb ik toegevoegd en die staan ook mooi tussen alle andere teksten in dat boek. Daardoor is het een heel afwisselend, heel luchtig boek geworden. En dat maakt het geheel dan wat minder, minder zwaar! Het is best een ingewikkeld verhaal, het hele zintuig evenwicht. Hoe het in elkaar zit en zo. En ik heb dat ook tot op celniveau ook allemaal uitgelegd. Dus door verschillende teksten te gebruiken, krijg je, dat de boodschap die je wil brengen veel makkelijker overkomt. Juist door die afwisseling. En ik zeg dan wel minder zwaar. ..Ehm.. het boek zelf weegt meer dan een kilo hè! (ha)
Het is een hardcover boek geworden. Daardoor kun je het boek goed openleggen en kun je het plat neerleggen en dan toch blijven lezen zonder dat het dichtslaat. Wat ik verder ook bij het tweede boek gedaan heb, is dat al die hele specifieke tekeningen, als het gaat over de evenwichtsorganen, dat heb ik laten maken door een grafisch tekenaar. Die daar ongelofelijk veel moeite voor heeft gedaan, want die is allerlei afbeeldingen gaan zoeken die te vinden zijn op internet. En dan heeft hij gekeken: wat haal ik hieruit, wat voor een vorm kan ik nou het beste maken? En ook dat is heel vaak over en weer gegaan toen ie dat aan het maken was. Dan ging ik kijken: klopt het wel? En op een gegeven moment, oh nee, het slakkenhuis en de evenwichtsorganen die moet een bepaalde kant op staan, die moet je niet zo tekenen, nee die moet je andersom tekenen. Allemaal dat soort kleine dingen, ik wilde dat het helemaal klopte, dus daar was ik wel heel alert op dat het ook allemaal klopte. En heel fijn dat er dan een grafisch tekenaar is die daar heel goed in mee kan gaan. Die daarin heel mooi meebewoog om die plaatjes helemaal mooi te maken. En duidelijk.
En dan het derde boek. Het derde boek, het onderwerp tinnitus, dat is niet echt een uniek onderwerp, want er zijn natuurlijk al veel meer boeken over geschreven. En ik heb het er al eerder over gehad, wat kan ik hier dan anders over gaan schrijven zonder dat het een herhaling is van wat er al is. Wat ik zelf al van het begin af aan wilde, is dat er allerlei kleine teksten in staan, kleine gedichtjes, omdat enkele woorden in een soort gedichtvorm soms veel meer zeggen dan een hele bladzijde tekst. Dus dat vond ik al heel mooi om die daar ook in te zetten. En het is ook gewoon mijn eigen proces geworden. Ik heb een soort voorbeeld gegeven van hoe een proces naar acceptatie verloopt. Dat is heel anders dan in het allereerste boek. In het allereerste boek gaat het over de ziekte van Ménière. Gaat het ook over het proces naar acceptatie, maar dat was een veel algemener proces.
In dit derde boek heb ik het veel meer over mijn eigen proces. Wat heel anders is gelopen dan wat andere mensen zullen meemaken. En dat is niet erg, want dat is juist heel mooi om te zien hoe iemand anders ook zo'n heel proces doormaakt. Dat je daar herkenningspunten in vindt, maar dat je vervolgens ook je eigen proces daarin gaat lopen, want dat is de bedoeling. Ook bij dit derde boek had ik van begin af aan alles in de hand. En samen met de vormgever hebben we dus gekeken hoe we die afwisseling kunnen maken van die verschillende teksten. En zij heeft gekozen voor bepaalde lettertypes, voor bepaalde titels hoe ze die dan neer ging zetten. En die afwisseling maakt dat het ook weer heel prettig te lezen is. Vind ik belangrijk. Ik lees heel graag een roman en dan lees je achter elkaar door, maar als het gaat over informatie zoals ik dit nu deel, over eigen ervaringen en tegelijkertijd ook een stukje informatie delen, dan vind ik het belangrijk dat het in kleine stukjes gebeurt. En ook door dus de vorm van de lettertypes, grootte van letters, kun je daarin variëren en weet je oh dit is een stukje informatie en het volgende stukje is weer een ervaringsverhaal.
De vormgeving verder, waren we mee bezig ook, van hoe groot maken we het boek. En de grootte is precies hetzelfde... precies dezelfde grootte afmetingen als het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. De uitstraling van het boek met de softcover en flappen die daarin zitten, die zijn hetzelfde als het Ménière-boek! En ook omdat de lettertypes uit 'evenwicht' weer gebruikt zijn ook in dit derde boek, maakt dat het in dit derde boek eigenlijk alles een beetje samenkomt. Het zijn ervaringen van mijzelf, het zijn inzichten die ik op heb gedaan, door alle werkzaamheden en door alle mensen die ik ontmoet heb. En ja het zijn echt drie totaal verschillende boeken, maar de vormgeving op de manier waarop we het nu hebben gedaan, komt het overeen! Het past wel bij elkaar!
En als het gaat over de inhoud, dan kan ik even gaan naar wat Daniëla daar nog over geschreven heeft. De vormgeefster, zij zegt al: dat ik allerlei feiten die ik vond in boeken en op internet, dat ik dat ondersteboven, binnenstebuiten en achterstevoren (ha) heb gedraaid, zodat ik de juiste invalshoek vond om mijn eigen verhaal te vertellen. Om ook zin en onzin van elkaar te scheiden. Zo is dit boek een ontdekkingstocht vol verhalen en ervaringen die in woorden en beelden zijn weergegeven. Dat geldt dus ook voor de vormgeving, want zij merkte dat ze het heel leuk vond om weer heerlijk te spelen met allerlei afbeeldingen en lettertypes om emoties en ervaringen uit te drukken. Want wat zij nog speciaal heeft gedaan, anders dan in tweede boek over het evenwicht, want daar hebben we heel veel foto's gezocht die pasten bij al die verhalen en dat zijn allemaal van die stockfoto's die kun je, mag je gratis gebruiken van internet. Of ik had dat van fotografen en dat heb ik geregeld en die namen van die fotografen staan erbij.
In dit boek heeft Daniëla alle afbeeldingen zelf gecreëerd. Wel met behulp van AI. Maar het zijn wel allemaal nieuwe creaties. Dit zijn plaatjes die je niet zomaar ergens anders vindt. En door het kleurgebruik ook en dat consequent in het hele boek zo door te voeren wordt het toch één mooi geheel! Dus ik ben heel blij met die samenwerking die ik met Daniëla Postma heb gehad....
Wed, 24 Dec 2025 - 11min - 191 - 11 Hoop
Zoekend naar de essentie. Om welke essentie gaat het dan? Waar hoop ik op? En wat hoop ik voor 2026?
(Afbeelding Pixabay)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over ons fysieke zintuig evenwicht en ook over dat psychische evenwicht. En af en toe deel ik ook wat filosofische gedachten. En dit is een beetje een combinatie van het fysieke evenwicht en ook die filosofische gedachten die naar boven komen. Dit is seizoen 10, aflevering 11: Hoop.
Af en toe lees ik een quote of een zinnetje en dat vind ik dan zo mooi bedacht en dan heb ik zo van ..ehm.. dat schrijf ik op. Dat schrijf ik over, want daar wil ik nog een keer wat mee. En dit is ook zo'n stukje tekst wat ik met je ga delen waar dan vervolgens een heleboel achteraankomt. Ik heb dit namelijk gelezen bij een overlijdensbericht, het overlijdensbericht van Wibe Veenbaas. Dat was in de Volkskrant. Hij is overleden op 24 september 2024. En Wibe Veenbaas was één van de grondleggers van de Phoenix opleidingen. Phoenix opleiding is wel een beetje een begrip in management-land. En hij heeft daar heel veel voor gedaan. En hij is dus in september 2024 overleden. En dit stond bij dat overlijdensbericht:
Wetend, vallend, struikelend, in de zoektocht naar essentie.
Dat komt uit een heel groot gedicht, een lang gedicht wat hij zelf geschreven heeft. Maar dat vallend en struikelend dat zijn woorden die mij dan opvallen. En dat is begonnen ergens toen ik begon met het schrijven aan dat boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want dat zijn woorden die passen natuurlijk bij evenwicht. Vallend en struikelend. En beelden die gebruikt worden bij artikelen over het evenwicht, dat zijn altijd mensen of dingen, voorwerpen, stenen die zich met moeite in evenwicht houden of die perfect in balans liggen. En ik vind dat niet helemaal kloppen! Het is te eenzijdig. Want het gaat dan over balanceren. En voor balanceren heb je je evenwicht nodig. Maar andersom, is dat niet zo. Je evenwicht is niet continu aan het balanceren. Als het goed werkt, merk je namelijk niets van die werking. Het evenwicht werkt dan feilloos.
En pas als je over een smal oppervlak loopt of een hobbelige, bewegende ondergrond of op een boot zit of eigenlijk loopt, op een boot loopt, die op het water vaart, dan moet je met aandacht je in evenwicht houden. En dan ben je dus aan het balanceren. En bij normaal bewegen, bij ..ehm.. lopen, bij fietsen, dan houd je je heel makkelijk in evenwicht. Dan ben je niet steeds aan het balanceren en je houdt je wel continu in evenwicht. Dat is een onbewuste actie die gebeurt. Als het evenwicht niet goed meer werkt, dan gaat het bewegen niet meer vanzelfsprekend. En mensen die daarmee te maken hebben, zijn dan ook de hele dag wél aan het balanceren. Dat is wat ik zelf herken, maar met name op de wiebeldagen en ook het gewone lopen is voor mij altijd een aandachtig proces. Ik heb het er natuurlijk veel vaker over gehad. Alleen ik noem dat niet direct balanceren. Senseren, vind ik een veel mooier woord. Dat heb ik geïntroduceerd in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat woord senseren, ja daar mag ik nog veel meer aandacht aan schenken. Ik wil zelfs dat dat woord wordt opgenomen in het Nederlands woordenboek. Maar ja, daar moet ik dan wel zelf werk van maken.
Even terugkomend op die quote, die ik aan het begin heb verteld; wetend, vallend, struikelend in de zoektocht naar essentie. In de zoektocht naar essentie. Zoektocht geeft aan dat het een weg is. Dat het een proces is. En ook die zoektocht is naar die essentie toe. Maar wat wordt nou bedoeld met essentie? Dat heb ik dus ook weer even opgezocht. Essentie, dat komt uit het Latijn. Van essentia. En dat is ‘het wezen van iets’. Of een hoofdpunt, een hoofdzaak. Of de kern van iets. Het meest belangrijke. De essentie is ook dat waar het om gaat! Of datgene wat onmisbaar is om een bepaald doel te behalen. Zo staat het in de woordenboeken. Datgene wat onmisbaar is om een bepaald doel te halen.
Maar welke essentie wordt dan bedoeld? Bedoelen ze dan de essentie van het leven? En dat vermoed ik wel, want dit stond bij de tekst van het overlijdensbericht. En heeft deze overleden persoon de essentie van het leven gevonden? Dat staat er namelijk niet bij. En is dit een opdracht die iedereen in het leven heeft? Of is er helemaal geen eenduidig antwoord te geven? Is die essentie voor iedereen anders? En ik neem aan dat dat een heel leven lang een zoektocht blijft. Dat je dat nooit precies vindt. Dat je altijd wel weer op zoek bent naar een nieuw doel.
Een andere quote van die Wibe Veenbaas is ook de essentie van de ontmoeting. En daaruit maak ik op dat er dus verschillende essenties zijn. Hij geeft ook aan, hij... hij... heeft het volle vertrouwen dat de ene mens niet zonder de ander kan. Ja, dat klopt denk ik wel, want ook al woon je in je eentje, je bent altijd afhankelijk van andere mensen, in alles wat je doet. In alles wat je eet. Ehm.. waar je werkt. Hoe je reist. Waar je woont. Je hebt altijd met andere mensen te maken, die iets voor jou regelen of waar jij iets voor regelt. Het is een wisselwerking. En het leven op aarde voor de mens is dus alleen mogelijk als wij dat samen doen!
Vorige week, was 8 december, hadden wij het schrijfcafé. En het thema was ‘hoop’. Naar aanleiding van het boek van Joke Hermsen: Tijd is hoop. Dat is een filosofisch boek en daarin staan alle essays over de tijd die zij geschreven heeft. En wij kregen als opdracht -tijdens het schrijfcafé- om de letters hoop H O O P, om dat onder elkaar te schrijven en overal een regel achter te schrijven. Dat heb ik dan ook gedaan.
Hoeveel hoop is nodig
Om op de been te blijven in deze
Ongelofelijke veranderende wereld? Of is
Pas op de plaats nodig om te ontdekken wat 'ik' kan doen?
Uit die regels mochten we één regel of één woord kiezen, en daar gingen we dan weer verder over schrijven. En ik koos voor dat woord, van die twee woorden, drie woorden: Ongelofelijke veranderende wereld. Klopt het dat de wereld enorm aan het veranderen is? En wat verandert er precies? Klimaat. Machtsverhoudingen. Oorlog. Dreiging van oorlog. Is dat niet van alle tijden? Is dit niet wat er altijd is, gewoonweg omdat er altijd mensen zijn die de macht in handen willen hebben. En als het gaat over oorlog, ten koste van alle andere mensen waarvoor zij zouden willen zorgen. Als er ergens langdurig vrede is -en voor mij voelt dat wel zo hier in Nederland- dan hoeft er ook maar iets te gebeuren, waardoor de vrede wankelt. Waardoor wij onzeker worden. En.. en.. er wordt een beetje angst ook aangepraat en dan weet je ook niet: is dat nou reëel? Moeten we hier echt angstig voor zijn? Of zal de boel wel loslopen? We weten het niet. En dan gaat het over landsniveau. Want er zijn altijd mensen die in hun eigen omgeving wel in angst leven. Door allerlei omstandigheden. Kan met alles te maken hebben. En ook mensen die het zó moeilijk hebben die ook in armoede leven en heel moeilijk kunnen rondkomen. Ja, voor hen is die wereld die verandert, nee dat is meer een vraag voor mij, is voor hen de wereld die zo verandert veel minder een issue, omdat hun eigen dichtbij-wereld al zo ongelofelijk lastig is om in te leven?
Het is dus met welk perspectief je de wereld bekijkt. Het maakt al verschil of je pessimistisch of optimistisch bent ingesteld. En wie is er dan eerder hoopvol? Zijn dat de pessimisten of de optimistische mensen?
Dat is wat ik geschreven heb op die 8 december. En we zijn nu bijna aan het eind van het jaar 2025. En dan komt die vraag ook naar boven: Waar hoop ik op? Ja, wáár hoop ik op? Waar hóóp ik op? Of waar hoop ík op? Ligt ook waar je de klemtoon legt. Als ik mezelf die vraag stel, dan weet ik helemaal niet direct antwoord te geven. Dan wil ik eerst weten wat hoop betekent voor mij. En dat heb ik ook opgeschreven tijdens het schrijfcafé. En toen schreef ik op:
Hoop is een kijkje in de toekomst en daar blij van worden.
Hoop is bijna een houvast, want zonder hoop geen zicht op de toekomst.
Hoop is opluchting. Iets van: oh zo kan het ook! En dat je je daar dan weer op kunt richten.
En als ik heel dichtbij mezelf blijf, naar aanleiding van die vraag waar hoop ik op? Dan is het antwoord eigenlijk een groots antwoord. Namelijk dat mensen in vrede leven. Dat we elkaar als gelijkwaardige mensen zien. En dat wil niet zeggen dat iedereen dezelfde behandeling krijgt, want het gaat natuurlijk om maatwerk. We zijn niet hetzelfde qua mogelijkheden en beperkingen. Jij hebt iets anders nodig om fijn en prettig te leven dan wat ik nodig heb. En daar kunnen we elkaar wel in helpen. Die steunen. En begeleiden. Over en weer. En zo van elkaar leren. En zo elkaar op een hoger plan tillen. Samenwerken. Ik heb het er net ook al over gehad, het samenwerken. Want zelfs als ik alleen ben en alleen aan het werk ben, dan heb ik altijd te maken met anderen om me heen. En het liefst dan mensen die mij de ruimte geven en die kaders schetsen, die mij houvast bieden, zodat ik met vertrouwen verder kan. En dat dan dus over en weer, want het geldt net zo goed andersom. Dat ik de ruimte aan jou geef om je eigen weg te gaan. En waar nodig ondersteun ik dan en geef een grens aan en bied houvast.
En dan weer even terug naar die vraag: Waar hoop ik op? En dan even: Waar hoop ik op in 2026? Ja, dat doet me dan denken aan die uitspraak van C.S. Lewis. Die heeft als titel: Hoop. En die schrijft dan: ‘Het is nooit te laat om een nieuw doel te stellen of een nieuwe droom te dromen’. En toch, als ik dat lees, ik heb nu geen nieuw doel voor ogen. En ik heb ook geen nieuwe droom. En dat wil niet zeggen dat ik me hopeloos voel of wanhopig ben of de hoop laat varen. Ik ben namelijk hoopvol! Maar kan dat ook zonder een precieze invu...
Wed, 17 Dec 2025 - 13min - 190 - 10 Omdenken
Welkom in mijn wereld van het horen. Zo begon ik het praatje tijdens mijn boekpresentatie. Deze woorden heb ik omarmd. Nu deel ik stukjes informatie over het boek Hoor jij wat ik hoor? als reactie op een recensie waarin ik mijn eigen boek niet herkende. Na het lezen van die recensie raakte ik namelijk ietwat uit evenwicht. Door om te denken heb ik een vorm gevonden die mij bij mij past, namelijk erover schrijven. Deze teksten deel ik ook nu hier in de podcast.
(Afbeelding komt uit het boek Hoor jij wat ik hoor?)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht, in uitvoering' en sinds kort het boek 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik vertel graag over het evenwicht, over gehoorverlies, tinnitus, de ziekte van Ménière en over al die dingen die te maken hebben met waar ik tegenaanloop, waar ik wel eens last van heb. Waardoor ik ook psychisch uit evenwicht kan raken. Dit is seizoen 10, aflevering 10: Omdenken.
De vorige afleveringen heb ik het gehad over het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dat is sinds kort uit. Het is nu december 2025. En dat boek mag nu de wereld in. En daar heb ik over verteld. Want het is een heel proces geweest om dit boek voor elkaar te krijgen. Het is dan ook een ervaringsboek geworden met allerlei inzichten die ik deel waar ik zelf achter ben gekomen in míjn proces om te leren omgaan met tinnitus.
Toen op 29 november de boekpresentatie was heb ik dat als een feestje gevierd. Maar vlak daarvoor was een recensie verschenen en daarvan raakte ik nogal wat van slag. Dat heb ik ook hier verteld, aan jou. Dus misschien weet je er een beetje over. En daar zat ik wel mee. Want in die recensie herkende ik mijn eigen boek niet terug! Er waren een paar dingen zo omgekeerd, dan denk ik: volgens mij bedoelen we hetzelfde, alleen jij keert het zó om alsof dat helemaal niet klopt! Ik begreep het dus ook niet. Ik heb het meerdere keren moeten lezen en toen dacht ik: wat doe ik hiermee?
En ik heb geprobeerd dat weer neer te leggen bij die recensent. Daar krijg ik geen ingang. Ik wilde mij ook niet verdedigen. Ik wilde ook niet gaan uitleggen, het zit zo en zo, of zo bedoel ik het. Ik dacht daar begin ik helemaal niet aan. Maar hoe kan ik dat dan wél doen?
Hoe kan ik aangeven dat het -en dat heb ik wel trouwens aangegeven, het is geen wetenschappelijk boek, het is geen handboek neuropsychologie, het is ook geen zelfhulpboek. Op het moment dat je dan schrijft van het is geen zelfhulpboek en dan concludeer je ook dat dat niet de bedoeling was van mij, dan denk ik waarom begin je überhaupt dan over een zelfhulpboek? Dat is ook nooit de bedoeling geweest en dat ís het ook helemaal niet. Zo zijn er bepaalde dingen die dus niet kloppen.
Toen dacht ik hoe kan ik dat dan toch duidelijk maken zonder dat dan direct bij hem neer te leggen? En mijn man zei al: 'Ga eens omdenken. Daar ben je altijd zo goed in. Ga omdenken. Dat heb je ook in dit boek gedaan. Je hebt bepaalde dingen echt omgekeerd. Dus hoe kun je dat nou naar buiten brengen? Wat kun je daar zelf mee doen?’
En ineens had ik het idee: ik ga steeds kleine stukjes tekst delen, en dat kan via Facebook, dat kan via LinkedIn om te vertellen over hoe ik het zie. Gewoon in kleine, korte stukjes. Met elke keer een soort thema. En daar ben ik mee begonnen. En ik wil een paar van die deeltjes die ik al gemaakt heb, die wil ik even hier met je delen, want ik weet niet of je mij volgt op Facebook. Het kan best zijn dat je dat nooit ziet, omdat je zelf Facebook helemaal niet gebruikt. Dus ik laat het hier horen, een paar van die delen, want ik doe het elke keer in een klein verhaaltje.
En dat begint elke keer met: Welkom in mijn wereld van het horen.
Deel 1. In 2000 hoorde ik ineens een ruisje. Vlak na een zware griep. Een restverschijnsel. En in het audiologisch centrum zei de audioloog: ’Dat is tinnitus en daar kom je niet meer vanaf, dus leer er maar mee leven’. En in 2000 was er nog geen internet en in de bibliotheek waren er geen boeken over tinnitus. Dus ik kon geen informatie vinden waardoor ik beter begreep wat er aan de hand was. En de eerste jaren met geluiden in mijn hoofd, die niet van buitenaf kwamen, die waren moeilijk. Ondertussen bleef ik alles doen. Een gezin om voor te zorgen en een volle agenda. Ik raakte oververmoeid en had geen idee wat ik met de tinnitus aan moest! Tweede deel.
Welkom in mijn wereld van het horen, inclusief tinnitus. Deel 2 -Hoeveel?
Tijdens de eerste jaren dat ik tinnitus had, ben ik niemand tegengekomen die ook geluiden in het hoofd hoort. In de krant las ik er ook geen artikelen over. En ik had geen idee hoeveel mensen tinnitus hadden en hoeveel last dat met zich meebracht. En tegenwoordig worden er wel aantallen en percentages genoemd. En ik heb ze op een rijtje gezet en dat loopt behoorlijk uiteen. Welk getal of percentage klopt? Tegelijk realiseer ik me dat het niet uitmaakt hoeveel mensen ook tinnitus hebben, als je behoorlijk last hebt van de gevolgen die tinnitus met zich meebrengt.
Ik denk zelfs dat er heel veel meer mensen tinnitus hebben, dan de getallen aangeven. Mensen die zich er niet aan storen. Die niet anders weten en gewend zijn hun geluid. Deze mensen hoor je niet en worden niet meegeteld.
En tijdens een gastles, jaren geleden, bij audicien-studenten, kreeg ik de vraag: 'Krijgen kinderen ook tinnitus?' En tot dat moment had ik daar nooit bij stil gestaan. Dus ik antwoordde: 'Ik heb geen idee, maar als dat wel zo is, denk ik dat kinderen daar veel eenvoudiger mee omgaan. Ze denken dat iedereen dat heeft en ze zullen sneller eraan wennen.' En na die les heb ik dat rondgevraagd en het komt inderdaad voor. Maar er waren geen getallen bekend. En ja, ze gaan daar makkelijker mee om. Een jaar later verscheen het eerste artikel over een kind dat tinnitus had en daar heel veel moeite mee had. Worden de kinderen die tinnitus hebben, tegenwoordig nou wel of niet meegeteld? Zij zijn straks volwassen. De groep mensen met tinnitus wordt steeds groter. Alleen al omdat er steeds meer mensen zijn op de wereld. De getallen zullen dan mee-veranderen. Ook dan zal de vraag blijven hoeveel precies?
Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 3 - Gehoorverlies.
In de jaren 90 kreeg mijn moeder hoortoestellen. En het bleek dat zij genetisch gehoorverlies had. Dat moet via haar vader aan haar doorgegeven zijn, want die had ook behoorlijk gehoorverlies. Dat kwam waarschijnlijk toch niet alleen door het werk in de textielfabriek. Ik werkte in het onderwijs en vond het zeer vermoeiend. 36 kinderen, groep 6/7 in een noodgebouw, harde vloeren en wanden. Veel ramen zonder bekleding. Ik kon de kinderen niet altijd verstaan. Het geschuifel van tafels, stoelen. Laatjes open en dicht. Geroezemoes. Hoestende en snotterende kinderen. Gejoel van buiten spelende kinderen. Er was altijd geluid om me heen. Zou er bij mij ook sprake zijn van gehoorverlies? Na hoortesten in het audiologisch centrum was dat inderdaad het geval. Genetisch gehoorverlies, grote kans dat dat hetzelfde was als mijn moeder had. Maar geen idee wat voor soort.
En toen kreeg ik in 2000 tinnitus. Mijn moeder had geen tinnitus, dus het had waarschijnlijk niets met het genetische defect te maken. Het gehoorverlies werd steeds meer. Ik hoorde steeds minder. De tinnitus werd steeds luider. Het werd een héél orkest dat ik, nog steeds, dag en nacht hoor.
De hoge kinderstemmen in de klas, ik kon hun verhalen nauwelijks verstaan. Ik had mijn ogen erbij nodig. Nu weet ik dat ik dat mijn hele leven al deed, spraakafzien, maar was me dat nooit bewust geweest. Ik had het mondbeeld en de mimiek steeds harder nodig. Dus ik vroeg aan de kinderen of ze mij aan wilden kijken als ze iets tegen mij zeiden. 'Maar juf, je luistert toch niet met je ogen?' Toen heb ik verteld over het gehoorverlies. Ik heb niets gezegd over de tinnitus, want hoe leg je zoiets uit aan kinderen?
Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 4 – Geluid.
De maatschappelijk werker in het audiologisch centrum zegt tegen de man met tinnitus: 'Het geluid is er niet'. Het geluid is er niet? Wat horen mensen met tinnitus dan in het hoofd?
Ik heb het opgezocht: Horen. Horen dat is geluiden waarnemen met het oor. En geluid zijn trillingen in het frequentiebereik die door het gehoor kunnen worden waargenomen.
Volgens deze definities kan je inderdaad zeggen dat tinnitus geen geluid is. Maar hoe moeten we het dan noemen? Ik kan de ‘geluiden’ (tussen aanhalingstekens) die ik in mijn hoofd hoor nadoen. Hoewel dat wel lastig is, want ik kan niet tegelijk verschillende tonen zingen. Soms lijkt het een heel orkest. Als er af en toe een brom of piep klinkt, probeer ik die na te doen. Dan hoor ik de brom of piep van buitenaf én binnenin. Je zou denken dat het elkaar dan opheft, maar dat gebeurt dan niet. Toch de verkeerde toonhoogte?
Zolang er geen ander woord is gevonden voor wat ik 'hoor' in mijn hoofd en oren, noem ik het geluid. Ook al komt het niet van buitenaf, via mijn oren naar binnen.
Ik hoor geluiden in mijn hoofd. Een audioloog heeft verteld dat dat tinnitus is. Maar klopt dat woord dan wel? --Wordt vervolgd—
Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 5 – Keuze.
In 2000 hoorde ik dat het geluid in mijn hoofd een naam had, namelijk tinnitus oftewel oorsuizen. Vanaf 2008 ben ik gaan schrijven, creatief schrijven. Aangezien ik het moeilijk had met al die geluiden die ik hoorde, schreef ik daar regelmatig over. Ik gebruikte de ene keer het woord tinnitus en de andere keer oorsuizen.Maar kloppen die woorden wel, tinnitus en oorsuizen?
Tinnitus komt uit het Latijn. Officieel heet het Tinnitus Aurium. Tinnire betekent gerinkel of geratel. Aurus betekent oren. Rink...
Wed, 10 Dec 2025 - 14min - 189 - 9 Spannend
Dit was de eerste keer dat ik een heuse boekpresentatie heb gehouden. Dat was spannend. Niet alleen om het feestje te vieren. Ik raakte namelijk echt even uit evenwicht toen ik de recensie las met stukken tekst erin die niet kloppen met wat ik bedoel in het boek. Onterechte kritiek zei iemand tegen me toen ze het boek helemaal had gelezen. Gelukkig heb ik kunnen genieten van het feest. En de kritiek, geen idee hoe dat afloopt.
(foto van Roel Hijne, vlak voor aanvang van de boekpresentatie)
Volledig transcript
Welkom, bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. En in deze podcast vertel ik over ons evenwicht. Zowel het fysieke als ons psychische evenwicht. En daar komen ook allerlei ervaringen naar boven waar ik mee te maken heb en wat ook te maken heeft met gehoorverlies en tinnitus en onder andere natuurlijk, nu mijn nieuwe boek. Dit is seizoen 10, aflevering 9: Spannend!
In de vorige aflevering heb ik het gehad over de boekpresentatie en heb ik jou het verhaal alvast laten horen, het praatje wat ik zou gaan doen bij de boekpresentatie. Maar voordat ik die boekpresentatie had was ik natuurlijk al wel een beetje zenuwachtig van oh zou dat allemaal wel goed gaan.
Toen kwam de recensie in Hoorzaken. En daar was ik behoorlijk ondersteboven van! Het bracht mij ja, zelfs letterlijk uit evenwicht! Want, omdat het evenwicht zelf niet zo goed meer werkt is dat een soort zwakke plek geworden. Want de een krijgt hoofdpijn en de ander buikpijn en ja ik word dan instabiel. Toen ik die recensie las, dacht ik echt van hè, heb ik het dan helemaal verkeerd?! Dus ik mijn eigen tekst nog een keer door genomen in het boek, nog een keer gelezen. En toen dacht ik hè, het staat er écht toch anders dan wat de recensent in zijn recensie heeft geschreven. Het wordt gewoon helemaal omgekeerd. En dan gaat het om een tekst die... zijn twee stukken waar hij het over heeft, waar hij heel veel over schrijft, en het gaat om twee stukjes tekst wat, nou nog geen bladzijde beslaat. Terwijl in het boek heel veel meer woorden en zinnen en visies van mij en mijn kijk op tinnitus weergeeft. Maar zo spookte er van alles door me heen. Hoe... eh hoe moest ik hiermee omgaan?
En ondertussen was ik natuurlijk bezig met die voorbereidingen voor de boekpresentatie en daar keek ik ook enorm naar uit! En ik werd dus ineens overspoeld ook door die onzekerheid. Ik ben in gesprek gegaan met mensen die mij goed kennen. En die heb ik ook gevraagd: zie ik het dan zo verkeerd? En die mensen zeiden: nee hier spelen andere zaken. Hier is waarschijnlijk iets heel anders aan de hand. Ja, daar kun je alleen maar naar gissen. En een ander zei -die het boek ook kent, die het boek gelezen heeft- die zegt: hè het is toch geen wetenschappelijk informatief boek? Dan is het vreemd dat het als zodanig beoordeeld wordt. Het lijkt erop alsof ze jou boek helemaal willen onderuithalen! Ja, nou ja, enzovoort.
Wat moest ik hiermee, want het zijn natuurlijk mensen die mij liefhebben, die begrijpen hoe mijn visie is. Ja, kunnen zij dan ook weer met een kritische blik naar zo'n recensie kijken?
En ondertussen, die voorbereidingen. Dan ben je bezig met, -oh ja, wat ik nodig had was de banner. En de visitekaartjes in de vorm van boekenleggers. Die heb ik opgehaald bij de drukkerij. Alles was klaar en dat was heel mooi. Ik kwam daar de drukkerij binnen en daar stond de banner rechtop, dus ik zag hem eigenlijk van verre al staan, zo door het raam heen. En toen had ik van: yes, dit is precies wat ik voor ogen had! Hier staat precies alles op wat ik wil delen op het moment dat ik ergens kom en ik mag een presentatie geven en het gaat over een van de drie boeken die ik geschreven heb, over een van de drie onderwerpen waar ik zo mee bezig ben.
Welkom in mijn wereld van het horen! Zo noemde ik ook mijn praatje. Alles rondom dat horen waar ik ook graag over vertel! Ik heb ook nog afgesproken op de locatie van: hoe gaan we het precies doen? Hoe doen we de indeling hier? Kan ik echt de microfoon gebruiken? Gaan jullie dat klaarzetten of moet ik nog wat vroeger komen, zodat ik kan helpen met dingen klaarzetten? Nee, dat zou allemaal geregeld worden. Daar hoefde ik zelf niet mee bezig te zijn. Op het moment dat ik daar zou komen zou alles klaar staan.
En thuis had ik natuurlijk al die spullen die ik mee ging nemen. Dat was dan de banner, de boekenleggers, de boeken zelf. Maar ook de eerdere boeken, zodat mensen het ook even kunnen inkijken. Ik had ook ..ehm.. wat lekkers meegenomen. Als ze weg zouden gaan dan konden ze ook daar iets van pakken. Dat heeft te maken dan weer met gebaren. Waren kleine duimpjes, in pepermuntvorm. Echt grappig!
En zo was ik er op vrijdagavond ook helemaal klaar voor om dus de volgende dag de boekpresentatie te gaan houden. En ondertussen was er toch een beetje die onzekerheid. Op donderdag 27 november lees ik de 'Dagelijkse gedachte' en daar stond dan 'niets is van alle kanten volmaakt'. Die vond ik mooi. En op vrijdag kwam de 'Dagelijkse gedachte' ook weer binnen -want dat krijg ik elke dag binnen via de mail- 'het vergt moed om los te laten wat je niet echt nodig hebt'. En dat heb ik op vrijdag gedaan! Ik heb losgelaten dat er vreemde kritiek komt op wat ik geschreven heb. Ik heb losgelaten dat iemand die ik best heel hoog heb zitten, omdat ik vaak zijn recensies zo goed in elkaar vind zitten, daar is echt onderzoek naar gedaan en dat ik dat bij deze recensie vind dat hij de plank volledig misslaat. Niet volledig, er staan ook goede dingen in de recensie die gewoon helemaal passend zijn, maar de foute conclusies die hij trekt, nou! Om dat dus allemaal los te laten. En dat lukte gelukkig.
Ik heb goed geslapen. En ik werd 's morgens wakker met echt dat gevoel van: há ja, ..ehm.. nu mag ik het boek presenteren aan een grotere groep mensen, die komen speciaal luisteren naar wat ik te vertellen heb en ook naar de andere sprekers. Ik heb er zin in!
En we zijn daar naartoe gegaan, naar die locatie. Ik heb mijn hoorhulpmiddelen even allemaal aangezet, want dat had ik ook nog in de week van tevoren goed getest. En de batterijen goed opgeladen, zodat ik met goed gevulde batterijen dat ik de extra hoorhulpmiddelen goed kon gebruiken en dat het al die tijd -dat die aan konden staan- dat het bruikbaar was. Dus toen we daar aankwamen heb ik dat even allemaal aangedaan. Ik heb zo'n werpbox waar dan een microfoon in gaat en zelf sluit ik dat aan op een ringleiding, die hang ik om mijn nek heen. En dat gaat dan naar een ontvangstkastje en die kan ik zelf steeds uit- en aan zetten. Het mooie is dat we ook op dat moment, dat ik dat aan had gesloten, dat mijn zoon, die nam de werpbox mee en die ging helemaal aan de andere kant van de locatie -het koffiehuis De Oude Bieb- en hij ging daar zachtjes iets zeggen tegen mij. Dat hoor ik dan rechtstreeks op mijn oren. Ik verwonder mij nog steeds dat dat dus mogelijk is, dat ik iemand die ver weg staat letterlijk kan verstaan wat die dan zegt! Het werkte dus. Dat was al mooi!
Alles stond klaar. Ik kreeg zelf al een kopje koffie, want degene die daar bediende weet al wat ik graag drink. Ik hoef alleen maar het gebaar te maken met dat ik dat graag wil en wat ik wil, hij herkent het. Want hij vindt het heel leuk dat we daar, op die locatie, elke donderdagochtend de gebarenoefengroep hebben. Hij vindt het leuk om te zien hoe wij dan met elkaar aan het oefenen zijn. Op die plek waar ik met de gebarenoefengroep zit, elke donderdagochtend, daar heb ik ook gestaan nu, om mijn praatje te houden.
En op een gegeven moment kwamen de mensen een beetje binnen druppelen. En ze kregen koffie of thee. Ze kregen wat lekkers. En daar had ik mooie, van die kleine petitfourtjes met het logo van het boek erbovenop. Dus het was ook nog iets heel bijzonders wat paste bij waar ze voor kwamen. Ze konden ondertussen ook de boeken in kijken, want die lagen daar. En op een gegeven moment ben ik mijn praatje begonnen, hadden we allemaal... we hadden een programmaatje gemaakt en dat lag ook op de tafels, dus mensen konden ook zien oké, ja het begint om 11 uur, dan gaat ze vertellen.
En toen ben ik gaan vertellen! Dat verhaal wat ik al aan jullie heb verteld. Wel met nog wat meer tekst erbij. Want ik kon nu, terwijl ik daar stond te vertellen, ook mensen meteen even bedanken, want die hebben daar allemaal in meegeholpen. En die mensen kon ik even noemen. Want die waren er! Die kon ik aankijken! Vond ik zelf heel fijn dat dat mogelijk was.
En zo waren er na mijn praatje ook twee andere sprekers. Eén is de meelezer, één van de meelezers, die heeft ook het voorwoord geschreven. En een stukje uit het voorwoord staat ook op de achterkant van het boek. Hij heeft ook gesproken namens de Stichting Hoormij. Want daar is hij de organisator, ja de organisator van Tinnitus Trefpunt.
De andere spreker was de vormgever, redacteur en vormgever. En zij heeft het boek binnenstebuiten gekeerd. In eerste instantie rondom de tekst en in tweede instantie helemaal de vormgeving van het boek. En ook zij had hele mooie woorden en ook hoe de samenwerking is verlopen. Ja, dat was gewoon heel fijn om dat van haar te horen en dat zij ook zelf trots is op dat boek wat zij mede mogelijk gemaakt heeft.
Daarna konden de mensen vragen stellen. En daar had ik die werpbox ook voor nodig. Die werpbox die ging dan naar de persoon die de vraag stelde. Zo kon ik het letterlijk horen. Voor de andere mensen was dat moeilijker. Alleen, er waren ook twee schrijftolken bij, de hele ochtend. Hele ochtend, het was maar anderhalf uur hè, het valt mee, totaal. Maar er waren twee schrijftolken die van het begin af aan de belangrijke dingen, de sprekers en van mij allemaal getypt hebben. En op tablets die verdeeld stonden over de tafels konden mensen meelezen, als ze het niet goed konden volgen, en dan konden ze gewoon lezen wat er gezegd werd. W...
Wed, 03 Dec 2025 - 12min - 188 - 8 De t van ...tinnitus
De t van tinnitus, het had de titel kunnen zijn van het nieuwe boek over tinnitus. Deze titel is het niet geworden. De titel is geworden: hoor jij wat ik hoor?
Ik wachtte in spanning op de boeken. Die zijn gearriveerd, dus nu weet ik hoe ze er in het echt uit zien.
Tijdens het opruimen van de papieren manuscripten van het boek kwam ik de mindmap tegen die ik helemaal aan het begin van het schrijfproces heb gemaakt. De meeste ideeën op de mindmap zijn in het boek opgenomen.
Ik deel ook de tekst, mijn praatje dat ik ga houden tijdens de boekpresentatie.
(eigen foto van het nieuwe boek Hoor jij wat ik hoor?)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 10, aflevering 8: De t van tinnitus.
Vorige week was ik een tijd onrustig, ongedurig, alsof er iets stond te gebeuren. En dat was ook zo! Want ik wachtte in spanning op de boeken. De boeken die ik heb geschreven over tinnitus. Ik heb die in een grote oplage laten drukken, dus die werden allemaal bij mij thuisbezorgd. En het was spannend, hoe ziet het eruit als ik het in mijn handen heb? En ik had het natuurlijk allemaal al gezien. De vormgever, daar heb ik elke keer mee heen en weer gemaild en elke keer ook mee gekeken. Daar feedback opgegeven. En ze heeft het heel mooi gedaan. Alleen, dan zie je het alleen maar op de laptop, op een scherm. Dan zie je het nog niet gedrukt in een boek. En dat was dus zo spannend. Hoe zal het zijn op het moment dat ik het boek in mijn handen zou hebben.
Toen zei een vriendin tegen me 'ja, dat is een beetje een gezonde spanning die je dan voelt'. Bestaat dat dan? Gezonde spanning? Dus ik ben het toch weer even gaan opzoeken en dan blijkt het ook, ja dat gezonde spanning is een gezonde vorm van stress... En het is ook een natuurlijke reactie van het lichaam. Want het zorgt ervoor dat je alert bent. En het helpt je ook om te presteren. En na een tijdje verdwijnt die spanning weer en dan keert het lichaam terug in een toestand van rust. Nou, dat gebeurde waarschijnlijk ook toen eenmaal de boeken er waren en ik ze in de handen had en het kon bekijken. Toen kwam er toch wel weer wat rust over mij. Van ja, hè hè, ze zijn er. Het ziet er mooi uit. Ik ben er heel blij mee.
Maar dan, komt er af en toe ook wel weer die onrust naar boven. Van wat gaat nu de ander ervan vinden? Degene die dit boek gaat lezen. Het gaat naar buiten toe met allerlei interviews. Dus er zijn mooie stukjes geschreven. En dan kan het een hele mooie recensie zijn, maar hoe gaan mensen daar dan op reageren? Dat maakt dat het toch elke keer die spanning even naar boven komt.
Maar goed, de titel van deze podcast, dat is 'De t van tinnitus'. Het grappige is dat ik dit tegen kwam toen ik aan het opruimen was. Ik was een heleboel manuscripten aan het opruimen. Ik heb meerdere manuscripten laten ..ehm.. kopiëren zodat ik het ook in papier in de hand had. Want dat vind ik veel makkelijker als ik aan het lezen ben, en ik kan veel makkelijker schrappen. Ja, ik kan er van alles bij schrijven. Ik vind het veel makkelijker dan op de laptop werken. En tijdens dat opruimen, kwam ik de mindmap tegen die ik als allereerste heb gemaakt, toen ik net begonnen was met het schrijven.
Ik heb het al een paar afleveringen eerder gehad over de mindmap die ik gemaakt heb over dat hele uitgeefproces. Maar ik heb ook helemaal aan het begin van het schrijfproces dus die mindmap gemaakt met midden in het woord 'tinnitus' en daar van alles omheen geschreven. Ik heb daar opgeschreven dat het belangrijk is om een stappenplan te maken. Dat ik het een beetje in de tijd kan gaan zetten. Dat ik na moet denken over financiën. Ik ga het boek in eigen beheer -in eerste instantie- uitgeven, dat was mijn idee. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. Maar ik moest wel even nagaan, gaat het dan lukken met dus die uitgaven daarvoor?
Verder had ik ook opgeschreven 'wat is de boodschap die ik wil brengen?' Wat is de aanleiding van het boek? ..Ehm.. welke vorm ga ik kiezen. Wat zijn de titels van de hoofdstukken? Welke bruggetjes kan ik dan daarin verweven? En ook dan de opbouw van het boek zelf. Dus niet het stappenplan van het hele schrijfproces, maar ook de opbouw van het boek zelf. Waar gaat het naartoe? Wat ik zelf ook belangrijk vond, heb ik hier ook op de mindmap opgeschreven; ik wil ook korte teksten en citaten gebruiken. En het liefst wat ik zelf geschreven heb, die mogen daarin verweven worden.
En ook een logo. Ik wil een logo ook van dit boek, heb ik van de andere boeken ook. Wat voor een logo past daarbij? Ja, iets met twee oren. Misschien toch weer die vorm van Equi Libre? ..Ehm.. het zou mooi zijn als er ook een soort kruispunt in zit. Kruispunt waar dan een soort actie uit voortkomt. Beetje de symboliek daarvan. Wat ik daarbij heb geschreven, ik wil rondom dat tinnitus-verhaal ook de psychosomatische kant belichten. En ook dat het een signaalfunctie is. En ook welke andere invalshoeken zijn er rondom tinnitus?
En zijn er ook andere mensen die erover geschreven hebben? Er zijn heel veel boeken al geschreven over tinnitus. Maar wat is daar dan anders wat ik dan kan gaan doen? Hoe kan ik het anders maken? En dat had ik natuurlijk van tevoren al bedacht, voordat ik ging schrijven. Ik wil uitgaan van al die ervaringen van mij. Ik wil mijn eigen proces van het leren omgaan met tinnitus, die wil ik beschrijven aan de hand van allerlei korte ervaringen. Want dat heb ik zelf het liefst, dat het korte ervaringen zijn en niet ellenlange verhalen, waardoor je het hele proces wat lichter maakt. Als ik het lichter maak voor mezelf, dan doe ik dat ook voor de lezer om het wat lichter te maken.
Op die mindmap staat ook van: hoe zat het dan vroeger? En welke media-aandacht is er? En waarom zijn lotgenoten belangrijk? En wat mist daar nog allemaal in? Helemaal aan de zijkant van de mindmap, bovenin, staat de titel van het boek. En heb ik een heel rijtje van andere titels opgeschreven. Het had dus ook de titel kunnen zijn: de t van tinnitus. Het had ook kunnen zijn: geen stille wereld meer. Of voorbij de stilte. Of iets van: tussen mijn oren. En dan helemaal onderaan staat daar dan: 'Hoor jij wat ik hoor?' En bovenaan staat ‘de zee in mijn hoofd’. Dat had zeker de titel kunnen zijn van mijn eerste boek. Zelfs bij het 2e boek en ook bij dit 3e boek had ik die titel kunnen kiezen. Heb ik niet gedaan. De titel is geworden: 'Hoor jij wat ik hoor?'. En die heb ik hier op deze mindmap al neergezet. En pas later besloten, dat gaat het worden.
Wat ik belangrijk ook vond in die ervaringen, ik zie hem hier ook nog weer staan, op die mindmap. Dan gaat het uit vanuit vroeger. En alle veranderingen die hebben plaats gevonden en vooral ook de sleutelmomenten benoemen. En ook, hoe gaat het er nu dan mee? Hoe ga ik er nu mee om? En verder ook ja, ik heb er werk van gemaakt, van tinnitus. Dat hele proces wil ik dus dan beschrijven, maar dat is ook gelukt omdat ik zelf als hoorcoach werk en mensen begeleid met tinnitus. En dat ik presentaties heb gegeven en nog steeds presentaties geef. Maar wat ik aan ervaring heb meegenomen ervan, dat kan ik ook meenemen in dat boek. En de gastlessen die ik heb gedaan. Het beheer van de Facebook-groep heeft daarbij geholpen. De podcast die ik maak waarbij het ook af en toe over tinnitus gaat. De radio-uitzendingen, één keer per jaar over tinnitus. Daar is allemaal zo veel informatie uit te halen wat ik kan gebruiken.
En ik heb al vanaf 2006 -toen ik thuis kwam te zitten- dat is echt het kantelpunt in mijn leven, en dat ik een hele tijd niets kon, heb ik een heleboel dingen steeds opgeschreven, kleine ervaringen over de tinnitus. Maar dat heb ik in allerlei verschillende schriften geschreven. Tijdens het creatief schrijven kwam dat heel vaak langs. En juist al die kleine ervaringen uit al die schriften dat is goed om dat allemaal weer op te zoeken en die te gaan gebruiken. Want die verhalen zijn er al. En dat is ook wat hier op de mindmap staat: maak gebruik van wat er allemaal is, wat je allemaal eerder hebt geschreven.
Het leuke is, als ik nu die mindmap terugzie, dan denk ik dat het precies is geworden zoals ik het voor ogen had. Terwijl ik deze mindmap al een hele tijd niet meer heb gezien, is het toch dat boek geworden wat ik zelf had willen lezen toen ik het nodig had.
Op 29 november, ik maak deze podcast in de week van 29 november, dan is boekpresentatie. En ik wil jullie alvast mijn praatje laten horen, want dan kan ik het even oefenen en dan ..ehm.. ja, jullie weten het dan al, maar alle andere mensen die nog komen naar de boekpresentatie, die weten dit natuurlijk nog niet. Maar ik dacht, dit verhaal wil ik gaan vertellen. Die boekpresentatie wordt gehouden hier in een horecagelegenheid in Zeewolde.
En dan wil ik zo beginnen. Het kan zijn dat ik ook allerlei dingen nog tussendoor ga vertellen, dat weet ik niet. Ik probeer me te houden aan wat ik wil gaan vertellen tijdens die boekpresentatie.
‘De zee in mijn hoofd’. Daar begin ik mee. Die staat op de banner, een mooie grote banner waar alle drie mijn boeken op staan en bovenaan staat: ‘de zee in mijn hoofd’. Dat is mijn metafoor in het leven. En het had dan ook de titel kunnen zijn van alle drie de boeken. Het is het niet geworden. Het is een andere titel geworden. En ik neem jullie even mee in mijn wereld van het horen.
In 1996 kreeg mijn moeder hoortoestellen. Zij had te horen gekregen dat zij genetisch gehoorverlies heeft. Dat ze dat vanaf haar geboorte al heeft. Het was toen best heel zwaar in het onderwijs voor mij, want daar werkte ik. Dat ik dacht van, ik laat het ook eens onderzoeken. En ik ben naar het audiologisch centrum gegaan inderdaad ik heb ook genetisch gehoorverlies. Hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als wat mijn moeder heeft. We hadden nog geen idee wat voor...
Wed, 26 Nov 2025 - 20min - 187 - 7 Schakelen
Deze dagen ben ik continu aan het schakelen tussen acties, denkwerk en de gewone huishoudelijke taken. Maar er is nog een andere manier van schakelen, namelijk op de fiets. Fietsen in Zuid-Limburg, ik moest echt even leren schakelen. Pfff.
(foto van de maretakken die in dit deel van Zuid-Limburg veelvuldig voorkomen)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik vertel in deze podcast over het fysieke evenwicht en ook over mijn psychisch evenwicht. Dan gaat het ook wel over het evenwicht tussen werk en privé. En ook wel het evenwicht tussen al die activiteiten die ik doe. Daar gaat het over in deze aflevering. Dit is seizoen 10, aflevering 7: Schakelen.
Ik heb het gevoel dat ik deze tijd, de afgelopen weken, en ook denk ik wel wat er aan gaat komen, dat ik voortdurend aan het schakelen ben. Het ene moment ben ik bezig met het ontwerp voor de banner die ik wil gebruiken als ik een presentatie geef over het nieuwe boek. En dan ben ik bezig met hoe ik dat eruit wil laten zien en dan heb ik een heel gesprek over met degene die dat ontwerpt.
En het volgende moment ben ik aan het uitleggen aan een fysiotherapeut over dat evenwicht. Leg ik het een beetje uit van zo zit het en zo zit het. En dan ben ik weer aan het begeleiden, de gebaren-oefengroep. Daar zit eerst een voorbereiding aan vast, dan ben ik er al een dag eerder mee bezig van wat gaan we doen de volgende dag, en dan ben ik zelf aan het begeleiden op de donderdagochtend, elke donderdagochtend. En het volgende moment ben ik een tekst aan het redigeren over gehoorverlies.
Het ene moment heb ik een live radio-interview, dan word ik geïnterviewd. Dat is ook heel vreemd voor mij, want meestal interview ik andere mensen. En dan ben ik weer een verslag aan het lezen over het busvervoer in Flevoland. Want ik ben ROCOVF-lid, daar heb ik het al een keer eerder over gehad en we hebben binnenkort weer een bijeenkomst. En dan komen er allerlei verslagen en plannen, komen langs over het busvervoer en dat moet je natuurlijk doorgenomen hebben van tevoren.
En dan is weer een moment dat denk ik: oh ja, ik moet nog even regelen dat er een datum is wanneer ik weer radio-opname heb. En dan ook nog een gast uitnodigen, ik moet zorgen dat de studio gereserveerd is, de techniek. En dan ben ik daar weer even mee bezig. En dan is er weer een webinar over ‘boekmarketing’, dan gaat het over dat nieuwe boek van hoe kan ik dat nog mooier in de markt zetten?
Het volgende moment zijn we aan het nadenken: wat gaan we doen met de kerst dit jaar? En dan ga ik naar de audicien voor controle van mijn eigen hoortoestellen. En dan komt er een bericht binnen, een mail binnen, over het inplannen van het meedoen als trainingsacteur op de hogeschool bij de tolkopleiding om mee te doen aan het examen voor de studenten. Ja, en daarnaast komt natuurlijk het huishouden, de boodschappen doen, het koken, ..ehm.. nadenken: wat hebben we allemaal nodig? Een verjaardagsfeestje, wat gaan we dan precies doen? Wie worden er allemaal uitgenodigd?
En nou ja, dat schakelen tussen al die verschillende activiteiten dat is natuurlijk altijd zo, alleen voelt het op dit moment als veel meer activiteiten die er zijn. En dat komt natuurlijk omdat mijn derde boek eraan komt. De promotie voor dat boek moet ik al veel eerder doen dan wanneer het boek er op dat moment ook is. Het is goed om dat al allemaal in gang te zetten. Zodat je een soort voorbereiding hebt en zodat andere mensen ook de tijd hebben om bepaalde dingen te kunnen regelen voor mij. Zoals bijvoorbeeld die banner. En ook van: ga ik nou een visitekaartje doen of ga ik even iets heel anders doen? Want mijn visitekaartjes waren allemaal op, dus ik moest toch nieuwe hebben. Wat ga ik daar dan mee doen en hoe gaat dat eruitzien? Al die verschillende activiteiten.
Ik heb verteld ook over die mindmap die ik gemaakt heb, over alles wat nodig is voor alleen maar het boek. En dat er dingen tegelijkertijd kunnen gebeuren. Je kan met verschillende dingen al bezig zijn. Het is niet zo dat je één ding helemaal afrondt en dan weer met het volgende. Nee, het loopt een beetje door elkaar heen. Maar dat betekent dus dat ik steeds aan het schakelen ben in mijn hoofd. Wat ik zeg: het is altijd al wel zo dat je schakelt. Als je 's morgens al voor de kledingkast staat van 'wat ga ik aandoen?' dan ben je ook aan het schakelen. Wat ga ik vandaag doen? Waar heb ik zin in om aan te doen? Wel of niet een felle kleur? Ehm... warm of iets wat koeler is? Nou, enzovoort. Dan begint eigenlijk al het nadenken over wat je wil en dan ben je ook al aan het schakelen. Want ondertussen ben je al bezig van wat ga ik nog meer doen vandaag? Het zit er altijd doorheen verweven in de voorbereiding waar je dan mee bezig bent. Dus ik bedenk 'wat zal ik aandoen', dan bedenk ik tegelijk ook 'Wat ga ik allemaal doen vandaag? Waar ga ik naartoe? Wie ga ik ontmoeten? Wat is handig om aan te doen?' Nou, schakelen.
Een hele andere vorm van schakelen, daar wil het verder (ha) over gaan hebben in deze podcast. We zijn een weekje in Zuid-Limburg geweest. We hadden de fiets mee. En daar heb ik een hele andere vorm van schakelen meegemaakt. Je hebt namelijk in Zuid-Limburg allerlei heuvels. Of het is anders, het is een dalenlandschap hebben we begrepen. Het is altijd een hoogland geweest en door de rivieren die daar doorheen zijn gestroomd, jaren geleden al, zijn er allerlei geulen ontstaan en is er heel veel grond en zo allemaal weggehaald juist, is allemaal mee gestroomd, waardoor er dus dalen ontstonden. Het is dus eigenlijk een dalenlandschap. Neemt niet weg dat je dus ergens omhoog en omlaag moet gaan en dan voel je misschien al aankomen.
Gelukkig is dat niet overal zo. Want de eerste dag dat we gingen fietsen, zijn we wel omhoog en omlaaggegaan, maar dat was alleen bij de dijk waar we omhoog moesten om de brug over te kunnen die over het kanaal ging. We konden niet de Maas over. Pontje wat daar normaal vaart in de zomer, die vaart niet vanaf 31 oktober meer en wij waren na 31 oktober in Zuid-Limburg. Dus we konden niet met het pontje over. Maar we konden wel dat land daar, vlak langs de Maas, daar konden we wel fietsen. We zaten dan ook -je moet je even voorstellen, Maastricht en daar zo'n 8 kilometer daarboven, in het noorden daarvan- in een heel klein plaatsje, en dat heet Geulle. En vanuit Geulle gingen we dus de ..ehm.. het kanaal over en eigenlijk vlak naar de Maas toe en daar ligt Geulle aan de Maas.
En we zijn daar gaan fietsen en fietsen. En op een gegeven moment moet je weer terug, dat kanaal over, dus dan ga je weer omhoog en omlaag. Maar dan heb je dus niet te maken met het dalenlandschap, wat verderop in Zuid-Limburg allemaal wel is. Dus het viel reuze mee. We zijn toen heerlijk in Maastricht geweest. We hebben daar gewandeld. We hebben daar lekker gegeten. En toen zijn we weer ook zo gaan fietsen terug, want we moesten ook nog even boodschappen doen voor het avondeten, en dat was allemaal een beetje vlak land, dat was prima te doen. Vanuit Maastricht fiets je dan naar Bunde, ook een klein plaatsje en dan door naar Geulle. En dan heb je helemaal niet te maken met dat je omhoog en omlaaggaat. Was goed te doen.
De volgende dag wilden we meer oostwaarts gaan. We gingen fietsen. Je hebt het spoor vlak langs Geulle, de ..ehm.. de spoorlijn loopt daar. We gingen daar het viaduct onderdoor en daar sloegen we af en ik was er niet op voorbereid. We sloegen af en dat was een beetje met een bocht, je kon niet helemaal zien hoe de weg precies verder liep. Maar op een gegeven moment zaten we op een hele steile weg. En ik was vergeten om meteen bij te schakelen, dan kan ik hem harder zetten, op de e-bike is dat heel fijn. Ik deed dat te langzaam, het lukte me niet. Ik kwam dus niet omhoog! En dat is zó ontzettend vermoeiend als dat niet lukt! Ik ben toen afgestapt. En ik moest mezelf ook tegenhouden dat ik niet achteruit eigenlijk weer rolde met de fiets. Toen dacht ik: nou dan ga ik maar verder lopen met de fiets aan de hand, maar dat is ook loeizwaar als je dus zo schuin omhoog moet. Ik was er dus écht niet op voorbereid.
En nou zei mijn man van: ga het nou nog een keer proberen. Je moet hem in zijn hoogste stand zetten, dat je dus dat ..ehm.. ik heel veel ondersteuning krijg, eco is de eerste stand en dan heb je tour, dan heb je sport en dan heb je turbo. Dus dan kan je hem helemaal op turbo zetten. Maar aan de andere kant, aan de rechterkant, kan ik ook het verzet veel lichter zetten. En die stond waarschijnlijk iets te zwaar. Dus ik die lichter zetten en ik probeer weer op te stappen en dat lukte nog niet! Toen zei Roel van (mijn man): "ga nou eens aan 2 kanten van de stang staan". Dan ga je voor je zadel staan en dan dus je trapper even goed doen en dan op die manier kracht zetten, om dan wel weer op gang te komen. Nou is dat heel lang geleden dat ik zo over de stang ging staan, dat heb ik gedaan, ..ehm.. dat mijn evenwicht weg was, dus het zal in 2006 zijn geweest, 2007, toen had ik heel veel moeite met het evenwicht. Toen had ik nog een gewone fiets, had ik nog geen elektrische fiets. En toen ik weer een beetje ging fietsen, kon ik niet met één been opstappen. Moest ik dat echt vanaf twee benen doen, voor m'n zadel - we hadden het zadel ook wat lager gezet- en dan kon ik dus zo met mijn voet erop zetten en dat je dan eigenlijk direct gaat zitten. En dat had ik al die tijd niet meer gedaan. Op het moment dat ik weer gewoon kon opstappen zoals je van de zijkant dat doet. Dus nu moest ik dat weer doen! Ja, op zich is dat niet vreemd. Heb ik vroeger ook gedaan, dus kan ik het nu ook wel doen.
Maar dan sta je op een hele schuine helling. Dus je moet jezelf ook goed tegenhouden, want die fiets die wil jou bijna eigenlijk achteruittrekken, omdat je zo schuin staat. Uiteindelijk toch geprobeerd! Voet erop. Veel kracht zetten en mete...
Tue, 18 Nov 2025 - 15min - 186 - 6 Praten met je lichaam
Op het NmG weekend heb ik geleerd over het gebruik van gebaren in combinatie met het gebruik van je hele lichaam. Hierbij komen ook de emoties langs, want die zijn heel goed met je lichaam uit te drukken.
(Foto gemaakt tijdens een activiteit op zaterdagavond)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord, zowel fysiek als psychisch. En ik deel allerlei ervaringen waar ik mee te maken heb in mijn leven, wat ik tegenkom, wat ik mee maak, ook dat deel ik hier in deze podcast. Helemaal omdat ik denk dat jij dat ook best interessant vindt om daarover te horen. Dit is ook weer zo'n aflevering, het is seizoen 10, aflevering 6: Praten met je lichaam.
Elke donderdagochtend ga ik hier naar een horecagelegenheid, 'De Oude Bieb' in Zeewolde, en daar ga ik naar de gebaren-oefengroep. Dat noem ik eigenlijk 'praten met je handen'. Zo staat het ook in de lokale krant in de agenda. Elke week op donderdagochtend wordt daar een activiteit georganiseerd in De Oude Bieb en dat heet 'praten met je handen'. Wat wij dan doen, is met de groep samen, rondom een thema, allerlei gebaren leren. Het kan leren zijn, het kan herhalen zijn. We gaan dat oefenen en dat zijn dan de officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal. Maar wij praten erbij en daarom is het NmG: Nederlands met Gebaren.
Als je gebaren leert, dan heb je te maken met verschillende dingen. Ik heb het ooit wel eens eerder verteld, denk ik, maar ik ga het hier nog een keer benoemen. Een gebaar bestaat namelijk uit de handvorm. Gebaren maak je met je handen en dan heb te maken met de vorm van de hand. De vorm van je hand: hoe houd je je hand en ook hoe gebruik je je vingers daarbij? Dus die handvorm is heel belangrijk. En dat vormt dan een soort woord.
Dan heb je ook de gebaren-ruimte, de plaats waar het gebaar wordt gemaakt. Wordt het vlak voor je lichaam gedaan, wordt het naast je gedaan, iets hoger, iets lager. Dan heb je de oriëntatie van de hand, met de handpalm naar voren toe of naar je toe of naar beneden of met de palm op, dat ie omhoog staat. Dan heb je te maken met de vingerrichting. Naar welke kant wijzen de vingers. En dan gaat het er ook om: gebruik je 1 vinger, 2 vingers, alle vingers? Alle manieren zijn mogelijk.
Je hebt ook te maken met beweging. En die beweging kan een lange beweging zijn of een korte. Een doorgaande beweging. Het kan snel gaan. En als je met 2 handen een gebaar maakt, gaat dat gelijk of ongelijk? Het kan ook zijn dat met die beweging, dat je ook je hand verplaatst in de ruimte. Dus niet alleen de hand zelf die beweegt, maar ook de hele hand die je verplaatst. Het kan zijn dat bij bepaalde gebaren, dat je je gezicht aanraakt. Of ergens anders op je lichaam het aanraakt. Het kan ook zijn dat je met je ene hand waar je het gebaar mee maakt, de andere hand ook aanraakt. En dan heb je een actieve hand en een passieve hand. De actieve hand gaat dan naar die andere hand toe, de passieve hand en die wordt dan ook aangeraakt.
En verder wat belangrijk is bij Nederlandse gebarentaal is de mimiek. Dat is: hoe gebruik je je gezicht? Hoe kijk je? Wat doe je met je ogen? Wat doe je met je wangen? Hoe kijk je, dus niet alleen maar je wenkbrauwen, want die kunnen omhoog en die kunnen juist naar beneden toe en die hebben allemaal een andere uitdrukking. En misschien zelfs ook de mondstand. Als je heel verdrietig bent, dan doe je iets heel anders met je mond, dan wanneer je aan het lachen bent. Dan maak je daar een lach van. Dus die mimiek is ook heel belangrijk in de gebarentaal.
En wat dan ook kan helpen, het mondbeeld. Dat je het woord ook zegt. Mensen die helemaal doof zijn, die gebruiken minder mondbeeld, maar als ze wél hebben leren praten, dan weten ze ook wat het mondbeeld is van een bepaald woord en dan kun je het woord ook uitspreken. En dat hoeft niet altijd met geluid, maar je kunt het wel laten zien, met je mond. En wat verder nog heel belangrijk is, is dat dat hele lichaam gebruikt wordt. En daar wil ik het verder met je over gaan hebben.
Ik ben namelijk geweest naar het NmG-weekend. Georganiseerd door de Stichting Plotsdoven. Dat gebeurt één keer per jaar. En dan komen we met een groep mensen samen, zowel beginners als gevorderden. En dan krijgen we daar gebarenles. En dit keer ging het niet om het aanleren van allerlei nieuwe gebaren bij de gevorderden les -daar mag ik al aan meedoen- maar het ging om een hele andere manier van gebaren. Veel meer gebruik maken van de lichaamstaal. Sowieso is de gebarentaal een visuele taal, want je kijkt ernaar met je ogen. Je hoort het niet, je kijkt ernaar. Je ziet het. Verder was het thema 'emoties' en bij die emoties horen gebaren. Maar het kan best zijn dat jij het officiële gebaar niet eens maakt, maar dat je toch kunt laten zien, met welke emotie je te maken hebt. Dus je hoeft niet alle gebaren helemaal specifiek, precies te weten. Het hoeft ook helemaal niet perfect. Het gaat erom dat je me je hele lichaam kunt laten zien wat je precies wilt vertellen, zodat de ander begrijpt wat jij bedoelt.
En ik vond dat zó mooi om dat verschil te zien, tussen als je alleen maar gebaart zonder mimiek, zonder lichaamstaal -dan zijn het echt alleen maar, nou bijna losse gebaren, dan is een verhaal ook best moeilijk te volgen. Maar op het moment dat daar mimiek bij komt en die lichaamstaal en je ziet die ogen spreken, dan wordt het al veel makkelijker om zo'n verhaal te volgen. Dat is wat in Nederlandse gebarentaal heel veel gebeurt. Als je naar de tolken kijkt op televisie dan kun je het ook zien dat daar veel meer te zien is dan alleen maar dat handgebaar.
Wat mooi was wat wij hebben gedaan, dat wij emoties, dat we die lieten zien. En het grappige was, het was niet alleen maar het gebaar van die emotie, maar dat kun je ook in gradaties doen. Je kunt blij zijn en ik kan het natuurlijk niet laten zien, nu in de podcast, maar je kunt het gebaar van blij-zijn doen. Maar op het moment dat jij veel blijer bent, gradaties dus; 1 is gewoon blij, 2 of 3 of 4 of zelfs 5 dan ben je heel blij, dan kun je dat laten zien. Je doet hetzelfde gebaar maar op een veel ja, grotere manier! Met een veel blijer gezicht! En als je dan heel blij bent, gradatie 10, dan kun je die handen zelfs helemaal in de lucht doen en laten zien met je hele lichaam hoe blij je bent.
Zo kun je dat ook met boos doen. Je kunt gewoon boos zijn en even een vuist op steken zo. Dat is dan boos. Maar het kan ook zijn dat je ontzettend boos bent en ook dat kun je laten zien. En het leuke is bij die gebaren, boos-zijn, woedend, daar gebruik je écht je hele lichaam bij, je... je staat bijna in een soort vechthouding. Je gebruikt je buikspieren erbij en toen zei ik al: 'eigenlijk zijn we gewoon buikspieroefeningen aan het doen (ha)'. Dus door zó boos te zijn (ha) dat je dus.. je hele lichaam komt ..ehm.... in actie ..ehm.. staat op spanning en nou, echt geweldig om dat dan te mogen spelen! Dat hebben we dan ook gedaan. We hebben gespeeld, we hebben aan elkaar laten zien ook hoe raar het eruit ziet -daar konden we dan weer heel erg om lachen- maar zo kun je emoties op allerlei manieren laten zien. Het kan dus een hele kleine emotie zijn, maar als het een heftige emotie is kun je dat met je hele lichaam uiten.
En wat ook ja, bijna een thema was, is als je het gebaar helemaal niet kent, het officiële gebaar uit de Nederlandse gebarentaal, laat het gewoon zien! Beeld uit! Want je wilt duidelijk maken aan de ander wat je nou precies bedoelt. En als je dat niet met woorden doet, gebruik dan ook alles wat je tot je beschikking hebt. Je kunt ook ergens naartoe wijzen. Je kunt iets erbij pakken. Maar je kunt het ook in je eigen lijf, met je eigen lijf het helemaal laten zien.
Zoals ook mijn eigen inbreng naar aanleiding van de vraag: 'wat heeft jou geholpen in het proces van leren omgaan met slechthorendheid?' Ik kan er nog even bij vertellen dat dat ook een thema was, van wat heeft jou nou zo geraakt rondom jouw slechthorendheid? Wat is jou ooit overkomen? En waar heb je dan nog moeite mee? En welke emotie hoort daar dan bij? Hoe ziet dat eruit? Laat het eens zien! Dat hebben we gedeeld met elkaar en dan kom je erachter, dan zie je bij andere mensen hoe moeilijk zij bepaalde dingen ..ehm.. hebben gehoord van andere mensen die iets gezegd hebben wat hun zó geraakt heeft en waar ze nu nog steeds emoties bij krijgen. En met name ook verdriet en boosheid. Dat zijn emoties die dan het meest naar boven komen. Dat hebben we laten zien. En ook van wat zal je dan tegen die ander nog kunnen gaan zeggen? En hoe zou je dat dan doen? Hoe kun je dat dan met die lichaamstaal nog duidelijker maken, zodat die boodschap die jij brengt bij die ander, dat die nóg duidelijker overkomt.
En het is mooi om te zien hoe mensen daarin groeien op het moment dat we dat laten zien en dat we dat ook allemaal gaan durven. Dat we steeds meer durven. En op het eind kregen we dan die vraag: 'wat heeft jou geholpen in het proces van leren omgaan met die slechthorendheid?' En ik hoorde die vraag, 'k denk: daar heb ik eigenlijk niet direct een antwoord op. Behalve dan dat ik lang geleden al van een vriendin hoorde, die zei: 'nou dat gehoorverlies betekent voor jou misschien wel, je hoeft niet meer alles te horen'. Die heb ik dan ook gedeeld.
Maar toen die vraag nog een keer kwam, toen dacht ik wat heeft mij nou echt geholpen? Dan is het zeker het schrijven ervan. Ik heb heel veel opgeschreven, altijd. Ik heb er zelfs boeken over geschreven (ha) onder andere nu ook over het oorsuizen. En het heeft ook met gehoorverlies te maken. Vooral het schrijven ervan helpt mij ook om daar goed mee om te gaan. Maar wat mij nog meer heeft geholpen, en dat is vanaf het moment dat ik thuiskwam met de ziekte van Ménière en toen ik het re-integratietraject ging doen, omdat ik niet meer het werk kon doen, in...
Wed, 12 Nov 2025 - 14min - 185 - 5 Meniere vroeger
De titel is meer: Meniere vroeger en nu, want ik vertel over uitspraken van eind jaren '80 en hoe ik erover denk en hoe daar tegenwoordig over wordt gedacht.
In de jaren '80 werden er boekjes uitgegeven met informatie over Meniere, door de N.S.V.M. In deze aflevering ga ik in op het artikel geschreven door KNO arts prof dr Oosterveld.
(foto is uit het Meniere boekje Balans, 8e jaargang, no 1,1990)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast in Nederland die gaat over ons fysieke en psychisch evenwicht. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ook auteur van het boek 'Ménière in balans'. En deze aflevering gaat over Ménière. Dit is seizoen 10, aflevering 5: Ménière vroeger.
Op Facebook is er een pagina: 'Eerlijk over Evenwicht' dat wordt beheerd door Verony Manders. En zij heeft hele interessante informatie die zij deelt over het evenwicht, en ook over de samenwerking van zintuigen en over mogelijke behandelingen. Zij geeft waardevolle informatie dus. Wat zij nu heeft gedeeld zijn bladzijden uit een boekje, uit Ménière boekjes, en die boekjes die heten: Balans. En die komen uit eind jaren 80. En ze heeft een artikel gedeeld uit één zo'n boekje van de kno-arts professor doctor Oosterveld. Hij werkte toen in het AMC, eind jaren 80. De boekjes die werden uitgegeven door NSVM. En ik heb even opgezocht wat NSVM is, dat is een afkorting. Maar ik kom er dus niet achter, want er wordt aangegeven; ja waarschijnlijk is het een typefout en moet het de NVVS zijn.
De NVVS, Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden. Die bestaat nog steeds. Dat is een vereniging, maar die valt onder Stichting Hoormij, daar is het nu aan gekoppeld. Maar ik weet zeker dat de NSVM wel bestaan heeft, want dat staat zelf in dat boekje. En daar was mevrouw van Denderen, die hielp bij het secretariaat en die hielp toen ook mensen met een luisterend oor. Je kan daar naartoe bellen, want er was verder heel weinig informatie nog over Ménière te vinden en dan kon je haar bellen en dan kon je daar de informatie krijgen die je nodig had of in ieder geval, je kon je verhaal kwijt.
Maar even terug naar die kno-arts professor doctor Oosterveld, die heeft daar een heel artikel in geschreven over die ziekte van Ménière. En ik neem je daar even een stukje in mee en ik geef daar ook meteen de uitleg bij of wat meer informatie of ja, wat misschien al wel erg verouderd is. Want er staan echt een paar dingen in waarvan ik denk: ik vraag me af of dat wel klopt.
Alleen, in die tijd hadden ze die informatie niet allemaal. Tegenwoordig heb je ook dat naast de ziekte van Ménière er nog veel meer evenwichtsstoornissen zijn, en dat wordt steeds duidelijker dat het iets anders is dan de ziekte van Ménière. In de jaren 80 werden heel veel evenwichtsstoornissen de ziekte van Ménière genoemd.
In het artikel, van die kno-arts, staat dat de ziekte van Ménière een welvaartsziekte is. En later in het artikel gaat het over een beschavingsziekte. En dan blijkt dat bij de mensen in Zuid-Afrika, daar komt de ziekte van Ménière helemaal niet voor. Het komt ook niet voor bij de Papoea's - midden Afrika heb je het dan over. En ook niet in India. En dan staat er ook in het artikel: minder ontwikkelde gebieden. En dat de ziekte van Ménière vroeger ook niet bij alle oude stammen voorkwam en ook niet bij de Germanen en zo. En dan staat er ook nog bij als, ja, vervelend woord, maar als een neger in Afrika zich westers gaat gedragen dan zie je na 20 jaar de kans op Ménière ontstaan. Ik vind dat nogal wat uitspraken, maar in die tijd was dat ja, gewoon? Ik weet niet of het echt gewoon is. Ik vind in ieder geval dat je het nu niet kan maken om daar op die manier over te praten.
Was het alleen maar een ziekte die in heel West-Europa, in ja, omdat het een welvaartsziekte wordt genoemd, dat het daar echt, alleen daar voorkwam? Ik denk dat het altijd overal voor is gekomen. Al die mensen die met die klachten kwamen, daar werd niets meegedaan! Ik denk dat heel veel van die mensen nooit bij een arts kwamen, dus het is niet genoteerd!
Hoe weet je dan dat het daar wel of niet voorkomt? Ik vraag het me af of daar de mensen... dat niemand dat had of dat het wel gewoon er was. En dat mensen er mee om konden gaan. En als ze er niet mee om konden gaan, ook dat werd niet ergens opgeschreven. En het werd ook niet geteld. Het werd misschien niet eens herkend. Als je dan bij de arts kwam en je vertelde je klachten, dan kon die arts daar in Afrika, in India, kon hij niet eens vertellen dat het een naam heeft. En dat die combinatie van factoren, wat bij Ménière hoort, de aanvallen van draaiduizeligheid, tinnitus, gehoorverlies, dat die symptomen samen, dat dat dan de ziekte van Ménière heet.
Want deze ziekte Ménière, komt uit Frankrijk. Daar is een arts geweest, Prosper Ménière, die heeft deze symptomen, deze naam gegeven. Op die manier is het een ziekte die hier bekend is, omdat daar een naam aan gegeven is. Maar het kan best zijn, dat al die symptomen ook voorkwamen in alle andere landen op aarde. Dat het altijd er is geweest.
Want dan zou je ook denken dat het vroeger helemaal nooit voorkwam. Maar ook daar zijn natuurlijk geen cijfers van, dus we weten het niet of het in de vorige eeuwen ook is voorgekomen. Dan zou het toch ergens opgeschreven moeten zijn in allerlei boeken. We weten wel dat het oorsuizen er al heel lang al is. We weten ook dat er wel mensen zijn geweest met draaiduizeligheid. Ook daar zijn wel dingen over geschreven. Heel vroeger. Maar die ziekte van Ménière, die symptomen zo bij elkaar dat dat één bepaalde naam heeft, dat is natuurlijk pas sinds Prosper Ménière dat zo benoemd heeft. Dus ja, als je dat als arts helemaal niet weet, kun je het ook geen naam geven. Ik denk dat het altijd is voorgekomen.
In dat artikel van die kno-arts professor doctor Oosterveld staat ook dat er grote verschillen tussen Zweden en Frankrijk zijn. En dan vraagt ie zich af, zouden de oogkleuren er iets mee te maken kunnen hebben. Dat blauwe ogen een hogere kans geeft op Ménière. En in Afrika hebben ze die blauwe ogen niet, ja, kwam het daarom daar niet voor? Ik vraag het me af. Ik vind dat een vreemde uitspraak en er is ook nu nooit meer iets over gezegd over dat het te maken heeft met waar iemand woont. Tegenwoordig wordt gezegd dat de ziekte van Ménière overal voorkomt, op de hele wereld. Maar of dat dan komt omdat overal die westerse samenleving, de beschaving, overal is binnengetreden? Nee, volgens mij klopt dat dus niet.
Wat hij ook aangeeft, deze arts, ‘bij een Ménière-aanval hoort een aanval te zijn. Je voelt het aankomen.’ En dan noemt hij de symptomen hoofdpijn, een bandgevoel om het hoofd, lichte zweverigheid en het begin van een beetje misselijkheid. Hij geeft er dan nog wel bij aan: individueel zijn er grote verschillen tussen de soorten aanvallen. En het wisselende gehoorverlies. Bij hoofdpijn, ik heb nog nooit hoofdpijn gehad tijdens een aanval van draaiduizeligheid. Tegenwoordig, als er mensen zijn die die hoofdpijn hebben, is het vaak de vestibulaire migraine. Bij vestibulaire migraine hoef je geen hoofdpijn te hebben, dan heb je wel de draaiduizeligheid, maar geen hoofdpijn. Maar dat kan wel. Omdat het wel vanuit die migraine komt. Dan is het een andere manier, een andere manier van ontstaan ook van die draaiduizeligheid. Mensen die allebei hebben, die en Ménière hebben en vestibulaire migraine voelen het verschil in de aanval. In de aanval van draaiduizeligheid. Waar dat precies aan ligt ben ik nog steeds niet achter. Maar er zit dus een verschil in. Zij kunnen dat verschil wel voelen.
En een bandgevoel om het hoofd, ken ik ook niet. Bij mij was het chaos in mijn hoofd. En niet het gevoel van een bandgevoel. En lichte zweverigheid kan ik ook niet zeggen. Want het is zo veel chaos in dat hoofd, tijdens zo'n aanval van draaiduizeligheid, dat het zeker geen lichte zweverigheid is, want ik kan geen kant op. Ik kan me niet bewegen. Ik kan niet opstaan. Ik kan niet omhoogkomen. Als ik omdraai wordt het nóg heftiger. Ik voelde het wel vaker aankomen en dat was de druk op het oor. En dat wordt hier dan weer niet genoemd in het artikel. Terwijl dat juist een kenmerk kan zijn, je voelt het aankomen door de druk op je oor. De tinnitus die heel luid wordt. Het gehoorverlies, dat je dan ineens een soort vervorming van geluid hoort. En dan dus die druk op het oor. Dat zijn symptomen die een naderende aanval aangeven.
En als je dan naar die signalen luistert, dan weet je al; van ja ik kan beter gaan liggen. Ik kan beter nu even rustig aan doen. Misschien dat je het dan tegen kan houden. Als je het niet tegen kan houden, kun je dan wel nog regelen dat je dus op een plek bent, waar je ja, de aanval kan uitzitten. Of uitliggen. En dat andere mensen voor je kunnen zorgen. En er zijn mensen die die signalen niet krijgen. Ook dat komt voor. Dus het is niet altijd zo dat je die aanval voelt aankomen. Of, het is misschien toch die vestibulaire migraine.
Het bijzondere in het artikel van die Oosterveld, is dat hij zegt dat ..ehm.. ‘een oud verhaal doet de ronde. Mensen met de ziekte van Ménière hebben een lage tonen verlies. Dat is misschien in het beginstadium, maar in een verder gevorderd stadium zie je dat ook hoge tonen uitvallen.’ Dat vind ik ook vreemd. Een oud verhaal, dan denk ik: dit wordt nu nog steeds gezegd over de ziekte van Ménière, dat er een lage tonen verlies is. Ik heb al vaker aangegeven, dat hoeft helemaal niet, het kunnen ook juist de hoge tonen zijn waarin de uitval is. Het hoeft niet per se lage tonen verlies te zijn. Dat is dus heel wisselend, per patiënt. En dan vind ik het vreemd dat hij dat al een oud verhaal noemt terwijl het nu nog steeds gezegd wordt dat bij Ménière in het beginstadium er lage tonen verlies is.
Wed, 05 Nov 2025 - 19min - 184 - 4 Mindmap
Om overzicht te krijgen in de acties die ik kan gaan doen om straks het nieuwe boek goed de wereld in te brengen, heb ik een Mindmap gemaakt. Ik vertel welke onderwerpen belangrijk zijn, waar ik aan moet denken en wat handig is om te regelen. Het boek verkoopt zich namelijk niet vanzelf.
(eigen foto van de Mindmap)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de enige podcast in Nederland die gaat over zowel ons fysieke als psychische evenwicht. Dit is seizoen 10, aflevering 4: Mindmap.
Ja wat is dan een mindmap, hoor ik je al denken. Als je nog nooit een mindmap hebt gemaakt, dan kan het zijn dat je dat hele begrip niet kent. Het is een tool om creatieve processen te ondersteunen. En je kunt het ook gebruiken om iets wat je gaat leren, wat je wil onthouden, omdat dus in een... in de vorm van een mindmap te maken. En dat begint met een centraal thema. Daar begin je middenin. En daar rond omheen zet je allerlei sub thema's. Het is voor mij... is het een geweldige tool om overzicht te krijgen in wat er allemaal gedaan moet worden. En omdat al die acties die rondom dat centrale thema komen te staan, die ik dan heb genoteerd, dan hoef ik geen rekening te houden met wat prioriteit heeft - wat ik als eerste zou moeten doen. Want het staat er rondom heen, dus het maakt niet uit wat waar staat. Als het maar wel genoteerd staat. Want dat vind ik het meest belangrijke, dat ik niets vergeet.
En ik heb een mindmap gemaakt voor als het boek 'Hoor jij wat ik hoor?' strakjes uitkomt. Wat daarvoor allemaal nog gedaan moet worden. Ik ben begonnen met middenin op te schrijven 'Hoor jij wat ik hoor?' Het is de titel van het boek. Dat is voor mij het centrale thema. En pas toen ik alles genoteerd had, toen ontdekte ik ook wat ik als eerste alvast kon gaan aanpakken. En wat ik later kan gaan doen. En daar wil ik je even in meenemen. Want dat is niet zomaar bedacht of zo.
In de loop der jaren, ook eigenlijk bij ..ehm.. toen het tweede boek uitkwam, moest ik me hier ook mee bezig houden. Omdat ik zelf verantwoordelijk ben voor de hele PR. Voor de hele marketing, voor de hele promotie van het boek. En daar komt heel wat bij kijken. Je zou denken: ja het boek is er nu nog niet, dat doe je dan toch pas als het boek er is? Maar je moet juist van tevoren al een heleboel dingen geregeld hebben. En daar neem ik je even in mee. Zelfs dingen die ik van tevoren nog niet eens bedacht had, pas toen ik het ging noteren in die mindmap, kwam het dus naar boven, van oh maar die is natuurlijk ook belangrijk! Die moet ik zéker niet vergeten.
Goed, ik ben begonnen met dat thema dus, centrale thema middenin 'Hoor jij wat ik hoor?'. En als ik hier naar mijn mindmap kijk, die hier voor me staat, dan zie ik dat het niet helemaal middenin staat (ha!) maar dat maakt niet uit, er is genoeg ruimte rond om heen en er staan allemaal sub thema's rondom heen.
Onder andere ..ehm.. wat ik dan toevallig bovenaan heb geschreven is een persbericht maken. Als ik een persbericht maak, dat het boek eraan komt, dan is die tekst heel erg nodig, die moet ik laten controleren. En daarna ook bedenken: naar wie ga ik dat dan sturen?
Wat dan ook belangrijk is, is het benaderen van journalisten. Dat is sowieso lokaal, het kan regionaal, het kan landelijk. Ik kan ook kijken naar vakliteratuur, want dit boek gaat specifiek over tinnitus, daar kan ik ook bij vakliteratuur terecht als het gaat over audiologen, audiciens, alle mensen die met mensen werken waar gehoorverlies is en die te maken hebben met tinnitus.
Ik moet dus een lijst gaan maken ook van namen en het liefst ook met mailadressen of telefoonnummers, zodat ik die mensen persoonlijk kan benaderen. Nou heb ik een hele lijst al van alle mensen die een artikel hebben geschreven over het evenwicht. Toen het boek 'Evenwicht, in uitvoering' uitkwam. En die mensen kan ik natuurlijk opnieuw gaan benaderen. Daar heb ik de naam van. Daar heb ik al mee gesproken. Die hebben al een interview met mij gehouden. En een heleboel van die mensen hebben toen ook gezegd: ‘als er nog een boek aankomt, denk dan aan mij, geef het dan aan mij door.’ Dus ik hoef er ook niet bang voor je zijn om dat te doen, ik kan het oppakken!
Dan, wat belangrijk is, is dat ik zelf ook content blijf maken. Dat ik zelf een soort ja, reclame blijf maken. Het liefst doe ik dat altijd met een stukje informatie erbij. Of dat het naar aanleiding is van iets wat gebeurd is. En dat kan ik dan op Facebook zetten. Ik kan het op LinkedIn neerzetten. Ik kan het hier in de podcast... kan ik dingen benoemen. Ik kan zorgen dat er een radio-opname komt. Zo zijn er allerlei mogelijkheden om aandacht te genereren voordat het boek er is. Zodat mensen weten, ja dat komt eraan! Dus niet alleen bij de journalisten, maar ook bij het bredere publiek. Bij mensen die zelf tinnitus hebben.
Wat ik dan nog meer heb opgeschreven in die mindmap is ook de boekpresentatie. Toen het boek 'Evenwicht, in uitvoering', uitkwam, was in 2020, en toen zaten we in de lockdown. Ik kon toen heel weinig mensen ontvangen. We hebben dat wel op een hele bijzondere manier gedaan. We hebben het hier thuis gedaan en dat is wel gelukt. Alleen het was zeker niet groots!
Je kunt het heel groot doen en daar een zaal voor afhuren en zo. Ik ga er een beetje tussenin zitten. Ik wil het wel heel huiselijk houden, maar niet thuis. Ik ga de boekpresentatie houden in een locatie hier in Zeewolde. Op het moment dat ik dat op had geschreven hier in de mindmap, wist ik al wat ik wilde, alleen moest ik dat allemaal nog gaan regelen. Er moet een datum komen, de tijd, ..ehm.. ik moet goed afspreken met de locatie hoe of wat. Dat moet nog gebeuren trouwens. Maar ze weten het al wél. Ik heb het gereserveerd, dat ik dan op die datum daar kom en nog niet weet hoeveel mensen er komen. Dan ga ik ook nadenken over welke mensen kan ik uitnodigen? Wie wil ik dat daarbij aanwezig zijn?
Een ander punt is dat ik ook vakgenoten kan gaan benaderen. Dat zijn mijn collega-hoorcoaches. Dat zijn audiologen. Audiciens. Het liefst ook de audiologische centra. De opleidingen voor audiologie en voor audiciens. Ook dat is belangrijk in het hele proces om aandacht te genereren voor dat boek. En eigenlijk ook voor de boodschap natuurlijk die ik wil delen met het boek. Het gaat niet eens om het boek zélf, maar over de informatie die daarin staat, dat wil ik graag delen, met mensen die dat ook graag willen lezen.
Dan heb ik opgeschreven 2026. We zitten nu aan het eind van 2025. Wat kan ik in 2026 doen? Het lijkt me heel mooi om presentaties te gaan houden over tinnitus. Over wat het met je doet. Hoe je daarmee om kunt gaan. Een soort presentatie ..ehm.. het boek in het kort. Heel in het kort, maar wat wel heel aansprekend is voor mensen, zodat ze zich daarin herkennen, erkennen en vervolgens ook weten hoe zij ermee om kunnen gaan.
Dan heb ik opgeschreven, een ander subkopje: regelen. Wat ik moet regelen is dat ik een banner wil hebben. Dat als ik ergens naartoe ga waar ik een presentatie heb, dat ik dan een banner neer kan zetten waar duidelijk is dat ik diegene ben met dat boek om daar dus aandacht voor te vragen. Een banner valt goed op en ik vind dat zelf wel een mooie tool om te gebruiken. Ik heb hem ook van 'Evenwicht, in uitvoering'. En nu komt er nog één voor dan dit boek! Hoewel ik al ondertussen een tip heb gekregen van iemand die zei 'waarom zet je daar niet meteen alle drie de boeken op, zodat je hem overal kan gebruiken? Wat je ook gaat doen.' Toen dacht ik hé, dat is slim. Dat is iets wat ik ook mee kan nemen. Maar het regelen van die banner, ontwerp daarvan, dan moet ik ook daar alle juiste informatie voor hebben. En dan ook, waar laat ik dat dan doen? Bij welke drukkerij kan dat ik dat laten maken? Ga ik wel of niet visitekaartjes doen? Dat is ook waar ik mee bezig... waar ik nog een beetje mee stoei, van hoe doe ik dat dan? Doe ik dat in een andere vorm? In plaats van een standaard visitekaartje?
Nog een ander punt op die mindmap is -dat noemde ik net eigenlijk al bij die banner- als daar alle boeken op staan, dat auteur-zijn van de andere boeken, dat ik daar ook aandacht voor blijf genereren, dat ik ook die boeken heb geschreven. En dat ik daar dus ook over kan vertellen! Dat ik daar heel graag over wil presenteren. Ik wil die kennis delen zodat andere mensen makkelijker omgaan met de ziekte van Ménière, als het gaat over het boek 'Ménière in balans' of over dat evenwicht. En dat is natuurlijk dat boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Hoe mooi zou het zijn als ik daar ook steeds weer de aandacht op kan richten, met informatieve stukjes tekst die ik dus kan delen.
En dan heb ik nog een ander punt opgeschreven. Kon niet meer helemaal rondom in, dus ik heb hem een beetje in het hoekje geschreven, maar die is wel superbelangrijk. De website. Ik heb twee websites; eentje van Via Novus Coaching en één van 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar moeten de teksten op aangepast worden, dat dit derde boek er nu ook is. En, wat het allerbelangrijkste is, dat de webshop ook gevuld is. Dat daar dit boek 'Hoor jij wat ik hoor?' erbij staat! Zodat mensen dat kunnen bestellen, want als die er niet op staat, kunnen mensen ook niet dat boek bij mij kopen. En dan op de website van Via Novus Coaching komt er een link en dan kom je ook weer op de website van 'Evenwicht, in uitvoering' waar de webshop staat. Dat is natuurlijk wel belangrijk dat ik dat ook geregeld heb voordat het boek hier aankomt.
En toen dat ik daar mee bezig was, was het ook nodig om even na te denken: wat doe ik met de boeken die hier strakjes aankomen? Ik geef het boek in eigen beheer uit. Dat wil zeggen dat ik de boeken hier zelf krijg. Dat ze niet via Bol.com te koop zijn. Via de boekhandel kan wel, maar dan bestellen ze dat bij mij. En dan stuur ik dat naar de boekhandel toe en de boekh...
Wed, 29 Oct 2025 - 15min - 183 - 3 Proces dat aandacht vraagt
Een aflevering over het schrijfproces van mijn derde boek Hoor jij wat ik hoor? Vanaf het begin, de eerste verhalen tot en met de verzending naar de drukkerij.
(eigen foto van het tinnitus schrift)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast in Nederland die gaat over het fysieke zintuig evenwicht. Het gaat ook over ons psychisch evenwicht, want dat is onlosmakelijk verbonden met dat fysieke evenwicht. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 10, aflevering 3: Proces dat aandacht vraagt.
Proces dat aandacht vraagt heeft ook een ondertitel en dat is: En vooral geduld. Ik wil het met je gaan hebben over het schrijven, het hele schrijfproces van het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Maar wat ik eerst even wil vertellen is dat gisteren best een bijzondere dag was. 21 oktober 2025, toen heb ik het boek definitief, dat het naar de drukker is gegaan, naar de drukkerij. Zodat het boek ook écht fysiek een boek wordt. Hoe dat precies gaat, vertel ik straks verderop in de podcast. Maar het was wel een mijlpaal.
En wat ook bijzonder was, ik had mijn radio-opname voor het programma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dat is dezelfde titel als mijn boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. En in dat radioprogramma nodig ik gasten uit en die ga ik interviewen en dat kan overal over gaan. Het gaat over horen in de breedste zin van het woord. Maar wat wil nou? Voor deze keer kon ik helemaal geen gast vinden. Het is me niet gelukt. Wat ik toen wel heb gedaan, want de techniek had ik geregeld, ik had de studio gereserveerd, dan is het handig dat er wel een opname is. Ik heb toen samen met de technicus besloten dat ik stukjes uit de podcast 'Evenwicht, je leven' voor de radio ging doen. En dat heb ik ook daar gedaan. Ik heb -omdat ik overal de transcripten van heb, heb ik de verhalen al- die heb ik meegenomen en die ben ik gaan vertellen voor de radio. Een heel vreemd iets dat ik in de studio ben en geen mensen interview en dan zelf aan het praten ben. Nou is het niet helemaal vreemd, want dat doe ik in deze podcast altijd al. En toch voelde het even helemaal anders toen ik daar zat tegenover de technicus en ik mijn verhaal kon doen over de verhalen van het evenwicht. Ik heb er een paar uitgekozen en die heb ik gedeeld.
Ja, en daarom is het een bijzondere dag. Mijn boek 'Hoor jij wat ik hoor?' is naar de drukkerij gegaan. Mijn radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?', de opname, is gewoon doorgegaan. Maar het gaat dan over het evenwicht! Dat is die andere passie die ik heb, dat andere waar ik heel veel in mijn leven mee bezig ben. Ik zie dan ook de uitgave van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' als een soort levenswerk.
Maar ja, hoe zie ik dan nu dit boek? Hoe zie ik dan 'Hoor jij wat ik hoor?'? Is het ook een levenswerk? Want dit boek gaat heel duidelijk over mijn eigen ervaringen en mijn mening over een heleboel dingen die over het onderwerp tinnitus, allemaal gedaan worden. In de media en zo.
En ik wil je even meenemen in dat hele schrijfproces. Ik ben begonnen in 2018, toen was ik dus nog aan het schrijven voor het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Toen heb ik een schrift gepakt en toen ben ik allerlei verhalen die ik overal heb opgeschreven in andere schriften, over ..ehm.. tinnitus. Al die stukjes over tinnitus heb ik eruit gehaald en ben ik gaan overschrijven, gewoon lekker met vulpen. En ik dacht, dan wordt dat mijn boek over tinnitus, over mijn ervaringen daarmee. En ik had op een gegeven moment zó veel van die ervaringen opgeschreven dat ik, toen in 2020 het boek 'Evenwicht, in uitvoering' net uit was, dat ik.... dat het meteen begon te kriebelen, van zal ik toch eens gaan proberen om al deze ervaringen om dat bij elkaar te gaan nemen om daar toch een boek van te maken?
De vorm had ik helemaal nog niet duidelijk, maar ik dacht: dat ga ik toch eens proberen. En ik ben begonnen met het overtypen van al die geschreven stukjes en dat heb ik allemaal, dat het op de computer kwam, zodat het aparte stukjes tekst zijn geworden. Dan heb je op een gegeven moment heel veel kleine verhaaltjes. En die kleine verhalen ben ik dan weer gaan bundelen, van dat past bij elkaar en dat past bij elkaar. Dit zijn herinneringen van heel lang geleden, dit is van heel recent. Dus een ja, een beetje ..ehm.. orde in de chaos, want het was van alles en het ging alle kanten heen. En om die orde erin te brengen, een soort sub-hoofdstukjes allemaal van gemaakt. En vervolgens ben ik gaan kijken wat is hier nu de rode draad in? Hoe kan ik dit nu nog meer vormgeven? ..Ehm... dat het leuk leesbaar is. Wat kan ik toevoegen? Wat kan ik weglaten? ...Ehm.. nou, in ieder geval, ik ben daar wel mee bezig gegaan.
Maar er is wel heel duidelijk een onderbreking geweest van dat schrijven, want in 2023 is mijn moeder overleden. Ik was executeur en ik moest heel veel dingen regelen na het overlijden. Daar heb ik me toen heel vol op ingezet. Maar dat betekent dat er geen ruimte in mijn hoofd was om met schrijven bezig te zijn. Dus er is wel duidelijk een onderbreking geweest. En op een gegeven moment heb ik dat -ik denk zo begin 2024- weer opgepakt en toen ben ik wel heel erg aan het werk gegaan om er een goede hoofdstukindeling van te maken. Dat heeft nog best een tijd geduurd voordat ik die indeling helder had. Maar door daar toch steeds mee bezig te zijn en ook even te laten rusten, is dat uiteindelijk gelukt. En toen had ik dus een heel groot manuscript. En dat heb ik laten lezen door mijn man. Dat was de eerste meelezer. En daar kreeg ik best wel stevige feedback op. Hij had écht zo van: nou wat je daar allemaal hebt opgeschreven, dit is wel dubbel, hier vertel je veel te veel over hetzelfde onderwerp. Dat hoeft niet zo veel. Dat kan veel minder. Dus met die feedback ben ik aan de gang gegaan. Heb ik het manuscript nog een keer helemaal opnieuw doorgenomen. Een heleboel dingen aangepast.
En toen heb ik het gestuurd naar andere meelezers. Die had ik van tevoren al geregeld, gevraagd of ze wilden meelezen. En die hebben het manuscript ook meegekregen. En ook daar kreeg ik verschillende feedback van. En dat is leuk dat het verschillende meelezers zijn; mensen die zelf tinnitus hebben, mensen die er zelfs mee werken, mensen die juist heel weinig daarvan weten. En al die verschillende feedback heb ik weer gebruikt om te kijken hoe ik dat manuscript nog meer kon verbeteren. En dat was heel prettig. Want dan krijg je in ieder geval die input die nodig is om het nog weer een level hoger te krijgen.
En met dat ik daar zo mee bezig was, had ik ook al afgesproken met de redacteur dat dat naar haar toe zou gaan. En ineens was er een moment dat ik had van: ja, nu heb ik het helemaal door! Op dat moment, écht zo'n eureka-moment. Het was vlak voordat het naar de redacteur zou gaan, heb ik nog echt dingen aangepast! Ik heb nog wat weggehaald. Ik heb dingen verplaatst. Ik heb een hoofdstuk... heb ik in 2-en gesplitst omdat dat voor mij veel helderder zou zijn. Dat betekent dat er een extra hoofdstuk bij kwam. En toen had ik ineens van ja, nu is het precies zoals ik het wil hebben! Dus het was heel goed dat het nog even duurde voordat ik het naar de redacteur zou sturen. Want die afspraak hadden we, omdat begin 2025 dat dat naar haar toe zou gaan. En vlak voor dat moment had ik dus écht van ja, nu heb ik het, yes!! Ik heb het ook groot opgeschreven in dat allereerste schrift van 2018: yes nu heb ik het gevonden!!
Toen is het naar de redacteur gegaan. En dan gaat het over en weer, want dan geeft zij aan wat ze heeft aangepast. ..ehm.. soort uitleg erover waarom ze dat heeft aangepast. Want dan werd er af en toe gevraagd om een verduidelijking. Van nou, dit vertel je hier wel, maar dit is nog niet helemaal duidelijk. Hier moet nog even een zinnetjes bij of twee regels bij.
Daarna kregen we de fase van het redigeren. Dan ga je heel erg op de spelling letten. De hele spelling, grammatica, zinsbouw, alles wordt dan heel goed bekeken en dan gaat het niet meer om de inhoud, maar om de spelling.
Na het redigeren ging de vormgever aan de gang. Het is dezelfde persoon trouwens, de redacteur is... eerst is zij redacteur even geweest en daarna ging ze op de stoel zitten van de vormgever. Want dan moet je ineens -als vormgever- heel anders gaan denken. Dan gaat het niet meer om de inhoud, niet meer om de teksten zelf, maar om hoe je dat dan mooi in een boek neerzet! En ja, zoals ook in mijn andere boeken, ik heb verschillende stijlen gekozen waar ik in schrijf. Het zijn ervaringsverhalen. Het is meer een soort mening daarover, dat ik daar een soort uitleg weer over geef. Dus dat is dan weer een ander soort tekst. Dan staan er ook dingen in die ik van buitenaf heb gehaald, informatie van buitenaf en dat weer in eigen woorden heb neergezet. Ik heb kleine gedichten toegevoegd, omdat ik in loop der jaren ook heel vaak iets in een korte tekst, in een gedichtje heb opgeschreven wat te maken heeft met tinnitus. En ik heb, even kijken, wat had ik nog meer? Ja, ik denk dat het dat wel is. Al die verschillende soorten informatie, dan is het mooi dat het ook duidelijk is wat is welke informatie?
En het mooie is dat de vormgever dat ook heel goed heeft gedaan! Door een ander lettertype te kiezen, een andere lettergrootte ..ehm.. een gekleurde achtergrond. En daar kun je dan mee spelen. En ik had het zelf al helemaal in het manuscript aangegeven: alles wat van buiten kwam, alle informatie, dat had ik blauw gemaakt. Alle gedichtjes waren paars. Alle dingetjes die ik in de kantlijn had gezet, want er staan ook een soort opmerkingen in de kantlijn steeds bij, die had ik allemaal groen gemaakt. De ervaringsverhalen waren schuin. Dus zij kon zelf wel al zien wat voor een stukje tekst het was. Alleen heeft zij dat dan weer netjes in het boek neergezet, zodat het heel rustig oogt. Op elke bladzijde, er gebeurt wel wat, maar het moet ook rustig ogen. Het moet wel evenwic...
Wed, 22 Oct 2025 - 17min - 182 - 2 Terugdenken
Als je spullen van vroeger aan het opruimen bent, kom je heel wat tegen. Dan komen er ook heel wat herinneringen naar boven. Soms pijnlijk, soms grappig, soms verbazend. Er komt van alles aan emoties langs. En zal ik het blijven bewaren of nu echt een keer wegdoen?
Eigen foto van bewaarde spullen
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik deel allerlei ervaringen over ons evenwicht. En zoals ik net al zei 'in de breedste zin van het woord'. Dat kan zowel fysiek zijn als psychisch. En dan gaat het ook wel over het herinneringen, want ook herinneringen doen iets met je welzijn en daardoor kun je uit balans raken of weer in balans komen als je met herinneringen bezig bent. Tenminste dat is mij overkomen. En daar ga ik over vertellen. Dit is seizoen 10, aflevering 2: Terugdenken.
We zijn aan het opruimen hier in huis en met name ook opruimen van spullen die we al heel lang bewaard hebben. En dan gaan we kijken: willen we dit nog langer bewaren of zijn dat spullen die al heel lang weg kunnen? Nou, dan kom je weer aan allerlei herinneringen die ik dan tegenkom, waarbij ik dan even kritisch ga kijken: wil ik dat nu nog langer bewaren om er nog een keer naar terug te kunnen kijken? Of is dat niet meer helemaal nodig?
Dat vind ik best moeilijk om daar een beslissing over te nemen. Omdat ik niet weet als ik het nu weggooi, misschien heb ik het over een paar jaar, wil ik het zoeken, en dan is het er niet meer! Maar oké. Ik wil een paar dingen met je delen wat ik zo ben tegengekomen. Dan is het in ieder geval ergens nog dat ik het terug kan luisteren of zo (ha).
Ik heb namelijk allerlei foto's bekeken van vroeger en ik ben foto's tegengekomen die ik al heel lang niet meer gezien heb, omdat die niet in een boek liggen. Die zitten gewoon, zaten los, lagen los. En een heel stel van die foto's daar ben ik zo rond de 20- 25 jaar. En eigenlijk voel ik me nog wel altijd 25 jaar. Dat zal je niet helemaal denken, ik ben nu ontzettend verkouden ..ehm.. dat is dan ook wel... ik voel me 25 jaar, maar mijn lijf die voelt vaak tegenwoordig wel anders. Dan heb ik een pijntje hier en een pijntje daar en.. Ik heb natuurlijk ook de beperkingen nu waar ik rekening mee moet houden. Toen ik 25 was wist ik nog helemaal niets over mijn genetisch gehoorverlies. Ik had nog nooit gehoord over tinnitus. Ik wist niet eens wat de ziekte van Ménière was. En ik had toen een prima evenwichtsgevoel. Deed ook juist heel veel met dat evenwicht. In sporten. In bewegen. ..ehm.. dansen.
Dus voor zover ik weet waren er helemaal geen beperkingen. En volgens mij sliep ik ook gewoon de hele nacht door! Kan ik me eigenlijk nu helemaal niet meer voorstellen. Maar dat zal in die tijd gewoon heel normaal zijn geweest. Mijn menstruatiecyclus was ook heel normaal. Ik had er wel buikpijn bij en hoofdpijn op de eerste dagen als ik ging menstrueren. Maar verder kan ik me daar geen problemen over herinneren.
Het enige is dat ik wel mijn ogen, die zijn altijd wat minder geweest. Ik heb vanaf mijn 4e jaar altijd een bril gedragen. En in mijn puberteit ben ik lenzen gaan dragen dus ja, ook dat is eigenlijk het enige waarvan ik weet ‘dat werkt niet zo goed’. Toen wist ik dus nog niets over mijn gehoor.
Het enige wat ik als kind had is dat ik wel heel vaak verkouden ben geweest en ik heb ook alle kinderziektes gehad. Dan praat ik ook echt over mijn jonge jeugd zo vanaf, ik denk vanaf mijn geboorte tot een jaar of 16 of zo. En ben ik echt, ik heb alle kinderziektes gehad. Tot roodvonk aan toe (ha). Het enige, wat heel bijzonder is, achteraf gezien, is dat ik af en toe een heel zeer been had. En dat begon dan eind van de middag of ergens in de loop van de dag, en als ik dan door bleef lopen, dan werd dat steeds erger. En dan kon ik het beste vroeg naar bed gaan, gaan liggen dus, en mijn been rust geven. En dan was het na een nacht wel weer over. En dat was zo pijnlijk! En dat was wisselend. De ene keer het rechterbeen en de andere keer het linkerbeen. Dan weer beide benen en zo. Dat heb ik altijd gehad, in mijn hele jeugd, in mijn puberteit en zo. En dat was om de paar weken, was dat wel een keer. En ik kon er geen patroon of zo in vinden. Daar was ik als kind natuurlijk ook niet mee bezig. Ik heb het ook nooit laten onderzoeken. Ik weet ook niet of ik het ooit ..ehm.. ook verteld heb aan mijn ouders en of daar ooit iets aan gedaan is. Als ik het wel verteld heb, zijn we dan bij de dokter geweest? Ik heb geen idee.
Het vreemde hiervan is wel dat toen ik zwanger was, heb ik al die maanden er geen last van gehad, en dat viel mij zelf heel erg op. Want het was een gewoonte, dat dat gewoon af en toe kwam, dat wist ik. En in die zwangerschap helemaal niet. En na de zwangerschap is het ook verder weggebleven.Ik heb het daarna nooit meer gehad! Die pijn, die echt, ja, intense pijn die het kon zijn, is daarna altijd weggebleven. Dus ik weet niet wat er gebeurd is in mijn lichaam, maar het is veranderd en dat was ten goede! En dat is dan zo'n herinnering die dan ineens op komt, terwijl ik dus foto's zit te bekijken. Eigenlijk best wel gek dat je het dan over pijn gaat hebben.
Maar zo kwam ik ook tijdens het opruimen een poëziealbum tegen. Ik heb twee poëziealbums gehad. Voor de jongeren die luisteren, dat was een album waar mensen die jij dan goed kende, daar een versje in schreven en naast het versje werden er ook poëzieplaatjes ingeplakt. En sommigen waren ook heel creatief, die gingen er dan zelf wat bij tekenen en zo. En ja, op een gegeven moment kreeg je wel allemaal dezelfde soort versjes.
Ik heb hier dus dat poëziealbum ook bij me en één zo'n versje is dan:
Al ben je klein
Je kunt iets zijn
Je hebt iets weg te geven
Een lach, een knik, een lieve blik
Doen veel in iemands leven
En volgens mij is dat een ..ehm.. schoolvriendin geweest. Een meisje van de lagere school die toen bij mij in de klas zat. En dat was geschreven in 1972, want dat staat erbij 3 mei 1972. Dus die herinnering heb ik, alleen ik kan mee haar niet zo goed voorstellen wie dat nou precies was. Dus dat is toch wel weggezakt dan. Een ander versje, dat komt uit 1978, dat is weer jaren later. Dat is van een vriendin van de middelbare school. In een van de eerste jaren heb ik een vriendin gehad, die had toen een gedichtje en dat vond ik zó ontzettend mooi, dat heb ik daarna zelf nog heel vaak gebruikt! En dat gaat als volgt:
Nu ben je jong
Nu ben je klein
Hebt veel te vertellen
Maar weinig te zeggen
Straks ben je groot
En hoe zal het dan zijn?
Je zult bij veel dingen toch neer moeten leggen
Droom niet van later
Droom niet van mij
De dagen van nu en van straks gaan voorbij
Ze waaien als wind
En ze stromen als water
Wees liever vandaag
Maar gelukkig en blij
Het zou best kunnen zijn dat mensen die mij nog kennen van vroeger, dat ik dit in hun poëziealbum ook heb geschreven. Dat zo maar kunnen (ha). Dan is het weer een herinnering aan mij. En het zou best kunnen zijn dat ze mij zelf helemaal niet herinneren, maar dat ze alleen de woorden nog kennen. Want ja, dat staat er ook in, in het gedichtje. 'Droom niet van later, droom niet van mij' (haha) dus ze hoeven mij ook niet te onthouden hè. En zo hoef ik ook al die andere mensen niet te onthouden. Hoewel dat in het poëziealbum wel vaak de bedoeling was: 'vergeet me niet'. Dat werd er heel vaak wel in gezet. En toch ben ik heel veel van deze mensen vergeten, hoe jammer is dat!
En tussen al die spullen kwam ik ook een plakboek tegen en dat is echt van mijn eerste schooljaar. De eerste klas op de lagere school. Tegenwoordig is dat groep 3, maar toen was het de eerste klas. Je ging eerst naar de kleuterschool en daarna ging je naar de lagere school. En dat plakboek, daar heeft, denk ik, de juf van alles in geplakt, van allerlei dingen die wij maakten op school. En met name ook met het leren lezen en zodoende ben ik er ook achter gekomen, dat ik nog heb leren lezen met het 'aap-noot-mies'-plankje. Met het leesplankje. Dat was ik zelf eigenlijk helemaal vergeten. Ik dacht dat dat héél ouderwets was, maar in de jaren ‘60 werd dat dus nog gewoon gebruikt! En toen heb ik dat ook nog wel even opgezocht, want het leesplankje, 'aap-noot-mies' is van 1910 tot 1970 gebruikt als leesmethode op de lagere school. En daarna kwam 'Veilig Leren Lezen'. En ik heb zelf 'Veilig Leren Lezen' kinderen mee leren lezen en daarna ook de 'Leeslijn' - weer een hele andere manier van leren lezen.
Wat ik me daar nog van herinner is, dat ik niet begreep wat de bedoeling was van die letters. Ik kon het heel mooi overschrijven allemaal. Als ik dat zie, in dat plakboek, het is écht keurig geschreven. Maar ik begreep niets van die letters en ik begreep ook niet wat je ermee moest. Dus het hele leren lezen is helemaal niet vanzelf gegaan! Ik weet ook niet of het lang geduurd heeft voordat ik dat door had. Of ik dat echt in de eerste klas toch geleerd heb of pas in de tweede klas heb opgepakt. En toch is het wel bijzonder dat... ik heb het dus wel geleerd, want toen ik eenmaal in, nou ik denk in de derde klas zat, volgens mij kon ik toen al heel goed lezen. Dus waarschijnlijk is het heel snel gedaan dat proces. Toen ik het eenmaal doorhad, oh, dit is de bedoeling ermee, dat ik toen ja, dat er een wereld voor me openging! En dat ik toen alles ging lezen wat los en vast zat.
Juist doordat dit, dat ik dit ..ehm.. gezien had, dat plakboek, kwam ook naar boven dat ik, toen wij nog in Vlaardingen woonden, -en dat was dus in de eerste en tweede klas dat ik daar nog woonde-, daar ging ik ook naar de bibliotheek. Het kan ook zijn dat mijn moeder mij meenam naar de bibliotheek, omdat ik mee...
Wed, 15 Oct 2025 - 19min - 181 - 1 Kruispunt
In mijn leven is een kantelpunt, het moment tussen een leven zonder en met Meniere. Maar dat kantelpunt was eigenlijk een kruispunt, want er hadden hele andere dingen kunnen gebeuren als ik iets anders had 'gekozen'. Hoewel dat toen geen bewuste keuze zou zijn geweest. Ik vertel ook wat heb ik dan wel gedaan.
(eigen foto)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. Maar ik heb natuurlijk ook te maken met mijn psychische evenwicht. En ook die verhalen die deel ik in deze podcast 'Evenwicht, je leven'.
En in deze aflevering neem ik je mee naar een herinnering van lang geleden, waar ik, als ik daar nu op terug kijk, ook alweer heel anders naar kijk. Dit is seizoen 10, aflevering 1: Kruispunt.
Pasgeleden zag ik de lijnen van vliegtuigen, die strepen in de lucht van vliegtuigen die elkaar hebben gekruist. En dat was precies een kruispunt geworden. En ik heb daar een foto van gemaakt en deze gebruik ik ook als afbeelding hier bij deze aflevering. En toen ik die foto had gemaakt bedacht ik ineens dat in 2006 mijn leven niet alleen een kantelpunt is geweest, maar dat het eerder een kruispunt is geweest. En dat besefte ik natuurlijk niet op dat moment, helemaal niet in 2006.
Pas nu kan ik terugkijken en het is bijna 20 jaar later, het had ook heel anders kunnen gaan toen. Het lijkt een beetje op dat ..ehm.. 'Wat als' maar ik neem je even mee in het rijtje van mogelijkheden wat er had kunnen gebeuren. En ja soms geef ik even het gevolg aan, maar het gaat me meer over van, ik had ook anders kunnen reageren. Op dat moment in 2006, wist ik niet dat ik een keuze had. Want het is mij overkomen en ik heb min of meer gereageerd vanuit een primaire houding. Daar ga ik strakjes op in. Maar ik wil nu even een rijtje aangeven met wat er óók had kunnen gebeuren.
Wat er ook had kunnen gebeuren is dat ik de hele tijd toen ik echt helemaal mijn balans kwijt was, mijn evenwicht kwijt was, letterlijk en figuurlijk, dat ik hele stevige emoties had. Dat ik heel woedend was. En ontzettend verdrietig. Dat ik min of meer een soort slachtoffer was en me ook als een soort slachtoffer had gedragen.
Ik had ook kunnen kiezen om te gaan troost-eten. Allerlei lekkere dingen gaan eten, zogenaamd heel lekker. En ik vraag me ook af of ik er écht van genoten zou hebben. Maar troost-eten gebeurt nog wel eens als je écht helemaal niet lekker in je vel zit. Dat had kunnen gebeuren. En uit mijn verhaal hoor je nu al -denk ik- dat is niet gebeurd.
Ik had me ook kunnen verliezen in films kijken. Nu bestond Netflix nog niet, maar ik had wel de tv aan kunnen zetten. En dan alleen maar gaan zappen en kijken en kijken en.... Het is de vraag of ik dan wel iets écht gezien zou hebben of het onthouden zou hebben. Maar dat ik dan de hele dag alleen maar dus voor die tv zou zitten.
Ik had ook kunnen kiezen om alcohol te gaan drinken. En eigenlijk om dan je emoties waarschijnlijk te dempen en je dan ja, zo vaak alcohol drinken dat je er niet meer bij bent. En dat misschien dagenlang ook.
Ik had ook kunnen doen alsof er helemaal niets aan de hand was. Dat ik me helemaal groot hield en het gevolg daarvan zou zijn geweest dat ik nog véél vaker aanvallen van draaiduizeligheid had gekregen. En ja, ik kon sowieso nauwelijks op mijn benen staan, die eerste maanden. Maar ik had toch wel beetje m'n kop in het zand kunnen steken en dan doen alsof er niks aan de hand was.
Ik had ook kunnen kiezen om te gaan schrijven. Of te gaan zingen. En alles wel vanuit mijn stoel, want ik kon niet makkelijk lopen. Niet zelfstandig lopen in die eerste maanden.
Ik had kunnen gaan knutselen. Schilderen of tekenen. Maar ik weet nog wel dat ik echt niet creatief kon denken, op dat moment. Wat ik wel ging doen, vertel ik strakjes.
Ik had ook heel veel mensen deelgenoot kunnen maken. Dat ik heel veel mensen ging bellen en ging mailen. Zodat ik me niet zo alleen voelde. Als iedereen het huis uit was, naar school en naar werk, dan was ik helemaal alleen in huis. En dat ik dan alleen maar andere mensen ook om me heen verzamelde en contact wilde leggen. Heb ik dus niet gedaan.
Als mijn man en mijn zoons thuis waren geweest, dan had ik ze ook allerlei opdrachten kunnen geven. En dat had ik op een vriendelijke manier kunnen doen of juist op een hele onvriendelijke manier. Dat ik helemaal niet aardig voor ze zou zijn geweest. Dat had gekund.
Ik had ook heel chagrijnig kunnen zijn. En ook echt helemaal nergens meer interesse in meer willen hebben. Die interesse was er ook inderdaad niet. Maar ik kan me niet herinneren dat ik chagrijnig was, maar het had natuurlijk wel gekund.
Ik had ook ..ehm.. heel veel informatie kunnen opzoeken, willen opzoeken over wat Ménière is. En wat je daar dan aan kan doen. En wat je dan allemaal te wachten stond en zo. Nou lukte het lezen helemaal niet in die periode. En ik weet niet of de informatie te vinden was. Die is er nu trouwens wel in het boek 'Ménière in balans'... Maar die informatie dat... Ik had natuurlijk heel veel meer kunnen zoeken: wat is er allemaal aan de hand, wat overkomt mij? Wat moet ik hieraan doen? Dat heb ik dus niet gedaan. Helemaal niet in die eerste maanden vanaf 2006, vanaf die eerste aanvallen van draaiduizeligheid. Dat ik daarna ook een hele periode niks kon.
En tijdens een schrijfdag in 2016, 2016, dan heb ik 16 jaar tinnitus, want die is in 2000 begonnen en dan heb ik 10 jaar Ménière. En tijdens die schrijfdag krijgen we een opdracht. Er liggen dan verschillende stapeltjes kaarten en ik neem het tarot-kaartendeck en daar pak ik een kaart uit en dat is de Kluizenaar. En deze kaart heeft een schaduwkant. En daar staat op: 'trekt zich terug uit te maatschappij, kan anderen in nood niet helpen.'
En dat brengt mij dan direct terug naar 2006, toen dus de Ménière begon. En dan schrijf ik het volgende: 'Door de zware aanvallen van draaiduizeligheid, blijft er tussen de aanvallen door een grote instabiliteit. Ik ben mijn evenwicht kwijt en kan maandenlang helemaal niets. Ik heb me volledig teruggetrokken in mijn huis. Ik kan niet werken. Er zijn geen sociale contacten. Alle sporten, hobby's en vrijwilligerswerk heb ik afgezegd. Ik kan niet lezen. Geen tv kijken. Niet op de computer werken. En ik kies daar niet zelf voor. Mijn lichaam heeft die keuze gemaakt, omdat ik al jaren niet goed had geluisterd. Mijn lichaam heeft meerdere keren signalen gegeven en ik heb ze genegeerd of misschien voor korte tijd dingen aangepast die ik vervolgens meer vergat.'
Ja, en dat is dus het begin van het ziekteproces ..ehm... Dat was heel erg heftig. En dan gaan er in het begin dagen voorbij met huilen en toch wel met boosheid en zo. En daarna volgt dan dat kluizenaarsbestaan. Hoewel ik niet weet of dat het juiste woord is. Ik ben in ieder geval weken niet aanwezig. En mijn schrijven gaat dan verder: 'Niets doen is raar. En toch vliegen de dagen voorbij. Lege dagen. Lege agenda en wel een hoofd vol draaierigheid. Te harde geluiden. En chaotische gedachten. Ik ben in mezelf gekeerd en ja, ik doe dan helemaal niets. Ik doe er ook niets mee. Ik heb geen besef van tijd. Ik heb geen oog voor mijn omgeving. Dat lukt écht niet, want ik heb niet eens oog voor mezelf. Ik slaap. Sta op. En kleed me aan. Ik ga ontbijten. En dan heb ik een redelijk vast ritme in een vertraagd tempo. Zeer traag. Alsof je een film in slow motion ziet. En na het ontbijt ga ik zitten op de bank. Maar ik weet niet eens hoe de dagen verlopen! Ik ben er niet! Voor niemand. Ik ben alleen met mijn eigen lawaai in mijn hoofd - toen noemde ik de tinnitus nog lawaai, dat doe ik tegenwoordig niet meer, was toen wel-. Ik ben alleen met mijn eigen lawaai in mijn hoofd en dat stopt nooit. Eind van de dag komen Roel en de jongens thuis. -Roel is mijn man-. En de jongens, onze twee zoons, en zij gaan koken. Dan gaan we samen eten. En ik kijk naar ze hoe ze hun verhalen vertellen. En ik kan er niet naar luisteren. Ik kan mijn aandacht niet richten. Ik kan me niet focussen.'
Ja, en wat ik dan nog wel weet, is dat ik in die periode meerdere malen heb gezegd: "kan ik maar een winterslaap doen. Laat mij maar slapen. En in het voorjaar word ik dan wel weer wakker en dan gaat het wel weer beter." En achteraf was dat misschien ook een soort winterslaap. In het voorjaar, dan moet je bedenken, ik... in 2006 ben ik in september helemaal uitgevallen, en in het voorjaar 2007 stond ik mezelf toe dat ik niets hoefde te doen. Dat ik mezelf mocht overgeven aan de rust. Aan het inactief zijn. En toen pas kwam er échte rust over mij. En dat was toen zó heerlijk, die lege agenda. Het niets moeten. Ik hoefde voor niemand te zorgen. Ik hoefde nergens aan te denken. En eindelijk werden mijn gedachten af en toe stil. En dat was toen heel nieuw! Was écht een heel ja, eigenlijk een ongelofelijk gevoel! Ik kon zelf bedenken waar ik aan wilde denken. Waar ik me mee bezig wilde houden. En heel langzaam ging ik weer dingen in huis doen. Ik ging weer zelf eten koken. Ik ging de was ophangen. En soms een tv-programma kijken overdag. Daar had ik dan ook echt zin in. Maar dan was het ook echt maar één programma, niet de hele dag lang.
Ik schrijf dan weer verder: 'Ik ga puzzelen, legpuzzels maken. Stukje voor stukje in traag tempo, want ik heb toch alle tijd. Ik geniet van de lege tijd die ik vul met wat ik op dat moment wil. En het lijkt wel één grote vakantie! Het is wonderlijk hoe ik de rust en aandacht voor al die kleine bezigheden elke dag weer kan ervaren! Laat mij maar de was ophangen. Dat is zo heerlijk werk! Laat mij maar de aardappels schillen. Eén voor één. En dat voel ik, dat zie ik, dat ruik ik en ik hoor hoe ik dat doe. Laat mij maar... Laat mij zó veel heerlijke...
Wed, 08 Oct 2025 - 16min - 180 - 20 Goed gehoord
Ik leer veel van de nascholingsdagen, georganiseerd door Hooridee. Als ik dan ook apparatuur kan uitproberen waardoor ik beter kan spraakverstaan, dan is dat geweldig.
Een aflevering over soloapparatuur naast het gebruik van hoortoestellen.
Op de foto zie je mij tijdens de presentatie tijdens de nascholingsdag. Hier heb ik de inductielus om.
(foto: Marijke van den Berg)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En in deze podcast vertel ik over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Het evenwicht in mijn leven, dat is een dynamisch proces. Het is dus niet echt evenwichtig. Daar bedoel ik mee, het is geen statische balans. En dat geldt ook voor mijn gehoorverlies. Ook dat wisselt per uur, per dag en tegenwoordig ben ik dan ook heel blij met mijn hoortoestellen. Want dan valt dat toch minder op, dat fluctueren van het gehoorverlies en ook het fluctueren van het volume van de tinnitus. Dit is seizoen 9, aflevering 20: Goed gehoord.
Ik neem je even mee naar 10 jaar geleden. Oktober 2015. Toen heb ik de basiscursus gedaan 'Coach gehoorverlies' in Haarlem. Dat was bij Hooridee bij Wendelina Timmerman. En tijdens één van die dagen heb ik een collage gemaakt -dat was de opdracht die we kregen op die dag- en toen heb ik gekozen voor een spin in 't web en een herfstbos en een roofvogel en ook water ..ehm.. beetje de zee die je dan zag. En de woorden die ik daarbij geschreven had was ..ehm.. voordelen van de beperking en daar bedoelde ik natuurlijk het gehoorverlies mee. Dat van die roofvogel, dat oog, dat is luisteren met mijn ogen. Dat herfstbos dat ging over de stilte. En die zee ja, dat is natuurlijk dan, de zee in mijn hoofd.
Als je mij al langer volgt dan weet je dat ‘de zee in mijn hoofd’ altijd een belangrijk item is. Een soort metafoor voor mezelf. En ik had er ook bij geschreven: professioneel luisteren. Die spin in het web, dat ging dan, denk ik ook toen al, over dat dat horen voor mij allerlei mogelijkheden had. Ik weet het niet meer helemaal zeker. Ik denk het wel, en anders ook dat ik zelf als zelfstandig ondernemer ook met allerlei dingen bezig ben. Dat ik misschien dat ook bedoelde met spin in 't web. Niet alleen coach, maar ook alle andere dingen die nodig zijn om als zelfstandig ondernemer te kunnen werken.
In die tijd, 10 jaar geleden dus, droeg ik nog geen hoortoestel. En als ik dan bij de scholing was bij Hooridee, tijdens die basiscursus, dan was er altijd de mogelijkheid om met bepaalde apparatuur alles goed te kunnen horen. Er waren sowieso altijd schrijftolken bij. En ik kreeg dan een koptelefoon op en dat zat dan vast aan een ontvanger en alles wat gezegd werd kon ik dan toch via die koptelefoon goed volgen. In die tijd, het was een jaar later, 2016 toen, heb ik een aanvraag gedaan voor werkplek-aanpassing met solo-apparatuur. Solo-apparatuur van Phonak. Die heb ik toen uitgeprobeerd. Ik had het natuurlijk allemaal al uitgeprobeerd bij de cursus zelf, maar ik kreeg die apparatuur om uit te proberen. Dat heb ik hier ook thuis uitgeprobeerd. Tijdens coach-gesprekken, tijdens een andere opleiding die ik deed. En ik vond het heel fijn om daar gebruik van te maken. Dan kon ik toch makkelijker op gehoor meedoen met wat er allemaal verteld werd.
Die apparatuur was dus eigenlijk een microfoontje. Een microfoon die de spreker dan vasthield, degene die aan het praten was. Of die dan daar lag of die op de kleding vast zat. En ik had dan de ontvanger gekoppeld dan aan die koptelefoon. Sowieso als coach gehoorverlies -wat later genoemd werd Hoorcoach, want zo hebben we ons genoemd- heb ik altijd nascholingsdagen gevolgd. Elk jaar waren er één of twee dagen dat we dan bij elkaar kwamen en zo zijn er allerlei onderwerpen langs gekomen, zodat we van elkaar kunnen leren. Het is een keer over akoestiek gegaan, ..ehm.. een keer over hoortesten, over oplossingsgericht coachen. Over Auracast. ..ehm.. De impact van gehoorverlies. Het ging een keer over geweldloze communicatie. En we hebben het ook gehad over alle expertises die elke hoorcoach zelf heeft. En zo hebben we elkaar steeds weer geïnformeerd over nieuwe onderwerpen. We hebben ook casussen besproken, elke keer kwam dat ook wel aan bod. Kon je een casus inleveren en dan werd dat ja, besproken met elkaar of besproken met iemand die daar dan nog meer verstand van had. Een audioloog of een audicien. En zo konden we altijd van elkaar leren en ook van de sprekers die dan uitgenodigd werden.
Het is dus altijd zo geregeld dat elke deelnemer heel goed kan meedoen met zijn eigen apparatuur om beter te horen én de apparatuur van PlanPlan adviesbureau. We hebben nu de laatste nascholingsdagen gedaan bij PlanPlan adviesbureau. Dat is advies en maatwerk op het gebied van horen en verstaan. Ze hebben daar allerlei soorten apparatuur en dat is geweldig als we dat kunnen gebruiken om dan toch alles te kunnen volgen. En er zijn altijd schrijftolken bij, zodat je het ook kunt mee kunt lezen. Er wordt overal een tablet neergezet en dan kun je meelezen wat er precies gezegd wordt.
En zo was dat ook nu weer op de nascholingsdag hier in september 2025. Nou moet je weten, ik heb sinds 2019 zelf toch hoortoestellen. Dus die solo-apparatuur van 2016 gebruik ik helemaal niet meer. En ik ben nu met nieuwe hoortoestellen bezig. En daar zit een extra microfoon bij, maar daar kan ik niet helemaal mee uit de voeten.
Als je al een keer eerder geluisterd hebt naar deze podcast, ik heb in 2023 namelijk extra apparatuur gekregen. Sennheiser-apparatuur en daar heb ik over gesproken; seizoen 5, aflevering 8: 'Fluisteren' heette die. En dat is een prima tool, een prima hulpmiddel om met groepen te kunnen werken. Want dan is er een microfoon beschikbaar voor de sprekers en ik heb een ontvanger en dat kan ik rechtstreeks op mijn hoortoestellen horen. Alleen zat er altijd wel een tussenstukje bij, die dan dat weer moest koppelen naar mijn hoortoestellen toe.
Maar deze nieuwe hoortoestellen die connecten niet direct met die Sennheiser-apparatuur, dus daar moest nog iets op gevonden worden. Ik heb deze, heb ik op proef, ben ik aan het uitproberen; van vind ik dit prettig? Maar wat ik ook belangrijk vind is, dat nog steeds die apparatuur bruikbaar is, die Sennheiser-apparatuur, zodat ik dat ook in groepen en met meerdere mensen kan gebruiken. Wat nou mogelijk is, is dan een inductielus gebruiken. En een inductielus is een lus die je om je nek hangt en dan heb je zelf een soort ringleiding. Ringleiding is een systeem waardoor je het geluid wat via de microfoon gesproken wordt, binnen een, binnen een ruimte -dat kan een kerk zijn of een theater- en dat wordt dan dus ook naar je hoortoestellen... kun je je hoortoestellen op instellen, die zet je dan op ringleiding-stand en dan kun je horen wat er door die microfoon gesproken wordt. Dus de microfoon is wel belangrijk. En dat systeem moet er dan wel zijn.
Wat nodig is dat ik dan op mijn hoortoestel de ringleiding-stand aan moet zetten -dat kan ik via de app doen. En dan dus die inductielus om, die zat dan vast aan de Sennheiser-apparatuur -aan de ontvanger- die hield ik dan bij me. Zo kon ik het rechtstreeks op mijn oren horen. Het fijne was, ik zet hem dan op een MT-stand, dat is niet alleen de ringleiding-stand, dat is de T, maar die M betekent dan dat ik ook het geluid van buitenaf ook nog steeds hoor. Dus ik hoor ook degene die vlak naast me zit en niet door de microfoon praat. Dat is wel heel fijn, dat je ook de geluiden om je heen nog steeds kunt horen.
Dan moet je ook weten dat hele nieuwe hoortoestellen -en vooral die hele nieuwe hoortoestellen die buiten de categorie vallen, die niet dor de zorgverzekeraar vergoed worden- die hebben helemaal geen mogelijkheid meer voor zo'n ringleiding-stand. Dus de keuze voor een hoortoestel voor mij, een nieuw hoortoestel, is dan een type van een paar jaar geleden, want daar zit dan wel die ringleiding-stand nog op. En hij valt dan binnen de categorie 5, dus deze hoortoestellen worden ook door de zorgverzekeraar vergoed.
Afijn, ik heb die inductielus dus uitgeprobeerd en vervolgens dus de hele dag ermee geluisterd. En dat is mij zó goed bevallen! Ik merk namelijk dat ik het nog steeds heel fijn vind om het gezicht van de sprekers steeds te kunnen zien. Tijdens het luisteren wil ik dat gezicht zien, ik wil de mimiek zien, het mondbeeld. Dus ik wil kunnen spraakafzien. Naast dat ik het op mijn oren hoor. En dan voel ik me ook veel meer betrokken bij wat er wordt gezegd. En ik heb natuurlijk alle voordelen al verteld van een schrijftolk, waarbij je mee kan lezen wat er gezegd wordt. En ik merk dat de combinatie van ook het zelf zien, maar ook het horen op mijn oren, dat ik dat een hele fijne combinatie vind om alles te kunnen volgen.
Dus ik kan nu ook besluiten om deze nieuwe hoortoestellen aan te schaffen. Want hierbij kan ik ook die Sennheiser-apparatuur gebruiken waardoor ik ook in grotere groepen, waar mensen op afstand van mij zijn. Waar dan de microfoon bij ligt -dat is een kastje van Sennheiser, dat is dan de zender waardoor gesproken- en dan heb ik een ontvanger bij me en die zit dan vast aan die inductielus. En dan kan ik alles volgen doordat het dan naar mijn hoortoestellen... dat ik het daarop hoor. Heel dichtbij is dat dan.
Die nascholing die wij afgelopen september hadden, toen was er een audioloog ook bij -Mieke Janssens- zij is pas haar eigen bedrijf gestart als zelfstandig audioloog. Dat komt nog heel weinig voor in Nederland. Er zijn nog maar drie andere mensen die dat doen. Maar daardoor kan zij veel meer op maatwerk werken en ook veel meer de tijd nemen voor de mensen die niet zomaar bij de audicien terecht kunnen, maar die veel meer hulp nodig hebben om het juiste hoortoestel, de juiste aanpassingen dan te kunnen uitproberen en vervolgens o...
Wed, 01 Oct 2025 - 14min - 179 - 19 Wie speelt er mee?
Er zijn verschillende spelletjes waarbij evenwicht een rol speelt. Trouwens, tijdens elk spel dat je doet is je evenwicht betrokken, want ons evenwichtszintuig staat altijd 'aan'
(Eigen foto van het spel Acrobat Tower)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dat hoor je mij elke keer zeggen als je al vaker naar deze podcast luistert.
Het is dan ook in de breedste zin van het woord, omdat het gaat over het fysieke evenwicht en ook het psychische evenwicht en eigenlijk alles wat daar tussenin ook zit. Er zit nog zó veel in wat allemaal met evenwicht te maken heeft. Dit is ook zo'n speciale aflevering die daar een beetje, ja, misschien wel tussenin zit. Dit is seizoen 9, aflevering 19: Wie speelt er mee?
Elk jaar wordt er in september de Balance Awareness Week gehouden. Dat is een speciale week, internationale week, met aandacht voor evenwichtsaandoeningen. De Stichting Hoormij in Nederland, die besteedt daar elk jaar aandacht aan. En dit jaar, in 2025 op 20 september, hebben ze een event georganiseerd. En die had de titel: In balans met bewegen.
Zo waren er lezingen van Jeroen van Zanten, een fysiotherapeut. Hij is ook de initiatiefnemer geweest om dit event te organiseren. Josine Widdershoven, kno-arts. Zij heeft ook meegewerkt aan mijn boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat heeft ze meegelezen en zo, en daar commentaar opgegeven. En Marga Salemink, Marga is ervaringsdeskundige, maar ook deskundig in het hele gebied met bewegen en ondertussen ook coach geworden in het begeleiden van mensen die daar ook problemen mee hebben. Dat was al heel interessant al die lezingen.
En daarnaast waren er workshops. Tai Chi. Zenboksen. En stoelyoga. Drie vormen van bewegen, drie vormen van een sport, die heel goed gedaan kunnen worden als je evenwicht niet meer zo goed werkt. En eigenlijk kon iedereen daar dan ook meedoen. Ik heb daar met een standje gestaan, waar ik mijn boeken kon verkopen. En zo kon ik ook vragen beantwoorden en tips geven aan deelnemers die ja, even bij mij kwamen, die hun verhaal ook deelden.
En het was een hele week, hè! De Balance Awareness Week, is een hele week lang, is er dus aandacht voor. Ik heb toen ook elke dag een post gemaakt, en gedeeld op Facebook en op LinkedIn. En één daarvan ging over evenwichtsspelletjes. En toen dacht ik: hé dat is grappig, ik kan daar ook een podcast over maken! Dus bij deze: wie speelt er mee!?
Ik ben eens gaan kijken welke spelletjes ik hier in huis heb, die met evenwicht te maken hebben. Ja, dan kom ik eigenlijk op twee soorten spelletjes, dat zijn spelletjes die je gewoon aan tafel kunt doen en er zijn spelletjes waar je je hele lichaam voor nodig hebt. En dan kom ik tot de conclusie dat we best wat spelletjes hebben die, ja, iets over het evenwicht zeggen. En ook al is het niet direct dat je je eigen lijf gebruikt, vooral bij de tafelspelletjes is dat dan anders, maar je bent wel met evenwicht bezig. Eigenlijk is het allemaal een vorm van spelen met de zwaartekracht. Zo wel in het klein, als in het groot.
Nou, dan kan ik beginnen met Stapeltoren. Stapeltoren is dat je allerlei blokjes op elkaar gaat stapelen en dan zorgen dat het ..ehm.. niet omvalt. Dat kun je met elkaar doen, dat kun je met zijn tweeën doen of alleen. Het zijn eigenlijk ook die spelletjes die je kinderen ook altijd doen. In heel veel, heel veel speelgoed is ook het stapelen van blokken, van dingetjes, van vormen. En dat zijn allemaal vormen natuurlijk waar je mee bezig bent met, met evenwicht zoeken, met balans zoeken. Dat het stevig blijft staan.
Een ander spel is dan Jenga. Jenga, dan maak je eerst een toren van allemaal blokjes en dan ga je daar steeds kleine stukjes uithalen. En dat moet je dan zó doen, dat die toren heel blijft. En degene die hem er uithaalt waardoor ie omvalt, die heeft dan verloren. Nog zo'n spel, en dat is een, ik denk best een heel oud spel en misschien wordt het ook wel over de hele wereld gespeeld, dat is Mikado. Mikado zijn een heleboel stokjes, die je hou je in je hand en die laat je dan in één keer vallen. Dan liggen ze kris kras door elkaar heen en de bedoeling is, is dat je dan steeds één stokje weghaalt zonder dat er iets verder beweegt. Dus je moet zo goed mogelijk en zo voorzichtig mogelijk een stok pakken, stokje. En dan voorkomen dat dat dus iets anders in die stapel beweegt of een ander stokje weg rolt. Want ja, dan ben je af. Het is een heel oud spel en ik vind het ook best wel heel moeilijk, want het is ook fijne coördinatie hè! Je moet heel goed kijken, je moet er ook een beetje bewust van zijn van wat wel en niet zou kunnen. En dat is gewoon uitproberen natuurlijk. Het is ook heel makkelijk eigenlijk om te doen, je kunt het overal doen.
Een echt spel dat je in de speelgoedwinkel kunt kopen, dat is JunkArt. JunkArt dat zijn allemaal houten blokjes, volgens mij is het tegenwoordig ook in plastic, maar wij hebben dan de uitvoering met allemaal houten blokjes. En door middel van kaarten weet je wat voor een blokje je moet gebruiken om te gaan stapelen. En ook daar ga je steeds stapelen, maar het zijn verschillende vormen die blokjes. Het zijn ronde blokjes, het zijn cilinders, het zijn staafjes en dat maakt het zo moeilijk! Driehoekjes. En probeer dat maar eens goed bovenop elkaar te stapelen zodat het in evenwicht blijft, zodat het niet omvalt. Dan gaat het ook nog eens om dat het niet alleen maar een stevig bouwwerk is, maar ook wie dan de hoogste toren daarin bouwt. Dus het zijn twee componenten; het moet zo stevig mogelijk staan, maar ook dan, ja liefst zo hoog mogelijk. Dat kun je dus met een groep doen, je kunt het ook individueel doen. Je kunt ook allemaal je eigen stapeltje maken. Maar je kunt ook samen één grote stapel maken. Dus er is heel veel mogelijk in hoe je het gaat spelen.
En ander spel wat ik heel lang al in huis heb, dat is BalanceDuels. Dat is een soort weegschaal, een soort wip, en aan beide kanten van die wip kan je pionnen in doen. En pionnen op verschillende plekjes. Je kunt het heel dicht bij het... waar het scharnierpunt van de wip zit, maar je kunt het ook helemaal aan de buitenkant zo'n pionnetje zetten. Daar zitten spelregels aan vast. Het grappige is, ik heb het nooit als spel gespeeld. Ik gebruik die BalanceDuels heel vaak in de coaching als het gaat over energie-management. En dan kan ik laten zien, dat als je iets verschuift, hoeveel invloed dat kan hebben, omdat dan die wip, die balans, die blijft niet meer helemaal recht, die gaat dan een beetje schuin. En hoe je dan door dingen te verplaatsen en door dingen anders aan te pakken, dat je dat weer in evenwicht kan brengen of de andere kant op kan slaan. Dat kun je natuurlijk allemaal laten zien dan. Dus ik gebruik (ha) hem eigenlijk veel meer tijdens de coaching. Maar het is écht een gezelschapsspel. Je kunt dat met twee mensen, met vier mensen, kun je het gewoon spelen.
Een ander spel, en die kende ik nog niet zo heel lang, dat is Acrobat Tower. Dat is ook hetzelfde idee als JunkArt, maar dit zijn allemaal kleine ..ehm.. poppetjes in allerlei standen. Rechtop staand, dat ze buigen, ..ehm.. dat ze beetje ..ehm.. krom zijn in elkaar gedoken ..ehm.. op de kop. En de bedoeling is dat je ook die poppetjes allemaal neer gaat zetten, zodat ze allemaal in evenwicht blijven en dat ze dus niet vallen. Het leuke is dat ik dit spel, heb ik als cadeautje gegeven aan de mensen die mij meegeholpen hebben bij het maken van de podcast van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar heb ik best een hele tijd over gedaan om dat goed op te nemen. Dat hebben we in de studio gedaan van de Lokale Omroep Zeewolde. En die mensen hebben daar dus zo veel tijd in gestoken, dat ik dat wel een heel geschikt cadeautje vond als het gaat over evenwicht. Het is een klein doosje, waar alles in zit en die je dus zo kunt gebruiken om mee te spelen. Je kunt het in je eentje doen, je kunt het met meer mensen spelen. Het heeft allemaal dus met evenwicht te maken. Alleen zit je dan zelf rustig aan tafel en ben je dus aan het stapelen.
Nou ben je ook altijd wel met je evenwicht bezig, want je gebruikt je armen. En alles wat we doen, je gaat reiken, je gaat iets pakken, heeft allemaal natuurlijk met evenwicht te maken. Alleen, als je zit op een stoel, is dat al heel anders dan wanneer je dus staat. Je zou deze spelletjes natuurlijk ook staande kunnen doen. Een gezelschapsspelletje staand aan tafel. Die zijn er dus wel. Want je hebt van die reactiespelletjes, en die hebben we ook hier in huis, zoals Happy Salmon. Happy Salmon, dat zijn kaartjes en ieder heeft dan een stapel kaartjes. Die moet je dan omleggen en als iemand hetzelfde kaartje heeft, dan moet je daar iets mee doen. Het is een high five geven aan elkaar, degenen die hetzelfde kaartje hebben. Of degene met een vuist, dan doe je je vuisten tegen elkaar aan. Of je gaat van plaats wisselen. En als je zo'n kaartje hebt, dan moet je dus van plaats wisselen. Dat spel heb ik voor de eerste keer gedaan tijdens het gebaren-weekend, het NmG weekend van de Stichting Plotsdoven. Daar hadden ze die spelletjes mee. Er worden altijd veel spelletjes meegenomen, er worden ook altijd veel spelletjes gedaan. En dit spel hebben ze toen rondom een ronde tafel gedaan. Je stond gewoon rechtop en je keerde een kaartje om en als iemand anders dezelfde had, dan gaf je dus die high five of een vuist of je ging dus van plaats wisselen. Dat deden we dus niet zittend, want als je staat, kun je dus veel sneller draaien. En het was zo grappig om te doen!
Alleen merk ik dan wel, dat als ik wat wiebelig ben, dan moet ik zo'n spel niet doen. Want het gaat veel te snel en dan ga je veel te veel ronddraaien. Nee. Het is heel leuk om te doen, maar je moet dan wel even helemaal fit zijn. Je moet dan geen wiebelig evenwicht hebben.
Wed, 24 Sep 2025 - 20min - 178 - 18 Alertheid
Ik heb iets vreemds ontdekt. Ik ben minder alert zonder hoortoestellen in. Het zou beter zijn als ik juist dan beter oplet, qua veiligheid.
(eigen foto van bril, hoortoestellen en spiegeltje)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht'. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'.
In dat boek ga ik in op het zintuig 'evenwicht', maar ook over andere zintuigen die we hebben, die in combinatie werken met het evenwicht. En deze aflevering gaat specifiek over twee andere zintuigen die weliswaar heel belangrijk zijn voor ons evenwicht, maar het gaat even iets minder over dat evenwicht, maar meer over ..ehm.. de alertheid die ik heb als het gaat over de zintuigen gehoor en zicht. Dit is seizoen 9, aflevering 18: Alertheid.
Mensen die slechtziend zijn die gaan beter horen. Ze leren dan de nuances van geluiden herkennen. Dan horen ze of ze vlakbij de muur zijn of dat ze juist in een hele open ruimte komen. Die mensen die worden dus qua gehoor steeds alerter, omdat juist het zicht ontbreekt.
Ik heb niet zo'n goed gehoor en dat wordt steeds... zelfs meer gehoorverlies, en mijn zicht wordt ook steeds iets minder. En gelukkig is dat met een hoortoestel en met een bril goed op te vangen. Maar zonder bril en hoortoestellen dan zie en hoor ik heel veel minder. Deze zintuigen kunnen elkaar dus niet versterken. Door minder te zien, wordt mijn gehoor niet beter. Want juist die nuances in al die geluiden kan ik echt helemaal niet meer opvangen. Dat kan ik met hoortoestellen wel, maar zonder hoortoestellen hoor ik die verschillen helemaal niet meer. En andersom ook niet. Door minder te horen, ga ik niet beter zien. Dus ik ben heel blij met die bril die ik heb.
Maar wat is alertheid dan? Alertheid is een mentale toestand van waakzaamheid. Je hebt dan volledige aandacht voor je omgeving en de prikkels van buitenaf. En daardoor reageer je heel snel en adequaat op veranderingen in die omgeving. Een ander woord voor alertheid is oplettendheid, maar ook opmerkzaamheid. Dan vind ik opmerkzaamheid niet helemaal passen bij alertheid. Ik vind het toch echt wat anders. Want in de vorige aflevering, in de vorige podcast-aflevering, over roerloos, was ik juist heel opmerkzaam voor mijn omgeving. Maar ik was niet per se direct alert. Ik zou niet snel hebben kunnen reageren toen, als er iets in mijn omgeving gebeurd was. Dus ik was niet alert, ik was wel opmerkzaam. Ik zag wat er gebeurde om me heen.
En je zou dus denken dat ik zonder hoortoestellen veel alerter zou zijn. Dat ik dan veel beter op zou letten, wat er in mijn omgeving allemaal afspeelt. Maar zonder hoortoestellen dan voelt het alsof ik in een soort bubbel loop, alsof ik een soort scherm om me heen heb, waar de geluiden allemaal niet door naar binnen kunnen komen. En ik heb dus ontdekt, dat ik niet waakzamer om me heen kijk. Terwijl ik dat beter wel zou kunnen doen, want dat zou natuurlijk veel veiliger zijn.
Als ik buiten of in het donker loop, met mijn bril op, dan lijkt het alsof ik wel iets beter hoor. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Maar met bril ben ik dan wel iets alerter dan zonder bril. Omdat ik toch wat scherper zie. En toch heb ik dan minder in de gaten wat er in mijn omgeving gebeurt. Wat mij ook is opgevallen is, als ik zonder hoortoestel en bril loop, dat ik dan minder oplet hoe en waar ik loop. Dus niet eens direct op mijn omgeving, maar op mezelf, hoe ik zelf beweeg. Ik struikel dan veel eerder en ik bots veel eerder ergens tegenaan. Andersom, met bril op en hoortoestellen in, voel ik veel beter met mijn voeten op wat voor ondergrond ik loop en zie ik natuurlijk veel beter. Waardoor de kans op struikelen veel minder is en ik voorkom zo ook dat ik ergens tegen aan bots. Ik vind dat best tegenstrijdig. Of komt het, omdat zowel mijn gehoor als zicht allebei achteruitgaan en dat het daardoor moeilijker wordt om alert te blijven?
Ik heb ook nog een ander voorbeeld. Ook van afgelopen zomer. Ik heb er zelf eens goed opgelet en ik dacht ik ga dit onthouden, ik ga het even opschrijven. Dat heb ik dus gedaan en vandaar dat ik nu deze podcast kan maken. Wij fietsen altijd met spiegels. Ik heb twee spiegels, mijn man heeft ook één spiegel op zijn fiets. Zodat we achteropkomend verkeer makkelijker kunnen zien. Hoef je niet steeds om te keren, hoef je niet om te kijken. Je ziet het al in je spiegels als er verkeer aankomt. En met name ook als je de auto's niet hoort aankomen, als het elektrische auto's zijn. Of als het fietsen zijn die je ook niet kan horen. Dan kun je dat toch zien, dat ze achteropkomen. En dan gingen we wandelen en dan tijdens dat wandelen, dan wilde ik ineens ook weten wat er achter me gebeurde! Dus ik ging op zoek naar mijn spiegel, zo van ik weet ongeveer op welke hoogte die spiegels zitten, maar ja, daar zit natuurlijk helemaal geen spiegel als je loopt (ha). Het gekke is, mijn man had het ook wel, die herkende ook wel dat je, dat je dan gewend bent aan het achteruit kijken door die spiegel, dat je dus kan zien wat er achter je gebeurt. En dat je dat dus niet hebt tijdens het wandelen.
Nu heb ik hier thuis, heb ik wel zo'n spiegeltje, dat kan ik om mijn hand heen doen. Dat zit dan met klittenband vast en door mijn hand rechtop te houden en een beetje naast me te houden, kan ik zien welk verkeer er achter me aan komt. En nu is het vreemde, je zou denken dat ik zonder hoortoestellen dat spiegeltje heel erg zou missen, en dat is dus niet zo. Met hoortoestellen in en bril op, mis ik dus veel eerder dat spiegeltje. Ik ben dus veel alerter, veel waakzamer als ik dus die hoortoestellen in heb en die bril op heb! Dat is toch gek!!
Zonder hoortoestellen en bril ben ik ook veel trager. En ik let dus écht veel minder op! Het lijkt dus alsof door die verminderde werking van deze zintuigen, alles in mijn brein minder werkt. En dat ik ook in al mijn handelingen veel trager ben, langzamer.
En om te voorkomen dat ik altijd volledig afhankelijk ben van deze hulpmiddelen, ga ik nog steeds zonder hoortoestellen naar de sportschool. Ik hou tegenwoordig wel mijn bril op, zodat het zicht scherp genoeg blijft en ik niet misstap of mis grijp, tijdens de wandeling van en naar de sportschool en ook tijdens de sportlessen zelf niet. Dus die bril is al een ontzettend hulpmiddel, maar ik probeer dus nog zonder hoortoestellen alles wel te kunnen blijven volgen. Ik moet dus dan wel alert zijn, met echt, met bewuste aandacht dat ik dat ga doen. Als ik daar niet op let, tijdens dat wandelen naar de sportschool toe, dan kan ik me ook echt zo verstappen. Dat is al een paar keer gebeurd dat ik dan toch struikel over een stoepje die wat scheefligt. Dan heb ik dat dus niet gezien. En toch daag ik mezelf uit om niet altijd met hoortoestellen in te lopen. Mijn bril vind ik dan wel heel belangrijk, maar zonder hoortoestellen, dat lukt dus dan nog wel, als ik mezelf in ieder geval wel ..ehm.. bewust dus alert blijf.
En 's nachts in het donker liep ik op de camping van de caravan naar de wc toe. Daar liep ik zonder bril om te kijken of ik alert genoeg kon blijven, en om dan niet te struikelen en om goed van de caravan het trapje af te gaan en de rits open te doen, dat ik dat allemaal zonder bril deed. Maar dan moest ik wel ja, een beetje wakker worden, om dat ook goed voor mekaar te krijgen. En in huis loop ik altijd zonder bril in het donker en dan heb ik ook altijd mijn hoortoestellen uit omdat dat het nacht is, want die gaan 's avonds altijd uit. Maar thuis, kan ik ja, bijna met mijn ogen dicht lopen, want ik ben zo gewend aan deze omgeving. En ik doe het wel eens. Dat ik mijn ogen helemaal dicht hou, en dan probeer op de tast weer naar bed te komen. En dan ga ik er wel vanuit dat er helemaal niets op de grond ligt, dat er niks slingert en dat er geen slangen of spinnen zijn waar ik op kan trappen. En dat alle meubels gewoon op zijn vaste plek staan.
Maar 's nachts ben je natuurlijk moe, door de slaap, dus die alertheid die moet ik dan écht opzoeken! Dus ik kan pas eigenlijk uit bed gaan als ik toch een beetje meer wakker ben, want als dat niet zo is, dan ..ehm.. dan kukel ik écht zo om! Dan bots ik, struikel ik zelfs over de drempel heen. Dus ik moet altijd toch, als ik naar de wc ga (ha) 's nachts, dat ik dan toch zó wakker ben dat me dat gaat lukken. Want anders is die alertheid natuurlijk ver te zoeken, als ik te moe ben.
Ja, alertheid, ook daar kan ik dus iets over vertellen. En het vreemde is, dat ik minder alert ben als mijn zicht minder goed is en mijn gehoor minder goed is, terwijl het eigenlijk andersom zou moeten zijn. Zou ik echt alerter moeten zijn.
Dit was seizoen 9, aflevering 18: Alertheid. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En als je nog veel meer hierover wilt weten? Ik heb natuurlijk vaker verteld over lopen en volgens mij ook wel lopen in het donker. Je kunt zo eens kijken naar welke afleveringen ik allemaal al gemaakt heb en dan kun je de titel even zien. Even snel scannen in het kleine stukje wat ik erbij heb geschreven, waar de aflevering over gaat. En dan kun je nog even terugluisteren. In ieder geval dank je wel voor het luisteren naar deze aflevering en tot de volgende keer.
Wed, 17 Sep 2025 - 10min - 177 - 17 Roerloos
s Morgens vroeg op de camping. Alles is roerloos. Zo ervaar ik dat tenminste. Klopt dat wel? Roerloos is ook een vorm van stilte. Net als tijdloosheid ervaren. Stil de tijd.
(eigen foto van gehaakte windvanger die roerloos hangt)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons fascinerende zintuig 'evenwicht'. Dan gaat het over het fysieke evenwicht, maar ik heb het in deze podcast ook vaak over ons psychisch evenwicht - over mijn psychisch evenwicht. En zodoende deel ik ook af en toe gedachtes die bij me naar boven komen, wat ik ervaar en wat ik graag wil delen met jou. Dit is seizoen 9, aflevering 17: Roerloos.
Ik weet nog hoe het voelde. Het was 's morgens vroeg op de camping. Ik had geen hoortoestellen in. Ik had mijn bril niet op. En ik liep naar buiten. De caravan uit. De tent door. En dan sta je buiten op het gras. En iedereen slaapt nog. Tenminste, het lijkt erop dat iedereen slaapt. Niemand is er nog uit. Niemand is bij de tent bezig, loopt heen en weer. Ook alle kinderen zijn stil en slapen nog. D'r is geen enkele beweging zichtbaar bij dus de andere tenten.
Er is geen wind. De bladeren van de bomen en struiken die bewegen helemaal niet, alles hangt helemaal stil. En de windvangers die ik deze zomer gehaakt heb, die heb ik aan de luifel van de tent gehangen. En die hangen roerloos! Ik kijk omhoog en in de lucht is er geen wolkje te zien. Het is helemaal helder. Ik zie ook geen beweging in de lucht van vliegtuigen, van satellieten. Ik zie en hoor geen enkele vogel. En er zijn ook geen vliegende insecten. Ik zie alleen de spin, die roerloos midden in zijn web hangt. Ik ben de enige die beweegt. Door te kijken, door rond te kijken. Door een stapje vooruit of achteruit te doen.
En dan besef ik me, we bewegen keihard door het heelal. De aarde zelf draait met 1670 kilometer per uur om z'n as. En wij zitten op die aarde, dus we draaien daarin mee. De aarde draait ook wel altijd dezelfde kant op en ook altijd dezelfde kant om de zon. Want de aarde draait ook nog eens om de zon. En dat gebeurt met 107 duizend kilometer per uur. Om een voorstelling te maken, dat is 30 kilometer per seconde. En nog een stapje verder. Ons zonnestelsel waar wij toe behoren als aarde, draait ook nog eens met een snelheid van 220 kilometer per seconde, rond het centrum van de Melkweg. En dan praat je al over 792 duizend kilometer per uur. Het zijn getallen waar je je helemaal van gaat duizelen, ik tenminste wel!
En nog één stapje verder. Het hele zonnestelsel waar wij als aarde toe behoren, waarbij wij ook in die Melkweg zitten, die hele Melkweg, die beweegt ook nog eens door het hele universum! En dat is dan 580 kilometer per seconde. Dan praat je over 2,16 miljoen kilometer per uur. Dat is dus een ongelófelijke snelheid. Daar kunnen wij hier op aarde, ons nauwelijks een voorstelling van maken, terwijl het dus elk moment gebeurt! Elk moment zijn wij dus met die snelheid aan het bewegen! Ik heb geen idee welke kant op! Ik heb geen idee waar we naartoe gaan. Dus het is helemaal niet roerloos!
Het gekke is, dat we helemaal niets van die snelheid voelen. En dat komt, zo gek is het eigenlijk niet, omdat we een constante snelheid helemaal niet voelen, als we eenmaal constant bewegen dan, ja, daar worden we gewoon mee geboren. Je wordt geboren en dan ben je al op die aarde en dan beweeg je mee met die snelheid van de aarde. En dat is elke keer gewoon dezelfde snelheid. Er is geen versnelling van de aarde. En er is ook geen vertraging. Want een versnelling of een vertraging die zouden we zeker wel voelen! Dat heb je ook als je in een auto zit, als een auto optrekt dan voel je dat je dus vooruitgaat, als ie vertraagt dan voel je het remmen. Maar alles daar tussenin, die beweging, die snelheid, die constante snelheid, die voelen we niet.
En toch, ik stond op die camping, op de camping in alle vroegte, en ik heb daar die roerloosheid om me heen wel ervaren. Zo voelt het ook écht! Het leek wel alsof de hele wereld even stil stond! Dat ik de enige was die even bewoog op dat moment.
En dat doet me denken aan het boek wat ik heb geschreven over tinnitus, wat nog niet uit is, wat wel gaat komen. Hoofdstuk 15 in dat boek heeft de titel: 'Beleef de stilte' en een sub-hoofdstukje daarvan is: 'Vormen van stilte'. En de eerste vorm die ik dan noem is: De stilte kun je niet zien, ruiken, proeven of horen. Stilte is dan een toestand van bewegingsloosheid. Bewegingsloosheid is eigenlijk een ander woord voor roerloos.
In dat rijtje van die vormen van stilte, is er ook een andere vorm van stilte, namelijk die van: tijdloosheid. Tijdens de vakantie ben ik helemaal niet bezig met de klok. Ik volg dan ook helemaal geen nieuws. Dat vond ik ook heel fijn, ik wist eigenlijk helemaal niet wat er allemaal in de wereld gebeurde. En wat ik wel ervaarde was dat ik dorst had of trek in eten. En ik voelde me heel energiek in de ochtend. En ik was moe in de avond. En als we gingen fietsen, dan wist ik wel waar we naar toe gingen fietsen, maar vaak had ik geen enkel idee hoe laat het nou was! En dat gold ook eigenlijk elke keer als ik heerlijk zat te lezen in de schaduw van de boom. De kloktijd valt dan helemaal weg. En dan wist ik wel dat het ochtend was of middag of avond. Maar hoe laat nou precies? Ik had geen enkel idee.
En in dat boek, van die vormen van stilte, noem ik ook die tijdloosheid. Alleen, dan noem ik het al; we kunnen stilte ervaren op momenten dat we sprakeloos zijn of met de mond vol tanden staan of als je mond open valt van verbazing of ontroering. En dan ken je de uitspraak wel, 'daar zijn geen woorden voor'. Het gaat dan om momenten die intens beleefd worden. Bij het zien van schoonheid, het horen van muziek, bij verliefdheid of geboorte, bij de dood, tijdens een natuurramp. Het kan dan zelfs oorverdovend stil zijn.
En het volgende punt ga ik in op, dat tijdens die woordeloze en sprakeloze momenten dan lijkt het alsof de tijd stil staat. Of anders gezegd: er bestaat even geen besef van tijd. Je hoeft of kan niets denken, zeggen of horen. En zodra je dat wel doet, dan is er wel weer die kloktijd. Sprakeloze stilte zorgt voor tijdloosheid.
Maar ik heb dan op vakantie die tijdloosheid waarbij ik wel van alles aan het denken was, waarin ik van alles gezien heb, dat voelde ook tóch als tijdloosheid. Ook dat lekker lezen in een boek en me helemaal verliezen in zo'n verhaal, ook dat is voor mij die tijdloosheid. Want op dat moment valt voor mij de tijd weg, het is niet belangrijk, ben ik er niet mee bezig. Ik kijk niet op de klok. Ik voel op een gegeven moment dat ik trek heb om te eten. En dan klopt het meestal ook wel, dat het tijd is om te eten. Maar ik let er dus niet op.
Dus die tijdloosheid ervaar ik dan wel. Terwijl ik natuurlijk weet dat de tijd nóóit stilstaat, die gaat altijd maar door. Dan is het wel fijn als je ervaart dat een dag ontzettend lang duurt. Meestal hebben we dat de dag voorbijvliegt. Maar op vakantie heb ik dan die momenten ook dat een dag héél lang kan duren. Komt ook wel omdat het natuurlijk 's avonds langer licht is en je dus heel veel buiten bent. Maar die momenten vind ik dan ook heerlijk om mee te maken. Dat ja, de dag dat er bijna geen eind aan komt, gewoon heerlijk om gewoon te zijn waar je bent. En daarvan te genieten.
En dat doet me weer denken aan het liedje van Jacqueline Govaert, het liedje: Stil de tijd. Een klein stukje uit die tekst van haar lied:
Stil de tijd
Zo midden in het leven
Want hoe ik nu leef
Lijkt het of mijn lijf geschreven
Stil de tijd
Ja, de stilte ervaren, terwijl ik dus zelf nooit meer de stilte hoor! Door het altijd aanwezige geluid in mijn hoofd, kan ik nooit meer de stilte ervaren die betekent: afwezigheid van geluid. En toch heb ik de stilte dus wel gevonden. Zelfs in heleboel verschillende vormen. Onder andere die roerloosheid.
Je hebt geluisterd naar de podcast 'Evenwicht, je leven', seizoen 9, aflevering 17: Roerloos. Ik heb je even meegenomen in een klein stukje ja, beetje filosoferen over de stilte, roerloos zijn, over de tijd. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 10 Sep 2025 - 10min - 176 - 16 Knisperen
Het horen van allerlei geluiden is niet meer vanzelfsprekend als je gehoorverlies hebt. Als je dan hoortoestellen gaat dragen, is er een ware geluidenontdekkingsreis. Ook ontdek hoe luid de omgeving is. Ineens hoor ik iets knisperen. Wat is dat eigenlijk, knisperen?
(eigen foto van lang geleden, winters tafereel, knisperende sneeuw)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. En ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ook over alles wat mij uit evenwicht brengt of juist weer in evenwicht terugbrengt. En dan heb ik het ook met name over het gehoorverlies en de tinnitus, beperkingen waar ik ook mee te maken heb. Dit is seizoen 9, aflevering 16: Knisperen.
In 2019 kreeg ik mijn hoortoestellen. Dat was eigenlijk de 2e keer, want de allereerste keer kreeg ik in 2006. Dat is toen helemaal misgegaan. Daardoor kreeg ik de aanvallen van draaiduizeligheid, wat uiteindelijk de ziekte van Ménière is geworden. Toen heb ik geen hoortoestellen daarna meer gedragen. Maar in 2019 ben ik dan toch met hoortoestellen begonnen, omdat het gehoorverlies zó veel werd, dat door de kno-arts het advies werd gegeven: begin aan hoortoestellen, want dat zorgt ervoor dat je veel minder energieverlies tijdens het spraakverstaan hebt. Dat heb ik toen heel langzaam opgebouwd. Maar wat nog meer opviel is dat wat ik toen hoorde, met die hoortoestellen in, dat er zó veel geluid om ons heen is. Het was écht voor mij een soort geluiden-ontdekkingsreis. Ik heb een aantal van die dingen opgeschreven. Dan ging het over ..ehm.. dat ik allerlei opmerkingen heb gemaakt over wat ik nou allemaal hoor en hoe ik dat dan hoor.
Tjonge wat hebben de mensen harde stemmen.
Hmmm mijn eigen stem klinkt alsof ik in een ton zit, het is zó hol!
Ik schrik van de piep van de magnetron.
Wat een ongelofelijk hard geluid maakt de waterkoker. Ik loop liever even weg, want het doet pijn aan mijn oren.
De wc doortrekken! Ik probeer zo snel mogelijk de wc uit te vluchten. Dat kletterende water, au au!
Het ritselen van de krant. Dat is een nieuw geluid, ik heb dat nog nooit eerder gehoord.
Wat hoor ik toch? Het blijkt de klok te zijn, aan de muur.
Hmm zijn dat rollende containers buiten?
Logeervogel. Hij blijft maar kwebbelen, pfff dat deed hij anders nooit.
De vulpen krast op het papier!
Hè, dat is gek, de toetsen van de computer die maken geluid!
Oh, wat zorgt de harde wind langs mijn oren voor een onaangenaam geluid!
Wat zijn er een boel vogels in het bos, ik hoor ze van alle kanten!
Dat verkeer buiten, daar word je moe van zeg! Wat zijn dat veel verschillende tonen!
In 2019 heb ik een hoor-dagboek bijgehouden en daar heb ik allemaal dit soort opmerkingen in opgenomen. Het ging met name ook over hoe het gehoorverlies was, maar ook hoe de tinnitus was op dat moment. D'r waren heel veel geluiden die mij ineens opvielen. Heel veel geluiden die me opvielen, die ik nooit in mijn leven eerder heb gehoord. Of wat dan zó lang geleden is, dat ik dat eigenlijk vergeten was. Dat is zó bijzonder om ineens al die geluiden te horen, maar ook om te horen hoeveel geluid er is.
Ja, en wat is dan geluid? Ik heb het daar wel eerder over gehad. Geluid zijn trillingen in de lucht, die door gezonde oren zijn waar te nemen. Geluid is hoorbaar wanneer de trillingen elkaar voldoende snel opvolgen en de geluidsbron de mogelijkheid heeft uiteindelijk voldoende geluidsenergie aan het oor heeft af te geven. Een andere definitie van geluid is: de trilling in het frequentiebereik dat door het gehoor kan worden waargenomen. Dat staat in het audiologie-boek. Dat is een hele korte samenvatting van wat geluid is.
En geluiden horen we via onze oren. Maar geluid kunnen we ook in ons hele lijf voelen zoals in de muziek, de bastonen en de drum. Want ons lijf is namelijk één grote klankkast met allerlei holtes. In het hoofd en in de borst en in de buik. Ons lijf bestaat voor een groot deel uit water. En geluiden, trillingen en vibraties die worden zo door het hele lichaam geleid. Ik heb het dan over het geluid wat we opvangen met onze oren.
Ik heb deze aflevering genoemd: knisperen. En wat is knisperen dan? Knisperen, ik vind dat een fascinerend woord. Ik vind dat een, ja misschien wel een grappig woord. Knisperen dat betekent... dat is een zacht knetterend of krakend geluid. Dat wordt vaak veroorzaakt door iets dat droog is of iets wat afbreekt. Dat is bijvoorbeeld als je over de verse sneeuw heen loopt, dan kraakt dat, maar dat kun je bijna knisperen noemen. Want echt kraken is het ook niet, het is meer echt een soort knisperen, ja... daar is het woord ook voor bedoeld.
In de zomer is het juist als er heel veel droog gras is, met name ook in de duinen, daar heb je allemaal van dat hele stugge gras en als dat dan helemaal verdroogd is en je gaat daarop lopen, dan hoor je het knisperen. Kan ook zijn een plastic zakje wat je helemaal aan het verfrommelen bent of wat je open maakt, dat kan ook knisperen. Maak je het niet stuk, maar dat is wel droog en het is een soort ja, zacht geluid wat -als je het over plastic zakjes hebt- kan het ook juist een heel onaangenaam geluid zijn, omdat het knisperen dan heel luid is, heel hard is.
Knisperen is dan dus knetteren en kraken. Maar ik vind knetteren en kraken vind ik net een beetje ..ehm.. een luider geluid dan knisperen. Knisperen is een wat zachter geluid. Dan kan je het ook hebben over ritselen. Maar ik vind ritselen iets heel anders dan knisperen. Het ritselen van de bomen als je alle blaadjes heen en weer hoort gaan, als de wind er doorheen gaat, dat is het ritselen van de bomen. Dat vind ik geen knisperen. Knisperen is een beetje krokanter of zo. Ik weet niet hoe ik het anders moet uitleggen.
Nou kun je ook een knisperend geluid horen in je oor. En dat kan komen door problemen met de buis van Eustachius. De buis van Eustachius, die zit in het middenoor en die heeft een verbinding met de neus- en keelholte en als dat niet goed functioneert kan dan knisperend, hoorbaar iets zijn wat je dan dus hoort in je oren. Dan kan het zijn dat die buis van Eustachius niet goed opent, dat daar een soort druk op komt. En om dat weer weg te krijgen, als je dat zelf wilt doen, dan kun je je oren klaren. Dan kun je je neus snuiten door eerst je neus dicht te knijpen en dan doen alsof je snuit. Moet je ook je mond dicht houden en dan even doen alsof je snuit en dan gaan die trommelvliezen, die ploppen weer open. Die gaan natuurlijk niet echt open, maar die buis van Eustachius die opent zich dan eigenlijk. Dat is wat er gebeurt. En dan kan het zo zijn dat het knisperen weer weg is. Blijft het knisperen? Dan is het -denk ik- wel handig om naar de arts te gaan, om te kijken wat daaraan gedaan kan worden. Want als je altijd het knisperen hoort, of die druk op je oor zo voelt, dan is dat onaangenaam. Dan kun je er beter iets aan laten doen.
De buis van Eustachius kan ook dicht gaan als je heel erg verkouden bent en dat is wat ik ja, geregeld wel ken. Dat is dan zo'n dof gevoel, dan hoor ik ook bijna helemaal niets meer, en dan is ook die buis van Eustachius.. omdat de neus verstopt zit, is ook het gehoor... werkt dan minder goed. Maar ja, als het weer over is, is er ook weer niets aan de hand.
Dat knisperende geluid kan ook komen als er oorsmeer in je oor zit, dat zit in het buitenoor. En dat oorsmeer kan zich zo ophopen voor het trommelvlies, zodat het trommelvlies niet meer goed kan bewegen. Het irriteert misschien het trommelvlies ook wel, helemaal als het er een beetje tegenaan komt. En dat kan ook een knisperend geluid opleveren.
En wat ook kan is dat de tinnitus die je hoort, dat dat gaat knisperen. Dat het geluid een knisperend geluid is. Knisperen is ook wel een woord, een onomatopee, oftewel een klanknabootsing, want knisperen lijkt een beetje alsof het een onomatopee is. Er zijn nog meer woorden die een klanknabootsing zijn, zoals ..ehm.. een gil, een sis, zoef, floep, klets, au, hik, tsjilp, kwek, miauw, klok, slok, plons, gak, bam, bons.
Ja, ik doe natuurlijk al een beetje zoals het geluid klinkt, maar dit zijn ook gewoon woorden die je dus kan opschrijven. Het is écht een klanknabootsing. En knisperen kan daar wel tussen passen, zo'n klanknabootsing.
Er zijn ook vogels die hebben hun naam te danken aan het geluid wat ze maken. Zo heb je de koekoek en de tjiftjaf, de kievit, de oehoe, de grutto, de tureluur. Moet je maar eens goed gaan luisteren naar als je meerdere grutto's hoort, dan hoor je de hele tijd ‘grutto, grutto, grutto!’ Dat is écht heel grappig om te horen. Dan vind ik het wel weer gek dat een duif, een duif zegt altijd roekoe, dan zou je denken dat je een duif eigenlijk ‘roekoe’ moet noemen. Het geldt dus niet voor alle vogelnamen dat dat meteen de klanknabootsing is. Want dan zou een duif dus roekoe heten.
Maar zo'n klanknabootsing is ook dat knisperen. En wanneer hoor ik het knisperen? Nou, ik heb nu nieuwe hoortoestellen en met die nieuwe hoortoestellen daar zit het microfoontje op een andere plek dan bij mijn andere hoortoestellen. En nu is het zo dat ik mijn haren heel vaak over dat hoortoestel hoor wrijven. En helemaal met natte haren en als dat dan natte haren zijn, dan is het ook echt een beetje een knisperend geluid. Wanneer ik het ook hoor knisperen is als ik m'n nek draai. Als ik mijn nek horizontaal heen en weer beweeg, dan wil het nog wel eens dat het een beetje aan het kraken is, maar omdat het toch een zacht geluid is, noem ik het knisperen.
En dan heb je het ook vaak over krakende chips. Maar als ik chips eet zonder dat ik mijn hoortoestellen in heb, dan is het geen kraken meer, maar dan wordt het chips eten wordt knisperen. Ik heb het ook bij bepaalde nootjes. Bij zonnebloempitten, als ik die eet. Dan is dat een...
Wed, 03 Sep 2025 - 12min - 175 - 15 Koud douchen
Na de warme douche vind ik het heerlijk om daarna even onder de koude douche te staan. De tinnitus wordt er niet meer of minder van, dus ik ga nog steeds te stralen onder de douche. Maar hoe douche ik veilig? Zonder uit te glijden over de vloer?
(eigen foto: handgreep in onze douche)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Deze podcast gaat over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Het gaat over ons fysieke evenwicht, het gaat ook over wat mij uit evenwicht brengt of wat mij in evenwicht houdt en dat kan zowel fysiek als psychisch zijn. Dus vandaar evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 9, aflevering 15: Koud douchen.
Als je mij al heel lang volgt, dan weet je misschien ook wel een keer dat ik heb gesproken over douchen. Seizoen 6, aflevering 8 'Douchen'. Toen sprak ik over hoe lekker het douchen is in relatie tot tinnitus. Want de tinnitus die werd eerst overstemd door de luide douchestralen. En dan was het in mijn hoofd even helemaal stil. Dat is nu niet meer zo. Ik heb steeds meer gehoorverlies gekregen en die harde geluiden van het water worden dus niet meer helemaal overstemd door de tinnitus. Dus die tinnitus die hoor ik ook, als ik die harde stralen, als ik dat water, hoor kletteren langs mijn oren, dan hoor ik daar de tinnitus bovenuit. En toch sta ik nog steeds te stralen onder de douche. Want dat was toen de aanleiding van die aflevering. Dat ging over dat tinnitus zo fijn overstemd kan worden door het douchen. En nu het bij mij niet meer het geval is, die over, ...dat overstemmen, helpt het mij toch nog enorm om heerlijk onder de douche te staan, omdat je gewoon lekker kan ontspannen!
En deze aflevering gaat over het koud douchen. Daar bedoel ik eigenlijk mee het douchen met koud water. En het liefst doe ik dat na de warme douche en dat vind ik dan heel fijn. Dat voelt enorm fris! En dan, tijdens het warme douchen, dan kijk ik al uit naar het koude water wat ik erna nog ga krijgen. En wat ik daarna voel over mijn hele lijf, brrrr! Zo lekker!
Koud douchen blijkt ook heel goed te zijn voor het immuunsysteem. Het immuunsysteem krijgt dan een soort boost. Dat wordt even extra aangezet om te helpen je lichaam met allerlei stoffen die in je lijf zitten die niet goed zijn, om die dan weer te verwijderen.
En met het schrijven van het boek over tinnitus, heb ik gekeken naar allerlei oorzaken en toen kwam ik uit bij de Ayurveda. De Ayurveda die geeft bepaalde oorzaken voor tinnitus aan. In die Ayurvedische geneeswijze benoemen ze andere oorzaken voor tinnitus dan die in de reguliere gezondheidszorg worden benoemd. Dan gaat het over overbelaste zenuwen, altijd maar praten, overmatig sporten, te veel achter de computer werken of tv kijken, slechte spijsvertering, te veel diëten, te vaak blootstelling aan kou, te veel zwemmen en duiken, geluidsoverlast.
Nou, die laatste, geluidsoverlast, dat is er eentje die ook in de reguliere gezondheidszorg wordt genoemd. Overbelaste zenuwen, als het gaat over stressreacties in je lijf, dan past het ook wel bij de reguliere gezondheidszorg. Maar te vaak blootstelling aan kou! Dat is wel een rare! Vind ik vreemd. Hoeveel is dan te vaak, vraag ik me af? Is dat 3x in de week? En dan alleen een paar minuten na die warme douche, als ik op de sportschool heb gedoucht. Of bedoelen ze daar dat het elke dag is en dat het een groot deel van de dag is dat je in de kou bent? Terwijl ze juist eigenlijk zeggen de temperatuur in huis, 20, 21 graden, als je dat nou terugzet naar 18, 19 graden dan zou dat ook heel goed zijn voor je lijf! Of is dat dan toch te koud? En dan vraag ik me af: hebben dan de mensen in Scandinavische landen dan veel vaker tinnitus? Als het gaat dus over te vaak blootstelling aan kou?
En sinds een paar jaar ben ik gewend aan koud douchen. Na die warme douche dus. Dat is ooit begonnen op de sportschool en dat was meer een beetje een uitdaging met de andere dames na de groepsles. Dat we dan, nou ja, allemaal gingen douchen en dat we op een gegeven moment hadden, we konden de douche -er was een thermostaatkraan- konden we ook op koud zetten, dat we dan de uitdaging hadden om daarna dus even koud af te douchen. En dat was in het begin natuurlijk, ja een beetje gillen en ..ehm.. van dat zijn we helemaal niet gewend dus ..ehm..... Maar naarmate je dat vaker doet, ga je... gaat je lichaam eraan wennen, ga je er zelf aan wennen en nu is het gewoon een gewoonte geworden!
En het koude douchen doe ik dus na de warme douche. Behalve als het 's avonds laat is en het is juist koud, dan wil ik de warmte vasthouden, dus dan ga ik niet koud douchen. En ook als ik me niet helemaal lekker voel, als ik verkouden ben of verkouden dreig te worden, dan wil ik die koude douche nog wel eens overslaan. Misschien zou het dan juist beter zijn, maar dan vind ik het niet prettig. Dus dan doe ik het niet. Maar de andere momenten wel. Ik merk dan geen verschil in de luidheid van de tinnitus. Het wordt er niet meer door, maar het wordt er ook niet minder door. Dan heb ik al zo van ja, dat koude douchen hoef ik dus niet meer of minder te gaan doen, toch?
Ik hou ervan om me wel lekker warm te voelen, aangenaam warm. Maar dan niet dus door de zon, zoals in de zomer. Dan is het me vaak veel te warm, daar kan ik eigenlijk helemaal niet zo goed tegen. En ook de hittebuien die ik nog steeds heb als gevolg van de overgang, in de overgang had ik ze heel vaak. En die blijf ik nog steeds houden, die hittebuien. En ik denk dat ik die ook nog heel lang blijf houden, want mijn moeder had het ook nog steeds, zelfs toen ze al 80 was, had zij het af en toe zó ontzettend heet en dan begon ze helemaal te zweten. Nou dat is wat ik ook nu nog steeds herken bij mezelf.
En ik houd er dus tegenwoordig van om na de warme douche toch ook koud te douchen.Tijdens zo'n hittebui dan doe ik mijn kleding allemaal zo veel mogelijk af. Ik heb vaak laagjes kleding aan, zodat het al koel is. En anders stap ik even naar buiten. Helemaal in de winter is het dan ook heel fijn om dan even buiten te staan, want dan is het ook wat koeler dus dan zoek ik ook de kou op. Vind ik toch wel prettiger om mee om te gaan.
Maar even terugkomen op dat douchen. Dat douchen, hoe doe ik dat veilig? Ik wil namelijk niet uitglijden. En de kans op uitglijden is groot tijdens het douchen, omdat dan de vloer vaak te glad is. Onder andere op de sportschool doe ik dan slippers aan en die slippers helpen mij om dan niet uit te glijden, onder de douche - of als ik wegloop uit de douche. En thuis hebben we daar ook veranderingen in aangebracht. Dat hebben we al vanaf 2006, toen hebben we de badkamer verbouwd en dat was vlak na de eerste aanval van draaiduizeligheid die ik had gehad. Die dus zo heftig was, dat toen we bezig waren met de indeling van de badkamer, dat ik toen al heb aangegeven: ik wil graag een vast zitje in de douche hebben -een soort klapstoeltje is dat dan én een handgreep aan de muur. Dan wordt het makkelijker om na een aanval toch te douchen en dat niet iemand mij steeds moet vasthouden, omdat ik de neiging heb om om te vallen, want dan kan ik mezelf vasthouden, of dus zo nodig dan dat ik ga zitten. En nu tijdens die wiebeldagen vind ik dat ook heel fijn. Ik wil nog wel eens gaan douchen met mijn ogen dicht en dan vind ik het heel fijn om die handgreep vast te houden, want dan weet ik ook dat ik ..ehm.. niet omval, want ik heb gewoon die steun dan. We hebben ook in onze badkamer een goede vloer. Die niet zo glad wordt. Een beetje een stroeve vloer en dat is wel heel prettig. Dan hoef ik niet per se slippers aan thuis als ik onder de douche ga.
Op vakantie is het natuurlijk heel wat anders. Als wij op vakantie gaan naar de camping, dan heb je daar het sanitair en vaak heb ik mijn slippers dan ook mee, omdat ik niet weet wat voor een vloer daar op de grond ligt. En dan is het heel prettig om met die slippers dan de douche in te stappen, dan voorkom ik gewoon dat ik uitglij. We gaan nu naar een camping met privé-sanitair. Daar wil ik eigenlijk mijn slippers niet aan doen, want ja het is gewoon van jezelf op dat moment. Maar ik heb dan wel een badmat mee en die badmat zorgt er dan toch voor dat ik daar aangenaam opsta, maar dus ook ..ehm.. een hele kleine kans, of eigenlijk géén kans heb dat ik zomaar uitglij.
In die tussendoor-vakanties die wij hebben, gaan we nog wel eens naar een Bed & Breakfast en daar heb je natuurlijk ook allerlei verschillende soorten badkamers, verschillende soorten douchecabines. En ook daar komen we af en toe echt zo'n gladde vloer tegen. En ik heb niet altijd mijn slippers mee die ik onder de douche mee aan kan. En als er dan een gladde vloer is, dan vraag ik altijd of zij een badmat hebben. Als zij die niet zelf hebben, dan willen ze nog wel eens dat ze dat dan voor mij gaan aanschaffen. En dan zeggen ze ook, als ze die dan goed desinfecteren, dan kunnen ze die ook vaker gebruiken als er nog iemand daarmee zit. Want vaak hebben ze niet eens daarover nagedacht dat dat wel eens te glad kan zijn. Maar dan geef ik het zelf dus aan. Want ik wil veilig kunnen douchen.
En tijdens het douchen, en dan gaat het weer echt over dat evenwicht, dan mijn haar wassen, doe ik niet door mijn hoofd helemaal achterover te kantelen. Want als ik mijn hoofd achterover kantel dan wil ik nog wel eens wat draaierig worden. Dus ik sta het liefst gewoon rechtop mijn haren te wassen en dat doe ik ook met het afdrogen van mijn haren. Dan ga ik ook niet te ver achterover en dat helpt enorm, dat je dan dus minder snel draaierig wordt en niet zomaar omvalt. Dus zo zijn er verschillende mogelijkheden dat als je veilig wilt douchen, dat je daar zelf een heleboel aan kan doen, als je daar maar alert op bent. Als je maar weet dat je er zelf iets aan kan doen om stevig te blijven staan en niet uit te glijden in de douche.
Wed, 27 Aug 2025 - 12min - 174 - 14 Lanterfanten
Ik ben graag lui en toch ben ik altijd bezig met iets. Dus, hoe doe je dat eigenlijk, lanterfanten?
(foto: Roel Hijne, aan het strand in Zeeland)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En ook dit keer weer is het in die breedste zin. Je luistert naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En er valt nog veel meer te vertellen over dat fascinerende zintuig en ook over al die psychische ervaringen als je het hebt over het psychisch evenwicht. Dit is seizoen 9, aflevering 14: Lanterfanten.
De vorige aflevering ging het over die luie oren. En dat woordje 'lui' dat vind ik wel een apart woord, want ik zeg wel eens ik ben heel graag lui. Ik doe heel graag helemaal niets. En dan hoor ik mijn man al lachen op de achtergrond, want die heeft echt zo van: jij en niets doen, dat kan helemaal niet! Maar zo kwam ik ook op dat woord lanterfanten. En tijdens de vakantie dan is het eigenlijk het ultieme moment om vaak te lanterfanten. Maar, wat is lanterfanten dan precies? Ik was er eigenlijk wel nieuwsgierig naar. Dus ik ben op zoek gegaan, van wat wordt er nou gezegd over lanterfanten?
Nou, lanterfanten dat is een Nederlands woord en ja dat betekent eigenlijk luieren, rondhangen, niets doen. Andere woorden ervoor zijn: lummelen en niksen, dat is eigenlijk hetzelfde als niets doen hè. Rondslenteren. Het grappige is dat al deze woorden, dat zijn eigenlijk werkwoorden. En ik heb al een keer eerder een podcast gemaakt over niets doen, seizoen 6, aflevering 14. En dat niets doen dat ging over het feit dat het ook een werkwoord is en dat niets doen, niet bestaat. Want je doet altijd wel iets! Als jij rustig zit en helemaal niks met je handen doet, niks met je gedachten doet, dan ben je nog steeds iets aan het doen en dat is namelijk zitten, kijken, luisteren, ruiken. Je doet altijd namelijk iets.
Het woord lanterfanten dat is ja, een soort synoniem voor al die woorden waarin het niet helemaal duidelijk is wat je nou precies aan het doen bent. Ze zeggen het ook wel: het is een vorm van tijdverdrijf zonder specifiek doel. En dan is het zo dat je bij lanterfanten, dat kun je op een positieve manier zien. Dat is een manier van ontspannen. Waarbij je ook je geest de vrije loop laat. Maar je kunt het ook helemaal negatief zien en dat is dan die luiheid of tijdsverspilling. En dat zien zij dan negatief. Nou vind ik lui zijn helemaal geen negatief woord. Tenzij je natuurlijk hebt afgesproken om allerlei dingen te doen en je doet het vervolgens niet, dan kan je zeggen van: dan ben je lui, want je neemt niet je verantwoordelijkheid.
Maar lui zijn zélf, luieren, het vermijden van inspanning, vind ik helemaal niet zo heel erg. En met name op vakantie is dat natuurlijk helemaal het moment ervoor om dat lekker te doen. En waarschijnlijk is het voor heel veel mensen eigenlijk ook noodzakelijk om lekker te luieren, om even helemaal niets te doen.
Ik zie luieren dan niet dus als tijdsverspilling, maar meer als een vorm van de dingen even heel anders doen dan je anders deed. Niet haastig, van alles doen, ..ehm.. werken - en lanterfanten kan dan een hele bewuste keuze zijn. Als je dat weer negatief ziet, kan het een teken van verveling zijn of een gebrek aan motivatie. Maar je kan het ook zien op die positieve manier, dat als je je geest de vrije loop laat, dat je dan ook de creativiteit kan stimuleren. En dat ken ik ook zeker wel, want op het moment dat ik heerlijk ontspannen sta, bijvoorbeeld onder de douche of tijdens het wandelen, waarbij ik niet in m'n hoofd bezig ben met de boodschappen die ik moet gaan halen, maar gewoon heerlijk om me heen aan het kijken ben, dan komen ineens die, die ideeën naar boven. Dan plopt het opeens op. Die creativiteit stimuleren dat zit daar zeker bij in. En dan zou je kunnen zeggen dat het lanterfanten ook écht nodig is om dan dus dan ja, op die goeie ideeën te kunnen komen. Zonder dat je het afdwingt. Want je kunt ook zeggen: ik ga nu lanterfanten, want ik moet een nieuw idee hebben. Zo werkt het ook weer niet. Maar juist als je het even helemaal los laat, dan plopt dat ineens op!
Dan is lanterfanten een methode om te onthaasten. Of zoals je ook wel eens leest, dat is de kunst van het ont-moeten. Met een streepje ertussen: ont-moeten. Niet meer moeten. En lanterfanten, dat komt al sinds de 16e eeuw in Nederland voor, dat woord. Want dat komt van lanterfan. Dat betekent dan wel een lui persoon. En het komt van een heel oud werkwoord: lanteren. Dat betekent leeglopen en dat komt uit het Frans. En het is eigenlijk weer een synoniem voor het verspillen van tijd óf iemand voor de gek houden. Die vind ik dan wel weer grappig, iemand voor de gek houden. Dat doet me niet denken aan, als ik aan lanterfanten denk, doet me dat niet meteen associëren met iemand voor de gek houden, maar oké.
Tijdens de vakantie dan is lanterfanten, iets, ja dat is helemaal de.. de.. de manier om de vakantie door te brengen. Er zijn mensen die ontzettend actief zijn op vakantie, heel veel dingen doen. Mogen zij weten, maar als ik op vakantie ga dan wil ik eigenlijk het liefst de hele dag lanterfanten. En wat houdt dat lanterfanten dan allemaal in? Dan doe ik allemaal dingen die ik op dat moment gewoon graag wil doen! Dus ik ben zelf ook actief, maar dan op een hele rustige manier. Dat kan dus een boek lezen zijn. Of aan het haken. Tekenen. Schrijven. Gewoon lekker schrijven met de pen zonder daar per se een opdracht... aan een opdracht te moeten voldoen. En dan zijn dat soort dingen die ik op dat moment bedenk, zonder dat iemand dat mij oplegt dat ik dat zou moeten doen of zo. Dat vind ik ook een vorm van lanterfanten.
Wat we ook wel in de vakantie doen is slenteren over de markt. Nou kan rondslenteren betekenen dat je heel langzaam loopt en dat het doelloos is. Nou vind ik slenteren over de markt, dat is voor mij niet doelloos. Ik vind het leuk om op een markt rond te lopen en daar rond te struinen om te kijken wat er allemaal te zien is. Alleen het slenteren, dat langzaam lopen, dat is niet eenvoudig. En dan kom ik even op dat hele evenwichtsgebeuren. Want tijdens slenteren over de markt, als het dan ook druk is, dan kan ik niet goed voor me uit kijken. Dan kan ik ook niet goed zelf de ondergrond zien. En dan wil het nog wel eens zijn dat ik heel makkelijk struikel. Omdat daar toch weer een stoepje is of een ..ehm.. scheefliggende tegel wat ik dan allemaal nét niet kan zien, omdat er allemaal mensen lopen. Het kost me dan ook veel meer moeite om me staande te houden, tijdens het lopen. Want je loopt heel langzaam en dat langzame lopen is voor mij veel moeilijker dan flink dóór stappen.
Als ik zelf aan het wandelen ben, heb ik best een hoog wandeltempo en dat is ook wel om me goed in evenwicht te houden. Dus langzaam lopen is juist veel moeilijker. Dan sta je langer op één been, ik weet niet precies hoe dat is. Je bent ook niet gespitst op het lopen zelf, omdat je veel meer aan het kijken bent naar wat je allemaal kan zien om je heen en vooral op zo'n markt, bij al die marktkraampjes en zo. En dat betekent, ook tijdens dat rondslenteren, dat ik eerder ergens tegenaan kan botsen. Dat kan dan dus de marktkraam zijn, spulletjes die daar staan of tegen iemand aan botsen. Dus dat betekent dat ik extra alert moet zijn op mijn omgeving. Op al die mensen die om me heen zijn, maar ook alle dingen die daar zijn.
Ik moet ook goed rekening houden met mijn tas. De tas die ik draag, waar draag ik die? Doe ik die op mijn rug of over mijn arm heen, lang hengsel dat ie aan mijn zij hangt. Die hou ik dan bij me, maar daar moet ik heel erg mee oppassen dat ik daar niet mee ga zwieren of dat ik daar dan ergens mee aan stoot. Dat slenteren over de markt vind ik heel leuk om te doen en tegelijkertijd kost het ook veel energie om dat goed te doen. Om niet te vallen en niet te struikelen.
Wat wij tijdens de vakantie ook doen, is dat we onderweg met het fietsen -we fietsen heel veel- dat we onderweg ergens afstappen en dan heb ik altijd een zitmatje mee. En ik neem ook tegenwoordig een groot kleed mee, een picknickkleed. Als het prettig is kunnen we daarop gaan zitten. ..Ehm.. een natte ondergrond of dat het wat vies is en dan kun je toch veilig zitten. Ik vind het ook een prettig idee dat we zo'n kleed mee hebben. Waar we het picknickkleed ook voor kunnen gebruiken is, als het ineens ontzettend begint te stortregenen en we kunnen geen schuilplaats vinden en je bent ook je regenkleding vergeten, dan kun je dus dat picknickkleed over je heen hangen en dan kun je toch nog droog blijven. Dus hij is voor meerdere doeleinden geschikt. Je zou er zelfs ook wat in kunnen doen en kunnen dragen om iets groots mee te nemen. Nou hebben we dat nog nooit gedaan, dat bedenk ik nu ter plekke, maar dat zou kunnen.
Als ik aan vakantie denk is wat ik niet fijn vind, dat is in de warmte, als het heel heet is, om dan buiten te zijn. Want ik ben niet graag in de volle zon, in de zomer. Ik zoek dan ook het liefst de schaduw op en liefst de schaduw van de bomen. Dat is de allerfijnste schaduw die er is. En als we dan die schaduw hebben gevonden -of het nou op de camping is, naast onze tent en caravan of onderweg waar we ergens in de schaduw kunnen zijn, kunnen zitten, waar we iets kunnen drinken of waar we gewoon gezellig even met zijn tweeën rustig kunnen zitten- dat zijn dat allemaal momenten waarop ik kan lanterfanten!
Lanterfanten. Ja. De manier van ontspannen en ik zie dat dan ook als een heel positief woord, en ook al ben ik ergens heel graag heel lui, doe ik liever niets, is het tegelijk ook dat ik dat niet kan! Dan pak ik toch graag een boek, iets om te lezen of om het gesprek aan te gaan, rustig iets te snoepen, iets lekkers, fruit. Om me heen kijken, vogels kijken. Vogels kijken, eigenlijk is dat ook een mooie vorm van lanterfanten! Je hebt dan we...
Wed, 20 Aug 2025 - 12min - 173 - 13 Dan krijg je luie oren
Kun je je oren teveel verwennen? En krijg je luie oren als je hoortoestellen gaat dragen? Gehoorverlies kost altijd energie, helemaal als je wilt spraakverstaan. Maar worden je oren dan lui als je daar versterking bij gebruikt?
(foto Pexels, Mike Bird)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Deze podcast is de enige podcast die gaat over ons zintuig 'evenwicht'. Ons fysieke evenwicht. En daarnaast ook alle andere ervaringen die ik op doe rondom dat evenwicht en eigenlijk ook de andere beperkingen die ik heb, als het gaat over gehoorverlies en tinnitus, en daar deel ik ook graag over in deze podcast. Dit is seizoen 9, aflevering 13: Dan krijg je luie oren.
Dan krijg je luie oren. Ik ga daar straks op in,want ik ga eerst even iets vertellen over het blog wat ik gelezen heb van PlanPlan adviesbureau. Die geeft allerlei oplossingen rondom het horen als het spraakverstaan niet meer vanzelfsprekend is. En de titel van dat blog was: Kun je je oren te veel verwennen?
En ik las die titel, 'Kun je je oren te veel verwennen?' en dan doet me dat denken aan ..ehm.. zouden ze dan bedoelen om je oren te masseren of zo? Of bedoelen ze daarmee dat je naar hele fijne muziek de hele tijd aan het luisteren bent of zo? Want dat zou ik denken bij ‘verwennen’. Maar daar ging het niet over. Het ging over een man waarbij het niet meer vanzelfsprekend is dat ie kan spraakverstaan, helemaal niet op zijn werk terwijl hij heel veel moet luisteren. Dus hij verloor heel veel energie aan het luisteren. Hij had dan wel naast zijn hoortoestellen een extra hoorhulpmiddel, maar dat voorkwam niet dat energieverlies. PlanPlan adviesbureau is toen ingeschakeld en ze hebben toen een heel systeem bedacht wat hij kan gebruiken om aangenamer te luisteren in gezelschap, bij vergaderingen en dergelijke.
En dan gaat het ook over vergoedingen en zo. En toen ze daarmee bezig waren had de audioloog als opmerking:’ is het wel verstandig om zo'n systeem in te zetten? Want tijdens het werk kan hij dan beter verstaan, maar verstaat hij 's avonds een stuk slechter, want dan heeft hij die apparatuur niet. Dan valt dat toch juist tegen?’ Dat is een rare opmerking van de audioloog, vind ik!
Energie verliezen overdag door ingespannen luisteren, dat haal je namelijk helemaal niet in. 's Avonds heb je dan totaal geen energie meer over om ook maar iets te doen! En door dat systeem -dat geluidssysteem met al die microfoontjes, door dat in te zetten tijdens al die vergaderingen, hou je juist energie over om ook 's avonds nog iets te doen. En meestal zijn dat 's avonds toch wel rustige dingen in je eigen huis. Maar mocht deze persoon toch nog naar een vergadering moeten, dan lukt dat ook, omdat hij die energie nog over heeft.
En ik heb daarop gereageerd, op dat blog wat ik las op LinkedIn, want hoe zit dat dan precies? Ik heb toen gereageerd met wat ik heb meegemaakt. Dat een kennis waar ik mee aan het praten was, die kreeg als advies om geen hoortoestellen te nemen, want het was maar ongeveer zo'n 35 decibel verlies, dat is net de grens of je wel of niet hoortoestellen zou kunnen nemen. Alleen die had écht wel veel moeite met spraakverstaan. Maar het advies was: neem geen hoortoestellen, want dan worden je oren lui. En dat vond ik zó gek! Want je oren zijn gewoon een mechaniekje. Het is geen spier die je kunt trainen! En door meer inspanning om spraak te verstaan, gaat het mechaniekje helemaal niet beter werken. En als dat mechaniekje al beschadigingen heeft en je spant je enorm in om het toch nog te kunnen verstaan, gaat dat ook niet herstellen. Het herstelt helemaal niet. Als het mechaniekje stuk is, is het stuk!
Dat was mijn reactie. Maar hoe leg je dat nou precies uit hoe dat mechaniekje dan werkt? Wat is er dan met dat mechaniekje. En dan ga ik het elke keer weer uitleggen hoe dat nou precies zit met de werking van het oor. Het blijkt dat heel veel mensen de werking van het oor niet begrijpen. En ik zeg mechaniekje -verkleinwoord- omdat het een heel klein iets is, waar we het over hebben. En ik heb het wel eerder verteld, maar ik vertel het nu nog een keer, de werking van het oor.
Dan heb je het over geluid en geluid is een verandering in de luchtdruk. Het geluid dat wordt verplaatst in golven door de lucht en het oor vangt die geluidsgolven op. En die komen dan binnen via de oorschelp in de gehoorgang. Dan heb je eerst het buitenoor. In dat buitenoor daar zit het trommelvlies. En dat trommelvlies dat is heel gevoelig, want dat komt in trilling door die geluiden die daar binnenkomen. En die trillingen van het trommelvlies die worden dan doorgegeven aan het middenoor. In het middenoor zitten drie gehoorbeentjes: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. En die drie gehoorbeentjes die versterken de geluiden die doorgegeven worden via dat trommelvlies. Die stijgbeugel die geeft de trillingen door naar het binnenoor. En dat gaat via het ovale venster. Het binnenoor is namelijk een heel gesloten circuit. In het binnenoor zit de endolymfe vloeistof. En dat ovale venster is een vlies die die vloeistof dan tegenhoudt, zodat die endolymfe niet in het middenoor kan komen. Dat is niet handig namelijk.
In dat binnenoor komen die geluidstrillingen... die brengen de endolymfe, die vloeistof, in beweging. En dan als een soort drukgolf wordt die endolymfe door het slakkenhuis geduwd.
Dat slakkenhuis, hierin zit het orgaan van Corti, het eigenlijke gehoororgaan. En daar zitten trilharen in en zenuwcellen. En die trillingen dat zijn eigenlijk de afbuigingen. Het bewegen van die trilharen, en die afbuigingen.. de mate van afbuiging maakt hoeveel.. met hoeveel druk dat gebeurt en dat wordt dan een zacht geluid of een hard geluid. En die trillingen worden doorgegeven aan de zenuwcellen. En dan ontstaan er elektrische impulsen. Deze elektrische impulsen gaan dan door naar de gehoorzenuw en samen met de impulsen uit de evenwichtsorganen gaan ze dan door de achtste hersenzenuw zo naar de hersenstam. Ze worden dan via de hersenstam en kleine hersenen, door gegeven aan het gehoorcentrum, de auditieve cortex. En ook aan andere delen van de hersenen. En als het daar eenmaal is beland, dan weet je wat je hoort of wat er gezegd is en waar vandaan het geluid komt als je ook echt met twee oren hoort.
En hoe zit het dan in die hersenen? Je hebt die grote hersenen en in die hersenen zitten slaapkwabben. Of wel de temporale kwab genoemd. En ze zeggen slaapkwabben, alleen ja, het heeft helemaal niets met slapen te maken. En misschien hebben ze het wel zo genoemd omdat als je op één oor ligt tijdens het slapen, dan ligt deze kwab, die slaapkwab, die ligt dan op het kussen. Die slaapkwabben die zitten net boven de oren. In je hebt er dus twee, aan allebei de kanten één. En die zijn er dus voor het verwerken van het geluid. Voor het spraakverstaan en ook het begrijpen van de spraak. In die slaapkwabben zit dus dan die auditieve cortex en dat is eigenlijk het eindstation van het verwerken van al die geluidsprikkels die via dat oor binnen komen.
En bij beschadiging in dit hersengebied, in die slaapkwab, kan er auditieve overprikkeling ontstaan. Alle geluiden komen dan even hard binnen! En dan kun je het niet meer filteren. Je kunt niet meer één geluid, zoals de stem van iemand, eruit selecteren. Je kunt niet meer gericht luisteren. En dit is zintuigelijke overprikkeling. Heel lastig als alle geluiden allemaal hetzelfde klinken. Als je niet meer kunt filteren, is dat heel onaangenaam.
Ook hierbij is duidelijk... het gehoor is een zintuig en het is ook het mechanische zintuig net als de evenwichtsorganen. Het is een mechaniekje. En wat ik net al zei, als dat mechaniekje niet meer helemaal goed functioneert, dan is ook alles wat doorgegeven wordt, wordt ook niet meer helemaal goed doorgegeven.
Het horen van spraak is iets anders dan spraakverstaan! En het spraakverstaan is niet helemaal hetzelfde als spraak begrijpen. Horen van spraak, dat kan ik dan even voor mezelf uitleggen. Ik hoor dat er iets gezegd wordt door mijn man, verderop in de kamer. Ik hoor dat hij praat, ik hoor zijn stem, ik herken het geluid van zijn stem, maar ik versta niet precies wat hij heeft gezegd. En ik weet dat het een vraag is, dat kan ik horen aan de melodie. Dan kan ik al helemaal niet begrijpen wat er is gezegd.
En spraak begrijpen is ook dan niet helemaal hetzelfde. Want stel dat ik met mijn hoortoestellen in heel goed een Engels filmpje waarin gesproken wordt, waar Engels in gesproken wordt, dat ik dat heel goed kan volgen. Ik hoor precies wat er wordt gezegd dus het spraakverstaan is goed. Alleen omdat het Engels is, kan het nog steeds zijn dat ik niet precies begrijp wat er is gezegd. En helemaal, omdat er bij mij een soort vertraging in het hele systeem zit, hoor ik dan wel wat er is gezegd, maar omdat er daarna nog door gepraat wordt, wordt het heel moeilijk om verder te volgen: wat is er nou gezegd? Want bij Engels moet ik het ook nog eens een keer gaan vertalen in het Nederlands. Ik denk namelijk nog helemaal niet in het Engels. Daar doe ik het veel te weinig voor. Dus ik moet het ook vertalen. En het komt al vertraagd binnen en dan moet ik het ook nog vertalen en dan lukt het dus niet om dat filmpje in het Engels, om dat goed te begrijpen. En dat heeft dus alles te maken met hoe het systeem bij mij werkt, dat het anders werkt dan bij een goedhorende.
Maar krijg je daar dan luie oren van? Nee! Luie oren? Door versterking van hoortoestellen, daar krijg je geen luie oren van! Omdat die oren zelf dus geen spier zijn, maar een mechaniekje, wat zo goed mogelijk werkt zoals het werkt en als het is beschadigd, als er foutjes in zitten, als het genetisch niet goed is aangelegd, dan kun je het niet goed opvangen. En als je dat dan met een hoortoestel kan oplos...
Wed, 13 Aug 2025 - 16min - 172 - 12 Wat heb je nu weer meegenomen
Wat heb je nu weer meegenomen? Dat is een vraag die ik vaak na de vakantie krijg. We nemen dan ook meestal iets mee van vakantie dat we vervolgens in huis een plekje geven.
(eigen foto van een uil van staal)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik deel heel veel van mijn ervaringen over alles wat te maken heeft met het evenwicht. En ook deel ik ervaringen met ja, wat mij ook in balans houdt, waar ik door in evenwicht kan komen of in evenwicht kan blijven. Dit is seizoen 9, aflevering 12: Wat heb je nu weer meegenomen?
Nou, deze vraag: ‘Wat heb je nu weer meegenomen?’ wordt af en toe door onze jongens gesteld. Onze jongens die wonen niet meer thuis. Maar toen ze nog hier woonden en niet meer meegingen op vakantie, dan was het altijd de eerste vraag die ze stelden als wij thuiskwamen: wat heb je nu weer meegenomen? Ze weten ondertussen dat wij altijd iets meenemen als we van vakantie komen. Want elke vakantie lukt het mij, lukt het ons, om een kunstwerk mee te nemen, dat we tijdens de vakantie tegen zijn gekomen. En het is niet zo dat we er speciaal naar zoeken. Het is meer dat we dan tijdens de vakantie de tijd hebben en de aandacht hebben om goed om ons heen te kijken. En misschien lokken we het wel een beetje uit, want we gaan wel kunstroutes volgen. En we gaan naar galerieën en kunstmarkten, dus ja dan lokken we het misschien wel een beetje uit. En dat doen we omdat we het heel leuk vinden. En ook heel mooi om te zien wat andere mensen allemaal kunnen maken. Het gaat ook vaak wel om amateur kunstenaars. En het gaat ons niet om per se iets te kopen. Het is ook een beetje ..ehm.. de prijs, het prijskaartje wat er aanhangt en in hoeverre we er echt heel blij van worden als we daar beiden naar kijken. Het moet wel betaalbaar blijven.
Het blijkt wel dat mijn man en ik dezelfde smaak hebben. Op wat uitzonderingen na hoor. Er staan een paar dingen hier in huis, dat mijn man heeft van nou ja.... hmmn, hij kan daar niet echt het mooie in vinden, maar hij vindt het oké als ik het dan gekocht heb, omdat hij weet dat ik er wel heel blij van kan worden.
En als we onderweg zijn, dan is het ook altijd weer even de vraag of we het wel in de fietstas mee kunnen nemen, weer naar de camping. En anders ook kunnen we het wel meenemen naar huis toe? Want we zijn dan op vakantie, dus we het kunnen niet altijd mee terug nemen. En anders moeten we dus met de verkoper of met de kunstenaar afspreken waar en wanneer we het kunnen komen halen.
Ik weet eigenlijk niet wanneer we daarmee zijn begonnen. Maar ik herinner me nog wel, lang geleden, we woonden nét in dit huis, dus dan is dat toch nou, dat kan misschien wel 25, 24 jaar geleden zijn, toen gingen de kinderen trouwens nog wel mee op vakantie. En toen waren we op vakantie in Renesse in Zeeland. We zijn toen op de fiets naar Zierikzee gegaan en daar hebben we toen bij een bloemenwinkel een hele grote mier zien staan. Er stonden verschillende grote mieren en die kun je dan in de tuin neerzetten. Die vonden we allebei zo grappig en omdat we nog maar net in dat huis woonden, hadden we nog een hele lege tuin en toen hadden we zo van leuk, wat zou het leuk zijn als we dat in de tuin neer kunnen zetten! En dat is dan ook... na de zomervakantie is die mier dan bij ons thuisbezorgd, zodat we hem eigenlijk direct in de tuin konden zetten, want hij kon onmogelijk mee in de auto terug.
En ik weet dat, kort daarna hebben we ook twee andere grote kunstwerken gekocht. Die zijn helemaal gemaakt van staal, dat zijn twee vogels. En die kunstenaar die gebruikte daarvoor allerlei stalen onderdelen van machines en apparaten en zo. En die vormt ie zo om... maakt hij zo aan elkaar vast dat je dus vogelfiguren krijgt. En die zagen we op de markt in Sint Maartenszee. Maar ook die waren heel groot en die zijn ook pas later thuisbezorgd. En dan heb je ook al, dan ga je naar huis toe, dan weet je dat je dat al wel gekocht hebt, maar je hebt het niet. Dus het is altijd nog even heel spannend als het eenmaal bij je thuiskomt en dan ben je ook weer heel blij als het er eenmaal is. Die stalen kunstwerken zijn ook heel erg zwaar en die staan dan ook buiten, want die zijn gewoon bijna niet te tillen. Die staan gewoon op een vaste plek en als ze even op een andere plek moeten staan dan kost dat even wat meer moeite, want je verzet ze niet zomaar!
We hebben ook een kunstwerk in de eetkamer hangen. Dat hangt er nu ook al jaren! En het gekke is, ik hoef daar helemaal niets anders te hangen, want ik vind het nog elke keer leuk om daarnaar te kijken! En dat kunstwerk hebben we toen gezien in ..ehm.. Noord-Holland. Dat was tijdens een kunstroute in Noord-Holland. En ik weet nog precies, we gingen ook met de fiets die route doen en we kwamen bij een klein kerkje. En we komen dat kerkje binnen en we zien het allebei hangen en we hebben allebei zoiets van, maar dat vinden wij mooi!
Die kunstroute was nog maar net geopend, dus we mochten het ook niet meteen meenemen. De bedoeling was dat daar twee weken lang, zou het allemaal daar blijven hangen en staan, al die kunstwerken op die hele route. We hebben toen wel gezegd we willen dat graag kopen. Daar is toen een stickertje op geplakt. En pas twee maanden later hebben we dat zelf opgehaald bij de kunstenares thuis. Die woonde op een andere plek in Noord-Holland en we gingen toevallig daar ook in die omgeving een korte vakantie vieren en toen hebben we het bij haar opgehaald. En wat bleek? Het was het eerste werk dat zij verkocht! Ze was er nog niet eens zo heel lang mee bezig, met kunst maken. Dus zij was heel trots dat ze dat werk kon verkopen aan ons!
En zo is er dus elk jaar wel iets dat we kopen, dat we meenemen. En het leuke is dat we van de meeste werken ook nog precies weten waar dat was en wanneer dat nou... 't hangt er nog een beetje van af, als we een paar jaar achter elkaar op dezelfde camping waren weet ik niet meer precies welk jaar. Maar we weten vaak wel waar we het gekocht hebben, op welke plek dat was en wat de omstandigheden waren en of de kunstenaar er zelf bij was of niet.
Komt nu opeens naar boven dat we ooit een houten kunstwerk hebben gekocht bij een huis, dat was in Serooskerke in Zeeland. En we konden bij dat huis naar achteren lopen. Daar in die hele tuin stonden allemaal houten beelden en één houten beeld fascineerde ons en dat hebben we toen ook ter plekke gekocht. En we kregen van deze mensen (ha), het waren oudere mensen, en die man had het kunstwerk gemaakt, maar ze hadden ook een hele grote tuin met allerlei fruitbomen erin, onder andere pruimen. We kregen na aankoop van dat kunstwerk -we hebben trouwens toen twee kunstwerken gekocht, want ik weet dat we ook een uil hebben gekocht, een houten uil, die hebben we nog steeds, het andere kunstwerk is al helemaal vergaan, dat bestaat niet meer- maar we kregen toen ook twee zakken vol met pruimen mee, want alle pruimen zijn tegelijk rijp daar en ze moesten van die pruimen af. Dus die vonden het heel fijn dat wij daar kwamen om daar even in die tuin naar die kunstwerken te komen kijken en dat we ook nog iets meenamen. Dat was toch wel heel bijzonder.
We hebben ook ooit een keer een raamwerk gekocht met allemaal tegeltjes van keramiek gemaakt die daarin hangen. En dat hebben we gekocht ook tijdens een kunstroute en dat hing in een verzorgingshuis in Grijpskerke. Ik kan me nog helemaal ook voorstellen hoe dat eruitzag, hoe we daar aan kwamen fietsen, hoe we daarbinnen waren. En dat hing daar aan de muur en dat werk was ook zo groot, dat konden we ook helemaal niet meenemen. Sowieso waren we daar op de fiets, maar ook ..ehm.. met de auto kon dat ook niet. Het paste niet in de auto om mee te nemen. We waren toen nog met de tent op vakantie, dus we hadden ook niet zo veel ruimte. En dat hebben we pas veel later gekregen, dat kunstwerk, want die kunstenares die ging op een gegeven moment naar Utrecht. We hebben contact gehouden na de zomervakantie en die mevrouw vertelde 'ik ga nog naar Utrecht toe, naar familie toe'. Toen is mijn man speciaal naar Utrecht gereden om het kunstwerk bij haar op te halen.
En nog niet zo lang geleden hebben we een klein werkje gekocht. Dat is een regenboog, helemaal van glas gemaakt. We reden daar langs een, ja een boshuisje -'t zag er heel grappig uit- en er stonden een paar spulletjes buiten, allemaal van glas gemaakt. En er stond ook bij 'galerie' met een pijltje en dat het open was. Toen zijn we gestopt en daarnaar toegelopen, naar die galerie. We zijn daarbinnen gaan kijken en de eigenaar van die galerie die was daar. Zijn vrouw maakte alle kunstwerken, maar hij zorgt voor alles wat er omheen nodig is. Dus hij stond ons te woord, zijn vrouw was er niet. En hij vond het heel leuk om te vertellen over al die kunstwerken. Was hij heel enthousiast over en we hebben daar een paar hele mooie dingen gezien. En een van die werken was een kleine regenboog en die konden we meenemen op de fiets.
Dat heeft hij toen heel goed voor ons ingepakt en hebben we dus meegenomen. Het is ook veilig thuisgekomen. Het staat nu bij ons voor het raam. En elke keer als ik dat zie, word ik vrolijk van al die kleuren die daarop zitten. Het leuke is dat we deze mevrouw, deze kunstenares, een tijdje geleden op een gegeven moment op televisie zagen. Ik zag die ruimte van haar, ze vertelde over het werk wat ze deed en ik had echt zo van: dit komt me zó bekend voor! En toen heb ik gekeken bij die regenboog wat voor een plakaatje daarop zat. Zo'n plakaat zit daarop en dat is Torenbeek en toen heb ik dat opgezocht en het was inderdaad hetzelfde atelier waar wij toen al zijn geweest. Waar we spontaan langs fietsten en toch even naar binnen zijn gegaan. Het was heel leuk om die kunstenares op televisie te zien waar wij dan zo'n werkje van in huis hebben.
Wed, 06 Aug 2025 - 13min - 171 - 11 Wat ik lees
Ik lees graag en dat doe ik veel te weinig. Wanneer lees ik wel en van welk genre houd ik? Wat is handig tijdens het lezen om nek en schouders te ontlasten?
(eigen foto van leesplank)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast vertel ik over van alles wat wel iets te maken heeft met het evenwicht. En dat is ook zo bij deze aflevering. Dit is seizoen 9, aflevering 11: Wat ik lees.
Tijdens de vakantie dan heb ik de rust en neem ik de tijd om boeken te lezen. Dan gaat er altijd een hele stapel mee in de caravan. En ik wil ook nog wel eens in de boekwinkel, tijdens de vakantie, een boek kopen of ik zoek er eentje in de boekenkast in de kantine van de camping. En meestal zet ik dan ook weer een boek terug uit mijn stapel die ik al gelezen heb.
En ik lees het liefst papieren boeken. Geen ereader. Een ereader vind ik niet zo fijn. Hoe klein hij ook is en hoe prettig leesbaar dat ook is. En ik kan me voorstellen dat een ereader heel handig is als je een lange reis maakt met de trein of het vliegtuig of met de fiets. Ik weet dat mijn zoon toen hij naar Australië ging ook een ereader meehad. Dat was alleen maar heel prettig, dan kon hij toch allerlei Nederlandse boeken blijven lezen, omdat het allemaal op de ereader stond. Je kunt dan ook complete boeken lezen, zonder dat je ze dus fysiek mee hoeft te zeulen.
Wij staan het liefst op één plek tijdens de vakantie en we hebben ook genoeg ruimte om boeken mee te nemen en daarom nemen we het liefst een stapel boeken mee. En dan vind ik het heel fijn om in een boek te beginnen en te zien ook hoe ver je bent gekomen. Dat is het verschil met een ereader, dan weet je niet waar je precies bent in het boek. En dat vind ik met een boek wat je in je handen hebt, vind ik wel heel prettig. En om te weten waar ik ben gebleven, daar gebruik ik de zelfgemaakte boekenlegger voor, die doe ik dan tussen de bladzijden waar ik ben. Maar dat wist je al, want daar heb ik in de vorige podcast aflevering over verteld ;-)
Maar zo vind ik het ook fijn om te zien dat het boek bijna uit is. En soms is dat natuurlijk heel jammer, vooral als het een heel goed geschreven boek is en waar ik ook met heel veel plezier dan in gelezen heb, dan heb ik echt wel zo van: hè het mocht van mij wel langer duren. En ik lees vaak dikke boeken en dan ben ik toch wel weer blij als het dan uit is, want zo'n dik boek ja, dat is ook wel weer de voldoening ervan dat je weer zo'n heel boek uit hebt gelezen. En dan wacht ik vaak één of twee dagen en dan pas begin ik aan een volgend boek. Dan heb ik nog even het verhaal van het vorige boek in mijn hoofd en dat blijft nog een beetje rondzingen en daar denk ik nog een keer over terug en zo. Ben ik een beetje aan het herhalen en dan begin ik daarna weer aan een volgend boek. En ik hou eigenlijk van verschillende thema's. Ik lees graag iets over historie, over geschiedenis. Of een familiedrama. ..ehm.. reisverhalen. En bij die reisverhalen en ook bij die geschiedenis, dan ga ik ook vaak opzoeken waar dat allemaal is. Via Google Maps en zo.
Zo heb ik een tijd geleden het boek 'Het zoutpad' gelezen. En dat vond ik geweldig! En ik heb ook opgezocht toen, hoe en waar dat waargebeurde verhaal zich heeft afgespeeld. Dan kon ik er een beetje een beeld ook bij hebben, dan kon ik zien, oh dat is daar en dat is daar. En het is écht wel een behoorlijke afstand die ze daar gewandeld hebben. Het is een boek over wandelen. En dat boek inspireert mij dan ook wel om lange wandelingen te gaan maken. Alleen ja, dat doe ik nu nog niet. Ik hoop dat ik dat op een gegeven moment toch kan oppakken. Het lijkt me heel fijn om een hele dag lekker onderweg te zijn en dan is niet het doel het eindpunt, maar het doel is juist de weg zelf! Dat je gewoon lekker onderweg bent en daar van alles kunt bekijken, kunt zien, voelen, ruiken, ervaren. Maar oké, dat is eigenlijk naar aanleiding van het boek 'Het zoutpad' en volgens mij is dat boek verfilmd onlangs. Volgens mij is het ook te zien.
Wat ik niet lees, dat zijn ..ehm.. thrillers en ..ehm.. detectives of streekromans. Zo zijn er wel een heleboel boeken die ik altijd links laat liggen. En het liefst -het allerliefst- lees ik fantasy. Een fantasiewereld waarin allerlei wezens leven. En dat er ook mensen leven die dan met die wezens samenleven. En meestal ontstaat er natuurlijk een conflict in zo'n boek of ze gaan oorlog voeren of er moet iets gezocht worden om iets anders weer te bestrijden. Er is dus altijd een held in zo'n boek. En die is dan op zoek naar de oplossing. Of ja, meestal toch ook wel op zoek naar verbinding. En omdat er ook allerlei wezens, andere wezens, in zo'n boek meedoen, zijn er heel veel mogelijkheden en komen er ook allerlei bijzondere oplossingen en zo. Dat vind ik leuk om over te lezen. En het vreemde van fantasy vind ik wel, dat het vaak in een andere tijd afspeelt en dat is meestal dat het jaren of nou soms zelfs eeuwen geleden is.
Dus dan zijn er allerlei ..ehm.. al die moderne communicatiemiddelen, die zijn er dan helemaal niet. En ook al die, al het vervoer wat wij op dit moment hebben, komt niet voor in die boeken. Als het wel over de toekomst gaat, dan noem je het vaak geen fantasy -ook al is het een fantasie verhaal- dan is het eerder science fiction. En science fiction heb ik ook wel gelezen, want de allereerste boeken die nu fantasy genoemd worden, waren eigenlijk science fiction boeken. Tenminste, het hoorde onder het thema science fiction. En dat ging ook af en toe wel over hele andere planeten, over dat je zelfs heen en weer kunt reizen tussen de planeten. Maar de science fiction boeken spreken me tegenwoordig toch veel minder aan.
Maar waarom nou de voorkeur voor die papieren boeken? Een papieren boek houd je namelijk in je hand, een fysiek boek. En om het in je hand te houden is dat altijd wel een belasting voor je nek en schouders. En als dan je evenwicht is verstoord, als je al last hebt ook van je nek, dan kan het natuurlijk een hele goede reden zijn om een ereader te gebruiken. Er is wel eens gevraagd of mijn boeken ook als e-book beschikbaar zijn. Maar dan schrik ik van de prijs om van een fysiek boek een e-book te maken en daardoor gaat mijn voorkeur steeds weer naar een fysiek boek. 'Evenwicht, in uitvoering' heeft een hardcover zodat je het boek helemaal open kunt leggen om te lezen. En dan klapt het boek niet vanzelf dicht en dan kun je er rustig dus in kijken. Kun je alleen ja, je kunt hem gewoon open leggen, je hoeft niet eens je hand erop te leggen. En 'Ménière in balans' en 'Hoor jij wat ik hoor?' die hebben een soft cover, een zachte omslag. Die moet je dus wel eigenlijk met je handen openhouden, ook al heb je hem ergens op liggen. Maar die boeken zijn dan ook minder dik. Dus die zijn nog wel heel handzaam.
Maar om dan toch mijn nek en schouders te ontlasten tijdens het lezen, zet ik het boek altijd op een leesplank. En deze leesplank die zet ik op schoot of ik zet hem op tafel, want dan hoef ik het boek niet in mijn handen te houden. Ik hoef hem alleen maar open te houden met mijn hand zodat ie niet dichtklapt. Die leesplank heb ik al vele jaren. En ik ben op zoek gegaan of ik deze leesplank nog ergens kan kopen, want ik ben eigenlijk wel toe aan een nieuwe, maar ik vind hem dus nergens. Dat vind ik heel jammer. Dus ik ben wel heel zuinig op degene die ik nu heb.
En deze leesplank gaat ook echt elke vakantie mee! Die kan ik ook... ik kan hem laag zetten of wat hoger zetten. Dus afhankelijk van het soort boek wat ik lees. En ook hoe ik zelf zit, want als ik met mijn knieën opgetrokken zit, dan kan hij bijna helemaal plat, de leesplank. Maar zit ik met mijn benen naar beneden, dan is het juist heel fijn dat de leesplank hoger is, dan kan ik toch op een prettige manier lezen en mijn nek en schouders dus ontlasten. Heel prettig!
Nou zijn er ook andere leeshulpmiddelen. Er zijn ook andere leesplanken. Er zijn er ook met een kussentje. Die heb ik zelf ook, maar die vind ik dus niet prettig. Op een of andere manier werkt het niet voor me. Dus ik heb nog geen alternatief gevonden voor de leesplank die ik nu heb.
Ja. Wat ik lees. Zo heet deze podcast. Ik lees soms de krant. Ik lees soms een tijdschrift. Dat doe ik heel vaak 's morgens bij het ontbijt. Als ik dan geen krant heb, dan pak ik één van de tijdschriften die is binnengekomen. En dan kan ik zo een hele week met zo'n tijdschrift toe, omdat ik dan maar 1 of 2 artikelen per dag lees. Maar het liefst lees ik een interessant, een inspirerend, een prettig leesbaar, hoopvol boek. Ook al is het fantasy. Of misschien juíst fantasy, want zo lukt het dan om de echte wereld even buiten te sluiten. En op vakantie is dat helemaal prettig. Dan waan ik me ook echt een beetje in een andere wereld. Je bent zelf al op een andere plek en dan vind ik het heerlijk om me mee te laten voeren naar een hele andere wereld. Met boekenlegger, want die doe ik er steeds tussen op de bladzijde waar... dat ik weet waar ik ben gebleven. Dit was weer een korte aflevering. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Seizoen 9, aflevering 11: Wat ik lees.
En het kan zijn dat jij niet naar mijn stem luistert, omdat er heel veel gehoorverlies is of omdat er minder tijd is, dat je dan het transcript leest. Want bij elke aflevering van deze podcast, staat een volledig transcript, inclusief alle kromme zinnen die ik noem, alle eht'jes die ik noem, alles wordt getypt en blijft daarin staan. Er zijn dan ook mensen die, als ze alleen lezen, dat ze dan zeggen van 'ik hoor je het ook zeggen!' Helemaal als je mijn stem al kent, dan kun je het ook -als je het leest- mijn stem al wel herinneren hoe ik het uitgesproken zou hebben. Je kunt natuurlijk nog terugluisteren. Als je nog niet alle afleveringen hebt gehoord, alle afleveringen zijn er nog vana...
Wed, 30 Jul 2025 - 10min - 170 - 10 Boekenlegger
Het idee om boekenleggers te maken heb ik overgenomen van mijn schoonvader. Waar is een boekenlegger handig voor?
(eigen foto, met zelfgemaakte boekenleggers, van mijn schoonvader en van mijzelf)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. En ik maak deze podcast over het evenwicht. Hoewel het soms lijkt alsof ik een thema weer heb, waarbij je hebt van: nou wat heeft dat nou met het evenwicht te maken?! Maar als je dan goed luistert, dan zal je altijd wel de connectie vinden met óf het fysieke evenwicht óf met het psychische evenwicht. En dit is ook weer zo'n aflevering. Seizoen 9, aflevering 10: Boekenlegger.
Ik hou heel erg van boeken lezen. En dat doe ik wel veel te weinig. Dat doe ik wel in de vakantie. In de vakantie dan heb ik altijd wel een boek bij me. En om te weten waar ik ben, gebruik daar een boekenlegger voor. En ja, als ik dan toch een boekenlegger gebruik, kan ik beter de boekenlegger gebruiken die ik zelf gemaakt heb. Ik heb namelijk een paar jaar lang een boekenlegger gemaakt. En ik ben benieuwd of er nog iemand is die één van die boekenleggers, die ik toen in die jaren heb gemaakt, of die ook nog echt gebruikt worden. Er staat namelijk ook een jaartal op. En ik denk dat er nog wel andere mensen zijn die mijn boekenlegger -één van boekenleggers- gebruiken, want als er een bestelling wordt gedaan van én het boek 'Ménière in balans' en het boek 'Evenwicht, in uitvoering', dat is een duo-pakket, stuur ik ook altijd een boekenlegger mee. En zolang de voorraad strekt kan ik dat natuurlijk doen.
En dat zijn boekenleggers zonder jaartal. Die heb ik op een gegeven moment laten drukken, omdat ik merkte dat ik dat ook wel heel handig als een soort visitekaartje kan gebruiken.
Maar hoe kwam ik nou op het idee om jaren geleden een boekenlegger te maken?
Dat idee dat komt van mijn schoonvader Joop Hijne. Ergens in, ik denk 1987, is hij begonnen met zijn eerste boekenlegger te maken en dat deed hij met een kalligrafie-pen. Hij had toen net leren schrijven met een kalligrafie-pen. Daar was ik ook in die tijd mee bezig, we waren het eigenlijk allebei aan het leren. Dat schreef ie dan op een stukje papier en dat ging ie dan meerdere keren kopiëren en dan heel voorzichtig uitknippen, denk ik, want ik weet niet of hij een snijmachine had. En die boekenlegger die ging dan mee met de kerstkaart. Dus als er een kerstkaart verstuurd werd, was er ook een boekenlegger. Dus de hele familie kreeg van hem altijd een boekenlegger. Eén van die boekenleggers is uit 1990 en daar staat de tekst op: 'mensen: zij zijn op het mooist als ze bereid zijn hulp te ontvangen en hulp te geven.'
En er staat een mooie tekening dan bij. En nou weet ik niet of hij de tekening dan zelf had gemaakt of dat hij dat als een plaatje ergens vandaan heeft gehaald. Dat weet ik niet precies. Maar hij heeft toen van 1987 tot en met ongeveer 1995, heeft ie elk jaar een boekenlegger gemaakt. En ik heb die boekenleggers toen altijd gebruikt. En dat was een beetje, ja wat ruw papier, gekleurd papier. Hij had ook vaak verschillende kleuren. Dan kon je uitkiezen in welke kleur boekenlegger van dat jaar je wilde hebben. Want het was duidelijk dat ik hem gebruikte, want op een gegeven moment viel ie gewoon uit elkaar!
Maar dat idee van die boekenlegger, dat heb ik altijd onthouden. Mijn schoonvader is in 1999 overleden. Maar pas 14 jaar later heb ik dat idee weer opgepakt. Het heeft altijd in mijn hoofd gezeten. En ik wilde al veel eerder dat gaan maken en ook dat idee om het met de kerstkaart mee te sturen, zo'n boekenlegger. Maar ik kwam er helemaal niet aan toe. Ik had twee kinderen in huis. Ik had mijn werk. Vrijwilligerswerk. We gingen bij vrienden en familie op bezoek. Ik had allerlei hobby's. Ik had altijd een volle agenda. Dus er was niet zo veel ruimte om ook nog bezig te zijn om zoiets creatiefs te maken. Ik maakte ook altijd al de kerstkaart zelf. Maar dan ook nog een boekenlegger erbij, dat kon er niet bij in mijn hoofd.
In 2006 ben ik volledig uitgevallen. Toen had ik ineens een hele lege agenda. Maar toen is ook eigenlijk mijn creativiteit uitgevallen! Ook toen kon ik er helemaal met mijn hoofd niet bij om daarmee bezig te zijn. Pas in 2012 ben ik gestart met het schrijven van mijn eerste boek, 'Ménière in balans' en toen pas kwam die creativiteit weer naar boven. Werd hij weer aangewakkerd. En ineens had ik daar dus wel tijd voor. En ik had er een idee voor. En in 2013 heb ik de eerste boekenlegger gemaakt. En ik weet nog dat ik het idee ervan, van die boekenlegger, om daar ook een tekst op te schrijven, net zoals mijn schoonvader dat had gedaan. Die tekst die heb ik bedacht toen ik naar een cliënt reed in de bus en ik ineens bedacht van, oh ja ik wilde nog iets voor die boekenlegger doen. Wat kan ik doen?
En als ik dat dan ineens aanzet, om daarover na te gaan denken eigenlijk, kan ik het ook wel weer loslaten, want ineens komt het dan naar boven. En toen heb ik ook de eerste tekst bedacht en dat heeft natuurlijk alles te maken, ook weer met het uit balans zijn. En die tekst gaat dan: 'even uit balans, even in beweging, soms zwaar, dan weer licht, even een nieuwe kans voor een nieuw evenwicht.'
En die eerste boekenlegger, die heb ik toen meegestuurd met de kerstkaarten die we allemaal verstuurden. Op die boekenlegger staat bovenaan het logo Equi Libre. En Equi Libre heb ik al vaker een keer iets over verteld. Dat is een mooi logo. Is ook naar aanleiding van de vorm, nee het is zelfs andersom gegaan. Ik had dit logo van Equi Libre, had ik al. En toen ik bezig was voor het model van het boek 'Ménière in balans', heb ik dit logo, de vorm van het logo, gebruikt ook voor het model in het boek.
En het mooie is nu, in het derde boek komt dit model ook weer terug. Dus die vorm van dat model blijf ik gewoon geweldig vinden! En die staat dus bovenaan op de boekenlegger, dan komt de tekst en daaronder staat dan Paula. Later heb ik ook Paula Hijne opgeschreven. Via Novus Coaching. Zeewolde. En daaronder staat dan een plaatje, een foto van een bloem of een vlinder, iets van een zelfgemaakte foto, of van een kunstwerk wat ik zelf heb gemaakt, waar ik dan ook weer een foto van heb gemaakt.
Want daarna dus ja, ongeveer 2012, ben ik steeds meer dingen ook gaan maken met mijn handen. En met kleuren gaan werken. Met vormen. Dus die hele creativiteit, die was zó weer aangewakkerd en die stroomt eigenlijk nog steeds. Door het maken van teksten. Door creatief schrijven. Door de dingen die ik maak. Ja, heerlijk om te doen!
Even kijken, ik heb er nog eentje, die heb ik later gemaakt. En die heeft de titel: 'Stilte.' Die titel staat hier ook echt bovenaan. 'Stel ik laat alle emoties voorbijstromen. Zonder woorden. Gedachten, verhaal. Oordeelloos. In mijn hoofd ontstaat een zee van stilte.'
En het kan zijn dat je die wel eens een keer eerder hebt gehoord. Want ik kan me zo voorstellen dat ik deze een keer eerder heb genoemd ook - in een andere podcast-aflevering. En zo gebruik ik de boekenlegger nog steeds tijdens de vakantie als ik een boek aan het lezen ben. Dan komt een van die boekenleggers weer tevoorschijn. Die gaat dan weer mee. Het wil ook nog wel eens zo zijn dat ik dan die boekenleggers daar laat liggen op de vakantie. Daar in de kantine of zo, waar ook allerlei andere boeken zijn. En dan hoop ik dat ie ergens weer een plekje krijgt en dat iemand anders daarvan kan gaan genieten.
En verder nu, op dit moment, gaan de boekenleggers nog mee met dus dat duo-pakket. En als ik ergens een presentatie geef of een lezing, dan wil het nog wel eens zijn, dat ik ook een bakje met al die boekenleggers meeneem en dan kunnen mensen zo'n boekenlegger ook meenemen. Dan kunnen ze uitzoeken ook, welke tekst ze mooi vinden. Dus ja hoe leuk is het om een boekenlegger te gebruiken als een soort visitekaartje en tevens dat het een heel praktisch iets is, omdat je het kunt gebruiken in je boek als je aan het lezen bent.
Dan sluit ik af deze aflevering, met nog de... ik denk dat dit de laatste is geweest die ik heb gemaakt, weet ik niet, ik heb er zo'n 6 gemaakt, dus niet zo heel veel. En eigenlijk zou ik er natuurlijk weer een heleboel kunnen maken, maar oké.
Ik ben na 6 jaar, ben ik gestopt met het maken van een boekenlegger. Ook omdat we veel minder kerstkaarten gingen versturen. Maar deze wil ik dan nog met je delen. Want ik zei al: alles heeft met evenwicht te maken. De titel hiervan is: 'Evenwicht is beweging.'
'Stoeien met gedachtes, emoties. Vinden van treffende woorden. Het juiste gebaar. De aantrekkingskracht tussen jou en mij. Voortdurende bewegingen, zoekend naar evenwicht. Onontkoombaar.'
Hier zit dus dat kleine stukje fysieke evenwicht in, evenwicht is beweging en de rest is dat psychische evenwicht. Wat ik al zei, dat is de podcast 'Evenwicht, je leven'.
Je hebt geluisterd naar seizoen 9, aflevering 10: boekenlegger.
Dit is de podcast van Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering' en ook van 'Ménière in balans'. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 23 Jul 2025 - 10min - 169 - 9 Gedachten zijn zoveel sneller
Gedachten zijn zoveel sneller en buitelen om elkaar heen. Zoveel gedachten die er voortdurend zijn. Er is ook zoveel te bedenken.
(foto van eigen tekening)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik vertel graag over het fysieke evenwicht, maar ook over een heleboel andere dingen waar ik nou ja, misschien wel dagelijks mee te maken heb. En dit is zo'n aflevering. Iets wat er dagelijks is bij mij. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 9, aflevering 9: Gedachten zijn zó veel sneller.
Ik neem je even mee naar iets wat ik in 2021 heb geschreven. Dat is al heel wat jaren geleden. Toen heb ik een soort project gedaan van Etty Hillesum waarbij allerlei citaten gebruikt werden -van Etty Hillesum- waar dan over geschreven kon worden. Er zat een beetje een vaste werkwijze aan en die werkwijze was dat je eerst het citaat overnam, dat schreef je op in je schrift en daarna 15 minuten schrijven naar aanleiding van dat citaat. Zo maar wat bij je opkomt. Het is een vorm van creatief schrijven. En dat doe ik graag. Stap 2 was dan het voorlezen van wat je had geschreven. En daarna ging je bepaalde woorden onderstrepen. Zinnen die je raken waarbij je echt zo hebt van: nou, dat vind ik eigenlijk wel heel mooi. Dus die ging je onderstrepen.
Stap 3 is de verdieping. Je kiest dan een van die onderstreepte fragmenten of dat woord wat je hebt onderstreept en ook daar ga je dan weer 15 minuten over schrijven. Na dat schrijven ga je weer voorlezen aan jezelf en ook dan ga je weer onderstrepen. En dat doe je een paar keer. En dan is stap 5: alle onderstreepte fragmenten ga je onder elkaar schrijven. En dan krijg je een soort lijstje en dan kun je weer beginnen aan een nieuw citaat. Dan wil ik je meenemen in -niet per se het citaat- maar wel wat daaruit voort is gekomen. En dat gaat met name over allerlei gedachten. Gedachten die er altijd zijn, die ik ook altijd heb. Naar aanleiding van het eerste citaat heb ik toen geschreven, een klein stukje daarvan, en dat gaat als volgt:
Ik schrijf niet over alles wat in mijn gedachten rond dwarrelt. Dat is gewoon te veel! Veel te veel! Want gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. En soms is er geen touw aan vast te knopen. Als ik dat allemaal op papier wil zetten, dan is dat gewoon onmogelijk.
Dit is een heel klein stukje uit een tekst van 15 minuten. En ik heb daar toen de zin uitgehaald: gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. Toen ben ik daar ook weer 15 minuten over gaan schrijven. En die hele tekst kan ik nu ook met je delen.
‘Gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. Mijn hoofd is heel vaak vol van allerlei gedachten. Van de hak op de tak. Onsamenhangend. Van de ene gedachte associeer ik een andere gedachte. Een herinnering. Een ogenschijnlijk klein voorval dat ineens naar boven komt, als ik compleet aan iets heel anders denk. Een idee dat ik ga uitwerken in mijn hoofd en dat blijf ik dan herhalen. En herhalen. Opdat ik het niet ga vergeten. En vaak is het dan het beste om het te noteren. Zodat ik het mag vergeten en het later weer terug kan lezen. Ja, dan krijg je zinnen van ..ehm.. wat zou ik kunnen doen als....En dat is ook voer om van alles naar boven te laten komen. Want er is zó veel mogelijk! Zo veel keuzes. Hoe. Wat. Waar. Met wie. Wanneer. En wat dan doen? En dat kan ook iets zijn naar aanleiding van een film. Of iets wat ik heb gelezen. Terugdenken. Hoe ging het ook alweer?
Verwerkingsgedachten. Om iets te begrijpen. Of te doorgronden. Iets wat ik op een rijtje wil zetten. En ik heb toen een boek gelezen en dat heette: Sterkarm. En in dat boek was een tijdmachine waarmee men van de 21 eeuw naar de 16e eeuw kon reizen en weer terug. Iets wat natuurlijk totaal onmogelijk is en dus regelrechte fantasie is. En dat is zó leuk aan fantaseren. Wat zou ik doen als ik ineens in de 16e eeuw zou belanden? Maar dat vind ik onvoorstelbaar. Ik zou werkelijk niet weten hoe ik me zou gedragen. Ik zou niet weten hoe ik dan mijn leven zou leven. Terwijl juist omdat ik er over kan lezen, en dat er ook allerlei films over zijn gemaakt, dus je kunt het ook met allemaal beelden bekijken, is dat voor ons wel een beetje voor te stellen. We kunnen wel terug in de tijd denken.
Andersom, iemand in de 16e eeuw, die heeft totaal geen beeld of voorstelling van hoe wij hier nu, in de 21e eeuw, leven. Zelfs iemand die aan het begin van 20e eeuw is geboren, zo in 1901, 1902, ook die kon zich, denk ik, geen wereld voorstellen met wat wij nu hebben, met internet, met computers. Dat je een mailtje kan schrijven. Een WhatsApp berichtje en dat je degene die aan de andere kant van de wereld is, dat je die ziet typen om een berichtje naar jou te sturen. Die mensen konden zich niet voorstellen dat je overal bereikbaar bent. Bijna op de hele wereld. En ook niet dat je totaal afhankelijk bent van het internet.
En elke ontdekking vroeger, nou, denk maar aan elektrisch licht ..ehm.. de telefoon, de trein. Dat waren best hele grote veranderingen. En veranderingen die wij nu meemaken, dat voelt voor mij van: ze gaan heel snel, maar het gebeurt allemaal wel in kleine stappen. We worden daar eigenlijk helemaal in meegenomen. En daardoor is ja, bijna niets meer ons vreemd. Over de toekomst wat er dan mogelijk is, daar is nog zó veel over te schrijven. Ja, wij kunnen dat wel gaan bedenken, maar ook dan denk ik dat wij ook geen voorstelling hebben van hoe dat over een eeuw verder, hoe dan de wereld eruit zal zien.’
Uit deze tekst heb ik toen een regel gehaald: Herhalen, opdat ik het niet ga vergeten. En toen heb ik daar weer 15 minuten over geschreven.
‘Herhalen, opdat ik het niet ga vergeten. Ze hebben het wel over de kracht van herhaling. Dat is wanneer we iets nieuws leren, iets ons eigen willen maken. En soms is het dan écht nodig om veel, heel veel te oefenen. En te herhalen dus. Anders ben je het zo weer kwijt. Wat ik dan bedoel met het herhalen, is dat nieuwe idee. 's Avonds laat of midden in de nacht, in bed, dan komt het nieuwe idee, dat plopt op. Het kan ook onderweg zijn. En ik heb geen pen en papier bij me. Ik heb geen mogelijkheid om iets op te schrijven. Gebeurt ook als ik fiets of wandel. Dan heb ik ook eigenlijk niets bij me. Maar dat nieuwe idee komt wel op. En dat wil ik niet vergeten. En dan ben ik voortdurend aan het herhalen zodat het blijft hangen. En tijdens het herhalen, komen er dan weer allerlei nieuwe puntjes bij, die ik ook wil onthouden. Dus ook weer ga herhalen.
En dat kan behoorlijk vermoeiend zijn. En zo heb ik al héle verhalen voor een podcast-aflevering gemaakt in mijn hoofd. En dan zijn dat best goede afleveringen, vind ik dan zelf. Alleen, het is dan niet opgenomen, het is niet echt, het staat nergens. Ik kan het niet opslaan, behalve in mijn eigen gedachten. En die ben ik dan weer aan het herhalen. En soms wel 4 of 5 keer. En dan heb ik écht van: tjonge wat een woordvondsten, oh wat een geweldige verhaallijn! Wat een mooie start! Wat een leuk plot ook! En dan kan het me enorm frustreren dat ik een deel ervan weer kwijt ben 's ochtends vroeg als ik weer wakker ben. Of als ik onderweg ben geweest, als ik dan weer eenmaal thuis ben. Heb ik het dan voor niets uitgedacht en herhaald!? Kan ik ook zonder al die gedachten, al die ideeën, fietsen of wandelen of slapen?
Ja. Het liefst zou ik goed willen kunnen slapen. Het slapen lukt niet elke nacht even goed. Maar wat houdt mij dan wakker? Zijn dat die ideeën? Die continue stroom van ideeën? Of is het de tinnitus, het oorsuizen. Dat voortdurende geluid wat me wakker houdt? En soms ontdek ik dat het piekergedachten zijn. Maar het is gek dat ik minder piekergedachten heb, het zijn echt ..ehm.. veel meer creatie-gedachten. Dan bedenk ik ook van ..ehm.. welke gasten ga ik uitnodigen voor mijn radioprogramma? Waar kan ik nog meer boeken gaan verkopen? Of zal ik toch maar LinkedIn-berichten gaan maken? Maar welke thema's pak ik dan op? Waar ga ik dan over posten? En ook bijvoorbeeld dan bij de podcast: welk plaatje kan ik daarbij doen? Hoe kom ik daaraan? Moet ik die nog bewerken? Dus voortdurend zijn er allerlei gedachten die mij verder kunnen brengen.
En stel dat ik al die gedachten daadwerkelijk had uitgevoerd? Als ik dat écht allemaal had uitgevoerd, dan had ik ontzettend veel acties ondernomen. Ik had hele boeken al geschreven. Ik had dan ontzettend veel ontmoetingen al gehad. Wat ik net al noemde, heel veel podcast-afleveringen al gemaakt. Al die programma's, al die ideeën, als die allemaal werkelijkheid waren geworden!’
Dit is naar aanleiding dus van een citaat van Etty Hillesum, waar ik elke keer weer op door-associeer op bepaalde zinnen. Zo heb ik ook nog een citaat en in dat citaat gaat het over muziek. En volgens mij heb ik dit kleine stukje over muziek al een keer verteld, maar juist in dat stukje staat weer een regel, die ik daarna weer oppak om verder over te schrijven. Dus dat deel ik dan, en misschien deel ik dat nu voor de tweede keer.
‘Muziek. Ik luister nauwelijks zelf naar muziek. Ik heb daar ook weinig behoefte aan. En het maken van het radioprogramma, dat, ja, dwingt mij, tussen aanhalingstekens, om passende muziek te vinden, bij het thema, bij de gast, bij het seizoen. En dat is wel heel goed, want dan luister ik tenminste af en toe wel naar muziek. En dan ook heel gericht, want ik luister naar de tekst, naar de tekstbeleving, naar de melodie, naar het ritme, de stijl van de muziek. Wat past er bij het radioprogramma en bij de gast? En ik zal dus nooit heftige, hardrock muziek kiezen en dat is gewoon omdat ik er zelf niet zo van hou. Maar ook bijvoorbeeld zware operamuziek of zware klassieke muziek, die zal ik niet zo gauw kiezen. Juist de lichtheid wil ik in het programma houden. Het programma wordt 's avonds uitgezonden en daarom kies ik ook h...
Wed, 16 Jul 2025 - 16min - 168 - 8 Hoeveel stappen?
Hoeveel stappen moet je doen per dag? Is 10.000 stappen de norm? Of mag het ook iets minder zijn? Zijn er ook alternatieven als je de stappen niet per dag kunt zetten?
(Foto Pexels Clem Onojehuo)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht' en misschien ook wel de enige die gaat over het evenwicht in de breedste in zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 9, aflevering 8: Hoeveel stappen?
Hoeveel stappen per dag, dan hoor je heel vaak dat je 10 duizend stappen per dag moet zetten. 10 duizend stappen, dat is nogal wat!
En onze jongste zoon die wilde dat gaan nastreven, 10 duizend stappen, maar die kwam er al snel achter dat dat helemaal niet haalbaar is. Hij is gegaan naar 8 duizend stappen en hij probeert elke dag 8 duizend stappen te zetten. En hij heeft al gemerkt dat ook het in huis rondlopen, dat al die stappen mee kunnen tellen. Als je dan tenminste de stappenmeter ook aan hebt staan, anders kun je dat ook niet meetellen. Nu woont hij op zeshoog in een flat van wel 20 verdiepingen. Dus hij kan heel vaak die trap nemen. Met name omhoog, alleen dat doet hij dus niet zo vaak. Hij wil nog wel eens met de trap naar beneden gaan. En dan elke stap die je zet wordt natuurlijk geteld als een stap. Dus die 8 duizend stappen kan hij halen als ie in ieder geval een paar keer ook die trap naar beneden loopt. En dan naar boven gaat ie dan toch vaak met de lift.
Maar 10 duizend stappen, waar komt dat eigenlijk vandaan? Ik ben eens op zoek gegaan en ik kom er ook achter dat het eigenlijk een marketing trucje is geweest. In de jaren 60 van de vorige eeuw, zo rond 1960, 1964 was er een bedrijf in Japan en die heeft toen de eerste stappenteller op de markt gebracht. En die stappenteller die heette: Manpo-kei. Dat is Japans en dat betekent 10 duizend stappen. En het Japanse teken voor 10 duizend, dat lijkt op een persoon die loopt. Dus misschien vandaar dat ze die stappenteller zo bedacht hebben of zo. Dit is door een heleboel andere bedrijven en organisaties overgenomen daarna. Helemaal zo'n 20 jaar geleden of zo, toen er heel veel meer stappentellers kwamen. Het werd eigenlijk ..ehm.. gewoon in Nederland om een stappenteller te hebben.
Maar er is helemaal geen wetenschappelijke basis voor het aantal stappen. Dus ik ben toch ook eens effe op zoek gegaan van hoe zit het dan als je het hebt over het aantal stappen, wat is dan wel gezond om te doen? Nou heb je bij EOS wetenschap, hebben ze dat even allemaal uitgezocht. Die geven aan dat mensen die jonger zijn dan 60, die kunnen best volstaan met tussen de 8 duizend en 10 duizend stappen per dag. Dat zou heel goed zijn. Maar als je ouder bent dan 60, dan haal je het meeste voordeel als je tussen de 6 duizend en 8 duizend stappen zet! Dus het is toch al een heel stuk minder. En ben je boven de 75, dan zeggen ze, ja minimaal 1500 stappen. Het zou ook 4000 kunnen zijn. En maximaal 8000. Dus daar zit écht een grens aan.
Nou zeggen zij, als je het hebt over stappen, misschien kun je het beter hebben over de lichaamsbeweging die je doet, de activiteiten die je doet. En dan zeggen ze al, dan 150 tot 300 minuten matige activiteiten wekelijks. Dus per week dat je tussen de 150 en 300 minuten bezig bent. Of als je dus heel krachtig bezig bent, gaat hardlopen of zo, dan zit je tussen de 75 en 150 minuten, dan kan dat korter. Dan gebruik je daar veel meer energie voor. Als dat lukt om die matige activiteiten wekelijks te doen, dan zorgt dat voor een betere levensverwachting en ook voor de cardiovasculaire gezondheid. Dus voor je hart en bloedvaten en zo. En dat klopt ook wel, we willen natuurlijk ook wel genoeg bewegen. En we weten ook wel, dat als je veel te veel beweegt dat dat dan weer ook een teveel is. Dat is dus helemaal niet nodig!
Maar als ik nou ga naar die 8 duizend stappen, dan vraag ik me altijd af: hoeveel loop je dan ongeveer? Dat heb ik weer gevonden op een andere website. Bij Team Sportservice. Dan zeggen ze: ..ehm.. in zo'n 15 minuten kan je ongeveer 1500 stappen doen. En als je 30 minuten aan het lopen bent, dan zijn dat ongeveer 3000 stappen, 45 minuten zit je op 4500 stappen en bij 60 minuten dan doe je ongeveer 6 duizend stappen. Het ligt er ook een beetje aan hoe groot je stappen zijn. Lange mensen met lange benen zetten grotere stappen en die hoeven dus eigenlijk minder stappen te zetten. Of als ze zoveel stappen zetten, hebben ze ook een grotere afstand, dat ze kunnen afleggen. Want hier staat: 60 minuten is 6000 stappen, maar als je gaat wandelen, ongeveer 5 kilometer per uur, dat is ongeveer één uur wandelen, dan zouden dat ook weer 8 duizend stappen zijn. Dus het ligt er ook echt aan hoe groot je bent en hoe groot je stappen zijn.
Wat daar ook bij gezegd moet worden is, dat oudere mensen minder stappen hoeven te zetten. Oudere mensen die gebruiken per stap veel meer energie en daardoor hebben oudere mensen minder stappen nodig om dezelfde voordelen te bereiken. En dat ken ik ook zeker bij mezelf. Als ik aan het wandelen ben, dan ben ik met mijn aandacht ook echt aan het wandelen en dan kost het zetten van de stappen, kost meer energie. Niet zo zeer het stappen zelf, als wel de aandacht die ik daarvoor nodig heb om me in evenwicht te houden. Want ik weet door de evenwichtsuitval die er is, dat het heel belangrijk is om in beweging te blijven, maar dat al het bewegen wat je doet waardoor je ja, links/rechts-coördinatie, ....ehm.... het recht op de weg blijven lopen, dat kost allemaal meer aandacht om dat goed te blijven doen. Dus kost ook meer energie.
Nou ik ben al boven de 60, dus dan zou ik tussen de 6 duizend en 8 duizend stappen zitten wat voldoende zou zijn, maar als je weet dat het ook nog eens een keer sowieso het stappen zetten heel veel meer energie kost, kan ik misschien wel volstaan met 5 duizend stappen per dag. En nou weet ik niet eens of ik daar elke dag aan kom, want er zijn dagen dat ik veel minder aan het lopen ben. En de andere dag, als ik ga sporten, dan ben ik heel veel meer in beweging. En dan is het niet per se stappen, maar dan wel heel veel meer in beweging met mijn hele lichaam.
Dan vroeg ik me af: als je het hebt over kilometer per uur? Hoe zit dat precies? Als je 5 kilometer per uur aan het lopen bent, hoeveel meter per seconde is dat dan? En dat blijkt dan 1,3 meter per seconde te zijn. Andersom, 1 meter per seconde is 3,6 kilometer per uur. 3,6 kilometer per uur dat is een beetje een langzaam wandeltempo. En waarom het nou dus die 1,3 meter per seconde is, als je 5 kilometer per uur wil wandelen? Het is een beetje een raar getal 1,3 - tenminste dat vind ik dan weer, dan denk ik het moet een mooi rond getal zijn. Maar komt dat natuurlijk omdat we 60 seconden in een minuut hebben en 60 minuten weer in een uur en als je dat dan omrekent, die 5 kilometer per uur is dan 1,3 meter per seconde. Als je ongeveer 10 duizend stappen wil zetten, dan ben je ongeveer 7 tot 8 kilometer qua afstand moet je dan afleggen. Maar ook dat is weer afhankelijk van de stappen die je zet.
Mijn zoon die is lang, dus die zal grote stappen zetten, dus die hoeft minder stappen neer te zetten. Dus eigenlijk voor hem als hij dan 8 duizend stappen zet, moet hij best heel veel meer afstand afleggen wil die aan die 8 duizend komen, bedenk ik me opeens. Dat is voor hem toch wel anders. Ik heb kleinere stappen, ben dus eerder aan die 8 duizend stappen. En nóg eerder als ik ervoor ga om ongeveer 6 duizend stappen per dag te doen.
Maar ik zei net al van als je gaat sporten, dan ben ik niet alleen maar aan het lopen, dan zijn er ook allemaal andere mogelijkheden. En op de sportschool is dat hè. Daar heb ik de crosstrainer waar ik op kan, daar zou ik dan ook in plaats van stappen tellen de crosstrainer voor kunnen gebruiken. ..ehm..... het fietsen kan ik daar doen. Ik kan op de loopband gaan lopen. Roeien. Roeien is ook een hele goeie. Dan ben je niet aan het lopen rechtop, maar door het roeien zelf ben je wel in beweging met je armen en te benen tegelijk. En een ander alternatief is ook dansen. Dansen is natuurlijk heel leuk, vind ik ook heel leuk. Dan ben ik mijn evenwicht aan het triggeren. Ik blijf daar soepel door. Ik ben nu zelf ook aan het bewegen dus (ha). ..ehm.. blijf er flexibel door. Dus met fijne muziek om me heen kan ik ook gewoon heerlijk dansen en is dat dus ook het alternatief om stappen te zetten per dag.
En natuurlijk fietsen! Naar de sportschool ga ik altijd lopend. Maar ga ik naar het dorp of iets verder weg, dan neem ik altijd de fiets. En fietsen kun je dan ook in plaats van stappen zetten, kun je ook fietsen. Met het fietsen bouw je ook kracht op in je benen. En het verbetert ook je mobiliteit van je gewrichten en je knieën en zo. Terwijl het toch weinig belasting is voor je botten. Met een uur fietsen op een gematigd tempo, zit je zo aan 10 duizend stappen per dag! Ja en toen ik dat las, dacht ik van: nou een uur fietsen, dat doe ik nog wel eens. En dan is het niet vaak één uur achter elkaar, maar als ik een paar keer heen en weer fiets, dan zit ik op een gegeven moment al heel gauw aan dat uur. Dus dan doe ik misschien toch vaker die 10 duizend stappen per dag.
Nou is natuurlijk naar het dorp hier fietsen, ben ik niet een uur onderweg, dat is 10 minuten, een kwartier. Maar ja, als ik dan al heen en weer ben gereden, ben ik zo dat ik een half uur toch wel samen, totaal gefietst heb. En als ik dat 2x gedaan heb op een dag zit ik natuurlijk al aan het uur. Want er staat niet bij dat je dat achter elkaar moet doen. Ik weet niet wat hier staat over dat fietsen of het een elektrische fiets is of een gewone fiets. 'k Moet zeggen: met een elektrische fiets, als ik wind tegen heb, dan is het door de elektrische fiets makkelijker om tegen de wind in te fietsen, is veel lichter. Dat zou anders zijn dan wanneer ik een gewone fiets zou hebben zonde...
Wed, 09 Jul 2025 - 16min - 167 - 7 Tenenkrommen(d)
Letterlijk en figuurlijk tenenkrommend, een aflevering over tenen, kromme tenen, tenen lezen en stevig staan.
(foto Pixabay- Wokanpadix)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht'. Dat fascinerende zintuig waar we allemaal al dagelijks mee te maken hebben. En ook over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ik ben erachter gekomen dat er nog zó veel meer valt te vertellen over dat zintuig 'evenwicht' en helemaal dat evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 9, aflevering 7: Tenenkrommend.
Tenenkrommend, dat is een uitdrukking. Dat is één woord, je schrijft het allemaal aan elkaar. Dat wist ik niet, maar toen ik dat ging opzoeken, en ik moest het zelf even opschrijven, dacht ik hé: het is één lang woord! Wat betekent tenenkrommend dan precies? Nou dat is iets als je je ergens heel erg voor schaamt. Of dat iets heel erg beschamend is. Dat iets gênant is. Dan kan dat tenenkrommend zijn. In Vlaanderen noemen ze het tenenkrullend. Grappig hè?
En het kan dus tenenkrommend zijn maar het kan ook tenenkrommender zijn of zelfs overtreffend: tenenkrommendst. Dat woord 'tenenkrommen' dat iets al heel erg beschamend is, dat dat ook nog eens een keer een vergrotende en overtreffende trap heeft, dat het zelfs tenenkrommendst kan zijn. En kromme tenen van iets krijgen, ja, is eigenlijk ook ja, je rot ergeren aan iets. Het kan ook zijn dat het plaatsvervangende schaamte, dus niet de schaamte vanuit jezelf, maar je ziet iets gebeuren en jij schaamt je voor wat de ander er aan het doen is.
Tenenkrommend, ergens kromme tenen van krijgen, kan ook zijn dat iets uitermate slecht is. En dan slecht, wat jij slecht vindt en dat je daar dus de uitdrukking voor gebruikt: kromme tenen van iets krijgen. Want het is natuurlijk een uitdrukking. En ik heb het even opgezocht. Ik dacht dat het een hele ouderwetse uitdrukking is van heel lang geleden. Maar het blijkt dat het pas in de jaren ‘80 in zwang is gekomen, want toen werden tenen als erg gevoelige lichaamsdelen beschouwd. Toen pas! Daarvoor waarschijnlijk helemaal niet. Pas vanaf de jaren ‘80 kwam daar veel meer aandacht voor en toen is dus die uitdrukking ontstaan: tenenkrommend. Dan moet je die niet verwarren met ‘gauw op zijn teentjes getrapt’, want dat is weer een hele andere uitdrukking.
Kromme tenen, ja, je kunt het ook hebben. Kromme tenen dat zijn scheve tenen. En als je scheve tenen hebt, dan kan het helpen om daar steunzolen voor te gebruiken. Want die steunzolen die helpen dan om de druk op je voeten beter te verdelen en dat zorgt er ook weer voor dat je tenen minder belast worden. Ik weet nog wel dat ik vroeger als klein meisje een soort bult kreeg aan de zijkant van mijn voeten. En ik weet niet of het bij allebei de voeten was of bij eentje. En toen bleek dat ik heel erg naar binnen liep met mijn voeten, dat ik een beetje platvoeten had. En zodoende dat er een botje helemaal ging verschuiven, dat het naar de zijkant van mijn voet kwam. Het heeft niet direct met mijn tenen zelf te maken, maar wel met mijn voet en toen heb ik steunzolen gekregen om dat weer tegen te gaan. Want dan ga je op een andere manier weer staan, het wordt anders belast inderdaad. En dat heeft toen wel geholpen, want op een gegeven moment was dat bultje ook helemaal weg aan de zijkant. En dat was wel heel prettig, want toen werd ik er ook steeds bewuster van, van hoe ik zelf sta. Ik voel nu ook nog steeds als ik met mijn voet naar binnen ga, dat het écht een platvoet wordt, of dat ik meer op de buitenkant van mijn voet ga staan -dat ik die voetrand ook voel- en dan is het veel prettiger.
Dus zo sta ik vaak, ik sta vaak hier op blote voeten aan de statafel te werken. Deze podcast op te nemen, online te werken. En dan ben ik me altijd bewust van hoe ik sta. Maar als ik sta, heb ik geen kromme tenen. Als je wel hele kromme tenen hebt, die door steunzolen niet op te lossen zijn, dan kan je dat ook operatief laten doen. Dan worden de kleine botjes van de teenkootjes, die worden gebroken en dan wordt dat weer goed recht gezet. En dan krijg je weer mooie rechte tenen. Maar als je gekrulde, samengeknepen tenen hebt of helemaal dat die voet dus verkrampt, dat kunnen dan tekenen zijn van dystonie. En dat kan dus bij de ziekte van Parkinson optreden.
En ik ben nog verder gaan kijken. Nou blijkt dat naast gekrulde tenen er ook komma-tenen zijn. Ruiter-tenen. Hamer-tenen. Mallet-tenen. Jubeltenen. Klauw-tenen. Écht! Ik stond er verbaasd van, want dat wist ik niet! Je hoort af en toe wel dat er iets met een teen is van iemand. Maar dan ja, een komma-teen? Ik heb er nooit over gehoord. Ik heb dat volgens mij ook nauwelijks gezien bij iemand. Dus het valt ook niet echt op. En dat klopt ook wel, want we zitten natuurlijk altijd met die voeten in schoenen, dus het valt niet op dat tenen op een verkeerde manier zijn gegroeid. Maar al die soorten tenen, dat is een verstoring van het evenwicht van de voetspieren. Nou, dan hebben we weer natuurlijk evenwicht. Op ‘evenwicht’ ben ik alert van, wat bedoelen ze precies? En dan heeft het te maken met dat de trek- en buigspieren van de tenen, dat die dus niet meer goed werken. Dat daar dus iets verkeerd is gegaan. Dat kan met één teen zijn, dat is bijvoorbeeld zo'n hamerteen. Volgens mij gebeurt dat met één teen. Maar het kunnen ook meerdere tenen zijn of zelfs alle tenen als het echt al die tenen zijn, dat die zich gaan verkrampen. Dat kan onder andere ook gebeuren door artrose of diabetes, bij verzwakte voetspieren, dan kan het allemaal gebeuren.
Als we kijken naar het psychische aspect, dan kan het ook zijn dat als je met gekromde tenen loopt, dan kan het duiden op spanning en stress. Dat is dan iemand die zijn uiterste best doet, waarbij het vaak wel lukt, maar ook vaak dat het nét niet lukt, dat het dan zo veel spanning op gaat leveren en dat je letterlijk met gekromde tenen gaat lopen. Nou, met gekromde tenen lopen, als je dat altijd doet, dan zorgt het ook voor spanning in je hele lijf, want alleen door het krommen van je tenen doen al die beenspieren ook mee! En ik denk als je dat helemaal doet, dan gaan je buikspieren meespelen, misschien zelfs je bilspieren. Maar als je dat continu aanspant, dan is het natuurlijk helemaal niet goed!
Je kunt het ook zelf doen. Met je tenen krommen natuurlijk en dan vraag ik me af: kun je tijdens het lopen ook je tenen krommen? En is daar een verschil ook tussen dat, als je op blote voeten loopt of met schoenen aan? Want met schoenen aan en dan je tenen krommen, voelt heel anders dan wanneer je op blote voeten loopt. Nou is blote voeten lopen sowieso heel gezond. Want op blote voeten lopen dan versterken je voetspieren. Het zorgt ook voor een verbeterde bloedcirculatie. En daarmee ook de bloeddruk, die wordt daar ook positief door beïnvloed. En als je op blote voeten in de natuur loopt, daar word je rustig van. Want dan voel je ook echt de aarde onder je voeten, je voelt echt waar je loopt, de ondergrond en zo. En ook hierbij staat dan ook, je krijgt een beter evenwicht. Je wordt je bewuster van de stappen die je zet en je wordt je ook bewuster van je eigen evenwicht. Dat kan weer bijdragen tot een betere houding, een betere lichaamshouding. Dus blote voeten lopen dat is heel fijn om op die manier te lopen. Nou moet ik zeggen, ik kan niet altijd op blote voeten lopen. Ik vind het ook niet fijn om op harde ondergronden te lopen, op de stoep, op de straat, allemaal veel te hard waar we meestal op lopen. Dus daar doe ik toch veel liever schoenen aan. Helemaal ook om te voorkomen dat je wondjes oploopt. Dat je je bezeert en zo.
Wat mij ook opviel toen ik daarover aan het lezen was, blote voeten: zonder schoenen, kunnen je voeten sneller gaan zweten! En dat kan best wel zijn dat dat zo is, maar dat valt dan bijna niet op, omdat je dan al aan het lopen bent of zo. En het meteen verdampt, want het is mij nooit op gevallen dat ik op blote voeten sneller aan het zweten ben. Nou heb ik sowieso weinig dat mijn voeten gaan zweten, dus ik heb daar sowieso niet zo heel veel last van. En er zijn bepaalde doelgroepen die beter niet op blote voeten kunnen lopen. En dat zijn mensen met diabetes of met MS of die een hernia hebben. Want die hebben een verminderde gevoeligheid in de voeten. En dan kun je beter niet op blote voeten lopen.
Er is ook nog een andere uitdrukking en die uitdrukking is: ‘je schrap zetten’. En dan vraag ik me af: als je je schrap zet, ga je dan ook je tenen krommen? Want je schrap zetten heeft natuurlijk wel te maken met een soort spanning, dan is er iets wat heel spannend is. Maar ik vind ook, je schrap zetten is ook een teken van alertheid, dat je ..ehm.. gaat opletten. En ik vraag me af, als je je schrap zet of dan ook je tenen gaan krommen? Geen idee! Dat zou ik dan moeten uitvinden als ik zelf een keer... dat iets zó spannend is, ga ik dat dan ook doen? Ga ik mijn tenen krommen?
Maar als je je tenen gaat bekijken, iedereen heeft andere voeten, maar ook andere tenen. Je kunt namelijk ook tenen lezen. Dat is dus een soort ‘tenen-taal’. Ik heb het gelezen (ha) op de website van Gehwol. En Gehwol is een merk van voetenbalsem en die geven bepaalde dingen aan over die tenen. Ze zeggen al; de vorm van je tenen, daar word je mee geboren. En dat is ook scheefstand en zo van je tenen, dat kan ook heel erfelijk bepaald zijn. In de loop der jaren kan het wel veranderen door prikkels van buitenaf. Bijvoorbeeld door verkeerd schoeisel of door een hele verkeerde houding van je voeten. En zodoende kunnen ook die verschillende tenen, die jubeltenen en hamertenen, dat kan allemaal dus ontstaan.
Maar als je kijkt naar die tenen die van gezonde voeten. Als je dan aflopende tenen hebt, grote teen, tweede teen, derde teen, die dan een beetje zo schuin a...
Wed, 02 Jul 2025 - 19min - 166 - 6 Kleurig is fleurig
Ik hou van kleur. Het liefste wil ik ook kleurrijke, opvallende hoortoestellen die gezien mogen worden. Dat is niet eenvoudig, blijkt nu ik voor de keuze van nieuwe hoortoestellen sta. Het worden waarschijnlijk zwarte. Maar ik heb een ideetje hoe dat is op te lossen.
(eigen foto van mijn huidige hoortoestellen)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dat kan het fysieke evenwicht zijn, maar ook het psychisch evenwicht. En ook al die andere dingen die mij uit evenwicht kunnen brengen. Daar heb ik het over in deze podcast. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ik werk ook als hoorcoach en begeleid mensen, mensen met de ziekte van Ménière, met tinnitus, maar ook met het gehoorverlies. En deze aflevering gaat over het gehoorverlies, of dat niet per se, het gaat meer over de hoortoestellen die nodig zijn voor het gehoorverlies, om het gehoorverlies minder te maken, om beter te kunnen spraakverstaan. Dit is seizoen 9, aflevering 6: Kleurig is fleurig.
Dan neem ik je eerst even mee naar de opticien. ‘k Was naar de opticien om weer oogdruppels te halen of eigenlijk kunsttranen, want ik heb hele droge ogen. Ik heb er al een keer een aflevering over gemaakt. En die kunsttranen die helpen mij om dan toch voldoende traanvocht te hebben en dan worden die ogen niet zo droog en gaat het niet jeuken en zo, dus dat is heel prettig. Maar ik was bij de opticien en daar zag ik heel veel verschillende monturen. Te kust en te keur. Verschillend in vorm, verschillend in grootte, sowieso in kleur. En dan heb je één kleur of verschillende kleuren, binnen één bril. Er zijn mannenmonturen, er zijn damesmonturen, er zijn kindermonturen. En de vorm zelf dat het twee glazen zijn, dat is natuurlijk bij elke bril hetzelfde. En het glas is natuurlijk ook altijd hetzelfde. Ook al is de sterkte anders, het is altijd doorzichtig. Je hebt ook af en toe mee-kleurende brillen, anders dan een zonnebril. Maar veel keus daarin is er niet. Maar wél de keuze in het montuur. En ga je naar de ene opticien of naar de andere opticien en ook daar vind je weer heleboel verschillende andere monturen.
En dan een hoortoestel. En dan beperk ik mij tot alleen achter-het-oor hoortoestellen. Dat is zo'n klein toestelletje wat achter het oor gaat en dan is er een slangetje wat dan in je oor gaat. En in je oor zit dan het luidsprekertje. En het kan ook dat het een heel oorstukje wordt. Maar dan beperk ik mij weer tot alleen maar wat achter het oor zit. Dat kleine apparaatje, dat kleine toestelletje wat daar zit. Die hoortoestellen, daar heb je verschillende merken van. Best veel verschillende merken. Binnen die merken zijn er ook nog weer allerlei types. En al die types, dat heeft ook nog weer te maken... in de loop der jaren had je eerst dát toestel, toen kwam dát erbij en dat type kwam erbij, dus je hebt ook nog -verspreid over de jaren- heel veel verschillende mogelijkheden. Dat maakt dat het kiezen van het juiste hoortoestel veel moeilijker wordt, omdat er zó veel keuze is.
Toch heel anders dan bij het kiezen van een bril. Bij een bril zit daar dan toch een bepaalde beperking bij, want dat is wat in de winkel beschikbaar is, wat je kan zien. Maar bij een hoortoestel, je hebt niet de audicien die al die hoortoestellen op een rijtje heeft staan. De audicien die kiest voor jou wat bij jou het beste past naar aanleiding van jouw verhaal, over het gehoorverlies en wat jij belangrijk vindt om te versterken. Spraakverstaan of in rumoer te kunnen luisteren. Dat je graag muziek luistert of juist heel veel buiten bent. Aan de hand van het verhaal wat jij nodig hebt, kiest de audicien dan wat voor merk het beste bij jou past en welke type.
Maar dat kleine toestelletje wat achter je oor zit, die vorm daarvan, dat lijkt eigenlijk allemaal wel een beetje op elkaar. En dat is ook wel logisch, want het moet wel achter het oor natuurlijk passen. De vorm daarvan kan wat ronder zijn. Het kan wat langer zijn dan de ander. Het kan iets rechthoekigs zijn. Dat is dus heel persoonlijk wat bij jou past. Want iedereen heeft een andere vorm oren. Maar verder blijft het wel beperkt. Het blijft klein en de één is iets groter, omdat daar bijvoorbeeld een ringleidingstand bij in moet. Dan wordt het een iets groter apparaatje. En dus ook nog een verschil of er batterijtjes in moeten of dat het oplaadbaar is. Want dan hoeft daar geen batterijtje in, maar wel een kleine accu. Dus het zijn allemaal dingen die maken hoe die vorm kan zijn.
Maar dan de kleur. Ik ben eraan toe om nieuwe hoortoestellen aan te schaffen. En ik ben dus bij de audicien nu om dat uit te kiezen. En dan laat hij zien: dit is het merk wat we gaan uitproberen. Hiervan verwacht ie dat dat het beste bij mij gaat werken. En dan mag je kiezen wat voor een soort hoortoestel, welke kleur jij wilt hebben. En dan zie je die kleuren en dan is het de keuze tussen grijs, zilver-grijs, bruin, beetje metallic bruin, donkerbruin misschien nog wel, maar dan is het toch nog een soort huidskleur, of zwart. Heel veel meer keus is er gewoon niet. Zo saai! Ik vind het echt héél saai!
De hoortoestellen die ik op dit moment heb, die zijn wit met een rode achterkant waardoor wit en rood ja, dat valt tenminste op. En ik vind het heel leuk dat het rood is. Tussen de keuze die ik had stond ook nog roze, lichtroze. Nou hou ik dus van kleur, maar ik vind lichtroze, ik heb zelf ook een lichte huidskleur, is ook een beetje roze, dan vind ik 'm ook weer wegvallen. Als het nou knalroze was geweest, had ik dat heel leuk gevonden! Waarbij de audicien nog zelf zei: het is maar de vraag of we daaraan kunnen komen, aan die kleur. Maar lichtroze viel voor mij sowieso af. Toen ben ik eens gaan kijken, als je hoortoestellen intikt en je kiest voor kleur dan kom je wel bij Phonak uit. Het merk Phonak, die heeft nog wel verschillende kleuren. Ik ga nu Oticon uitproberen en dan zie je wel een paar toestellen die wel een kleur hebben, maar precies dat merk en type waar ik nu voor gekozen heb, die heeft al die kleuren niet, behalve dat lichtroze.
Dan moet je eigenlijk gaan naar de kindertoestellen. Het blijkt dat heel veel kindertoestellen wel in kleur zijn. En wat ik begrepen heb, is dat er vroeger veel meer kleurtjes waren en dat het steeds meer eruit gaat, omdat mensen er toch niet voor kiezen. Ik heb het ook gelezen op het blog van Janneke Roozen van Hoorstyle. Die heeft een blog gewijd aan dus die kleuren van het hoortoestel. Zij houdt ook heel erg van kleur en ze merkt ook dat er daar toch weinig variatie in is en weinig keuze in is.
En waarom wil ik ze laten zien? Waarom wil ik graag een kleurtje? Nou sowieso, ik hou van kleur, maar ik heb ook gemerkt: ik zie ze dan beter. Ook zonder bril zie ik een kleurtje beter dan dat het een huidskleur zou zijn. En ik wil ook laten zien als mensen al iets van achter mijn oor zien -vaak hangt mijn haar er wel een beetje overheen- maar dan wil ik het laten zien: dit heb ik nodig. En ik wil ook laten zien dat het heel gewoon is om een hoortoestel te dragen. Net als dat je een bril draagt. Iedereen vindt het heel gewoon om een bril te dragen, dat ook een hoortoestel dragen heel normaal is. Dat het erbij hoort.
Nou ja, wat ik al zei: ik hou van kleur dus het liefst wil ik dat in een kleur. En dan hoeft het nog niet eens verschillende kleuren te zijn, één kleur is wel goed. Ik geloof dat ik dan voor blauw zou kiezen of zo of ..ehm.. misschien wel groen. Waar ik minder van hou is de metallic-kleuren. En die Phonak-toestellen die ik dan vind, dat is heel vaak die metallic-kleur en daar hou ik dan weer niet van. Ik wil liever dat het wat mat is of zo. Nou ja, dat is dus écht heel persoonlijk. En jammer dat er dan zo weinig mensen voor kleur willen kiezen! Want als heel veel mensen het wél zouden kiezen, willen kiezen, dan zou dat natuurlijk veel meer zijn!
Het grappige is, als je het hebt over kleuren hoortoestellen, dan hebben ze het ook wel over ..ehm.. ja de rode kleur is voor het rechteroor en de blauwe kleur is voor links. Maar dat zegt dus niets over dat toestelletje zelf, want die is helemaal niet rood en die is helemaal niet blauw. Dan gaat het over het kleine luidsprekertje aan de ene kant is dat dan rood, de rechterkant is rood en de linkerkant is blauw van kleur. Zodat je dus ook het toestel in het juiste oor stopt. Andersom gaat ook een beetje moeilijk, want ook het draadje loopt een bepaalde kant op, dus andersom krijg je het niet eens goed in je oor.
Wat ik wel weet is dat je stickertjes kunt kopen. En die stickertjes die kun je dan plakken op je hoortoestel. En het is jammer dat het niet standaard is dat je dat door de audicien gezegd wordt, maar gelukkig heb ik dat zelf al gevonden. Ik heb er wel eens eerder over gehoord ook, dus ik ben even op die website gaan kijken, van Tiny stickers heet dat. Het lastige is alleen, daar zijn allerlei bewegende beelden. Al die stickertjes, al die thema's die ze hebben, dat verschuift steeds, dat draait, dat gaat heen en weer. En dat is weer heel lastig kijken voor mij. Dat heeft weer te maken dat het evenwicht niet goed werkt, dat bewegende beeld -en helemaal dan op deze website van Tiny stickers- is echt heel onaangenaam.
Ik heb wel gezien dat daar ontzettend leuke kleine stickertjes op zitten. En die stickertjes zijn ook weer verwijderbaar, dus je kunt ze makkelijk weghalen, dus dan kan je weer nieuwe stickers erop doen. Dus ik vermoed -ik ga nu hoortoestellen uitproberen en ik heb nu gekozen voor de kleur zwart- en ik vermoed dat ik op een gegeven moment toch naar die stickertjes ga kijken, om te kijken van hoe ik ze dus kleurig kan krijgen. Hoe ik daar toch een kleurtje aan krijg. En het zijn verschillende thema's; het kunnen bloemen zijn of abstracte kunst of noem maar op. Ik weet zeker dat ik daar kleurtjes uit kan halen, p...
Wed, 25 Jun 2025 - 11min - 165 - 5 Boodschappen doen
Het dragen van boodschappen is nogal wat. Dat kan lastig zijn. Helemaal als het evenwicht minder goed werkt.
(eigen foto van boodschappenkar)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons fascinerende en ingenieuze werkende zintuig evenwicht. Je hoort niet zo vaak verhalen over ons evenwicht. Terwijl we daar allemaal dagelijks mee te maken hebben. Je luistert naar Paula Hijne, ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En deze aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven' is seizoen 9, aflevering 5: Boodschappen doen.
En dan begin ik met een verhaal. Boodschappen doen.
Ik heb boodschappen gedaan, in de supermarkt vlak bij huis. Met twee overvolle boodschappentassen loop ik naar huis. Ze zijn eigenlijk te zwaar. Ik zet één tas neer en loop met de andere verder in één hand. Maar dat gaat veel lastiger. Ik loop helemaal te wiebelen met die ene tas, ik val er bijna mee om! Wat ongemakkelijk. Ik pak de tas met twee handen voor me en met moeite sjouw ik de boodschappen naar huis. Dan loop ik terug om de andere tas te halen. Die pak ik direct met twee handen vast. Met twee tassen aan beide zijden is het veel makkelijker lopen. Het lijkt wel of ik dan meer in evenwicht ben. Maar dan moeten ze niet te zwaar zijn. En lopen is sowieso altijd even uit balans toch? Dom om zo veel in één keer te kopen. Daar ben ik niet sterk genoeg voor.
Dit verhaal staat in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', hoofdstuk 8 en dat heet: 'Links en rechts.' En dan gaat het over de hersenen. En dan ook hoe de hersenen werken in relatie tot de evenwichtsorganen en ook de linker- en de rechterhelft van de hersenen. Dat komt dan ook aan bod.
Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over die boodschappen doen. En waarom die boodschappen? Pas geleden had ik weer zo'n wiebeldag. Dat is zo'n dag dat ik instabiel ben, dat ik me wat draaierig voel, maar nog wel zelf kan lopen, eventueel met steun. En op zo’n dag, als het dan tijd is om boodschappen te doen, dan ga ik dat alsnog doen. En als dat op een zaterdag is, dan ga ik met mijn man naar de winkel. Met de auto gaan we daarnaartoe. En dat is een hele grote supermarkt. Op zo'n wiebeldag wil ik heel graag de winkelwagen hebben en die gebruiken als steun. Dus die wil ik de hele tijd bij me houden. Dat betekent dat ik dan met die kar overal dus langs ga rijden waar ik de boodschappen moet halen. Die steun is dan heel prettig.
Wat het dan nog wel weer lastiger maakt is, dat er spullen zijn die heel hoog staan, dan moet je reiken. Dan moet ik helemaal op mijn tenen gaan staan. En op je tenen staan is natuurlijk ook wel weer wat uit balans. Dat is niet handig op een wiebeldag. Er zijn ook producten die helemaal aan de onderkant liggen. Dan moet je bukken om erbij te kunnen. Niet alles is op ooghoogte. En ook dat bukken is natuurlijk kantelen met je lichaam en ook maakt dat op zo'n wiebeldag dat lastiger is. Dat moet ik dan met beleid doen. Als ik dat zelf wil pakken, moet ik dat met aandacht doen, heel rustig aan. En als mijn man dan bij me is dan wordt het iets makkelijker, want dan kan hij die spullen pakken, die hoge en die veel te laag staan. En alles op ooghoogte kan ik natuurlijk zelf dan wel doen.
Dat met steun lopen, met die winkelwagen, dan kan ik toch nog zelf boodschappen doen. Dat vind ik heel fijn. Waar ik nog wel mee te maken heb, is dat de winkel zelf allerlei triggers kan geven. En dan gaat het erom dat in een winkel, dan zie je allerlei drukke patronen, vormen, er is veel contrast, allerlei stippeltjes, streepjes, allerlei verschillende kleuren door elkaar heen en dat hele schappen lang. En vooral die grote supermarkt, met hele lange schappen, maakt als je dan daar doorheen gaat lopen, dat je aan weerskanten heel veel kleurrijke patronen allemaal ziet, en als je dan ook zelf aan het bewegen bent, dan wordt het moeilijker om daar doorheen te lopen. Dan kan ik me beter focussen op óf op mijn winkelwagen óf maar op één klein stukje steeds. En niet dat hele gangpad door kijken. Want dat zien van al die drukke patronen en kleuren, dat kan allemaal invloed hebben op dat evenwicht. En dat heeft dan ook bij mij, erge invloed op mijn evenwicht op zo'n wiebeldag. Dat zorgt écht voor desoriëntatie met alles om me heen. Dan lijkt het alsof het allemaal in beweging is. Als er dan ook nog allerlei mensen langs lopen, dan wordt dat nog wat moeilijker.
Dat geldt ook, dat als je in een winkelstraat loopt -dat doe ik trouwens niet op zo'n wiebeldag, dan ga ik niet uitgebreid winkelen- maar zelfs als mijn evenwicht verder nou, rustig is, dat ik daar minder last van heb, en ik ga wel winkelen, kan ik last hebben van al die te veel aan prikkels, door nou ja, alles wat daar te zien is. Door te veel kleuren, door te veel vormen, vooral ook door licht! Het licht van buiten, gewoon van de zon, maar ook al het licht wat door die winkels allemaal gecreëerd wordt. Wat allemaal in de etalages staat.
Sowieso ook in de supermarkt is het ook belangrijk wat voor soort licht daar dan hangt. Ze hebben recent de supermarkt helemaal verbouwd. En ik heb gemerkt dat het licht wat ze nu gebruiken, dat het voor mij fijner is, omdat dat veel rustiger is. Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar ze hebben het zó veranderd dat het voor mij rustiger is om daar dan rond te lopen. Dus het licht zelf heeft minder invloed op mij als ik zo'n wiebeldag heb, dat ik daardoor gedesoriënteerd raak. De muziek die gespeeld wordt in de supermarkt, dat is ook afhankelijk van hoe ik mij voel. Dat geldt denk ik voor heel veel mensen, maar op zo'n wiebeldag dan moet ik geen drukke muziek hebben. Geen techno-muziek, geen ..ehm.. met heel veel snel ritme of zo. Dan heb ik gewoon het liefst rustige muziek. Kunnen ze in de winkel niets aan doen, maar ik denk dat het voor heel veel mensen toch uitmaakt wat voor muziek er is. Ik heb wel eens dat als ik aan het winkelen ben, dat ik dan een winkel binnen loop waar de muziek zó hard staat, dan ga ik niet eens verder meer kijken. Daar loop ik uit, ga ik weg. Ik vind dat heel onaangenaam als daar hele luide muziek is. En dat geldt dus ook voor de supermarkt en als dat rustige muziek is, vind ik het veel prettiger om daar even iets langer te blijven.
Maar wat kun je er nou aan doen, als je toch boodschappen moet doen en je hebt zo'n wiebeldag? Je voelt je niet zo prettig. Je bent wat instabiel. Nou, wat je dan zou kunnen doen, is dat je op hele rustige momenten gaat winkelen. Vaak zijn wij wel vroeg op de zaterdagochtend en dan zijn er nog niet zo veel mensen in de winkel, ik vind dat heel fijn.
Ik merk het wel als ik hier naar de buurtsuper ga -die is bij ons vlak in de buurt- dan ga ik wel vaak op een moment dat het wat drukker is, omdat ja, dan heb ik bedacht vlak voor het eten: ik heb dat en dat nodig, maar dan gaan natuurlijk een heleboel mensen tegelijk... gaan dan naar de winkel. Dan kan het zijn dat ik... dat ik dat wel eens te veel vind. Helemaal als ik me dan niet zo prettig voel op zo'n dag, dan wil ik al die mensen niet om me heen! Dus je kunt beter kiezen voor rustige momenten om te winkelen.
Wat mij ook helpt, helemaal op die zaterdag, is dat ik een lijstje heb. En met een lijstje dan hoef ik niet zo heel lang te zoeken. Ik hoef ook niet lang te treuzelen en dan nog te bedenken wat ik allemaal nodig heb. Dan hoef ik niet zo lang te blijven. Met zo'n wiebeldag -heb ik echt gemerkt- dan moet ik zéker geen haast hebben van, even snel dit en even snel dat. Dan is het voor mij belangrijk om de tijd te nemen en dan rustig rond te lopen en dat het niet uitmaakt of het 10 minuten langer gaat duren. Dus neem de tijd.
Een andere tip die ik geef, dit komt allemaal uit het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar staat het ook écht een kopje: 'In de winkel' wat je allemaal kunt doen. Helemaal als het evenwicht dus niet goed werkt. Daar staat dan ook: gebruik de winkelwagen als steun. Nou dat is ook wat ik zelf natuurlijk heel erg ervaar. Dat het heel helpend is om die winkelwagen te gebruiken.
Wat ook kan helpen is als dat dat licht toch ..ehm.. te fel is en er te veel kleuren zijn is dat je een donkergekleurde bril op gaat doen, een zonnebril. Dat tempert dan die kleurverschillen en dat maakt het contrast wat minder sterk. En dat maakt dan dat je rustiger kunt kijken. Dus ja, als het dan toch zo'n dag is waarop jij ook wiebelig bent, doe dan een zonnebril op als je naar de winkel gaat. Het klinkt misschien een beetje raar, het ziet er misschien ook een beetje raar uit, maar het kan écht helpen om toch rustig je boodschappen te doen.
Wij gaan dan vaak met de auto, dan is het met de kratten terug in de auto en dan rijden we naar huis. Maar als je zelf niet met de auto van de winkel naar huis gaat, maar gewoon zelf lopend gaat, neem dan een boodschappenkarretje mee in plaats van dat je moet sjouwen! Helemaal in het begin van deze podcast heb ik verteld over dat sjouwen van zware tassen, dat dat heel onhandig is. En als je een boodschappenkarretje meeneemt, dan heb je daar nog weer een beetje steun aan. Je kunt een boodschappenkarretje achter je aan trekken, maar er zijn ook van die karretjes die kun je vooruitduwen, net als je eigenlijk een buggy ook duwt, kan je ook die boodschappenkar voor je duwen. En dan maakt het dat je wel wat meer steun daaraan hebt. Niet helemaal natuurlijk, ..ehm.. als die omvalt dan val je om, want hij glijdt natuurlijk zo weg. Maar het geeft wel toch wat steun. En omdat hij, als hij gevuld is, is hij ook wat zwaarder en zodoende helpt het ook wel weer op zo'n wiebeldag om daarmee te lopen.
Ik heb die tas toen aangeschaft, want ik heb er zelf eentje. En dat was eigenlijk in de tijd dat de winkel hier net geopend was, dat is al jaren geleden dus, want toen had ik dus die Ménière en ik had continu dat ik aanvallen achter elkaar kreeg. En tussen de aanvallen door ook heel inst...
Wed, 18 Jun 2025 - 12min - 164 - 4 Onze taal
Taal is continu in verandering, ook al hebben we vaste spellingregels. Wat is taal precies, wat hoort ook bij taal?
(eigen foto: scheurkalender uitspraak Loesje)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En in deze podcast vertel ik over ons evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over al die dingen die mij bezighouden. En daarvoor gebruik ik mijn stem en vind de woorden die ik wil delen met jou! Dit is seizoen 9, aflevering 4: Onze taal.
Je luistert naar Paula Hijne. Ik deel allerlei woorden met jou. Die hoor jij, die versta jij. Je hebt daar misschien wel beelden bij. Dit gaat dus, deze aflevering, gaat over taal. Dat is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. En die gaat zo:
Taal groeit. Taal ademt. Taal vindt altijd een weg.
Ja, taal. Ik beheers alleen de Nederlandse taal. En ik kan ook een beetje Nederlands met gebaren. Maar ook dan gaat het om Nederlandse gebaren. Ik ken geen Engelse gebaren, geen Amerikaanse, geen Indonesische gebaren. Ik ken alleen maar de Nederlandse gebaren. Ik denk vaak in woorden en volgens mij dan minder in beelden. En toch zal het ook wel andersom zijn. Dan is er eerst een beeld, waarna ik dan de woorden zoek en vind, die het beeld dan weer woorden geeft, die het helderheid geeft, zodat ik dat beeld kan duiden. Zou ik ook alleen beelden hebben in mijn hoofd waar geen woorden bij passen? Volgens mij is dat onmogelijk. In dromen zijn er alleen beelden en gevoelens. Of droom ik ook in woorden? Dat weet ik eigenlijk niet precies.
Taal vindt altijd een weg. Ja, dat vind ik ook dat het eigenlijk helemaal klopt, wat Loesje dan heeft opgeschreven. Op welke manier dan ook. Want in de communicatie is er altijd taal aanwezig, want communicatie is het gebruik maken van taal. En ook gebarentaal dat is een beeldtaal en al worden er geen letterlijke woorden gesproken bij echte gebarentaal, de NGT, Nederlandse gebarentaal, toch is dat communiceren met ..ehm.. gebaren, dat is ook een taal. Het heet ook niet voor niets gebarentaal.
En toch ben ik daar langer over na gaan denken van, hoe zit dat nou precies met die taal?
Als je nou kijkt naar de kunst, het maken van kunst. Dan hoef je toch niet per se taal bij te gebruiken? Sowieso iets maken, bijvoorbeeld eten klaar maken, dat kan volgens mij ook allemaal zonder taal. Je hoeft dus niet overal woorden op te leggen. Als je iets eet, maakt het helemaal niet uit of het woord ‘appel’ is. Je kunt die appel gewoon eten, zonder het woord ervoor te gebruiken. En ik had dat nooit eerder zo bekeken. Pas toen ik bezig was om na te denken over taal, kom ik op dit soort gedachten. En als ik kook, zonder recept, dan doe ik dat op gevoel, op ervaring ook en zo. En zo ook het toevoegen van kruiden. En dan maakt het niet uit of het kerriepoeder heet of dat het kurkuma is of dat het een mengsel is van allerlei kruiden. De naam zegt iets over het product, maar de naam die heb ik niet nodig om dan dat kruid toe te voegen. Ik kan gewoon die kerrie toevoegen, tijdens het koken.
En als ik kijk naar de andere dingen die ik doe, bijvoorbeeld haken. Dat haken vind ik ook heel leuk, met katoen of wol. En de soort steek die ik dan maak, die heeft een naam. Maar ook zonder de juiste naam ervoor, kan ik die steek gewoon gebruiken tijdens het haken. Ik kan zelfs een steek bedenken waarvan ik niet eens weet dat er een naam voor bestaat. Gewoon een fantasiesteek. En als ik dat maar continu herhaal, dan kan ik dat gewoon doen.
En volgens mij is het ook zo bij kleuren. Alle kleuren die hebben een naam, maar ook zonder de naam, kan ik wel gebruik maken, gewoon, van die kleuren. En het gekke is, ik zal zelf altijd de naam van de kleur of het ingrediënt, zal ik altijd in mijn hoofd benoemen. En dat komt gewoon omdat ik altijd in taal denk! En als het taalgebied in de hersenen beschadigd is door uitval, door een bepaalde ziekte, door een infarct, dan kan ik nog steeds -volgens mij- iets lekkers koken of iets kleuren of iets maken met mijn handen, want daar heb ik dus niet die woorden per se voor nodig.
Alleen creatief schrijven, dat lukt dan natuurlijk niet meer, want creatief schrijven heeft natuurlijk álles met taal te maken. Dan gaat het om letters en woorden en zinnen, om daar teksten van te maken. En ook al zou ik dan de vorm van de letter na kunnen maken, als ik geen taal meer tot mijn beschikking heb, dan hebben al die letters helemaal geen betekenis meer. En ik zou nog steeds klanken kunnen maken, maar zonder taal is het onduidelijk hoe een bepaalde combinatie letters een woord vormen en wat dat dan betekent. En ik vraag me ook af, zou ik zonder taal kunnen zingen? Volgens mij kan dat gewoon. Allerlei klanken, daar kan je gewoon melodieën mee maken en dan hoeft het niets te betekenen, dus volgens mij kun je wel zingen zonder dat daar woorden aan te pas komen.
Maar zonder taal, dan blijven alleen die beelden over. Beelden die misschien wel herkend worden, omdat er toch een ervaring aan zit, maar dan zonder dat het een woord is en zonder dat je er de betekenis achter weet. Maar voor mij is dat nauwelijks voor te stellen hoe zoiets precies werkt. Het lijkt me ook moeilijk om dat na te vragen bij mensen als taal als uiting niet meer mogelijk is. Want ja, hoe vertel je dat dan? Want vertellen doe je natuurlijk met woorden.
Taal groeit. Taal ademt. Taal vindt altijd een weg.
Taal ja, spelen met taal, dat doe ik natuurlijk heel graag hè! Als je al langer naar deze podcast luistert, dan heb je al veel vaker gehoord dat ik betekenis aan bepaalde woorden geef, aan bepaalde gedachtes geef, net weer op een andere manier dan hoe jij dat bedacht had of hoe een ander daarover denkt. En spelen met taal doe ik dan wel heel vaak met woorden. En al mijn gedachten zijn dan beelden dus, met daar die woorden toch bij. Als ik iets bedenk om te maken, dan komen daar altijd wel weer woorden bij, al gaat het maar om het materiaal wat ik wil gaan gebruiken, de voorwerpen die daarvoor nodig zijn om iets te maken, dan benoem ik in mijn hoofd toch dat materiaal of dat ding, de schaar, ..ehm.. de pen. En ook als ik een idee heb om een presentatie te geven, dan gaat het ook altijd over wat ik zeg. En wat ik wil doen. En ook daar gebruik ik natuurlijk steeds woorden voor.
Dus een leven zonder taal, lijkt mij onmogelijk om heel bewust bezig te zijn. En zelfs als ik alles in gebaren zou doen, en met mimiek, dan is het steeds een vertaling van wat ik denk, wat ik wil, wat ik bedoel. Ja, en het is ook niet voor niets natuurlijk gebarentaal.
Maar taal vindt altijd een weg. Ja, dat denk ik ook dat dat zo is. Ik kan me dus niet voorstellen hoe het leven zou zijn zonder taal. En dat is best vreemd, want ik kan me wel een voorstelling maken hoe het is om blind te zijn of doof te zijn. Alleen tegelijkertijd doof en blind zijn, dat is weer niet mogelijk - dat gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Hoewel, ietsjepietsje weet ik een beetje hoe dat is. Ehm.. gelukkig kan ik er ook over lezen. Ik heb pasgeleden daar ook een boek over gelezen van iemand met het syndroom van Usher die dus langzamerhand steeds minder gaat zien en ook steeds minder gaat horen. Haar voorland is ook, dat op een gegeven moment de hele, het hele zicht en het hele gehoor ook is weggevallen. Dan weet ik niet hoe je dan in de wereld staat. Hoewel zij wel heeft geleerd taal te gebruiken en woorden te gebruiken, dus ze heeft wel bepaalde beelden waar allerlei woorden bij horen.
Maar weer even terug naar mezelf dan. Ehm.. zonder taal, hoe zou ik dan boodschappen doen? Nou denk ik dat als je door de winkel loopt, dan kan je aan de hand van wat je ziet, kun je toch een keuze maken. En kun je dat dan meenemen. Want van veel spullen, dan zie je al wat het is. Alle groenten en fruit. En anders zitten er plaatjes op, op verpakkingen. En de herinnering aan hoe iets smaakt, hoe de geur is, hoe je het klaar maakt dan, kan allemaal zonder de taal die je ervoor nodig hebt. Dus volgens mij kun je best boodschappen doen zonder taal. Alleen ja, niet het lijstje natuurlijk. Als je een lijstje, een boodschappenlijstje maakt, dan heb je weer woorden nodig om het op te schrijven. Tenzij je dat natuurlijk weer met foto's zou doen! Als je foto's van het product maakt wat je nodig hebt, dan kun je dat lijstje meenemen.
Maar hoe zit het dan met getallen? Getallen dat is ook een soort van taal. En hoe ga je dan afrekenen? Als je dus contant moet afrekenen, dan heb je het nodig dat je weet hebt van de getallen - dus cijfers en het geld dus begrijpt. Dan is het wel makkelijk als je kunt pinnen met een pinpas en je hoeft die alleen maar tegen het apparaat aan te houden. Dan heb je weer geen woorden nodig en ook geen getallen. Tenzij je natuurlijk toch de pincode moet invoeren.
Er zijn mensen die analfabeet zijn, die kunnen dus niet lezen. Die kunnen de woorden niet lezen. En toch zijn ze wel voortdurend met taal bezig, want communiceren, praten met elkaar is natuurlijk ook altijd taal. En als je in het woordenboek opzoekt 'taal': ‘taal is een systeem van klanken, letters en woorden en die worden gebruikt door mensen om elkaar dingen duidelijk te maken.’ Als jij niet kan lezen, dan kun je wel dat systeem van klanken en letters en woorden gebruiken. Want mensen die analfabeet zijn kunnen wel gewoon vertellen, kunnen wel dingen uitleggen, vinden wel de woorden voor wat ze nodig hebben. Wat ze willen gaan doen.
Taal groeit. En taal is voortdurend in beweging. Er komen steeds nieuwe woorden bij. En er zijn ook woorden die verdwijnen. Er ontstaan ook allerlei nieuwe vormen van communicatie.
Er is ook een computertaal. We hebben het ook wel eens over de lichaamstaal. Maar als er helemaal geen taal meer zou zijn, volgens mij zouden dan alle, bijna alle beroepen niet meer bestaan. Net zoals dat als er geen internet...
Wed, 11 Jun 2025 - 15min - 163 - 3 Water
Water drinken, het is onze eerste levensbehoefte. Ik vind het heerlijk om wat er te kunnen drinken. Dat heb ik wel moeten leren.
(eigen foto; gebaar voor water drinken)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast heb ik het ook vaak over allerlei dingen die mij in evenwicht houden. Dat kan zowel fysiek zijn of juist psychisch. Dit is zo'n aflevering waarin ik het ga hebben over wat mij helpt om ook daadwerkelijk ook wel in evenwicht te blijven zonder dat het dus iets ..ehm.. fysieks is, maar het is wel heel tastbaar. Dit is seizoen 9, aflevering 3: Water
Voordat ik altijd begin bij de podcast opnemen, loop ik altijd eerst even naar de badkamer om een beker water te drinken. Of ik heb al een glas van beneden meegenomen, daar doe ik water in en dat zet ik hier bij me neer. En voordat ik ga praten, neem ik altijd eerst een slok water. Water! Water drinken, ja dat is cruciaal om te overleven. We hebben water nodig. Het is eigenlijk onze eerste levensbehoefte. Ik heb wel eens gezegd over de behoefte om te voelen ‘waar is de aarde?’ Dan gaat het weer over het fysieke evenwicht. Die behoefte die ons lichaam heeft, waar is de aarde, die behoefte is groter dan eten en drinken.
Nou denk ik dat het eigenlijk alleen maar om het eten gaat, want het drinken, ik vermoed dat dat echt wel de eerste levensbehoefte. Genoeg vocht tot je nemen, dat je genoeg vocht nodig hebt, om te blijven leven. En dat daarna de behoefte is van willen weten ‘waar is de aarde?’ En dat het eten daarna pas komt. Want dat voelen van die aarde is ook echt héél erg belangrijk. Dat weet je niet, dat is vaak een onbewust gevoel. Je gaat het pas begrijpen op het moment dat je ook echt een keer de aarde niet meer kunt voelen en hoe onaangenaam dat is. Maar dat is weer voor een andere aflevering. Nu gaat het over water. Cruciaal om te overleven.
Water zorgt er namelijk voor dat er ook een goede opname van de voedingsstoffen is. Dat je dus, als je water drinkt, ook alle andere dingen die je eet, dat dat goed vervoerd kan worden door je hele lichaam, want het water zorgt ook voor het transport. En met voldoende water, met voldoende vocht, dan kunnen al die voedingsstoffen die nodig zijn voor je lijf ook goed opgenomen worden. Het water is ook nodig voor het afvoeren van allerlei afvalstoffen in je lijf. Als je allerlei voedingsstoffen opneemt is er ook tegelijkertijd altijd een soort afvalproductie en ook dat moet weer weg! Dat gaat via de urine en de ontlasting. Dus dat afvoeren is ook net zo belangrijk. En genoeg vocht is ook nodig voor het regelen van de lichaamstemperatuur.
Water is dus cruciaal! Op één dag verlies je wel zo'n 2,5 liter vocht. En dat is natuurlijk de urine en de ontlasting, maar ook via de ademhaling en via het zweten. Al het bewegen, ook al voel je het niet direct dat je helemaal drijfnat wordt, iedereen heeft wel iets dat ie... dat ie zweet. En dan uit eten, als je gewoon alleen maar eet, dan haal je ongeveer 1 liter vocht, haal je dan wel, omdat in heel veel eten -en met name ook in allerlei groenteproducten en zo- daar zit al heel veel water in. Maar daarnaast wordt geadviseerd om toch zo'n anderhalf tot 2 liter water te drinken.
En waarom maak ik deze aflevering? Ik vind het namelijk heel belangrijk om water te drinken. Dat heb ik niet altijd geweten. Maar ik weet nog, lang geleden en dan, dat was nog in de tijd... dat ik woonde in Maarssenbroek. Daar had ik een vriendin, en die vriendin die was natuurgeneeskundige, en ik was bij haar -ik weet niet meer met welke klacht ik bij haar kwam- maar zij ging bij mij van alles meten en zij gaf toen al heel snel aan: 'Je hebt een vochttekort. Je moet veel meer vocht tot je nemen en ja, dat kan door dus voldoende water te drinken.' En gewoon water drinken, was ik toen niet gewend. Het was altijd koffie, thee, het was sap, misschien ook wel frisdrank, dat weet ik eigenlijk niet meer. Het is best lang geleden. En toen ben ik dat heel langzaam gaan opbouwen om meer water ten drinken, want ik dacht: hoe kom ik nou aan anderhalf tot 2 liter?
Dan moet ik eigenlijk elke keer gaan tellen en zo, en toen zei ze: 'als je nou gewoon een fles neerzet en die fles die moet leeg aan het eind van de dag. En dat is een literfles, dan heb je in ieder geval één liter al gedronken plus al je andere drinken aan koffie en thee. Dan kom je al een heel end. En als je die dan ergens neerzet, zichtbaar dus op het aanrecht waar je vaak genoeg langs loopt, en dan elke keer neem je daar dus water uit.'
En zo heb ik dat gedaan, ik weet dat ik dat toen nog wel heel lastig vond. Maar heel langzaamaan ben ik steeds meer gaan drinken. En dat het ook steeds gewoner werd om water te drinken. Gewoon puur water! Niets erdoorheen. Helemaal niet!
Dat was mijn eerste kennismaking dat mijn lichaam dus veel meer vocht nodig had. En het grappige is, ik wilde deze aflevering dus al heel lang maken, maar dan wilde ik wel even precies weten, waarom is water nou zo belangrijk? Dus daarom ben ik een heleboel gaan opzoeken daarover en ook in relatie tot wat ik zelf ja, daarvan ervaar. Ik weet ook wel dat op een gegeven moment was het ..ehm.. in het werk, in het onderwijs, had ik een klas met kinderen in een noodgebouw en het was ontzettend warm. En ik heb toen aangegeven dat de kinderen zelf een bidon of een flesje mee mochten nemen om op de tafel te zetten en dat we tijdens het werken, dat iedereen gewoon zelf water mocht blijven drinken. Dat was ook nodig, want het was daar zó warm! En ja je moest wel blijven lesgeven! En ik had al gemerkt, als de kinderen niet voldoende water namen, dan verslapte die concentratie, ..ehm.. (ha!) ze liepen bijna rood aan, ze hadden nergens meer zin in! Nou echt, dat is gewoon niet fijn werken! Dus, ik ben toen begonnen met dat het normaal is om dan toch water in de klas te hebben en dat elk kind daar gewoon gebruik van mocht maken. En dat hielp écht! Dat was heel prettig om te zien, het was fijn om te zien, dat de kinderen ja, als vanzelfsprekend toch ook zelf water gingen drinken en dat dat hielp! Want als jij weer een, als het heel warm is, een beetje een koel slokje water neemt -ook al is het water al wat meer lauw geworden- dan nog helpt het om je weer lekkerder te voelen. Het hoeft niet meteen heel koud water te zijn.
Toen ik zelf kinderen kreeg, ben je in het begin gewend om de kinderen, als ze al wat ouder zijn, om dan pakjes drinken mee te geven. En tot mijn verbazing was onze jongste zoon, die wilde gewoon alleen maar water! Die hoefde helemaal geen limonade mee of sap of chocomelk, hij wilde gewoon graag water. En zelfs op feestjes, het was dan nog zo dat iedereen limonadesiroop kreeg en op een feestje kreeg je dan cola of sinas, hij hoefde dat helemaal niet! Hij nam gewoon water! En mensen vonden het altijd heel gek, die hadden zo van: doe eens gezellig, neem toch ook een glas cola. Nee, hoefde hij niet. Water was genoeg. En nog steeds drinkt hij genoeg water. Ik moet zeggen, soms drinkt hij ook een kop thee en als we toch uiteten gaan neemt hij nu wel ice tea of zo, dan is het niet meteen gewoon water. Maar gedurende de dag is hij al heel gewoon om water te drinken.
En ik ben zelf ook helemaal gewend om altijd een flesje mee te nemen. Ook als ik wegga. Of juist als ik wegga. En pasgeleden was het ook, zat ik in een ruimte met zo'n elf mensen en zes van die mensen hadden allemaal een bidon op tafel staan om dus af en toe dus wat te kunnen drinken. Ook dat wordt veel gewoner voor heel veel mensen, om dus een bidon mee te nemen om dus ja, elk moment wel een slok water te drinken.
Maar hoe zit dat dan? Ik noem dan water drinken, maar je kunt gedurende de dag ook koffie nemen. Hoewel je dat wel beperkt moeten houden. Stel dat je tien koppen koffie op een dag drinkt, dan is dat niet zo handig, want daar zit heel veel cafeïne in. En die cafeïne zorgt er ook weer voor dat er toch, het water weer onttrekt uit je lijf. Dus koffie moet je heel beperkt houden. Je kunt theedrinken, maar dan niet alleen zwarte thee, maar liefst eigenlijk meer de kruidenthee. Want in thee zitten theïne, dat is een beetje hetzelfde effect als cafeïne. Dan is kruidenthee al prima. En bij een kruidenthee is het ook wel belangrijk om niet altijd hetzelfde te drinken, maar daar wel afwisseling in te hebben. En je kunt natuurlijk ook een keer een beker melk drinken, maar ook daar niet te veel van. Want dan krijg je weer veel te veel eiwitten binnen. Maar als je dat dan bij elkaar gaat optellen, dan zit je op zo'n 8 tot 10 mokken, bekers per dag. Geen kleine kopjes, maar gewoon een beker van zo'n 250 milliliter en als je er daar dan 8 van drinkt, dat kun je gewoon tellen.
Ik heb 's morgens thee gedronken, in mijn geval gemberthee. Om 11 uur een beker koffie. Tussen de middag een beker kefir, vind ik erg lekker. 's Middags een kop thee.'s Avonds drink ik een kop ..ehm.. cichorei-koffie, dat is een beetje nep-koffie. Dan zit ik al aan 5 of 6 bekers.
En dan tussendoor neem ik water. Als ik ga sporten neem ik altijd een bidon mee en dat is een bidon van zo'n 750 milliliter en ook die drink ik dan altijd leeg. Maar ja, bij het sporten, ben je heel veel meer in beweging, ben je meer aan het zweten, dus is het goed dat je dat ook weer aanvult. Dus ik kom vaak wel aan die anderhalf tot 2 liter.
En het fijne is, dat water dat helpt dan ook enorm bij de hydratatie van het lichaam. Het zorgt voor een gezonde huid. Het zorgt ervoor dat die huid stralender blijft. Dat die minder vatbaar is voor uitdroging. Het zorgt ook voor dat je niet vroegtijdig veroudert. Het houdt dus de huid gezond! En ik weet dat als ik naar de schoonheidsspecialiste ga, dan zegt ze ook altijd dat ze kan zien aan mijn huid dat ik voldoende drink. Ook al is mijn huid van mijn gezicht, dat is droog, ik heb sowies...
Wed, 04 Jun 2025 - 19min - 162 - 2 Mijn tinnitus?
Waarom vind ik het raar om het over 'mijn Meniere' te hebben en vind ik het heel gewoon om 'mijn tinnitus' te zeggen?
(foto vanaf de computer, van een bladzijde uit het nieuwe boek)
Transcript
Welkom, bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht en de vorige aflevering heb ik ook gesproken over dat fysieke evenwicht en dan heel specifiek over de ziekte van Ménière. Toen ging het over míjn Ménière. En nu ga ik het hebben over mijn tinnitus.
Dit is seizoen 9, aflevering 2: Mijn tinnitus?
Nou ik zeg net al: de vorige aflevering ging over Ménière en ik vond dat heel raar, ‘míjn Ménière’, alsof het een bezit van mij is. Dan even terugkomend ook over hoe het gaat op dit moment in relatie tot Ménière. Ik heb verteld over dat ik af en toe wiebeldagen heb. En afgelopen week heb ik enórm veel tinnitus gehad en het weekend had ik wiebeldagen, was ik draaierig. Kon ik dus ook niet zo heel veel doen. Ik wist niet precies wat de aanleiding was. Totdat vandaag de trainer tegen mij zei, bij het sporten, dat er en enorme luchtdrukverandering was, dat het écht lage luchtdruk werd afgelopen weekend.
En toen ineens wist ik het: daardoor heb ik die wiebeldagen. Want bij een lage luchtdruk, een plotselinge daling van de luchtdruk, dan is die waterhuishouding in je lichaam, die kan erop reageren. En het oor is ook één en al waterhuishouding, daar zit die endolymfe vloeistof in. Dat kan dan een beetje, ja op gaan zwellen. Dat kan ook in het hele lijf gebeuren, maar met name ook in het oor. Mensen kunnen ook oorpijn krijgen. Er zijn ook mensen die hoofdpijn krijgen bij zo'n luchtdrukverandering. En dat kan dat het bij mij ook is gebeurd en dat het daardoor toch getriggerd heeft op die evenwichtsorganen, dat ik ja, daardoor wiebelig werd. Ik vermoed dat het daardoor komt. En ik had 'em zelf niet eens zo in de gaten, terwijl ik wel voelde dat het zaterdag een hele andere dag was dan al die weken daarvoor. We hebben best hele mooie weken gehad. En ineens was het somber, het was druilerig, er was regen – gelukkig, want voor de natuur vind ik dat heel fijn.
Maar zelf merkte ik ook dat het weerslag had op mijn hele gesteldheid. Ook op mijn emotie. Ik had eigenlijk nergens zin in, ik was wat chagrijnig. Een beetje, ja, pffoe, een beetje, een beetje... ik wilde gewoon helemaal niks. Ik heb ook weinig gedaan. Kon me nergens toe zetten. En dat kon ook niet echt, ..ehm.. echt een lange wandeling maken, zat er toch niet in want door die wiebeldag, zet ik altijd een stapje terug. Dat was ook nodig. Alleen, dan heb ik vaak nog wel zin om dát te doen en dát te doen, maar dat ging ook dit keer helemaal niet. Dus dat er zou nog wel eens aan de hand kunnen zijn geweest.
Maar het ging in de vorige aflevering over dat woordje: 'míjn'. Ik zie de ziekte van Ménière niet als bezit. En dan is er iets raars. Toen ik dat zelf teruglas, ik kreeg het transcript terug van de hele aflevering, en ik was dat aan het doorlezen en toen dacht ik: wat gek dat ik het wel heel vaak heb over mijn tinnitus. Míjn tinnitus! Dan zou je denken dat tinnitus dus wél bezit is van mij. En ik heb het ook eens even opgezocht wat ik daarover geschreven heb in het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Het boek wat nu bij de vormgever ligt, wat nog niet uit is. En ik hoop dat het ergens deze zomer, dit najaar, toch echt wel helemaal klaar is.
Maar ik heb het daarover in een hoofdstuk, een deelhoofdstuk, en dat heet dan: 'Wat hoor jij?' Dan vraag ik het heel specifiek aan de lezer. En dan geef ik een heleboel soorten geluiden aan wat het zou kunnen zijn, dat oorsuizen. Die tinnitus. Hoe klinkt jouw geluid? Dat vraag ik aan de lezer. Als ik dat naar mezelf toe zou zeggen dan is het ook: hoe klinkt míjn geluid? En dan, als ik toch míjn geluid zeg, dan lijkt het toch alsof het een soort bezit is van mij. Ik vind dat raar! Ik ben er ook niet over uit van wat het verschil is tussen dat ik het gek vind om te zeggen: míjn Ménière, maar dat ik het heel gewoon vind om te zeggen: míjn geluid, míjn tinnitus-geluid. Daar kom ik nog niet achter.
Maar wat ik hoor, dat is namelijk ook een ander deelhoofdstuk in dat boek 'Wat hoor ik?', geef ik dan aan. En dan is er ook een subkopje, daar staat gewoon letterlijk: míjn geluid!
En dan heb ik een soort ervaringsverhaaltje waar ik eerst mee begin. Zal ik even voorlezen.
‘En dan is het geluid rechts ineens veel meer op de voorgrond. Het is geen lage ruis, geen zoem, meer een, meer een piep. Maar niet als een echte piep zoals pieieieie, want er is helemaal geen p te horen. Het zijn verschillende tonen. Het zijn frequenties, hogere en lagere. Is het een suis? Zzzzzz of ssssss? Of is het een uuuuuuuu. Het is zo moeilijk te omschrijven. Het is geen eenduidig geluid.’
En dan vertel ik ook verder van: ‘Het ruisje wat ik helemaal in het begin hoorde, toen het ooit bij mij begonnen is in 2000, dat ruisje is veranderd in een heel orkest aan geluiden. Het zijn verschillende tonen en volgens mij is het zo rondom de 5000 Hertz. En dat is een combinatie van ruisen, suizen en allerlei tonen, piepen, door elkaar heen. En vaak komen daar ook andere geluiden bij. Dan is er ineens een hele lage brom of een extreem hoge piep. En dat verdwijnt dan weer. Het volume dat fluctueert voortdurend.’ Ik heb nu een hele week echt hele luide tinnitus gehad, dus het volume was heel hoog. En gelukkig weet ik ook wel dat dat weer daalt naar een soort basisvolume. En dat basisvolume is al wel heel luid, maar het kan dus nog veel harder. Maar dat fluctueren kan zelfs per dag of zelfs gedurende de dag, kan dat wisselen. Meestal is links veel luider dan rechts. En als ik echt heel goed luister dan is het zelfs ook een heel ander geluid links. Dus het verschil in de geluiden, is écht anders van links en rechts. Dus het is niet precies hetzelfde. Soms heb ik het idee wel, dat het wel helemaal precies hetzelfde is. Maar als ik écht goed luister, dan hoor ik een heel duidelijk verschil tussen links en rechts.
En zoals vorige week, als dan die tinnitus zó luid is, dan komen de geluiden van buiten, die komen dan gewoon heel moeilijk naar binnen. Die komen er nauwelijks doorheen, helemaal als ik geen hoortoestellen in heb, dan hoor ik nauwelijks andere geluiden. En ik heb het ooit wel eens laten meten, in het audiologisch centrum. Toen hebben ze allerlei geluiden aangeboden en moest ik aangeven als ik mijn eigen geluid niet meer hoorde. Maar we kregen het niet voor mekaar om dat helemaal te overstemmen. Dat is toen niet gelukt. Maar dat komt ook omdat je natuurlijk al die verschillende tonen nooit in één keer kan aanbieden. Dan moet je eigenlijk precies weten welke tonen dat allemaal zijn. Nou weet ik wel, er is een geluidsfile: Zo klinkt tinnitus. En hier zijn meer dan 150 tinnitus-geluiden verzameld en daar heb ik natuurlijk naar geluisterd. Ik heb gekeken van, vind ik daar ook mijn geluid tussen, maar die heb ik dus nooit gevonden. Bijzonder is ook wel, van ..ehm.. ik hoor het ook echt ín mijn oren.
Maar ik dacht dat iedereen die tinnitus hoort, dat je dat dan ín je oor hoort. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Want toen ik dat op een gegeven moment hoorde dat een cliënt vertelde over het geluid dat het in zijn hele hoofd zat, ben ik daarna elke keer gaan vragen, als ik iemand tegenkom die tinnitus heeft, waar hoor je het geluid? En dan blijkt ook van ja het kan in één oor zitten, dan is ook, ja dan heb je tinnitus aan één zijde. Het kan in twee oren zitten. Het kan boven het oor zitten. Het kan in het hele hoofd dus zitten! Of juist aan één zijkant of achterop het hoofd. En dan kan het heel hoog zitten of achterop het hoofd vlakbij de nek, een beetje laag. Je kunt het ook middenin gewoon voelen. Er zijn mensen die wel aangeven: ‘Ik hoor het gewoon écht middenin. Ik kan het gewoon aanwijzen, hier hoor ik het.’
En het kan natuurlijk dan ook wisselen. Als ook het volume en het soort geluid zo kan fluctueren, zo kan wisselen, dan kan het ook zijn dat die plek in het hoofd steeds wisselt. En dat is dan ook afhankelijk van het soort geluid of de combinatie van geluiden. En het kan ook te maken hebben met het energielevel van de persoon. Hoeveel energie heeft ie. Als je heel vermoeid bent en de tinnitus is dan heel luid, dan kan het ook zijn dat het daardoor heel wisselend weer klinkt.
Míjn tinnitus. Ik heb het dus over míjn tinnitus. Zo heb ik het ook vaker over míjn gehoorverlies. Míjn gehoorverlies, nou en dan vertel ik hoe dat dan precies zit, waar het verlies zit, hoeveel decibel dat is. Dan vind ik het heel raar voor mezelf, waarom ik het heel gewoon vind om míjn tinnitus te zeggen en míjn gehoorverlies. En dat ik dus míjn Ménière heel vreemd vind! Waarom is het dan níet míjn Ménière en wél míjn tinnitus en míjn gehoorverlies? Ik ben er dus nog niet achter wat het verschil nou precies is. Misschien heeft het er wel mee te maken dat als ik het heb over de tinnitus die ik hoor, dan moet ik het wel hebben over míjn geluid, omdat het een heel uniek geluid is. Omdat het bij iedereen anders is. Het is een uniek geluid wat 'ik' hoor. Maar is dat geluid dan ook echt een soort bezit van mij? Want dat.... ik zie het niet als een bezit. Meer als een feit van dat ís het. Dat geluid is er. Dat hoor ik, maar ik bezit het niet. Ik heb er ook niet om gevraagd.
Hetzelfde bij dat gehoorverlies. Míjn gehoorverlies, ja dat is natuurlijk heel uniek. Er zijn natuurlijk wel meer mensen met hetzelfde soort gehoorverlies, maar het zal nooit precies hetzelfde zijn, op precies dezelfde frequentie, daar is zoveel decibel verlies en zo. Bij iedereen is dat wel weer anders. En toch vind ik het heel gewoon, míjn tinnitus, míjn gehoorverlies. En vind ik het héél raar om te zeggen: míjn Ménière. En dat komt mi...
Wed, 28 May 2025 - 13min - 161 - 1 Mijn Meniere?
Hoe gaat het met jouw Meniere? Deze vraag kreeg ik van een collega. Ja, hoe gaat het daar eigenlijk mee? Ik geef antwoord via deze aflevering. Luister je mee?
(foto: Robinotof)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. In deze podcast neem ik je mee in de fascinerende wereld van het zintuig 'evenwicht'. En ik deel allerlei ervaringen die mij uit evenwicht brengen of die mij juist in evenwicht houden! Het evenwicht. Dat is een heel dynamisch proces. Het is continu in beweging. En vandaar ook de titel van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar ben ik de auteur van. Dit is de allereerste én enige podcast over het zintuig 'evenwicht'. Dit is seizoen 9, aflevering 1: Mijn Ménière?
Ik kreeg deze vraag van een collega. Die vroeg: 'hoe gaat het met jouw Ménière?' Jouw Ménière? Nou ja, even naar mezelf toe, mijn Ménière? Ik heb geantwoord dat ik daar even over na ga denken. Nou ja, dat heb ik dus gedaan en nu deel ik dat via deze weg. En in eerste instantie raakte ik helemaal in de war over het woord 'mijn'. Mijn Ménière. Dat lijkt een beetje op de vraag: hoe gaat het met de verkoop van jouw boek? En als ik 't weer naar mezelf toebreng, hoe gaat het met de verkoop van mijn boek? Mijn boek, omdat ik de auteur ben en dit boek heb gerealiseerd. Mijn boek. Ja, ik heb ook de boeken in huis. En die verzend ik dan zelf naar de klant. Dus ik heb ze ook echt in bezit. De boeken zijn mijn bezit. Dus het is terecht, mijn boeken. En als jij het boek hebt gekocht en het maakt niet uit of het nou 'Evenwicht, in uitvoering' is of 'Ménière in balans', dan is het jouw boek. En tegelijkertijd ook mijn boek, omdat ik de auteur ben. Maar dan, mijn Ménière!
Ik zie Ménière niet als bezit. Het is geen bezit. Ook al heb ik de ziekte, ik heb dat nooit ervaren als iets wat ik bezit! Ik heb er niet om gevraagd, ik heb het ook niet gerealiseerd of zo. Ik heb het nooit gekocht. Dus ik heb nooit gezegd: mijn Ménière. Dan is eigenlijk de vraag: hoe gaat het met de Ménière? Nou kan het zijn: dé Ménière, dat het ook een beetje lijkt alsof het bezit is, maar in ieder geva,l hoe gaat het ermee? Dat is een open vraag. En dat klinkt dan wel heel anders dan: heb je nog last van Ménière? Want als die vraag gesteld wordt dan impliceert dat dat ik er nog last van zou kunnen hebben.
Nou is dat wel zo (ha), maar een open vraag maakt het wel veel fijner om daarover na te denken. En de vraag is natuurlijk -wat mijn collega aan mij vroeg en wat zij wilde weten- is: hoe gaat het op dit moment met jou in relatie tot Ménière? Nou, dat wil ik delen ook in deze podcast.
Ménière bestaat uit drie symptomen. Die worden ook altijd genoemd als de ziekte van Ménière wordt uitgelegd. Dat zijn de aanvallen van draaiduizeligheid, dat is tinnitus en dat is gehoorverlies. Wat ik daar zelf bij aan heb gegeven is eigenlijk een soort vierde symptoom, dat is dat op termijn er evenwichtsbeperkingen kunnen komen. En als het gaat over hoe het nu met mij gaat in relatie tot Ménière, dan kan ik over al die vier symptomen iets vertellen.
Ten eerste die aanvallen van draaiduizeligheid. Dat is het meest kenmerkende symptoom van Ménière. De aanvallen van draaiduizeligheid. Dan wordt gezegd dat kan duren tussen de 20 minuten en 12 uur. Ik zeg altijd, het kan ook 24 uur zijn, want er zit ook vaak een nacht bij. En ook in de nacht kun je last hebben van de draaiduizeligheid. Die heftige aanvallen van draaiduizeligheid, die gaan gepaard met braken. Dat kan, dat hoeft niet, maar het is wel continu braken dat je op een gegeven moment nog steeds aan het braken bent, terwijl er niets meer in je lijf zit en dat maakt het ook heel onaangenaam. Verder is, tijdens zo'n aanval van draaiduizeligheid, is het chaos in je hoofd. En ik denk dat het nog wel een verschil is als je het aan één kant hebt of als je het aan beide zijden hebt. Ik heb het aan beide zijden. Dan is het chaos in het hoofd. Maar die heftige aanvallen van draaiduizeligheid. Ja die duurden toen van ..ehm.. ja meestal toch wel die 24 uur, er zat ook altijd een nacht bij. Ik had altijd hele lange aanvallen. En daarna werd het al veel minder en dan was ik ook dagen daarna nog steeds instabiel.
Nou, die zware aanvallen die heb ik niet meer. Die zijn al, nou ik denk zo'n 10, 12 jaar geleden of zo, denk ik, dat ik de laatste heb gehad. Het was ook in het begin heel ..ehm.. regelmatig en dat werd op een gegeven moment steeds minder, en op een gegeven moment was het één keer per jaar. En dat maakt dat je al wel merkt dat ja, het dooft misschien wel uit. Wat er wel is overgebleven, in plaats van dat het die zware aanvallen zijn, zijn wiebeldagen. En dat zijn dagen dat ik wel draaierig ben, maar niet dat ik omval. Ik kan dan gewoon nog blijven bewegen, heel voorzichtig lopen. Als het nodig is dat ik toch iets buiten moet doen, doe ik dat met een wandelstok. En die wiebeldagen die blijven. Dat is gewoon af en toe. Nou en dan zeg ik ‘gewoon’: soms is er helemaal geen aanleiding voor en soms is het heel duidelijk waardoor het komt.
Mijn laatste lichte aanval die ook langer duurde, is in 2017 geweest, dat ik een hele dag weinig kon doen. Moeilijk kon lopen. En dus ook een hele dag gewoon rustig ben blijven zitten en niets heb gedaan. En dat was na het overlijden van mijn vader, daarna was de uitvaart ook. En toen gingen we op vakantie, het was toevallig ook daarna herfstvakantie. En die eerste dag dat we daar waren, ging ik dus eigenlijk ja, niet letterlijk onderuit dan, want ik kon nog een beetje me staande houden, alleen met zo veel moeite. En toen ben ik een hele dag dus blijven zitten daar. We zaten in een B & B en heb ik gewoon ja, niks gedaan. Ik kon niet zo veel. Het was alleen niet zo heftig als al die hele zware aanvallen in het begin.
En nu zijn het af en toe van die dagen, dan heb ik daar een hele dag wel last van, maar kan ik in huis nog wel bepaalde dingen blijven doen. En ik denk dat dat zo blijft. En het wil ook niet zeggen, dat ik nooit meer een hele zware aanval zal krijgen, want dat is het grillige van Ménière. Af en toe kan dat ineens weer even opkomen dat je een hele zware aanval hebt. En misschien wel een paar achter elkaar, als een soort cluster. En dat het daarna weer heel lang wegblijft. Dus het wil niet zeggen dat het helemaal weg is. Het blijft ergens in je lichaam zitten.
Tijdens die aanvallen van draaiduizeligheid, kun je ook enorm last krijgen van oorsuizen. En in het begin is dat alleen tijdens zo'n aanval, en later blijft die tinnitus dus in je hoofd zitten, oorsuizen. Continu geluid in je hoofd. Nou had ik al tinnitus voordat ik Ménière kreeg, dus voor mij is het even anders gelopen. Maar er zijn mensen, als ze voor de eerste keer Ménière krijgen, dat het alleen nog is tijdens zo'n aanval van draaiduizeligheid en dan is de tinnitus weer even weg, totdat er een volgende aanval komt. En op een gegeven moment is de tinnitus dus blijvend.
Nou die tinnitus die heb ik nu al 25 jaar, we zitten nu in 2025. En het is in 2000 begonnen. En in 2006 kreeg ik de aanvallen van draaiduizeligheid. Die kwamen daar dan bij. Tijdens zo'n aanval -en dat heb ik nog steeds ook op alle wiebeldagen, nu nog- is de tinnitus heel luid! Is die extra aanwezig. Dus ik heb het altijd, het geluid in mijn hoofd. Maar op het moment dat ik wiebelig ben, draaierig ben op een dag, dan is die enorm hard! Al is dat ook wel, dat het ineens gebeurt, dat het ineens heel luid wordt die tinnitus, dan weet ik eigenlijk wel dat het ook een signaal is dat ik beter een stapje terug kan zetten. Dan is er iets aan de hand en dan kan ik draaierig worden. Maar het kan ook zijn dat het niet gebeurt, omdat ik een stapje terugzet. En wat rustiger ga doen. Een afspraak afzeg, omdat ik dan het vermoeden al heb: er is iets aan de hand. Soms kan ik het duiden, maar vaak weet ik niet eens waarom. Die tinnitus dat is blijvend en daar gaat nu mijn derde boek over. Ik heb drie boeken geschreven en het derde boek gaat over het oorsuizen. Over het geluid in mijn hoofd, hoe dat ontstaan is en hoe ik daarmee om ben gegaan, hoe ik op dít moment ermee om ga. En ik moet zeggen: ik ga er op dit moment ook goed mee om.
En dan het gehoorverlies. Ook dat is bij mij wel anders gelopen, want bij Ménière is er dan tijdens zo'n aanval van draaiduizeligheid, is er gehoorverlies. En ook een soort vervorming van het geluid. Het komt allemaal anders binnen, alles wat je hoort. Het kan zelfs zijn dat het ..ehm.. hyperacusis ook wordt, dat je heel gevoelig bent voor geluid op dat moment, dat het zeer doet, alle geluiden om je heen. Dat gehoorverlies, ja, dat is bij mij weer anders gegaan. Ik had al genetisch gehoorverlies. Dus ik was al bekend met het feit dat ik al minder goed hoorde. Alleen nog niet zo ver dat ik hoortoestellen moest gaan dragen. En in 2006 ging ik hoortoestellen dragen. Juist om de tinnitus wat minder scherp te maken. En daar is het toen mis gegaan, toen zijn die aanvallen van draaiduizeligheid gekomen. Toen is de Ménière begonnen. Ik heb daarna nooit meer hoortoestellen gedragen.
Pas tot en met 2018, toen ben ik erachter gekomen door onderzoek welk genetisch gehoorverlies ik heb. En toen zei de kno-arts: 'maar jij moet écht hoortoestellen gaan dragen, want jouw gehoorverlies is zó veel geworden, wil jij energie over houden op een dag? Dan is het goed om toch met hoortoestellen te beginnen.' En dat heb ik toen in overleg met de audicien gedaan, om het heel langzaam op te bouwen. En ondertussen gaat dat dus heel goed met die hoortoestellen en ben ik al toe aan een tweede toestel. En ben ik nu met nieuwe toestellen bezig om te kijken welk toestel op dit moment bij mij het beste past.
En ik moet zeggen, door die hoortoestellen, de tinnitus wordt een heel stuk minder, maar het spraakafzien (spraakverstaan-red) gaat een heel stuk beter. Het is ook écht inderdaad minder vermoeiend om gesprekken te volgen, om bij mensen samen te zijn en dan......
Wed, 21 May 2025 - 17min - 160 - 20 Spring
Springen is een superoefening voor je evenwicht én om je emoties te resetten. En nog meer tips hoe je kunt omgaan als je duizelig of instabiel bent.
(foto: Pixabay, F McDaniel)
Volledig transcript volgt nog
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en dit keer een aflevering wat ook écht met dat evenwicht, ons fysieke evenwicht, te maken heeft. Dit is seizoen 8, aflevering 20: Spring!
Spring, dan heb ik het niet over de lente. Maar dat zou kunnen, want spring is in het Engels, het woord voor lente, het voorjaar. Maar daar gaat deze podcast niet over. Het gaat ook niet over het boek van Reina Jansen wat ze geschreven heeft met de titel 'Spring'. Dat gaat over de spreekwoordelijke sprong die je neemt als je een andere baan gaat nemen. Deze ‘Spring’ gaat ook echt over het fysieke evenwicht.
Ik heb een rubriek gelezen en dat stond in het Volkskrant magazine van 12 april 2025. Neurobioloog en schrijver Brankele Frank, die schrijft dan over dat springen. En ik wil je daar even in mee nemen waar dat over ging. Zij had het namelijk over dat zij goed chagrijnig kan zijn en dat ze daar dan ook heel erg in kan blijven hangen. En zij heeft op een gegeven moment ontdekt dat je niet in zo'n humeur kunt volharden als je gaat springen. En dan gewoon op de vloer springen. En dat kan in je eigen huis of nou ja, waar je ook bent eigenlijk. En springen doet dan iets raars met je. Het werkt bevrijdend. Je krijgt er kortstondig een licht gevoel van in je hoofd. En met het springen, kun je wat energie kwijt die zich anders gaat ophopen in je lichaam. En figuurlijk ben je ook even los van de aarde. Ja, springen is dan ook een kwestie van durven hè. Dat is ook echt even loskomen van de aarde en het kan zijn dat je dan een moment voelt dat je vrij bent van zorgen. En door te springen voel je je dus anders! Dat heeft te maken met een paar dingen en die noemt zij dan.
Ten eerste zorgt zo'n explosieve beweging voor de aanmaak van dopamine. En daarnaast stimuleert het springen je evenwichtsorgaan, dat nieuwe sensorische informatie naar je hersenen stuurt, waardoor het je emoties kortstondig reset, net zoals je een sneeuwbol schudt. Die vergelijking maakt ze dan.
En ze geeft ook nog aan dat die snelle bewegingen ook je cardiovasculaire systeem aanzwengelen. En daardoor neemt de bloed- en zuurstoftoevoer naar je hersenen toe en kun je weer wat helderder denken.
Dus zij pleit ervoor om als je... nou niet helemaal lekker in je vel zit, of als je chagrijnig bent, om dan te gaan springen. Want als je springt kun je niet blijven hangen in die chagrijnigheid. Hoe mooi is het om te weten dat alleen springen al je kan helpen!
Dat heb ik ook geschreven in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want dan heb je het, als je het hebt over de relatie met het evenwicht, dan gaat het over het limbisch systeem. En diep in de hersenen zit dat limbisch systeem. Het is een van de oudste delen van de hersenen. En onze heel verre voorouders hadden dat limbisch systeem al. Dat is namelijk betrokken bij emoties, geheugen, herinneringen, bij het leren, bij de motivatie en ook bij het seksueel gedrag. Alle onderdelen van het limbisch systeem hebben een connectie met het evenwicht. Dus dat die Brankele Frank als neurobioloog die uitleg ook geeft, dat juist het stimuleren van je evenwichtsorgaan dat dat zorgt voor een kortstondige reset van de emoties, ja, dat is natuurlijk wel heel gaaf, dat zij dat benoemt! Want je komt het niet vaak tegen dat iemand de relatie legt met het evenwicht. En als neurobioloog heeft ze daar waarschijnlijk wat meer mee te maken, kent ze dat dus ook. Dus ik vind het heel leuk dat ze dat benoemd heeft in haar column in de Volkskrant magazine.
En hoe kom ik er dan op om net even dit thema van springen, om daar een aflevering over te maken? Dat komt ook omdat ik de vraag kreeg van een collega hoorcoach van mij, van kun jij even iets meer vertellen over ..ehm.. een cliënt van mij, die is heel duizelig en die wil daarbij geholpen worden. Ik heb meteen een paar vragen teruggesteld. Want als je het hebt over van dat iemand duizelig is en wat kun je daar aan doen? Dan is mijn vraag: wat voor vlagen van duizeligheid gaat het over? Gaat het over de aanvallen van draaiduizeligheid? Want als je die hebt, als gevolg van Ménière of vestibulaire migraine, dan is het een kwestie van wachten tot het weer helemaal over is. Maar als het om andere duizeligheid gaat die niet draaiduizeligheid is, dan heb ik aangegeven, dan is blijven bewegen een must. En vanaf nu kan ik dat ook springen er wel bij gaan noemen, want nu ik dit zo duidelijk gelezen heb, denk ik oeh, die is ook heel mooi om die voortaan mee te nemen. Maar ik heb uitgelegd toen in de reactie naar mijn collega hoorcoach, dat er een verschil is tussen voortdurend duizelig zijn of dat je je instabiel voelt tijdens het bewegen, waar dan geen duizeligheid bij zit.
En valt die persoon dan ook echt om? Of kan die persoon het nog steeds compenseren? Dat zijn ook nog verschillen. Verschillen in de instabiliteit en ook als je voortdurend duizelig bent, voelt dat heel anders dan wanneer je alleen tijdens het lopen instabiel bent. Ik heb aangegeven dat het in ieder geval belangrijk is om te luisteren naar je lichaam. En dat kleine stemmetje dat bijvoorbeeld dan zegt zou je nu wel op de fiets gaan?
Ik herken het namelijk heel erg bij mezelf, dus ik betrek dit heel erg op mezelf. Als mijn hoofd al ergens zegt: van nou, is het wel handig om vandaag op de fiets weg te gaan? Dan is er wat aan de hand! Dat komt niet zomaar ineens naar boven. Want als er niets aan de hand is, stap ik gewoon zonder problemen op die fiets, zonder daarover na te denken. Maar als dat stemmetje er wel is, dan is het beter voor mij om niet te gaan fietsen. Dus dat geldt ook voor de ander, dat kan ik meegeven aan de ander. Je kunt dan beter niet gaan fietsen als dat stemmetje zegt: nou zou je dat nou wel doen? Het is wel een beetje afhankelijk ook van wat voor weer het is, of het rustig stabiel weer is of dat het heel hard waait of dat het regent. Dan kan het ook zijn dat het minder prettig is om naar buiten te gaan. Dus hou daar ook wel rekening mee, dat als je niet wil gaan fietsen, dat het ook van andere dingen afhankelijk is.
Als je dan wel een elektrische fiets hebt, dan is er wel veel meer mogelijk. Ik heb het er eerder over gehad, tegen de wind in fietsen is het heel fijn om een elektrische fiets te hebben en helemaal als het zijwind is. En wat je dus dan niet moet doen, als je op de fiets zit, is steeds opzij kijken. Opzij kijken naar wat er allemaal te zien is aan de zijkanten van je. Dus dan kun je gebruik maken van spiegels op je fiets, zodat je ook alles achter je goed kunt zien. En alleen maar in een blikveld voor je, een beetje schuin opzij kunt kijken, maar niet écht opzij, want dan moet je weer draaien met je hoofd en dan draait mijn stuur meteen mee en dan zit ik zo in de berm dus, dat is niet handig. En sowieso is het heel belangrijk om bij het bewegen, al het bewegen, zowel fietsen als wandelen, ook alle sporten die je doet, dat je dat met volledige aandacht doet. Dat betekent dat je bijvoorbeeld tijdens het wandelen niet een heel intensief gesprek gaat volgen. Wat ik net al zei, tijdens het fietsen dat je toch al die reeën en die vogels aan de zijkant in de gaten wil houden. Of tijdens het sporten dat je dan, ja ook een heel gesprek gaat houden of andere dingen tijdens dat sporten gaat doen. Tegelijkertijd op je mobiel kijken of zo, dat kun je beter niet doen.
Met aandacht bewegen, met datgene wat je op dat moment doet. Sowieso is het dan ook handig als je meer intensief wilt bewegen, dat je dat onder begeleiding kunt doen van een fysiotherapeut of van een ergotherapeut of dus op de sportschool. Heb ik het ook al eerder over gehad. Bij de sportschool zijn er mensen die jou kunnen helpen om op de juiste manier te bewegen. Als het gaat over dat je dan echte balansoefeningen doet, doe het dan door het heel langzaam op te bouwen. Dus door het eigenlijk letterlijk en figuurlijk in kleine stapjes te doen. Daardoor versterk je de spieren in je voeten, in je benen, in je buik. Dan hoef je niet alles dus met het evenwicht te doen. En dat is met name ook met de mensen waarbij dat evenwicht ook echt is uitgevallen. Maar dan ga je veel meer voelen in al je spieren wat je doet en hoe je lichaam ten opzichte van de aarde zich beweegt.
Doordat beter te voelen, zorgt dat ook voor meer zekerheid en dan kun je dus ook beter met die instabiliteit omgaan. Als je iets heel specifieks wil doen, dan is ismakogie een idee om te doen. Het zijn allemaal tips hè, die ik gegeven heb aan mijn collega hoorcoach. Ismakogie dat is een bewegingsleer en die is heel subtiel en die kun je overal uitvoeren. Waar, wanneer en hoe vaak je dat ook wil. Als je dat eerst geleerd hebt, je moet eerst al die oefeningen leren natuurlijk, je moet weten wat er dan precies gebeurt en dat je dat dan al een keer eerder gevoeld hebt, dan kun je dat ook vaker daarna gaan herhalen.
En daarmee leer je helemaal wat er mogelijk is met je eigen lichaam. Ik heb er heel veel van geleerd, door meerdere keren ismakogie-lessen te volgen, en nu weet ik veel beter dat als ik sta, oh ja, ik kan het beste zo staan. Ik kan het beste deze beweging op die manier doen.
En dan is het omgaan met instabiliteit, is dus eigenlijk het leren omgaan met een goed lichaamsbewustzijn.
Dan kan ook met yoga en Tai Chi, kunnen daar ook bij helpen. Want hierbij is het ook het langzaam opbouwen essentieel, maar ook dat zijn langzame bewegingen. Nou zijn yoga en Tai Chi, dat is wel veel moeilijker dan de ismakogie-oefeningen. Maar dat zijn wel vormen die ook mogelijk zijn. Ja en verder kan er nu ook bij komen dat je gewo...
Wed, 14 May 2025 - 17min - 159 - 19 Erbij horen
Er zijn verschillende betekenissen van 'horen'. De meeste betekenissen hebben met geluid en spraak te maken.
Hoe zit dat met 'Erbij horen'? Wil ik er wel bij horen? Nee. Ik wil liever 'erbij zijn'.
(foto:Pixabay, groep mensen)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering', maar voordat ik dat boek heb geschreven, had ik al een boek gemaakt: 'Ménière in balans'. En een van die thema's in dat boek is: erbij horen. En daar wil ik het deze aflevering met je over hebben. Dit is seizoen 8, aflevering 19: Erbij horen.
Het is al een tijd geleden, en ik weet nog precies waar het was. En achteraf gezien, had het behoorlijke impact op mij. We gingen een dagje uit met de familie en we hadden 's ochtends ergens afgesproken en daar zouden we op de hoogte gebracht worden wat we die dag zouden gaan doen. We ontmoetten elkaar in een restaurant en daar was het heel druk. Dus ik deelde mee aan de mensen die om me heen stonden: 'Zo, het is wel rumoerig hier, dan kan ik niet verstaan wat we gaan doen met zijn allen.' En mijn schoonzus die reageerde met: 'Dan moet je je heel goed concentreren, dan lukt het wel.' Ik legde heel rustig uit aan haar: 'Hoe goed ik me ook concentreer, ik versta het niet. Dat is niet omdat ik het niet wil, het lukt écht niet.' Schoonzus: 'Oh, dan doe je toch wat meer je best!' Ja, toen stond ik met de mond vol tanden; ik wist niet wat ik verder moest zeggen. En vervolgens heb ik me eigenlijk afgesloten van de groep en heb ik afgewacht tot we weer naar buiten gingen met de hele familie. Ik heb niet eens meer de moeite genomen om die dag ook maar iets te verstaan!
Ik ben die dag gewoon meegegaan, met de hele familie, zonder te weten wat er op het programma stond en zonder wat er verder nog verteld werd. En het is een hele gezellige dag geweest. En ik vraag me nu nog steeds af of ik écht iets heb gemist die ochtend in het restaurant. Volgens mij niet echt iets belangrijks. Wat me wel is bijgebleven is het gevoel van 'er niet bij horen' en dan nog niet eens door het niet kunnen verstaan, het was meer het onbegrip van de handicap die ik heb.
Voor de mensen die het boek 'Ménière in balans' hebben gelezen, die herkennen misschien dit verhaal wel, want dit staat in dat hoofdstuk waar het gaat over dat ‘Erbij horen’. Ik heb namelijk in het boek, en dat is het hoofdstuk 'Ménière en gehoor', heb ik de verschillende betekenissen van horen genoemd. En waarschijnlijk heb ik het in een andere aflevering ook wel eens genoemd, maar ik herhaal het nog een keer. Horen dat heeft verschillende betekenissen, dat is natuurlijk: gewoon het waarnemen, het waarnemen met je oren en ook ..ehm.. spraakverstaan natuurlijk. Ook dat je iemand hoort aan komen lopen. Of dat er gezegd wordt: laat eens van je horen. Daar bedoel je ook mee dat je iets auditiefs te horen krijgt. Of, ik heb het van horen zeggen. Ja, dan heeft ook iemand dat gezegd. Niet opgeschreven, maar gezegd. Of wie niet horen wil, moet maar voelen. Dat is een uitdrukking. En horen is ook wel dat je iemand in de gelegenheid stelt om zijn of haar gedachten naar voren te brengen. Zoals ook bij hoor en wederhoor gebeurt. Dan heb je ook te maken met spraak. Met woorden die tegen elkaar gezegd worden. Nou, horen is ook natuurlijk gewoon het beluisteren, het luisteren naar muziek, het luisteren naar allerlei andere geluiden in je omgeving. Maar ook ..ehm.. het muziekinstrument: de hoorn of de toeter. Heeft allemaal met geluid te maken.
Maar er zijn ook twee betekenissen van horen die niet met geluid te maken hebben, bijvoorbeeld de boeken horen in de kast. Dan heeft horen meer de betekenis van iets heeft een vaste plaats. Ook: volgens bepaalde opvattingen iets moeten. Of volgens bepaalde opvattingen dat iets gepast is, bijvoorbeeld je hoort met mes en vork te eten. Of ja, nee dat hoort niet hoor! Dat hoor je niet te doen! Dan heeft het niet met geluid te maken, maar een andere betekenis. Maar wat daar niet bij staat bij die andere betekenissen van horen is: erbij horen.
En dat heb ik altijd heel vreemd gevonden. Toen ik aan het schrijven was voor het boek 'Ménière in balans', ging ik op zoek naar die uitdrukking van: 'erbij horen' en die staat niet gewoon in het woordenboek onder het woord 'horen'. Het is best raar. Want als je niet meer goed kunt horen, is het juist veel moeilijker om ergens bij te horen! Vooral als alle mensen om je heen goedhorend zijn. Er wordt dan minder goed rekening gehouden met jou en met je beperking. Op het moment dat je die beperking hebt, dan is het vanaf dat moment voor jou zelf dat jij er moeite voor doet om erbij te willen horen. En dat is dan ook een hele andere betekenis van horen.
Daar bedoelen we mee dat je bij de groep past. Dat je meedoet. Dat je meetelt. Toen heb ik me een heleboel vragen gesteld.
Erbij horen, tot hoever wil ik er nog wel bij horen? Wat heb ik daarvoor over?
En hoe duidelijk kan ik zijn wat ik nodig heb om erbij te horen, om bij die groep te horen, bij die mensen, bij die familie.
En wat heb ik nodig van de ander? En wat laat ik aan de ander over?
Wat is mijn eigen rol hierin? Weet ik wel dat ik daar een eigen rol in heb, of ga ik pleasen?
Ga ik nadenken van doe ik het wel goed?
Het kan zijn dat ik wil dat iedereen mij aardig vindt. Dan zoek ik dus waardering bij de ander. En de ander bepaalt dan of ik ertoe doe! Wel erbij hoor!
Maar mensen met een gehoorbeperking die doen al heel veel moeite om erbij te horen. Want je probeert je dan aan te passen om zo in die groep mee te blijven doen. En dit kost enorm veel energie. Het luisteren zelf vergt al heel veel energie en dan ben je je ook nog voortdurend aan het aanpassen aan de mensen om je heen. Je bent heel alert op de signalen van iedereen en dan is het eigenlijk geen wonder dat het heel vermoeiend is om in een groep aanwezig te zijn. Dan kun je je nauwelijks vrij bewegen in die groep en volgens mij is dat wel wat je wil. Je hoort erbij als de groep mensen om je heen jou toelaat tot de groep. Maar je kunt je afvragen: wil jij daar dan wel bij horen? Is het nodig om anderen te laten beslissen of jij er wel bij hoort? Want alleen als jij er voldoende toe doet om mee te doen, dan pas tel je mee! En dat is toch raar!
Ik heb daar toen verder over nagedacht, want hoe zou het voor mij zijn om in plaats van de ander te laten bepalen dat ik erbij hoor, dat ik ertoe doe, dat ik zelf kan bepalen of ik er wel bij wíl horen! Dat ik dan van binnenuit de beslissing neem om mee te doen, om mij aan te sluiten bij de groep. Om erbij te zijn! Helemaal zoals ik ben! Dan is het mijn eigen initiatief om erbij te zijn, om daar te zijn waar de groep zich bevindt en daarvoor hoef ik helemaal niets meer... niet meer alles goed te horen, want erbij zijn komt dan zó van binnenuit, daar heeft die groep helemaal niets meer over te beslissen. En durf je dat wel?
Durf je... durf ik naar mezelf te kijken, durf ik naar mezelf te luisteren? Durf ik mezelf zó te waarderen, dat ik er mag zijn, helemaal zoals ik ben? Volledig. Met mijn beperkingen. Met mijn eigenaardigheden, met mijn tekortkomingen. Als ik dat durf, dan kan ik er volledig bij zijn, omdat ik niet meer hunker naar de waardering van de ander. Naar de aandacht van de ander. Dan hoef ik niet meer te vissen naar complimenten, dan hoef ik niet meer af te wachten dat de ander ervan vindt. En als dat lukt dan hoef ik ook geen teleurstelling meer te voelen als de ander mij niet opmerkt. Want als ik er volledig bij kan zijn met heel mijn wezen, dan ontdek ik ook dat ik de ander helemaal niet meer nodig heb. Het gekke is dat die ander dan vanzelf naar jou toe komt. Als ik mezelf zie staan, ziet de ander mij ook, want van binnenuit straal je dan iets uit. En de ander kan dat dan opvangen als die daarvoor open staat en die zal daar dan op reageren. En zo krijg ik ruimte in mijzelf en daardoor ook veel meer ruimte om de ander te zien.
En dat kan al heel eenvoudig door oogcontact te maken, door iets te zeggen, een complimentje te geven, een vraag te stellen. En zo kan ik de ander waarderen en afwachten of er een reactie komt, of ze wel of niet reageren en als het wel gebeurt, dan kan ik heel nieuwsgierig zijn naar die ander. Dan luister ik ook met al mijn zintuigen. Zo geef ik het ook wel eens aan, ik heb een gehoorbeperking en daardoor luister ik met mijn ogen, mijn gevoel en intuïtie. Ik luister dus met al mijn zintuigen en dan kan ik ook van de ander dingen leren. Wat zij zeggen kan mij raken. Als dat erbij horen niet meer in de weg zit, dan zit ik mezelf ook niet meer in de weg. En dat kan ik elke keer weer oefenen. Met name ook als ik naar een feestje ga, naar een groep mensen die ik wel of niet goed ken. En lukt het mij om daar aanwezig te zijn, om erbij te zijn, in plaats van dat ik zelf allerlei moeite doe om erbij te horen. Dan kan ik dus genieten van alles wat daar is. Dan wordt het zelfs vanzelfsprekend.
En dit is oefenen geweest hè, dat lukte in het begin niet, maar toen ik dit doorkreeg, dat het niet erbij hóren is maar erbij zíjn, dat heeft mij enorm geholpen om dus bij een groep mensen aan te sluiten, door eerst goed voor mezelf te zorgen, om eerst te genieten van mezelf en dan kan ik genieten ook van alles wat er om me heen gebeurt. Dan krijg ik oog voor wat de ander zegt, wat de ander doet, maar ook oog krijgen voor wat er nog meer te zien is. En dan weet ik ook wat ik nodig heb om mij goed te voeden. En goed te voeden, niet alleen maar met eten, maar ook met alle andere indrukken die er dan op te doen zijn. Als ik kan luisteren met al mijn zintuigen, dan kan ik aanwezig zijn door erbij te zijn, zonder dus heel veel moeite te doen, om erbij te horen.
Wed, 07 May 2025 - 15min - 158 - 18 Waargenomen
We hebben op Texel heel veel vogels gezien en gehoord. Hoe kan ik vogels goed zien en horen, want zonder hulpmiddelen lukt mij dat echt niet.
(foto: Roel Hijne- met telescoop-slobeend)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons zintuig 'evenwicht' en over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En er valt nog veel meer te vertellen over ons evenwicht en alles wat daarbij komt kijken. Dit is seizoen 8, aflevering 18: Waargenomen.
We zijn een hele week op Texel geweest en we hebben daar met ons hele gezin, hebben we 83 verschillende vogelsoorten gezien. En volgens mij heb ik al een keer eerder een podcast opgenomen over dat ik vogels kijken heel erg leuk vind. Maar nu wil ik het hebben over dat zien, of dat eigenlijk dat waarnemen, van 83 verschillende vogelsoorten.
En dan begin ik met het zien. Zonder bril is dat voor mij niet mogelijk om al die vogels te kunnen zien. Om ze waar te nemen. Ik heb een bril écht nodig om goed te kunnen kijken. Eerst had ik een bril alleen voor het lezen. En toen was ik nog verziend, toen kon ik ver nog eigenlijk alles goed zien. Maar op een gegeven moment is dat veranderd, zijn mijn ogen veranderd en toen kreeg ik ook voor het vérzien daar sterkte bij op mijn bril, wat nodig is. Dus, die bril heb ik écht nodig om goed te kunnen kijken. En dan kan ik zonder bril al die vogels niet herkennen, maar met bril dus wel! En dat is heel fijn!
Want dan kan ik zelf gewoon rondkijken en dan herken ik al heel veel. Ik ken namelijk al heel wat vogels. Maar wat beter is, is dan met een verrekijker kijken. Ik heb, toen ik 60 werd, een hele mooie verrekijker gekregen en daar ben ik nog steeds heel blij mee. Die neem ik ook graag mee. En als ik daar doorheen kijk, dan haal ik alles net even wat dichterbij. Ik kijk eerst met mijn ogen, gewoon met mijn bril. En dan wat wil ik zien, dan pak ik de verrekijker en dan ga ik met de verrekijker die vogel dichterbij halen en dat is ja, heel prettig, want dan kun je veel meer zien. Dan kun je de kleur van de poten zien, de kleur van de snavel, veel meer het verenkleed hoe dat eruitziet. Je haalt het dichterbij dus je ziet het beter.
We hebben ook sinds kort een telescoop en dan haal je het helemáál dichtbij! Als je eenmaal met de verrekijker een mooi beeld hebt gevonden van vogels, dan kun je met de telescoop daarop richten en dan haal je het nóg dichterbij en dan zie je echt veel meer nog, veel meer nuances, veel meer details van die vogels. Ja, het is heerlijk om het op die manier te zien! Zonder bril zou het niet mogelijk zijn, maar met bril en verrekijker én telescoop kunnen wij echt heel veel verschillende soorten vogels dus herkennen.
Dan kun je ook vogels horen. Want heel veel vogels maken geluid. Zonder hoortoestellen zou ik al die vogels helemaal niet horen. Zou dat heel lastig zijn. En gelukkig heb ik tegenwoordig hoortoestellen en dat is écht een groot verschil met toen ik nog geen hoortoestellen droeg. Want toen hoorde ik heel veel vogels niet en dan moest mijn man zeggen dat hij een bepaalde vogel had gehoord en dan ja, dat nam ik maar voor 'waar' aan, want ik wist niet hoe het moest klinken. Maar nu, met hoortoestellen, kan ik toch veel meer vogelgeluiden opvangen. Dat heb ik vorig jaar al gemerkt. Toen waren we in de meivakantie op een camping en daar was het één kakofonie van geluiden, van vogelgeluiden, het was echt heel vol 's ochtends en toen heb ik ook het verschil gemerkt: zonder hoortoestellen, want zo hoorde ik het 's morgens heel vroeg, had ik ze nog niet in. Toen had mijn man het opgenomen, en later met het terugluisteren, met mijn hoortoestellen in, kon ik veel meer vogels onderscheiden. Kon ik veel meer horen. Dus het is veel beter met hoortoestellen om dus de verschillende vogelsoorten te herkennen.
Maar om al die geluiden uit elkaar te houden -helemaal als er een heleboel vogels tegelijk te horen zijn- daar is tegenwoordig een app voor en die app heet Merlin. En met die Merlin kun je dan al die vogelgeluiden, je kunt het aanzetten en dan herkent ie die vogelgeluiden. En dan kun je ook zien van, hé dat geluid hoor ik, dat is die vogel en dat is die vogel en dan kun je veel beter die geluiden uit elkaar houden. Helemaal als je even alleen maar dat geluid hoort, en je ziet dan ook in de app, het is die vogel, dan leer je op een gegeven moment ook die vogelgeluiden uit elkaar te halen.
En dan op Texel, het is een heel mooi eiland en alles is op de fiets te doen. Tijdens het fietsen kan ik ook heel goed om me heen kijken. Alleen, zonder trapondersteuning zou dat niet lukken. Als ik op de fiets zit en ik zou geen elektrische fiets hebben, dan wordt het al veel moeilijker om om me heen te kijken. En ik kijk graag om me heen! Ik wil zien waar ik ben en ik wil in de weilanden kijken, in de duinen kijken, in de bossen kijken of ik dan ook weer speciale vogels zie. Het gaat dus veel beter als ik trapondersteuning heb. En ik heb het er ook al eerder over gehad: ik heb ook spiegeltjes op mijn fiets, ik heb een helm op, daardoor wordt het fietsen veel veiliger en durf ik ook meer om me heen te kijken. Ook dan op de fiets komen we van alles tegen. Dan heb je ineens dat je ergens fietst en dan zie je in het weiland naast je weer, ook weer een bepaalde roofvogel. Hadden we op de eerste dag al, dat we op Texel waren. Toen zijn we echt stil gaan staan, een beetje voorzichtig, want anders zou die roofvogel misschien weer meteen wegvliegen, maar hij bleef bij ons in de buurt en we konden hem van dichtbij zó mooi bekijken! En volgens mij was dat dus een blauwe kiekendief, die bij ons in de buurt bleef, die we dus heel mooi konden bekijken. Zonder verrekijker, maar dus wel met mijn bril.
We hebben ook heel veel gewandeld op Texel. En tijdens het wandelen dan is het moeilijk om goed... ik kan om me heen kijken, maar om goed dan een vogel te herkennen, daar moet ik écht bij stil staan. En dan ga ik ook stil staan en dan goed kijken en dan kan ik ook met verrekijker kijken. Ik kan ook niet al lopend met de verrekijker lopen, dat is gewoon helemaal niet prettig. En ook het luisteren lukt veel beter als ik stil sta. Ik hoor wel een heleboel vogels dan tijdens het lopen, maar als ik dan stil sta, dan kan ik me veel beter concentreren op alleen het luisteren. Want anders ben ik veel meer gericht op het lopen. En vooral het wandelen daar in de duinen -we hebben heel veel in de duinen gewandeld- het zijn kleine paden, het zijn zandpaadjes, beetje kronkelige weggetjes, daar zitten boomstronken, dat gaat een beetje ongelijk en zo, nou dan heb ik écht mijn concentratie nodig om goed te lopen! Dus ja, ik heb te maken met beperkingen, maar gelukkig kan ik die beperkingen heel goed ..ehm.. mee om gaan, door dus daar de juiste hulpmiddelen bij te gebruiken én ook het geduld te hebben om dan rustig stil te staan. En tijdens het stil staan, om dan om me heen te kijken en ook heel goed te luisteren.
Het grappige op Texel, dat is ook een beetje een vogelparadijs. Er gaan heel veel vogelaars daar altijd naar toe. We zijn ook écht heel veel mensen tegengekomen met verrekijkers, met grote toeters, van die telescopen ook. En ja, ik wil het dan toch even vertellen: we waren bij de Slufter en daar hebben we -naast een heleboel andere vogels- hebben we ook de zwarte ruiter gezien en dat blijkt dan toch een bijzondere vogel te zijn, die niet zo vaak voorkomt.
We zijn daarna ook doorgefietst naar de Noordkop, dat is helemaal daar voorbij De Cocksdorp, waar de vuurtoren staat. De Noordkop, dat zijn de Eierlandsche Duinen en daar hebben we een stuk gewandeld en toen kwamen we de tapuit tegen. En ook heel veel kneutjes en die je ook goed kon zien, want ze gingen af en toe stil zitten en dan kon je ze goed bekijken met de verrekijker. Maar we hebben daar ook de beflijster gezien, dat zijn -zowel de tapuit als de beflijster- zijn wel bijzondere vogels om te zien. Die zie je niet altijd. Je moet ze natuurlijk eerst herkennen, maar als je ze dan herkent dan is het, ja -vind ik- een feestje om dat dan ook te zien, om ze écht zelf te zien en niet alleen te horen.
We zijn ook in Utopia geweest. Utopia en de Schorren, dat ligt weer aan de kant van de Waddenzee. Daar hebben we de gele kwikstaart gezien en die is ook best zeldzaam. De witte kwikstaart die komen we best vaak tegen, maar de gele kwikstaart veel minder. En die kwamen we daar dus wel tegen, die zitten daar een beetje in de dijk en die zitten daar op het gras en zo en allemaal tussen de schapen ook in. En bij de Schorren kwamen we ook de rosse grutto tegen. Die zou ik zelf niet direct herkennen, maar we hadden een gids bij ons en die gids kon dat vertellen, van kijk, daar zit de rosse grutto. En dan met een telescoop kan je het ook dichter bij halen en kon je het ook echt van dichtbij bekijken!
We zijn ook een dag geweest naar de Mokbaai. Dat is helemaal aan de zuidpunt, dat is vlakbij waar de boot aankomt. Bij de Mokbaai zelf daar was niet zo heel veel te zien, want we zijn er een paar keer geweest, maar toen was het steeds eb. We zijn wel bij de Horsmeertjes geweest, dat is aan de, net aan de andere kant dan van de Mokbaai. En bij de Horsmeertjes daar heb je mooie uitzichtpunten ook en daar hebben we de blauwborst gezien en de geoorde fuut. Dat zijn ook weer van die bijzondere vogels die je normaal niet zo heel gauw tegenkomt.
We hebben daar ook een hele lange wandeling gemaakt en daar, op een gegeven moment, met die Merlin-app die gaf aan dat er een tuinfluiter was en een nachtegaal. Ooh en vooral die nachtegaal, die zingt zo ontzettend mooi! Die hebben we dus ook, ja, alleen gehoord, niet gezien. De nachtegaal is een heel klein vogeltje, klein bruin vogeltje, die valt niet op in de begroeiing. Maar de tuinfluiter hebben we wel gezien en ook de rietzanger hebben we daa...
Wed, 30 Apr 2025 - 14min - 157 - 17 Het fluisteren van de wereld
Draag de stilte in je, zodat je de wereld kunt horen fluisteren. Marilynne Robinson. Wat betekent deze uitspraak voor mij?
(eigen foto, appelbloesem)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. Ik maak deze podcast over ons evenwicht. Zowel het fysieke als ons psychische evenwicht. En alle ervaringen die ik daarmee heb. In de vorige aflevering heb ik het over ‘woorden’ gehad. Als ik iets vertel doe ik dat natuurlijk altijd met woorden. Als ik iets schrijf, schrijf ik dat altijd in woorden. Dus die gebruik ik heel vaak. En de vorige aflevering ging ook over dat er verboden woorden zijn.
Ik vond het heel moeilijk om die aflevering te maken. Omdat in die week ervoor, gingen mijn gedachten alle kanten op van, hoe kan ik dit nou gaan vertellen!? In die nieuwsbrief van Mieke Bouman, waar ik ook in de vorige aflevering even naar verwees, daar schrijft zij een heel klein stukje: 'De woorden zijn niet alleen klanken of symbolen, het is een brug tussen ons innerlijk leven en de wereld om ons heen.' De nieuwsbrief heette dan ook: Leve het woord! Ja, ik doe niet anders dan met woorden bezig zijn. Het spelen met taal. Deze aflevering gaat ook weer over dat spelen met taal en tegelijkertijd ook ga ik het heel erg naar mezelf toe brengen wat ik daar dan van vind. Dit is seizoen 8, aflevering 17: Het fluisteren van de wereld.
Dit is naar aanleiding van een citaat wat ik heb gelezen bij 'Dagelijkse gedachte.' Dat is van Marilynne Robinson en die gaat als volgt: 'Draag de stilte in je, zodat je de wereld kunt horen fluisteren.' Draag de stilte in je... nou dat is nogal een opgave voor mij, want er is altijd geluid in mijn hoofd! Het is dus verre van stil! Of zoals ik ook een keer las: 'Kon ik de stilte maar wat harder zetten.' Ja, dat vind ik dus een geweldige tekst, in het kader van tinnitus.
En dat citaat 'Draag de stilte in je, zodat je de wereld kunt horen fluisteren', daarvan weet ik niet of de auteur ervan zelf tinnitus heeft. Ik denk het niet, maar dat weet ik dus niet zeker. Want fluisteren, fluisteren kunnen verstaan, kunnen weten wat er is gezegd, dat is heel lastig met gehoorverlies. En helemaal met mijn tinnitus, want als er gefluisterd wordt moet het ook eerst nog door mijn eigen geluid heen, dan komt het dus ergens in mijn oor terecht en dan duurt het even voordat het in mijn hoofd is, zodat ik weet wat er is gezegd. En als dat fluisteren dan zo zacht is, dan kan ik het écht niet verstaan! Ik heb wel iets gehoord, psrsps pspstt maar geen idee wat dat is!
Maar terug even naar dat citaat. Hoe klinkt het fluisteren van de wereld eigenlijk? Bedoelt zij daar dan natuurgeluiden mee? Bedoelt ze dan het ruisen van de bomen, de wind zelf zie je niet maar op het moment de wind tegen de bomen aankomt, dan ruisen die bomen, die maken geluid. De vogels die zingen. Of het spetteren van de regen. En horen bij deze wereld van dat fluisteren ook alle menselijke geluiden? Het verkeer, muziek, want dat alles, inclusief alle mensen dat is toch ook de wereld!? Maar ja, dat is eigenlijk nauwelijks fluisteren te noemen toch?
Weet je, weet je wat voor geluiden een langsrijdende auto maakt?! Of als je bij een orkest bent, een orkest, mensen die samen muziek maken, als je daar vlakbij zit, nou daar komt toch heel veel volume bij vrij. Dat is geen fluisteren! Of een menigte mensen op een receptie. Zo veel mensen bij elkaar maken heel veel volume. Ik heb wel gemerkt, pasgeleden bij een uitvaart, dan zijn er heel veel mensen bij elkaar en dan is het wel heel erg stil. Er wordt zachtjes gepraat, bijna niet gepraat, al wachtend. Hoewel, in de ontvangstruimte als mensen elkaar net ontmoeten, daar kan nog wel wat meer volume zijn en zo.
Er zal altijd wel geluid zijn. Maar weer terug naar dat citaat. 'Draag de stilte in je, zodat je de wereld kunt horen fluisteren.' Hoe langer ik daarover nadenk, hoe meer ik het eigenlijk een hele vreemde zin vind. Ik vermoed dan ook dat het gaat om de stilte van het hart. Of misschien wel de stilte van je gedachten! Zonder oordelen, zonder verwachtingen, zonder ..ehm.. moet, moeten of zonder iets te moeten verklaren. Alleen weet ik dan nog steeds niet wat het fluisteren van de wereld is. Zijn dat dan de dingen die je normaal niet opmerkt?
En 'dingen' tussen aanhalingstekens hè! En als je met aandacht om je heen kijkt, zonder allerlei andere opdringende gedachten, dat je dan ineens die bloem ziet die uit de knop komt. Of dat blaadje wat ineens tevoorschijn komt. Of als je een rups op een blad ziet kruipen. Of als je het lentegroen opmerkt, al die kleine blaadjes, dat er ineens een hele lichte gloed door de bomen te zien is. Of als je de lentegeur ruikt! Kijk, sowieso het ruiken van bloemen, van dieren, als het geregend heeft, bij de zee, het zoute van de zee, dat ruiken. Het zijn allemaal gewaarwordingen die je juist niet kunt horen. Maar wel kunt zien en voelen en ruiken. Zo de zon op je blote arm. Of het briesje van de wind door je haren. En dan bedoel ik ook al die dingen die buiten te zien zijn en mee te maken zijn. Alles wat je ervaart als je buiten bent. Dan is het fluisteren, het horen van de wereld, dat is eigenlijk een metafoor voor al die gewaarwordingen, als dat bedoeld wordt.
En dan is het wel gek om ‘horen’ te gebruiken in de metafoor die de wereld op een heel andere manier te kijk zet en waarbij het horen juist ondergeschikt is aan de beleving van die wereld. En als het gaat om je veilig voelen op de plek waar je bent, dan is het gehoor wel een van die zintuigen die daaraan bijdraagt. Dat wordt heel vaak vergeten, dat wordt heel vaak onderschat hoe belangrijk dat gehoor voor je is! Als je ineens je gehoor kwijt bent, dan mis je die essentiële informatie over je omgeving. Afgezien dan van dat je niets verstaat van wat iemand anders zegt, ook alle andere geluiden die je nu vanzelfsprekend kan opvangen, die hoor je dan ook niet meer. En dan kun je je minder veilig of misschien zelfs heel onveilig voelen. En dan is de impact van gehoorverlies enorm.
Helemaal natuurlijk voor de communicatie. Want we leven in een horende maatschappij. Er wordt heel veel gesproken. Dat doe ik nu ook! Ik ben nu ook aan het praten en jij bent aan het luisteren. En om goed mee te kunnen doen, moet je je stem laten horen en kunnen luisteren om een gesprek te voeren. Om sociaal te zijn, om mee te kunnen doen. En anderen die gaan er altijd als vanzelfsprekend vanuit dat je hebt gehoord wat is gezegd. Maar als je gehoorverlies hebt dan doe je ontzettend je best om alles te volgen. En als je dat dus allemaal niet meer goed hoort, dan kost het zó veel energie. Ik heb het ook verteld in de aflevering over de schrijftolk. Hoe dat mij helpt als iemand anders voor mij typt wat er gezegd wordt, dat het mij minder energie kost om alles te kunnen volgen wat er gezegd wordt.
En als ik mijn hoortoestellen uit heb, dan hoor ik echt heel veel minder. Als ik ze 's avonds uit doe, lijkt het wel of ik bijna doof ben. En dan mis ik een heleboel uit de omgeving en dan versta ik echt de pratende mensen niet meer. Ik doe ze wel eens uit terwijl de televisie aanstaat en in eerste instantie hoor ik al die stemmen nog en ik doe die toestellen uit, dan is het ineens heel dof! Heel ver weg. En als ik dan nog wil kunnen spraakverstaan, dat lukt dan niet, dan moet ik gaan spraakafzien, als ik wil weten wat is er gezegd. Daar heb ik genoeg licht bij nodig, ik heb sowieso de spreker nodig, het gezicht erbij nodig. En dat kost allemaal extra aandacht. Ik moet alert zijn en dat kost dus ook meer energie, dus ik ben wel heel blij met mijn hoortoestellen.
Zelfs ook bij de televisie doe ik die ook in, ondanks dat ik ook ondertiteling heb en kan meelezen, vind ik het heel fijn om ze in te hebben. En ook met mijn hoortoestellen in dan is het geluid van de tinnitus, die is wel altijd aanwezig. En op sommige dagen en ook, ja de afgelopen dagen, weken, misschien wel dat al die tijd dat ik zo druk in mijn hoofd was, is ook het tinnitus-geluid ontzettend aanwezig, heel duidelijk. Dus de stilte in mij dragen, is voor mij dus echt onmogelijk als het gaat om geen geluid horen.
Stilte in mij dragen, voel ik alleen als mijn gedachten zo bezig zijn met iets wat niets met geluid te maken heeft. Bijvoorbeeld tijdens het sporten. Hoewel er dan wel vaak muziek is, maar dan hoor ik de muziek bijna niet. En vooral met balansoefeningen, als ik mijn evenwicht aan het trainen ben, dan moet ik eigenlijk geen muziek om me heen hebben. Dan pratende mensen, dat is nog wel zoveel afleiding. Als ik de oefening goed wil doen, met het balanceren, doe ik dat het liefst in stilte. Maar ook schrijven doe ik in stilte. Of als ik aan het haken ben of aan het puzzelen, knutselen en dan ben ik met de aandacht bij datgene wat ik aan het doen ben. Waar dan mijn eigen geluid, de tinnitus, eigenlijk een soort achtergrond is.
Dus die opmerking: 'draag de stilte in je, zodat je de wereld kunt horen fluisteren'... ik ben er nog niet helemaal uit wat het nou precies voor mij betekent. Misschien kan ik daar nog een andere keer op ingaan, dat het nog duidelijker voor me wordt.
Deze aflevering ging dan ook over mijn gehoorverlies, over de tinnitus, over de dingen juist niet kunnen verstaan. Maar hoe mooi zou het zijn dat ik wél de wereld kan horen fluisteren?
Dat ik erachter kom wat dat nou wél betekent? Dank je wel voor het luisteren naar mijn stem, naar mijn gedachten die af en toe van de hak op de tak gaan, die soms alle kanten op gaan. Dit was seizoen 8, aflevering 17: Het fluisteren van de wereld. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. De podcast: 'Evenwicht, je leven'. Tot de volgende keer!
Wed, 23 Apr 2025 - 11min - 156 - 16 Wat voor woord?
Het even geduurd voor ik de woorden kon vinden om deze aflevering te maken. Mijn denken ging namelijk alle kanten op. Het gaat over bepaalde woorden, verboden woorden en... over gelijkwaardigheid.
(eigen foto)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht, maar ik vertel ook heel graag over allerlei dingen, allerlei zaken die mij zelf ook weer uit evenwicht kunnen brengen, maar dan ja, psychisch, niet per se fysiek. Dit is seizoen 8, aflevering 16: Wat voor woord?
Het is een vraag dus hè, wat voor woord? En ik weet ook niet hoe deze podcast gaat lopen, want mijn gedachten gaan echt allerlei kanten op als het gaat over het gebruik maken van woorden. En ja, ik doe niet anders natuurlijk. Als ik sta te vertellen voor deze podcast of als ik aan het schrijven ben, dan ben ik alleen maar met woorden bezig. Ik ga kijken hoever (ha) ik kom hiermee.
Ik heb pasgeleden een nieuw woord geleerd en dat is gesticuleren. Gesticuleren, een raar woord, ik kende dat helemaal niet -en dat betekent gebaren maken- en dat is gek, want ik maak al heel lang gebaren. Ik ben gebaren aan het leren, maar gesticuleren is dus gebaren maken zonder dat het per se de gebaren zijn uit de gebarentaal. En het woord dat komt van geste. Dat is eigenlijk uit het Frans en dat betekent gebaar en beweging. En dat komt ergens uit de 17e eeuw en dan komt het van het Latijnse gesticulari. Wat ook weer betekent gebaren maken. Maar waarom, waarom zou je gesticuleren?
Waarom zou je gebaren maken? Nou, dat is dus het ondersteunen van de woorden die je uitspreekt. En het kan onder invloed zijn van de emoties, dat je als je een bepaalde emotie hebt, dat je met je handen nog meer uitdrukking geeft. Als ik dit sta te vertellen, dan ben ik ook vaak met mijn handen bezig. Daarom ook vind ik de statafel handig, want dan heb ik mijn handen vrij om dus ook m m'n handen te gebruiken tijdens het praten. En ook al zie jij dat niet, ergens ondersteunt het mijn eigen woordgebruik en vind ik het daardoor makkelijker.
Ik heb ook gelezen dat in ..ehm.. encyclo.nl daar staat bij gesticuleren: met bewegingen van een lichaamsdeel iets duidelijk maken. En dat vond ik wel weer grappig om te lezen, want ik zou denken dat je dat altijd met je handen doet, maar een lichaamsdeel zou natuurlijk ook zomaar een voet kunnen zijn of ..ehm.. misschien wel (ha) je knie of je hele hoofd. Met handen en voeten praten. Tekens geven, maar tekens geven doe je toch ook heel vaak wel met je handen. Dan is eigenlijk Nederlands met Gebaren, datgene wat ik aan gebaren leer, is een vorm van gesticuleren. En gebarentaal is één en al gesticuleren zonder dat je daar woorden bij gebruikt, want gebarentaal daar hoef je helemaal niet bij te praten. Dan kun je gewoon helemaal stil zijn en de hele taal met je handen laten zien wat er allemaal bedoeld wordt. En ik ben nog steeds Nederlands met Gebaren aan het leren, dat betekent dat ik aan het praten ben en tegelijkertijd de woorden ondersteun met dus een gebaar. Dus ja, een vorm van gesticuleren.
Nou, hoe kom ik hier dan op? Ik ben er eens over na gaan denken hoe dat nou precies zit met die woorden. En ik denk dat de mens... toen de mensachtigen begonnen met praten, dat dat begon met één of twee woorden. Dat dat heel langzaam is ontstaan. Eigenlijk zoals ook een baby leert praten. Een baby begint alvast allerlei geluiden te maken met de mond, die gaat brabbelen en zo en op een gegeven moment, omdat ie woorden om zich heen hoort, komt er één of twee woorden die dan ook uitgesproken kunnen worden en als dat lukt gebeurt dat steeds meer. En dan wordt die hele woordenschat, die wordt steeds uitgebreider. Dan worden er woorden gegeven aan de voorwerpen of aan het eten en drinken. Sowieso de eerste woorden papa, mama, dat zijn dan degenen die voor jou zorgen, die dus belangrijk voor je zijn. En ik denk ook dat het ontstaan van de taal, van het gebruik van woorden, dat dat dus ook écht in hele kleine stapjes is gegaan.
Nu zijn we ééuwen verder, en we komen tot de ontdekking dat er steeds weer nieuwe woorden komen. Dat er ook allerlei leenwoorden zijn, woorden uit andere talen die wij overnemen en andersom, in andere landen dat ze uit onze taal woorden overnemen. Zo zal er ook wel een verbastering van woorden zijn ontstaan. Wat eerst zo genoemd werd en nu weer nét een beetje anders genoemd werd en eigenlijk een nieuw woord is geworden. En dat komt ook, omdat we natuurlijk in de loop der eeuwen ook steeds meer zijn gaan ontwikkelen en steeds meer allerlei technische dingen te weten zijn gekomen wat... waar een woord voor nodig was. Maar ook in de gezondheidszorg, de hele wetenschap. En er komt steeds meer onderscheid om dus iets te duiden, om iets duidelijk te maken. Dat was nodig, omdat je het wil overbrengen aan de ander en daar zijn woorden heel geschikt voor. Alleen moet het woord wat ik gebruik, moet de ander wel begrijpen wat daarmee bedoeld wordt.
En dit is wel het onderscheid wat wij maken met dieren. Dieren hebben ook wel een bepaalde taal, maar niet het woordgebruik zoals wij dat nu doen. Zoals de mens dat is begonnen.
En zo zijn er ook natuurlijk een heleboel woorden die weer vergeten worden. Als we kijken al naar het oud-Nederlands. Het woordje 'glee', kent iemand dat nog? De muntmeter. Solecisme, heb je daar wel eens van gehoord? Best allemaal hele oude woorden. En dan zijn er mensen die oud zijn, die nog wel eens dat soort woorden gebruiken en dan weet je, ja dat komt uit ..ehm.. dat is van vroeger. Zo komen er natuurlijk ook steeds nieuwe woorden bij.
En ook steeds meer leenwoorden. Die leenwoorden, dat is wel grappig. Op een gegeven moment maken we het ons zo 'eigen' dat we het niet eens meer weten dat het uit een andere taal komt. Denk maar aan chocolade of douche, container, plastic, giraf, de pizza. Het zijn allemaal woorden uit andere landen die wij hebben overgenomen en die bij ons nu, ja, heel normaal zijn. Dus hoe rijk is onze taal en ook hoe dynamisch is het dat er woorden weer verdwijnen en weer nieuwe woorden bijkomen en ..ehm.. ja, het groeit, het gaat heen en weer, het gaat op en neer, ja heerlijk toch om met taal bezig te zijn!
En toen kreeg ik de nieuwsbrief een tijdje geleden van Storytelling geschreven door Mieke Bouma en die ging in op de verboden woorden die Trump heeft gemaakt. De verbodenwoordenlijst. Dat werd gepubliceerd in de New York Times, in de krant. En ambtenaren in de VS kunnen zelfs ontslagen worden als ze die woorden gaan gebruiken. Het zijn niet alleen de ambtenaren, maar ook alle wetenschappers. Die verboden woorden die zijn dan voor de grote subsidieverstrekkers, die nieuwe onderzoeksvoorstellen maken, en die deze woorden allemaal niet meer mogen gebruiken, want die krijgen geen overheidssubsidie meer, dat is de bedoeling. Ik weet niet hoe het er op dit moment voorstaat, maar die wetenschappers die mogen dat soort woorden niet meer gebruiken in hun onderzoeksvoorstellen. Maar ook niet wat er al gepubliceerd is, dat wordt allemaal nagekeken nu of daar één van die verboden woorden in staat. En dat is heel vreemd! Er staan een heleboel woorden in die het onderscheid tussen mannen en vrouwen, waarbij dat nodig is, bijvoorbeeld als we het hebben over de hart- en vaatziekten en gevolgen daarvan, dan moet je het hebben over het vrouwenhart en het mannenhart. Daar zijn we eigenlijk sinds kort achter dat het mannenhart niet hetzelfde is als het vrouwenhart, dus je moet het ook anders gaan behandelen en daar zijn allerlei onderzoeken naar gaande hoe dat dan moet.
Maar als je dat dus niet meer mag gebruiken in je onderzoek, hoe kan je dat dan onderzoeken? En als ze dat in Amerika niet meer mogen doen, dan heb je kans dat daar al die wetenschappers dus deze hele onderzoeken, wat internationaal gebeurt, ook helemaal niet meer in mee kunnen doen. Maar het kan ook gevolgen hebben, omdat zij dat niet meer mogen doen, dat ook in Nederland dat daar... dat we daar last van gaan krijgen en dat dat hele onderzoek naar het vrouwenhart gewoon stilgezet gaat worden.
Maar dat het dus sowieso zo'n hele verbodenwoordenlijst bestaat. Dan hebben ze het eigenlijk over woke-woorden. En allemaal woorden ook die ..ehm.. gaan over racisme en ongelijkheid, de verschillen tussen mannen en vrouwen, gender. Dat mag allemaal niet meer gebruikt worden. En toen had ik al van woke, ik vind woke een beetje een raar woord, wat betekent woke nou? Dus dat heb ik eens opgezocht, woke is een ..ehm.. (ha) een leenwoord, het komt uit het buitenland, het is een Afro-Amerikaans-Engels woord en dat komt van woken en woken betekent: wakker worden, ontwaken. En het verwijst naar het zich bewust zijn van de racisme-problematiek en sociaal onrecht. Sociaal onrecht jegens minderheden in de samenleving. En zo rondom 2020, dus vrij recent, kreeg woke, dat woord woke, een negatieve lading. Het was meer als een soort beschuldiging van doorgeslagen politieke correctheid en het wordt ook in verband gebracht met de cancelcultuur en gedwongen zelfcensuur. En het is ook veel breder, het is niet meer alleen maar bewust zijn van ongelijkheid en onrecht in de samenleving, zoals dus racisme en discriminatie op basis van gender ook. Maar het is ook het bewust zijn van ongelijkheid en onrecht in de brede zin, zoals ook het klimaat. Als je het op die manier gebruikt, maak je zo'n woord wat ja, iets heel duidelijk aangeeft, maak je zo veel onduidelijker en wordt het op zo veel manieren en op zo veel plekken gebruikt, dat het eigenlijk niet meer klopt! Dan heb je zo van hè, hoe zit dat nou?!
En sowieso die hele lijst van verboden woorden, die Trump dus heeft gemaakt, daarmee lijkt het wel of we teruggezet zijn in de tijd. Toen dacht ik ja, maar hoe ver ga je dan t...
Wed, 16 Apr 2025 - 21min - 155 - 15 De schrijftolk
Ik heb het wel vaker gehad over het inzetten van een schrijftolk. Maar wat doet een schrijftolk precies en hoe helpt mij dat? Ik probeer het in het kort uit te leggen en ik ben vast een paar dingen vergeten die ook belangrijk zijn.
(eigen foto: een deel van het Velotype toetsenbord van schrijftolk Wieke. Door het vele gebruik zijn niet alle letters op de toetsen meer te lezen).
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat boek gaat over ons fysieke evenwicht en over ons hele evenwichtssysteem. Maar ik heb ook te maken met mijn psychisch evenwicht. En ook met de andere beperkingen die er zijn, zoals het gehoorverlies, want ook dat kan mij psychisch uit evenwicht brengen. En daar gaat deze aflevering over. Weer over het gehoorverlies, ik heb het ook daar de vorige afleveringen over gehad en daar ga ik nu weer even over verder, maar dan weer op een hele andere manier. Dit is seizoen 8, aflevering 15: De schrijftolk.
In de vorige aflevering heb ik het namelijk even gehad over dat ja, het misschien wel goed is als ik naar zo'n inspiratiedag ga bij de radio, dat ik toch ook een schrijftolk meeneem voor mezelf, om het goed te kunnen volgen. Maar ja, wat is dan een schrijftolk? Daar ga ik het in deze aflevering met je over hebben. Een tijd geleden heb ik een artikel geschreven en dat ging over het schrijftolkgebruik en nu wil ik een klein stukje met je delen. En de titel van het artikel is: Lezen wat er wordt gezegd.
‘Tijdens mijn presentatie over de ziekte van Ménière, wordt er een vraag gesteld en de man zit achteraan. En ik versta de vraag niet dus ik keer me om, om op het scherm achter mij te kijken wat hij heeft gezegd. De schrijftolk die stopt met typen, ik ben even stil om rustig te lezen. En ik gebruik deze tijd ook om na te denken over het antwoord dat ik ga geven. Ik keer me naar de zaal en beantwoord de vraag. De man had de vraag gesteld: ‘Kun je alles goed verstaan tijdens een coachgesprek?’ en ik antwoord: ‘Vandaag heb ik geluk, want er is een schrijftolk aanwezig zodat ik kan lezen wat er is gezegd. Tijdens een coachgesprek kan ik inderdaad niet alle woorden verstaan wat de cliënt zegt. Ik luister met mijn ogen dus ik heb het gezicht van de cliënt nodig om goed te kunnen verstaan. En wat ik niet in woorden versta, begrijp ik wel met mijn ogen, mijn gevoel en intuïtie. En kan dan de verdiepende vragen stellen aan de cliënt.’
Nou tot zo ver dat stukje uit dat artikel met de titel: ‘Lezen wat er wordt gezegd’ en dat was nog in de tijd dat ik geen hoortoestellen droeg en ook nog geen tolkuren kon gebruiken om als werk in te zetten. Tolkuren die ik als zzp'er mag gebruiken. Ik had wel privé-uren, maar privé-uren mag je niet gebruiken tijdens het werk. Maar nu door een wijziging, is het een paar jaar geleden gelukt dat ik nu als coach, als zzp'er, als zelfstandig ondernemer een schrijftolk kan inzetten, dus ik heb nu tolkuren voor het werk. Ik hoef dus niet zelf de kosten te dragen als ik een schrijftolk inzet. En dat kan tijdens een coachgesprek zijn, dat kan tijdens een presentatie zijn die ik zelf georganiseerd heb, want vaak wordt het ook georganiseerd door een andere instantie en die regelen dan zelf de schrijftolk. Dan gaat het niet van mijn uren af.
Maar toen ik dat ging aanvragen, is de voorwaarde sowieso natuurlijk dat je een bepaald gehoorverlies hebt, maar ik had al privé-tolkuren, dus dat gehoorverlies dat zat wel goed. De voorwaarde was dat ik moest aantonen dat ik bij de start als zelfstandige al een gehoorbeperking had, maar ja, juist door het gehoorverlies was dat de reden dat ik een eigen bedrijf ben begonnen! Want in 2008, al best heel lang geleden, lukte het werk in het onderwijs niet meer door mijn gehoorverlies. En ik mocht eigenlijk niet eens meer werken in het onderwijs, door dat gehoorverlies. En na dus ..ehm.. een intensieve re-integratie ben ik in 2010 mijn eigen bedrijf gestart.
En in 2011 maakte ik voor de eerste keer kennis met schrijftolken en dat was tijdens een Hoormij-bijeenkomst. En dat was een bijeenkomst speciaal voor mensen met de ziekte van Ménière. Dat was toen een heel weekend waar je naartoe kon. En tijdens al die presentaties daar, daar was een schrijftolk bij. En het was voor mij een verademing! Het was helemaal nieuw voor me! Want ik merkte dat ik niet meer uiterst geconcentreerd hoefde te luisteren. Ik droeg toen geen hoortoestellen en met mijn gehoorverlies had ik het eigenlijk wel nodig. Tot die tijd had ik nog nooit eerder gehoord over een schrijftolk. Ik heb het niet gehoord bij het audiologisch centrum, niet bij de kno-arts, ..ehm.. de audicien -ik heb even in 2006 hoortoestellen gedragen en daarom kreeg ik dus de ziekte van Ménière- maar ook bij die audicien heb ik nooit gehoord over het kunnen inzetten van een schrijftolk. En ik ben bang dat het nog steeds geen standaard advies is. Terwijl dat eigenlijk wel zou moeten zijn. Want het kan zó ontzettend helpend zijn! Alleen is het belangrijk dat iedereen er weet van heeft dat er schrijftolken bestaan.
In het blaadje van... of de brochure van de Nederlandse Schrijftolken Vereniging staat ook in als een soort quote: lezend horen, schrijftolken maken het gesproken woord zichtbaar.
Maar wat doet dan een schrijftolk precies? Wat die doet, hij of zij, die typt precies wat er gezegd wordt. En die typt ook precies wie het zegt. Vaak als er meerdere mensen zijn, dan worden al die namen van die mensen even genoemd, de schrijftolk maakt daar een soort code van en die kan dan elke keer aangeven wie er aan het woord is. Dat doen ze, dat typen, op een speciaal toetsenbord, een veloboard. Daar kunnen ze zo snel mee typen, ze doen een soort van meerdere letters tegelijk waardoor je heel snel -bijna op spreeksnelheid- mee kunt typen met wat er gezegd wordt. En ik kan dat dan lezen op een tablet of dus op een groot scherm zoals ik dat ook tijdens zo'n presentatie kan zien, want dan wordt het op een groot scherm zichtbaar gemaakt, zodat iedereen mee kan lezen, ook alle mensen die daar dan aanwezig zijn. Maar meestal gebeurt het tegenwoordig ook met een tablet die dan degene die het nodig heeft dat voor zich zet en dan kun je meelezen wat er wordt gezegd in de omgeving.
Met zo'n tablet is het ook heel handig dat, er komt een soort text-on-top, een soort USB-stickje komt daar dan in, en dat is eigenlijk een draadloze verbinding met dus de laptop die de schrijftolk gebruikt, dat is zelfs zonder wifi, kan dat dan. Daardoor kan een schrijftolk in dezelfde ruimte zitten waar ik dan ook zit, maar die hoeft niet vlakbij mij te zitten. Via die text-on-top kan ik met de tablet ergens anders gaan zitten op een plekje die voor mij prettig is, waardoor ik toch licht op de spreker heb, waar er weinig achtergrondgeluid is, zodat ik echt zicht heb op de sprekers. En de schrijftolk, voor haar of hem is het belangrijk om in ieder geval wat er gesproken wordt goed te verstaan is. En dan kan zij typen wat voor mij nodig is.
Wat handig is... die tekst op de tablet die je meeleest die is helemaal instelbaar, die kun je qua kleur, de letterkleur of de achtergrondkleur kan allemaal aangepast worden naar jouw wensen. Ook de grootte van de letters, dus hoeveel je ook op het scherm te zien krijgt. En het is dus ook bruikbaar bij presentaties, want dan is het dus zichtbaar voor meerdere gebruikers, wat ik net ook al noemde tijdens die presentatie op een groot scherm. Dat kan een soort ondertiteling zijn of een boventiteling. En dat gebeurt bij de Stichting Hoormij en bij de Stichting Plotsdoven, gebeurt het eigenlijk altijd. Daar zijn standaard altijd schrijftolken bij om alles wat er gezegd wordt door de sprekers gevolgd kan worden door iedereen die er in de zaal zit.
Wat ook handig is, is dat een aantal schrijftolken, die hebben een velowalker. Dat is bedacht door een van de schrijftolken, zo van het zou handig zijn dat je al lopend ook mee kunt typen zodat we tijdens een rondleiding, tijdens recepties, waar heen en weer gelopen wordt, dat dan ook degenen die het nodig hebben alles kunnen volgen wat er gezegd wordt. Het is een soort ..ehm.. ja een tafeltje, een bord, met banden die om de schouders van de schrijftolk hangen en daar kan dan het toetsenbord op gelegd worden. En daar kan ook een tablet bij en dan kun je dus al lopend, kun je lezen wat er gezegd wordt.
Ik heb het ooit één keer gehad dat mijn schrijftolk mee was bij een ontmoeting met meerdere mensen, en het ging... het was iets van de gemeente en het ging over milieu, over de natuur, de natuur in de omgeving. En we gingen toen naar buiten toe, toen had zij dus ook de velowalker meegenomen. Toen kon ze buiten dus met mij mee lopen en kon ik toch volgen wat diegene helemaal vooraan eigenlijk zei. Ze moest het natuurlijk wel zélf kunnen verstaan, ze moest wel in de buurt een beetje blijven van diegene die dus daar aan het spreken was -de gids in dit geval- en ik kon het allemaal heel mooi volgen. Zonder met mijn neus vooraan te staan en die persoon helemaal goed aan te kijken, dat hoefde even niet.
En wat ook heel fijn is, tegenwoordig kan het ook online. In 2020 natuurlijk, toen met de lockdown is het allemaal in een sneltreinvaart gebeurd dat het ook allemaal online nu te doen is. En dat is heel prettig. Ik kan online verbinding maken met de ander. En de schrijftolk doet dat ook en dan krijg ik van de schrijftolk een ..ehm.. text-on-tap, dat is een ..ehm.. linkje en dan kan ik dat openen en dan kan ik het lezen. En ik doe dat tegenwoordig eigenlijk op mijn telefoon. Die link die krijg ik op de mobiel via de mail binnen, en die kan ik openen en dan kan ik op de mobiel zo meelezen, zet ik zo naast mijn scherm neer en dan kan ik dus precies lezen en alles volgen wat er wordt gezegd. En de schrijftolk zelf zit ook gewoon thuis of op een andere plek. Maar die kan dan inloggen en die...
Wed, 09 Apr 2025 - 20min - 154 - 14 Wat ik (niet) hoor
Tijdens de inspiratiedag van de NLPO heb ik van alles gehoord. Ik vertel niet over de onderwerpen die aan bod kwamen, ik vertel over het geluid en op welke manier er gesproken is met en zonder versterking.
Let ik er meer op door mijn gehoorverlies?
(eigen foto; van het podium tijdens de NLPO inspiratiedag)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Deze podcast is van Paula Hijne en daar luister je nu ook naar. Dit is mijn stem.
Ik heb het boek 'Evenwicht, in uitvoering' geschreven, omdat mijn evenwicht niet meer goed werkte en ik heel graag wilde begrijpen wat er nou precies aan de hand was. Dat kon ik niet vinden in de literatuur en ook van de artsen kreeg ik niet de informatie die ik zocht. Dus ben ik het boek zelf gaan schrijven over ons fysieke evenwicht. Maar, voordat mijn evenwicht uitviel, had ik al last van gehoorverlies. En dat heb ik al m'n hele leven, het blijkt een genetisch defect te zijn en daar, ja, moet ik mee leren omgaan. En af en toe loop ik er dan toch nog tegenaan dat, ondanks mijn hoortoestellen, dat gehoorverlies toch wel parten speelt en ik ben waarschijnlijk ook wel een beetje kritisch op wat ik wel en niet hoor. Dit is seizoen 8, aflevering 14: Wat ik hoor of eigenlijk wat ik níet hoor.
Sinds 2016 maak ik het programma 'Hoor jij wat ik hoor?' bij de Lokale Omroep Zeewolde en waarschijnlijk heb je het wel eens eerder van me gehoord, want ik heb er al verschillende afleveringen over gemaakt. Dat doe ik één keer per maand en dan interview ik iemand voor twee uur lang. Dan interview ik, ik stel allerlei vragen over het onderwerp, over die persoon, over nou, wat diegene voor een passie heeft, wat ie belangrijk vindt, enzovoort. Maar omdat ik als vrijwilliger bij de Lokale Omroep werk, mag ik ook mee naar de inspiratiedagen die georganiseerd worden door de NLPO. De NLPO dat is de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen. Dat is een samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de lokale omroepen in Nederland. En het leuke is, die NLPO die organiseert opleidingen en trainingen en, ja voor wel meer dan 10 duizend vrijwilligers die bij de lokale omroepen werken. Zo veel mensen zijn er in Nederland die zich bezighouden met lokale radio en tv. En 2x per jaar dan organiseren ze een inspiratie dag in Nederland. Een groot evenement met allerlei sprekers en workshopgevers en zo en ..ehm.. daar ben ik ook dit keer mee gegaan.
Op 22 maart dit jaar was weer deze inspiratiedag. En ik vind het altijd heel fascinerend om te horen en ook te zien hoe die presentatoren en die workshopgevers, hoe die zichzelf presenteren, want zij komen zelf uit dat vak. Zij komen zelf van de radio, ze zijn bekend van de televisie, het zijn bekende Nederlanders die dus bij een omroep werken. En dan zou je denken dat dat allemaal goed geregeld is. Dat ze het allemaal goed kunnen. Daar wil ik je in meenemen, kijken in hoeverre dat wel klopt.
Ook de locatie waar het gehouden wordt is altijd belangrijk, van hoe daar met name ook de akoestiek is. En in dat geval, nou waar we ook binnen kwamen in de ruimte waar we ontvangen werden, daar merkte je meteen al dat er heel veel geluid was, omdat er zo veel mensen waren. En mensen die elkaar dan even ontmoeten gaan allemaal met elkaar praten en dan merk je dat de akoestiek vaak vergeten wordt binnen zo'n omgeving, binnen zo'n locatie. Zelfs op evenementenlocaties -speciaal die ervoor gemaakt zijn om heel veel mensen te ontvangen- dat door die akoestiek het geluid van de stemmen allemaal nou ja, bijna nog versterkt wordt.
Dus het is ontzettend vermoeiend om in zo'n ruimte te zijn, waar zo veel mensen allemaal praten met elkaar. Dan is er nog niet eens muziek en gelukkig maar! Maar ik merk dat ik dat héél vermoeiend vind, om in zo'n ruimte te zijn met heel veel mensen. Ik kan ook zelf dan geen enkel gesprek volgen. Dat weet ik dan ook. Ik weet dan als ik met iemand écht wel iets belangrijks wil bespreken, dan moet ik naar een ander plekje, ergens langs de rand of zo waar net wat minder mensen zijn en dan zoek ik dat ook op. En anders neem ik niet deel aan zo'n gesprek.
Maar goed. Er is altijd een plenaire sessie, dan zitten alle mensen die aanwezig zijn, zitten in één grote zaal, met een podium. Wordt altijd mooi aangekleed en zo. En dan valt het mij altijd weer op dat niet iedereen met een microfoon overweg kan. En dat vind ik gek. In omroepland zou je toch denken dat al die mensen die daar werken, die zelf radio of tv maken, dat die dan toch eigenlijk geen enkel probleem moeten hebben met de microfoon. Dat ze weten hoe ze hem vast moeten houden, hoe je in een microfoon praat, dat je hem bij je mond moet houden en zo, dat je hem niet van je af moeten houden, dat je hem niet -omdat je iemand aankijkt- dat je de microfoon weghoudt van je gezicht, terwijl je wel aan het praten bent.
En ook bij het presenteren is het natuurlijk de kunst om rustig te praten! En als publiek, als je dan zit te luisteren naar zo iemand, dan vind je het ook fijn dat je eigenlijk toegesproken wordt, dat degene die praat -ook al heeft ie een microfoon in zijn hand- dat hij jou ziet in de zaal. En dan niet mij persoonlijk, maar in ieder geval dat ie wel naar de mensen kijkt. Daardoor moet ook het gezicht van de spreker, die moet in het licht staan, dus er moet goed licht zijn op het podium. Nou was het in dit geval, was het ook goed in het licht en als er dan oogcontact is, is het nog prettiger. Maar wat gebeurde er nou?
Ik ga geen namen noemen van ..ehm.. van mensen, van sprekers, want in dit geval doet het er helemaal niet toe wie het was. Het zijn allemaal bekenden uit omroepland, maar dat ga ik je hier dan niet vertellen, want het gaat meer over de ervaring die ik ermee had en wat het voor mij zo moeilijk maakte om goed te kunnen luisteren, om het gesprek goed te kunnen volgen. Er kwam een mevrouw op en die had 6, denk ik, misschien 5, misschien 7, weet ik niet, A4-blaadjes mee, helemaal vol geschreven. Dat kon ik zien, want ik zat op de eerste rij, dan kan je dat allemaal van wat dichterbij zien. En het vreemde was, zij ging het letterlijk oplezen! En als je iets letterlijk opleest van papier, dan lees je vaak veel te snel! En ten tweede, je kijkt dan steeds op je papier in plaats van dat je dus contact houdt met de mensen die in de zaal zitten, die naar jou aan het luisteren zijn. En ten derde, omdat het wordt voorgelezen, wordt het heel saai, wordt het monotoon. Het verhaal wat dan verteld wordt, is helemaal niet spontaan.
Ik heb liever dat iemand af en toe een foutje maakt of dat ie hapert en dat het dus wel spontaan verteld wordt, dan zo'n opgelezen epistel. En het duurde ook natuurlijk veel te lang, want wat ik al zei, 5, 6 A4-kantjes vol, nou dan ben je wel even een tijdje bezig. En omdat het zo veel is, heeft ze nog de neiging om nog sneller te praten, want ze had maar zoveel minuten. Het enige voordeel was dat ze met een microfoon sprak, dus voor mij was het iets makkelijker te volgen, want de microfoon, door die versterking kon ik het volgen en gelukkig was de microfoon goed afgesteld. En ik zat helemaal vooraan, zodoende kon ik haar gezicht goed zien en kon ik spraakafzien.
En toch sta ik dan weer verbaasd als je zo bekend bent in omroepland en vaak moet presenteren, dat je dus gaat oplezen! Ook al is jouw verhaal, nou vol van allerlei dingen die jij belangrijk vindt om te noemen, zorg dan dat het ..ehm.. een beetje steekwoorden zijn en dat je zelf al wel weet wat je bij dat steekwoord wil vertellen, dat je niet te veel uitweidt. Het kan best zijn dat ze het daarom gedaan heeft, want anders zou ze misschien veel te veel vertellen! Dat weet ik niet, ik heb het nu niet ontdekt, omdat ze alleen maar saai en monotoon aan het vertellen was. En ook nog af en toe zoekend naar 'waar was ik ook alweer in de tekst?', als ze dan af en toe even opkeek, dan moest ze weer terug naar dat blaadje en 'waar was ik ook alweer?' Goed.
Maar bij één van de workshops, was in een andere zaal, niet in die hele grote zaal, ze hadden daar verschillende ruimtes in dat gebouw waar dan de workshops gegeven werden. Bij één van die workshops werd in eerste instantie zonder microfoon gesproken. En dat was door verschillende mensen die achterin de zaal zaten, want er zaten best heel wat mensen, ik denk zo'n 50 mensen of zo, die konden dat niet goed volgen. Dus ja, er werd wel gevraagd van: kun je toch met een microfoon praten? En toen ging ze daar naartoe om de microfoon te pakken en toen was het helemaal niet zo eenvoudig om hem aan te zetten. Je zou denken, dat heb je allemaal van tevoren al gecheckt, geregeld, hij ligt eigenlijk klaar, maar ja, oké, gelukkig na een paar minuten werkte ie. En ik vond het een hele verademing. Want ook dan, die microfoon zorgt toch voor de juiste geluidsversterking die nodig is om het makkelijker te volgen.
En ook al zat ik helemaal vooraan, ik vond het toch fijner dat ik het geluid via de boxen hoorde, in plaats van dat ze dat met haar eigen stem deed, in een grote, hoge ruimte waar toch die stem een beetje wegviel. Dan is het veel makkelijker om te volgen. En wat ook in die locatie, in die ruimte, daar was een soort afzuiger was daar aan, met een soort laag bromgeluid, waarbij ik me al afvroeg van, ben ik nou de enige die dit hoort? En zonder microfoon hoorde je die lage bromtoon veel duidelijker en op het moment dat zij met de microfoon ging praten, werd die bromtoon een beetje overstemd en had ik daar dus geen last meer van. Dus het was juist wel heel fijn.
Bij een andere workshop zaten we in een wat kleiner zaaltje. Een kleine groep en toen kon het prima zonder microfoon. En daar was het juist heel goed te volgen, omdat qua akoestiek én het licht was daar veel beter. En wat dan opviel, die presentator die vertelde spontaan. Die had niet een blaadje voor z'n neus! Hij had wel een Powe...
Wed, 02 Apr 2025 - 17min - 153 - 13 Alles wat beweegt verandert
'Alles wat beweegt verandert', het is een uitspraak van Armando. Het past wel bij 'Alles is evenwicht', het 1e hoofdstuk in het boek Evenwicht in uitvoering. Klopt de uitspraak wel? Ik vertel wat in mij opkomt als ik de uitspraak lees en hoor.
(eigen foto, A4tje uit een tijdschrift)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En ik vertel graag over ons fysieke evenwicht en ook alles wat daarmee samenhangt, want eigenlijk is toch alles evenwicht? Dit is seizoen 8, aflevering 13: Alles wat beweegt verandert.
Alles wat beweegt verandert. Het is een uitspraak van Armando en Armando dat is het pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd. Deze man was kunstschilder, schrijver, beeldhouwer, violist, acteur, theatermaker, journalist en kunstredacteur. Eigenlijk een soort alleskunner. Hij leefde van 1929 tot 2018. Deze uitspraak 'Alles wat beweegt, verandert' is dus van Armando. Hij heeft ook een andere uitspraak. Die gaat als volgt: 'Wachten is werken. Het wachten op inspiratie is werk. Je moet er altijd voor beschikbaar zijn.
En ik vind die ook wel grappig! Wachten is werken en het wachten op inspiratie is werk en je moet daar dan altijd voor beschikbaar zijn. En daarom ook is het werk. Hmmm. De vorige keer, met het maken van de podcast, wist ik nog niet wat ik deze week zou gaan doen. En toen heb ik eigenlijk gewacht op inspiratie. Alleen ja, dan is het ook wel de bedoeling dat je daarvoor open staat. Ineens zag ik die uitspraak op een groot A4, dat ligt hier gewoon op mijn bureau en daar staat op: Alles wat beweegt verandert. En ik bekijk hem even met andere ogen, die hele titel en toen dacht ik hé, maar daar kan ik ook iets over vertellen! Daar kan ik iets mee doen!
Het lijkt namelijk een beetje op: Alles is evenwicht. Dat is hoofdstuk 1 in het boek 'Evenwicht in uitvoering'. En in hoofdstuk 1 staat dan ook beetje als een quote, zo tussen de teksten in: ‘Ken jij een beweging, een actie die niet met je evenwicht te maken heeft?’ Want elke actie is mogelijk door je evenwicht. En dat past ook wel bij deze van 'Alles wat beweegt verandert'. En toch, als ik daar dan over nadenk, klopt dat wel? Klopt die uitspraak? Is er iets wat beweegt wat nooit verandert? Nou daar ben ik even over na gaan denken en als ik dan nu zo daarmee bezig ben, dan ..ehm.. dan kom ik eigenlijk tot het volgende. Als ik schrijf, en hoe stil ik dat ook doe, als ik schrijf ben ik wel in actie, ben ik in beweging, en met elke letter die ik op papier zet, verandert er iets. Want er komt natuurlijk iets tevoorschijn en op dat moment, als ik aan het schrijven ben, dan zijn ook mijn gedachten bezig, dus ook daar verandert er iets in.
Dat geldt natuurlijk ook voor het maken van deze podcast. Ik beweeg mijn mond, ik beweeg mijn lippen en mijn stembanden zijn in beweging, ik spreek iets uit. Er is iets gaande! Maar als je naar buiten kijkt, de wind buiten, die kun je alleen zien door de dingen die bewogen worden. Door de bomen. Door de struiken. Door het riet wat wuift. Door de losse bladeren die op de grond dwarrelen. Door de vaandel in de vlaggenmast. En alles verandert dan op het moment dat het in beweging is! De tak die iets buigt. Het riet wat heen en weer beweegt. De losse bladeren die op een andere plek gaan liggen. En weet ook, de vaandel, de stof van de vaandel, die slijt heel langzaam als ie de hele tijd zo in beweging is. En als het heel veel waait slijt hij zelfs nog sneller, hij verkleurt ook. En op een gegeven moment moet er weer een nieuwe vaandel komen.
En als ik hier naar buiten kijk, terwijl ik hier de podcast maak, dan zie ik mijn gehaakte spiralen, die heb ik buiten hangen, de windvangers en die draaien in de wind. En ook die slijten dus heel langzaam, die wol, waarvan het gemaakt is, of het katoen, dat laat een beetje los, door dat bewegen. En als ik nu zo naar buiten kijk, de vogels die vliegen, die fladderen en die zoeken steeds een andere plek. Buiten ook, de auto's en de fietsen die rijden. Die bewegen allemaal, die gaan en komen zo naar een andere bestemming. Dus ook daar zit verandering in. En tijdens dat bewegen van die auto, de benzine, als het een benzineauto is, die benzine die beweegt in de auto, die wordt gebruikt, verbruikt, die raakt op. De elektriciteit van mijn fiets als ik aan het fietsen ben, die elektriciteit wordt steeds minder hoe verder ik fiets en dan moet ik hem opnieuw opladen. En ook het slijten van alle materialen van alles wat je aanraakt, dus alles verandert als het in beweging is.
Maar oké. Stenen dan? Stenen die zijn heel hard, die zijn stevig, dan lijkt het al of daar helemaal niets mee gebeurt. En klopt dat wel? Als ze in een stromende rivier worden neergelegd, dan worden die stenen op een gegeven moment gladde stenen. En hoe meer water erlangs stroomt, op een gegeven moment worden het kiezels en als die weer meegenomen worden naar de zee en dan na héél veel golven en héél veel heen en weer schuren, dan worden dat zandkorrels. Ze zijn dan dus ook continu in beweging! Of er is beweging wat over de stenen heen gaat. En daardoor verandert die steen toch!
Maar als ik hier de steen hier vlakbij me zie liggen -ik heb een paar stenen hier op een soort dienblad, liggen meer dingetjes, een foto ook van mij en zo, een paar dierbare spulletjes- maar die steen dan, die blijft eigenlijk altijd hetzelfde, want die beweegt helemaal niet, die ligt daar gewoon helemaal stil. En als ik die niet oppak dan blijft die, denk ik, jarenlang, blijft die hetzelfde. Dan is er ook geen verandering zichtbaar volgens mij.
En als naar mijn eigen lijf kijk, is daar dan iets wat verandert? Ook al ben ik stil? Maar als ik iets gegeten heb, dan beweegt het eten door mijn lijf en dat eten dat verandert. Dat verandert een beetje in een zachte substantie en daar wordt van alles uitgehaald en dat wordt weer vervoerd naar andere plekken in mijn lijf, waardoor ik kan bewegen, kan denken, van alles kan doen. En sowieso de hele bloedsomloop, die is altijd in beweging, dus voortdurend in verandering.
De endolymfe, de vloeistof in ons binnenoor. In het binnenoor waar het slakkenhuis zit en die evenwichtsorganen. Die endolymfe, die is voortdurend aan het vloeien. Heel langzaam als je verder stil zit en heel veel aan het vloeien en hard aan het vloeien, snel, als ik in beweging ben. Maar tijdens dat hele langzame vloeien, wordt die endolymfe steeds geabsorbeerd en ververst. Dus het verandert steeds weer! Continu!
En zelfs hier in huis, we zijn maar met zijn tweeën, we hebben geen huisdier meer, maar toch door allerlei bewegingen van onszelf, van iets wat je beweegt, kleding, kleding die je uitschudt, handdoeken die ik aan het opvouwen ben, dan zijn er allemaal stofdeeltjes. En die stofdeeltjes die verplaatsen zich en die vallen neer en die vallen dan neer op een andere plek. Zijn heel klein -nauwelijks zichtbaar- maar als ik het wat langer laat liggen, dan komen er heel veel van die stofdeeltjes en dan zie je ineens dat stof liggen. Op de kast of op de vensterbank. En door het stof weer weg te halen, die stofdeeltjes, die zijn in beweging, worden weggehaald van die plek en dan komt de kleur van het hout... wordt weer heel veel zichtbaarder in plaats van dat het wat wittig is door de stof. En als ik járenlang op dezelfde plek stof aan het afnemen ben, dan zie je op een gegeven moment ook verandering van het hout!
Ja, en zo kan ik natuurlijk doorgaan. Zo kan ik doorgaan in het groot. In het klein. Al die veranderingen die er zijn. Op microniveau. Het kan binnen zijn en buiten. Het kan iets zijn wat plotseling gebeurt of juist héél langzaam en heel geleidelijk in kleine stapjes.
Zoals ook het groeien van planten, van de bloemen en ook het verwelken weer en het afsterven. Alles is in beweging! Altijd! Dat zijn natuurlijk ook de seizoenen, dan verandert de hele natuur voortdurend, elke keer weer. En zelfs als je helemaal stil bent, stil zit of ligt, je hele lijf is continu in beweging.
En de steen waar helemaal niets mee gebeurt, toch is die steen ook altijd in beweging, want ik heb het misschien wel eens eerder verteld, en toch vertel ik het weer! Wij zijn met de hele aarde altijd in beweging! We worden tegengehouden door de zwaartekracht. Want als de zwaartekracht er niet zou zijn, dan zou je zo van de aardbol vliegen! Maar hoe hard gaan we dan? Als je weet dat de aarde die draait in 23 uur, 56 minuten en 4 seconden rond zijn as. En de evenaar is zo'n 40 duizend kilometer lang. Als je dus op de evenaar bent, dan beweeg je dus met de snelheid van 40 duizend kilometer in bijna 24 uur. Dat is omgerekend 1670 kilometer per uur. En dan moet je ook bedenken dat de aarde die draait dus om zijn as, maar die draait ook nog eens om de zon! En dat gebeurt met zo'n 107 duizend 200 kilometer per uur. Ja, je kunt je het niet eens voorstellen, dat is een gigantische snelheid! Wat wij ook doen hier op aarde, we zijn altijd in beweging! Dus alles wat beweegt verandert.
Nou, misschien is het ook wel een open deur. Het spreekwoord 'open deur' dat betekent: niets zeggen of doen dat volstrekt overbodig is, omdat het al gezegd of gedaan is. Staat in het woordenboek van Ensie. Maar ja, als het dan zó voor de hand ligt, als dat écht zo zou zijn, alles wat beweegt verandert, dan zouden we toch helemaal geen moeite hebben met veranderen?! Ja, dat is wel het geval. Als er iemand ook maar met een plan komt, of zelfs met een heel uitgewerkt idee, dan is er altijd wel commentaar op. Dan zijn er altijd argumenten waarom het niet nodig is of waarom het overbodig is of waarom het niet kan. Want wij mensen vinden verandering zo moeilijk, zo lastig.
Bij een komende verandering, bij een aankondiging van een verandering, zetten we de hakken in het zand al. Dan is er weerstand. En dat kom...
Wed, 26 Mar 2025 - 12min - 152 - 12 Op één been
Tandenpoetsen op één been, heb je dat weleens geprobeerd? Ik wel. En dat is niet zo eenvoudig.
(Foto: Kasper Hijne)
Volledig transcript:
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering', hoe ons evenwicht werkt. In het boek gaat het over ons fysieke evenwicht, over ons hele evenwichtssysteem en dat is fascinerend als je weet hoe dat werkt. En ik wil daar nog veel meer over vertellen. Het paste niet allemaal in het boek, dus vandaar dat ik deze podcast 'Evenwicht, je leven', maak. Dan gaat het ook af en toe over het psychische evenwicht, want ja, dat is evenwicht in de breedste zin van het woord. Maar deze aflevering gaat weer heel specifiek even over ons fysieke evenwicht. Dit is seizoen 8, aflevering 12: Op één been.
Een tijd geleden kreeg ik de tip om, als je je evenwicht wil versterken, dat je dat dan eigenlijk dagelijks kan doen. Bijvoorbeeld tijdens het tandenpoetsen. Dat je dan op één been gaat staan en dan gaat tandenpoetsen. Dat ben ik gaan proberen. Ik dacht, ik wil eens even weten of dat wel lukt. En ik proberen dus, één been, tandenpoetsen en ik kreeg in de gaten dat me dat helemaal niet lukte! Ik had elke keer houvast nodig aan de wastafel, daar leunde ik dan al bijna tegenaan, want alleen maar op één been staan en tegelijkertijd tandenpoetsen dat lukte niet. En ik kwam tot de ontdekking dat ik beide doe; ik let op mijn evenwicht en ik let op hoe ik mijn tanden poets. Toen kreeg ik de tip van iemand, focus je alleen op het tandenpoetsen, want op het moment dat je alleen met tandenpoetsen bezig bent, alleen de aandacht daarvoor hebt, dan lukt het heel makkelijk om gewoon op één been te staan. Dus oké, ook dat ben ik gaan proberen. Dus op één been gaan staan en alleen maar letten op het tandenpoetsen. Dat doe ik sowieso altijd wel als ik tandenpoets en op twee benen sta, dan ben ik met aandacht aan het kijken hoe ik mijn tanden poets. En dan ben ik ook met mijn hoofd dus bezig met tandenpoetsen, dus ik weet ook wel hoe dat werkt. Maar nu op één been staan en dan ook weer op die manier focussen. En toen kwam ik erachter; dat lukt mij niet!
En dat is eigenlijk ook logisch, want omdat het evenwicht bij mij niet goed werkt, wil dat zeggen dat als ik op één been sta, dat ik daar m'n volledige aandacht voor nodig heb, om goed op één been te blijven staan zonder dat ik omval. En de ene dag gaat het beter dan de andere keer, dan de andere dag, maar als ik dus op één been sta, dan is het dus heel moeilijk om tegelijkertijd iets anders te doen. Laat staan dat ik me focus op heel iets anders. Dat lukt gewoon niet, want al die aandacht die heb ik nodig om op één been te blijven staan! En ik denk dat als je evenwicht heel goed werkt, dat dat dan bijna automatisch gaat dat het makkelijk lukt, dat je makkelijk op één been kan staan!
Ik weet dat niet meer, want dat is voor mij heel lang geleden dat mijn evenwicht nog heel goed werkte. Dus dan zou ik dat eigenlijk aan jou moeten vragen, als jouw evenwicht goed werkt, is het zo dat als jij dan op één been staat en jij gaat dan je tandenpoetsen en je focust je op het tandenpoetsen dat dan dat hele staan op één been gewoon veel makkelijker gaat. Zou ik wel eens willen weten, want voor mij werkt dat dus niet.
Het is hetzelfde eigenlijk ook als ik op een bosebal -dat is zo'n halve bal op de sportschool. Een halve bal, de onderkant is gewoon helemaal plat, maar de bovenkant is bol, daar kan je op staan- als ik daar op twee benen op ga staan, dan is het altijd natuurlijk balanceren en hoe vaker je dat doet hoe makkelijker dat gaat. Maar als ik dan de opdracht krijg om dan met een bal te gooien en te vangen, dan komt daar ook weer dat probleem bij. Dat alleen maar dat balanceren op die bal dat lukt, want daar gaat al mijn aandacht naar toe. Dan met een bal gooien tijdens dat ik sta op die bosebal, dat lukt nog wel. Want dat heb ik zelf onder controle, ik weet gewoon wanneer en hoe ver ik mijn hand kan doen om die bal te gooien. Maar het vangen is dan heel erg moeilijk. Want dat vangen is afhankelijk van wie natuurlijk de bal naar mij toe gooit. En met wat voor een snelheid dat gaat en waar die dan terecht komt, of hij rechts of links of vlak voor me of boven me. En dan moet je altijd reiken, je moet altijd uit balans om die bal dan goed op te vangen. En dan merk ik weer dat de combinatie van én het balanceren én ook nog eens een keer op die bal letten die naar me toekomt, dat dat heel moeilijk is. Dat zijn twee dingen tegelijk die -in mijn geval door dat evenwicht- dat dat niet samengaat.
Sta ik gewoon op de grond en heb ik een goeie dag dan is er eigenlijk niets aan de hand, dan gaat het gooien en vangen veel makkelijker. Ben ik in beweging, ben ik aan het lopen, dan wordt het alweer lastiger om dan een bal te vangen. Gooien gaat dan wel, maar vangen wordt dan ook weer veel moeilijker. Dan ook weer, als ik op één been ga staan, niet eens op de bosebal maar alleen maar op één been, op één been en dan een bal gooien en vangen, dan zit ik met datzelfde probleem, als wat ik heb met dat tandenpoetsen: het gooien gaat dan wel, maar het vangen wordt dan moeilijker. En dan zou je denken, ja tandenpoetsen heb je ook zelf in de hand, want die controle heb je, je hebt zelf de tandenborstel in je hand, die beweeg je zelf in je mond dus, dat heb je zelf allemaal onder controle. Maar omdat je bij tandenpoetsen natuurlijk meer heen en weer moet gaan, op en neer, ..ehm.. het trilt ook nog eens -ik heb een elektrische tandenborstel- dus het trilt aan alle kanten als je dat tegen je tanden aanhoudt, dan trilt je hele lijf een beetje mee, of tenminste je gezicht in ieder geval en dat maakt het ook zo moeilijk. Ik zou het nog wel eens kunnen proberen met een gewone tandenborstel. Misschien dat een gewone tandenborstel makkelijker is dan een elektrische tandenborstel, omdat ik dat trillen dan niet zo heb. Dat bedenk ik nu ineens: dat zou best een idee kunnen zijn. Maar in ieder geval, op één been staan en dan dus iets doen, gooien, vangen ..ehm.. een bal om me heen draaien, dan wordt dat allemaal al toch wat moeilijker.
Laat staan dat ik, als ik op één been sta en dan mijn ogen dicht doe, dat is niet te doen! Op het moment dat ik op één been sta en ik doe mijn ogen dicht, dan val ik eigenlijk al letterlijk om! Moet ik al meteen mijn voet erbij zetten, mijn andere voet erbij zetten, omdat het op één been écht niet lukt en dat wil dan weer zeggen dat mijn ogen dus súper belangrijk zijn om in evenwicht te blijven. Ik gebruik juist mijn ogen om mij letterlijk staande te houden. Juist omdat de input die ik krijg van de evenwichtsorganen, dat die minder goed werken, dus ik heb die ogen heel erg nodig om me dan op één been staande te houden.
De functie van het evenwicht ‘posturale controle’ heeft er namelijk alles mee te maken. Posturale controle is de functie, ja die doe je eigenlijk de hele dag door. Door je te verplaatsen, op welke manier dan ook, en dat kan ook dan dus op één been zijn, dan maak je gebruik van de posturale controle dus van je lichaam. Het is dan één van de 5 functies van het evenwicht. Het is dan ook het vermogen van je lichaam om zich aan te passen tijdens elke beweging die je doet. En daardoor ja, kun je dan in balans blijven of ervoor zorgen dat je weer in balans terugkomt. Posturale controle bestaat ook uit twee verschillende dingen.
Je hebt de posturale oriëntatie en dat wil zeggen: dat tijdens een beweging dat je je ledematen en je hoofd die kun je zo positioneren ten opzichte van de aarde en de omgeving, dat de beweging goed en gecoördineerd uitgevoerd wordt.
En posturale stabiliteit -dat is de andere vorm van de posturale controle- bij posturale stabiliteit: bij een verstoring van het evenwicht kun je je lichaamszwaartepunt verplaatsen zodat je weer rechtop kunt komen en kunt blijven staan.
Een verstoring van het evenwicht is natuurlijk als je op één been staat, dan is er eigenlijk al een soort verstoring en op het moment dat jij dus je standbeen hebt waar je op staat, dan ben je al je lichaamszwaartepunt aan het verplaatsen. Ja, je zorgt er dan voor dat je toch nog steeds rechtop kunt blijven staan. Eigenlijk je houdingsevenwicht. Ik probeer het namelijk nu ook al te doen, misschien dat je het al hoort (ha) ik val ook alweer bijna om dan, want ik ben tegelijkertijd nu ook aan het praten en me aan het concentreren aan wat ik aan het zeggen ben. En daar merk ik dan weer aan hoe moeilijk het is om die combinatie van op één been staan én ook me focussen op iets anders, dat dat heel moeilijk is, dat het lastig is.
Nou is het zo dat lopen, wandelen, dat is eigenlijk ook elke keer je lichaamszwaartepunt verplaatsen, veranderen. Bij lopen sta je eigenlijk steeds even op één been, om je andere been weer voor je te zetten, traplopen precies hetzelfde, maar bij gewoon lopen is het ook zo, dat je elke keer weer even op één been staat en je lichaamszwaartepunt steeds verandert.
En nou merk ik al op dat als ik alleen loop, dan loop ik best wel snel. Dan wandel ik wel snel. In een, nou ja, wat hoger ritme. En dat komt omdat langzaam stappen, dat is voor mij veel lastiger. Als ik heel langzaam ga lopen, dan gaat er nog veel meer aandacht naar het lopen zelf toe, om me dus in evenwicht te houden. En als ik juist ..ehm.. een beetje meer dóór loop, meer in een ritme loop, wat sneller, dan heb ik daar minder last van. Dan wordt het makkelijker om te lopen. Dat klinkt misschien heel gek, maar ik heb juist een beetje de snelheid nodig om mezelf ‘staande’ te houden. Nou merk ik wel dat als ik echt zo'n wiebeldag heb, die dus af en toe er nog wel is, bij zo'n wiebeldag dan is dat snel lopen ook moeilijk. Dan ga ik écht wel langzamer lopen, maar dan is ook wel natuurlijk het hele lopen met nóg meer aandacht. Dan kan ik écht alleen maar lopen, daa...
Wed, 19 Mar 2025 - 16min - 151 - 11 Bij leven en welzijn
Bij leven en welzijn, een uitdrukking van lang geleden. Wanneer zeg je dit? Wat wordt ermee bedoeld? Een aflevering over het leven en het leven totdat het voorbij is.
(foto: Louis van Walsem)
Volledig transcript:
Dit de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luister naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'.Dat gaat dan wel over het fysieke evenwicht, maar er is nog veel meer te vertellen over het evenwicht in zijn totaliteit. Ook het psychische evenwicht en alles wat erbij komt kijken. Dit is weer zo'n aflevering. Dit is seizoen 8, aflevering 11: Bij leven en welzijn.
"Bij leven en welzijn". Dat zegt Thijs, elke woensdag na de les op de sportschool of eigenlijk zegt ie: "Tot volgende week bij leven en welzijn".
En daar hadden we het met een paar andere mensen op de sportschool over toen Thijs wegliep, zo van: wat is dat voor een uitspraak? Het is volgens mij een hele ouderwetse uitspraak. Die -als je er over nadenkt- heeft het alles in zich. Alles.
Ja, bij leven, sowieso kun je alleen in levenden lijve volgende week weer komen, want als je tussen nu en volgende week overlijdt, dan is er geen leven meer. Welzijn, dat is een woord dat gaat over ja, onder andere, gezondheid. Zowel fysiek als psychisch. Je ‘wel’ voelen. Je prettig voelen. Je fijn voelen. Ja, dat welzijn daar is natuurlijk heel veel over te zeggen, want wat is welzijn als je ouder wordt? Oud bent. En als je dan steeds meer allerlei klachten krijgt.
Ja, en ik ben nog niet eens zo heel oud en nu heb ik al vaker last van allerlei kleine ongemakken, maar ik heb ook gemerkt, een vriendin die veel jonger is, die zegt dit ook. En ook zij voelt dat ze niet alles meer zomaar kan doen. Dat haar lijf vaker protesteert en zij werkt nog volop en sport nog regelmatig. En toch krijgen we al die kleine ongemakken.
En als ik dan de mensen hoor van de 60+ sportgroep, ja die hoor ik eigenlijk niet zo vaak dat ze iets mankeren. Dat is wel bijzonder. Alleen, als er dan wel een keer wat is, als ze iets hebben aan een knie of schouder, been of de heup of ..ehm.. de griep hebben gehad, dan zijn ze wel langer uit de roulatie. Dat merk ik wel. Dan komen ze een hele tijd niet naar de les. Dan weet ik ook niet wat ze de rest van week doen, of ze dan nog thuis oefenen of ze naar de fysiotherapeut gaan, of ze andere bezigheden hebben. Doen ze een andere sport? Ik heb geen idee. Het lijkt me wel heel belangrijk dat ze dat dan wel blijven doen.
Maar als je zo veel last hebt van iets, pijn, of dat je een beperking hebt waar je dus last van hebt, zeg je dan nog voluit: bij leven en welzijn? Of is het dan voldoende om te zeggen: nou tot volgende keer, bij leven! Dat heb ik nog nooit iemand horen zeggen (ha), alleen ‘bij leven.’ En ik heb ook de indruk dat de mensen van de 60+ sportgroep, dat het helemaal geen klagers zijn. Houdt het sporten je dan toch gezonder? Wat vrolijker, blijer of is het eigenlijk andersom? Juist de meer optimistische mensen, de sportieve mensen, die gaan juist sporten op hoge leeftijd? Dat zou natuurlijk zo maar kunnen. Uitzonderingen daargelaten. Want ik hoor natuurlijk wel eens iemand die steeds weer ergens last van heeft en dat uitgebreid zit te vertellen in de kleedkamer op de sportschool, elke keer weer. Er is altijd wel iets aan de hand, ja, die uitzonderingen zijn er natuurlijk.
Maar hoe zit het als je hebt gehoord dat je allerlei uitzaaiingen hebt in je lijf, allemaal tumoren, en dat je eerder kanker hebt gekregen en dat het succesvol is aangeslagen en dat je toen al heel veel behandelingen hebt gehad. Dat je dacht 'ik ben er doorheen' en dat je dan ineens hoort dat er allemaal uitzaaiingen zijn. Kun je dan nog voluit zeggen: bij leven en welzijn? Want hoe ga je dan met de rest van je leven om? Waarvan je niet eens weet hoelang of hoe kort dat nog duurt. En ook niet weet met welk welzijn dat zal zijn. Of is die uitspraak dan nog veel dringender, nog veel tastbaarder? Bij leven en welzijn?
En toen werd ik eigenlijk wel heel nieuwsgierig, toen ik daar over nadacht, van waar komt dat nou precies vandaan, bij leven en welzijn? Want ze zeggen wel het is een ouderwetste uitdrukking. En ik ben op zoek gegaan en wat blijkt: het is een uitdrukking van het radioprogramma 'Te bed of niet te bed.' dat is uitgezonden tussen 1967 en 1990. En Jos Ghysen en Irene Houben die presenteerden dat. En de afsluiting van dat programma was elke keer: 'Tot volgende week bij leven en welzijn'. En het werd uitgezonden door BRT 2 Omroep Limburg. Ik weet niet eens of dat nog bestaat, maar wel leuk dat het vanuit een radioprogramma is gekomen en omdat het elke keer herhaald werd is dat een uitdrukking geworden die nu nog steeds gebruikt wordt. Ja, 1967 – 1990 is het dan een ouderwetse uitdrukking? Weet ik niet.
Toen ben ik verder gaan zoeken, er zijn ook wel twee boeken verschenen met de titel: 'Bij leven en welzijn', maar die zijn later geschreven, dus waarschijnlijk hebben ze wel deze uitdrukking vanuit dat radioprogramma meegenomen als titel voor dat boek.
Wat ik ook tegenkwam is dat er een afkorting is: BLEW, dat is de afkorting voor 'bij leven en welzijn'. Het staat namelijk in het Algemeen Nederlands woordenboek en dat betekent dan, die afkorting: als alles verloopt zoals gepland, als er niets tussenkomt. En dat komt eigenlijk van Deo Volente: indien God het wil. En dat komt dan weer uit het Latijn. Maar die uitspraak die komt weer vanuit een Bijbeltekst en dan gaat het over de onzekerheid van het leven.
En de strekking daarvan is -en dat heb ik weer gelezen op de website van Vaartvaria-: wij kunnen plannen om morgen te laden en overmorgen te varen, maar als ons door Gods hand een ongeval overkomt, dan loopt het totaal anders dan we verwacht hadden. Dat is de strekking van bij leven en welzijn.
Nou, leven daar snappen we alles wel van, maar wat is dan welzijn precies? Ik dacht dat het eigenlijk alleen maar die gezondheid was, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Welzijn gaat over geluk en over voorspoed, over welvaart, welbevinden en welbehagen. En gezondheid is dan wel een heel belangrijk facet van het welzijn, maar welzijn is een beetje een soort ‘algemene levenstevredenheid’. Dan gaat het ook over verbondenheid met andere mensen en over zelfbeschikking. En dan blijkt dat je welzijn ook nog kunt indelen in allerlei categorieën, zoals zingeving, wonen, financiën, sociale relaties, werk, psychische gezondheid, vrijetijdsbesteding.
En het welzijn in de zorg, dan gaat het om het verbeteren van kwaliteit van leven en dan kun je ook denken aan hygiëne, aan gezond eten en aan bewegen. En verder is welzijn ook wel ja, dat is die zelfbeschikking hè, voor jezelf zorgen, zelfregie. Het gaat ook over de balans tussen werk en ontspanning. Gaat ook over veiligheid en met name ook over vertrouwen in nou ja, vertrouwen in de politiek, in rechters, in de politie, sowieso, vertrouwen in jouw leefomgeving en helemaal in je naasten en zo hè. Dus welzijn is veel breder dan alleen maar die gezondheid. Maar wat als je weet dat jouw leven binnenkort ten einde is?
Ik heb met Reina Janssen in 2023 een podcast opgenomen, seizoen 4, aflevering 12 'De sprong naar het einde'. Zij had toen net gehoord dat haar diagnose -allerlei uitzaaiingen in haar buik- dat ze daar niet lang mee zou kunnen leven. Behandeling was niet mogelijk en ze heeft er ook echt voor gekozen om ook echt niet te behandelen. In die podcast vertelt Reina over ja, haar levensmissie, over hoe haar leven verlopen is met name ook in het werk. Werk was ook heel belangrijk, zij wilde graag onafhankelijk zijn en zodoende heeft zij ook steeds gekanteld in haar werk en uiteindelijk heeft ze daar een boek over geschreven.
Het boek 'Spring' en vandaar ook die titel van die podcast 'De sprong naar het einde'. En zij heeft allerlei mensen aangemoedigd in hun leven, om ook te kantelen in werk, om te kijken naar je werk wat je hebt en als dat niet meer bevalt, als je daar geen zin meer in hebt, als je daarin vastloopt, ga dan iets anders doen. En zodoende heeft ze heel veel mensen begeleid in hun loopbaan. En daar kwam ze achter het ‘waarom’, waarom ze dat zo graag wilde doen, om dat ook niet voor zichzelf alleen te doen, maar ook voor andere mensen, met andere mensen. En dit is wat ze letterlijk dan ook heeft gezegd: "Ik wil je als mens gelijkwaardig laten voelen aan anderen. Door je zelf je kwaliteit, kracht en eigen wijsheid in jezelf te laten ontdekken. En dat 'waarom' dat heeft zij op een gegeven moment zo ontdekt en dat als uitspraak gedaan: 'ik wil dat er meer eigenliefde en gelijkwaardigheid op de wereld is, omdat ik heb geleefd'. Nou ja, dat heeft zij toen gedeeld met een groep mensen waar zij dan bij was. En iemand merkte toen op: "Nou dan ben je klaar!" Waarop Reina zei: "Nee, nu heb ik wat te doen".
Het boek 'Spring' is in 2017 uitgekomen. Ze is toen ook echt aan het werk gegaan om dit voor elkaar te krijgen. In heel klein dat zij heeft gezorgd dat mensen, dat er meer eigenliefde en gelijkwaardigheid is gekomen en dat zij daar een steentje aan bij heeft gedragen. En toen kreeg ze in 2023 de diagnose dat voor haar het leven ten einde zou komen, binnenkort. Niet door een ongeluk, maar doordat het lichaam zelf zegt van 'ik stop ermee'. En toen is zij volop gaan genieten van het leven. Ze heeft genoten van elke dag die ze nog heeft gekregen. En ik heb dat zo een beetje van de zijlijn mee mogen maken. We hebben elke keer contact gehouden, we hebben elkaar regelmatig gezien, kopje koffiedrinken samen. Want zij zei toen ook: "Ik wacht niet op de dood, ik leef tot het voorbij is".
Ik wacht niet op de dood, ik leef tot het voorbij is. En dat heeft ze gedaan. Op 1 maart 2025 is Reina Janssen overleden en ik was erbij, bij de uitvaart en daar heb ik gehoord weer over haar missie, over haar levensmissie...
Wed, 12 Mar 2025 - 12min - 150 - 10 Tegenwind
Op vakantie hebben we gefietst in Noord-Holland, met tegenwind. Waar moet ik rekening mee houden als ik tegen de wind in fiets?
(Foto; pixabay, Peggy_Marco)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Een boek over ons fascinerende zintuig 'evenwicht'. En ik vertel er graag over, want er is nog veel meer te vertellen dan wat ik in het boek kwijt kon. En ook allerlei ervaringen die ik meemaak wat na uitgave van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' allemaal is gebeurd. En wat ik zelf meemaak, waar ik tegenaan loop, wat mij op is gevallen, waar ik van geleerd heb en dat deel ik dan in deze podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit is seizoen 8, aflevering 10: Tegenwind.
Ik ga het hebben over tegenwind. En in eerste instantie over de tegenwind die je ook echt buiten hebt, als je op de fiets of aan het lopen bent, en de wind pal van voren tegen je aan komt. Hoe kom ik daarop?
Wij waren op vakantie, korte vakantie, in Noord-Holland, in een heel klein dorpje, Waarland en dat ligt eigenlijk precies tussen Alkmaar en Schagen in. Daar in het midden. En dan kan je alle kanten op fietsen. Dan kun je naar het noorden, naar het zuiden naar Alkmaar, naar het noorden naar Schagen, je kunt naar het westen en dan ga je helemaal naar de zee toe of naar het oosten, dan ga je een beetje naar de binnenkant richting het IJsselmeer, maar zo ver zijn we niet geweest. We zijn meer de andere kant op geweest. Ja, dat vertel ik bewust, want door de andere kant op te fietsen, richting het westen en richting het noorden, het was noordenwind, het was westenwind, het was noord-west en zuid-westenwind, allemaal die wind, die we gelukkig steeds op de heenweg ergens naartoe hadden. En niet terug. Terug hadden we heel vaak wind mee. En dat was zó prettig!
Tegenwind is voor mij zwaar. Sowieso om het evenwicht goed te houden op de fiets en dan met tegenwind dat je nog extra hard moet fietsen, moet trappen, dat is voor mij dus zwaarder dan iemand waarbij het evenwicht helemaal goed werkt. Nou heb ik gelukkig een elektrische fiets en daarmee helpt het al enorm om goed te fietsen, om goed te blijven fietsen, want ik kan hem gewoon op ‘eco’ zetten, de allereerste stand. Maar op het moment dat de wind écht tegen is, dan kan ik 'm op ‘tour’ zetten of misschien zelfs hoger. En ik moet zeggen: dit was mijn eerste vakantie waarbij ik vaker op stand ‘tour’ ben gaan fietsen. En dat was ook een stuk makkelijker.
Dan moet ik er ook bij zeggen, dat komt ook omdat mijn man tegenwoordig ook een elektrische fiets heeft en daardoor ook makkelijker mee kan fietsen. Dus we gaan met zijn tweeën best wat sneller. Vorig jaar had hij nog een gewone fiets. En met een gewone fiets met tegenwind, ja dan gingen we óf korter fietsen, kleinere stukken óf dan toch dat hij achter mij fietste en dan hield ik heel erg rekening met het tempo wat hij dan aan kon, want ik kon dan wel makkelijker, omdat ik wat makkelijker kon fietsen met de elektrische fiets. En als hij naast me fietste, dan hield ik ook rekening met dat tempo, dan kon ik hem makkelijk op ‘eco’ houden en hoefde ik niet naar ‘tour’. Maar nu we allebei een elektrische fiets hebben, kunnen we natuurlijk allebei wat makkelijker fietsen. Helemaal met die tegenwind. Dat was dus wel heel prettig.
Want zodoende hebben we meerdere dagen dat we echt wel 50 kilometer konden fietsen. En ik weet nog wel dat 50 kilometer was altijd heel erg veel. Ook voor mijn man op de gewone fiets. Maar nu wordt dat veel makkelijker dus. We hebben dus heel makkelijk die 50 kilometer kunnen fietsen en nou moet ik zeggen, dat is niet aan één stuk door. Dat lukt me echt niet. 50 kilometer fietsen, 55, 60 kilometer, dan zitten daar ook voldoende pauzes in. En helemaal als we 's morgens vroeg al weggaan of vroeg... nou, als je op vakantie bent dan is tien uur eigenlijk wel vroeg al, want het is vakantie.
Als we dan om tien uur gingen fietsen dan gingen we zo'n anderhalf tot twee uur fietsen en dan gingen we ergens stoppen en dan konden we even rustig -ik vooral- even koffiedrinken. Eén kopje koffie per dag, heerlijk, daar kan ik dan écht naar uitkijken op het moment dat we dan al aan het fietsen zijn en ik weet: we gaan strakjes ergens koffiedrinken. En dan op een gegeven moment, een beetje zo ..ehm.. later op de middag, nee begin van de middag dat we dan gaan lunchen en dan stoppen we dus ook weer even. En dan na de lunch fietsen we op ons gemak weer terug naar huis. En in dit geval was de terugreis altijd met wind mee. Dat is écht heel fijn dat je dan dus minder hard hoeft te trappen. We konden gewoon, ik kon op ‘eco’ blijven fietsen, ja, heerlijk was dat!
We zijn dus vanuit Waarland, dat plaatsje, zijn we een dag naar Alkmaar geweest, maar dan met een hele omweg ernaartoe gefietst en zo. En we zijn een dag naar Schagen geweest en dan ook met een hele omweg. En ook zo helemaal naar het strand toe, naar het westen is dat dan, ..ehm.. eigenlijk naar Sint Maartenszee. Daar hebben we vroeger altijd gekampeerd, dus we hebben even gekeken op onze oude camping hoe het er daar uit zag, kijken of we ons plekje nog weer konden vinden. En vanuit Sint Maartenszee weer helemaal langs de kust naar beneden, door de duinen heen, langs Petten zo naar Schoorl toe en van Schoorl weer terug naar, richting dan ..ehm.. Waarland.
Het was ook schitterend weer, dus het kon ook heel goed! Behalve dan die tegenwind, dat was best wel flinke wind. Ook wel koud, dus we hebben onze winterjas steeds aan gehad. We hadden onze helm op dus ik hoefde geen muts op, want die helm beschermt ook wel wat, maar wel een dikke sjaal om, handschoenen aan, ja, nou ja, dan was het best goed te doen om te fietsen! En helemaal met die pauzes tussendoor, ja prima dan!
Wat ook opviel was dat er in meerdere plaatsjes echt tegenwoordig fietsstraten zijn. Dan is de hele weg een fietsstraat en de auto is daar te gast. Dat hebben we op meerdere plekken gezien en met name in het plaatsje, heel klein plaatsje, Kalverdijk. En in Kalverdijk had je echt, eigenlijk de hoofdstraat, tenminste ik denk dat het de hoofdstraat was, wat helemaal een fietsstraat was. Het jammere was wel dat niet alle auto's weten dat zij te gast zijn. Want we hebben regelmatig gehad dat ze ons voorbij sjeesden of met best een hoge snelheid naar ons toekwamen. Dus daar mag nog wat aan gedaan worden. Maar ik kan me ook voorstellen, als het zo'n lange straat is dat er genoeg mensen zijn, die daar elke keer doorheen moeten rijden, dat die het heel vervelend vinden. Want op zo'n fietsstraat mag je maar 30 kilometer per uur rijden, maximaal. Dus dat betekent stapvoets rijden en ja als wij dan zo'n 20 kilometer per uur rijden, wind mee, dan ja, is dat bijna zo hard als de auto. De auto gaat dan ietsje harder, maar ze scheurden ons echt voorbij, dus die hielden echt niet aan dat zij te gast zijn daar.
Ik kan me voorstellen in Kalverdijk dat ze dat niet fijn vinden daar, behalve de bewoners zelf ik denk dat die het wel prettig vinden, tenminste als de auto's zich aan de snelheid zouden houden, want het wordt daar wel veel veiliger van, voor alle mensen die daar wandelen en die daar fietsen. Maar het valt me dus op dat er echt op meerdere plekken -het was niet alleen in Kalverdijk- dat daar dus delen van de straat gewoon fietsstraten zijn geworden. Van mij mag dat nog veel vaker. Dan heb je kans dat er ook veel meer mensen op de fiets stappen!
Wat wel lastig was, waren ..ehm.. vooral in die dorpjes, die klinkerweggetjes. Allemaal klinkers, en nou, echt, dat bibbert aan alle kanten. Als je dan op de fiets zit dan blu blu blu blu blu, en dan heb je dus, ik heb twee spiegeltjes, maar dan (ha) die spiegeltjes die helpen dan ook niet echt, die bibberen dan ook helemaal mee, omdat het echt veel te veel bibbert. Alleen ja, gelukkig zijn die klinkerweggetjes ook altijd maar een beperking, die zijn niet heel lang omdat het altijd maar binnen zo'n dorpje is.
Wat er wel lastig aan is, is als die klinkers in een bepaald patroon zijn neergelegd met verschillende kleuren. Daar heb ik dan wel moeite mee. Dan moet ik heel erg opletten dat ik niet naar het patroon, naar de grond kijk, maar dat ik heel erg vooruitkijk en niet naar beneden omdat ik dan, ja, daar gedesoriënteerd door raak.
Wat ik ook wel weer gemerkt heb, is dat als je daar voor de eerste keer rijdt op zo'n weg, dan is het voor mij altijd even heel goed uitkijken van wat voor een weg is het, wat voor ondergrond is het? Hoe breed is de weg? En in dit geval ook heel vaak de fietspaden. Sommige fietspaden zijn ook écht voor één fiets, maar er zijn ook fietspaden waar je met zijn tweeën kunt fietsen en dan konden we ook naast elkaar gaan fietsen, mijn man en ik. Soms was het een beetje ..ehm.. een zandpad. Met name in de duinen ook wel. Of van allemaal schelpjes en dat knispert ook aan alle kanten, maar dat is wel anders kan de klinkerweggetjes. Maar als je daar dan voor de eerste keer rijdt, dan is het altijd een beetje ja, goed uitkijken, goed blijven kijken om je heen ook. Ook omdat je de route dus niet helemaal precies weet, waar moet ik afslaan, wanneer komt de volgende bocht? Altijd goed blijven kijken. Maar het is gelukt! We hebben daar dus een paar keer die 50 kilometer gefietst, hoe lekker is dat?!
Wat we wel ook hebben gedaan, en dat is handig als je een app hebt waar al die fiets ..ehm.. routes op staan, die knooppunten die er tegenwoordig zijn, als we zien dat het langs een ..ehm.. lange rechte weg is, dan is het vaak alleen wel een fietspad er langs, dan hebben we nog wel eens een rustiger route gekozen. Dan moesten we wel af en toe wel wat langer omrijden, maar dan gingen we niet langs die drukke weg waar de hele tijd auto's langs je heen komen. En dat zochten we dan wel uit. Dan namen we een weggetje tussendo...
Wed, 05 Mar 2025 - 16min - 149 - 9 In mijn kracht staan
Het thema tijdens het Schrijfcafe was 'Kracht'. Naar aanleiding van een afbeelding zijn we begonnen met schrijven. De volgende opdrachten waren; 'Aan welke dingen ontleen ik kracht?' en 'Aan wie kan ik kracht schenken?' Wanneer sta ik in mijn kracht?
(eigen foto van touwen in de knoop)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 8, aflevering 9: In mijn kracht staan.
Een tijd geleden hadden wij bij het schrijfcafé het thema: kracht. En we mochten daar als eerste opdracht een visual kiezen, een plaatje, een afbeelding. En ik koos toen een plaatje waar allemaal lijnen, touwen, door elkaar heen liepen en die eigenlijk ook een beetje in de knoop zaten met allerlei verschillende kleuren. En die lijnen lagen allemaal op een blauwe achtergrond.
En deze kaart viel mij dus op. Die heb ik gekozen. En waarom kies ik dat dan? Als kracht het thema is? Nou, daar mochten we dus over schrijven. Die blauwe kleur, die achtergrondkleur, dat is de kleur van communicatie. Dus ergens snapte ik die ook wel. Want blauw dat is dat ook wel communicatie. Zit daar mijn kracht? Ja praten en luisteren, vragen stellen, ja horen in de breedste zin van het woord, schrijven, ook een vorm van communicatie, ja, dat hoort allemaal waardoor ik in mijn kracht kan staan. En door middel van woorden communiceer ik ook met jou. En blauw zit ook als achtergrond kleur in mijn logo van mijn bedrijf. En mijn bedrijf, ja dat gaat over niets anders dan communicatie. Dus ook die past wel heel erg goed. Dus het was eigenlijk heel logisch dat ik die kaart, met die blauwe achtergrond dan koos.
Maar waarom dan ook al die, al die lijnen, die touwen die door elkaar heen lopen, die geknoopt zijn? Nou ja, knopen doorhakken, dat is eigenlijk ook een vorm van kracht. Als je zó veel keuzes hebt, als er zo veel dilemma's zijn en als je dan de juiste keuze kunt maken. Ja en dat kan pas als iets in te knoop zit, want zonder knopen is er ook niets door te hakken natuurlijk. Hoewel, ik vind dat ik niet per se alles hoef door te hakken. Ik kan ook heel goed met geduld de knopen ontwarren. Dat is een hele andere vorm van keuzes maken, dan doe je dat in hele kleine stappen. In kleine stappen komen we tot de essentie, tot de kern.
Of misschien wel het vinden van een nieuwe weg. En al die ja, touwen door elkaar heen, dat zijn ook al die activiteiten die ik doe. Alles, alles wat ik op een dag doe, door de week doe, in een maand doe met mijn gezin, met de familie, met vrienden, met collega's. Ja al die activiteiten ..ehm.. de boekenverkoop, het schrijven zelf, ..ehm.. gebaren leren, sporten, schoonmaken, boodschappen doen, op vakantie gaan, alles! En één van die activiteiten is ook puzzelen. Puzzelen doe ik heel graag als hobby en dat is wel grappig, want ik heb het eigenlijk over het ontwarren van de knopen en puzzelen is eigenlijk de omgekeerde vorm daarvan. Kleine stukjes samen maken dan het grotere geheel. En je zou van dat plaatje, met al die touwen, zou je kunnen knippen en eigenlijk ook weer een puzzel van kunnen maken en dan weer nou ja, opnieuw puzzelen ..ehm.. ontwarren. (ha)
De volgende opdracht die wij kregen tijdens het schrijfcafé was een lijstje maken met de vraag: Aan welke dingen ontleen je kracht? En dat lijstje heb ik gemaakt en ik ga er een paar even opnoemen. Want de volgende vraag was ook meteen: Wat doe je ermee? En ik heb zo'n lijstje gemaakt met aan de ene kant dan de dingen waar ik krachten aan ontleen en aan de andere kant meteen wat ik ermee doe. En het eerste was: inademen, frisse lucht. Dat is dan eigenlijk energie opdoen. Dat doe ik ermee. Ik doe er dan energie mee op.
Schrijven, dat is voor mij ook ontspanning.
Kijken, dat brengt me in het hier en nu, als ik nu kijk, dan ja, dan zie ik wat er op dat moment voor me is.
Eten, goed eten, dat geeft mij energie.
Water drinken, dat heb ik écht nodig!
Waar ontleen ik nog meer kracht aan?
Aan mijn huis, waar ik woon. Want dat biedt veiligheid.
Ik ontleen ook kracht door in actie te komen, door juist dingen te gaan doen! Door keuzes te maken. Ja, en wat doe ik daar dan mee? Ja, dat doe je sowieso, in actie komen is natuurlijk ‘wat doen’. Maar daarbij stel ik ook grenzen, ..ehm.. ik leer daar nieuwe dingen mee, door keuzes te maken laat ik andere dingen ook liggen. Stel ik prioriteiten. Ja, ik doe er dus heel veel mee!
Waar ik ook kracht aan ontleen is door de juiste vragen te stellen aan de ander. En wat doe ik daar dan mee? Ja, dat is om dingen helder te maken.
En de volgende opdracht tijdens het schrijfcafé was dan om één van die dingen uit dat rijtje te pakken en daar weer een tijd over te schrijven. En ik koos toen voor dat woord: inademen. Voor die frisse lucht, waar ik energie door krijg. Dat heb ik toen geschreven. Begon ik met: adem in, adem uit. En met name 's nachts als ik niet kan slapen door hittebuien of allerlei gedachten, dan ga ik écht even mijn bed uit, naar de wc. Dan kan ik weer frisse lucht weer even inademen, kan ik even naar buiten kijken. En door bewust in- en uit te ademen komen de gedachten dan wel weer tot rust. En door uit bed te zijn, gaat mijn lijf ook weer een beetje afkoelen en dan voel ik ook die frisheid op mijn huid en dan kan ik weer naar bed. En dan ga ik toch weer het warme bed in en dan leg ik mijn handen op mijn buik, adem in, adem uit. En dan voel ik mijn buik op en neer gaan en als het lukt, alleen maar letten op m'n inademen -want uitademen gaat eigenlijk vanzelf- dan daalt de rust weer in mijn lijf en komen mijn gedachten tot stilstand. En dan val ik uiteindelijk weer in slaap.
En die ademhaling die is voor mij heel belangrijk om bewust te voelen, en ook dan mijn aandacht daar naartoe te brengen. Want goede slaap zorgt voor nieuwe energie. Energie om de dag door te komen. En overdag dan is die ademhaling natuurlijk ook van belang, alleen ben ik me dat veel minder bewust. Alleen nu tijdens dit vertellen, nu ik dit sta te vertellen aan jou, gaat mijn buik gewoon rustig op en neer. En de rustige ademhaling die voelt voor mij veilig, geborgen. En dat houdt me ook wel in het hier en nu. En tijdens het sporten, dan breng ik die ademhaling tot, ja, tot eigenlijk tot grote hoogte, dan ga ik sneller ademhalen, dieper ademhalen, soms moet ik helemaal happen naar lucht. Alleen dat is tot een bepaalde hoogte mogelijk, want tot het uiterste gaan dat kan ik niet meer. Dat is eigenlijk onmogelijk. Als ik dat wel een keer doe, omdat het een keer nodig is, omdat ik ergens heel hard naartoe moet fietsen of zo, dan voel ik mijn hoofd direct reageren. Dan word ik duizelig. Dan raakt mijn evenwicht gewoon verstoord. Dus ademhalen kan ik niet tot het uiterste. En wat ik wel kan doen, is dan mijn conditie opbouwen en blijven opbouwen en sterk houden, want dan lukt het wel ietsje beter. Nou dat was een tekst die ik geschreven heb naar aanleiding dan van dat woord: inademen, wat mij kracht geeft.
De volgende opdracht in dat schrijfcafé was dan: Aan wie kan ik kracht schenken? Vond ik ook een hele leuke. Mochten we eerst een heel rijtje maken. Ja, dus schreef ik als eerste mijn echtgenoot, die kan ik kracht schenken. Cliënten, mijn zoons, vrienden, vriendinnen, medesporters op de sportschool, de buren, toevallige voorbijgangers, de mensen in de gebarengroep, de toehoorders van presentaties, de lezers via mijn boeken -de patiënten, therapeuten, de artsen- ja en jij als luisteraar van de podcast. Ik kan jou ook kracht schenken als je dat nodig hebt.
De volgende opdracht was om ook weer in dit rijtje één ding te kiezen die jou zelf raakt. En zo'n rijtje schrijf je eigenlijk best snel op en ik had toen ook het woord 'toevallige voorbijgangers' die vond ik wel heel mooi. En daar mochten we weer een tijdje over schrijven. Toevallige voorbijgangers, ja wat is dan toeval? Is de ontmoeting met de ander wel toeval? Het is in ieder geval niet gepland zoals ik... natuurlijk als ik naar de sportschool ga daar ..ehm.. dat is gepland. Dus daar heb ik de ontmoeting, dat weet ik van tevoren. Als ik naar de oefengroep ga, die mensen, daar spreken we mee af. De cliënten die op bezoek komen, daar is ook de afspraak mee.
Dus waarom kies ik uit deze rij dan 'toevallige voorbijgangers'? Dat komt omdat ja, omdat het een soort kleine cadeautjes zijn. Ik zie dan een bepaalde blik, een ontmoeting alleen met de ogen. En dat kan al heel krachtig zijn. Als ik met zachte ogen de ander aankijk, zonder oordeel, zonder iets te moeten of te willen, dat is al zó veel! Dat is zó heerlijk om zo iemand op die manier te ontmoeten. Alleen met een blik in de ogen waarin ik de ander zie! Écht zie! Zonder dat ik ook maar iets weet over die ander. Er is geen verhaal, er is geen verleden, geen toekomst en we hoeven nergens naartoe! We zijn alleen er even op dat moment voor elkaar en hoeven verder niets. En zo'n toevallige ontmoeting die geeft kracht naar beide kanten. Helemaal als er ook helemaal niets in mijn hoofd opduikt, dat vind ik het allerfijnste. Alleen onze ogen die elkaar ontmoeten en dat besef, want het komt niet heel vaak voor, dat besef als ik dat bewust voel, dat is ja, een ervaring als een cadeautje. Hoewel... een cadeautje is misschien iets te veel, het is eigenlijk meer een verrassing, want de ontmoeting is helemaal niet gepland. En er hoeft niets uitgepakt te worden en er hoeft ook niets mee te worden gedaan! Het is alleen oog in oog. En dan van hart tot hart. Heel even in verbinding met die ander. En daar heb ik dan ook een 'Elfje' over geschreven, dat zijn 11 woorden achter elkaar, een heel klein gedichtje.
Alleen
onze ogen
die elkaar ontmoeten
geeft al zoveel voldoening
Verbinding
En ik kom er dan ook achter, dat als ik in mijn kracht sta, als ik mij krachtig voel, dan k...
Wed, 26 Feb 2025 - 11min - 148 - 8 Het verschil maken
Wanneer heb ik een verschil gemaakt? Daar moest ik wel even over nadenken. En dan gaat het ook ineens over het ego. Egocentrisch zijn en een sterk ego hebben, wat is het verschil?
(Profielfoto: Robinotof)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 8, aflevering 8: Het verschil maken.
Ik vind het wel spannend om deze aflevering te maken over ‘het verschil maken’. Want wanneer heb ik nu een verschil gemaakt? Dan komt een beetje dat ego naar boven. En ik noem aan het begin 'je luistert naar Paula Hijne', dus mijn naam noem ik ook, wat voor ego zit daarachter?
Maar oké, ik begin even met de vraag die ik onlangs gekregen heb. En de vraag was of ik een herinnering had aan een moment waarop ik een groot verschil heb gemaakt. Dan kom ik eigenlijk terug op heel vroeger, in de klas, ik werkte in groep 3 op de basisschool, en daar leerde ik de kinderen lezen. En het moment dat ze ontdekten dat die letters een klank hadden, een betekenis hadden, dat als je die letters aan elkaar ging plakken, dat er dan een woord uit kwam, en als je dat dan uitsprak dat ze dan ook wisten wat het betekende. Bijvoorbeeld de letters de sss, de ôh en de kû, want zo noem je dat in groep 3 -het is de es, de oo en de kaa- maar als kinderen leren lezen dan doe je de klanken sss, ôh, kû, als je dat aan elkaar plakt, dan is dat sok. En dan op het moment dat ze dat uitspraken, dan zag je die verbazing dat ze ineens beseften dat ze een woord hadden gezegd, waarvan ze ook een beeld meteen konden vormen, namelijk die sok!
En dat was elk jaar weer dat er kinderen waren waarbij die verbazing zo duidelijk was, en daar hielp je ze bij! En dat is waar ik dan het verschil in maakte dat ze zo ver kwamen. Het had natuurlijk ook een andere juf kunnen zijn, maar op dat moment deed ik dat met die kinderen! Dus daar maakte ik het verschil!
Later, toen ik niet meer in het onderwijs werkte en met cliënten ging werken -en dat gebeurt nog steeds- zijn er heel veel kleine momenten waarbij je dan ineens het spreekwoordelijke kwartje ziet vallen, als ik dan iets uitsprak naar aanleiding van wat de cliënt zelf al verteld had. En dat gaf dan, of dat gaf... dat gééft zoveel meer inzicht, dat ze ook meteen weten welke stap ze verder durven te zetten! En wat ook... waar ik het verschil wel in maak, is nou ja, die ene opmerking die ik een keer maakte naar iemand. Zomaar in een opwelling gezegd. Toen ik juist op dat moment heel waarachtig aan het luisteren was en ook zonder oordeel. En dat ik die opmerking, die ik gemaakt had, allang weer vergeten was, en dat die ander op een gegeven moment daarop terugkomt, en aangeeft 'dat heb jij toen gezegd en dat heeft mij zó veel geholpen'. Nou, dat zijn van die opmerkingen dan, ja, daar heb ik een groot verschil gemaakt zonder dat ik me dat bewust was dat die ene opmerking zo zou blijven hangen.
En het is gek dat ik me tegenwoordig me er zo weinig bewust van ben dat ik een verschil heb gemaakt. Want mijn handelen is er helemaal niet op gericht dat ik een verschil zou moeten maken. En als dat wel gebeurt, als ik een verschil maak, dan hoef ik er ook helemaal geen compliment of een waardering over te horen. Dat is fijn als het gebeurt hè, als iemand wel een compliment geeft, maar het is helemaal niet noodzakelijk. En komt dat omdat ik dan niet zo vaak meer in tegenstellingen denk? In ..ehm.. winnen en verliezen? Of zou het beter zijn als ik er ..ehm.. wél over na ga denken dat ik een verschil zou kunnen maken?
En dan niet vanuit het ego, maar meer juist vanuit de kennis die ik zo graag wil delen, net zoals ik hier nu de podcast ook maak. Mijn verhaal delen. Mijn manier van vertellen. En dat ik dat ook kan gebruiken om dat weer te delen.
En zo voel ik mij een beetje de spreekbuis om de missie uit te dragen, de missie van: ja bijvoorbeeld het... hoe je kunt leren leven met Ménière, met tinnitus, met gehoorverlies. En natuurlijk hoe je kunt leren leven met het zintuig 'evenwicht' als dat helemaal niet meer zo werkt. Ja, en dan mag je mijn naam daarbij eigenlijk vergeten, als je maar wel blijft onthouden wát ik heb gedeeld. Dat daar iets van blijft hangen. Dat de indruk die blijft hangen, dat dat je bij blijft.
En als ik hier dan over nadenk, van waar heb ik een groot verschil gemaakt, in het verleden? Dan ploept er eigenlijk omhoog dat ik vroeger veel vaker mijn ego liet reageren. En dan bedoel ik eigenlijk het ego, een beetje in de negatieve zin van het woord. Dan ga ik eigenlijk terug naar toen ik als regisseur werkte bij ..ehm.. het oogstfeest-cabaret en het onderwijstoneel, hier in Zeewolde. En als regisseur, dan zag ik de mooie plaatjes al voor me. Ik zag de beelden voor me. De teksten die... hoe ze gebracht konden worden. En ik vond dat heerlijk om daar een heel mooi totaalplaatje van te maken zo op het toneel. Dus ik bekeek dat dan ook van alle kanten. Ik wilde overal rekening mee houden. En af en toe kreeg ik daar best kritiek op en die kritiek, ja die pakte ik eigenlijk heel persoonlijk op. En ik vond het best moeilijk om daar dan op de juiste manier mee om te gaan.
En ik weet niet of dan, toen, mijn ego dan in de weg zat. Dan ja, vond ik het helemaal niet leuk dat mijn werk, waar ik zó veel tijd en aandacht aan had gegeven, dat mijn werk en mijn beeld bekritiseerd werd. Dus ik kon er niet helemaal boven staan. En ik kon ook niet ontdekken hoe ik daar mee om kon gaan. Ik weet dat ik meerdere gesprekken heb gehad met ..ehm.. andere deelnemers, andere acteurs, ik heb ook samen met een andere regisseur samen gewerkt, dat we hele gesprekken over hebben gehad van, hoe gaan we hier dan mee om?
En met de wijsheid van nu, had ik er natuurlijk heel anders mee om kunnen gaan. Met name ook om die hele kritiek niet persoonlijk op te pakken. En toch weet ik wel dat ik op dat moment wel iets heel goeds daar op dat toneel heb neergezet. Bij al die uitvoeringen die we hebben gedaan. En dat kwam dan ook door de samenwerking met alle mensen die daar waren, op en naast en achter het toneel, want ik vond iedereen daar belangrijk in; de muzikant die meespeelde, de decorbouwer, degene die de kleding deed, die de mensen ging schminken, degene die voor de koffie en de thee en al het lekkers zorgde, degene die het licht deed en het geluid. Dus niet alleen maar de mensen die op het toneel stonden maar iederéén vond ik daar belangrijk in. En het hele totaalplaatje heb ik steeds voor me gezien en daar ook steeds in geholpen waar dat nodig was. Dat ging niet om die ene hoofdrolspeler. En ik vond het ook heel moeilijk als zo'n hoofdrolspeler dan allerlei kritiek had, want ik vond dat elk steentje, elke bijdrage die geleverd werd, dat dat belangrijk was.
En waarom vond ik dan die ene hoofdrolspeler dan zo moeilijk... had ik daar grote moeite mee? Ja, dat was dan ook iemand, denk ik, met een groot ego, en dat het míjn ego aantastte.
Ego betekent eigenlijk: ik. Komt uit het Latijn en betekent niks anders dan: ik.
Maar als je het hebt over iemand die een groot ego heeft, dan vind je jezelf heel erg belangrijk. Ja, en dat is meer egocentrisch. Nou vind ik dat als je jezelf belangrijk vindt, dat daar eigenlijk niet heel veel mis mee is, maar het wordt pas moeilijk als het ook jouw hele besluitvorming beïnvloedt. Of als je je juist heel superieur voelt aan de ander, dat je dan zo trots bent ten nadele van andere mensen. Dan vind ik dat je een groot ego hebt, en ja dan heb je het meer over ..ehm.., dan voel je je meerderwaardig ten opzicht van de ander. Aan de andere kant, je hoeft je ook niet minderwaardig te voelen, maar kun je je gelijkwaardig voelen?
En dat is dan ook de uitleg van het ego, van het 'ik', dat bedoelen we heel positief, dat is ‘gevoel van eigenwaarde’. Een sterk ego is iemand die met problemen om kan gaan, die nieuwe mogelijkheden ziet, die voldoende veerkracht heeft als het leven moeilijk is. Dat is een sterk ego. En toch kon ik mij dus toen, door die ene hoofdrolspeler, kon ik me helemaal uit het veld laten slaan. En dan vergat ik eigenlijk al die andere medespelers, al die andere mensen die er ook aan mee deden, al die mensen die gewoon hun taak deden, zonder problemen, zonder vragen te stellen, zonder allerlei opmerkingen te hebben. En dat vond ik dus toen toch heel moeilijk, van die ene persoon die dan kritiek had. En dat is dan meer ook door de onmacht. Ik kon het niet helemaal begrijpen en ik kon ook niet begrijpen waarom ik me daardoor zo uit het veld liet slaan. En het duurde best heel lang voordat ik daar boven kon staan, dat het me niet meer in de weg zat.
Tijdens het regisseur zijn, dan ben ik de spin in het web. En waarschijnlijk was ik niet ‘spin’ genoeg dat ik mij dus door een mug (ha) uit het veld liet slaan. Het kan ook zijn dat die ene hoofdrolspeler zich gedroeg als een soort roofvogel, die uit was op ja, mij vermorzelen of zo en zag ik dat dan niet?
En tegenwoordig denk ik dat ik dat heel anders zou oppakken. Heel anders zou uitvoeren, want ik denk dat ik vragen zou stellen, want het kan best zijn dat die ander ook vanuit een stukje onmacht of onbegrip of misschien wel onzekerheid dat daardoor die kritiek kwam. Dus ik zou nu eerder die vragen stellen. Eerst begrijpen en dan begrepen worden. Vooral die dus hè!
Maar ja, we hadden het ook even over het ego, over dat verschil maken. Dat ik dat verschil kan maken zonder dan egocentrisch te worden. Hoe doe je dat dan? Want als ik mijn boeken wil promoten, als ik mijn missie wil uitdragen, als ik ja, mijn kennis wil delen, dan is het goed om daar zichtbaar voor te zijn. Dat mensen weten dat ik dat doe. Dat dat boek er is. Dat ik die presentatie kan geven, dus dan ligt het toch aan mij om zichtbaar te zijn en mij als persoon, daarin kan ik het verschil maken. Dus hoe doe je dat dan?
Wed, 19 Feb 2025 - 13min - 147 - 7 Radio
Sinds 2016 maak ik een radioprogramma bij de Lokale Omroep Zeewolde. De titel van het programma is de eerste vraag die altijd stel: Hoor jij wat ik hoor? Ik krijg er verschillende antwoorden op.
Als de radio 's avonds aan staat, versta ik niet wat er wordt gezegd. Zelfs het verschil tussen muziek of stemmen hoor ik niet. Maar hoe kan het dat ik ook middenin de nacht de radio hoor?
(eigen foto van de wekkerradio)
Volledig transcript:
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering', hoe ons evenwicht werkt. In deze podcast neem ik je mee in de fascinerende wereld van het evenwicht. Zowel fysiek als psychisch. En dit is seizoen 8, aflevering: Radio.
Als je mij al langer volgt, dan weet je dat ik een radioprogramma maak bij de lokale omroep in Zeewolde. En dat programma heet: 'Hoor jij wat ik hoor?' Dat maak ik al sinds 2016. Dus dat is al heel lang. Strakjes, in januari 2026, dan maak ik het programma al 10 jaar! Dan zit daar natuurlijk wel de periode van corona bij. Toen zijn er wat minder programma's gemaakt en zo, omdat we niet in de studio mochten. Ik mocht geen gasten ontvangen, dus er zijn wel wat afleveringen uitgevallen. Maar ik maak het één keer per maand, en niet vaker omdat ik, ja, het kost best heel veel tijd.
Ik zoek zelf de gasten uit die ik uitnodig om te interviewen. Ik zoek zelf de muziek uit. Ik regel dus de datum. Ik regel dat er een technicus bij is en ook dat de studio gereserveerd is, zodat we goed kunnen opnemen. En we nemen altijd op. Dus het is geen live programma. Het programma wordt overdag opgenomen en het wordt op zondagavond uitgezonden. Zondagavond van 8 tot 10 uur, dat is een beetje mijn vaste uur, dat 'Hoor jij wat ik hoor?' dan te horen is. Elke zondagavond. Ik neem het één keer per maand op en dat betekent dat in die maand zelf, het programma een paar keer herhaald wordt. Dat gebeurt heel vaak bij de lokale omroep, dat programma's herhaald worden en dat is in mijn programma dus ook zo.
En ja, 'Hoor jij wat ik hoor?', een programma over horen in de breedste zin van woord. Zo hoor je het ook in de jingle, als je naar het radioprogramma luistert. En dan interview ik allerlei gasten, over allerlei soorten onderwerpen, en dat kan van alles zijn. Het kan ook gaan over het levensverhaal, maar het kan ook gaan over werk, over een hobby, over vrijwilligerswerk. Over iets waar zij heel erg voor staan, voor dat ze iets regelen, vaak is het ook wel vrijwilligerswerk. Sporten kan het over gaan, muziek maken. Nou, noem maar op!
En ook mensen met gehoorverlies en zo, over tinnitus heb ik het pas weer gehad. Over hobby's die ik zelf ook heel erg leuk vind. Want dat is wel heel belangrijk; de onderwerpen die ik kies en de gasten die ik kies, dat is waar ik nieuwsgierig naar ben, waar ik waarschijnlijk ook wel het een en ander over weet, maar waarvan ik het heel leuk vind dat andere mensen daar ook meer over te weten komen. Dat de luisteraars daar ook van kunnen genieten, van zo'n verhaal. En zo'n interview is het ook. Ik stel de vragen zó dat de mensen zelf weten wat hun antwoord is, omdat ze praten over iets wat hun passie is, wat zij leuk vinden, waar ze enthousiast over zijn.
Ik gebruik daar wel hulpmiddelen bij. En die hulpmiddelen is voor mij dus echt een koptelefoon opzetten. En dat is heel fijn. Die koptelefoon kan ik zelfs over mijn hoortoestellen heen doen. En dan gaat het ook niet piepen of zo. Dat is heel prettig, want dan kan ik namelijk de spreker, de gast die ik heb, die ik interview, die kan ik makkelijker verstaan. Omdat de stem veel dichter bij mijn oren nog is, het is écht, door de koptelefoon krijg ik het nog dichter bij me. Dan hoef ik niet de hele tijd spraak af te zien, ik hoef niet de hele tijd te kijken naar het mondbeeld en naar de ander. En dan kan ik even zelf naar de klok kijken, ik kan op mijn papier kijken, want dat is mijn andere hulpmiddel. Ik heb mijn aantekeningen daar liggen waar de vragen op staan, maar ook het papier waar ook de muzieknummers op staan -dat doe ik natuurlijk niet allemaal uit mijn hoofd- zodat ik dus dat kan oplezen op het moment dat het nodig is. Dus dat zijn dingen die ik heel prettig vind.
Wat ik ook tegenwoordig doe is tijdens de radio, dat ik in plaats van zitten, ga ik staan. Dus ik sta tegenover de gast, die kan ik goed aankijken maar daardoor heb ik ook iets meer bewegingsruimte. Net als wanneer ik nu de podcast opneem, dan heb ik 2 handen vrij, ik kan wat bewegen, ik kan mijn voeten op en neer zetten, dat voelt veel makkelijker om te vertellen, maar ook om vragen te stellen. En ook om goed te kunnen luisteren naar de ander. Dus dat zijn ook allemaal dingen die mij helpen.
Goed, mijn programma 'Hoor jij wat ik hoor?', dat is ook altijd de eerste vraag die ik stel, dat geef ik ook aan. De eerste vraag die ik altijd stel is: 'Hoor jij wat ik hoor?' Het grappige is, er zijn wel vier categorieën waarin mensen een antwoord kunnen geven. Want ik krijg elke keer wel een ander antwoord. Maar het lijkt een beetje op elkaar, dus daarom heb ik het ingedeeld in vier categorieën. De eerste is een beetje dat: horen, ja 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dan gaat het over horen als communicatie. En dan geven ze aan: ja we horen precies hetzelfde wat er wordt gezegd, maar we interpreteren dat op een hele andere manier. En dat kan dan komen door een andere ervaring of een andere achtergrond, andere geschiedenis, karakter, zienswijze, reflectie, kennis, noem naar op. Horen is dan luisteren naar het gesproken woord.
De andere categorie is: anders horen door het gehoorverlies. Er zijn gasten namelijk die ook gehoorverlies hebben. En als niet alle geluiden meer hoorbaar zijn, dan gaat het vaak over de mate van het gehoorverlies en op welke frequenties dat ook is en vaak noemen ze dan ook wel even een voorbeeld. Dat ze dan bepaalde dingen niet meer horen zoals een auto die voorbijrijdt, dat horen ze niet meer zo maar. Of het koffiezetapparaat wat pruttelt. Allemaal geluiden die dan wegvallen en waar ze het dan over hebben als ik die vraag heb gesteld.
De derde categorie ja, dan, (ha) jij hoort iets wat ik niet hoor. Ja, degene die mij goed kennen, die weten dat ik tinnitus heb. En dat geven ze dan ook aan, dat ik iets hoor wat zij niet horen en dat ze eigenlijk ook geen idee hebben wat ik hoor! Maar als ze zélf tinnitus hebben, dan gaat het eventjes bij die eerste vraag over het verschil tussen wat we horen en of zij een ruis hebben of een piep of een brom, in welk volume, daar kunnen we het even heel kort over hebben.
Maar die vierde categorie, dat zijn de mensen die zeggen: 'weet ik niet!' De vraag komt dan zo onverwachts en dan hebben ze eigenlijk helemaal geen antwoord op die vraag. En vaak vinden ze het heel spannend bij mij om gast te zijn, om geïnterviewd te worden. En ik zet ze eigenlijk een beetje op het verkeerde been met zo'n gekke vraag en dan vinden ze het moeilijk om daar antwoord op te geven. Maar ook als ze zeggen: 'ik weet het niet', is dat natuurlijk ook een antwoord. En dan gaan we over op de volgende vraag en dan is het vaak een vraag over waar ze geboren zijn, waar ze vandaan komen, waar ze eerst gewoond hebben, nou allerlei vragen waar ze daarna vervolgens overal antwoord op hebben (ha). Dat is wel heel grappig dat ook het antwoord: 'ik weet niet' helemaal niet erg is.
En dat is dus radio maken. Een radioprogramma maken over allerlei soorten onderwerpen. En het interviewen vind ik ontzettend leuk om te doen. Ik heb natuurlijk leren coachen, dus de kunst van het vragen stellen, dat kan ik ook gebruiken bij het interviewen. Dus ik stel de vraag en tegelijkertijd kan ik daar dan ook dieper op ingaan. Dus als ze een antwoord geven, wat óf niet helemaal duidelijk is óf waar ik echt zo van heb: hier kan je nog wel wat meer over vertellen, dan vraag ik dat ook. Dat betekent dat ik ook zelf heel goed moet blijven luisteren wat iemand vertelt. Dat ik écht moet kunnen volgen, waar heb je het nou precies over?
En dan moet ik bekennen, zelf luister ik heel weinig naar de radio. Ik luister ook heel weinig naar andere podcasts, want het luisteren, het luisteren naar radio, luisteren naar een podcast, dat ervaar ik steeds weer dat het mij ongelofelijk veel energie kost. Ik heb er namelijk geen mondbeeld bij, ik heb geen mimiek, ik zie geen lichaamstaal, dus ik moet alles op gehoor doen. En dat vind ik best moeilijk, dat vind ik dus ja, ..ehm.. zwaar om daar ook de aandacht bij te houden. Ik heb heel vaak toch het beeld erbij nodig of ik moet het ook mee kunnen lezen, zoals mijn eigen podcast. Daar zit altijd het transcript bij, dus dan kun je meelezen met wat er gezegd wordt en dan is het dubbelop; dan kun je én luisteren én lezen tegelijk. Maar dat heb ik heel vaak bij andere podcasts niet. En al helemaal niet bij radio, bij een radioprogramma.
Dus ik heb zelf heel weinig de radio aan. Heel af en toe als we in de auto zitten, dan wil mijn man nog wel eens de radio aanzetten. En dan horen we een of ander programma. En daar ook merk ik in, dat ik niet alle stemmen goed kan verstaan. En het leidt me dan ook heel erg af, als ik wat anders aan het doen ben. Ik kan maar één ding tegelijk, dus als ik naar de radio wil luisteren of naar een podcast, moet ik eigenlijk alleen maar gaan zitten en luisteren. Terwijl je de neiging hebt om nog even andere dingen te gaan doen. Er zijn mensen die kunnen, dat, die gaan juist wandelen en gaan een podcast luisteren. Of doen in de auto dus de radio aan of luisteren naar een podcast en rijden ondertussen en kunnen toch goed om zich heen kijken en veilig rijden. Nou dat is aan mij niet besteed, ik kan dat niet. Ik moet óf dan -ik rijd ik zelf geen auto- maar op de fiets bijvoorbeeld, dan moet ik echt alleen maar fietsen en rondom me heen kijken en zo, en niet a...
Wed, 12 Feb 2025 - 16min - 146 - 6 Dan heb je nog iets aan je dag
Ik vind het een vreemde uitspraak: Dan heb je nog iets aan je dag. Waarom? Dat leg ik uit in deze korte aflevering van de podcast Evenwicht, je leven.
(Foto: Pixabay, van Sonja-sunrise)
Volledig transcript:
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' met als boventitel: Hoe ons evenwicht werkt. En in deze podcast neem ik je mee in de fascinerende wereld van het evenwicht. Dit is seizoen 8, aflevering 6: Dan heb je nog iets aan je dag.
“Dan heb je nog iets aan je dag.” Voor mij is dat een hele vreemde zin. Deze hoor ik wel vaker op de sportschool. Als ik dan aankom, om half 9 ongeveer, dan gaan er al mensen weg. Ze zijn al klaar met sporten. En als ik dan vraag zoiets van: “Heb je lekker gesport?”, dan krijg ik als antwoord, “Ja hoor, ik heb het al gehad -zo heel moe ook hè-. En dat is wel fijn, want dan heb ik ook nog iets aan mijn dag.” Dus vroeg opstaan om vroeg te gaan sporten is bedoeld om daarna nog iets aan je dag te hebben. Nou snap ik dat wel, als je, voordat je gaat werken eerst gaat sporten. Want dan kun je namelijk ook op tijd beginnen met je werk. En dan is het juist heel slim om ook dan vroeg te gaan sporten.
Maar het vreemde is, dit wordt juist gezegd door mensen die niet meer werken, die niet meer in het arbeidsproces zitten. Die al met pensioen zijn. Ja, dan snap ik ook wel als je -terwijl je met pensioen bent- toch ook druk nog bent met vrijwilligerswerk, dat je dan eerst gaat sporten en dat je je daarna gaat inzetten voor de ander. Middels dat vrijwilligerswerk, wat het ook maar is. En dat is natuurlijk helemaal oké. Maar als ik dan doorvraag, wat ze verder gaan doen op die dag, dan krijg ik het antwoord: “Ja, ik heb geen afspraken, dan zie ik wel wat ik ga doen vandaag.”
Hè!? Vroeg sporten omdat je dan nog iets aan je dag hebt en dan eigenlijk niet weet wat je gaat doen?! Dat vind ik dus vreemd. En ik realiseer mij, om dan even bij dat sporten te blijven, voor mij is het sporten onderdeel van de dag. Sporten is voor mij ook noodzaak. Het is namelijk belangrijk om mijn evenwicht continu te prikkelen. En daar is de sportschool natuurlijk bij uitstek geschikt voor, dat is dé plek om dat de doen. Daarnaast, thuis natuurlijk het traplopen, ..ehm.. het heen en weer lopen naar de supermarkt, een wandeling maken, heen en weer fietsen naar het dorp, naar de fysiotherapeut, naar de gebarenoefengroep, het werken aan het stabureau, de hele dag door prikkel ik mijn evenwicht in meer of mindere mate. En tijdens het sporten op de sportschool is het natuurlijk juist veel méér.
Bij het sporten is het natuurlijk ook dat ik mijn conditie goed blijf houden, en wellicht wel een beetje kan verbeteren weer. En ook kracht opbouwen en mijn kracht ook houden. De spieren sterk houden. En het is ook een beetje de sociale contacten. Je komt daar natuurlijk andere mensen weer tegen, je hebt daar weer even een babbeltje met deze of gene. En dan degene die klaar is met sporten, dat je even vraagt: “Heb je lekker gesport?” en dan als antwoord krijg: “Dan heb je nog iets aan je dag.”
Ik besef me: ik hoef niet meer iets heel vroeg op de dag te doen, om dan nog iets aan mijn dag te hebben. Ik kan gewoon tussen 7 uur, half 8 opstaan om dan heel rustig de dag te beginnen, want de dag ís er al. En eigenlijk maakt het ook niet zo veel uit wat ik ga doen. Of ik ga werken of dat ik iets ga regelen of een gesprek voeren. Andere mensen ontmoeten. Of dus ga sporten. Ik heb dan ook de mogelijkheid om mijn eigen agenda te bepalen. En meer dan vorige jaren besef ik mij, dat ik ook andere keuzes kan maken in wat ik wel en niet oppak. En hoeveel tijd en energie ik erin stop. Dus ik hoef niet meer iets haastigs, 's morgens heel vroeg te doen, om daarna nog iets aan mijn dag te hebben. Als alles wat ik doe iets bijdraagt aan de dag, dan hoeft de dag niets te ‘hebben’, tussen aanhalingstekens. Dan is het ‘erbij zijn’. Met aandacht de dingen doen, zorgt ervoor dat elk moment van de dag ertoe doet!
En nu snap ik dus ook, nu ik dit zeg, snap ik ook waar het om gaat. Nu snap ik ook waarom ik dat zo'n vreemde zin vind om te zeggen: ‘dan heb ik nog iets aan je dag.’ Ik doe met aandacht de dingen op een dag en zo doet elk moment van de dag ertoe! Dat hoeft niet in de toekomst te zijn. Elk moment is er. Die dag is er vanzelf, daar hoeven we helemaal niets mee te doen. Die dag is er vanzelf, het wordt vanzelf weer avond, het wordt vanzelf weer nacht. En met een beetje geluk staan we ook elke ochtend weer op om weer een nieuwe dag te beginnen. En dan niet om iets vroeg te doen of heel haastig te doen of wat dan ook om dan nog iets aan de dag te hebben, want die dag ís er al! Ja dat zijn van die, van die dingen, dan vraag ik me wel eens af hoe komt het dat het mij triggert dat iemand zoiets zegt?
Nou, dit heb ik even dus uitgewerkt, zo'n zin, zo'n regel. En het fascineert mij ook altijd om dan nét even verder te denken, dan alleen maar zo'n zin aan te horen en daar niets mee te doen. Eigenlijk is het wel grappig, ik hoor zo'n zin, ik luister ernaar, ik neem het mee naar huis, het doet me iets, het raakt me. En dat ik dan dus nu dit verhaal daarover vertel en dan uiteindelijk tot de conclusie kom, dat ik het liefst de dingen met aandacht doe, op een dag, want zo kan elk moment van de dag er iets toe doen. En dan maakt het niet uit op welk moment het is, élk moment doet ertoe!
Nou, ik geloof dat ik deze podcast voor mezelf ook nog wel vaker kan terugluisteren, om mezelf ook weer scherp te houden dat het mij zelf niet overkomt om te zeggen: dan heb ik nog iets aan mijn dag. Dank je wel voor het luisteren naar deze aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dit was seizoen 8, aflevering 6: Dan heb je nog iets aan je dag. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.
Sat, 08 Feb 2025 - 06min - 145 - 5 Alweer traplopen
In eerdere afleveringen heb ik het al eens gehad over traplopen en hoe belangrijk dat is voor ons evenwicht. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Dus: alweer traplopen.
(eigen foto's met Canva gemaakt)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En fijn dat je weer luistert! Ik ben Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Hoe ons evenwicht werkt. En in deze podcast vertel ik nog veel meer over ons evenwicht. Want er is nog zó veel meer te vertellen, zowel fysiek als psychisch en dat paste niet allemaal in één boek. Dus vandaar deze podcast. Dit is seizoen 8, aflevering 5: Alweer traplopen.
In seizoen 1, aflevering 6 heb ik namelijk al een uitgebreide podcast gemaakt over traplopen. Daarin heb ik ook een heel verhaal verteld over de hele lange trap in de mergelgroeve in Maastricht. Daar sta je eerst bovenaan, beetje bovenaan de berg en dan kijk je zo over die hele groeve. En daar is een trap waar je helemaal naar beneden kunt lopen, naar de bodem van de mergelgroeve. Trap af blijkt dan heel zwaar te zijn, als je evenwicht niet goed werkt. We hebben daar toen gewandeld en we zijn later weer terug gekomen. Toen moesten we die trap weer helemaal op, want de fietsen stonden boven, dus trap op. En ook dan merk je weer hoe zwaar dat is. Maar op een hele andere manier.
Bij trap af lopen kijk je namelijk de diepte in en de diepte in kijken dat is, als het evenwicht niet goed werkt, dat is best lastig. Dus als je dan naar beneden loopt van de trap af, is het altijd belangrijk dat je je goed vasthoudt, dat je met aandacht loopt en dat je goed kijkt hoe je je voeten neerzet. En vooral die diepte in kijken bij een hele lange trap -en eigenlijk bij elke trap al waar je naar beneden gaat-, dat is lastig. Trap op, dan heb je te maken met je conditie. Dan ga je namelijk tegen de zwaartekracht in, dan moet je jezelf echt omhooghalen en dat maakt het dat het heel vermoeiend is. En daarom, traplopen, het is de ideale evenwichtsoefening zowel naar boven als naar beneden, waarbij dus naar beneden lopen, dus nog veel belangrijker is.
En de foto van het boek 'Evenwicht, in uitvoering', daar staan twee voeten op die de trap aflopen. Dat is dus een hele bewuste keuze geweest. Juist omdat traplopen in ons dagelijks functioneren, in ons dagelijks leven, dat kunnen we gewoon heel vaak doen. Dus vandaar die ideale evenwichtsoefening.
Nou en hoe kom ik hier nu op om 't alweer over traplopen te gaan hebben? Dat komt omdat de wc bij ons in de badkamer, die is op de eerste etage, die was stuk. En 's nachts moet ik er heel vaak uit en ik gebruikte natuurlijk die wc, want die is dichtbij. Dat doe ik heel vaak in het donker. Dan sta ik op in het donker en ik loop dan op de tast naar het toilet. En nu helemaal, want we hebben hele donkere gordijnen. Komt er helemaal geen licht binnen in de slaapkamer. En dan loop ik door en dan kom ik in de hal en daar is een klein smal raam en dan komt er een beetje licht van buiten. En de wc-deur hou ik altijd een stukje open, want dan is er nog iets te zien, dan heb je nog een beetje contouren die je op de wc ziet. Maar oké, de wc was kapot, dus die kon ik niet meer gebruiken boven. En ja, de loodgieter, dat duurde twee maanden voordat ie kwam. Dus twee maanden lang heb ik elke nacht, als ik naar het toilet moest, één, twee, soms wel drie keer in de nacht, dan moest ik dus helemaal naar beneden lopen.
Ja, dan zal je wel afvragen, dat is toch helemaal geen probleem, dat doe je toch? Maar dat is dus anders als je evenwicht niet goed werkt, dan wordt dat namelijk al een heel stuk moeilijker. Dan wordt het écht eigenlijk een uitdaging. En ik wil het heel graag in het donker doen. Ik wil het liefst geen licht aan doen, dan heeft mijn man er ook geen last van, wordt hij daar niet wakker van. Kan ik dat heel stilletjes zelf doen. En als ik dan beneden aankom, aankwam, het is eigenlijk al verleden tijd, want de wc is op dit moment weer gemaakt, dan deed ik mijn slippers aan. En die slippers, daar loop ik niet mee de trap op en af, dus die staan beneden en die deed ik dan aan en dan had ik toch niet hele koude voeten. En als ik weer dan naar boven ging, dan zette ik de slippers weer beneden in de hal en kon ik de trap weer op naar boven. Maar ja, hoe heb ik dat dan gedaan? Je wordt wakker, je moet naar het toilet, je bent echt zóó slaperig nog dat je ja, ..ehm.. een beetje, beetje, beetje wankelt. Dat heb ik heel vaak wel als ik nog half slaperig ben.
Hoe deed ik dat dan? Ik stond dan natuurlijk toch op en als ik mijn bed uitkom, houd ik mijn handen altijd bij de muur, want daar heb ik meteen steun aan. En dan loop ik van het bed en dan loop ik langs de kast. Ook die hou ik even vast en dan kijk ik goed: daar ga ik naar toe lopen. Dan loop ik een beetje naar het licht, omdat die slaapkamer zo donker is. Dus dan liep ik dus daarnaar toe en dan kwam ik bij de trap. De trap is meteen naast onze slaapkamerdeur, dan pakte ik de leuning vast. Dan stond ik met mijn voeten op de rand van de trap en dan ging ik eerst voelen: waar sta ik precies? En daarna ging ik dus met mijn voet naar beneden.
En heel vaak, als ik zo slaperig was, deed ik dat dan stap voor stap, dat ik één stap naar beneden zette en de andere voet erbij zette. En dan weer de volgende, eigenlijk mijn rechtervoet is dat dan meestal, die zet ik naar beneden toe en de linkervoet zet ik erbij en dan weer de rechtervoet een traptrede naar beneden, linkervoet erbij. Dat was voor mij makkelijker en dat kon ik met veel meer aandacht doen dan wanneer ik voet voor voet, stap voor stap, naar beneden ging. Dat kon wel 's morgens vroeg als ik al een tijd wakker lag in bed. Zo maar midden in de nacht was het voor mij veel fijner om dat voet voor voet te doen. Dus één voet naar beneden, rechtervoet, linkervoet erbij. Rechtervoet naar beneden en linkervoet erbij. En dat is elke keer weer een stukje balans vinden, weer opnieuw goed je evenwicht zoeken en pas als het evenwicht weer goed was, wanneer ik dat weer onder controle had, dan pas kon ik de volgende stap zetten. En zo ben ik dus twee maanden lang, elke nacht, in ieder geval één keer per nacht, zo naar beneden gelopen. En daarna natuurlijk in het donker ook weer omhoog.
Dan moet ik zeggen: naar beneden lopen vond ik veel moeilijker dan dus het naar boven lopen. Dat ging me veel makkelijker af. En als ik dan boven was, en het is nog steeds zo, want als ik van het toilet kom, dan loop ik weer de donkere slaapkamer in en dan is het ook weer op de tast, loop ik dan naar de kast toe, ik raak de kast aan. Met de andere kant voel ik al een beetje waar het bed is, dan raak ik de muur aan, en dan zo langzaamaan naar het bed.
Dan moet je ook weten, ik ga dan 's nachts zonder bril en zonder hoortoestellen. En dan heb ik ook voor mijn ogen, ook nog gel in mijn ogen, omdat ik weinig traanvocht heb en dan is het voor de nacht heel fijn om die gel in te hebben. Dan zie ik dus nog veel moeilijker! Dus het is een... nou bijna een driedubbele handicap: ik hoor niet zo goed, ik zie het allemaal niet goed, ik moet het écht op de tast doen en het evenwicht werkt ook niet goed. En tóch heb ik het elke keer gedaan en blijf ik 't ook nog steeds doen. As ik 's nachts naar de wc ga, probeer ik in het donker dat allemaal te doen. En dat komt ook wel, ik ben gewend natuurlijk aan deze omgeving. Ik ken de trap goed, ik ken de weg naar de wc goed, dus dan lukt dat ook wel in het donker.
Dat is heel anders als wij bijvoorbeeld naar een bed & breakfast gaan. Dan wordt dat veel moeilijker. Dan ben ik mij heel bewust van de trap, als daar een trap is, want soms is de bed & breakfast natuurlijk gewoon gelijkvloers. Maar als dat een trap is, waar je ook 's nachts naar beneden moet om naar de wc te kunnen, dan ben ik me heel bewust waar ik loop, hoe ik loop. Dus ik zorg ja, al bijna dat ik wat meer wakker ben en niet zo ontzettend slaperig. En anders doe ik er dus écht een lichtje bij aan. Dan wil ik nog wel eens 's nachts ook echt de lamp aan doen, dan wordt mijn man wakker, dan heb ik zo het is maar zo, want ik wil toch veilig die trap af kunnen. En met name daarna ook de trap weer op. Wat ik ook dan vaak doe is dat ik de gordijnen niet helemaal dichtdoe, zodat er altijd wel wat licht binnen komt, op een kamer die voor mij onbekend is. Dat vind ik dan toch wel heel fijn.
Nou, ik vertelde net al natuurlijk over dat trap af lopen, dat je dat dus kunt doen door je ..ehm.. ene voet naar beneden doen, andere voet erbij zetten en je kunt natuurlijk ook gewoon om en om naar beneden lopen. Maar er zijn ook mensen die achterstevoren de trap af gaan. Dan moet ik zeggen: dat vind ik best wel moeilijk, maar bij een smalle trap is dat wel veel veiliger. En een smalle trap kom je wel op verschillende plekken tegen, ook wel eens in musea en zo, of bij een molen waar je naar binnengaat en waar je dan graag boven wil kijken. Dan, als ik naar beneden ga, ga ik altijd achterstevoren en dan hou ik me ook vast aan de, aan de ..ehm.. traptreden zélf. Vaak is het ook dat je die gewoon kunt vastpakken, omdat het houten planken zijn of een vlizotrap. En dan hou ik me vast aan die traptreden en zo ga ik dan achterstevoren naar beneden.
Dat doet me ook denken aan de vlizotrap vroeger bij mijn ouders in huis. Wij sliepen dan daar op een zoldertje. Mijn vader had in het huis een zoldertje gemaakt en daar mochten we dan altijd logeren. En die trap op dat ging dan nog wel, maar de trap af was ook altijd achterstevoren, want dat had mijn vader zo ook aan ons geleerd en dan ook altijd de leuning vast pakken en anders dus de traptreden vasthouden en dan zo stapje voor stapje naar beneden. En moest ik altijd heel goed voelen wanneer die laatste tree er was, zodat ik ook mijn voet goed op de grond kon zetten, zonder dat je dan ja ..ehm.. nog een traptrede te gaan had. Altijd...
Wed, 05 Feb 2025 - 14min - 144 - 4 Gebruik je 3 I's
Gebruik je 3 I's. Het is een 'begrip' hier in huis. Over welke 3 I's heb ik het? Een verhaal over een bureau, wonen in dit huis, coachen en de 3 I's.
(eigen foto)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne en ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En ik vertel graag over ons evenwicht, maar dan in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 8, aflevering 4: Gebruik je 3 I's.
Gebruik je 3 I's. Wat bedoel ik daarmee? Dan wil ik beginnen met te vertellen waarom ik deze podcast wil maken, hoe ik op dit idee ben gekomen. Dat kwam omdat ik in het Volkskrant Magazine -eentje van vorig jaar, van 2024, ergens in het najaar- daar stond een essay in geschreven door Wilma de Rek, dat had de titel: de 3 R'en. En dat ging over Rust, Reinheid en Regelmaat. Wat betekenen die 3 R'en? En daar gaat het essay over en wat ik zo mooi vond is, dat ik las dat in 1905 is die term, de R'en, gelanceerd door Sien van Hulst. Sien van Hulst is in 1868 geboren, en toen zij 26 jaar oud was richtte zij een vereniging op voor wijkverpleging en ziekenzorg. En een paar jaar later werd dat Het Groene Kruis. Dat was een landelijke vereniging en vanaf die tijd werd ook die Sien van Hulst het gezicht van Het Groene Kruis in Friesland, maar ook ver daarbuiten. Ze gaven voorlichtingsbijeenkomsten en brachten ook brochures uit.
En één van die brochures schreef Sien van Hulst in 1905 en die gaf ze als titel: Reinheid, rust en regelmaat. Het was maar een brochure van maar 15 bladzijdes en ging voornamelijk over de verzorging van pasgeboren baby's. Na de dood van Sien van Hulst in 1930 begonnen haar 3 R'en, die zij dus bedacht had, die begonnen een nieuw leven! Na de 2e wereldoorlog werd dit de slogan voor de Hollandse huisvrouw! Toen Nederland een verzorgingsstaat werd, met het gezin als hoeksteen van de samenleving, en de huisvrouw als belangrijkste steunpilaar. Ja, dit vind ik dan heel bijzonder om te weten dat die 3 R'en toen meegenomen zijn en dat die dus door de huisvrouw zijn omarmd. En nu hoor je nog heel vaak die 3 R'en, rust, reinheid en regelmaat, dat dat zo belangrijk is in het leven.
Misschien nu wel meer dan ooit, omdat we ja, in een hele drukke, volle, actieve samenleving zijn waarin van alles gebeurt. Ook in het hele leven om ons heen. Ook wat er in de wereld gebeurt, dan is helemaal die rust, reinheid en regelmaat een hele mooie slogan waar we misschien wel weer terug naar kunnen.
Maar in ieder geval, doordat ik dat las dacht ik zelf aan het gebruik van de 3 I's die bij mij in huis gewoon zijn geworden. Maar ja, wat zijn die 3 I's dan? Dan wil ik je meenemen in het hele verhaal hoe ik die 3 I's heb gebruikt, ja, bij mij in huis hier. Dan begin ik met het bureau. Een bureau dat stond in het ouderlijk huis van mijn man en dat werd gebruikt door zijn vader. Groot bruin houten bureau, dat stond op een heel klein kamertje. En op het moment dat mijn man uit huis ging, toen heeft zijn vader dat bureau op zijn oude slaapkamer neergezet en dat was een beetje de spil in die kamer, want hij stond echt mídden in de kamer. En daaraan heeft de vader van mijn man nog heel veel aan gewerkt. Daar stonden zijn kalligrafiepennen met inktpotjes, allerlei soorten papier, want daar was hij altijd mee bezig. Wat verf stond daar ook op. Houtskool, ik weet niet waar hij allemaal mee aan het werk was, maar dat bureau werd in ieder geval flink gebruikt!
En in 2000 hebben wij ons huis gekocht. We hebben in ons huis, in de garage, hebben we meteen eigenlijk een soort muurtje gebouwd, zodat we een voor- en een achterkant hadden. We hebben de garage op gedeeld in twee delen. Toen in 2001, was de verkoop van het huis, het ouderlijk huis van mijn man. Zijn ouders waren allebei overleden en het huis moest leeg. Alle spullen moesten eruit, die werden verdeeld. En dat bureau heeft heel lang op die kamer gestaan, maar moest toen weg. Iedereen mocht bedenken van wat ze mee wilden nemen uit dat huis en dat bureau bleef nog staan en toen heb ik gevraagd: “Mag ik dat bureau meenemen?”
En dat bureau is meegekomen hier naar ons nieuwe huis, waar we toen eigenlijk nog maar nét in woonden. En dat bureau is neergezet aan de achterkant in de garage, want we hadden het al in twee delen gedeeld. En in het achterste deel daar is ook een verwarming, daar staat ook een koelkast, waren wat planken opgehangen om spullen op te zetten en daar hebben we ook het bureau neergezet, want we wisten eigenlijk niet zo goed waar we het in huis neer moesten zetten. Maar ik wist wel: ik wil dit bureau nog niet wegdoen. Dit bureau is ergens nog nodig voor. Een beetje op intuïtie was dat. Intuïtief heb ik besloten: dat bureau mag mee naar huis en daar gaat nog iets mee gebeuren. Ik wil dat nog niet kwijt. Het heeft dus al die tijd achterin die garage gestaan.
En toen werd ik ziek in 2006. Toen woonden we dus al een aantal jaren in dit huis. En met het re-integratietraject kwam ik erachter: ik wil gaan coachen. Ik wil mensen gaan begeleiden een-op-een, niet meer in het onderwijs met kinderen, maar op een hele andere manier, met volwassenen ook. En ik ben in 2008, ben ik een soort zelfstudie gaan doen om te weten hoe je nou moet coachen. Toen kwam ik al in aanraking in een van die coachboeken over de 2 I's. En dat vond ik al heel leuk! Ik heb toen sowieso alles wat ik leerde in de zelfstudie, heb ik op hele grote vellen papier geschreven. Dat heb ik allemaal opgehangen, om elke keer terug te kijken naar: oké, wat heb ik nou precies geleerd? Waar gaat het over? En ik heb verbanden gevonden, ik heb inzichten opgedaan, ik vond dat heel mooi om dat in het heel groot te zien en om dan dus daarvan te leren. En daar stonden ook die 2 I's bij. Ja, wat dat allemaal inhoudt? Daar kom ik dan strakjes op.
In ieder geval, ik wilde mensen gaan coachen. Daar heb ik het met mijn man toen ook wel over gehad en zo. En... maar stel dat ik dat wil gaan doen, hoe doe ik dat? En ineens had ik het plan. Een ingenieus idee! Als we nou de voorkant van de garage nou eens gaan ombouwen en dat ik daar een soort praktijkruimte kan maken. Ik was er helemaal enthousiast over. Ik heb toen overdag mijn man gebeld die aan het werk was, zo van nou hoor eens, dit plan heb ik. Hij zegt, nou goed idee! Maak maar een plan, ga maar bedenken hoe je dat dan voor je ziet. Dan gaan we daar in de herfstvakantie mee aan de gang. Nou, ik ben dus gaan nadenken: wat wil ik dan precies?
En daar komt ie: dat bureau wat ik helemaal in het begin heb verteld, dat bureau dat achterin de garage stond, dat heb ik naar voren gehaald en dat is ja eigenlijk, het eerste meubel wat paste in mijn praktijkruimte. En dat past ook precies daar bij het muurtje, alsof het ervoor gemaakt is, dat het daar past. Het is namelijk geen standaard bureau, hij is wat smaller dan normale bureaus zijn en het paste daar perfect! Daar begon het mee. Als dat bureau daar in die hoek komt te staan. Toen ben ik verder gaan denken. Wat doe ik op de vloer? Wat wil ik op de muur? Wat voor een andere meubels zijn daarbij nodig? In ieder geval een ronde tafel waar ik met cliënten aan kan zitten. Ik wil ook een kastje waar ik dan dossiers in kwijt kan.
Nou, al die dingen heb ik opgeschreven. Het plan heb ik gemaakt. En toen ik dat eenmaal helemaal klaar had, en mijn man thuiskwam, had ie zo van: nou een heel goed plan, dan gaan we dus in de herfstvakantie daarmee aan de slag. En dat zijn we toen ook gaan doen. Dat betekende dus dat we een heleboel moesten verbouwen, beneden in de garage. Spullen die voor in de garage stonden moesten naar achteren. Spullen die achter in de garage stonden, daarvan gingen de dingen allemaal buiten in een schuurtje. En zo hebben we een heleboel dingen opgeruimd, maar ook ingericht. Dus we hebben er een vloer ingelegd ..ehm.. we hebben behangen, we hebben het plafond wit gemaakt, want dat was heel grijs, een beetje grauw. Dus het is een lichtere kleur geworden. En we zijn naar de winkel geweest om bepaalde meubels te kopen die daar ook heel mooi in passen. En zo heeft mijn man ook een paar planken opgehangen. Nou al die dingen hebben we toen geregeld in één herfstvakantie, in één week. Ik heb dus het initiatief genomen om aan de gang te gaan. Om dat dus te gaan ..ehm.. regelen, dat ik dus een praktijkruimte voor elkaar had.
Bij die coachpraktijk is er een deur naar de hal toe. Dat betekent dat als mijn mannen in huis waren -mijn jongens waren toen nog kleiner, dus die woonden gewoon nog bij ons in huis- dan hadden ze de neiging om heel vaak die deur door te komen, ook al was ik daar gewoon aan het werk. Ze kwamen gewoon binnen. Toen dacht ik: ze moeten weten dat als ik aan het werk ben, en helemaal als ik met cliënten bezig ben, dat ze niet binnen kunnen komen. Toen heb ik een deurhanger gemaakt en daar heb ik opgeschreven: gebruik je 3 I's. Nou toen ik dat de eerste keer had opgehangen en zij hadden dat gezien, hadden ze natuurlijk: mam, wat bedoel je daar nou mee?! En dat heb ik toen uitgelegd. Ik heb uitgelegd over die 2 I's waar ik eerder over gelezen had. En die 2 I's die staan voor: wees inventief en toon initiatief. Ik heb er eentje daarvoor nog aan toegevoegd. En dat is de I van intuïtie. Dus gebruik je 3 I's. Want op het moment dat ze mij nodig hadden, konden ze ook zelf wel bedenken wat ze precies moesten doen en daarbij dus: gebruik je intuïtie, wees inventief en toon initiatief. Daar zijn die 3 R's voor. (ik zeg R’s maar ik bedoel I's)
En die deurhanger, die gaat nog regelmatig op de deur als ik weet dat mijn man thuis gaat komen en ik ben met een cliënt in gesprek in mijn praktijkruimte. Dan hang ik 'm daar op, want hij kan niet altijd zien dat ik daar met een cliënt zit. Dus die deurhanger is nog steeds actueel, wordt nog steeds gebruikt. En toen ik dus deze aflevering zo aan het voorbereiden was en over aan het nadenken was met die 3 I's, toen dacht ik: het zou ook an...
Wed, 29 Jan 2025 - 13min - 143 - 3 Pascal en Decibel
Deze aflevering gaat over 'geluidsdruk'. Wat is geluidsdruk? Wat heeft Pascal daarmee te maken? En hoe zit het dan met Decibel?
(eigen foto, audiogram)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dit is seizoen 8, aflevering 3: Pascal en decibel.
Wat betekent nou Pascal en wat is decibel? Het heeft even geduurd voordat ik dat zelf echt kon begrijpen en dat wil ik wel met je delen. En dan begin ik eigenlijk met luchtdruk.
Om te weten wat luchtdruk is, want daar heeft het ook allemaal mee te maken, de luchtdruk is de druk die lucht uitoefent op ja, eigenlijk alles wat zich op aarde bevindt. En luchtdruk bestaat, omdat lucht onder invloed staat van de zwaartekracht. De zwaartekracht van de aarde. En daarom heeft het gewicht. Dat is die druk. De luchtdruk die werkt in alle richtingen en varieert dan van plaats tot plaats.
En waarom vertel ik even over luchtdruk? Want ik ga het hebben over geluid. En wat is geluid? Geluid dat is een verandering in de luchtdruk. Dat zijn trillingen in golven door de lucht. En die geluidsgolven die kunnen zo zijn tussen de 20 en 20.000 Hertz. Dat kunnen onze oren, die kunnen dat waarnemen.
En wat is Hertz dan? Hertz is de eenheid voor het aantal trillingen per seconde. 20 Hertz dat zijn weinig trillingen en dat zijn lage tonen. 20.000 Hertz dat zijn heel veel trillingen en dat zijn de héle hoge tonen. En helemaal 30.000 Hertz, dat ja, dat zijn maar heel weinig mensen die dat nog goed kunnen waarnemen met hun oren. Dus Hertz, dat zijn geluidsgolven, de hoeveelheid geluidsgolven per seconde. Daar heb ik het eerder over gehad; ik heb er vaker over gesproken, onder andere in seizoen 4, aflevering 20: Hoor je dat? Dan heb ik het over de werking van het oor en dan gaat het ook over die Hertz frequenties.
Maar ik wil het nu hebben over de geluidsgolven die met een bepaalde kracht onze oren bereiken en dat is de geluidsdruk. Ik heb over Hertz dus heel veel geschreven en over decibel heb ik alleen maar geschreven: 'dat is het volume van het geluid'. Maar toen vroeg ik me toch af: wat is dat precies, dat volume van het geluid? Hoe komen ze aan ..ehm.. de schaal daarvan? Dat ben ik dus gaan opzoeken en dan kom ik eerst bij Pascal uit. Pascal die geeft aan de eenheid voor druk. Dat is de eenheid voor de geluidsdruk. En Pascal -het is wel vernoemd naar een man, naar Blaise Pascal- die leefde in de 17e eeuw, en hij was onder andere wis- en natuurkundige. En 1 Pascal, het gaat over de druk van 1 Newton op 1 vierkante meter. Dus het heeft écht te maken met druk. Ook weer onder invloed van die zwaartekracht hè, waar ik het al eerder over heb gehad.
Even een heel ander klein weetje over die Blaise Pascal, die naamgever van de geluidsdruk, hij is ook uitvinder geweest van het openbaar vervoer. Maar dan dus in de 17e eeuw, dus écht heel lang geleden. Maar dat was een tussendoortje.
Die geluidsdruk in Pascal, nou ga ik nog een keer uitleggen hoe dat zit met dat geluid. En dat heb ik gevonden op de website: de geluidsisolatiedokter. Dat is een website uit België, maar daar vond ik toevallig een hele mooie ..ehm.. regel, mooie zin over de uitleg ervan, hoe dat nou zit met die geluidsdruk. Daar komt hij dan, ik lees hem voor:
‘Een geluidsbron brengt de luchtmoleculen aan het trillen, waardoor de ene molecuul zijn buur aanstoot en vervolgens terugkeert naar een evenwichtspositie. En dat proces zorgt voor een serie onderdrukken en overdrukken ten opzichte van de atmosferische druk’. En die atmosferische druk dat is het gewicht van de lucht op een oppervlakte, ook weer die luchtdruk eigenlijk hè! En die is er dus altijd. En die verandert wel met de hoogte, dus waar je dan ook bent, het is elke keer een andere atmosferische druk. Een geluidsgolf is dus niets meer of minder dan een zich voortplantende serie onderdrukken en overdrukken veroorzaakt door het trillen van de luchtmoleculen. Nou, dit wordt dus dan uitgedrukt in Pascal.
En de minimale luchtdrukvariatie die wij mensen kunnen waarnemen, is en daar komt hij: 0,00002 Pascal. En bij een drukverschil van 20 Pascal, dan zit je eigenlijk tegen de pijngrens aan, dan doen onze trommelvliezen ongelooflijk veel pijn! Dan heb ik het dus over luchtdruk en we hebben het dus over de... eigenlijk het volume van het geluid, de druk waarmee die geluidsgolven in ons oor, nou ja, min of meer geperst worden.
Maar ik las het net al voor hè, die ..ehm.. het minimale wat wij kunnen horen, dat is 0,00002 Pascal, en wat heel zeer doet aan onze oren tot aan de pijngrens zit je op 20 Pascal. Daar zitten heel veel getallen, zitten daar nog tussenin. Het dynamische bereik dan van onze oren, dat is het verschil tussen de gehoordrempel, dat is het allereerste wat wij kunnen horen, tussen de gehoordrempel en de pijndrempel, dat is een factor miljoen. En dus de lineaire schaal, Pascal is dus een lineaire schaal, en als we dat in Pascal gaan gebruiken, dan krijg je een hele grote, ja en misschien wel een veel te onoverzichtelijke schaal. En daar komt decibel om de hoek kijken!
Want decibel dat is een logaritmische schaal en die is dan beter geschikt. En over decibel heb ik het al eerder gehad. Het vorige seizoen, seizoen 7, aflevering 19, toen heb ik een aflevering gemaakt over 'doof of zo' en toen heb ik verteld over decibel. Alleen nu ga ik een stapje verder om erachter te komen wat decibel nou precies inhoudt. Ja, dat is dus een maat voor de geluidsdruk, eigenlijk het geluidsdrukniveau. Alleen niet in Pascal, want dat zou veel te groot zijn. Ze hebben dat dus anders verdeeld. Logaritmische schaal. En dat hebben ze decibel genoemd. Decibel is een kleine d en een hoofdletter B, dB en dat is afgeleid van Bell.
En ja dat is ook weer een weetje eigenlijk. Uiteindelijk is Bell... komt van Alexander Graham Bell en die leefde in de 19e eeuw, hij is zelfs in 1922 overleden, en Graham Bell is de uitvinder van de telefoon [en even weer een tussendoortje, want Graham Bell was ook spraakleraar aan mensen die doof waren, aan kinderen die doof waren. En hij was ook heel erg tegen het gebruik van gebarentaal, allemaal dingen waar ik allemaal connecties mee heb hè, ik leer zelf ook gebaren en zo.
Het gekke is dat deze Graham Bell, die had wel een heel goed contact met Helen Keller en die was doofblind. En die leerde zelf de tactiele gebarentaal, die leerde braille, die leerde spraakafzien. Ze was doofblind en ze is cum laude afgestudeerd op de universiteit. Ze kende wel vijf talen en ze heeft tientallen boeken geschreven. En ze is héél belangrijk geweest voor de doofblinde gemeenschap in die tijd en nog steeds is ze daar een voortrekker van, een heel belangrijk figuur. En ook eigenlijk dus wel met die ..ehm.. gebarentaal dat, ja zij wel het tactiele, het voelen van letters en zo, dat de letters in je hand geschreven worden, dat op een andere manier... dat jou... jij aangeraakt wordt, zodat je voelt wat er gezegd wordt. Maar ondanks dat zij doof en blind was, kon ze ongelooflijk goed leren en ja, zij had dus heel goed contact met die Graham Bell, de uitvinder van de telefoon, die natuurlijk weer alles met geluid te maken had. Het is heel gek allemaal, (ha) dat dat zo bij elkaar komt].
Goed, terug naar decibel, want daar gaat deze aflevering over. Decibel is eigenlijk puur een getal en het is dus onafhankelijk van een fysieke eenheid. Ze noemen dat een ‘dimensieloze’ eenheid. En decibel dat is 10x de logaritme van een verhouding. Dus ze hebben die lijst van Pascal, die lineaire schaal, die hebben ze in een logaritmische schaal neergezet. De decibelschaal is dus een logaritmische schaal. Dat betekent dat elke stap van 10 decibel een tienvoudige verandering in intensiteit vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld: dat een verhoging met 10 decibel staat gelijk met een toename van druk met een factor van 10. En een verhoging van 20 decibel, staat voor een vermeerdering met een factor 100 en een toename met 30 decibel, dat is een verhoging met een factor 1000 zelfs.
Nou, het voordeel is dan van die decibel schaal, is de overzichtelijkheid. Dat is veel makkelijker. Het blijkt ook dat de respons van het menselijk oor is ook logaritmisch. Ik heb net al verteld over een verhoging van 10 decibel dan is het een toename van de druk met factor 10, maar voor geluidsintensiteit, als je plus 10 decibel doet, dan wordt dat door het menselijke oor geïnterpreteerd als een verdubbeling van de geluidssterkte. En een toename van het geluidsintensiteitsniveau met factor 100, dus die 20 decibel erbij, wordt geïnterpreteerd als een verviervoudiging van de geluidssterkte en een toename met factor 1000, dit is die 30 decibel, die wordt geïnterpreteerd als een verachtvoudiging van de geluidssterkte.
Dat wil zeggen dat zelfs 3 decibel, dat is... dat lijkt heel weinig, dat wordt door de mens als een hele merkbare verhoging in geluidssterkte ervaren. Vandaar ook dat als we het hebben over op festivals, dan willen we... dat is weer naar 103 gegaan. Als ze die 103 weer terug gaan doen naar 100 decibel, dan is dat een heel aanmerkelijk verschil! Dat zou dus veel beter zijn voor ons en misschien is 100 wel veel te veel, je kan beter gaan naar zo'n 80 decibel.
Wat is dan 80 decibel? 80 decibel dat is ongeveer als iemand heel hard aan het roepen is en 80 decibel staat dan voor 0,2 Pascal. Nou als je weet dat die gehoordrempel die 0,00002 Pascal is, dan zit je op 0 decibel, dan is 0,2 Pascal natuurlijk wel een héél end verder, maar dan noemen we dat 80 decibel om dan een betere schaal te krijgen in verdeling van die geluidsdruk.
Om dan een beetje een beeld te krijgen, als je niet de vorige aflevering van decibel gehoord hebt: het geritsel van een boomblad, dus als de bomen een beetje aan het ritselen zijn, dat is ongev...
Wed, 22 Jan 2025 - 17min - 142 - 2 Alles is minder behalve
Ik ben verkouden en dan doen een heleboel functies het in mijn lichaam minder, behalve...
De aflevering begint met een stukje tekst dat ook in het nieuwe boek 'Hoor jij wat ik hoor' staat. Het manuscript voor het boek is af. Een mijlpaal in het schrijfproces.
(foto: Pixabay-MissKarin)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne, ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat is het allereerste boek over dit fascinerende zintuig. Na de uitgave van het boek in 2020 kwam ik erachter dat er nog zó veel meer is te vertellen over het evenwicht, zowel fysiek als psychisch. En dan gaat het ook bij mij over de ziekte van Ménière, over tinnitus, over het gehoorverlies en over al die andere dingen die ik meemaak in mijn leven die een psychisch effect hebben, maar dus altijd wel weer een relatie hebben met dat evenwicht. Dit is seizoen 8, aflevering 2: Alles is minder, behalve...
En misschien heb je het al gehoord aan mijn stem, ik ben verkouden.
‘Ik ben enorm verkouden, ik heb een zere keel, ik heb een volle neus, ik kan helemaal niets meer ruiken en proeven en al mijn spieren in mijn lijf doen pijn en ik kan dus helemaal niet zo veel doen! Ik voel me slap. En het lijkt of ik watten in mijn oren heb, want ik hoor nagenoeg niets. Ik heb geen trek in eten. Ik kan me niet focussen op een boek of een puzzel of een gesprek. Er is helemaal geen concentratie. En ik ben zó moe! Alles in mijn lichaam doet het minder, behalve... ja de tinnitus. De tinnitus, het oorsuizen, die is harder in plaats van minder. Waarom wordt die niet minder als mijn hele lichaam wél minder presteert? Dat is toch gek!’
Nou, deze ervaring die is van járen geleden. Het is zelfs een ervaring van voordat ik ..ehm.. de ziekte van Ménière kreeg in 2006. Toen ik eenmaal in 2006 Ménière had en dus thuisbleef -niet meer naar school ging, afstand heb genomen van het onderwijs- toen ben ik eigenlijk helemaal niet meer verkouden geweest. En dat heeft zo geduurd tot 2021, want toen kreeg ik corona, zoals heel veel andere mensen. Dat was best een heftige, want een jaar lang heb ik helemaal niets meer kunnen ruiken en proeven. Gelukkig is dat heel langzaamaan weer teruggekomen, maar nog steeds zijn er momenten dat ik heel weinig proef. Vooral 's ochtends vroeg heb ik dat, als ik dan aan het ontbijt zit en ik ben dan aan het eten dan wil het nog wel eens dat ik helemaal niet proef wat ik eet. Ook het ruiken zal er dan niet helemaal zijn, dat zal ook niet helemaal goed zijn, net alsof het nog niet wakker is geworden. En dan merk ik dat later op de dag, dat het wel terugkomt. En dat ik dan later, als we 's avonds -eten we meestal warm- dat ik dan met het warme eten dan wel weer ja, met smaak kan eten. Dat ik het dan wel weer proef.
En ..ehm.. ja vroeger in het onderwijs, was ik regelmatig verkouden. Wel meerdere keren in het jaar. En sinds dus die corona, heb ik dat ook weer, dat ik een paar keer per jaar verkouden word. Net zoals nu. Is ook niet zo heel gek; er zijn allemaal mensen om me heen die allemaal verkouden worden en zo, dus het is niet raar dat ik dan ook aangestoken word, omdat ik ook met mensen om ga. Dat is misschien ook wel het verschil dat ik toen in 2006, dat ik thuis kwam te zitten en niet meer in het onderwijs werkte, dat ik ook heel veel minder sociale contacten had. En als je minder in contact komt met andere mensen, is de kans dat je verkouden wordt ook veel kleiner. Dus ik denk dat dat er ook mee te maken heeft. In ieder geval, nu kom ik wel weer heel veel met mensen in contact en misschien is dat ook de reden dat ik dan nu steeds veel, steeds meer, vaker verkouden ben.
En dat verhaal wat ik in het begin vertelde, dat is een stukje uit het boek 'Hoor jij wat ik hoor?' Dat boek heb ik nu geschreven. Het manuscript is klaar, maar daar wil ik even terugkomen, op dat verhaal zelf. Want dat verhaal past nu ook hè. Mijn neus zit verstopt, mijn oren zitten verstopt en alles klinkt heel dof en heel ver weg. Ik ben héél moe. Het voelt alsof ik zo elk moment weer in slaap kan vallen en ik heb eigenlijk nergens zin in. En toch ben ik gisterochtend, ben ik wel gaan sporten en ik ben ook naar het schrijfcafé gegaan. Dat is in het dorp hier, ik ben op de fiets nog weggeweest. Het was koud buiten en het is wel heel lekker als je dan toch een verstopte neus hebt. En het heeft me wel goed gedaan, dus ik kwam eigenlijk vol energie weer thuis. Sowieso na het sporten, maar ook na het schrijfcafé. Maar toen merkte ik 's avonds na het eten, dan word je weer wat moe en zo, dan begon ik ook weer volop te snotteren en dan doet alles het dus weer minder!
Alles dat... dat, je wordt wat slap ..ehm.. je hebt dan toch ook daarna helemaal nergens meer zin in 's avonds, maar een beetje zitten. Ja, alles doet dus het minder, behalve dus die tinnitus! Die blijft dus luid en duidelijk aanwezig. En dat verhaal dus over die verkoudheid en over dat alles minder wordt in je lichaam behalve die tinnitus, ja dat is natuurlijk een verhaal wat heel erg past in het boek over tinnitus.
En vorige week -het was het begin van januari- heb ik op die eerste werkdagen het manuscript af gemaakt. Dat heb ik een hele tijd laten liggen, want de vormgever die had aangegeven: 'ik kan pas in januari daarmee aan het werk'. En ik denk dat het goed is dat ik het een tijd weg heb kunnen leggen, want toen ik opnieuw dat manuscript door ging nemen, kwam ik erachter van hé, dat past veel beter daar! En als ik dit hoofdstuk nou in een ander hoofdstuk verdeel, een extra hoofdstuk, dan wordt het veel overzichtelijker. En zo heb ik dus een paar hele rigoureuze wijzigingen gedaan, waar ik achteraf heel blij mee ben dat ik dat heb kunnen doen. En vorige week heb ik dus die laatste puntjes op de i gezet en toen heb ik het manuscript door gestuurd naar de vormgever, ergens aan het begin van de week al. En ja, dat is weer een beetje zo'n mijlpaal als jouw boek, het manuscript daarvan, helemaal klaar is. Dat je dan zegt van: ja, nu is het zoals ik het helemaal wil hebben, zo had ik het voor ogen en zo is het ook geworden.
Het ligt nu bij de vormgever. En ik heb het manuscript ook gestuurd naar twee meelezers aan wie ik gevraagd heb om ook het voorwoord te maken, dan kunnen ze zien wat het uiteindelijke manuscript is geworden. En ook dat voorwoord heb ik van deze mensen ontvangen, dus nu kan de vormgever ermee aan het werk. Die gaat eerst redigeren, gaat eerst kijken of de spelling helemaal goed is, of er geen foutjes meer instaan, en misschien dat ze ook nog aan komt van: nou ja, kan je niet beter dat of dat doen, of kun je dat niet beter weg halen of daar nog iets aan toevoegen? Ik ben heel benieuwd of ze daarmee komt. En daarna wordt het écht helemaal vorm gegeven, mooie lay-out gaat het worden en ja, dan wordt het een écht fysiek boek!
Ik ga dan de komende tijd nadenken over de volgende stap die ik moet gaan zetten, dat is dus naar de.. welke uitgever, nee, wel of niet uitgeven!? Ik denk dat ik het in eigen beheer ga doen, maar dan wel, het moet naar een drukker. Dus de drukkerij kan ik gaan inlichten, ik kan gaan vragen, op een gegeven moment als we weten hoe veel bladzijdes het boek gaat worden en zo en de grootte ervan, dan kan ik dat doorgeven aan een drukkerij en een offerte opvragen. Nou ja, dat soort dingen, dat is wat er nu allemaal in gang gezet gaat worden. En dan ..ehm.. komt dit verhaal over alles is minder, behalve de tinnitus, dus tijdens een zware verkoudheid heb ik dan overal last van, alles wordt minder, alles wordt ..ehm.. ja minder voelen, minder proeven, minder ruiken, minder horen sowieso, het geluid is helemaal vervormd, behalve de tinnitus, dat ie er altijd helemaal luid en duidelijk overal overheen speelt (ha!). Dat verhaal komt dan ook in dat boek en dat is ook dan deze aflevering: seizoen 8, aflevering 2: alles is minder, behalve...
Je hebt geluisterd naar de podcast 'Evenwicht, je leven', ik ben Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
Wed, 15 Jan 2025 - 09min - 141 - 1 Kippenvel
Dit is de eerste aflevering van seizoen 8.
Wanneer krijg je kippenvel? Wat is kippenvel eigenlijk?
(foto; kippenvel, pixabay)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat is het allereerste boek over dit fascinerende zintuig.
Na de uitgave van het boek, kwam ik erachter dat er nog zó veel meer is te vertellen over het evenwicht, zowel fysiek als psychisch. En daarom maak ik deze podcast.
En ik heb al 7 seizoenen gemaakt met elk 20 afleveringen. Dus je kunt altijd nog even terug gaan luisteren vanaf seizoen 1 als je mij nog niet eerder hebt gehoord. Dit is seizoen 8, aflevering 1: Kippenvel.
Waarom maak ik een aflevering over kippenvel? Ja dat had ik dus niet van tevoren bedacht dat ik hier een aflevering over zou willen maken... kippenvel!! Maar pasgeleden kreeg ik weer kippenvel, toen ik luisterde naar een zangeres op tv en ineens vroeg ik mij af, wat is dat precies, kippenvel? En dat heb ik dus opgezocht en dat wil ik graag met je delen, want kippenvel heeft ook met evenwicht te maken. Ik heb eerst gezocht in het Van Dale basiswoordenboek. Daarbij staat over kippenvel: dat zijn puntjes op je huid als je het koud hebt of van iets schrikt. En dan staat er een zinnetje bij: van een griezelfilm krijg ik kippenvel. Dat geeft al een beetje aan waardoor het gebeurt, maar wat is het nou precies?
Toen ben ik verder gaan zoeken, op Wikipedia. Kippenvel, er zijn ook andere woorden voor: dat is horripilatie of spasmodermie. Dit is het verschijnsel dat haren op de huid rechtop gaan staan. En hierdoor krijg je koude rillingen en ziet de huid eruit als die van een geplukte kip op gans. Nou vond ik dat ‘gans’ wel een beetje gek, maar nou blijkt dat in het Duits hebben ze het over Gänsehaut, dus dan gebruiken ze juist de gans voor het woord kippenvel. En in het Engels is het goose bumps en ook dan is het ook die gans die ze daarvoor gebruiken. Hoe zit het dan precies?
Net al gaf ik aan in het Van Dale basiswoordenboek zeiden ze al van: het is ..ehm.. als je het koud hebt, dus kippenvel treedt op bij het voelen van kou. Maar het kan dus ook bij bepaalde emoties zijn, zoals angst of diep ontzag. Of bij het beluisteren van indrukwekkende muziek. Nou ja, en dat is wat ik natuurlijk ook heb ervaren, dat juist een bepaalde zangeres mij kippenvel gaf nadat ik dus luisterde naar haar stem of naar die muziek, naar die melodie. Toen dacht ik van wat betekent het nou precies? Wat gebeurt er nou in je lijf? Nou dat komt dan door kleine spieren, die zitten onder de huid, hele kleine spieren en die trekken zich samen, waardoor de haarzakjes een beetje omhoog gaan staan en dan gaan de haren van die haarzakjes helemaal rechtop staan.
Dat wordt veroorzaakt door het autonoom zenuwstelsel. En het deel van het autonoom zenuwstelsel -dat heet het sympathische zenuwstelsel- dat is wanneer het lichaam in actie is, dan treedt het sympathische zenuwstelsel in werking. Het is dan ook dat je kippenvel, kun je helemaal niet onderdrukken. En het ontstaat meestal op je onderarmen, op je benen of op je borst, bij mannen is dat met name, want kippenvel ontstaat op die delen van je lijf waar veel lichaamshaar zit. Nou heb ik op mijn benen helemaal niet zoveel lichaamshaar (ha) dus ik voel het eigenlijk niet ja, nee ik voel wél kippenvel over mijn hele lijf, maar alleen het kippenvel is te zien op die delen van waar dus wel veel haar zit.
Het gekke is dat er helemaal geen spreekwoord is over kippenvel, van ‘daar krijg je kippenvel van’ of zo, dat is helemaal niet echt een officieel spreekwoord. Maar wel het spreekwoord: ‘mijn haren rijzen te berge’. Een beetje een ouderwets spreekwoord en dat betekent dan -staat in het ‘Groot spreekwoordenboek’- men zegt wel dat iemands haren bij grote schrik recht overeind gaan staan en te berge betekent hier dan ook gewoon: omhoog. Recht overeind. Nou, dat is ook hè, als je ergens van schrikt dan kun je dus ook kippenvel krijgen en dat is precies wat dat spreekwoord eigenlijk ook zegt. Eigenlijk zegt het spreekwoord dat je dan kippenvel krijgt, want je haar op je hoofd, bovenop, die gaan helemaal niet recht overeind staan, het zijn juist al die kleine haren op je lichaam waarbij dat gebeurt.
Maar wat is nou kippenvel als je bekijkt van waar komt het dan vandaan? Nou, dat heeft te maken, bij de dieren, bij dieren die ..ehm.. hebben ook, die krijgen ook kippenvel en daar heeft het ook nut bij, want als zij kippenvel krijgen, bij kou of bij schrik, dan gaat hun vacht overeind staan en dan ontstaat een soort isolatielaagje die de kou buiten houdt en ook omdat dat weer omhoog komt, die vacht, groter, worden ze groter, is dat ook een beetje om te imponeren, om zichzelf te beschermen, om te laten zien: nou ik ben groot genoeg, ik ben groter dan jij. Dus kippenvel is voor ons een evolutionair overblijfsel van onze behaarde voorouders. Het heeft bij ons eigenlijk helemaal geen functie meer.
Daar is een artikel over verschenen in de Quest, in november 2024, heel recent eigenlijk. En daar staat ook nog in: er zijn mensen die op commando kippenvel kunnen krijgen en hoe dat kan, dat is eigenlijk een mysterie. Ze weten niet hoe dat, hoe dat kan, want het is meer een reflex, je kunt het niet onderdrukken, kippenvel krijg je dus, ja vanzelf! Door dus ..ehm.. de overgang van warmte naar kou, maar ook dus dat schrikken en zo.
Maar ik was meer benieuwd naar hoe dat dan zit met die emotionele betrokkenheid en die verbinding. Dus ik ging zelf ook eens even kijken wat ik zelf daarover geschreven heb en dat is in het, dat is in het hoofdstuk 10, dat over voelen gaat. Dat. En het is het kopje: ‘Super gevoelig. Het kan zijn dat je super gevoelig bent op bepaalde plekken op je lichaam. Je kent vast wel iemand die je niet over de voetzolen mag strijken. Of prikken in de zij en je hoeft er maar naar te wijzen en de ander krimpt al in elkaar. Of het oorlelletje van de ander aanraken. Als iemand dat bij mij doet, (ha) dan zorgt dat voor een huivering door mijn hele lichaam. En het zachtjes aanraken van de hand, vooral van iemand die je niet zo goed kent, kan heel vreemd en tegelijkertijd heel intiem aanvoelen, voor beiden. Een stevige handdruk zijn we dan weer veel meer gewend.
Maar elke aanraking zorgt voor een bewuste of onbewuste reactie van het lichaam en dat is rillen, schrikken, lachen of huilen, ontspanning, alertheid, verkramping of kippenvel. En dat heeft dan ook direct invloed op de werking van de evenwichtsorganen, omdat er een verandering van houding plaats vindt. En dat kan heel duidelijk te zien zijn, hè, als je gaat lachen dan is dat een hele duidelijke reactie van je lichaam, want dan gaat je lijf ook een beetje op en neer en zo. Maar het kan ook heel subtiel zijn en dat is bijvoorbeeld dat kippenvel, dat gebeurt heel subtiel, dat kun je wel van buitenaf zien, maar je blijft verder eigenlijk helemaal stil staan. Maar toch, dat maakt voor de werking van de evenwichtsorganen helemaal niet uit, want ze registreren immers ook hele subtiele veranderingen’.
Ons evenwichtsorgaan is het allergevoeligste zintuig wat we hebben. Dus ook kippenvel beroert dus de evenwichtsorganen. En dan zijn aanrakingen, die kunnen ook emoties teweegbrengen en dat is beetje het innerlijke voelen. En die emoties dat kan zijn blijdschap, angst of woede, die emoties die zorgen weer voor sensaties in je lichaam. Zoals bijvoorbeeld ook de vlinders in je buik of de knoop in je maag of een dichtgeknepen keel. En zelfs deze emoties kunnen een subtiele verandering van houding teweegbrengen en dus de evenwichtsorganen extra stimuleren. En nou, daar hoort dus dat kippenvel ook bij. En kippenvel ja, kan dus ook duiden op emoties.
Als er een bepaalde emotie is, dan ja... ..ehm.... hoe heb ik het opgeschreven? Ja ik heb het gevonden: ‘spiritueel kippenvel’ kan duiden op een emotionele betrokkenheid en verbinding. Ons brein begrijpt de emotie en daar krijg je dan kippenvel van. Of misschien is het wel andersom. Je krijgt eerst kippenvel en dan begrijp je de emotie die dat teweegbrengt. En dat komt ook als je open staat voor nieuwe ervaringen. Dan heb je ook meer kans om kippenvel te krijgen.
En die vond ik wel interessant, want ik heb me altijd afgevraagd: ben ik tegenwoordig gevoeliger geworden om kippenvel te krijgen, want ik krijg het best vaak. Ben ik gevoeliger geworden dan vroeger? Dan kan het zijn dat ik ook veel bewuster met van alles bezig ben en ook bewuster met iemand in gesprek ben, waardoor ik dus meer open sta voor wat er allemaal gebeurt en dan is dus ja, die kans op kippenvel is dan ook groter en dat gebeurt dan ook vaker. Want ja, tijdens een gesprek, dan voel ik dat, de cliënt die zegt dan iets en dat klopt dan zó. Dat is zó waar. Die cliënt is op dat moment zó zichzelf en zó authentiek, en daar krijg ik dan kippenvel van. En op het moment dat ik kippenvel heb, dan heb ik al zo van: wat jij zegt dat klopt gewoon helemaal!
Ik heb het ook als ik zelf het verhaal vertel over het schilderij met het vliegende tapijt en elke keer als ik dat verhaal vertel krijg ik zelf kippenvel, omdat ik dan weer de emotie terugkrijg die ik ook had toen ik dat schilderij voor de allereerste keer zag! Als je wilt weten hoe dat is, daar heb ik eerder een aflevering helemaal over gemaakt, over het vliegende tapijt.
Ik heb het ook wel als ik aan iemand denk die mij zeer dierbaar is of was en dan kan ik ook ineens zomaar kippenvel krijgen. Ik heb het ook als mijn man over mijn rug streelt, heel zachtjes, heel zachtjes, dan krijg ik een soort huivering door mijn hele lijf, een rilling en het gekke is, het is niet alleen kippenvel op je armen, of je onderarmen en benen, ik heb het eigenlijk over mijn hele lijf dat ik het krijg, ik voel het helemaal to...
Wed, 08 Jan 2025 - 16min - 140 - 20 Durven luisteren
Durven, daar is lef voor nodig. Heeft dit met angst te maken? Ik heb namelijk geschreven dat ik op een gegeven moment naar het geluid van de tinnitus durfde te luisteren. Wat bedoel ik daarmee?
(Foto; gemaakt tijdens de voorstelling Jij hoort in het theater. Kunstwerk speciaal gemaakt voor deze voorstelling).
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Maar er valt nog zó veel meer te vertellen over ons evenwicht. Niet alleen het fysieke, maar ook het psychisch evenwicht. En ook daar vertel ik graag over en daarom maak ik ook deze podcast, omdat er nog zo veel kennis is te delen en ook zo veel ervaringen over ons evenwicht. Over mijn evenwicht in dit geval. Dit is seizoen 7, aflevering 20: Durven luisteren.
Seizoen 7, aflevering 20, dit is de laatste aflevering van seizoen 7. Hierna volgt seizoen 8. Maar dat is nog aflevering 20: Durven luisteren.
En ik begin even met een citaat: ‘Durf is het eerste ingrediënt voor succes, zonder kracht om te springen, blijven we vastzitten in de veiligheid van het bekende’. Dit is een uitspraak van Lao Tse. En Lao Tse was een Chinese filosoof geboren in 571 voor Christus, dus heel lang geleden en hij wordt gezien als de grondlegger van het taoïsme.
Maar even terug naar die quote, naar dat citaat: 'durf is het eerste ingrediënt voor succes'. Deze aflevering gaat over durf, want ik noemde het net al: aflevering 20: Durven luisteren.
De audioloog die het manuscript 'Hoor jij wat ik hoor?' meegelezen heeft -ik vond het heel fijn dat er ook een audioloog zou meelezen, want dan is er ook een professional die dan meer weet over tinnitus, want het gaat over tinnitus, het boek 'Hoor jij wat ik hoor?', dus ik vond het heel fijn dat hij mee wilde lezen. En hij had opmerkingen gemaakt onder andere bij de tekst 'toen ik eenmaal naar het geluid durfde te luisteren' -de zin gaat natuurlijk veel verder- maar toen heeft hij erbij gezet over dat woord 'durven', dat durven te maken heeft met angst en ik heb dus dat... die opmerking gemaakt, maar voor mij is het een hele andere manier van durven ..ehm... misschien wel van lef hebben.
Het kan natuurlijk zijn dat lef ook dus wel gekoppeld is aan angst. Ik weet het niet precies, maar het was voor mij meer de bewustwording ervan. Ik kan bewust gaan luisteren naar de tinnitus. Het is een mogelijkheid, het is een keuze. Ik kan luisteren met aandacht naar mijn eigen geluid! En dat over die angst, daar had hij vaker wel ja, opmerkingen over. Hij vond ook dat ik heel vaak die angst niet benoemde en dat klopt ook. En ik heb juist bewust dat woord angst vermeden, om het te vaak te gebruiken. Het wordt af en toe wel genoemd, maar ik ga er zeker niet over uitweiden. Ik wil namelijk een beetje, ja, meer zachte woorden gaan gebruiken en angst ja, daar zit nog zó veel achter en uiteindelijk gaat het over doodsangst. En daar wil ik het helemaal niet over hebben! Ik wil die associatie met tinnitus niet met doodsangst associëren.
Maar ik heb het natuurlijk ook over de innerlijke strijd. De fasen die ik in het boek benoem van 'Hoor jij wat ik hoor?', de eerste fase is schrik en schrik heeft met angst te maken. Maar innerlijke strijd, hij noemde daar overal die angst bij, maar zo zie ik dat dus niet. Als je kijkt naar die innerlijke strijd, dan heeft tinnitus zeker wel invloed op de emotionele gesteldheid en daaraan worden allerlei gedachten en overtuigingen gekoppeld. En andersom - je hebt allerlei overtuigingen en gedachten over de tinnitus en die kunnen ervoor zorgen dat de tinnitus extra opvalt en dat het daardoor meer in de weg zit.
En toch geef ik dan aan: het is goed dat er een innerlijke strijd is. Dat is echt mijn mening hè! Maar ik ja... voor mij is het ook belangrijk om te beseffen dat iedereen die innerlijke strijd aan mag gaan. Het is namelijk een strijd in jezelf, over wat er is en niet meer kan en je ziet af én toe wat er wél mogelijk is. En dat mag schuren, het mag ..ehm.. ja, een beetje op en neer gaan, je gevoelens over de tinnitus, je gedachten over de tinnitus, het mag op en neer gaan, want dat houdt je in beweging. En die beweging die is nodig om tot acceptatie te komen, want zonder beweging, zonder in actie te komen, ga je de tinnitus nooit accepteren, want het gaat niet vanzelf. Als je niet in beweging komt, dan blijf je steeds in hetzelfde kringetje ronddwalen. En dan blijf je dus slachtoffer van je tinnitus. En dat wil je niet. Je wil er juist uit.
Die audioloog had ook een opmerking gemaakt over het.... dat ik wilde vluchten voor het geluid. Dat schrijf ik in een van de teksten. En dan geeft hij ook aan: ‘vluchten is een reactie op gevaar!’ Maar dan benoem ik dat niet helemaal duidelijk, want ik bedoel er namelijk mee dat ik weg wilde van het geluid, omdat het mij uit mijn concentratie haalde of omdat ik er niet in slaap van kon vallen. Niet omdat ik de tinnitus eng vond of als ik dat als gevaar zag, maar omdat het een stoorzender was en ik niet wist hoe ik van die storing af kon komen.
En als je dan teruggaat naar de uitspraak van die Lao Tse: 'Durf is het eerste ingrediënt voor succes, zonder kracht om te springen blijven we vastzitten in de veiligheid van het bekende’. Dan geeft hij aan: ‘vast blijven zitten in de veiligheid van het bekende’ en dan vind ik dat wel weer een beetje raar als het gaat om te durven luisteren naar het geluid. Want niet durven luisteren naar mijn geluid, dat had dus niet te maken met veiligheid. Ik heb het geluid namelijk nooit gezien als iets veiligs of onveiligs, ben ik eigenlijk nooit mee bezig geweest. En ik wist gewoonweg niet dat ik een keuze had om ernaar te gaan luisteren, met bewuste aandacht.
Tinnitus was voor mij dan ook eerder het onbekende in plaats van het bekende. En juist nadat ik durfde te luisteren, toen werd het geluid bekend voor mij. Ik herkende het en zo werd het ja, min of meer een vertrouwd geluid. Ja en dan zou je weer kunnen opmerken dat de tinnitus dus eerst on-vertrouwd was, dat er misschien wel wantrouwen was en dat heeft weer te maken met onveiligheid natuurlijk. En dus met angst voor het geluid. Maar toch, ja, ik kan me niet herinneren dat ik ooit bang ben geweest voor het geluid zélf.
Maar was er dan wel iets waar ik wél bang voor was? Want ik handelde dus meer uit onwetendheid, helemaal aan de beginperiode van de tinnitus. En iets wat je niet weet, en niet begrijpt, daar kun je... daar kun je niet zo veel mee. En ik was dus op zoek naar het begrijpen, want dan wist ik wel welke andere keuzes er waren en hoe ik er dan anders mee om kon gaan. En omdat ik dat eerst niet wist, wist ik ook niet wat ik erover kon vragen en aan wie ik dat dan kon vragen en waar ik dan de juiste informatie kon vinden. En daardoor liep ik vast. Ik kon niet verder met het leren omgaan met tinnitus. Ik bleef dus niet veilig ermee zitten, ik ging eerst ertegen vechten! En als je ertegen wilt vechten? Ja daar is ook lef, durf, moed voor nodig. Maar ik ontdekte dat ik niet ertégen moest vechten, want dat lukte helemaal niet, op geen enkele manier. Ik kon het beter in de ogen kijken en in dit geval, naar het tinnitus-geluid luisteren! Dat vergt ook weer lef, moed, durf!
Durven luisteren naar het geluid en er dan geen oordeel meer over hebben. En ik denk -nou ik weet het eigenlijk wel zeker- dat is de allermoeilijkste stap op de weg naar acceptatie!
En ik besef me ineens -durven luisteren naar dat geluid- ik besef me ineens, dat ik, toen ik dat ontdekt had, dat ik toén ook als coach naar de ander durfde te luisteren zonder eigen verhaal, zonder oordelen, zonder in oplossingen te komen. Dus het durven luisteren naar mijn eigen tinnitus-geluid heeft mij véél meer gebracht, omdat ik ook als coach op een hele andere manier durfde te luisteren naar de ander. Dat is grappig, dat besef ik nu pas! Dan heb ik misschien toch een soort boodschap achter de tinnitus gevonden! Dat is interessant. Deze ga ik onthouden en ik vind dit wel een heel mooi inzicht zo aan het eind van het jaar 2024, waarin ik van alles heb verteld over het fysieke evenwicht, over ons psychische evenwicht, waarin ik allerlei kennis heb gedeeld, maar ook mijn eigen ervaringen heb gedeeld, zowel fysiek als psychisch.
Alles iets met het evenwicht. En in dit geval ook over gehoorverlies en tinnitus in ieder geval. En die tinnitus sowieso, want dat is mijn derde boek, 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik wilde dat dat eind van 2024 uit zou komen, dat is niet gelukt. En ook dat loslaten ervan, dat dat had gemoeten, dat ik dat per se had gewild, ook dat loslaten daarvan, dat is héérlijk dat ik dat kan loslaten. Dan komt het in 2025 en dan komt het op het juiste moment, op de juiste plek, bij de juiste mensen terecht.
Dank je wel voor het luisteren. En als je al heel lang mij volgt; dank je wel voor het luisteren nou... naar het hele jaar in 2024 naar de podcast: 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en tot ziens in 2025, want dan wil ik nog meer heel veel mooie afleveringen maken van 'Evenwicht, je leven'. Tot de volgende keer!
Wed, 18 Dec 2024 - 10min - 139 - 19 Doof of zo?
Tijdens een online presentatie konden de deelnemers mij goed horen en zien. De deelnemers zaten allemaal bij elkaar in een zaal. Ik kon niets horen van wat er daar in de zaal gebeurde. Ik was tijdelijk even helemaal doof.
Hoe zit het met decibellen (dB) geluid en dB gehoorverlies? Een korte uitleg.
(foto; uit het boek Evenwicht in uitvoering, tabel van geluid in dB)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Mijn naam is Paula Hijne en ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Ja, en dat gaat over ons hele zintuig 'evenwicht' over ons hele evenwichtssysteem. Maar er is nog veel meer te vertellen over het evenwicht, want ook het hele psychische evenwicht komt daar nog bij. En daarover vertel ik vanuit mijn eigen ervaringen ook in deze podcast. Dit is seizoen 7, aflevering 19: Doof of zo?
Ik heb een presentatie gegeven in het Hoorcafé in Amsterdam. En die presentatie ging over het evenwicht. Ze wilden heel graag dat thema een keer behandelen. En daarover had ik al een keer in een zoom-bijeenkomst online, een bespreking met de drie organisatoren. Dat zijn drie hoorcoaches, collega-hoorcoaches, van mij. En zij wilden weten van, wat kunnen we dan over dat evenwicht doen? En toen bleek al gauw dat ze het liefst hadden dat ik dat zélf ging vertellen.
Nou is Amsterdam niet naast de deur. Ik rijd zelf geen auto, de presentatie zou een half uur duren, maar dat betekende dan dat ik zo'n nou, reistijd, drie uur totaal onderweg ben. Op een middag, eind van de middag, vrijdagmiddag, dat ik zelf had: nee dat ga ik niet doen, daar ben ik heel lang voor onderweg en voor een half uur presentatie, hmmm, kan het ook online? Nou dat vonden ze eigenlijk prima en toen vertelde ik ook dat ik al meerdere keren online een presentatie heb gehouden, onder andere bij de Stichting Plotsdoven, bij de inloophuizen. Want ook die inloophuizen doen ze vaak op een middag. En dat is best ver van Zeewolde vandaan! En omdat het best behoorlijke reistijd is met het OV, hebben we dat steeds online gedaan. Het is ook een paar keer 's avonds gebeurd, nou dan is het ook prima. Dat is voor mij anders gewoon niet te doen en ik kan toch een presentatie houden. En dat was ook deze keer zo.
Het was prima dat ik over het evenwicht zou komen vertellen. En mijn beeld, het beeld van mij, zou groot in het scherm komen, zodat iedereen dat goed kon volgen. En ik was ook een half uur eerder al, voordat de mensen binnen kwamen, zodat we de techniek even konden regelen. Nou, dat was ook zo, dat lukte, laptop... via de laptop kon ik één van mijn collega-hoorcoaches zien en die was het aan het regelen dat het allemaal goed klopte. En op een gegeven moment hoorden zij nog niet, of andersom geloof ik, ik hoorde hun niet, in ieder geval het werkte nog niet. De ..ehm.. het beeld was prima, ik kon ze zien, zij konden mij zien. Maar het geluid nog niet. Toen hebben ze daar iemand nog weer bijgehaald en uiteindelijk lukte het dat ze mij goed konden horen.
Maar toen andersom. Ik hoorde helemaal niets! Ik hoorde de stemmen niet, ik hoorde geen achtergrondgeluiden, zoals stoelen die verschoven worden of iemand die hoest of kopjes die rinkelen, geroezemoes of als er een sirene buiten zou zijn geweest, allemaal niet!
Ik stond daar dus te wachten totdat ik de presentatie zou gaan geven. Ik zie al die mensen binnenkomen en je krijgt er eigenlijk niets van mee, auditief. Ik kan het alleen zien. Ik was op dat moment dus doof, terwijl ik wel de mensen kon zien, kon ze allemaal zien zitten, wel een beetje vaag, niet helemaal scherp, maar ik kon ze zien en ik kon ze ook zien bewegen en zo, maar ik wist niet wat wordt er gezegd?
Op een gegeven moment ging één van de organisatoren alvast een praatje houden, iedereen welkom heten. En ik had geen idee! Vertelt ze al iets over mij of is ze meer aan het uitleggen over het Hoorcafé en over de plek waar ze zitten of zijn het huishoudelijke mededelingen?
Ik kon haar ook niet goed zien, want ik zag haar van de zijkant, dus ik kon ook niet spraakafzien, ik kon helemaal niets volgen. Toen heb ik op een gegeven moment gevraagd aan degene die bij mij de techniek regelde en die dat in de gaten hield: ‘Is er geen tablet?’ Ik geloof dat ik het zelfs via de chat heb gevraagd -dat kan online, dan kan je gewoon chatten- en heb ik gevraagd: ’Is er een tablet beschikbaar, zodat ik toch mee kan lezen wat er gezegd wordt in de zaal?’ Want er was een schrijftolk en alle mensen konden ook op die manier meelezen. En gelukkig er was ook nog één tablet voor mij. En die werd netjes voor het scherm neergezet, zodat ik ook alles kon volgen wat er gezegd werd.
En dan is het toch raar om te praten tegen een groep mensen -ik ben alleen maar aan het zenden- en dat ik niet direct contact terugkrijg. Er is geen oogcontact, want ze zitten eigenlijk te ver weg. Ik kan dus ook niet echt ingaan op de reacties, mensen die knikken, mensen die een beetje vragend kijken, daar kan ik niet op ingaan. Het presenteren ging best goed, en ik sprak rustig en duidelijk en gebruikte mijn mimiek erbij, en toch was het heel gek dat ik dus al die geluiden daar -terwijl ik weet dat daar allerlei mensen zitten- dat ik dat niet kon horen!
Op een gegeven moment op het eind van de presentatie, na een half uur presentatie, werden er vragen gesteld door de mensen, er werd ook met een microfoon rond gegaan en dat kon ik gelukkig lezen! Dus ik lees op de tablet, dat en dat is de vraag. En dan de schrijftolk was daar heel slim in, die schreef dan, die typte dan: Paula dubbele punt (:) en dan wist ik oh nu kan ik antwoord gaan geven. Dat was dan wel weer heel grappig, terwijl we dat niet van tevoren hadden afgesproken, was dat wel een hele goeie! Dan wist ik: nu kan ik antwoord geven. Andere mensen zien het ook, want ze zien allemaal hetzelfde beeld op de tablet wat de schrijftolk typt. En zo kon ik dus wel antwoord geven. Er was dus wel interactie op die manier! Dat was wel heel prettig dat dat kon.
Maar dat doof-zijn, dat voelde vreemd. Bij de andere keren, als ik online een presentatie hield, dan was het altijd dat ik het geluid wel kon horen. De achtergrondgeluiden, die hoor ik dan toch wat meer, je bent wat meer betrokken in de omgeving waar je dan bent. En dat heb ik hier dus toen gemist.
Maar aan de andere kant, nu ben ik deze podcast aan het opnemen. En ik heb hier nu geen beeld bij van jou als luisteraar, dat jij zit te luisteren. En je luistert niet op dit moment, jij luistert pas op jouw moment. Dus ik ben het nu aan het opnemen en jij hoort het pas later. Eigenlijk ben ik nu doof tijdens die opname. Hoewel, dat is niet helemaal waar, ik hoor mijn stem hier door mijn eigen koptelefoon. Ik praat en in de microfoon en ik hoor dat. En dat was een verschil ook tijdens die presentatie in Amsterdam, daar had ik ook de koptelefoon op, maar ik hoorde mijn eigen stem niet door de koptelefoon, dus ik had die versterking niet, wat ik met deze microfoon hier wel heb, had ik toen niet. En ook dat maakte dat het heel anders klonk voor mij. En ik had wel de koptelefoon nodig, want daar zit mijn microfoon aan, dus ik moest 'm wel op doen, dus dat was toch wel een groot verschil.
En als we het dan toch hebben over... over doof-zijn en zo, daar ben ik pasgeleden ook mee bezig geweest, want dat is ook een klein onderdeel in het boek 'Hoor jij wat ik hoor?', mijn derde boek. Want daar schrijf ik ook over het gehoorverlies. Heel veel mensen -het is een boek over tinnitus, over het oorsuizen- en heel veel mensen met tinnitus hebben ook gehoorverlies. Het is mijn verhaal, dus het gaat ook over mijn gehoorverlies. Daar vertel ik dan over.
En dan leg ik ook uit van: hoeveel verlies het kan zijn, maar dan moet je eerst weten: hoe zit dat precies met ..ehm.. geluiden? En als je dan voorstelt dat wat ..ehm.. Het wordt gemeten in decibellen. En dat een... de stille natuur, bijvoorbeeld ruisende bladeren en zo, dat is zo'n 0 tot 40 decibel aan geluid, zit daar tussenin. En een gesprek of een kamer waar meerdere mensen roezemoezen, dat is zo'n 40 tot 80 decibel. Daar komen ook al een beetje de verkeersgeluiden er een beetje bij, het is... het gaat zo naar de 80 decibel.
Een drukke verkeersweg of een voorbijrazende trein, dat zit zo tussen de 80 en 90 decibel aan geluid. En een popconcert dat is 90 tot 95 decibel. Als ze daar al bij blijven, want een popconcert ook nog veel luider zijn, 95 tot 100 decibel. En ze hebben zelfs al aangegeven dat 103 decibel nog steeds mag! Nou, dat is eigenlijk onmogelijk dat dat mag, want het is ook het ..ehm.. een knal van een geweerschot, dus het is kei- en keihard! Véél te luid! Als je een laag overvliegend vliegtuig hebt en je bent daar gewoon buiten ook bij, dan zit dat tussen de 100 en 120 decibel. En alles wat boven de 120 decibel komt, dat is eigenlijk de pijngrens en daardoor, als je dat hoort, dan kan er ook écht gehoorverlies ontstaan! Dan kan je daar ook écht doof door worden. En dat kan tijdelijk zijn, maar het kan ook zijn dat het helemaal stuk gaat en dat je dan dus niets meer hoort.
Hoe zit dat dan met, als je dan doof wordt? Dan hebben we het ook over die decibellen. Dat wordt gemeten in decibellen. Dus hoeveel geluid is er nodig om nog iets te verstaan? En dan heb je het altijd over dus hoeveel verlies het dan is. Als je een gesprek op grote afstand of zachte gesprekken, die kun je dan niet helemaal meer volgen, dan zit je al op een verlies van zo'n 30 decibel. Dan hoor je de geluiden boven (=lager) de 30 decibel, die hoor je al niet meer, dan moet het écht minimaal 30 decibel aan geluid al zijn, wil je dat nog kunnen verstaan. Als je een verlies hebt tussen de 30 en de 60 decibel, dan kan je een gesprek op meer dan 1 meter of sowieso een heel zacht gesprek, kun je helemaal niet meer volgen. En helemaal dan als je in een groep zit...
Wed, 11 Dec 2024 - 16min - 138 - 18 Wiebelen
Na een intensief weekend ben ik op de maandag zo wiebelig. En toch ben ik gaan sporten. Dat lukte! Ik was er helemaal verbaasd over.
(eigen foto)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 7, aflevering 18: Wiebelen!
Ik heb het al in seizoen 2 een keer gehad over wiebeldagen. Dat is dus al een tijd geleden. En die wiebeldagen die zijn er nog steeds. En daar wil ik het deze aflevering over gaan hebben. Maar dan eerst ook de aanleiding waardoor dat ontstaan is. Want die wiebeldagen die zijn er niet zomaar, vaak is er iets vooraf gebeurd. En dat weet ik ook, want mijn evenwicht, het beschadigde evenwicht, dat is eigenlijk een beetje een zwakke plek, zoals andere mensen last krijgen van hoofdpijn of buikpijn. Zo zie ik dat mijn evenwicht op het moment dat ik heel intensief ergens mee bezig ben geweest of dat er iets heel ergs is gebeurd, dat ik even niet weet wat ik ermee aan moet, dat het dan kan zijn dat mijn lijf gaat reageren in de vorm van dus ja, wiebeldagen. Beetje draaierigheid ..ehm.. instabiliteit en ja dat is dit keer ook weer gebeurd.
Ik ben naar het weekend geweest, het gebarenweekend, het NmG-weekend, georganiseerd door de Stichting Plotsdoven. En daar konden we weer een heel weekend oefenen met gebaren. Oooh, zo heerlijk! Het was heel goed georganiseerd. Het waren hele fijne mensen allemaal! Het was gezellig! We hebben heel veel gelachen! We hebben serieus geoefend, want we hebben echt lessen gehad van docenten. Docenten in gebarentaal en in dit geval dus NmG. En wat ik vooral wilde leren, dit weekend, is gebaren afzien. Ik ken zelf heel veel gebaren. Ik kan niet de Nederlandse gebarentaal, een ingewikkelde taal, omdat ik het Nederlands heel goed beheers. Maar ik ken wel heel veel gebaren uit de Nederlandse gebarentaal. Die ken ik wel en die kan ik ook zelf doen, met mijn handen. Maar het afzien bij de ander, en dat in een verhaal, dat vind ik moeilijk.
En het mooie was dat de docent die wij hadden, dat zij ook een filmpje had en dat heeft ze 2x gedaan. Een filmpje, dat gingen we eerst voorbereiden door de woorden die in het filmpje gebruikt werden, gingen we eerst even allemaal doornemen. Nou die woorden die waren vaak wel bekend, omdat ik daar de gebaren wel van wist. Dus dan kun je een beetje al voorstellen waar het verhaal over gaat. Daarna kregen we het filmpje te zien en zij ging die gebaren doen zonder stem, maar wél dus met het hele gezicht. Het mooie was, tot 2x aan toe heb ik het hele filmpje kunnen volgen. Juist omdat ik wist natuurlijk welke woorden er gebruikt zouden worden. En dan heb je al een beetje een idee welke kant het verhaal opgaat. Maar ook, omdat ze het heel duidelijk deed én ook omdat het heel rustig gebeurde. En ik kon dus op die manier de gebaren afzien. Nou dat was voor mij al heel helpend, want dat is wat ik wilde leren.
Uiteindelijk op ..ehm.. 't begon op vrijdagavond, en op zondagmiddag gingen we weer naar huis en ik kwam helemaal moe en voldaan thuis aan. Ik was ook heel blij daarom want, ja, omdat het zo gezellig was geweest en ja, ik had het écht naar mijn zin gehad. Ik ben ook een beetje op tijd naar bed gegaan en de volgende ochtend, op maandagochtend voelde ik al: oei, dan voelde ik die draaierigheid al helemaal. Op het moment dat je opstaat voel ik hem al, dan ben ik al meteen instabiel, dan moet ik me vasthouden. En ik ben me toch rustig gaan aankleden, ontbijten en op maandagochtend ga ik altijd sporten en toen had ik al bedacht: ik ga sporten, dus ik had mijn spullen allemaal ook al klaar gelegd op zondagavond al. Dus die heb ik maandagochtend meegenomen. Ik dacht: ik ga eerst lopen en als het lopen niet gaat, dan loop ik weer terug naar huis en dan zeg ik de les af. Ik ben gaan lopen, wel met aandacht, want dat was nodig, omdat ik -ik loop natuurlijk altijd met aandacht, maar nu nog met extra aandacht- en dat lukte!
Dus ik ben helemaal tot aan de sportschool gekomen en ik kon daar naar binnen. Ben de trap opgelopen, ook de trap op lopen, zó, dat was ook met extra aandacht goed opletten! Ik ben me gaan omkleden ik ben toen op de crosstrainer gaan staan. En dat is ook eigenlijk een heel erg wiebelding, ik dacht; ik ben heel benieuwd, wordt het hierdoor erger of wordt het daardoor misschien iets minder? Of blijft het hetzelfde? Nou, dat cross-trainen, dat trappen dan, dat ging goed. Gebruik ik nooit mijn armen hoor, mijn armen aan die grote hendels die gebruik ik niet, ik hou me altijd vast, binnenin de cross-trainer heb je gewoon een recht ‘stuur’ eigenlijk, daar kan je je aan vastpakken en mijn benen gaan dan op en neer. Net eigenlijk als op je fiets, maar het gaat veel meer vooruit en achteruit. Ik vind het zwaarder dan gewoon fietsen. Maar dat doe ik nu al zó lang dat ik dat, die beweging, al helemaal gewend ben, dus nou, ik dat doen. Ik dacht: ik doe mijn ogen ook een tijdje dicht, en ook dat lukte! Met mijn ogen dicht en me gewoon goed vasthouden kon ik dus wel blijven trappen.
Nou, uiteindelijk na een kwartiertje of zo begon de les en ik ben naar de les toe gelopen. En dat is de kinesis-les. Heb ik ook al eerder over gehad, hoe belangrijk het is voor mij om de kinesis-les op de sportschool te doen, want daar worden heel veel balansoefeningen gedaan. En dat was ook dit keer weer. En ik dacht: ik ga kijken, kan ik terwijl ik wiebelig ben, toch die balansoefeningen doen?
En we hebben écht van alles gedaan en ik heb alles mee kunnen doen! Het enige wat ik niet doe is, dat ik achterover ga liggen om buikspieroefeningen te gaan doen, want die zitten dan in die les... zitten er ook wat buikspieroefeningen in. Liggen, dat doe ik nooit en dat deed ik natuurlijk nu ook niet! Want als ik achterover ga liggen, dan is er altijd iets van draaierigheid en dat duurt even voordat dat weer over is. Maar tijdens een buikspieroefening ga je op en neer, op en neer en gaat het heen en weer, dan heb je dus elke keer die draaierigheid en die blijf je voelen. Ja! En nu heb ik het helemaal, dus dat doe ik sowieso helemaal niet! Maar ook dit keer niet.
Een andere oefening die we wel hebben gedaan, is op twee blokken staan. Twee blokken op de grond, op een matje zodat je niet zomaar wegglijdt. Je gaat op die twee blokken staan en dan moet je op één been gaan staan en door de knieën heen buigen, andere blokje pakken, want daar haal je je voet van af. Dan pak je het blokje, die schuif je vooruit en daar zet je je voet op en dan andersom. Je andere been, ga je door je knieën heen, je andere voet van het blokje af en dan pak je weer dat blokje en schuif je vooruit. Dat is een oefening die ik... toen ik die de allereerste keer deed, vond ik die super moeilijk! Toen kreeg ik daar een beetje hulp bij van de trainer van 'ga echt goed door je knieën heen' en toen ging het lukken! Ineens had ik door, zo moet ik het doen. Nou, daarna hebben we dat vaker gedaan, het zit vaak in de les. En ook dit keer, toen dacht ik van: oh dan ben ik heel benieuwd of dit gaat lukken, want dit is een oefening, nou daar word écht je evenwicht op de proef gesteld. Want je moet door je knieën, het kost ongelofelijk veel kracht ook. En het lukte! Ik stond zelf helemaal verbaasd dat het me lukte. En dan niet elke stap, want af en toe moest ik er toch even een stap tussen zetten en toch (ha) even de grond aanraken en... vind je het gek op een wiebeldag dat dat niet helemaal lukt? Maar ik vond dat ik juist dat op een hele goede manier toch nog voor elkaar kreeg!
En een andere oefening was met zo'n ..ehm.. zak -normaal zit daar een soort zand in of zo- die je dan in je armen houdt en die draai je dan in je armen en dan kun je hem omhoog tillen, een soort gewichtheffen wordt het dan. En dit keer was dat met een zak waar water in zit! Een waterzak, een langwerpige ja... slurf, ja hoe moet ik het zeggen? Een ronde zak en met water gevuld, dus dat wiebelt alle kanten op. Die moest je in je handen pakken, in je armen draaien en omhoogtillen en weer naar beneden en dat heen en weer. Maar daardoor wiebel je dus elke keer een beetje mee, door dat water, en ook dat lukte mij! Ik stond zelf helemaal verbaasd. Ik stond verbaasd dat het lukte! Hoe is het mogelijk dat als je draaierig bent, dat je dan toch dat soort oefeningen nog kunt blijven doen? En het kan dus wel! En ik vermoed dat het komt, omdat mijn spieren zo sterk genoeg zijn. Mijn ogen... met een goede bril op, kan ik heel goed gebruiken om me én met de spieren én met mijn ogen me goed in evenwicht te houden. En dat dat dus lukt, ook op een dag dat ik wat draaierig ben!!
Ik ben zelfs 's middags... na het sporten ben ik naar huis gegaan, en ik ben 's middags nog op de fiets weggegaan. Want ik had een afspraak ergens verderop in het dorp en ook toen had ik van: gaat het lukken met de fiets? En jawel, het fietsen lukte heel goed! Dan ..ehm.... ben je waar je aan moet komen. Ik zet daar de fiets neer, ik stap af en ik wil gaan lopen en dan voel ik weer: oh ja, ik ben draaierig. Op de fiets had ik daar veel minder last van dan op het moment dat ik weer stond en ging lopen. Maar, omdat ik al wist dat het zo was, dan hou je jezelf in de gaten. Dan doe ik voorzichtig aan, let ik extra op hoe ik loop en dan is het toch helemaal goed gegaan en ik ben ook op die manier weer veilig thuisgekomen. En dan ben ik wel heel erg blij dat ik 's avonds niet meer de deur uit moet en dat ik gewoon lekker kan zitten, dat ik niets hoef!
Maar de volgende dag had ik zelfs zo van, nou misschien is het wel over! Het is gisteren eigenlijk best goed gegaan, dus misschien is die draaierigheid helemaal weg. En dat was niet zo. Ook de volgende dag was ik weer draaierig. Dus dat betekent dat ik weer rustig aan moest doen. In zoverre, ik had op maandag niet echt rustig aan gedaan. Maar dan doe ik dat nu wel, op deze dag. En ik ben aan het werk gegaan op de computer...
Wed, 04 Dec 2024 - 15min - 137 - 17 Zonder traanvocht is het moeilijk kijken
Mijn ogen maken te weinig traanvocht aan. Dat is niet zo handig. Een aflevering over kijken, een bril en oogdruppels. Ik zeg oogdruppels, maar eigenlijk zijn het kunsttranen.
(eigen foto)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Deze podcast gaat over ons evenwicht. Dat kan zowel fysiek als psychisch zijn. En dit is -denk ik- een beetje een combinatie, omdat het met kijken te maken heeft en kijken heeft ook alles met evenwicht te maken.Dit is seizoen 7, aflevering 17: Zonder traanvocht is het moeilijker kijken.
Dat is -denk ik- de langste titel die ik tot nu gebruikt het in deze podcast. Ha! Je komt er vanzelf achter waarom ik deze zo gekozen heb; ‘zonder traanvocht is het moeilijker kijken.’
Als klein meisje kreeg ik al een bril. Ik denk dat het zelfs al was toen ik nog op de kleuterschool zat. Waarschijnlijk hebben ze gemerkt op de kleuterschool dat ik niet alles helemaal goed deed of zo of... goed kon uitwerken en dat ik naar de oogarts ben geweest. Je ging toen niet meteen naar de opticien. Volgens mij ging je als kind eerst naar de oogarts en de conclusie was dat ik een bril moest gaan dragen. Dus als klein meisje kreeg ik al een bril.
En ik weet dat mijn moeder toen al ontdekte dat ik van alles ineens zag, dus het klopte ook wel dat ik daarvoor dat veel moeilijker vond. Dat ik niet alles kon zien met mijn ogen. En ik heb al die tijd dus een bril gedragen, op de kleuterschool, de lagere school, want zo heette dat. Later is dat allemaal de basisschool geworden, maar toen had je nog twee aparte scholen. En ook op de lagere school heb ik dus die bril gedragen. Ehm... we woonden toen in Vlaardingen, we zijn verhuisd naar Vianen en ook daar in de klas was ik -denk ik- een van de weinige kinderen met een bril. Ik kan me namelijk helemaal niet herinneren... oh ja, nu ineens bedenk ik me: er waren twee andere meisjes die ook een bril droegen, en volgens mij was er geen enkele jongen die een bril droeg. En toch ik ben er nooit mee gepest. Ik vond het zelf ook prima om hem op te doen, want ik had hem nodig. Dus ik heb er nooit problemen mee gehad. Op de havo heb ik dus ook altijd een bril gedragen. Dat kan ik ook zien aan alle klassenfoto's die gemaakt zijn.
En na de havo wilde ik heel graag lenzen. Ik wilde toch af van die bril, ik vond het toch leuker om zonder bril te lopen. Vond ik misschien toch wat mooier of zo. Ik was daar wat meer gevoeliger voor geworden. Dus toen ging ik naar de opticien om dan, in plaats van een bril, lenzen aan te laten meten. Dus hij heeft het helemaal onderzocht en toen gaf ie al aan: jij mag geen zachte lenzen, alleen maar harde lenzen. En dat kwam omdat ik veel te droge ogen had. Ik maakte te weinig traanvocht aan. En als je te weinig traanvocht hebt, dan mag je dus die zachte lenzen niet, want die zachte lenzen liggen een beetje over dat traanvocht heen. En omdat die zachte lenzen veel groter zijn, dan is het nodig dus dat dat traanvocht ..ehm... daaronder een beetje blijft bewegen, en als je te weinig traanvocht hebt dan lukt dat niet. Dus die harde lenzen, die zijn kleiner en daar kon het dan nét mee. En dan moest ik wel in de gaten houden... ik moest ook elk jaar opnieuw terug naar de opticien en dan ging hij dat weer opnieuw meten hoe dat dan ging. Ik weet niet of dat was, omdat dat ik te weinig traanvocht had, of dat het meer was of mijn lenzen op dat moment nog goed genoeg voor mij waren. Maar oké, dat in en uit doen van die lenzen, dat moest je altijd heel zorgvuldig doen. Daar heb je vloeistof bij nodig ..ehm.. daar moest je allemaal extra kosten voor maken. En als ik mijn lenzen uit had, dan kon ik heel moeilijk zien. Dan moest ik eigenlijk elke keer weer mijn bril opdoen. Maar dat verschil tussen de bril opdoen nadat je de lenzen uit had gedaan, daar merkte ik aan dat dat moeilijk was. Want die bril was op een gegeven moment niet meer helemaal de juiste sterkte, dus ik moest dan eigenlijk weer een andere bril daarvoor aanschaffen en nou, die kosten, dat vond ik allemaal best heel duur.
Toen dacht ik op een gegeven moment, bij de geboorte van Kasper, ik ga weer een bril dragen. Ik stop met de lenzen, die doe ik weg. En toen ben ik weer gewoon een bril gaan dragen. En dat was veel makkelijker. Dat was veel makkelijker om op en af te doen. Hoefde je niet elke keer zorgvuldig schoon te maken en bang te zijn dat je ogen gingen ontsteken. Ik hoefde niet elke keer vloeistof te kopen, écht veel eenvoudiger!
Nou moet ik ook zeggen: ik heb hem niet altijd toen opgedaan, m'n bril. Ik had hem voornamelijk nodig bij het lezen. Ik heb een bril met plus-glazen en ik heb hem toen niet altijd opgedaan, want ik kan me herinneren, ook alle foto's die we hebben van bijvoorbeeld de verjaardagen van de kinderen en zo, daar sta ik allemaal op zonder bril. Dus ik deed hem met name op als ik ging lezen en wat langer ging lezen en zo.
En op een gegeven moment, je gaat dus, ja tussendoor toch steeds naar de opticien als je weer toe bent aan een nieuwe bril, en dat was gewoon om de paar jaar zo. Toen was duidelijk dat ik ook voor het ver weg kijken een bril nodig had. Ik had ook ineens ook de min-sterkte in de bril nodig. Er zat sowieso altijd al een cilinder in, dus het verschil tussen links en rechts is ook wat groter en zo. Oké, allemaal gedaan, ik kreeg toen een bril voor allebei!
Voor ver weg en voor dichtbij kijken. En in eerste instantie heb ik nog een aparte leesbril erbij gehad toen. Maar dan merk je ook dat die leesbril op een gegeven moment minder goed is, omdat de sterkte niet meer helemaal overeenkomt. Dus op een gegeven moment ging ik naar een multifocale bril. En ik kreeg ook een opmerking van de opticien, van: ‘het is beter dat je de hele dag je bril gaat dragen. Waarom doe je dat eigenlijk niet?’ Ja, vanaf die tijd ben ik dat langzamerhand gaan doen. Het was even wel opbouwen. Ik ben dat niet meteen in één keer helemaal gaan doen.
En toen was er ineens die kampeervakantie. We waren aan het kamperen, ik weet eigenlijk niet meer precies waar we waren, ik denk in Zeeland dat we daar waren, want daar zijn we de meeste vakanties geweest. En na een heerlijke fietstocht -zonder bril overigens- kreeg ik ineens heel veel last van dat ik niets kon lezen daarna. We kwamen thuis, we gingen zitten -en ik weet nu ook al welke camping het is, want het is dezelfde camping waar we ook dit jaar zijn geweest, want ik zie me nog zitten- ik wil gaan lezen en ik kan niks lezen! Het beeld was helemaal vaag! Toen dacht ik: hoe kan dit?! Wat is er aan de hand?!
En ik schrok daar natuurlijk enorm van. Alleen ja, je bent op vakantie, dus je laat het niet meteen onderzoeken. Ik heb het laten gaan en ik merkte ook, de volgende dag ging het eigenlijk wel weer. Ook met mijn bril op toen, zelfs met mijn bril op was het vaag. Maar de volgende dag was er eigenlijk niks aan de hand.
Ik ben natuurlijk wel na de vakantie direct naar de opticien gegaan. Zo van nou, wat ik nou toch heb meegemaakt, ik kon ineens helemaal niets meer lezen! En toen kwam de opticien erachter; dat komt omdat je veel te droge ogen hebt! Je traanvocht dat verdwijnt veel te snel. Dat kunnen ze meten, want dan doen ze er even iets in en dan moet je knipperen en dan kijken ze: ‘het is bij jou zo verdwenen!’ Ja, en als er dan een hele harde wind waait, dan is het dus nóg sneller verdwenen en dan duurt het heel veel langer dat er weer een beetje traanvocht in mijn ogen zit. Dus zonder dat traanvocht is het dus moeilijker kijken!
En nu kan ik dus helemaal niet meer uren achter elkaar lezen! En daar.. die.. die.. die droogte van die ogen heb ik natuurlijk mijn hele leven al, alleen heb ik dat toen niet gecombineerd met het feit dat ik, toen, ik niet zo goed zag. Nu weet ik dat! En ik ben toen gaan druppelen, want dat heeft de opticien natuurlijk gezegd: ga maar druppelen, deze druppels kun je daarvoor gebruiken. Dat heb ik toen ook nou... een jaar gedaan of zo en daarna heb ik andere druppels gekregen. Hij zegt: ‘ik heb nu veel betere druppels en ga maar eens kijken of dat gaat werken’. En nu moet ik dan om de paar uur mijn ogen druppelen. En dat merk ik al, dat ik als ik even niet meer goed kan lezen, als ik even niet meer goed... als ik iets wil pakken of zo, nou dat het vaag wordt. En ik merk ook dat droge ogen, die gaan op een gegeven moment zeer doen. En helemaal natuurlijk het lezen van kleine letters wordt dan steeds moeilijker. Dus het druppelen is zo belangrijk en ik merk het ook steeds beter. Ik merk dat het weer nodig is om te druppelen. En dan ga ik dat ook écht doen.
Dus het is wel noodzaak dat ik die druppels altijd in de buurt heb. Ik neem ze ook altijd mee als ik ergens naartoe ga en dan kom je wel weer met het probleem, zoals in de zomer als je dan een lange fietstocht wilt doen, dan is het ook vaak warm en die druppels hebben een bepaalde temperatuur nodig. Ze mogen niet boven de 25 graden komen en dat heb je in de zomer dus wel en dan neem ik ze dus niet mee. Dan laat ik ze -in dit geval- in de caravan, want we hebben tegenwoordig een caravan en dan staan de druppels in de koelkast. Het is trouwens ook heel lekker, dat die koelte van die koudere druppels, dat je die in je ogen krijgt! En eigenlijk zou ik dan dus ook druppels mee moeten nemen als we een lange fietstocht gaan doen, maar ja, dat is dan door die temperatuur weer lastig om te doen.
Maar traanvocht dat moet er dus altijd voldoende zijn. Dat wist ik vroeger niet. De opticien heeft dat nooit op die manier verteld, maar tegenwoordig weet ik dat wel. Ja en dan ga ik uien snijden en dan ga je vanzelf toch tranen. En dan zie je, er is dus wel traanvocht, het kan wel aangemaakt worden, maar ik merk wel dat ik daar vroeger met het uien snijden veel meer last van had, dat ik heel veel meer tranen kreeg en tegenwoordig is dat veel min...
Wed, 27 Nov 2024 - 17min - 136 - 16 Alles op zijn tijd
Heb ik er vertrouwen in dat alles op zijn tijd komt? Geldt dat ook voor moeilijke dingen die mij overkomen? En neem ik dan de juiste beslissingen op het juiste moment?
Ik wil dat alles op zijn tijd komt. Hoe zit het dan met het creatief zijn? Dat wil ik namelijk zo graag, want ik zit zo vol ideeën. Of creëer ik iets altijd op het juiste moment?
Een aflevering over de tijd en creatie.
(eigen foto)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik vertel over het evenwicht, zowel het fysieke als het psychische evenwicht. Dit is seizoen 7, aflevering 16: Alles op zijn tijd.
Als je me al een tijdje volgt dan heb je al begrepen dat ik een beetje op zo'n kantelpunt sta. Dat ik nog niet zo helemaal precies weet waar ik naartoe ga. En nu maak een podcast met de titel: Alles op zijn tijd.
Hoe kom ik daar dan aan? Ik was pasgeleden op een training: Vrouwen op de radio. Dat wordt georganiseerd door de NLPO. Dat is voor mensen die bij de lokale omroep werken en dan kun je een soort training volgen. Allerlei verschillende trainingen die ze hebben. En ik vond deze wel interessant. Vrouwen op de radio. En dan gaat het om de techniek. We hebben dus op een eenvoudige manier de techniek geleerd, wat nodig is tijdens het maken van een radioprogramma. We moesten daar een nummer aankondigen en afkondigen en dan tegelijkertijd de juiste schuifjes open en dicht en de microfoon open en dicht en zo. En ik koos toen het lied van Stef Bos: Alles op zijn tijd. En als ik daar dan over nadenk, dan is het niet zo raar dat ik dat gekozen heb. Ik koos het puur intuïtief, zo van, dat vind ik mooi om het iets over de tijd te gaan hebben. Want Stef Bos die zingt in dat liedje: Alles op zijn tijd, ik wil alles op zijn tijd. Mijn geluk heeft geen agenda, liever alles op zijn tijd. Je leert jezelf kennen, je raakt de ballast kwijt, alles komt ooit samen op een kruispunt in de tijd.
Alleen die tekst al maakt dat ik echt heb van: wat bedoel ik daar nou precies mee dat het mij zo raakt? Dat 'alles op zijn tijd'? Daar wil ik het in deze aflevering met je over gaan hebben. Want, heb ik er wel alle vertrouwen in dat alles op zijn tijd komt? Dat ik de stappen op het juiste moment zet? Dat ik net iets leer op het moment dat ik het goed kan gebruiken!
Alles op zijn tijd!
Dan geldt dat ook voor de moeilijke dingen? Voor de moeilijke acties, de vervelende zaken? Geldt dat ook ziekte? En dan denk ik: nee, dat overkomt je, om wat voor reden dan ook en welke oorzaken het dan ook heeft. En er zijn zo veel dingen waar ik helemaal geen controle over heb, wat ik niet in de hand heb, ja en misschien hoeft dat ook helemaal niet. Als ik maar op het moment dat het nodig is, op de juiste manier reageer. Dat wil ik heel graag, de juiste actie ondernemen. Op dat moment de juiste actie. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik later, dat het dan duidelijk wordt dat het geen handige actie was, of dat het niet helemaal de juiste beslissing was, maar op dat moment is het wel de juiste actie.
Alles op zijn tijd, waar komt die uitdrukking vandaan? En ik kan me ook niet voorstellen dat iedereen het ermee eens is, met die woorden. Want als je een ramp overkomt of een ongeluk, daar is toch eigenlijk nooit de juiste tijd voor? Dat overkomt je, dat komt van buitenaf. En soms is iets wel te voorzien, maar vaak weet je het helemaal niet. En aan de ene kant is dat natuurlijk maar goed ook, want anders ben je er al heel druk mee bezig. Dan zou ik me heel erg druk maken om van alles en nog wat en dan weet ik nóg niet of ik het juiste doe op het juiste moment. En aan de andere kant, als je weet dat er iets heel onheilspellends aan komt, dan kun je je er wel op voorbereiden, en dat wellicht vermijden. Misschien kun je er ook voor vluchten, dat weet ik niet. Of voorzorgsmaatregelen nemen. Dan ben ik actief iets aan het doen, aan dat onvermijdelijke. Maar liever ben ik onwetend en dan zie ik wel wat er op dat moment nodig is. Op dat moment ja, weet ik dan hoe mijn lijf reageert, welke emoties er zijn en hoe anderen mij kunnen helpen en wat ik nodig heb. En eigenlijk wil ik dat ook helemaal niet weten. Ik wil niet nadenken over dreigingen, omdat het toch vaak weer helemaal anders gaat en soms zelfs heel onvoorstelbaar anders, dat als je je al hebt voorbereid, dat het helemaal voor niets zou zijn geweest. Nou ja, dan heb ik liever al die dingen waar ik me wél op kan voorbereiden en die dan ook heel goed te doen zijn.
Bijvoorbeeld al zo'n presentatie. Een presentatie geven, dat vind ik heel leuk. Ik vind het spannend leuk, daar kan ik heel erg naar uitkijken. En dat kan ik heel erg voorbereiden en ook op het moment dat ik mijn tekst even kwijt ben, dan is er altijd wel een draad die ik kan oppakken aan de hand van korte teksten ..ehm.. aan beelden, aan voorwerpen van wat ik mee heb. Het is soms ook de blik in de ogen van een ander dat je denkt: oh ja dit is het volgende wat ik ga vertellen. En er zijn dus mensen die (ha) vinden het echt vreselijk om te presenteren. Die vinden het doodeng. Die blijven daar liever heel ver van weg. Wat dat betreft ga ik dat soort uitdagingen graag aan. En helemaal natuurlijk als mijn expertise er ligt en als ik er heel blij van word, of als ik het heel graag voor het voetlicht wil stellen, dat ik dat heel graag wil uitdragen. Ja, dan wil ik dat heel graag doen en dan ook, zo'n lezing, nou, kom maar op! Maar ja, alles op zijn tijd! Noemde ik het net al hè!
Ik heb het ook de afgelopen tijd gehad over dat ik heel graag weer wil creëren, creatief zijn. Ik heb daar ooit wel eens eerder iets over gezegd, dat het vooral het creatief schrijven en zo, creatief denken, creatie, creëren, creatief zijn, het zijn hele mooie woorden. Twintig jaar geleden had ik dat nooit zelf gezegd over mezelf! Dat ik creatief ben, dat vond ik helemaal niet. Daar dacht ik eigenlijk ook niet over na. Toch zal ik waarschijnlijk m'n hele leven al creatief zijn geweest. En dan niet specifiek op het kunstzinnige vlak, maar meer in het bedenken van ideeën, oplossingen. Zoals ik vroeger als heel klein meisje al deed, dat ik hele programma's maakte voor de verjaardagsfeestjes van mij en van mijn zusjes. En dan ging ik spullen klaarleggen. En dan ging ik een programmaatje maken met tijden wanneer we wat gingen doen. En dan ging ik het eerst even oefenen. En dan, als de kinderen allemaal kwamen, dan ging ik dat regelen dat we dat allemaal op tijd gingen doen! Later ging ik naar de Scouting, daar was ik leidster bij de kabouters. En elke opkomst -dat is dan ook de bijeenkomst van de kabouters, van de scoutingleden en zo- elke opkomst die we hadden gingen we iets anders doen. Maar dat bedenken elke keer weer van verschillende dingen doen, zingen, knutselen, een spelletje doen, een spelletje buiten, binnen, zó veel mogelijkheden, ik vond dat heerlijk om te doen.
En daarna op de pedagogische academie. Ja, daar leerde je lessen bedenken en hoe je dan een onderwerp leuk en enthousiast kon brengen en hoe je daar ook verschillende werkvormen voor kon gebruiken. Dat deed ik natuurlijk altijd al bij de scouting, dus ik vond het ook helemaal niet moeilijk om het op de pedagogische academie te doen. En toen, elke dag op school, toen ik eenmaal ging werken, voor de klas, in de klas, vond ik het heerlijk ook om dan aan dat werk steeds weer iets nieuws te ontdekken. Ook al doe je dat jaar in, jaar uit, dezelfde leeftijd kinderen, dezelfde klas, dezelfde methodes, vond ik het toch altijd heel leuk om nieuwe dingen daarin te ontdekken. En je mocht natuurlijk alles doen! In het basisonderwijs, dan ben je allround juf, knutselen, tekenen, zingen, ..ehm.. dansen, de gymlessen doen en natuurlijk gewoon alles wat ze moesten leren aan schrijven, rekenen, taal, lezen. En ik denk dat geen enkele les ooit hetzelfde is geweest! Ook al gebruikte ik dezelfde methode, deed ik dezelfde opdracht, het was altijd weer anders, omdat je andere kinderen om je heen hebt. Dus die hele dynamiek van de klas waar je dan in meebeweegt. En de ene keer ging dat heel makkelijk en de andere dag vond ik dat best wat lastiger. Je ziet die kinderen groeien in een heel jaar tijd dat ze bij je zijn. Dus ook al wordt een liedje bijvoorbeeld 100x per schooljaar gezongen, het zal nooit precies hetzelfde geklonken hebben. En zo geldt het natuurlijk voor al die dingen die we deden op school, geen dag was hetzelfde!
Toen we eenmaal in Zeewolde kwamen wonen, heb ik verjaardagprogramma's gemaakt. En dan ging ik bij kinderen op bezoek met een scala aan materialen, aan spulletjes en dan ging ik daar een kinderfeestje houden, omdat een van de kinderen dan jarig was. Dat bedrijf heette Fèstéro, 'k vind het nog steeds een leuke naam. Ik heb daar uitgebreid over verteld in seizoen 5, aflevering 19: 'Vooruit denken'. Toen heb ik uitgebreid over dat Fèstéro, dat bedrijf, verteld. Ik heb toen ook een logo daarvoor gemaakt. Behalve de kabouterfeesten die ik gaf, ging ik ook andere feestje houden. Nou als je het leuk vindt kan je daar nog een keer naar luisteren.
Maar wat er ook in die periode gebeurde, is dat ik bij het Oogstfeest-cabaret ging, hier in Zeewolde. Dat werd één keer in het jaar gehouden, zo ongeveer in november. En daar maakte ik teksten voor. Op een gegeven moment heb ik daaraan meegedaan, stond ik daar op dat podium mee te zingen. En toen werd ik gevraagd voor het jaar daarop, om de regie te gaan doen. En die regie doen, dat heb ik samen met een man ook gedaan, we deden dat samen, we hadden daar een duidelijke taakverdeling in. En elk jaar was dat wel weer een nieuw feestje om dat te organiseren! En ik voelde me een beetje de spin in het web. Ja ik hield alles in de gaten! Ik was zelfs bezig met het maken van het lichtplan! Wat ik dan bij de mannen die het licht deden daar kon neerleggen. En ik hield me ook bezig met de wiss...
Wed, 20 Nov 2024 - 17min - 135 - 15 Uit evenwicht
Ik sta evenwichtig in het leven. Pfff, dat kan ik op dit moment niet echt zeggen. Ik voel me verre van evenwichtig.
eigen foto
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering', want er is nog heel veel meer te vertellen over ons evenwicht. En dit is seizoen 7, aflevering 15: Uit evenwicht.
En dan begin ik even met een citaat. Een citaat van Dagelijkse Gedachte:
‘Lopen, fietsen, leven... je leert het niet zonder te vallen’. Het is een eigen gedachte van Telina Treels.
Ik vind dat een hele mooie uitspraak. Ik had het eigenlijk zo kunnen gebruiken in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En zo blijf ik eigenlijk elke keer zoeken naar teksten rondom het evenwicht. En dat kan zowel de evenwichtsaandoening zijn, het zintuig 'evenwicht' zelf, als ook het psychische evenwicht, oftewel het mentale evenwicht. Ja, en dan mentaal? Mentaal, ik vind dat best een moeilijk woord. Dus ik heb het even opgezocht, op internet dan. Mentaal is een ander woord voor ‘psychisch of geestelijk, refererend aan de menselijke geestvermogens zoals denken, voelen, waarnemen. Maar tegenwoordig refereert mentaal vooral aan het cognitieve vermogen zoals denken, onthouden, herinneren en interpreteren’. En een andere uitleg is: ‘mentaal is alles wat niet fysiek is, maar met de psyche te maken heeft. Dit zijn die dingen die we denken en voelen. Iets wat mentaal is, is abstract. Je kunt het niet aanraken, omdat het puur geestelijk is’.
Ja en dan in die uitspraak hebben ze het over dingen die we denken en voelen. Vooral dat ‘voelen’, bedoelen we hier met voelen, de emoties die benoemd worden met het hoofd, met het denken? Voelen zelf is heel fysiek! We voelen iets in ons lichaam en we willen dat duiden met een uitleg, met een verhaal, met een veronderstelling. We willen er een woord op leggen. Ik heb het wel eens eerder gehad over emoties. Maar dat is allemaal denkwerk als je er een woord op legt. Hoewel het voelen zelf, een hele fysieke gewaarwording is. En zonder verhaal, alleen ‘voelen’ dat is zó ontzettend moeilijk voor ons. Ja en dan kom je dus toch wel uit op dat dat voelen een mentale kwestie is, want we denken er heel veel over.
En het is ook wel wat ik vaak met cliënten bespreek, het komt bijna in elk traject wel voor. Is het durven voelen van de emoties zonder oordelen, zonder woorden, zonder een verhaal erbij te maken, is dat een mogelijkheid, lukt dat? En bijzonder is het dat het eigenlijk altijd wel een issue is. Het is, het gaat niet vanzelf bij de mensen. Of komt dat omdat dit eigenlijk het allergrootste struikelblok is van de mens? We denken namelijk veel te veel! Ik inclusief hè! Ik denk ook veel te veel! Want we willen van alles duiden. We willen snappen wat we voelen. En als we er dan een woord aan geven, dan kunnen we het uitleggen aan de ander. Alleen, wat iemand onder het woord van een emotie vindt vallen? Bijvoorbeeld ‘je down voelen’, dat is voor iedereen anders! Dat is in gradatie anders, in vorm, in het niet tot actie komen, maar welke acties dan? En wat jij voelt en denkt bij een bepaalde emotie kan compleet anders zijn dan wat ik voel en denk!
Alleen ja, deze aflevering heet: uit evenwicht. Hoe kom ik hier dan op? Ja, dat heeft dan ook weer te maken met de uitspraak die ik mezelf heb gegeven ook, die bij mijzelf past: ‘ik sta evenwichtig in het leven’. En in seizoen 2, aflevering 4, heb ik het al een keer gehad over evenwichtig zijn. Evenwichtig zijn, dat is voor mij een werkwoord. Het is een dynamisch proces. Het is niet zo dat het altijd in balans is, het leven. Dat het op en neer gaat, dynamisch dus is. En dan jaren geleden, sprak ik over mijzelf van: ik heb gehoorverlies én ik ben professioneel luisteraar. En ook: ik heb evenwichtsverlies, maar ik sta heel evenwichtig in het leven. Dat zijn twee van die uitspraken die ik jaren geleden gedaan heb. En er komt nu een kentering in. Dat gehoorverlies, ja zonder hoortoestellen, dan lukt het nauwelijks om een goed gesprek te voeren en het spraakverstaan zonder hoortoestellen in kost dan zó veel energie, dan kan ik zelfs met moeite de vragen stellen die op dat moment nodig zijn. Omdat het luisteren zélf al zo veel vraagt. Dus ik ben heel blij met de hoortoestellen, want dan wordt dat toch nog een beetje makkelijker.
En nu zit ik met die vraag voor mezelf, het werk als professioneel luisteraar, wat wil ik daarmee? Is het nu het juiste moment om te stoppen als coach? Om niet meer die professionele luisteraar te zijn. En dan mijn evenwicht! Ik zei al, ik sta evenwichtig in het leven. Door allerlei klachten raak ik op dit moment zowel fysiek als psychisch uit evenwicht. En dat merk ik al aan mijn lopen, dat als ik loop dan moet ik dat met nóg meer aandacht doen dan dat ik het anders deed. En ook als ik opsta uit een stoel, dan moet ik eerst stevig gaan staan en dan pas gaan lopen. En ik heb een hele periode gehad dat ik zó lekker in mijn vel zat, dat het allemaal veel soepeler ging, veel makkelijker ging, dan kon ik wél meteen opstaan en lopen en zo en dat gaat op dit moment allemaal minder. En dan heb ik nu op dit moment geen wiebeldagen, en ook de afgelopen periode niet gehad, toch zijn er allerlei andere lichamelijke klachten die mij toch uit evenwicht brengen. En dat voelt dus zeker niet als evenwichtig in het leven staan. Of evenwichtig in het leven ‘lopen’. Of evenwichtig in het leven ‘fietsen’. En al helemaal niet evenwichtig in het leven ‘denken’!
En dat komt ook, ja, pas geleden ben ik geïnterviewd, ben ik zelf geïnterviewd in een radioprogramma. Dat ging over gebarentaal, maar daar was ook de technicus bij. En de technicus van dat radioprogramma die helpt ook heel veel bij mij, in mijn programma. Dus die kent me al een beetje. Die heeft al heel veel van mij gehoord. Hij is ook wel wat ouder, hij heeft dus heel wat meer levenservaring en hij hoorde in dat gesprek, in dat interview, dat ik iets deed wat hij nog helemaal niet wist en toen zei hij: maar jij doet zo veel! Is dat niet te veel wat je doet? En toen zei die van: ‘maak eens een lijstje van de dingen die je doet, zodat je dat even ja, op een rijtje hebt en dan kijken wat dat nou allemaal is’. En dat komt ook omdat ik regelmatig last heb van hartkloppingen, en had ik in september 2024 daar extra last van had, dat hij écht zo zei: ‘jij moet echt wat rustiger aan gaan doen’. Ik vind al dat ik niet zo veel doe. En toch ja, ik verveel me nooit. Ik ben altijd ergens wel mee bezig.
Ik merk ook dat ik op een kantelpunt sta. Met het oog eigenlijk op de toekomst, want dat is... het is niet op dit moment dat ik dat allemaal dan anders doe, het is écht naar de toekomst toe. Wat wil ik dan anders doen? Wat ga ik niet meer doen? En wat wil ik wel graag blijven doen? Maar ja, omdat dus fysiek, ja, vraag ik me af, geeft mijn lijf dan nu toch allerlei signalen aan om het écht anders te gaan doen? Ja en dat is een beetje een dilemma, ik sta een beetje op een kantelpunt. Ik voel me nog veel te jong om volledig te stoppen met mijn bedrijf. En nou ja, door toch met anderen te praten, merk ik dat er wel een tussenweg is. Ik zou kunnen gaan in de Kleine Ondernemers Regeling, ik denk er steeds meer over om dat te gaan doen. Dat betekent dan dat alle netwerkbijeenkomsten die kan ik dan skippen.Intervisie en nascholing, dat is helemaal niet meer nodig! Reclame maken voor mijn bedrijf kan ik dan laten en dat ik ervoor zorg dat er artikelen komen in kranten en tijdschriften over het werk wat ik doe, dat kan ik allemaal overslaan. Als er een coach-aanvraag is voor een traject dan kan ik 'nee' zeggen en doorverwijzen naar andere Hoorcoaches. En de hele administratie bijhouden, dat hoeft dan niet meer.
Nou ja, als ik dan naar het lijstje ga kijken, als ik dat er allemaal afhaal en dan het lijstje, dus op een rijtje, heb staan van al die dingen die ik dan wél doe en wel kan blijven doen, dan ja, dan schrik ik toch eigenlijk wel (ha), want daar staan nog zó veel activiteiten op. Inclusief ook het huishouden, moet ik niet vergeten. Die kan ik zeker meetellen, want het huishouden zelf is een fysiek iets, wat altijd ook met mijn evenwicht te maken heeft. Dus dat is heel goed om dat ook in kleine stappen te doen, dat ik niet het huishouden doe op één dag héél veel tegelijk, maar dat ik dat ja, verdeel over verschillende dagen. Maar dan met al die andere activiteiten erbij, ja hoe kan ik daar dan een keuze uitmaken? Wat kan ik wél doen? En wat kan ik dan beter laten? En zolang ik niet weet waar mijn klachten vandaan komen, ja, voel ik me heel onzeker. Ook onzeker in wat nou de juiste weg is. Nou komt er wel een vervolgonderzoek naar de hartklachten en dat is nog even afwachten dus, wat er nou aan de hand is. Want als ik dat weet, dan weet ik ook of ik me toch volledig mag blijven inspannen of dat ik dat op een andere manier moet gaan doen. Ik weet alleen wel dat wat er nu aan de hand is, dat het me wel in de weg zit! En dan ja, vraag ik mezelf wel af: kan ik dan beter nu al veranderingen in zetten? Of kan ik beter even nog ermee wachten totdat ik meer weet over wat die klachten nou zijn en waar het vandaan komt?
Durf ik het onrustige gevoel volledig toe te laten, zonder verhaal? Want ik merk dat ik heel gauw weer in het verhaal kom, dat ik heel gauw ga denken waardoor dat allemaal kan komen en en ja... durf ik alleen te voelen? Durf ik ‘uit evenwicht’ te zijn? ..Ehm.. me even niet evenwichtig te voelen? En dan heb ik het eigenlijk ook alleen maar over mezelf, en ik heb het niet over al die heftige toestanden in de wereld. Ik merk dat dat ook aan me trekt, dat dat ook invloed heeft op hoe ik me voel. Dus ja, moet ik dat ook mee laten wegen? Sta ik mezelf toe om even uit evenwicht te zijn? Nou, dat is een vraag die nog openligt. Dat is een vraag waar ik de...
Wed, 13 Nov 2024 - 12min - 134 - 14 Verdriet in mijn lijf
In Margriet nr 44 staat het artikel: Wat verdriet met je lijf doet. Voor het ervaringsverhaal in het artikel ben ik geïnterviewd. Daarover vertel ik in deze aflevering. En ik stel mezelf de vraag, zit er nog steeds verdriet in mijn lijf?
(foto, fragment van het artikel uit de Margriet)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 7, aflevering 14: Verdriet in mijn lijf.
Dit is weer het psychische evenwicht waar ik het over ga hebben. Dat hoort bij evenwicht in de breedste zin van het woord. En verdriet daar ga ik het straks over hebben. Ik ga het eerst even hebben over andere emoties die er ook zijn. En die ja, uiteindelijk ook kunnen leiden tot verdriet of dat het een combinatie kan zijn.
Heel recent had ik op een gegeven moment een spinnenweb in mijn oog, in mijn linkeroog. Ik zag allemaal kleine bewegende, friemelende dingetjes, eigenlijk in een soort spinnenwebvorm. Dus ik ben naar de huisarts gegaan en die vertelde dat zijn mouches volantes, vliegende vliegjes... zijn ook... floaters wordt het genoemd. En dat hebben we bij het ouder worden, gebeurt dat, dan kan dat zo in je oog ontstaan en dan ga je dat zien en dan kan de huisarts dat zelf niet zomaar zien, maar zelf zie je dat wel. En het kan behoorlijk irritant zijn, maar het kan eigenlijk helemaal geen kwaad en het gaat vanzelf over, want er is eigenlijk niks aan te doen.
Alleen, ik merkte op een gegeven moment dat ik ook allerlei lichtflitsjes zag. Op een ochtend werd ik wakker en ik zag ook dat het wazig was. En heel groot verschil tussen mijn rechter- en mijn linkeroog. Met mijn rechteroog zag ik alles gewoon scherp, met mijn linkeroog zag ik opeens dat het allemaal wazig was, inclusief dan die kleine flitsjes. Ik ben toen naar de opticien gegaan om te vragen: ja wat kan ik hieraan doen? En hij zei toen: ‘je gaat nu weer direct naar de huisarts, verwijzing vragen voor de oogarts en het is heel belangrijk dat je dat nu direct gaat doen. En anders ga je naar de eerste hulp, want het zijn wel je ogen’, gaf hij er nog bij aan. Toen ben ik weer naar huis gefietst en ondertussen had mijn man al de huisarts gebeld, omdat ik dat onderweg wel even verteld had aan hem. En ik kom thuis en we konden meteen, direct terecht bij de huisarts. En ik heb dat verhaal verteld en hij heeft ook op dat moment de oogarts gebeld in het ziekenhuis waar ik dan ook terecht kon. En dan ga je met spoed daarnaartoe. Dus we zijn daarnaar toegegaan. En de oogarts die heeft het bekeken en toen zei ze ook: het is heel goed dat je bent gekomen.
Want was er aan de hand? In de oogkas, aan de achterkant, daar zitten allemaal adertjes en zo en zo'n adertje was gesprongen. Doordat het gesprongen was ging het trekken aan mijn netvlies en dat zijn die lichtflitsjes die je dan ziet. En ook dat wazig worden komt omdat dat netvlies niet helemaal, ja, juist gevormd is dan, er wordt aan getrokken. Ze heeft goed gekeken en toen zei ze: 'er zit geen scheurtje, het is alleen dat eraan getrokken wordt, maar er is eigenlijk nu niet direct wat aan de hand, alleen het is wel zaak om daar heel zorgvuldig mee om te gaan. Dus ga niet sporten, ga niet naar de yoga, niet zwaar tillen, niet vooroverbukken.'
En zo heeft ze me naar huis gestuurd, ze zegt ‘dan zie ik je over drie dagen terug’. Ik was op vrijdag daar geweest en na het weekend nog een keer naar de oogpoli om dan weer opnieuw te kijken. Nou, dat is gebeurd, ik ben weer opnieuw naar de oogarts gegaan, zij heeft weer gekeken en toen zei ze ook: 'het is stabiel gebleven, het is niet anders geworden.' De klachten waren ook hetzelfde. Ik zie nog steeds af en toe die lichtflitsjes, ik zie nog steeds dat het een beetje wazig is, maar ze zegt: 'hier hoeven we nu niets aan te doen. Ga nu een week nog heel rustig aan doen en over een week kun je dan wel weer van alles bewegen. Maar op het moment dat het erger wordt, dat het nog waziger wordt, dat je nog andere klachten daarbij krijgt, dan moet je direct komen.' Nou en zo ben ik dus weer naar huis gegaan.
Maar wat ik merkte is in eerste instantie, toen ik van de opticien hoorde 'je moet nu met spoed naar de oogarts', dat ik heel verdrietig was. Ik begon te huilen, onderweg fietsend naar huis, en dan ja, dan helpt zo'n fietstocht ook nog wel even, rustig fietsen, want ja ik had zelf al, ik moet -denk ik- rustig aan doen, weet ik niet, maar vanzelf deed ik dat al, maar ondertussen wel huilen. En ik kwam thuis en we konden direct naar de huisarts toe en toen merkte ik dat ik daarna weer rustig werd en helemaal toen we zaten te wachten bij de oogarts, dan merk ik dat eigenlijk ben ik best wel ..ehm.. bang, maar dat uit zich dan in heel stil worden. Heel erg in mezelf keren, liefst mijn ogen dicht en dan maar afwachten. Ja en dat is wat ook bij mij gebeurt als er verdriet is.
Het bijzondere is dat toen ik daar bij de oogarts zat, was ondertussen de Margriet uitgekomen. Het tijdschrift Margriet wat elke week uitkomt, en daar stond mijn verhaal in. In een groot artikel met de titel: Wat verdriet met je lijf doet. En dan gaat het erover dat verdriet zowel psychisch als fysiek elkaar kan versterken, ja, met elkaar te maken heeft, dat je het eigenlijk niet los kunt zien. En dan gaat het over de spreekwoordelijke steen in je maag of je darmen in de knoop of een ..ehm.. ja wat is het, een brok in je keel. Dat is wat allemaal verdriet kan doen. Daar stond mijn verhaal in! Vlak voor de zomervakantie 2024, ben ik geïnterviewd door iemand die met dit artikel bezig was en zij had mij gevonden in de database van Vaker In De Media, VIDM. Of nee, het was zelfs anders, want ik heb wel eerder contact met deze dame gehad en zij vond mijn verhaal wel interessant om dan te gebruiken en toen vroeg ze ook van: heb jij te maken gehad met verdriet? En daar moest ik wel even over nadenken, hoe was dat ook alweer? Want het is natuurlijk best heel lang geleden. Maar daar is dus een artikel uitgekomen en dat staat in dat grote artikel dus in de Margriet, Margriet nummer 44 met de titel: 'Wat verdriet met je lijf doet.'
En dat ga ik gewoon even voorlezen. De titel van dat stukje van mij is: 'Ineens kon ik niet meer doen wat ik het liefst deed'. Nou en dan staat er bovenaan: Paula Hijne (61) was juf op een basisschool en had een passie voor haar werk. Maar in 2006 gooide de ziekte van Ménière roet in het eten. En lange tijd dempte ze haar emoties met een vervreemdend gevoel als gevolg. En dan staat er de tekst alsof ik het helemaal zelf zo gezegd heb.
‘Ik was op en top juf, werken met kinderen zit écht in mijn DNA, maar in 2000 kreeg ik flinke tinnitus en toen daar in 2006 de ziekte van Ménière bij kwam, met aanvallen van enorme draaiduizeligheid en de neiging om om te vallen werd het teveel en ineens kon ik niet meer doen wat ik het liefste deed! En ik kwam terecht in de ziektewet. Van een volle agenda ging ik naar een lege agenda. Tijdens mijn re-integratie mocht ik kinderen een-op-een begeleiden, maar ik kwam er al snel achter dat dat niet was wat ik wilde, want ik miste de dynamiek van de klas enorm. Terwijl duidelijk was dat ik niet meer voor de klas zou terugkeren.
Thuis huilde ik wel, maar ik dempte vooral mijn emoties. Als ik 's avonds aan tafel zat, met mijn man en zoons, dan voelde het alsof ik niet echt bij de gesprekken was. En in eerste instantie lijkt het alsof zo'n groot verdriet nooit zachter wordt, maar dat werd het wel. Op een dag fietste ik weg van de kinderen die ik individueel begeleidde en ik zwaaide naar ze en dacht ineens: als ik nu eens niet meer met kinderen ga werken, wat is er dan mogelijk?
Dat was een enorme doorbraak, alsof er een hele zware jas van me afviel! Ik accepteerde dat ik een wandelstok nodig had. En dat het lukte om zelf een boodschap te halen en dat was geweldig! Het lukte ook om naar de sportschool te gaan, dat was het moment dat ik stopte met vechten tegen wat me was overkomen. En mijn emoties kwamen terug. Vanaf toen ging ik vechten voor wat ik allemaal wilde realiseren en dat geeft zoveel meer energie! Natuurlijk is het verdriet niet geheel verdwenen, soms is het er ineens en dat is prima. Ik stop het niet meer weg!’
Nou, dat is het artikel wat de journaliste ervan gemaakt heeft. Sommige dingen heb ik iets anders gezegd, maar dat maakt niet heel veel uit, want dit is wel een verhaal wat aangeeft dat verdriet ook ervoor kan zorgen dat je juist je emoties dempt. En dat is wat ik nu recent weer heb ontdekt. Dat ook als ik bang ben, dat eerder mijn emotie van bang-zijn gedempt wordt in plaats van dat het versterkt wordt en ik weet niet precies wat ik doe, maar het is alsof ik er even niet... niet helemaal bij ben. Of ik niet helemaal erbij wil zijn! Beetje afstand wil nemen of zo. Ik weet niet precies hoe het werkt, maar ik weet wel dat het dus voor demping zorgt. En dat kan ik me nog heel goed herinneren ook op het moment dat ik dus niet naar school kon en dus overdag de hele dag in huis zat en heel veel moeite had om mijn evenwicht te bewaren, dat ik niet wist wat kan ik dan nu wél doen? En dat waren echt ook... daar zaten huildagen bij, maar met name ook dat ik dan een hele dag doorkwam zonder dat ik achteraf precies weet wat ik nou had gedaan. Sowieso heel weinig en ik weet nog wel dat ik op een moment bedacht van: ik kan gaan puzzelen, dat puzzelen mij heel erg hielp om gewoon weer iets te doen te hebben.
En toen ik eenmaal weer een beetje zelfstandig de trap op en af kon, dat ik ook zelf de was kon ophangen. En dat is dan wel weer heel bijzonder, de was op hangen is voor mij ook iets wat heel fijn is om te doen. Ik vind het helemaal niet erg, ik doe dat graag, omdat dat me een gevoel geeft van dat dat zinvol is, het is nodig, het hoeft ook niet in de droger, dat scheelt ook weer -scheelt een hoop elektriciteit- maar was ophangen is voor mij iets van nou, iets van troos...
Wed, 06 Nov 2024 - 14min - 133 - 13 Even mijn oren ontspannen
Zegt de yoga docent: Ontspan je oren. Ik begon spontaan te lachen, want hoe doe je dat?
(foto: Pixabay, Karolina Grabowska)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. Dit is seizoen 7, aflevering 13: Even mijn oren ontspannen.
Op vrijdag ga ik altijd naar de yogales en dat doe ik op de sportschool. Daar is een yogadocente die dan allerlei oefeningen met ons doet. Het is de Do-In yoga. Je hebt allerlei verschillende vormen en deze yoga op deze manier vind ik een hele prettige manier. Het fijne ook is dan de laatste oefening die gedaan wordt tijdens de yogales, en dat wordt bij veel soorten yoga wel gedaan, is het stilliggen.
De savasana of savasána, ik weet niet precies hoe je het uitspreekt, want ik versta het eigenlijk nooit, want ik heb nooit mijn hoortoestellen in als ik naar de yogales ga. En dit keer was ik heel dichtbij de docente gaan liggen op mijn matje, om te kijken of ik haar wel zou kunnen verstaan. En dus, zij doet een soort geleide meditatie. Ze vertelt dan een heleboel waar je op kunt letten en hoe je kunt ontspannen en dat doet ze op een hele rustige manier. En toen zei ze ineens: ontspan je oren! (ha) En spontaan begon ik dus te lachen -weg de stilte in mijn lijf- en ik schudde helemaal van het lachen, want ik wilde eigenlijk niet hardop lachen voor de andere mensen, dat vond ik eigenlijk een beetje vervelend voor de anderen, maar ik had echt zo van: hoe kan ik mijn oren ontspannen als ik ingespannen aan het luisteren ben? Want ja, zonder die hoortoestellen in, dan kost het toch nog wel heel veel aandacht, heel veel inspanning.
Meestal doe ik helemaal geen moeite om de meditatie te volgen, als ze dat dan doet. Als ik lig dan zie ik namelijk niets, dus ik kan niet spraakafzien en dan heb ik écht zo van: nou, ik lig dan ook verder weg bij de docente vandaan, en ik dan kan ik het toch niet verstaan dus ja, waarom zou ik er dan moeite voor doen óm het te verstaan? Want dan praat ze ook wat zachter. Het kan zijn dat ze deze keer ook iets luider sprak, omdat ik zo dichtbij haar was. Maar in ieder geval, ik begon dus te lachen toen ze zei: ontspan je oren. En na de les hebben we dat besproken. Ze had ook gezien dat ik ging lachen, (ha) want ik had: wat is dat dan: je oren ontspannen, hoe doe je dat dan? En toen vertelde ze ook: het gaat dan om je spieren en al die andere spiertjes rondom je oren, richting de kaken. En naar je achterhoofd en eventueel zelfs je oorschelp. Er zijn dus mensen die hun oorschelp ook echt kunnen ontspannen. Ik zou niet weten hoe het moet, ik voel dat niet. Ik kan mijn oorschelp niet bewegen. En ook de ontspanning achter je oorschelpen. Maar hoe... hoe doe je dat dan ook zonder het aan te raken? Want je ligt immers helemaal stil tijdens zo'n oefening bij de yoga. En toen vertelde ze al: door bewust met aandacht naar dat gebied te gaan rondom je oren, dat zorgt al voor iets van ontspanning. En sowieso je kaken ontspannen, zorgt ook voor dat het gebied rondom je oren ook ontspannen raakt, meer ontspannen raakt.
Dus toen had ik al bedacht, als ik de volgende keer naar de schoonheidsspecialiste ga, dan doet ze altijd een hoofdmassage en waarschijnlijk masseert ze mijn oren ook, dus dan ga ik de volgende keer er even goed opletten, hoe voelt dat dan, rondom mijn oren als ze dat masseert? Want je kunt het ook masseren hè, en dan is het natuurlijk met gerichte aandacht het allemaal aanraken, met name die hele oorschelp. En het blijkt dat je oren die bevatten ook allerlei reflexpunten die in verbinding staan dus met het lichaam. Net zoals dat je op de voetzolen hebt. Op de voetzolen, heb ik ook wel die reflexologie, ook wel eens gehad, dat bepaalde drukpunten op de voeten kunnen helpen met het helen van het lichaam als daar iets aan de hand is. Het blijkt dat dat soort punten ook op je oren allemaal zitten. Het zijn natuurlijk... dat is allemaal heel veel kleiner dan op de voeten. En ik heb dan ook best wel kleine oren. Ik heb een kleine neus, maar ook kleine oren. Maar in ieder geval, ontspan je oren kan dus ook doordat... als je je kaken ontspant dan lukt het al, maar ook dus als je ze gaat masseren, dan is dat toch een soort ontspanning in dat gebied ook rondom de oren.
Maar bij oren ontspannen, als slechthorende, dan denk ik veel eerder aan orenrust. De luisterinspanning, dat je die afwisselt met niet-luisteren. En orenrust hoe kun je dat dan verder doen? Nou, dat is eigenlijk al als je in een grote ruimte bent waar heel veel andere mensen zijn of waar muziek is, dat je dan naar een rustige plek gaat. Dat je... of even naar buiten loopt, waar dan niet allerlei verkeersgeluiden zijn, maar waar het wat stiller is. Of wat mij ook heel erg helpt is dan naar de wc gaan. En dan zonder mobiel, geen mobiel mee dat je ook geen afleiding hebt met dat je weer van alles aan het lezen bent, dat je ook je ogen even rust geeft. En dan naar de wc, dat geef ik ook altijd aan als moment... een rustmoment in alles. Dan ga je dus daar naartoe, dan ga je rustig in die ruimte zitten en dan ja, je gaat voelen met je eigen lichaam wat je allemaal aan het doen bent. Als je moet plassen, dan ben je rustig aan het plassen en dan ruik je misschien de plas, je hoort het... als ik mijn hoortoestellen in heb dan hoor ik dat ook. En dat zorgt wel ook voor ...ehm... orenrust ook al is er wel wat geluid om je heen, maar het is zó veel minder dan wanneer je in die hele luide omgeving bent.
Wat natuurlijk ook is, dat je in ieder geval, als je je oren wilt ontspannen, die orenrust wilt regelen, dat je dus zéker geen luide muziek meer op je oren hebt. Helemaal niet met oortjes in dan. Je zou wel naar hele rustige, zachte muziek kunnen luisteren, dat kan juist wel weer heel ontspannen zijn. En dan geef je je oren misschien toch rust, terwijl er toch van buitenaf wel wat geluid is, maar je hoeft er dan niets mee! Je hoeft het alleen maar, nou ja, op te vangen zonder dat je dan bewust hoeft te luisteren.
En als je dan toch in een ruimte bent waar veel mensen zijn en je hebt geen plek om naartoe te gaan, dan zou je ook zo'n noise cancelling koptelefoon op kunnen doen. Dan wordt je omgeving veel stiller en dan heb je ook orenrust. Een noise cancelling koptelefoon is dan prima om te doen, alleen, je moet het ook niet heel vaak gebruiken, want alleen maar stilte om je heen horen blijkt ook helemaal niet goed te zijn. Dus orenrust gebruik je op het moment dat je de luisterinspanning juist heel erg afwisselt met niet luisteren. Orenrust is niet luisteren. Niet met aandacht iets opvangen. Gewoon rustig ...ehm... zodat ja, dan heeft het dus niet te maken meteen met alle spiertjes rondom je oren, maar juist met het binnenste, dat het dus de geluiden die je opvangt, dat het allemaal milde geluiden zijn, zachte geluiden. En dat je niet meer met aandacht hoeft te luisteren en dat is echt orenrust. En dat hebben wij als slechthorenden zeker nodig. En ik denk dat het voor iedereen wel heel goed is om af en toe die orenrust te nemen in plaats van dat je alleen maar aan het luisteren bent.
En dat doet me ook denken aan ‘ogenrust’. Vind ik ook heel fijn om te doen. Dat je niet alleen maar op het scherm zit te kijken. En uren achter elkaar. En ik heb al begrepen dat als je, nou ja, een uur aan het werk bent achter het scherm, dat je toch van dat uur, zo'n 5 tot 10 minuten, dat je dan iets anders gaat doen. En dat zou die ogenrust kunnen zijn, je ogen ergens anders op richten. En dan niet gericht kijken, maar gewoon een beetje zacht kijken, zonder dat er iets hoeft, zonder dat je inspanning daarvoor hoeft te doen. En dan zorg je ook voor die ontspanning.
En ik ben nu heel benieuwd, dat als ik de volgende keer weer met yogales meedoe en de yogadocent die doet weer zo'n geleide meditatie en als ik dan bij haar in de buurt lig, en zij zegt dan weer 'ontspan je oren' wat er dan gebeurt, ga ik dan weer lachen of kan ik dan ook zelf met aandacht naar mijn oren gaan zodat het vanzelf een beetje ontspant? Ben ik heel benieuwd naar. Ik ga dat gewoon de volgende keer uitproberen want ik denk -juist omdat het gebeurd is- dat zij het zéker nog een keer gaat zeggen om te kijken wat mijn reactie zal zijn, dus ik ben heel benieuwd. (haha!)
Dit is seizoen 7, aflevering 13: 'Even mijn oren ontspannen' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dit was een korte aflevering. Ik ga dan weer van alles maken. Als jij vaker wilt blijven luisteren kun je je abonneren op de podcast, dan krijg je een seintje binnen dat er weer een nieuwe aflevering klaar staat. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!
Wed, 30 Oct 2024 - 09min
Podcasts semelhantes a Evenwicht, je leven
AD Voetbal podcast AD
De Zaak X AD
Alle Geschiedenis Ooit – Grote Namen Alle Geschiedenis Ooit
De Onderwereld Bas Dingemanse & Bas van Mulken
Omdenken Podcast Berthold Gunster
Boekestijn en De Wijk BNR Nieuwsradio
De Wereld | BNR BNR Nieuwsradio
Zolang het leuk is BNR Nieuwsradio
Heterdaad De Telegraaf
Het Land van Wierd Duk De Telegraaf
Kick-off met Valentijn Driessen De Telegraaf
F1 Aan Tafel Grand Prix Radio
Groeten uit Grolloo Johan Derksen
KieftJansenEgmondGijp KieftJansenEgmondGijp
Kris Kross Mixtape Kris Kross Amsterdam
De Jortcast NPO Luister / AVROTROS
De Wit & De Wereld NPO Luister / BNNVARA
Nachtzuster NPO Radio 1 / Omroep MAX
NRC Vandaag NRC
Veldheren Peter van Uhm, Mart de Kruif, Jos de Groot / Corti Media
Amerika in 15 minuten Raymond Mens
Maarten van Rossem & Tom Jessen Tom Jessen en Maarten van Rossem
Vandaag Inside Vandaag Inside
Napleiten Wouter Laumans, Christian Flokstra